www.netdidned.be
Hoofdpagina
Bestuur
NDN-activiteiten
Bint
Agenda
Actuele berichten
Ideeën / reacties
Archief
Lidmaatschap
Publicaties
Koppelingen
NDN-Nieuwsbrief
 Zoek op de site van NDN:  
 Powered by freefind
 
 
 

Actuele berichten

Bijna dagelijks verschijnen actuele berichten op de Facebookblog van het NDN

Klik op


___________________________________

Iets leuks

Een heel verschil / Margriet Hermans & Robert Long.

Is het niet zo? ? ? ?

https://www.youtube.com/watch?v=9LJfItmSqao

__________________________________

Index

- Colloquium Neerlandicum KU Leuven 27>31 augustus 2017 – Nederlands in beweging
Oproep tot bijdragen

- Zuid-Afrikaase schrijver Karel Schoeman overleden - mei 2017

- Goede redenen voor foute taal: een open symposium over taalregels in het brein en in de maatschappij:
Leiden 24 februari 2017


- Taaldag 2017 – Centrum Nascholing Onderwijs (CNO) Universiteit Antwerpen –
4 februari 2017

- Taalunie heeft nu haar overkoepelend advies voor het onderwijs Nederlands - januari 2017

- Adviesnota Forum Taalbeleid en Taalondersteuning in het Hoger Onderwijs n.a.v. hertekening Eindtermen
én het antwoord van de minister
- december 2016

- Paul De Wispelaere (1928-2016) Leven tegen beter weten in - 5 december 2016

- Opvolging Platform Literatuur en Samenleving – Brussel – 21 september 2016

- Er is weer een grote Zuid-Afrikaanse schrijver heengegaan:
Adam Small is op zaterdag 25 juni 2016 overleden

- VELOVCONGRES ‘PROFESSIONALISEREN IN EN DOOR ONDERZOEK’ TERUGBLIK

- HET GOEDE TAALNIEUWS VAN 2015 IN VLAANDEREN - IN EEN VLOTTE EN HEEL LOVENDE STIJL -
MET DE 12 TAALVERHALEN VAN TAALPIONIERSTER MIET OOMS

- VIJFTIEN NEDERLANDSTALIGE SCHRIJVERS ZIJN IN 2015 OVERLEDEN

- Stichting Nederlands Onderwijs in het buitenland (NOB) viert 35-jarig bestaan met eenmalig magazine

- DE ONDERWIJSDAGEN IN NEDERLAND 9, 10 EN 11 NOVEMBER 2015 IN ROTTERDAM - Terugblik in woord en beeld

- ZOEKTOCHT BESTE LERAAR NEDERLANDS VAN NEDERLAND EN BELGIË 2016

- Joost Zwagerman is er niet meer...

- Het schoolvak Nederlands voorwerp van brede en diepe reflectie in Nederland

- Website E. Du Perron (1899-1940)

- Fons - Nieuw tijdschrift didactiek Nederlands

- Schrijvers die nog maar namen lijken

- Schrijfhulp Nederlands

- Dialectloket

- Onderzoek naar leesvaardigheden en leesmotivatie in het begin van het S.O.

- Colloquium Hyperdiverse Neerlandistiek – 17/21 augustus 2015 in Leiden - een terugblik
Internationale Vereniging Neerlandistiek (IVN)

- Henning Mankell, een auteur van wereldformaat ging heen

- Een nieuwe totaalmethode Nederlands PLOT 26

- Nieuwe boekpublicatie van de NDN-voorzitter 'Rechts is waar de duim links staat'

- Bordewijk Festival op 12 en 13 september 2015 in Den Haag

- Dichter-(brief)schrijver Eriek Verpale overleden (1952-2015)

- Prof. TT Cloete aan natuurlijke oorsake oorlede op 29 juli 2015

- De Nederlandse schrijver Sybren Polet (1924-2015) is sinds 19 juli niet meer

- Ada Deprez overleden in Gent op 17 juli 2015

-Ter nagedachtenis Jos Pieters – een verdienstelijk en gedreven lerarenopleider

- Nieuwsbrief mei 2015 - Community Nederlands

-
De Zweedse dichter en Nobelprijswinnaar voor literatuur (2011) Tomas Tranströmer is
op 83-jarige leeftijd overleden


-
NDN-Lenteconferentie over literatuuronderwijs -
vrijdag 6 maart 2015 in de Stadscampus Universiteit Antwerpen

- De Nederlandse schrijver Jan Brokken

- Toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren 2015 aan Remco Campert 8-2-2015

- Reus van de Zuid-Afrikaanse letterkunde André Brink overleden op 6-2-2015

-
Hoe Skylla in een graafmachine veranderde -
intrigerende doctoraatscriptie over jeugdliteratuur in onze tijd


-
Anneke Brassinga wint de PC Hooft-prijs 2015

- Breyten Breytenbach kreeg eredoctoraat van de Universiteit Gent


- Een onuitputtelijke gegevensbron voor elke docent en schoolbetrokkene:
de startpagina van Martijn Schoonderwoerd



Dossier Nederlands


* Wat is de Nederlandse standaardtaal - in kort bestek?
* Nederlands Vanzelf Sprekend - Oproep
Actie voor het Nederlands en de Nederlandse standaardtaal - PETITIE (afgesloten)

* Toelichting bij de Oproep Nederlands Vanzelf Sprekend
* Reactie op de overhandiging van de Petitie aan de Nederlandse Taalunie
* Kort verslag van de plechtige overhandiging van de Petitie op 23 mei 2014
* Reactie bij de overhandiging van taalkundige en taaldidacticus Frans Daems
*
Manifest voor het Nederlands in België - Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 24 september 2011

Nog actuele artikels over het Nederlands

"De Taalunie moet makelen en schakelen" - Een gesprek met Geert Joris, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie
Taal in tijden van kanteling.
Het Nederlands in Vlaanderen anno 2013. - Dirk Geeraerts januari 2014

De status van Standaardnederlands tegenover tussentaal
Nog de status van Standaardnederlands... Bijkomende commentaar van Ludo Beheydt
Dialectcompetentie en functionaliteit van het dialect in Vlaanderen anno 2013 - ANNE-SOPHIE GHYSELEN & JACQUES VAN KEYMEULEN - TNTL 130/2 (2014) pp. 117-139 transcriptie en apart origineel wetenschappelijk artikel (in pdf)
Hoe Vlaams is uw Nederlands? Overpeinzingen bij een internetenquête over 'Vlaamse' woorden in het Standaardnederlands - Peter De Brabandere in Neerlandia/Nederlands van NU 2041-4


* Cabaretier Seth Gaaikema overleden 21-10-2014
* Frieda Mulisch voor het voetlicht in de media
* Gerrit Kouwenaar obiit 4-9-2014
* PATRICK MODIANO – Nobelprijs voor een tijdreiziger
* De nagedachtenis van Ward Ruyslinck
* Nadine gordimer, Engelstalige Zuid-afrikaanse schrijfster en Nobelprijswinnaar literatuur overleden - 13 juli 2014
* De Gouden Veer 2014
* Hennie Aucamp - Zuid-Afrikaans auteur overleden
* Leesplezier en e-hype: een creatief project met vier smaakmakers
* Rougesang by dood van Mandela - Antjie Krog
* Nederlands/Vlaamse kenniskring voor taalbeleid in het hoger onderwijs
* Gerrit Krol 1 augustus 1934 – 24 november 2013

* De wortels van het Nederlands - Enkele congresindrukken - José Vandekerckhove
*
Doris Lessing overleden - 17 november 2013
* A la recherche du temps perdu – Marcel Proust
* Verslag van het colloquium universitair taalvaardigheidsonderwijs 8-9 juni 2012 Universiteit Leiden
* Spinder, Simon Van der Geest - Gouden Griffel 2013 en Jan Wolkers Prijs 2013
* Klimtol - Nieuwe roman van Etienne Van Heerden 30-10-2013
* Dag van het Nederlands: Literatuur - CNO UAntwerpen 2-10-2013
* KENNISMAKEN MET TiO ABC - Webbased programma
Schriftelijke Taalvaardigheid voor leerlingen van 11 - 20+


* Hugo Raes overleden op 84-jarige leeftijd (23-9-2013) - Documenten over hem
*
Stoner, docent Engelse taal en literatuur

* Startnotitie Nederlands in het hoger onderwijs (NTU)
* Veertien Variaties op "Het veld" - Helge Bonset
* Jordi Casteleyn doctoreerde aan de Universiteit Gent
* Masterplan hervorming secundair onderwijs goedgekeurd – Versie 4.06-2013
* Tommy Wieringa winnaar van de Libris Literatuurprijs 2013 met 'Dit zijn de namen'
* P.C. Paardekooper, hij was een man die je niet licht vergeet
* De Gouden Boekenuil 2013 gaat naar Oek de Jong voor zijn roman 'Pier en Oceaan'
* Egidius en de tentoonstelling 'Liefde en devotie' in Brugge - tot 23 juni 2013
* De Woutertje Pieterseprijs voor het Jeugdboek 2013 naar Kristien Dieltiens
voor haar schitterende roman ' Kelderkind'

* Geschiedenis van de Nederlandse literatuur - deel 1 (II) verscheen op 5 februari 2013
* Kent u John Hattie? Door hem is meer effectiviteit in leerprocessen bereikbaar
* Kennis toekomstige leerkrachten laat te wensen over
* Een belangrijke promotie:
Mariëtte Hoogeveen werd doctor aan de Universiteit van Twente met een studie over schrijfvaardigheidsonderwijs

* Majo De Saedeleer over adolescentenboeken
* Proefproject taalsensibilisering CTO/SDL in zes Vlaamse basisscholen

* Verkenningen een nieuwe publicatiereeks van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL)
* Reflectie over het Nederlands tijdens het 18e colloquium neerlandicum in Antwerpen
* 'Dank voor dank' van Leonard Nolens bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren 30-11-2012
* Gedicht van de week: Dichten
* Mijn taal en ik - de vijf krantenbijlagen over taal (19 tot 23 november 2012)
* Beleidsbrief onderwijs - Beleidsprioriteiten 2012-2013 van Minister Pascal Smet - 22-10-2012
* Slauerhoffs laatste briefwisseling gepubliceerd in 'Het heele leven is toch verloren'
* iPads in de klas
* Ter nagedachtenis van Bernlef (1937-2012)
* Ook Ivo Michiels is heengegaan - op 7 oktober 2012
* Rutger Kopland (77) overleden
* Gerrit Komrij is komen te gaan! Hij werd 68
* "Jongeren, de Nederlandse taal & participatie" onderzoeksverslag Nederlandse Taalunie 11-6-2012
* Herinnering aan Eugène van Itterbeek (1934-2012)
* Leonard Nolens krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren - 25-4-2012
* De Nederlandse kinder- en jeugdboekenschrijver Guus Kuijer wint de Astrid Lindgren Jeugdliteratuurprijs 2012
* Eerbetoon aan Louis Paul Boon – hij zou nu 100 jaar zijn geworden
* Maatschappelijke taalvaardigheid in duet -
Een kwaliteitsdebat n.a.v. de peiling Nederlands in de derde graad aso-kso-tso - AKOV - Schaarbeek 8 februari 2012

* Nobelprijswinnares literatuur Wisława Szymborska 88 overleden
* Waardevolle boeken - een longlist
* Zuid-Afrikaans letterkundig biograaf J.C. Kannemeyer op Kerstdag 2011 onverwacht overleden
* Tonnus Oosterhoff wint de P.C.Hooftprijs 2012 voor zijn poëtisch oeuvre
* Marente de Moor wint AKO Literatuurprijs 2011 - 31-10-2011
* Een verstrekkend nieuw spellingrapport van de Nederlandse Taalunie 10-10-2011
* Hella Haasse op 93-jarige leeftijd overleden in Amsterdam op donderdag 29 september 2011
* Masterclass LOPON² 2011 rond meertaligheid in het onderwijs

* Piet Hein van de Ven neemt “afscheid” en werd mooi gevierd - Universiteit Nijmegen 20 juni 2011
* Website over meertaligheid
* Dichter Willem Barnard - Guillaume van der Graft - overleden 21 november 2010
* Harry Mulisch overleden op zaterdag 30 oktober 2010
* Studie- en discussiedagen over Verkavelingsvlaams - "De manke usurpator" - U.A. 18-19 oktober 2010
* Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands
* Ewoud Sanders op het internet
* Verslag Colloquium BELGISCH-NEDERLANDS IN HET SPANNINGSVELD TUSSEN VERKAVELINGSVLAAMS EN STANDAARDTAAL
- Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde Gent - 29 april 2010

* Rainer Maria Rilke - Nieuwe gedichten - heruitgave 28-4-2010
* Bibnet zet boeken gratis online 19 april 2010
* Daniel Hugo ontmoet Herman de Coninck - Een Zuid-Afrikaanse dichter vertaalt de Vlaamse poëet
* Talige startcompetenties Hoger Onderwijs - Publicatie Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs - SLO van de hand van Helge Bonset en Hans de Vries - aug. 2009
* Literatuursite spreidt haar vleugels uit
* Duidelijke en hedendaagse definitie van wat leraren moeten kennen en kunnen
* Onderwijs Nederlands tussen gisteren en morgen -
Rapport werkgroep Onderwijs van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren van de Nederlandse Taalunie



Colloquium Neerlandicum KU Leuven 27>31 augustus 2017 – Nederlands in beweging


Oproep tot bijdragen

12 oktober 2017

Zelden is er zo publiekelijk nagedacht over de toekomst van de geesteswetenschappen in het algemeen en de toekomst van de neerlandistiek in het bijzonder. De vragen die we ons stellen, komen vooral voort uit een drang tot bewegen, of het gevoel te moeten bewegen om te overleven. Hoe bedrijf je neerlandistiek in een geglobaliseerde wereld die tegelijkertijd hangt aan vertrouwde nationale verhalen en symbolen? Hoe manoeuvreren we tussen de roep om herkenbaarheid en het besef dat de culturele en talige neerlandistiek hoe langer hoe meer divers is en daardoor een herkenbare vorm lijkt te verliezen? En hoe houden we de idee van Bildung die de neerlandistiek kenmerkt overeind in een academisch klimaat dat steeds meer door het marktprincipe wordt gedicteerd? En wat is onze positie in een digitaliserende wereld waarin vertaling en meertaligheid een steeds grotere rol spelen en het Nederlands bij uitstek in beweging lijkt, ook al omdat zich tal van nieuwe tekstgenres en multimediale tekstvormen ontwikkelen?

Lees verder

Top


Zuid-Afrikaase schrijver Karel Schoeman overleden - mei 2017

Het ziet ernaar uit dat hij zijn dood zelf heeft gekozen. Hij wilde de laatste tijd niet meer eten of drinken.
Zijn heengaan is een enorm verlies voor de literatuur van Zuid-Afrika.

Het Nederlandse Reformatorisch Dagblad brengt een vorm van In Memoriam.

VERKLARING

Karel Schoeman laat een ‘VERKLARING’ na waarin hij zijn beslissing tot ‘selfbeskikking’ uitlegt.


OVERZICHT OVER HET LEVEN VAN KAREL SCHOEMAN (1939-2017)

Karel Schoeman (1939–2017), ’n oorsig oor hierdie lewe

Baie dankie vir die insiggewende huldeblyk aan 'n groot gees. Dankie aan Karel Schoeman vir sy bydrae tot ons geliefde taal, Afrikaans! Dit is 'n skat wat ons nooit mag vergeet of onderskat nie. Mag hy rus in vrede!

Susarah Maria van Zyl
2017-05-03 at 10:47

Met die toekenning van die Hertzogprys in 1970 spreek WEG Louw die huldigingswoord: “Schoeman het met die viertal boeke (Veldslag, By fakkellig, ’n Lug vol helder wolke en Spiraal) gewys dat hoewel hy die waarde van die tradisie erken, hy in staat is om onafhanklik daarop voort te bou; dat hoewel hy heelwat geleer het van die romantegniek van ons tyd, hy sy werk nooit aan blote mode ondergeskik gemaak het nie; bowenal dat hy ’n Afrikaans skryf wat eenvoudig dog soepel, gevoelig dog virtuoos is. Sy prosa besit ’n vaart en eie innerlike ritme wat die kenmerk van die rasskrywer is.”

Schoeman het nie normaalweg toekenningsgeleenthede bygewoon nie, maar in 1998 het hy die Orde van Ikhamanga persoonlik van president Nelson Mandela ontvang. Al wat hy by die geleentheid gesê het, is: “Dis ’n besondere eer vir die Afrikaanse taal.”

Lees verder

Top




Goede redenen voor foute taal: een open symposium over taalregels in het brein en in de maatschappij: Leiden 24 februari 2017

Onder deze titel van het verslag op de website van de Universiteit van Leiden staat dan te lezen:

“Foute taal? Bestaat niet!”

Een spontane reactie van mijzelf daarop:
Omdat taalkundigen verklaren waarom bepaalde taalfouten ontstaan, de achtergrond omschrijven, kunnen ze toch niet beweren dat taalfouten niet bestaan. Wellicht is de bewering “Foute taal? Bestaat niet!” figuurlijk bedoeld binnen deze symposiumcontext of een (loze) ‘kreet’.

Mijn bewering en met stelligheid: taalfouten bestaan wél!

Uit het verslag citeer ik graag het voorzichtige standpunt van Kevin De Coninck, hoofd Taalbeleid van de Taalunie:

‘Passend
‘Er bestaat niet zoiets als foute taal. Maar als je de spelling wilt volgen die we hebben afgesproken en de standaardtaal wilt gebruiken die door de taalgemeenschap wordt vormgegeven, dan kan je wel fouten maken tegen de regels en normen die gelden. En dan kan je daar ook op aangesproken worden.  Het is daarom goed om te weten wat al dan niet passend wordt geacht, zonder daarbij in een kramp te schieten.’’

Fouten maken tegen de regels en normen die gelden zijn fouten – hier taalfouten.

Dominiek Sandra (Universiteit Antwerpen) in zijn uiteenzetting stelt de interessante vraag: Is een verklaring een legitimatie? Hij beanwoordt ze ook uitvoerig.

Verder citeer ik:

‘De taalnorm is handig en nodig, zodat men weet of kan weten in welke sociale contexten welk taalgebruik wordt geaccepteerd.’

In een blokje worden nog verwijzingen of koppelingen gegeven naar
Blogs & Reacties

  • Hun maken geen fouten: Blog van Lisette Hilhorst op ikzegookmaarwat.nl
  • Nog persoonlijkere voornaamwoorden. Blog van Gaston Dorren. 
  • Over de zin van taalnormen. Opinie van Miet Ooms. 
  • Finland: zijn, haar & hen. Blog van Wouter van Wingerden. 
  • Schokkende taalfoutjes in kinderliedjes. Blog van Milfje.
  • Symposium review by Martyn Jones (in English)

Tijdens het symposium kwamen de onderstaande ‘goede redenen voor foute taal’ aan de orde.

- Het onleerbare woordgeslacht Jenny Audring (Universiteit Leiden) met koppeling naar de presentatie
- Dt-fouten: onuitroeibaar Dominiek Sandra (Universiteit Antwerpen) met koppeling naar de presentatie
- Hen, hun en hullie Helen de Hoop (Radboud Universiteit Nijmegen) met koppeling naar de presentatie
- Meningen over taal Peter Arno Coppen (Radboud Universiteit  Nijmegen) met koppeling naar de prezipresentatie

Klik door naar het verslag van de Universiteit Leiden.

Het gaat hier over een boeiende materie. De taalkundigen vermeien zich in de verklaring van (het ontstaan van) taalfouten. Onderwijspractici zoals de docenten Nederlands brengen de normen bij van correct standaardtaalgebruik en correcte spelling. Elk zijn eigen terrein!

Ghislain Duchâteau


Top



Taaldag 2017 – Centrum Nascholing Onderwijs (CNO) Universiteit Antwerpen –
4 februari 2017


Nederlands, Frans, Engels, Duits, Spaans voor taalleraren s.o. en cvo stonden op het programma.
Er waren over de hele dag gespreid vier presentatierondes – die de organisatoren “Werkwinkels” noemden. Voor het vak Nederlands waren er minstens twee presentaties per ronde. Het aanbod was dus heel ruim.


Voor de docenten Nederlands waren er o.m.
- Leven in een huis als in een lichaam. Thuiskomen in gedichten. Suggesties voor poëzielessen in de derde graad  - door Paul Demets en Hilde Lauwers, praktijkassistenten Vakdidactiek Nederlands, Universiteit Gent.
- Taalbeschouwing en literatuur in woord en beeld met Het Archief Onderwijs – door Frederik De Ridder, leraar Nederlands – redacteur bij VIAA.
- Concrete voorbeelden van het gebruik van motiverende apps (zoals Kahoot …) door Lieve Van Den Bosch, lerares Frans.
- Spreken is zilver, schrijven is goud: Praktische handvatten om het schrijftraject beheersbaar te maken en tegelijkertijd het rendement te verhogen – door Jean Jacobs, ped. begeleider Nederlands regio Limburg.

Vooral de praktische gerichtheid van dat aanbod kon leraren ertoe bewegen om op een februarizaterdag naar de Antwerpse universiteit te komen.

Voor zover dat mogelijk is in een opvolging van de bijgewoonde sessies zullen we voor elke sessie de toepasbare en interessante gegevens hier weer eens naar voren halen.

- Leven in een huis als in een lichaam. Thuiskomen in gedichten. Suggesties voor poëzielessen in de derde graad  - door Paul Demets en Hilde Lauwers, praktijkassistenten Vakdidactiek Nederlands, Universiteit Gent. De presentatoren stellen hier hun powerpoint ter beschikking.

- Taalbeschouwing en literatuur in woord en beeld met Het Archief Onderwijs – door Frederik De Ridder, leraar Nederlands – redacteur bij VIAA.

‘Het Archief voor Onderwijs’ is een webplatform, dat leraren op een gemakkelijke manier toegang tot video- en audiomateriaal aanbiedt van de VRT-programma’s en van regionale omroepen, musea en archieven. Als leerkracht kan je op het webplatform audiovisueel materiaal zoeken, knippen, bekijken en bewaren in eigen collecties. Daarbij kan je filteren op onderwijsniveau en vak en je laten inspireren door vooraf samengestelde dossiers en collecties.

Het Archief voor Onderwijs behoort tot het VIAA, dat is het Vlaams Instituut voor Archivering. Dat digitaliseert, bewaart en ontsluit audiovisueel materiaal in samenwerking met partners uit de cultuur-, erfgoed- en mediasector. Het wil dat materiaal op een gebruiksvriendelijke manier toegankelijk maken voor onderwijs, bibliotheken, onderzoek en voor het grote publiek.
VIAA werkt samen met onderwijsexperts. Leraren worden ingezet om de inhoud van het webplatform te ontwikkelen. Je vindt er ook tips voor mediawijs gebruik van audiovisueel archiefmateriaal.

De ontwikkeling van dat materiaal gebeurt gefaseerd. Er is nu al een relevant en kwalitatief hoogstaand aanbod voor muzische vorming en wereldoriëntatie voor de 2e en 3e graad lager onderwijs. Dat is ook zo voor de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappelijke vorming, PAV, natuurwetenschappen, techniek en Nederlands voor de 1ste en 2e graad s.o.  Het aanbod wordt uitgebreid met inhoud voor de 3e graad s.o. met een focus op Nederlands, wetenschappen, geschiedenis en cultuur- en gedragswetenschappen.

   
   
   
   


‘Het Archief voor Onderwijs’ is vrij toegankelijk voor alle leerkrachten van het algemeen basis- en secundair onderwijs en leerkrachten in opleiding. De beschikbare inhoud is ook toegankelijk voor leraren van het volwassenenonderwijs. Lerarenopleiders kunnen bij het Archief persoonlijk een toegang vragen. Wie als leraar gebruik wil maken van het platform kan zich registreren met zijn Lerarenkaart.
De website is https://onderwijs.hetarchief.be/ Informatie kun je via info@viaa.be krijgen.

De presentatie van Felix De Ridder op de Taaldag was helemaal gericht op de mogelijkheden voor het vak Nederlands.

- Concrete voorbeelden van het gebruik van motiverende apps (zoals Kahoot …) door Lieve Van Den Bosch, lerares Frans.

Tijdens deze sessie zette de lesgeefster de aanwezige leerkrachten met hun apparaten effectief aan het werk met de gepresenteerde apps, die leuke spelletjes mogelijk maken. Dat waren
- Poll Everywhere www.polleverywhere.com : open einde, meerkeuzevragen, ranking, aanklikbare prent, Q&A
- Flipquiz.me : open vragen, punten per vraag, max. 6 categorieën, 5 antwoorden per categorie (kan zonder internet)
- Create.kahoot.it: quiz met meerkeuzevragen, jumble= ordenen, punten voor juist, voor snel, top 5 op scherm
- Plickers.com: quiz met meerkeuzevragen, met ja/nee-vragen, resultaten gedetailleerd beschikbaar, werkt niet op alle toestellen (geen internet nodig).

Handout van deze presentatie - overzicht van de vier apps (1 bladzijde in pdf)

   


Contact: lieve.vandenbosch@live.be

- Spreken is zilver, schrijven is goud: Praktische handvatten om het schrijftraject beheersbaar te maken en tegelijkertijd het rendement te verhogen – door Jean Jacobs, ped. begeleider Nederlands regio Limburg.

De taakbelasting van leraren Nederlands blijft aanzienlijk groot. Soms beklagen ze zich daarover. Hoe brengen ze het voor elkaar de opgelegde schrijftaken in een schooljaar te behandelen? Voor de 1ste graad zijn er 14 schrijftaken, voor de 2e graad zijn er ook 14, voor de 3e graad 8 schrijftaken die betrekking hebben op zoveel tekstsoorten. De presentator geeft zoveel mogelijk handvatten om dat beheersbaar te maken.

Daartoe put hij uit internationale en Nederlandse literatuur en het vigerend didactisch gedachtegoed van de laatste jaren. Hij steunt zich bijvoorbeeld op de publicatie van Graham & Perin uit 2007 A Meta-Analysis of Writing Instruction For Adolescent Students in Journal of Educational Psychology. Behulpzaam is ook de OVUR-methode die we sinds de negentiger jaren kennen uit Nederlands in de basisvorming, een praktische didactiek van Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens. Jean Jacobs pleit ook voor functionele en levensechte schrijfopdrachten gericht naar een echt publiek en liefst met publicatie of aan iemand getuurd. Vanuit de strategische functie zijn oriënteren, voorbereiden, uitvoeren en reflecteren de fasen van het leerproces. Beoordelingscriteria die als doelen voorop worden gegeven kunnen behulpzaam zijn. Voor het geheel van het schrijfcurriculum is een leerlijn op basis van aspecten van moeilijkheidsgraad, betrokkenheid bij het onderwerp, het doelpubliek, de mate van formaliteit, het inzetten van voorkennis en het inzetten van didactische ondersteuning van betekenis. Ondanks alles blijft de opdracht voor de docenten omvangrijk en moeilijk effectief uit te voeren. Mogelijk kan ook de revisietechniek van een eerste tekstversie het correctiewerk van de docenten tot op zekere hoogte verlichten.

Handouts van deze presentatie (in pdf)

   
   

 

Tekstsamenstelling en Foto's Ghislain Duchâteau

Top


 

Taalunie heeft nu haar overkoepelend advies voor het onderwijs Nederlands


De Taalunie nam met veel belangstelling kennis van het Manifest Nederlands op School, dat pleit voor een aantal vernieuwingen in het onderwijs Nederlands. Het Nederlands is zo belangrijk, ook voor de andere schoolvakken, dat het onderwijs daarvan veel aandacht verdient.
 
Tot januari 2017 werkte de Taalunie aan een overkoepelend advies over onderwijs in en van het Nederlands in de 21ste eeuw. Daarbij is in het bijzonder aandacht voor het belang, de toekomst en de positie van het vak en voor aansluiting van het onderwijs in en van het Nederlands bij de verwachtingen die de 21ste-eeuwse samenleving stelt aan de huidige en toekomstige generatie jongeren. De Taalunie deed daartoe onder andere een uitgebreide literatuurstudie, praatte met beleid en praktijk en jongeren en verenigde een groot aantal partijen uit Nederland en Vlaanderen in een ‘onderwijsdenktank’. Vanzelfsprekend kwamen hierbij ook de zorgen die in het Manifest worden beschreven aan de orde . Het overkoepelend advies is nu in het begin van het jaar 2017 klaar.

De naam:

"Iedereen taalcompetent! Visie op de rol, de positie en de inhoud van het onderwijs Nederlands in de 21ste eeuw".

Eerder al formuleerde de Taalunie in het rapport Schrijfonderwijs in de schijnwerpers aanbevelingen om de kennis van leraren te vergroten over effectief schrijfonderwijs. Dat rapport kwam tot stand naar aanleiding van zorgen over het niveau van schrijfvaardigheid van leerlingen in het basis- en voortgezet / secundair onderwijs, in Nederland en Vlaanderen.

Het belang van goed ontwikkelde taalvaardigheid voor studenten in het hoger onderwijs werd eerder al onder de aandacht gebracht met het adviesrapport Vaart met taalvaardigheid; Nederlands in het hoger onderwijs van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren. Taalvaardigheid is immers ook een basis voor andere competenties die steeds belangrijker worden in onze maatschappij, zoals analytisch vermogen en creativiteit. Het onderwijsadvies over taalonderwijs en taalvaardigheid op álle onderwijsniveaus dat de Taalunie uitvoerde, komt mede voort uit dit advies van de Raad.

Het Netwerk Didactiek Nederlands is bijzonder tevreden met de visietekst 'Iedereen competent'. Hij biedt een ruim kader ook voor de hervormingen van het onderwijs Nederlands die zowel in Nederland als in Vlaanderen op stapel staan. Het NDN-bestuur onderzoekt nu de potentiële congruentie die er tussen de nieuwe visietekst van de Taalunie en de eigen visietekst zou bestaan. Tijdens de Week van het Nederlands in oktober 2017 wijdt het NDN een hele netwerknamiddag aan de bespreking van de Taalunietekst voor lerarenopleiders in Nederland en Vlaanderen maar ook wellicht op ruimere schaal voor de leraren Nederlands in het algemeen.

De stellen nu al de visietekst ruimer voor op de pagina Publicaties van deze site

 

Top


 

Adviesnota Forum Taalbeleid en Taalondersteuning in het Hoger Onderwijs n.a.v. hertekening Eindtermen én het antwoord van de minister

Op 6 december 2016 stuurde An De Moor aan de Vlaamse Vicepresident en Onderwijsminister Hilde Crevits en haar kabinet namens het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning in het Hoger Onderwijs een adviesnota naar aanleiding van de hertekening van de Eindtermen voor de basisscholen en middelbare scholen in Vlaanderen.


Het Forum focust op taalbeleid Nederlands, de belangrijkste onderwijstaal in het hoger onderwijs in Vlaanderen. Dat taalbeleid is competentiegericht en beoogt de ontwikkeling van academische en professionele taalvaardigheid bij alle studenten. Daarnaast is het taalbeleid dynamisch en pragmatisch: het spoort met de snelle ontwikkelingen in het hoger onderwijs en het werkveld, en richt zich op de taalvaardigheid met het oog op studiesucces en een kwaliteitsvolle uitstroom.

Het Forum verzoekt de minister van Onderwijs in zijn adviesnota om in haar beleidsnota het belang van taalvaardigheid in het hogeronderwijsbeleid op te nemen en het veld te stimuleren hierop in te zetten.

Het Forum vraagt aan de minister ook om de samenwerking tussen het secundair en het tertiair onderwijs te bevorderen.


De adviesnota omvat twee bladzijden. Daarin verzoekt het Forum de Minister om meer samenwerking tussen het hoger en het secundair onderwijs, zodat de eindtermen nauwer aansluiten bij de taalvereisten in het hoger onderwijs. De leden van het Forum constateren dat de eerstejaarsstudenten in het tertiair onderwijs vaak te weinig schrijfervaring hebben waardoor hun slaagkansen kleiner zijn. Meer aandacht voor schrijfvaardigheid in het secundair onderwijs kunnen zij daarom alleen maar toejuichen.
Zij durven hopen dat de minister met die adviezen rekening zal  houden bij het hertekenen van de eindtermen.

Vanuit het Kabinet van de Onderwijsminister kreeg het Forum op 23 december 2016 een antwoord. De minister wijst erop dat zij tussen februari en mei 2016 een breed publiek debat organiseerde over de eindtermen, waarin iedereen de gelegenheid kreeg aan te geven wat elke leerling op school moet leren met het oog op persoonlijke ontwikkeling, levenslang leren, deelname aan de maatschappij en het professionele leven. Zij verwijst naar het rapport dat daarover is gepubliceerd. Daarin blijkt dat vele deelnemers aan het debat overtuigd zijn van het grote belang van taalvaardigheid in het onderwijs. Een goede beheersing van het Nederlands én van moderne vreemde talen kwam opvallend vaak aan bod.

Het Vlaams Parlement bekijkt nu ook de resultaten van het participatieve traject. Op basis van die resultaten verwacht de minister dat het Parlement aanbevelingen zal formuleren rond de inhoud van de toekomstige eindtermen.
Aansluitend bij het eindtermendebat heeft de minister samen met haar collega’s van het Comité van Ministers aan de Taalunie de opdracht gegeven om een advies uit te brengen over de toekomst van het Nederlands in het onderwijs. Zij meent dat de zorg voor de aansluiting tussen leerplicht- en hoger onderwijs daarin ongetwijfeld aan bod zal komen. Dat advies verwacht zij in het voorjaar van 2017.

Verder stelt de minister dat het versterken van de taalvaardigheid Nederlands in het leerplichtonderwijs hoog op de agenda staat. Met de invoering van de verplichte taalscreening bij de instroom in lager en secundair onderwijs, het taaltraject en taalbad in het basisonderwijs en de bijkomende lesuren Nederlands in het secundair onderwijs, krijgen de scholen een aantal instrumenten aangereikt om het aanbod Nederlands zo veel mogelijk af te stemmen op de noden van de leerlingen. Ook andere maatregelen zoals de flexibele leertrajecten in het secundair onderwijs kunnen hieraan tegemoet komen.

Over de samenwerking tussen beide onderwijsniveaus geeft de Minister ten slotte het advies om het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning uit te breiden met vertegenwoordigers van de pedagogische begeleidingsdiensten. Zij nemen immers heel wat initiatieven m.b.t. de ondersteuning van scholen op het vlak van talenbeleid. Dat zou dan kunnen leiden tot een waardevolle dialoog tussen beide niveaus over de wederzijdse verwachtingen.

U kunt de Adviesnota van het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning Hoger Onderwijs hier raadplegen.

Top


 

Paul De Wispelaere (1928-2016): Leven tegen beter weten in

Schrijver en tweevoudig Staatsprijswinnaar Paul De Wispelaere leefde in onmin met de Vooruitgang

Schrijver en tweevoudig Staatsprijswinnaar Paul De Wispelaere leefde in onmin met de Vooruitgang

‘Ambivalentie’ was zijn woord. Heen en weer getrokken worden tussen leven en schrijven, heden en verleden, werkelijkheid en herinnering. Tussen weggaan en terugkeren. Paul De Wispelaere, zoon van een erg katholieke wagenmaker en timmerman en een moeder van betere komaf, kreeg een beklemmend burgerlijke opvoeding. Hij ontworstelde zich daaraan door te lezen en te schrijven over boeken en literatuur, over leven en liefde en seksualiteit. Begin jaren zeventig kocht hij in Moerhuize (Maldegem) een oude hoeve. De grote tuin plantte hij vol met zeldzame fruitbomen uit zijn jeugd: belle-fleur, grauwe renet, gele kers, eierpruim. Hij werkte met respect voor de ambachtelijkheid die hij bij zijn vader bewonderde.

Het huis en de tuin werden een reservaat, terwijl daarbuiten de wereld in naam van de Vooruitgang verloederde en alles wat authentiek was, teloorging. ‘Tussen tuin en wereld’ bewoog hij zich, met een scherp intellect als verweer. De tuin kreeg in zijn werk een mythische betekenis, als symbool van ongereptheid, paradijselijkheid, seksualiteit. De tegenstelling tussen cultuur en destructieve beschaving loopt als een rode draad door zijn werk. ‘Alle bewuste leven is op de een of andere manier leven tegen beter weten in’, schrijft hij in Het verkoolde alfabet (1992). Die dubbelheid, altijd. Het gevoel geen verhaal te hebben tegen de teloorgang, maar dat dan wel minutieus en welsprekend neerschrijven.


Onherbergzame buitenwereld

Paul De Wispelaere debuteerde in 1959 met de novelle Scherzando ma non troppo en schreef in de loop van de jaren zestig nog Een eiland worden (1963) en Mijn levende schaduw (1965). Maar hij verwierf vooral faam als scherpzinnig criticus, met bijzondere interesse voor de nouveau roman. Hij publiceerde drie bundels literaire essays en kritieken: Het perzische tapijt (1966), Met kritisch oog (1967) en Facettenoog (1968). In 1973 werd hij hoogleraar aan de Antwerpse universiteit. En nadat hij van 1981 tot 1983 de laatste hoofdredacteur van het Nieuw Vlaams Tijdschrift was geweest, startte hij met Herman de Coninck het Nieuw Wereldtijdschrift op.
De autobiografische literatuur werd zijn werkterrein, ook in zijn onderzoek als hoogleraar. In zijn werk komen telkens weer dezelfde herinneringen op de voorgrond: de ouders en de landelijke jeugd van de schrijvende ik, zijn eerste liefdes en zijn ontdekking van de seksualiteit, zijn relaties met vrouwen, en vooral die met de vroeg gestorven geheime geliefde Bérenice. Zelf omschreef De Wispelaere zijn proza als ‘het dagboek van een ik-schrijver’, de omzetting van leven en lezen in literatuur, met die kanttekening dat de realiteit van een literaire tekst een andere is dan die buiten de tekst, en dat de ‘ik’ en de auteur wel verwant, maar toch verschillend zijn.
In boeken als Tussen tuin en wereld (1979), Mijn huis is nergens meer (1982) en Brieven uit nergenshuizen (1986) registreerde hij hoe de schrijvende ik vervreemdt van de onherbergzame buitenwereld.


Schoonheid vol wanhoop

Twee staatsprijzen kreeg hij. Een voor de roman Tussen tuin en wereld, een voor de kritiek De broek van Sartre en andere essays (1987). Maar welk genre hij ook beoefende, hij ging er graag van uit dat al zijn boeken onderdelen waren van dat ene grote boek dat hij schreef. Met een speurend intellect, in zijn typische tussenpositie, zijn ervaringen en herinneringen in woorden herscheppend tot een nieuwe werkelijkheid. In die werkelijkheid staat hij, op het einde Tussen tuin en wereld, niet toevallig weifelend op een overgang: ‘Aanschouw dit land en vergeet niet hoe mooi het is geweest. Alle beelden van de schoonheid zitten boordevol wanhoop. Ik sta hier, denk ik, wil nog wel vooruit, maar ook terug. Vooruit naar waar? Terug naar waar? Rugwaarts naar de toekomst, met het gezicht op de verloren dagen gericht. Te midden van herinnering en verlangen, maar in beide door twijfel overmand, leun ik roerloos tegen de leuning van de brug.’

Jos Borré

______________

Over Paul De Wispelaere in De Redactie.be

Top


 

Opvolging Platform Literatuur en Samenleving – Brussel – 21 september 2016

PLISA wil de samenwerking tussen literatuurkritiek, literatuuronderwijs en academische letterkunde in Vlaanderen bevorderen. Het gaat het platform daarbij ook om de bredere plaats van literatuur in de samenleving. In de platformbijeenkomst van 21 september 2016 krijgen enerzijds bestaande geslaagde praktijken een forum, en anderzijds brengt het platform concrete voorstellen samen om de banden tussen kritiek, onderzoek en onderwijs te versterken. In de ochtend worden good practices gepresenteerd in korte presentaties en ’s namiddags buigen we ons in afzonderlijke werkgroepen over de voorstellen.

Uiteindelijk wil het platform tot actiepunten komen die zowel beleidsgericht als praktijkgericht zijn. Het doel is dus zeker niet om samen te klagen over de huidige toestand. Verbeelding, een snuif idealisme en een open vizier zijn onze leidraden in de zoektocht naar nieuwe verbanden.

Wanneer
Woensdag 21 september 2016 van 9 u tot 18 u

Waar
Vlaams-Nederlands Huis deBuren - Leopoldstraat 6, 1000 Bruxelles

PROGRAMMA: klik hier

Opvolging

***

PLISA dankt u


Beste sprekers en deelnemers van PLISA,

Een week na de PLISA-dag willen jullie graag allereerst bedanken voor jullie bijdrage als spreker, moderator en deelnemer aan discussies. We horen dat de dag als ontzettend geslaagd ervaren werd alleen al doordat deelnemers allerlei initiatieven en organisaties leerden kennen. Bovendien vielen de ideeën die de sprekers van de ochtendsessie formuleerden erg in de smaak. Dat bleek ook uit de discussies van de namiddag, die verscheidene ideeën concreter uitwerkten.

Aan het einde van de dag werden de volgende voorstellen als prioritair beschouwd door de aanwezigen:

  1. Het oprichten van een gemeenschappelijk online platform waar leesclubs, maar ook leerkrachten en andere geïnteresseerden boekbesprekingen en analyses kunnen vinden met verschillende insteek (zowel recensies, academische analyses als bevindingen van leesclubs). Een zoekfunctie maakt de brede waaier aan literatuurbesprekingen toegankelijk. Verder faciliteert het platform uitwisseling van good practices en verwijst het naar andere interessante links. Een soort van ‘Google voor literatuur’.

  2. Het aanstellen van een ‘literaire bouwmeester’ die publiek en intern overleg faciliteert. Deze persoon zorgt voor verbinding zowel binnen de sector als naar de overheid. Enkele mogelijke opdrachten van zo’n literaire bouwmeester zijn literaire kritiek en academisch onderzoek dichter bij elkaar brengen of ervoor zorgen dat de maatschappelijke dienstbaarheid van academici beter gehonoreerd wordt. De literaire bouwmeester wordt hét gezicht dat het belang van literatuur weet uit te dragen.
  1. Het aandeel van literatuur in het onderwijs moet vergroten. Structureel ingrijpen in leerplannen is noodzakelijk. Literatuur staat voor verbeelding en verbeelding is vakoverschrijdend belangrijk. Een doorgaande leeslijn van kleuter tot volwassene moet dit mee mogelijk maken. Spelpezier en  geletterdheid zijn kernwoorden.

  2. We stellen vast dat er al heel veel mooie praktijken zijn. Het is belangrijk dat scholen en andere organisaties beter weten wat er allemaal voorhanden is, bijvoorbeeld aan de hand van een ‘tournee van literaire enthousiastelingen’ met ‘troubadours van de literatuur’.

Hiernaast kwamen verschillende andere concrete voorstellen op tafel:

  • Ondersteun enthousiaste, geïnspireerde leerkrachten om op hun 'niet-officiële' manier literatuur bij te brengen aan leerkrachten, bv. door vrijstelling van uren.
  • Laat academici aan 'co-teaching' doen in regulier onderwijs en bij lerarenopleidingen. Expertise uit academische hoek dient dan als prikkelende 'voeding'.
  • Zet in op het meer en beter ontsluiten van literatuuronderzoek, zodat een vertaalslag wordt gemaakt naar het brede publiek. Het beleid moet dit meer stimuleren én valoriseren, zodat het meetelt op de academische cv. Samenwerking tussen journalisten en academici lijkt hier nuttig.
  • Betrek literatuurwetenschappers en literatuurcritici bij het opstellen van handboeken.
  • Maak op scholen duurzame trajecten met auteurs mogelijk bv. via auteurslezingen en langdurige creatieve trajecten.
  • Voorzie workshops en navormingen voor leerkrachten om het leerplan creatiever te gebruiken.
  • Er is vraag naar een praatprogramma op televisie waar leesliefhebbers aan het woord komen (met lezers uit leesclubs, critici, geïnteresseerden, academici).
  • Organiseer ‘Boekenjuf en boekenmeester’ ook voor middelbaar onderwijs, niet enkel voor de lagere school: de 'Prinses Elisabethprijs voor literatuuronderwijs'.
  • Ontwikkel een digitaal geïndividualiseerde leeswijzer die leerlingen informeert, inspireert en uitdaagt om het leesniveau te verhogen.
  • Wanneer de canon in het onderwijs aan bod komt, confronteer dan 'onze' canon met andere canons (van jongeren, nieuwkomers...)
  • Faciliteer opleidingen voor leesclubbegeleiders.

De PLISA-organisatie plant binnenkort een opvolgingsvergadering om een aantal plannen in de praktijk om te zetten. We doen dat graag in samenwerking met zoveel mogelijk betrokkenen, dus jullie horen nog van ons.

De PLISA-dag heeft op verschillende manieren sporen nagelaten, niet alleen in gesprekken maar ook in notities, geluidsbestanden en foto’s. Een geschreven verslag van de PLISA-dag volgt nog. Wie de lezingen graag opnieuw beleeft, kan – dankzij deBuren – de podcasts hier beluisteren. Wanneer u klikt op de foto, vindt u minuut per minuut terug wie aan het woord is.
Sprekers die liever niet opnieuw beluisterd worden, kunnen ons meteen vragen om hun toespraak te schrappen uit het geluidsbestand.

En ten slotte delen we graag ook een fotoverslag.

Nogmaals dank voor uw aanwezigheid!

Vriendelijke groeten,
De PLISA-organisatie

Marieke Roels
stafmedewerker auteurslezingen en non-fictie
Vlaams Fonds voor de Letteren
Generaal Van Merlenstraat 30
2600 Berchem - Antwerpen
Tel.:  +32 3 270 31 66
Gsm  +32 498 14 59 72

Top




Er is weer een grote Zuid-Afrikaanse schrijver heengegaan:
Adam Small is op zaterdag 25 juni 2016 overleden

LitNet publiceert op 27 juni 2016 een uitvoerige bijdrage over leven en werk van Adam Small van de hand van Erika Terblanche

http://www.litnet.co.za/adam-small-1936/


Een uittreksel daaruit geeft alle eer aan de overleden auteur.

"’n Simposium oor Small se lewe en werk is op 8 Oktober 2011 by die UWK aangebied. Hy het in Desember 2011 sy 75ste verjaarsdag gevier, en akademici met persoonlike en professionele bande met Small het van hierdie geleentheid gebruik gemaak om te besin oor sy bydrae as digter, dramaturg, filosoof en mens. In ’n brief van dank “vir alles wat almal doen in verband met my werk” en wat Steward van Wyk, voorsitter van die Departement Afrikaans en Nederlands aan die Universiteit van Wes-Kaapland, in sy verwelkomingsboodskap voorgelees het, het Adam Small sy innige waardering uitgespreek “vir die grasie waarmee almal my privaatheid respekteer”. Hy het daarop gewys “dat my werk dikwels in die teken van satire staan, en satire, soos James Sutherland sê (ek haal uit geheue aan), ‘is not for the literal-minded ... and is intended to destroy the fool’.” Small se vrou, Rosalie, was sy oë en ore op die simposium, aangesien hy sedert 1993 nie meer aan die openbare gesprek deelgeneem nie. (Beeld, 12 Oktober 2011)

Die verskillende deelnemers aan bogenoemde simposium het hulle as volg oor Adam Small uitgelaat:

  • André P Brink: Small se werk getuig van ’n lang pad “deur ’n donker, dónker droom” van apartheid. Dit is skreiend hoe sy werke geensins verouder nie. Small se bydrae in Afrikaans is juis vandag belangriker as ooit tevore. Saam met Jonker was Small ’n stemvurk van ’n era vir die praktyk van menswees. Small se oeuvre is een van die belangrikstes in Afrikaans ... En sy dramas staan nie ’n duimpie terug vir Arthur Miller s’n nie.
  • Jakes Gerwel: Small se sterk punt is sy kritiese ingesteldheid. As satirikus staan Small in die teken van die filosoof Kierkegaard se “laughter administered in fear and trembling”.
  • Abraham de Vries het gewys op die merkwaardige van Small se stilte die vorige 18 jaar. “[H]eilige minagting vir valsheid en opstandige meelewing met mede-onderdruktes laat sy werk saampraat – ook in die redes vir een van die onlangse, hopelik rigtinggewende, woede-uitbarstings van ons tyd.”
  • Frank Hendricks van die UWK: Small het Kaaps help destigmatiseer. In sy skryfwerk het Small Kaaps na ’n groter gehoor geneem. Hy het gewaarsku teen uitdefiniëring in Afrikaans. Die literêre benutting van Kaaps is deel van die meriete van sy skryfwerk ... Small bring Kaaps as ’n voedingsbron by en sal só bydra tot ’n hersiening van Standaardafrikaans.
  • Steward van Wyk: Afrikaans kan vir Small dankbaar wees soos Duits vir die groot naoorlogse digter Paul Celan. Small het met ’n ander geluid Afrikaans binnegebring en gehelp om die taal menslik te maak. In ’n bespreking van Sê sjibbolet sê Van Wyk dat Small met sy gebruik van Kaaps en deur sy gewroeg met Afrikaans die verstotenes ook die taal binnegebring het.
  • Hein Willemse van die Universiteit van Pretoria het afstand en affiniteit en gemeenskaplikheid by Small bespreek, soos sy fokus op kulturele gemeenskaplikheid onder apartheid.
  • Die groot invloed van Small se ouers op hom is bespreek deur Francois Cleophas (’n susterskind van Small) van die Universiteit Stellenbosch.
  • Michael Cloete van Unisa het Small as morele filosoof bekyk: by Small gaan dit om die wil tot dialoog – nie Nietzsche se idee van die wil tot mag nie. ’n Filosofie van die humanisme is Small se blywende teenvoeter in die probleem van verontmensliking.
  • Wium van Zyl van die UWK het die retoriese aard van Small se werk bespreek: Small het op ’n uitkringende wantoestand gewys en dit teengestaan ... Hy het die kritici van destyds oorstyg.”
  • Nico Koopman van die US: Oor Small se werke en as profeet vir menswaardigheid het hy gesê dat dit profeties was in ons stryd teen apartheid en dat dit profeties is in ons strewe om ’n nuwe gemeenskap te bou. (Beeld, 12 Oktober 2011)"

ADAM SMALL LEEST 1 VAN ZIJN EIGEN GEDICHTEN: Trap der bruin jeugd

'Hy stoot ’n vel papier oor die tafel. ’n Gedig wat hy ’n paar dae gelede geskryf het. 

“Dit sluit aan daarby. Ek het hierdie gedig “Trap der bruin jeugd”... dis ’n baie bitter gedig, miskien, maar dit vertel eintlik die hele verhaal van die stilswye – hoekom, en hoekom uit die stilswye uit. Ja.”' 
Video: Adam Small lees 1 van sy eie gedigte: Trap der bruin jeugd - 5’03”
Interviewer Murray La Vita commentarieert en de dichter krijgt tranen in de ogen.

Lees het interview met Murray La Vita, waarin Adam Small in september 2013 na decennia zijn dichterlijk zwijgen heeft verbroken.

Lees die onderhoud met Murray La Vita waarin Adam Small in September 2013 ná dekades sy digterlike swye verbreek het.

Sonnewende – gedicht voor Adam Small
Johan Lodewyk Marais:
'Adam Small (1936-2016) het in die hart van die winter gesterf'


Top



VELOVCONGRES ‘PROFESSIONALISEREN IN EN DOOR ONDERZOEK’

Voorzitter Inge Placklé tussenin

Nieuwsflits

Terugblik op het Congres voor Lerarenopleiders ' Professionaliseren in en door onderzoek',  3 en 4 februari 2016

Tevreden blikken we terug op het Congres voor Lerarenopleiders 2016 aan de Vrije Universiteit Brussel.  'Professionaliseren in en door onderzoek' lééft bij de Nederlandse en Vlaamse lerarenopleider. Onderzoek doen is duidelijk een krachtige motor voor leren en professionaliseren bij lerarenopleiders en ze doen dit veelal  in team: teams van ervaren practici en geschoolde onderzoekers;  teams van lerarenopleiders en leraren;  opleiding-overstijgend, ...

In haar reflectie verwijst Eline Vanassche naar het belang van ontwikkelen en uitproberen van samenwerking tussen meer geschoolde onderzoekers en ervaren practici waarin de specifieke deskundigheid die beide hebben gebundeld wordt. Lerarenopleiders 'leven' in de praktijk. Die ervaringen, maar evenzeer hun engagement en verantwoordelijkheid voor de studenten, maken hen op een heel complexe, intense manier betrokken. Onderzoek doen vereist ook het vinden van een juiste afstand tegenover die praktijk en ervaring om ernaar te kijken, systematisch vragen te stellen en naar antwoorden te zoeken. De samenwerking met een ervaren onderzoeker-die over de technische expertise beschikt-kan helpen om die afstand te vinden en te vertalen naar concrete onderzoeksvragen en -activiteiten. Een aantal mooie voorbeelden van dergelijke samenwerkingsverbanden werd heel fijnmazig in kaart gebracht. Die voorbeelden zijn duidelijk positief en hoopgevend, en leren ons tegelijkertijd ook dat die samenwerkingsverbanden niet gemakkelijk zijn, tijd vragen, en vooral wederzijds vertrouwen vergen.

We zagen ook inspirerende voorbeelden van teams van lerarenopleiders en (aspirant-) leraren die focussen op leren, op het eigen leren, dat van (aspirant-) leraren en dat van de leerlingen, voor wie we het doen. Die gezamenlijke focus bindt.

Ruime belangstelling was er voor de vijftien professionele leergemeenschappen, die het ganse jaar samenwerken. Vanuit VELOV nodigen we jullie uit op vijf leergemeenschappen: Supervisie, Project Algemene Vakken, Digitaal leren, Internationalisering en Vakdidactiek.
De fijne samenwerking met onze zustervereniging VELON maakt dat we in de toekomst meer samen professionaliseringsinitiatieven zullen opzetten.

Het tweedaags congres bood heel wat inspiratie, nieuwe inzichten waar we mee aan de slag kunnen. Passende ondersteuning voor lerarenopleiders - van beginner tot ervaren-is echter een continue noodzaak.  De leergemeenschappen kunnen hiertoe bijdragen, maar zoals ook bleek uit de keynote van Marco Snoek:  zet ook zelf pro-actief initiatieven op, werk bottom-up samenwerking uit.  Als het lerarenopleiders ondersteunt in hun professionele ontwikkeling, kan VELOV dat alleen maar stimuleren.

We dragen nu graag de fakkel over aan de Arteveldehogeschool en CVO Kisp, die volgend jaar de VELOV-conferentie samen organiseren. We zien er alvast naar uit!

Warme groet,

Inge Placklé
Voorzitter VELOV

Congresinformatie

Top


 

HET GOEDE TAALNIEUWS VAN 2015 IN VLAANDEREN - IN EEN VLOTTE EN HEEL LOVENDE STIJL -
MET DE 12 TAALVERHALEN VAN TAALPIONIERSTER MIET OOMS

Zij bezocht congressen, netwerkevenementen, sloot zich aan bij facebookgroepen, volgde interessante twitteraars, las tijdschriften, blogs, artikels. Haar oogst is rijk.
Haar contacten bijzonder prettig. Je kan er leuk kennis van nemen.

http://taalverhalen.be/bedenkingen/de-taalverhalen-van-2015/


Top




VIJFTIEN NEDERLANDSTALIGE SCHRIJVERS ZIJN IN 2015 OVERLEDEN

  • Herman Hendrik ter Balkt overleed op 9 maart
  • Jef Geeraerts, die op 11 mei overleed
  • Plezierdichter Drs. P stierf op 14 juni
  • De Nederlandse zanger en auteur Thé Lau, op 23 juni overleden
  • Rogi Wieg stierf op 15 juli
  • Sybren Polet overleed op 19 juli
  • Eriek Verpale stierf op 10 augustus
  • Joost Zwagerman stapte op 8 september totaal onverwacht uit het leven
  • Frank Martinus Arion was de grand old man van de Nederlands-Antilliaanse literatuur.
    Hij overleed op 28 september
  • Frans Pointl overleed op 1 oktober
  • Jos Vandeloo overleed op 5 oktober
  • Chris Yperman die op 7 oktober overleed
  • Fernand Auwera stierf op 27 oktober
  • Theo Kars overleed op 10 november
  • Albert Bontridder overleed op 13 december

Frank Hellemans, redacteur Boeken van Knack.be, karakteriseerde in een artikel elk van die schrijvers aan de hand van hun belangrijkste werk.

 

Top



Stichting Nederlands Onderwijs in het buitenland (NOB)
viert 35-jarig bestaan
met eenmalig magazine "Grenzeloos groeien"

 

Stichting Nederlands onderwijs in het buitenland bestaat dit jaar 35 jaar. Ter ere van onze “verjaardag” maakten wij het digitale magazine “Grenzenloos groeien”. In deze eenmalige uitgave vormen portretten en inhoudelijke verhalen samen de trotse oogst van 35 jaar Nederlands onderwijs in het buitenland. Graag stuur ik u, met de vriendelijke groeten van An de Moor, hierbij de link naar dit magazine www.stichtingnob.nl/magazine.

Het netwerk van primair en voortgezet Nederlandstalig onderwijs in het buitenland dat in de afgelopen jaren is opgebouwd is omvangrijk en van grote waarde voor Nederland en Vlaanderen. Inmiddels zijn er 15.000 leerlingen in 120 landen buiten Nederland. De kwaliteit van het onderwijs is goed.

Mijn collega’s en ik blijven ons ook het komende jaar, samen met de ruim 200 Nederlandse en Europese scholen wereldwijd en de organisaties voor afstandsonderwijs, met dezelfde passie en bevlogenheid inzetten voor kwalitatief wereldwijd Nederlands taal en cultuur onderwijs. Daardoor kunnen we onze wereldburgers met Nederlandse en Vlaamse roots ook in de toekomst kansen bieden; waar ze vandaag ook zijn en morgen naartoe gaan.

Ik wens u veel leesplezier en wens u en uw dierbaren fijne feestdagen en een goed, gezond en leerzaam 2016.

Mede namens alle collega’s van NOB,

Dr. Karen Peters
Directeur NOB

Top


 

DE ONDERWIJSDAGEN IN NEDERLAND 9, 10 EN 11 NOVEMBER 2015 IN ROTTERDAM - Terugblik in woord en beeld


Dé Onderwijsdagen 2015 waren met 1750 bezoekers en 99 sprekers in drie dagen een groot succes. Heb je ze gemist of wil je alles nog eens rustig teruglezen en terugkijken? Dat kan. Hier vind je via Kennisnet alle koppelingen naar de hoogtepunten.

Schitterend gevisualiseerd.

Klik op Kennisnet

Top


 

ZOEKTOCHT BESTE LERAAR NEDERLANDS VAN
NEDERLAND EN BELGIË 2016

Hilversum, 1 december 2015

Beste lezers en betrokkenen,

Tot onze grote vreugde kunnen we aankondigen dat ons radioprogramma De Taalstaat (KRO-NCRV, NPO Radio 1, iedere zaterdag van 11:00-13:00) volgend jaar voor het derde seizoen de zoektocht gaat beginnen naar de Beste Leraar Nederlands van Nederland en België. Opnieuw zullen drie juryleden, te weten Trudy Coenen, lerares Nederlands op het Montessori College in Amsterdam-Oost, Peter-Arno Coppen , hoogleraar vakdidactiek van het Nederlands aan de Universiteit van Nijmegen  en Frans Daems, emeritus hoogleraar vakdidactiek van het Nederlands van de Universiteit van Antwerpen, de kwaliteiten beoordelen van de kandidaten die zich willen aanmelden hiervoor of die aangemeld worden.

Wederom zou ik een beroep op uw medewerking willen doen en u willen vragen om binnen uw netwerk de oproep te verspreiden dat kandidaten zich weer kunnen melden voor deze zoektocht .
Het mailadres is taalstaat@kro-ncrv.nl.
In de twee jaar die nu (bijna) achter ons liggen hebben we kennis kunnen maken met bevlogen leraren Nederlands en ook met de vele aspecten van het vak die het leraarschap zo de moeite waard maken. Wij hebben genoten van de verhalen ,zowel  van de leraren als van hun leerlingen. De leraren die uiteindelijk tot de beste zijn gekozen mochten zich verheugen in een grote belangstelling. Zowel Martijn Koek , de winnaar van 2014, als Arnoud Kuijpers , de winnaar van 2015 blijken ware ambassadeurs voor hun vak.

De bedoeling van de zoektocht is ook vooral om te benadrukken wat een mooi  vak Nederlands is en , natuurlijk ook, hoe belangrijk het is voor iedereen om de taal goed te kunnen spreken en schrijven.

Het schema voor het volgend jaar ziet er als volgt uit:

De maand januari doen we oproep op de radio.

02-1 Oproepen docenten (de hele maand januari)
09-1 Oproepen docenten  
16-1 Oproepen docenten
23-1 Oproepen docenten
30-1 Oproepen docenten
06-2 Gesprek eerdere winnaars, Martijn Koek en Arnoud Kuijpers
13-2 Gesprek jury (Trudy Coenen, Peter-Arno Coppen en Frans Daems)
20-2 Docent 1
27-2 Docent 2
05-3 Docent 3
12-3 Docent 4
19-3 Docent 5
26-3 Docent 6
02-4 Docent 7
09-4 Docent 8
16-4 Docent 9
23-4 Docent 10
30-4 Docent 11
07-5 Docent 12
14-5 bekendmaking genomineerden en begin stemperiode
21-5 Gesprek met drie genomineerden
28-5 Finale


We stellen ons dus voor om 12 docenten te kandideren, waarvan er dan uiteindelijk door de jury 3 genomineerd worden. Daarna is het aan het publiek om de winnaar aan te wijzen.

Dit jaar zouden we u willen vragen om te kijken of we ook leraren Nederlands bij onze zoektocht kunnen betrekken die zich tot het uiterste inspannen om vluchtelingen Nederlands te leren. Wij zouden het op prijs stellen als ook die leraren de aandacht krijgen die ze volgens ons verdienen.

Het is al met al weer veel wat ik aan u vraag , maar zonder uw steun kan deze zoektocht nu eenmaal niet. Ik vraag u of u uw uiterste best zou willen doen ons te helpen met de opzet van een derde zoektocht.

Wees er van overtuigd dat we dat zeer op prijs stellen.

Mochten er vragen zijn , dan kunt u me altijd mailen of bellen. Ik dank u nu al vast voor de te nemen moeite en ik hoop spoedig van u te mogen vernemen of we weer op u mogen rekenen.

Met vriendelijke groeten,

Frits (Spits) Ritmeester
Samensteller/presentator De Taalstaat.

Top



JOOST ZWAGERMAN IS ER NIET MEER


…zag jij misschien (Joost Zwagerman)

…zag jij misschien dat ik naar jou,
dat ik je zag en dat ik zag hoe jij
naar mij te kijken zoals ik naar jou
en dat ik hoe dat heet zo steels,
zo en passant en ook zo zijdelings -
dat ik je net zo lang bekeek tot ik
naar je staarde en dat ik staren bleef.
Ik zag je toen en ik wist in te zien
dat in mijn leven zoveel is gezien
zonder dat ik het ooit eerder zag:
dat kijken zoveel liefs vermag.

De auteur stapte uit het leven in zijn huis in Haarlem op dinsdag 8 september 2015. Eerder sprak hij over zijn depressies.

De Wereld Draait Door: Joost Zwagerman | VARA, 6 dec 2012

Joost Zwagerman schuift aan tafel bij De Wereld Draait Door om te praten over zijn nieuwe kunstboek 'Kennis is geluk'. Hij vertelt een persoonlijk verhaal over depressie.

Klik hier voor zijn getuigenis

‘Onvoorstelbaar tragisch’ stelt onderwijsminister Jet Bussemaker

De dood van schrijver Zwagerman is een onvoorstelbaar tragisch bericht en een groot verlies, aldus minister van Onderwijs Jet Bussemaker (PvdA) dinsdagavond. “Zwagerman heeft veel jongeren vertrouwd gemaakt met literatuur door werken als Gimmick en Vals Licht. Met zijn optredens in DWDD nam hij een breed publiek mee in de literaire wereld. Zijn aanstekelijk enthousiasme zorgde ervoor dat je niet anders kon dan meebewegen.”
De auteur was volgens Bussemaker niet alleen literair schrijver, hij schreef ook over beeldende kunst en popmuziek, hij presenteerde en was pamflettist. “Ik heb De schaamte voor links er weer bij gepakt, om het te herlezen, als eerbetoon.”

Op de dag van zijn overlijden verscheen zijn nieuwe en laatste boek.
Zwagerman zou de avond daarna in het Van Gogh Museum in Amsterdam zijn nieuwe essaybundel ‘De stilte van het licht, schoonheid en onbehagen in de kunst’ presenteren.

Lees meer over zijn overlijden

Nog reacties op zijn overlijden

Video "25

Top




Het schoolvak Nederlands voorwerp van brede en diepe reflectie
in Nederland

Twee meesterschapsteams – voor taalkunde en letterkunde – nemen initiatieven om het onderwijs Nederlands in het voortgezet of middelbaar onderwijs in Nederland te verbeteren.

Ze willen: ‘Meer inhoud, meer plezier, beter resultaat’ in het voortgezet onderwijs?

Op 13 november 2015, tijdens het congres Het Schoolvak Nederlands in Tilburg (HSN-29), legden Theo Witte en Anneke Neijt namens de meesterschapsteams Nederlands van Vakdidactiek Geesteswetenschappen het Manifest Bewust geletterd voor aan docenten Nederlands. Daarin wordt een koerswijziging voorgesteld voor het schoolvak Nederland. Het gaat om een concept, want is het voorstel welkom?
Aan het manifest zijn verschillende symposia voorafgegaan waarin overlegd is tussen neerlandici die bij het schoolvak betrokken zijn. Studenten van onze afdeling hebben hun steentje bijgedragen via een vragenlijst over hun ervaringen met het schoolvak. Het verslag daarvan vind je hier. Klik hier voor meer informatie over het Meesterschapsteam Nederlands – Taalkunde/Taalbeheersing.

http://nederlands.ruhosting.nl/

Meesterschapsteam Nederlands – Taalkunde/Taalbeheersing > klik hier

Meesterschapsteam Nederlands – Letterkunde > klik hier

Die reflectie was aan de orde in het

Symposium Schoolvak Nederlands – taalkunde/taalbeheersing

Bewuste taalvaardigheid

Verslag van het Symposium Schoolvak Nederlands – taalkunde/taalbeheersing
in Conferentieoord Soeterbeeck, Ravenstein, 15 en 16 januari 2015


Hard werken was het tijdens dit symposium, want het schoolvak Nederlands is breed, kent veel verschillende visies en er is van alles mee aan de hand. Twintig universitaire medewerkers bespraken het doel, de inhoud, de toetsing, de schoolboeken, de samenhang en de status van Nederlands in het voortgezet onderwijs. Deze onderwerpen werden evenens besproken met twintig docenten Nederlands, lerarenopleiders en vertegenwoordigers van Levende Talen en het SLO, om na te gaan wat volgens de kenners van de praktijk wenselijk is. Het volledige verslag is hier  te vinden.

De belangrijkste uitkomst van dit symposium is de veranderde visie op de doelstelling van Nederlands in het voortgezet onderwijs, waarbij er een zwaardere rol is weggelegd voor kennis en inzicht in taal en taalgebruik dan op dit moment in het onderwijs aanwezig is: bewuste taalvaardigheid. Marc van Oostendorp vat dat samen met “Iemand die zijn taal niet goed begrijpt, en niet goed over taal kan praten, kan zijn taal ook niet goed hanteren.” (Neder-L) Nu de uitwerking. Informatie daarover volgt op deze website.

Voor het volledige verslag: klik hier

'Bewust geletterd - Manifest Nederlands op School - CONCEPT'
kunt u lezen door hier te klikken.


Top


Website E. Du Perron (1899-1940)

Doel en opzet

Deze website is een initiatief van het E. du Perron Genootschap. Het genootschap stelt zich ten doel om het volledige werk, de integrale correspondentie en alle documenten (zoals manuscripten, fotoalbums en archivalia) die betrekking hebben op de dichter, schrijver en journalist E. du Perron (1899-1940) digitaal te publiceren.
De realisering van het project zal stapsgewijs plaatsvinden. Op dit moment zijn alle zelfstandig verschenen publicaties van Du Perron op de website aanwezig, een groot deel van zijn bijdragen aan kranten en tijdschriften, nagenoeg alle bewaard gebleven brieven van en aan E. du Perron en een ruime verzameling beeldmateriaal, waaronder een zevental door hemzelf bijgehouden fotoalbums

Realisatie

Eduperron.nl wordt geproduceerd samen met de Digitale bibliotheek voor de Nederlandse letteren (DBNL). Medewerking verlenen het Letterkundig Museum, de Koninklijke Bibliotheek (KB) in Den Haag en het Letterenhuis in Antwerpen.
http://www.eduperron.nl/website/index.php

Lancering van de nieuwe website

Op 15 oktober 2015 werd in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag de website eduperron.nl gelanceerd: een belangrijke nieuwe bron voor de kennis van leven en werk van de schrijver, dichter en journalist E. du Perron (1899-1940).

Voor deze nieuwe website zijn alle zelfstandig uitgegeven werken van E. du Perron gedigitaliseerd en ook het eerder uitgegeven Verzameld Werk, zijn correspondentie (5500 brieven, waarvan ca. 750 nu voor het eerst gepubliceerd worden), biografische gegevens en een grote hoeveelheid beeldmateriaal.

De website eduperron.nl is daardoor - voor een breed publiek en voor wetenschappelijk onderzoekers - een rijke bron van informatie over de persoon E. du Perron en zijn werk, en ook over het culturele en literaire leven tijdens het interbellum, waarbinnen hij een vooraanstaande rol vervulde.

https://www.kb.nl/nieuws/2015/lancering-website-eduperronnl

Nog niet af

www.eduperron.nl is nog niet af, de komende tijd zal er nog veel correspondentie en beeldmateriaal aan de site worden toegevoegd. Ook zal de website verrijkt worden met scans van de eerste drukken van alle zelfstandige werken uit de Koninklijke Bibliotheek.
http://www.dbnl.org/nieuws/nieuws.php?l=2015_10_15

E. Du Perron als dichter en als criticus en essayist

In de Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur – deel VI p. 450-451, gepubliceerd in 1970 schreef Garmt Stuiveling over Du Perron:


'Als dichter is Du Perron vooral de vertegenwoordiger van een anti-esthetische poésie parlante: geestig, nuchter, agressief, zakelijk, anekdotisch en psychologisch. Het is na de woordkunst van ’80 en na de neoromantische versverzorging van de generatie van 1910 een duidelijk àndere stijl, waaraan de pretentie van eeuwige schoonheid vreemd is. Maar ook het expressionisme is voorbij, naar inhoud en vorm beide. Zowel de gedichten van Vestdijk als die van de gehele Criterium-groep (Hoornik, Van Hattum) zijn op Du Perrons poëzie-opvatting geïnspireerd, een opvatting die in feite pas omstreeks 1950, door het optreden van de dichters der experimentele atonale poëzie haar invloed definitief veerloren heeft.

Als criticus en essayist vertegenwoordigt Du Perron tezamen met Menno ter Braak de littérature engagée op z’n best: wars van alle compromis, wars van alle sentimentaliteit, keert hij zich tegen middelmatigheid, tegen epigonisme, tegen status-zoekerij, tegen vrijheidsbeperking en politieke dwang. Hij is een ontmaskeraar die door zijn ‘Indisch’ verleden en zijn Parijse contacten een scherp inzicht heeft in het benepen Hollandse, en zich verplicht voelt de Nederlandse grootheid te meten met een internationale maat. Dit geldt zo goed voor de literatuur  als voor de politiek en het leven in het algemeen. Hij is naar wezen en overtuiging een anti-burger: eerst als rijkeluiszoontje, dan als bohémien, tenslotte als niets-dan-schrijver, en steeds als onafhankelijk individualist.

Zo goed als Multatuli die voor hem het grootste schrijverschap uit onze literatuur betekende, vormde hij een éénmanspartij, was hij een ‘homo pro se’: tussen het georganiseerde geweld van het nationaal-socialisme dat hij onvoorwaardelijk verachtte en het geweld van het communisme dat hij wel begreep maar niet aanvaardde, verdedigde hij zichzelf en zijn kleine groep creatieve geestverwanten als de ‘smalle mens’. Terwijl Ter Braak ietes meer het type Busken Huet vertegenwoordigt, is Du Perrron geheel het type Multatuli; zijn invloed op de kritiek na W.O. II blijkt o.a. bij Willem Frederik Hermans, en in Vlaanderen bij Weverbergh.'

Citaten van E. du Perron:

  • Ik houd van een vent die zichzelf durft zijn, die vat op zich geeft, die zich niet achter het een of ander voetstukje verstopt onder voorwendsel dat hij er soms bovenop gaat staan; een vent die weet wàt de dood voor het leven betekent, maar die dat niet alleen in een berookte kamer bij Dostojevski heeft ‘bestudeerd’. 24-2-1929  (Brieven I).
  • Ieder mensenkind draagt de kiem van twijfel in zich als hij geboren wordt en niet ieder verliest die voorgoed met zijn navelstreng.  (Nutteloos verzet, 1929).Voor mij is een bepaalde literatuur de uitdrukking van mijn ernstigste waarden, allerminst een liefhebberij. 15-7-1937 (Brieven VII).
  • De Hollander denkt dat hij juist ziet, als hij de scherpe kantjes eraf heeft geslepen, als hij ‘ieder het zijne’ heeft gegeven (d.w.z. dènkt dat te hebben gedaan). 1-8-1939 (Brieven VIII).

    http://www.edpg.nl/frame.html

Top


 

Fons - Nieuw tijdschrift didactiek Nederlands in Vlaanderen

Fons 1: nu in alle Vlaamse leraarskamers!

Vanaf vrijdag 13 november 2015 is het eerste nummer van Fons terug te vinden in alle Vlaamse leraarskamers. Het tijdschrift is bestemd voor leraren in het basis- en secundair onderwijs, en verschijnt twee keer per jaar: in november en in maart. Geen leerkracht? Dan kun je Fons hier digitaal lezen - gratis en voor niks!


Wie of wat is 
Fons?
Fons is een tijdschrift voor didactiek Nederlands, dat zich voornamelijk richt op leerkrachten uit het Vlaamse basis- en secundair onderwijs. Uiteraard is het tijdschrift ook bestemd voor alle andere geïnteresseerden: lerarenopleiders, studenten uit de lerarenopleiding, lectoren en docenten Nederlands uit het hoger onderwijs, en het brede publiek. Fons is er voor iedereen die op zoek is naar activerende werkvormen, frisse lesideeën en actuele lestips, maar ook voor wie op de hoogte wil blijven van de laatste trends in het onderzoek naar taal en onderwijs.

Wie zit er achter Fons?
Fons heeft twee hoofdredacteurs: Steven Delarue en Heleen Rijckaert. Zij staan in voor de inhoud van het tijdschrift. Steven Delarue is assistent Nederlandse Taalkunde aan de Universiteit Gent. Heleen Rijckaert is leraar Nederlands, en doceert daarnaast ook vakdidactiek in de lerarenopleiding van een cvo (centrum voor volwassenenonderwijs) in Gent. Het tijdschrift wordt logistiek ondersteund door uitgeverij Die Keure, die instaat voor de lay-out, het drukwerk en de verzending van het tijdschrift.

Waarom ' Fons'?
Dat we voor de naam van het tijdschrift bij Fons zijn uitgekomen, is geen toeval. Het is een typische “ouderwetse” voornaam die recent weer aan een opleving is begonnen, en dat is ook precies wat we met ons tijdschrift voor ogen hebben: eigentijds en vernieuwend, maar met respect voor de rijke traditie van het onderwijs Nederlands. Dat fons in het Latijn “bron” betekent, is evenmin toevallig: we hopen dat dit tijdschrift een bron van inspiratie mag zijn voor leraren Nederlands, en dat je zelf ook zin krijgt om je eigen ideeën met andere leerkrachten te delen. Daarvoor is Fons er!

Twee keer per jaar, gratis, digitaal én op papier
Dankzij de steun van uitgeverij Die Keure zal Fons twee keer per schooljaar verschijnen, in november en in maart. Op papier, jazeker, en dat is een doelbewuste keuze: we hopen dat Fons een tijdschrift wordt om te bewaren. Concrete lestips en originele werkvormen blijven immers actueel, en verliezen hun kracht niet na twee maanden. Misschien krijgt Fons dus wel een mooie plaats in de lerarenkamer of het vaklokaal Nederlands? Wie toch zweert bij digitale media, vindt op deze website ook de digitale versie van alle Fons-nummers terug.

Zin om zelf wat te schrijven?
We zijn steeds op zoek naar gemotiveerde leerkrachten, studenten en opleiders die een leuke lestip of een boeiende werkvorm met ons willen delen. Of misschien heb je net een (praktijk)onderzoek afgerond, en wil je de resultaten graag met een breder publiek delen? Ook als je een idee hebt, maar niet meteen goed weet of en hoe je het kan uitschrijven, mag je zeker contact met ons opnemen: alle ideeën zijn welkom! Wie wel al meteen de handen uit de mouwen wil steken, vindt hier alle informatie voor auteurs.

Wie meer wilt weten over Fons, kan terecht op deze pagina.
Kennismaking via dit document.

Fons 1: nu in alle Vlaamse leraarskamers!

Vanaf vrijdag 13 november 2015 is het eerste nummer van Fons terug te vinden in alle Vlaamse leraarskamers. Het tijdschrift is bestemd voor leraren in het basis- en secundair onderwijs, en verschijnt twee keer per jaar: in november en in maart. Geen leerkracht? Dan kun je Fons hier digitaal lezen - gratis en voor niks!

Het centrale thema van dit eerste nummer is Literatuuronderwijs, met onder meer artikelen over storylines, leesonderwijs in het BSO en literatuur & nieuwe media. In dit eerste nummer vind je echter nog veel meer: van interviews en columns tot nieuwe tools & apps en beschouwende(re) stukken. De volledige inhoud kun je hier nalezen.

We zijn alvast benieuwd naar jullie reacties!

Steven | 13 november 2015 om 07:00 | Categorieën


Top



Schrijvers die nog maar namen lijken

A. Alberts

was de schrijversnaam voor Albert Alberts. Hij leefde van 1911 tot 1995.
Hij was doctor in de letteren en wijsbegeerte, maar oefende in zijn leven verschillende vaak administratieve functies uit. Hij verbleef tot 1946 als bestuursambtenaar in Nederlands-Indië. Een tijdje werd hij geïnterneerd door de Japanners. Naast zijn literair werk schreef hij ook vertalingen en was hij een tijd journalist.

Hij is vrijwel onbekend in de literaire wereld. Of dat terecht of onterecht is, kun je lezen in het artikel van Thomas Heerma van Vos in de reeks “Schrijvers die nog maar namen lijken” in Ons Erfdeel van mei 2015 nummer 2 blz. 26-35. De titel van het artikel is ‘Het verstilde universum van A. Alberts.

Gerard Walschap

die de titel van baron kreeg toegekend leefde van 1898 tot 1989.
Nagenoeg zijn hele leven wijdde hij zich aan het schrijverschap. Al in 1928 publiceerde hij Waldo, zijn eerste roman. Eerder had hij al Adelaïde geschreven die hij in 1929 publiceerde. Zijn bekendste werk is wellicht de roman Houtekiet, uit 1939, de roman van de nieuwe mens in een vrije maatschappij.

Ook over hem is er weinig te doen in deze tijd. Hij lijkt wel vergeten of niet meer gelezen te worden.  Enkel een biografie kan een schrijver nog even onder de aandacht brengen. Jos Borré schreef die over Walschap: Gerard Walschap: een biografie - in 2013.
Ook de betekenis van Walschap eind 2015 wordt in het licht gesteld als tweede tekst in de reeks “Schrijvers die nog maar namen lijken” in Ons Erfdeel van november 2015 nummer 4 blz. 22-31. De titel van het artikel is 'De vette boeken van Gerard Walschap'.

De artikelenreeks

Het is de verdienste van het Ons Erfdeel deze reeks artikelen in zijn tijdschrift te publiceren en zo de auteurs en hun werk op hun waarde te schatten in deze tijd.
Daarover schrijft het op de laatste bladzijde van elk artikel onder de reeksnaam ‘Schrijvers die nog maar namen lijken ’: ‘Daarvoor hebben we aan jonge auteurs, literatuurcritici en –wetenschappers gevraagd om zich te buigen over twintigste-eeuwse schrijvers van wie de naam wel breed bekend is, maar van wie men zich kan afvragen of hun boeken nog worden gelezen. Op die manier willen we een onbevangen blik werpen op oeuvres die zijn vergeten of in de tijd dreigen weg te glijden. We hopen dat de confrontatie van vers bloed met het verleden van de Nederlandstalige literatuur frisse inzichten kan aanreiken.’

Nog drie artikelen komen in volgende afleveringen

  • Daniël Rovers over Simon Vestdijk
  • Sabastiaan Kort over Maurice Gilliams
  • Michiel Leen over Johan Daisne.

Top


 

Schrijfhulp Nederlands

Schrijfhulp is een applicatie die digitale schrijfhulp biedt. Gebruikers krijgen feedback op de kwaliteit van hun tekst. Vanuit een document of ander tekstbestand wordt de tekst gekopieerd naar de applicatie. Vervolgens volgt een analyse van de tekst op structuur, stijl en spelling. De online toepassing markeert problemen en geeft daar uitleg bij. De adviezen zijn afkomstig van Taaladvies.net, de online databank met taal- en spellingkwesties van de Taalunie.

Schrijfhulp is ontwikkeld door KU Leuven, Instituut voor Levende Talen. Op dit moment wordt de applicatie nog veelvuldig getest. Dit kan ervoor zorgen dat de applicatie niet altijd goed functioneert. Voor inhoudelijke vragen kunt u terecht bij uw docenten. Indien zich technische problemen voordoen, kunt u die melden aan: schrijfhulp@taalunie.org.

Studenten en docenten aan de KU Leuven, instituut voor Levende Talen, werken al een tijdje met Schrijfhulp en zijn erg enthousiast. Maar iedereen kan er natuurlijk zijn voordeel mee doen. Advocaten, ambtenaren, beleidsmedewerkers, leraren en alle werknemers in beroepen waar veel geschreven wordt kunnen wel een steuntje in de rug gebruiken. Met Schrijfhulp krijgt u online advies voor al uw teksten.

Bent u of is uw organisatie geïnteresseerd in Schrijfhulp? Neem contact op Liesbet Vannyvel: lvannyvel@taalunie.org.
De Taalunie is met diverse partners in overleg om te kijken hoe de online toepassing kan worden verbeterd, zodat meer mensen gebruik kunnen maken van Schrijfhulp.

Start nu de schrijfhulp

Top



Dialectloket


Op de Dialectendag op zaterdag 10 oktober 2015 in de Openbare Bibliotheek Gent Zuid werd het wetenschapspopulariseringsproject Dialectloket gepresenteerd aan het grote publiek. Dialectloket is een nieuwe aantrekkelijke website van de dialectologen van de Universiteit Gent, die ontwikkeld werd om de variatie in onze Nederlandse taal te illustreren. Alle vormen van taalvariatie komen daarbij aan bod: dialecten, jongerentaal, tussentaal, Nederlands in België en in Nederland, Nederlands in de wereld enz. Met een frisse lay-out vind je er onder andere informatieve teksten, digitale woordenboeken, honderden geluidsfragmenten, boeiende video's en prachtige taalkaarten. 

Alles wordt vervat in deze luiken: TEKST, WOORD, GELUID, BEELD. Voor leerkrachten Nederlands voorziet de site bovendien een EDUCATIEF luik vol tips en lesideeën.

EDUCATIEF

Dialectloket is een educatieve website rond taalvariatie in het Nederlands. Om te leren hoe je optimaal informatie uit de website haalt, over wat je allemaal kan opsteken en om zo optimaal mogelijk aan te sluiten bij de leerplannen, werden enkele lespakketten voor verschillende niveaus ontwikkeld. Leraren kunnen deze pakketten gratis downloaden. Verder kan iedereen de opgedane kennis testen via een quiz die aansluit op de informatie op de website.

Onder EDUCATIEF vind je de luikjes LESMATERIAAL, TEST JE KENNIS, BEGRIPPENLIJST.

http://www.dialectloket.be/

Top



Onderzoek naar leesvaardigheden en leesmotivatie
in het begin van het S.O.

Doctoraatstudente Amélie Rogiers Universiteit Gent zoekt scholen/klassen/leraren die met hun eerste- en tweedejaars secundair (A-stroom en B-stroom) willen meestappen in een onderzoek naar studerend lezen en leesmotivatie bij Vlaamse leerlingen. Beide elementen maken immers deel uit van de vakoverschrijdende eindtermen ‘leren leren’ en worden in toenemende mate belangrijk bij aanvang van het secundair onderwijs.

Meer informatie? Neem de schitterende informatiebrochure eens door of neem een kijkje op de website

De uitgangsvisie van de doctoranda is relevant voor elke geïnteresseerde lerarenopleider of leerkracht Nederlands.

Interesse? Contacteer Amélie Rogiers (Amelie.Rogiers@UGent.be)

Klik hier voor de folder
Klik hier voor de oproepbrief

Top


 

Colloquium Hyperdiverse Neerlandistiek – 17/21 augustus 2015 in Leiden - een terugblik
Internationale Vereniging Neerlandistiek (IVN)

Website: http://www.ivnnl.com/colloquium-19/index.php?page=&sub=605&sub2=606

Opzet 19e IVN colloquium

In de afgelopen decennia is de internationale neerlandistiek uitgegroeid tot een dynamische, veelzijdige gemeenschap onderzoekers, docenten en vertalers. Het driejaarlijks colloquium neerlandicum is voor de leden dé gelegenheid om resultaten, ideeën, ervaringen en 'best practices' uit te wisselen. Daarnaast biedt het colloquium bij uitstek de mogelijkheid om het netwerk van de internationale neerlandistiek te verstevigen en uit te breiden. In 2015 waren wederom met zo'n 300 docenten en onderzoekers bij elkaar. Dit keer ontmoetten ze elkaar van 17 t/m 21 augustus 2015 in Leiden, waar ze gastvrij onthaald werden door de Universiteit Leiden.

Het thema van het colloquium was Hyperdiverse neerlandistiek. We wilden op dit colloquium onderzoeken, bediscussiëren en in kaart brengen wat ons samenbindt en wat ons onderscheidt in de aanpassingen die we op specifieke locaties maken in ons onderzoek, in ons onderwijs en in onze vertaalpraktijk. Het begrip ‘hyperdiversiteit’ voegt aan deze verkenning een dimensie toe: met dit begrip wordt uitgedrukt dat vele talen en culturen niet alleen naast elkaar, maar ook door en met elkaar bestaan.
In een hyperdiverse constellatie is het begrip ‘norm’ relatief. Het wijst op het ontstaan van steeds nieuwe vormen die zich op verschillende manieren tot elkaar en tot de geschiedenis van de Nederlandse taal en cultuur verhouden. Die dimensie speelt in de internationale maar ook nationale contexten een rol.

Op het colloquium wilden we recente en historische veranderingen in de culturele en talige samenstelling van de Nederlandse en Vlaamse samenlevingen ter discussie stellen. Er ontstaat in Nederland en Vlaanderen de laatste decennia een situatie waar men in bijvoorbeeld Suriname al veel langer vertrouwd mee is: de Nederlandse taal en cultuur bestaan in een meertalige en meer culturele context. Tot welke verschuivingen en onderlinge verhoudingen leidt dat? En wat is het effect van deze verscheidenheid en fluïditeit op de neerlandistiek in nationale en vooral internationale context?

In ruim 40 landen buiten Vlaanderen en Nederland wordt nu Nederlandse taal en cultuur onderwezen aan zo'n 15.000 studenten. Vanuit al die andere werelden kwamen wij van 17 tot en met 21 augustus 2015 in Leiden bij elkaar om bruggen te slaan vanuit de eigen wereld op basis van ons onderwijs en onderzoek in literatuur, taal en cultuur. De ideeën, de dialoog, de discussie en het debat dat in deze veelheid ontstaat, maakt de internationale neerlandistiek tot een dynamisch en spannend hyperdivers gebied.
De lezingen, themabijeenkomsten en posters van het Negentiende Colloquium Neerlandicum vielen in de aandachtsgebieden: taalkunde, taalbeheersing, letterkunde, vreemde taalverwerving, cultuur, didactiek, interculturele communicatie en vertalen. Alle niet-plenaire programmaonderdelen vonden parallel aan elkaar in thematische stromen plaats. Gedurende het colloquium werd ook nagedacht en van gedachten gewisseld over de toekomst van de IVN en de internationale neerlandistiek.

Een aantal van de presentaties wordt later gepubliceerd in het tijdschrift van de IVN ‘Internationale Neerlandistiek” (IN).

De organisatie van het colloquium werd mede mogelijk gemaakt door aanzienlijke financiële steun van de Nederlandse Taalunie. 

Ons Erfdeel stelt in het vooruitzicht ook van dit colloquium een verslag toegankelijk te maken voor geïnteresseerden.

Terugblik

Jan Renkema, colloquiumvoorzitter
Uittredend voorzitter IVN
De programmabrochure 85 pagina's


Zelf blik ik terug op het colloquium met herinnering aan de bijgewoonde sessies met daarbij wat foto’s. Los van de vergaderingen en de extra-murale activiteiten heb ik van dinsdag 18 tot vrijdag 21 augustus in totaal 24 sessies meegemaakt zonder ook maar een uurtje over te slaan.

Elke deelnemer kon een keuze maken uit de vijf stromen: taalkunde (groen), letterkunde (blauw), cultuur (oranje), didactiek (paars), vertalen (rood).

Om een beeld te geven som ik hier de achtereenvolgende presentaties op, die ik uitgekozen had.
Ze staan netjes geboekstaafd in de keurige conferentiebrochure, die elke aanwezige kreeg.

- Marc van Oostendorp: Het allerlaatste woordenboek (p. 14)
- Ingrid Degraeve: Hyperdiversiteit en taalverwerving aan buitenlandse docentschappen Nederlands (p. 22)
- Christine Sas: Welke taal als doel in het onderwijs Nederlands als Vreemde Taal? (p. 23)
- Folkert Kuiken: De complexiteit van schriftelijk taalgebruik bij halfgevorderde leerders van het Nederlands (p. 23)
- Katarzyna Wiercinska: Diminutief in dagelijkse sociale interacties in Vlaanderen (p. 16-17)
- Vincent Vanderheijden: Reflectief schrijven voor hyperdivers talenonderwijs (p. 24)
- Ronel Foster: ‘Wij zijn een deel van een geheel’. De intermediaire rol van Stef Bos in de Nederlandstalige en (Zuid)Afrikaanse cultuursystemen (p. 21)

Ingrid Degraeve
Nederlandse Taalunie, Brussel
Christine Sas
University College, Londen
Folkert Kuiken
Universiteit Amsterdam
Instituut Nederlands Taalonderwijs en Taaladvies (INTT)
Ronel Foster
Universiteit Stellenbosch, Zuid-Afrika


- Marijke Meijer Drees: Literaire rampverwerking: van Vondel tot Donna Tartt (p. 21-22)
- Luc Devoldere: Verdwaald in onze taal? Aarzelingen over plaatsbepaling en taal in Vlaanderen (p. 29)
- Gerdi Quist: Becoming traveller (p. 30) 
- Panel: Het Nederlands als pluricentrische taal: taalideologische en didactische aspecten (p. 31)
- Annika Johansson: Gemarkeerde semantische structuren in het Nederlands: een Zweeds perspectief (p. 44)
- Hilde Neus: Literatuur in Suriname sinds 1975 (p. 48)
- Bram Lambrecht: ‘Naar de wijde, vrije, opene wereld’. Vreemde ruimtes in de tussenoorlogse streekliteratuur (p. 50)
- Kevin Absilis en Jürgen Jaspers: Pas op voor het onkruid: de utopie van het taalpurisme (p. 46)
- Wannie Carstens: Afrikaans: waarheen is ons op pad? (p. 46)
- Steward Van Wyk: ‘Jeugdromans over slavernij: een vergelijkende analyse van enkele Afrikaanse en Nederlandse teksten (p. 51-52)
- Christo van Rensburg: Nederlands buiten de Nederlandstalige regio: onderlinge verstaanbaarheid van Nederlands en Afrikaans (p. 47)

Vlaams-Nederlandse culturele instelling Ons Erfdeel vzw
Rekkem, België
Panel met Matthias Hüning, Philipp Krämer, Ulrike Vogt,
Steven Delarue, Robert de Louw,Truus De Wilde in beurtvolgorde
Annika Johansson
Stockholms Universiteit, Zweden
Wannie Carstens
Noordwes-Universiteit, Potchefstroom, Zuid-Afrika
Steward Van Wyk
Universiteit van Wes-Kaapland, Belville, Zuid-Afrika
Christo Van Rensburg
Noordwes-Universiteit, Potchefstroom, Zuid-Afrika


- Jacomien van Niekerk: Een ethiek van interconnectie in de poëzie van Antjie Krog (p. 53-54)
- Marketa Klukova: Lidwoordgebruik in het Nederlands als struikelblok voor Slavischtalige studenten (p. 48)
- Mike Kestemont: Een computationele analyse van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren: een kritiek op de Digital Humanities (p. 58)
- Veronika ter Harmsel-Havlikova: De nieuwe Tsjechische canon van de Nederlandse literatuur (p. 60)
- Lianne Barnard: Judith Butler en opgefokte taal in “Alleen maar nette mensen” (Robert Vuijsje) (p. 62)
- Wilken Engelbrecht: Hyperdiverse beelden van de Nederlandstalige literatuur (p. 62-63)

Jacomien van Niekerk
Universiteit van Pretoria, Zuid-Afrika
Mike Kestemont
Universiteit Antwerpen, België
Veronika ter Harmsel-Havliková
Univerzita Palackého v Olomouci, Olomouc, Tsjechië
Wilken Engelbrecht
Univerzita Palackého v Olomouci, Olomouc, Tsjechië

Foto's Ghislain Duchâteau

Eén markant programmapunt trok heel veel aandacht en bracht ook een levendige interactie tot stand van panelleden met deelnemers uit de zaal: Het Nederlands als pluricentrische taal ...
Het panel was gewijd aan de idee dat het Nederlands een 'pluricentrische' taal is – je kunt niet alleen naar het éne centrum van Amsterdam kijken, maar er is op zijn minst een ander centrum in Antwerpen en wie weet ook nog een in Paramaribo – en de vraag wat dit betekent voor het onderwijs, vooral voor het onderwijs Nederlands als vreemde of als tweede taal.

Panellid Steven Delarue, taalkundige Universiteit Gent, schreef er een eigen verslag over op zijn blog.

Marc van Oostendorp publiceerde een lange video Pluricentrisch Nederlands met de volledige opname van elke beurt van de panelleden. De film duurt 1:04:48. Het interactief gedeelte met het publiek is er niet bij.

Tijdens de algemene vergadering van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek op het einde van het colloquium droeg scheidend voorzitter Jan Renkema het voorzitterschap van de vereniging formeel over aan Henriette Louwerse van de University of Sheffield.

Als slotimpressie wil ik hier nog meegeven dat het perfect en groots georganiseerde vijfdaags colloquium rond 'Hyperdiverse Neerlandistiek' in de Universiteit Leiden voor mij een indrukwekkende en onvergetelijke belevenis was.

Ghislain Duchâteau

Top




Henning Mankell, een auteur van wereldformaat, ging heen

De schrijver stierf in zijn slaap in de morgen van 5 augustus 2015 in Göteborg. Hij was 67 jaar oud.

Henning Mankell was een van de grote Zweedse schrijvers van dit tijdperk, geliefd door Zweedse lezers en door lezers in de hele wereld. Zijn werk omvat veertig romans en vele toneelstukken. Meer dan 40 miljoen boeken van hem werden verkocht en zijn boeken werden in meer dan 40 talen vertaald. Solidariteit van wie in nood verkeerde was de leidraad in zijn hele werk en kwam tot uiting in alles wat hij deed tot het echte einde.
Zijn vrouw Eva bergman en zijn zoon Jon Mankell rouwen om zijn heengaan.

In 2001 stichtte hij samen met Dan Israel de uitgeverij Leopard Vörlag waar zijn boeken werden gepubliceerd. Henning Mankell verdeelde zijn tijd tussen Zweden en Mozambique waar hij artistiek leider was van het  Teatro Avenida in Maputo.
Alle boeken van Mankell die in het Nederlands werden vertaald, zijn uitgegeven bij De Geus.


In Wikipedia:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Henning_Mankell_(schrijver)

In "Spraakmakers" (1996) intervieuwde Rudi Vranckx de overleden Zweedse auteur Henning Mankell gedurende 31’19” 2006

http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/cultuur%2Ben%2Bmedia/kunsten/1.2461362

In zijn laatste boeken toen hij al op de hoogte was van zijn fatale ziekte bezon de auteur zich over zijn leven en schreef hij vrijmoedig over hoe hij zich voelde in het aanschijn van zijn levenseinde.

In mei 2015 publiceerde hij Drijfzand. Sofie Messeman schreef op 16 mei van dit jaar in Trouw daarover
de recensie “Met de dood voor ogen – Henning Mankell over beslissende momenten in zijn leven en wat hem verder bezighoudt”

Twee weken na zijn dood verscheen de vertaling van het laatste boek van de Zweedse auteur Henning Mankell.
Zweedse laarzen is een gelouterde vertelling over een oude man die alles verliest en opnieuw moet beginnen.

Bij zijn overlijden in het begin van oktober verschenen in de media heel wat artikels over de beroemde auteur. Bij die gelegenheid maakte ook de Vlaamse krant De Standaard negen artikels die eerder verschenen over Mankell voor haar lezerspubliek toegankelijk.

Citaat

Er was ook nog een andere dood die me angst inboezemde. Ik had er een keer over gelezen. Wellicht was het een reisverhaal uit Afrika of een Arabisch land. Ik heb het verhaal nooit meer kunnen terugvinden. Het ging over drijfzand. Een man, gekleed in een kakiuniform en met een geschouderd geweer – helemaal uitgerust voor een expeditie – liep een verraderlijke zandvlakte op en kwam vast te zitten. Hij zakte steeds dieper weg en kon er niet meer uit komen. Op een zeker moment reikte het zand tot aan zijn mond en neus. Toen was het gedaan. De man stikte en uiteindelijk verdween ook zijn behaarde schedel onder het zand. Het drijfzand was iets levends. De zandkorrels veranderden in gruwelijke tentakels die een mens opslokten. Een vleesetend zandgat.

Stikken, schreeuwen, spartelen

13 mei 2015 | Henning Mankell, Zweedse schrijver, van onder meer de Wallander­-serie


‘Mankell was geen schrijver in een ivoren toren’

Mankell was geen schrijver in een ivoren toren. Hij was erg bezig met politiek, schuwde het activisme niet, had een gezonde weerzin voor de 21ste eeuw met zijn snelle informatie en vluchtige belevingscultus. Maar hij wilde voor alles jonge mensen helpen, zei hij. ‘Het is alsof we aan hen dezelfde vragen doorgeven die we aan onszelf stelden’, zei hij. ‘Dat is wat ik doe. Dat is de betekenis van het leven. Meer kan ik niet doen.’

Postuum

Peter Van Tyghem

 
Uit de column van John Vervoort : ‘De juiste Poort’

Drijfzand begint als een non-fictieboek over de nefaste gevolgen van kernenergie. Mankell was oprecht verbolgen over de erfenis waarmee wij de aarde en zijn toekomstige bewoners opzadelen: dodelijke nucleaire troep die we in diepe grondlagen wegstoppen zodat na een tijd niemand nog weet waar het ligt. Toen hij een eind gevorderd was in het boek haalde de kanker hem in. Hij besefte dat zijn tijd beperkt was en begon te schrijven over zijn boeiende leven. Opvallend is dat de naam Kurt Wallander, het personage dat hem beroemd en rijk maakte, amper voorkomt in Drijfzand. Ook over de meest dramatische periode van zijn leven schrijft hij met reserves. Toen hij twee was verliet zijn moeder het gezin en liet haar man, een jurist, met drie kinderen achter. Pas op zijn vijftiende zou hij haar opnieuw ontmoeten. De relatie was voorgoed verziekt. Ze stierf toen hij vijfentwintig was. Hij beschrijft met veel pudeur hoe zij naar de whisky ruikt wanneer hij haar weer eens opzoekt. Het ergste wat een kind kan overkomen, schrijft hij, is door je moeder afgewezen te worden.

Drijfzand is een verzameling essayistische mijmeringen waarin Mankell vaak vertrekt van een anekdote uit zijn leven, de reizen die hij maakte, de kunst die hem raakte (Het vlot van de Medusa van Géricault) of de vrouwen in zijn leven. Mankell had een chaotisch liefdesleven tot hij in 1996 Eva Bergman ontmoette, de dochter van de beroemde regisseur Ingmar Bergman. ‘Zij is de persoon die mijn hand moet vasthouden wanneer ik sterf’, zei hij.

Over zijn ziekte schrijft hij zonder sentimentaliteit. Wanneer de eerste therapieën aanslaan, beseft hij dat hij vanaf nu in ‘pauzetijd’ leeft. Drijfzand eindigt zo: ‘Voor alles leef ik in afwachting van nieuwe momenten van geluk. Momenten die komen en gaan. Momenten die moeten komen, wil het leven voor mij van waarde zijn.’

In De honden van Riga laat Mankell Wallander zeggen: ‘Ik weet dat het paradijs vele poorten heeft, net als de hel. Je moet het verschil leren kennen tussen de twee, anders ben je verloren.’ Ik hoop dat hij de juiste poort heeft gevonden.

Column


 
Henning Mankell en Jos Vandeloo stierven dezelfde dag op 5 oktober 2015.

In Knack.be karakteriseerde Frans Hellemans het schrijverschap van beide auteurs in
‘De gekwelde mannen van Jos Vandeloo en Henning Mankell’

Jos Vandeloo en Henning Mankell, die vandaag overleden, verschilden een generatie van elkaar maar putten allebei uit dezelfde existentialistische bron van vervreemding en film noir met illusieloze hoofdpersonages die desondanks ook een zeker engagement uitstraalden.

Boekbeschrijvingen van de werken van Henning Mankell

Klik hier

 

Top


 

Een nieuwe totaalmethode Nederlands: PLOT 26

“Ik draag als auteur bij aan  Plot26.
In de leergang Plot26 werken leerlingen actief aan het verbeteren van hun taalvaardigheden. De lessen zijn spannend en uitdagend. En... de leerling is zo veel mogelijk zelf in actie. Op dit moment is Plot26 in leerjaar 1 van het VO begonnen op 20 scholen.
Plot26 is (wordt) voor alle leerjaren, is een complete leergang. Leerlingen worden m.b.v. Plot26 betere taalgebruikers en worden ook volledig voorbereid op het maken van een goed examen.”

Bert de Vos

Zie: www.plot26.nl

Nog meer over de nieuwe totaalmethode Nederlands –
ontworpen voor de lessen Nederlands VO in Nederland.

PLOT26 in het kort

  • Een compleet programma dat opleidt van 1F naar 4F.
  • Het vak Nederlands zo activerend mogelijk en met 21e eeuwse vaardigheden.
  • Alles is digitaal mogelijk inclusief oefenen en herhalen van grammatica/spelling/werkwoordspelling.
  • Spannende verhalen met competitie-elementen, samenwerken én zelfstandig werken.
  • Vrije ruimte voor eigen lessen, differentiatie en inzet ict.
  • Samenhang, nut en doel binnen de lessen.
  • Keuzes voor eigen onderwerpen van de leerling.
  • Inzicht in en invloed op het eigen leertraject voor de leerling.
  • Toetsen die het leren ondersteunen en beoordelen.

Gratis 24 lessen proberen

Je hebt de mogelijkheid om maar liefst 24 lessen van PLOT26 te proberen. De lessen zijn voor het eerste leerjaar en beschikbaar op elk niveau. Er is een verhaal en twee cursussen voor je klaargezet.        

  • het verhaal Verdacht (negen lessen): een van de vier spannende verhalen waarin leerlingen nut en noodzaak ondervinden van een goede taalbeheersing als ze bezig zijn met het oplossen van een moord.
  • cursus Lezen (negen lessen): leerlingen denken na over teksten, over hoe zij zelf lezen en wat een tekst moeilijk of juist gemakkelijk maakt. Leerlingen stellen vast op welk niveau zij lezen als jonge VO-leerling. 
  • cursus Fictie (zes lessen): samen een heel mooi boek lezen, zelf bedenken hoe de hoofdpersoon eruit ziet met een collage, fantaseren over een ver land en discussiëren over het einde. Lezen en genieten! 

Als je je gegevens achterlaat, krijg je direct toegang tot de lesomgeving met de drie bovengenoemde thema’s. Je krijgt automatisch een mail met inloggegevens, zodat je na de eerste keer de lesomgeving van PLOT26 zo vaak kunt bekijken als je wilt.
Zie: www.plot26.nl

Plot26 Verdacht – Filmpje 4’48”
https://www.youtube.com/watch?v=cv5FO-OKPPo

Een leerkracht over de lessenserie “Verdacht”:
http://www.plot26.nl/floor-gloudemans-over-de-lessenserie-verdacht

PLOT26 TEAM

  • Yvonne Gerritzen, uitgever
  • Bert de Vos, auteur
  • Theo Kuijpers, auteur
  • Caroline Wessen-Weldam, auteur
  • Karen Wentzel, hoofdredacteur
  • Jorien Castelein, directeur

Productie en Editie Blink Educatie

Top


 

Nieuwe boekpublicatie van de NDN-voorzitter
'Rechts is waar de duim links staat'

Auteur José Vandekerckhove


Op 7 september kwam het nieuwe boek uit van José Vandekerckhove. In 2009 heeft de didacticus Nederlands naast de opzet van totaalmethodes Nederlands als Frappant het boek ‘Competent. Een algemene didactiek in 101 lemma’s’ (Uitg. Van In) gepubliceerd. Het boek is ook helemaal op het onderwijs georiënteerd.

Nu verschijnt dan zijn 'Rechts is waar de duim links staat – 33 Tinten Taal’ (Uitg. Pelckmans). Het is een prettig taalkundig werkje over het Nederlands in 33 hoofdstukken. Daarbij vertrekt Vandekerckhove vanuit een beschouwende, verhalende of anekdotische intro, gaat over in een speels en onderhoudend middenstuk en mondt uit in een pointe en een leuke of concluderende uitleiding.
De verschillende domeinen van de taalkunde komen alle aan de orde. De lezer krijgt inzicht in hoe taal werkt, waar woorden vandaan komen, hoe ze worden samengesteld en waarom ze klinken zoals ze klinken. Het boek verrast, inspireert en nodigt uit om mee te denken.

Cartoons van Lectrr harmoniëren uitstekend met de luchtige, maar soms ook kritische ondertoon van het boek. Het werkje telt 84 bladzijden en kost 12,50 euro. Het is bedoeld voor een ruim publiek ook buiten het onderwijs.

Zaterdag 12 september 2015 was de auteur te gast bij Frits Spits van de Taalstaat op Radio NPO Nederland 1 te 11 u. en kreeg hij de gelegenheid om over zijn nieuwe boek en ook over taal in het algemeen te praten.
De uitzending is nu achteraf via de website van de radio (11'27") ook te beluisteren.


José Vandekerckhove in een video-interview over zijn nieuw boek 5'20"

"Rechts is waar de duim links staat” is de titel van het nieuwe taalboek van José Vandekerckhove uit Oostende. Want iedereen is geïnteresseerd in taal als het op een leuke manier gebracht wordt, zegt de oud-leerkracht Nederlands. En af en toe mag dat ook op een pikante manier.


G.D.

 

Top


 

Bordewijk Festival op 12 en 13 september 2015 in Den Haag

Vijftig jaar geleden overleed de schrijver Ferdinand Bordewijk (1884-1965). Daarom wordt in Den Haag in Theater aan het Spui het Bordewijk Festival georganiseerd, een borstbeeld wordt onthuld in De Passage en in het voorjaar van 2016 verschijnt een dubbelbiografie over het echtpaar Bordewijk-Roepman. Op NPO Cultura komen programma’s over Bordewijk, de televisiebewerkingen van Bint en Karakter en een zeldzaam interview met de schrijver. Zaterdag 12 september vanaf 20.30 uur en zondag 13 september vanaf 19.50 uur. Op die manier wordt een ode gebracht aan de nog steeds bekende geprezen en gelezen Nederlandse auteur.

Lees meer

In 1953 kreeg Ferdinand Bordewijk op het Muiderslot de PC Hooftprijs uitgereikt.

Uitreiking van de PC Hooftprijs 1953 door mevr. dr. De Waal, staatssecretaris van OKW, aan mr. F. Bordewijk in het Muiderslot. Na de uitreiking van de oorkonde houdt Bordewijk een dankwoord, waarna oa prof. dr. Garmt Stuiveling, de schrijver en uitgever Bert Bakker en Antoon Coolen hem feliciteren.

Wij zien en horen Bordewijk in dit filmpje 2'8"


Top




Dichter-(brief)schrijver Eriek Verpale overleden (1952-2015)


“Erik sprak Hebreeuws en was bovendien diep ondergedompeld in de Jiddische literatuur en cultuur met zijn onverwachte wendingen van diepe weemoed naar vrolijke ‘witzen’. Zijn literair werk was sterk doordrongen van verlangen, onvervulde liefde met hier en daar een scherpe tekening van maatschappelijke en menselijke verhoudingen op de werkvloer, in de buurt, op café en tussen zijn vrienden en kennissen. Hij schreef in een concrete en volkse taal met veel ironie en zelfrelativering. Bovendien was hij naast dichter en tekenaar bovenal een begenadigd verteller, wat hij in zijn gloriejaren met verve demonstreerde op de radio.”

Dr. Frans Van Acoleyen – uit In Memoriam

http://solidair.org/artikels/memoriam-eriek-verpale



Schrijver van (neo-romantische) gedichten, romans, essays en theater. Begenadigd brief- en prozaschrijver.

Stichter-redacteur van het literaire tijdschrift Koebel en van Restant.

Heeft grote interesse voor de Joodse cultuur. Hij reist herhaaldelijk naar Israël, werkt mee aan joodse bladen, schrijft diverse essays over Jiddische auteurs en vertaalt Jiddische en Hebreeuwse poëzie.

Zijn theatermonoloog ‘Olivetti 82’ werd succesvol verfilmd met Dirk Roofthooft in de hoofdrol.

BIOGRAFIE

De poëzie van Verpale , en bij uitbreiding ook de rest van zijn werk, wordt over het algemeen gesitueerd binnen de stroming van de Nieuwe Romantiek, waartoe ook Daniël Billiet, Luuk Gruwez, Miriam Van hee en Roel Richelieu Van Londersele gerekend worden.

Het centrale thema in de poëzie van Verpale is het onvermogen. Enerzijds is er het onvermogen van communicatie tussen mensen, anderzijds is er ook het dichterlijk onvermogen om de werkelijkheid te vatten in verzen. In een interview met Laurens De Keyzer voor De Gentenaar in 1983 zegt hij daar zelf over “Mijn leven wordt getekend door onrust. Innerlijke onrust Soms is het te vaag, en soms heb ik de indruk dat ik weet waarover het gaat. Voor een stuk wordt mijn onrust ook verklaard door mijn ambivalente houding tegenover de taal. De taal is een danig onvolmaakt instrument, je kan nooit zeggen wat je eigenlijk wil zeggen. […] Soms denk ik, laat ik dat instrument niet beter vallen? Maar dan sta je oog in oog met die andere grens, het zwijgen, de stilte.”

http://www.poeziecentrum.be/nieuws/eriek-verpale-overleden

Schrijver Eriek Verpale overleden

Door Elke VerdonckCultuur & kunst • Geschreven op 11 Augustus 2015 om 16:10

http://www.avs.be/avsnews/schrijver-eriek-verpale-overleden

https://vimeo.com/136078946

 

'Ik heb geen greintje fantasie'

In het literair televisieprogramma 'Wie schrijft die blijft' praat Eriek Verpale over zijn boek 'Alles in het klein'. We zien hem thuis aan het werk en op café waar hij na het schrijven graag vertoeft. (Wie schrijft die blijft, 3 oktober 1990)

Brieven, verhalen en dagboekaantekeningen samengevloeid tot een prachtige autobiografische roman. Over de jeugd van de verteller, die wordt gedomineerd door zijn jiddische grootmoeder, over het café van Moeder Zulma, over de beroemde rabbi Menachem Mandel van Kotzk. En over zijn opeenvolgende geliefdes: de broodmagere Kookske, de altijd blootsvoets lopende Boes en de 'pijnlijk mooie' Lotte.

Paperback, Grote ABC ; 726, 249 pagina’s – 1990 De Arbeiderspers

http://www.goodreads.com/book/show/2702234-alles-in-het-klein

http://cobra.be/cm/cobra/videozone/rubriek/boek-videozone/1.963489  video 5’23”

 

Eriek Verpale in De Zevende Dag

In De Zevende Dag wordt eerst een fragment van de uitreiking van de NCR-prijs aan Eriek Verpale voor zijn boek ' Alles in het klein' getoond. Daarna volgt een studiogesprek met Eriek Verpale, Hugo Bousset en Angele Manteau

http://cobra.be/cm/cobra/videozone/rubriek/boek-videozone/1.963896  video 12’19”


Zijn beste vriend over zijn proza

Zijn autobiografisch proza, dat soms neigt naar fantastisch realisme, is inmiddels veel bekender. De bescheiden verhalenbundel Een meisje uit Odessa (1979) werd in 1990 gevolgd door het brievenboek Alles in het klein (prijs Provincie Oost-Vlaanderen en NCR Literair 1992). Onder vier ogen (1992) schreef hij samen met Luuk Gruwez. Daarna volgden succesvolle theatermonologen voor acteur Bob de Moor: Olivetti 82 (1993), Grasland (1996) en Voor u geknipt. Uit zijn zwartste periode verzamelde hij “nagelbrieven” en tekeningen in De pattaten zijn geschild (1998). Gitta (1997) is een korte, ironische roman; Katse nachten (2000) omspant de levensperiode in zijn woning in West-Zelzate (2000, nominatie ECI-prijs).

Verpale brengt sporen van de joodse cultuur en de Vlaamse werkelijkheid samen met persoonlijke obsessies. De onmacht van de schrijver in een ongrijpbare realiteit en het verlangen naar het (ook gevreesde) andere en vreemde zijn hoofdthema’s. Het eigen ik bestrijkt daarbij een regio van Klein Rusland (Zelzate) tot ontelbare meisjeskamers in Gent, van Proust en Isaak Babel tot het café van “moeder Zulma”.

E. Verpale en Gent

Hoewel Verpales werk veel realistische herkenningspunten bevat, is zijn wereld die van de innerlijkheid. De Gentse buurten spiegelen vooral de gemoedstoestand van zijn personages. Alles in het klein behelst de zwerftocht van een ontheemde student door vele problematische liefdes langs tientallen plekken in Gent, van zijn studentenkamer in de Baudelostraat (dicht bij de Bibliotheek aan de Ottogracht) tot de bordelen van het Zuidkwartier. Oude cité-woningen contrasteren met comfortabele flatjes in Nieuw-Gent, een studentenasiel “in de schaduw van de boekentoren” met de sfeer van migrantencafés in de Oudburg en alternatievelingen in het Patershol.

Grasland, het tragikomisch portret van een Elvis-fan, bevat één kort uitgewerkte locatie, een cité aan de Muide in de jaren 1970 die fel afsteekt tegen de danszalen aan de Zuid en de Dampoort.

In Olivetti 82 volgen we het personage Verpale door het Gent van de jaren 1970: van de Ottogracht naar cinema Capitole en ‘t Kantientje op het Wilsonplein; langs het aftakelende Coliseum en de opbloeiende Studioskoop; naar de Oude Beestenmarkt en de migrantenbuurt; de tocht eindigt in sexcinema Paris aan de Dampoort. Opmerkelijke Gentse figuren zijn Jacob van Artevelde en John Massis, de Antwerps sprekende professor Schrickx en Nathalie S., het meisje dat op 8 december 1977 in Gent naast Verpale meeliep in een fakkeltocht voor de Joods-Russische dissident Anatoli Tsjaranski.

In het Siamees dagboek Onder vier ogen treffen we boekhandel Walry aan, café Pygmalion, de Gentse fotograaf Michiel Hendryckx en het boudoir van studente Annabel in een “Bloomsbury-achtig huis” nabij het stadspark.

Katse nachten is een deels fictionele, deels documentaire briefroman. Naast de suïcidale auteurs Jan Emiel Daele en Restant-mederedacteur Jotie t’Hooft, leren we daarin twee Gentse dichters van Verpales generatie kennen: Koebel-stichter Roel Richelieu van Londersele (“de kardinaal”) en M., “onze Dichtende Russiese Prinses” (Miriam van Hee). Eriek lijdt onder de schoolrituelen, de “broeders” en de kindermishandeling in de katholieke kostschool in Oostakker. Vader Verpale is chauffeur voor de Gentse brouwerij Meiresonne. Een opmerkelijke passage is nog gewijd aan een stinkend rijke antiekhandelaar in Gent (met een knipoog naar Proust de familie Swann genoemd): in hun “overladen” Gentse burgerwoning is Erieks moeder poetsvrouw, zijn “Nonkel Punaise” meubelrestaurateur, de jonge Eriek zelf wordt ingezet om de hele collectie wapens en harnassen in hun volgestouwde château tussen Nevele en Landegem op te blinken.

In de bijdrage De wereld heeft haar versierselen afgedaan, in Gent, de dubbelzinnige (2000, p.167-184) kijkt Eriek Verpale anno 1999 om naar de auteurs die hem in Gent zijn voorafgegaan (Pierre Louÿs, Jean Ray, Louis Paul Boon...) en wandelen we met hem en zijn nieuwe date Delphine nog eens door Gent, van het St-Pietersstation naar de Vooruit-redactie, langs de Minard en cinema Savoy, naar het Galgenhuisje en ’t Kantientje en bezoeken we diverse boekhandels: allemaal persoonlijke vluchtheuvels in de realiteit van Eriek Verpale.

[Jean-Paul den Haerynck]

Over E. Verpale:

  • Van Hoof, Guy: De nieuwe romantiek (1981)
  • De Maesschalck, Yvan: Prima categoria, of nachtelijk joods van Eriek Verpale, in: Kreatief (2000), nr. 5, p. 26-36
  • Wildemeersch, Georges: Eriek Verpale (aanvulling 2002), in: Kritisch lexicon van de Nederlandstalige literatuur na 1945 (1980- )

http://literairgent.be/lexicon/auteurs/verpale-eriek/

 

Verpale aan het woord

Eriek Verpale: Alles in het klein

De autobiografie blijft dé inspiratiebron voor schrijvers, ook wanneer ze nog lang niet aan hun memoires toe zijn. Schrijven doe je nu eenmaal het best over wat je zelf meegemaakt hebt. Je kunt dat nog zo parafraseren, toch val je erop terug. Ook als je een echt fictief personage moet neerzetten, grijp je makkelijk naar een levend voorbeeld dat je kent. Zelfs een notoir tegenstander van autobiografische gegevens als W.F. Hermans moest zich voor zijn persiflages op het professorenmilieu op eigen ervaringen baseren. En Boon zou Boon niet zijn als hij niet zo vergroeid geweest was met zijn Aalsterse volksmensen. De schrijver van nu, die een postpostmoderne toekomst voor zich ziet, weet dat hij het met klassieke plots allang niet meer kan maken, maar voelt ook niet veel meer voor holle experimenten. Autobiografisch proza moet het schrijven weer persoonlijker maken, en heeft - als je bijvoorbeeld aan Eric de Kuyper denkt - nog verrassende mogelijkheden in petto.
...

http://www.dbnl.org/tekst/_ons003199101_01/_ons003199101_01_0018.php


Eriek Verpale schreef vijf gedichten voor het Melancholienummer van Deus Ex Machina- december 2006.
Hier zijn er een paar.

Desertie

Vlucht niet. Nog niet.
Ik moet je nog slaan
mijn veel te grote handen kapot
aan jouw smalste verdriet.
Vlucht niet, dit is een bevel,
blijf staan of ik schiet
vol plattegronden.
Want ik zal je zoeken.
Ik kom met honden,
ik onderzoek alle hoeken,
keer dozen vol oude klasfoto’s om,
dring binnen in archieven,
lees je brieven. Voddenrapers
bezorgen mij morgen al je kleren.
Je moet mij nog alles leren:
de taal der dieren, want kijk,
kijk naar de vogels in de lucht,
hoe zelfs zÌj altijd terugkeren,
‘s nachts. Elders te koud.
Dus vlucht niet, maar bewaar mij.
Wat is een gevangene zonder cipier?
Ik wil nog niet vrij. Laat daarom
de deur op een kier.

5744

Het zijn de Dagen der Grote Feesten:
Hasjana al voorbij en Kippoer moet weldra komen.
Maar ik schrijf je: over dit huis, weemoed tiert
in de bomen en over een muis die sinds
je bent vertrokken hier voorgoed haar intrek heeft genomen.
Soms koop ik kaas, strooi kruimels
voor haar kroost en hoor ‘s nachts
wanneer ik tevergeefs naar jouw lichaam tast
een soort gefluister dat klinkt als troost.
De taal der beesten zal ik wel nooit verstaan,
ook niet waarom iemand een zomer lang
hetzelfde brood, dezelfde kaas wou eten
en daarna zo plots is weggegaan.
Het zijn de Dagen der Grote Feesten:
een nieuw jaar, maar het blijven dezelfde boze geesten.

©Eriek Verpale

Uit het Deus Ex Machinanummer Melancholie, een oud zeer van december 2006

http://deusexmachina.be/eriek-verpale-vijf-gedichten/

 

Nog meer over hem

Dichter-briefschrijver Eriek Verpale overleden

10/08/15

Vanmorgen werd de 63-jarige Vlaamse auteur Eriek Verpale door zijn werkster dood aangetroffen.
Hij werd bekend met 'Alles in het klein' (1990), een tijdloze briefroman vol kattebelletjes en jiddisch aandoende parabels.

Lees verder


De eenzaamste man op aarde

11 augustus 2015 | Eva Berghmans en Toon Horsten

Tristesse voerde de boventoon in het leven van Eriek Verpale. Maar hij wist er wel prachtig proza van te maken. De schrijver hoorde nooit ergens bij. Hij was meer dan zomaar een volksmens, maar wilde ook geen intellectueel zijn.

De Standaard

Lees verder


Werken van Eric Verpale - dbnl

De rabbi en andere verhalen, 1975
Polder- & andere gedichten, 1975
Voor een simpel ogenblik maar ..., 1976
Een meisje uit Odessa, 1979
Op de trappen van Algiers, 1980
Alles in het klein, 1990
Onder vier ogen, 1992
Onder vier ogen, 1992
Olivetti 82, 1993
Nachten van Beiroet, 1994
De patatten zijn geschild, 1995
Grasland, 1996
Gitta, 1997
De patatten zijn geschild, 1998 (2de, vermeerderde druk)
Katse nachten, 2000

http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=verp001

Top


 

Prof. TT Cloete aan natuurlijke oorsake oorlede op 19 juli 2015

29 Julie 2015
Phillip Bruwer

Die bekroonde digter prof. TT Cloete is Woensdagoggend, kort ná sy 91ste verjaardag op 31 Mei, aan natuurlike oorsake in ʼn private hospitaal in Potchefstroom oorlede.

Zie Maroela Media

TT Cloete is onteenseglik een van die merkwaardige figure op die Afrikaanse literêre toneel. Hy is literator, kritikus, digter, dramaturg, prosaskrywer en psalmverwerker.

Prof. TT Cloete, wat vandag in die ouderdom van 91 jaar oorlede is, was bekend daarvoor dat hy die mense in sy lewe gekoester het. Maroela Media het gesels met ʼn paar van die mense wat die voorreg gehad het om met hom vriende te wees.

Radio-opname en video's met prof. Cloete zelf

Leven en werken

TT Cloete lees sy liefdesgedig “Anna” voor

Prof. TT Cloete het sy liefdesgedig, wat hy aan sy oorlede vrou, Anna, opgedra het, op video voorgelees (die video volg onderaan) terwyl Maroela Media verlede jaar by hom gaan kuier het. Dié geliefde en bekroonde digter is Woensdagoggend in die ouderdom van 91 oorlede.

Anna

In die ryping van ons jeug
het ons mekaar met die Prediker verheug.
En nou al meer en meer vel en been sonder
vleis is ons saamhoort ‘n groeiende wonder.

Baie van die rypword het ek vandag
vergeet en ons smoorverlief se smoor
is lankal oor en baie van ons saamlag,
maar ek het nog fragmente daarvan oor
in my onthou. Ons het saam in ‘n helder son
in a somer sesoun, whan softe was the sonne
in Brugge geloop. Ek onthou die carillon,
Gezelle se huis, gragte met swane
en Villon en Carcassonne
en ‘n mooi skildery van ‘n courtisane
in die Louvre, maar van alle onthou
van my en van jou onthou ek jou
helder langs my, in profiel langs my
oral uit die wit lig van my land gesny.

Daar is jy in ‘n fyn helder omtrek
dit in die helderste helder hou ek
teenaan my.

Ek herken jou voetstap in ‘n besige straat
in ons dorp van baie ver. Die beste het gebly.
Ek hoor jou stem sonder dat jy praat.

Kyk ek sonder jou, is daar skille
oor my diep oogkasse, ek
kyk sonder pupille.
Ek soek jou omtrek om my getrek,
ek soek jou in die appel van my oog.

Kyk ek na die melkweg, in die gras,
in die water, na die boog
van die aarde, altyd iewers is jy ingepas.

Video

Een van vele T.T. Cloete toonsettings wat deur die komponis André Strïjdom gedoen is. In Taal Getatoeëer is tydens die 2011 Woordfees in Stellenbosch opgevoer en later opgeneem by die Aan de Braak teater. Met Elizabeth Frandsen, Rika Vermeulen en André Strïjdom. Kamera en redigering, Liézel Els. Met dank aan Prof T.T. Cloete wat altyd in die hoeke van ons harte sal wees.

Anna – gezongen

Over de dood en de ouderdom zegt Cloete:
“De dood is wakker worden … in een andere wereld’


Hij schreef de omvangrijke bundel “Onversadig” na de dood van Anna.
De dood is destructief maar ook constructief.

Over zijn poëzie

'Cloete se poësie staan uit hoofsaaklik vanweë die tegniese voortreflikheid daarvan, die skopus van onderwerpe en temas wat hy betrek en die wye register van ervaring en emosie wat in die poësie tot lewe kom.'

Uit een Huldigingswoord van Prof. Heilna du Plooy

LitNet Jou TT Cloete

TT Cloete (1924–2015)

Erika Terblanche
ATKV-Skrywersalbum
“Pyn is kreatief; ek praat daarom van die gawe van pyn.” TT Cloete is op 29 Julie 2015 op die ouderdom van 91 oorlede.

Huldeblyk: TT Cloete

Heilna du Plooy
PEN Afrikaans
"Tog gaan dit nie net om wat 'n mens doen nie, maar juis en veral oor hoe jy dit doen. Dit is dan ook vir die kwaliteit, die styl en die aard van sy werk en lewe wat TT Cloete onthou sal word."

Literêre reus oorlede

Jacques van der Elst
Die Afrikaanse Taalraad-portaal
"Sy veelsydige digterskap en groot talent is ook geopenbaar in sy deelname aan die beryming van die psalms – hier het hy ’n onskatbare bydrae tot die Afrikaanse geestelike liedereskat gelewer."

Uit die argief

Skramse digterlike profiel van ’n onversadigbare digter
Rensia Robinson
"Alhoewel lyding ’n herhalende tema in dié oeuvre is, is dit by uitnemendheid ’n voorbeeld van die wyse waarop die digter intens persoonlike kwessies verdig tot universele menslike kondisies wat die buitestander aanspreek."

Uit die argief

TT Cloete se ''rykdom van die onvoltooide'': Andries Visagie voer 'n onderhoud met TT Cloete 2007
TT Cloete, Andries Visagie

Joan Hambidge in gesprek met TT Cloete oor sy bundel Heilige Nuuskierigheid
TT Cloete, Joan Hambidge


Top



De Nederlandse schrijver Sybren Polet (1924-2015) is sinds 19 juli niet meer

In een interview met Janet Luis in NRC Handelsblad spreekt Polet over de dood:

“De Romeinen en de Grieken schreven veel over de kunst van het sterven, maar het lezen van die boeken hielp mij nooit. Je moet je overgeven en dat kon ik pas toen ik rond mijn 80ste mijn eerste grote ziekte kreeg. Ik was bijna dood en op dat moment kon me dat niets schelen.”

Tsum Literair weblog

In juni 2015 bracht zijn uitgever Wereldbibliotheek nog twee werkjes van hem uit: 'Het aaahh en ooohh van de verbonaut', een bundel nagelaten gedichten, en 'De noodzaak van het overbodige', een verzameling literair-filosofische notities.

Sybren Polet was zijn pseudoniem voor Sybe Minnema. Hij is vooral bekend van de roman "Mannekino" uit 1968.

Polet publiceerde naast proza ook poëzie en teksten voor toneel. Hij kreeg in 2003 de Constantijn Huygensprijs. Daarnaast werd hij gedurende zijn carrière bekroond met nog een hele reeks andere literaire prijzen.

Polet was een van de Vijftigers, een groep jonge vooruitstrevende dichters die na de Tweede Wereldoorlog opkwamen. Ze braken met oude regels over vorm en stijl. Tot die groep behoorden ook Simon Vinkenoog, Remco Campert, Jan Hanlo, Lucebert en de Vlaming Hugo Claus. Ze hadden banden met de experimentele schilders van de Cobragroep. Alleen Remco Campert van de groep van de Vijftigers is nu nog in leven.

Toef Jaeger in zijn POSTUUM in De Standaard van 29 juli 2015 karakteriseert Sybren Polet als ‘een dwarse vernieuwer’.

Als Polet debuteerde hij officieel in 1953 met de poëziebundel 'Demiurgasmen'. Hij zou pas echt doorbreken als Vijftiger met zijn experimenteel proza in de romans 'Breekwater' (1961) en vooral 'Mannekino' (1968) en 'De Sirkelbewoners' (1970).
In plaats van rechtaan rechtuit een verhaal op te dissen, problematiseerde Polet het vertellen en schreef hij experimenteel metaproza waarin de mogelijkheden van literatuur zelf onderwerp werden van het verhaal. Het waren de hoogtijdagen van de nouveau roman in Frankrijk en van het andere proza in Vlaanderen met coryfeeën als Ivo Michiels en Daniël Robberechts. (Frank Hellemans – Knack.be).

Joris Note schrijft in 2010 vol lof in ‘Sybren Polet en de wisselende mens:
Sybren Polet blijft een van de allerbeste naoorlogse auteurs, veel belangrijker dan de verafgode... Nee, laat maar, aldus Joris Note in zijn bespreking van  de roman 'De sirkelbewoners'. Uitgeverij “Wereldbibliotheek” gaf de roman in 2006 opnieuw uit.
Joris Note: ‘Het is een boek over en uit een andere tijd, zeker, maar een tijd die in intellectueel en creatief opzicht oneindig veel steviger was dan die van onze hedendaagse aangenaamheid en tranerigheid. De roman laat met speelse middelen iets zien van waar het om ging in de emancipatietendensen van destijds, hij laat iets zien dat we verloren hebben. We hebben het nodig, laten we het terugzoeken.’

We laten u hier toch kennis maken met één van zijn gedichten:

LAATSTE SNEEUW VAN DE EEUW

Het is een eco-gedicht door hemzelf voorgelezen.

Zowat alle informatie over de overleden auteur vindt u op zijn website
http://www.sybrenpolet.nl/frameset.htm


Cover van
'Het aaahh en ooohh van de verbonaut',
een bundel nagelaten gedichten

 

Top



Ada Deprez overleden in Gent op 17 juli 2015

Ada Deprez werd geboren op 12 oktober 1928 te Oostende en is overleden op 17 juli 2015 te Gent.
Zij was hoogleraar aan de Faculteit Wijsbegeerte en Letteren – Afdeling Germaanse Filologie aan de Rijksuniversiteit Gent, later de Universiteit Gent.
Vele generaties studenten onderwees zij in de Nederlandse literatuurgeschiedenis.
Ada Deprez was als literatuuronderzoekster bekend om haar studie van de 19e eeuw in Vlaanderen.


Haar bibliografie is uitermate uitgebreid

Werken van Ada Deprez

Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften, later voortgezet als Bibliografie van de literaire tijdschriften
in Vlaanderen en Nederland

Top 5 edities op Bibliotheek.be:

In 1988 gaf Studia Germanica Gandensia in paperback een Huldenummer uit aangeboden aan Ada Deprez bij haar zestigste verjaardag. Daarin staan bijdragen van A. Bolckmans - H. Braems - J. Buysschaert - L. De Grauwe - M. Demoor - J. De Vos - J. Reynaert - J. Taeldeman - S. Vandepitte en K Van den broeck.

Cultureel Documentatiecentrum Ada Deprez

Het hoort bij de universiteitsbibliotheek van de KU Leuven.
Het fonds Cultureel Documentatiecentrum Ada Deprez met de collectie van de Gentse hoogleraar literatuurgeschiedenis bestaat uit onderwerpsmappen met voornamelijk knipsels over het literaire en culturele leven in Vlaanderen in de negentiende en twintigste eeuw.

Ook de Universiteitsbibliotheek Gent heeft een fonds ADA (ADA DEPREZ) in manuscript.

Orde van de Gentse Draak

In 2008 in haar 80ste jaar kreeg zij in Gent de Orde van de Gentse Draak. Die wordt toegekend aan een verdienstelijk persoon die de Vlaamse eigenheid in de ruimste zin in Gent promoot.
Ze was bestuurslid, lid en initatiefnemer van talrijke verenigingen die het Nederlands bevorderen en in de kijker zetten. Ook was ze een tijd voorzitter en lange tijd actief lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal-en Letterkunde en ijverde ze steeds voor het Nederlands.
'Ik ben zeer tevreden met deze trofee', zei Ada Deprez. 'Momenteel ben ik gepensioneerd, maar ik heb jarenlang met hart en ziel de Nederlandse taal en de kennis over de Nederlandse literatuur aan mijn studenten overgebracht.' 'Het Nederlands is een zeer uitgebreide taal en vandaag wordt ze in Gent veel beter en beschaafder gesproken dan voor 1946. Toen spraken mijn medestudenten die uit West-Vlaanderen kwamen of uit Antwerpen een afgrijselijk dialect, maar nu is dat veel beter. Onderling spreken ze misschien nog hun dialect, maar ik hoor toch verschil.' Het zou haar zeker verdriet bezorgen te weten dat vele studenten in Gent in hun dagelijkse omgang nu tussentaal hanteren in plaats van Standaardnederlands.

Afscheid

Ada Deprez kreeg een intiem afscheid in familiekring in aanwezigheid van haar zuster en haar neven en nichten. Haar overlijdensbericht verscheen in De Standaard en in dezelfde krant kwam ook een kennisgeving van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde, waarvan de overledene erelid was.
Zelf hebben we Ada Deprez gekend als jonge aankomende academica aan de Universiteit Gent tijdens onze studiejaren tussen 1955 en 1959. Zij heeft een bewonderenswaardige academische carrière uitgebouwd als hoogleraar en literatuurhistorica. Met spijt en weemoed vernemen we nu haar overlijden op 87-jarige leeftijd.

Ghislain Duchâteau

Top



Ter nagedachtenis Jos Pieters (1925-2014) – een verdienstelijk en gedreven lerarenopleider

Een jaar geleden overleed Jos Pieters.
Hij was docent en lerarenopleider van 1955 tot 1983 aan de Rijksnormaalschool te Hasselt.
Daar had hij als basisopdracht aankomende jonge leraren Nederlands op te leiden tot regenten, die nu professionele bachelors zijn. Zij mochten lesgeven in de eerste cyclus en soms ook in de tweede cyclus van de middelbare school aan kinderen van 12 tot 16 jaar.


De Rijksnormaalschool in Hasselt werd in 1955 opgericht en recruteerde een eerste lichting docenten vanuit het Koninklijk Atheneum in Genk. Onder hen was Jos Pieters. Hij was de eerste docent Nederlands. Later kwam Rik Retsin erbij die in de verdere jaren vooral de lerarenopleiding voor onderwijzers verzorgde voor het vak Nederlands. Zelf sloot ik bij dat groepje docenten aan na mijn studies aan de Rijksuniversiteit Gent in 1959, maar pas in 1971 kreeg ik een opdracht in het regentaat om beide eerst genoemde lerarenopleiders bij te staan. Toen Jos Pieters om gezondheidsredenen met pensioen ging heb ik hem opgevolgd in zijn functie. Later toen ikzelf op 60-jarige leeftijd in 1997 mijn pensioen verwierf, werd ik opgevolgd voor de regentaatsopleiding Nederlands door Marijke Hendrickx, die dit jaar in september 2015 ook vervroegd met pensioen gaat. Wie na haar komt in de functie is mij op dit ogenblik niet bekend.

Zoals blijkt uit de bovenstaande opvolgingen zijn er aan de hogere onderwijsinstelling die eerst Rijksnormaalschool heette evenzeer in de loop van de jaren veranderingen ontstaan. De Rijksnormaalschool die als zelfstandige onderwijsinstelling een autonome lerarenopleiding verzorgde op het niveau van kleuteronderwijs, het niveau van basisschoolonderwijs en op dat van de regentaatsopleiding werd later het Hoger Pedagogisch Instituut eveneens een zelfstandige lerarenopleiding. Later nog werd de lerarenopleiding geïntegreerd als een apart departement in de Hogeschool Limburg, die sindsdien ook al twee keren van naam veranderde. Eerst heette ze gedurende een aantal jaren Xioshogeschool en toen verleden jaar de fusie van hogescholen werd voltrokken, werd het departement lerarenopleiding een departement van de Hogeschool PXL.

Ook de didactiek Nederlands kende in de loop van die 60 jaar een opmerkelijke evolutie.
Om Jos Pieters te situeren in de didactiek van de tijd zouden we kunnen stellen dat hij nog lesgaf aan de Rijksnormaalschool te Hasselt voor de periode waarin Nederlands onderwijs geheroriënteerd werd naar communicatieonderwijs. 'Moedertaaldidactiek' van de Leidse Werkgroep, die de inzet van die nieuwe onderwijsvorm voor Nederlands betekende, werd in oktober 1973 voor het eerst gepubliceerd. Jos Pieters heeft zich in de laatste tien jaar van zijn carrière als lerarenopleider Nederlands niet zo betrokken gevoeld bij dat communicatieonderwijs. Hijzelf behoort nog hoofdzakelijk tot de tijd dat het onderwijs Nederlands om het zo te noemen taaltechnisch was met nadruk op grammatica, woordenschat, spelling e.d., nog voor er sprake was van de competentiedoelen zoals die in “Dertien doelen in een dozijn” werden vervat. Dat zogenaamde taaltechnisch onderwijs Nederlands stoelde wel op pedagogische en algemeen didactisch-methodologische inzichten die weldoordacht werden toegepast in de onderwijspraxis.  En op dat gebied heeft Jos Pieters opmerkelijke prestaties geleverd én voor zijn aankomende jonge leraren in hun studietijd én voor de ontwikkeling van het middelbaar onderwijs als dusdanig. Niet alleen werden zijn inzichten toegepast in de scholen waar zijn stagiairs aan het werk waren, maar door de publicatie van een hele reeks kleine handboeken voor het onderwijs zelf, die hoofdzakelijk in de scholen van het gemeenschapsonderwijs werden geïntroduceerd, werd het onderwijs Nederlands opvallend meer geoperationaliseerd en geconcretiseerd, zodat er binnen die onderwijsvisie efficiënter Nederlands werd onderwezen en ook de resultaten naar verwachting beter konden worden. 
  
Nu één jaar na het overlijden van Jos Pieters blijkt er een grote belangstelling te ontstaan voor zijn persoonlijkheid en voor zijn prestaties. Hij muntte uit als lerarenopleider, maar ook als volks- en heemkundige vooral toen hij vrijuit kon gaan na zijn pensionering. En als musicus met een buitengewoon gevoel voor muzikaliteit was hij actief als uitvoerder, dirigent, koorleider en componist. Al die facetten van zijn persoonlijkheid en de activiteiten die daaraan verbonden waren, worden nu vanuit de heemkundige hoek in een paar herdenkingsteksten gepubliceerd. Na een In Memoriam in het plaatselijke heemkundig blad van Diepenbeek waar Jos Pieters thuis hoorde, publiceerde nu de Limburgse heemkundige Jan Gerits in ‘Heemkunde Limburg – tijdschrift voor lokale geschiedenis en erfgoed’ jg. 2015, nr. 2 juni 2015 een Ter nagedachtenis van Jos Pieters (1925-2014), een verdienstelijke volkskundige en geschiedschrijver van Diepenbeek(blz. 32-37). Daarin wordt ook ruime aandacht besteed aan het ‘Baanbrekend werk in het onderwijs van de Nederlandse taal’, dat Jos Pieters op zijn actief heeft gebracht. De heemkundige auteur werd voor dat gedeelte goeddeels geïnspireerd door de gegevens van de oudste zoon Michel Pieters, die naast muzikant ook een lerarenfunctie vervult.

Wij blijven ons Jos Pieters herinneren als een gedegen en gedreven collega Nederlands in de lerarenopleiding, maar evenzeer als een trouwe vriend ook in al de jaren na zijn pensionering. Het is goed dat zijn verdiensten en zijn prestaties nu worden neergeschreven. Ze verdienen het op hun waarde te worden geschat. Ook voor later kunnen de gegevens uit die teksten nog een flinke documentaire betekenis krijgen. Beschouw deze nagedachtenis als een blijvend eerbetoon voor een uitermate verdienstelijk man, voor wie we het respect opbrengen dat de herinnering aan ons gezamenlijk streven en onze vriendschap voor altijd hebben geëvoceerd.

Klik door naar de tekst van Jan Gerits
Klik door naar het In Memoriam door Armand Mesotten


Ghislain Duchâteau

 

Top



De Zweedse dichter en Nobelprijswinnaar voor literatuur (2011)
Tomas Tranströmer is op 83-jarige leeftijd overleden

 

ARENDSKLIP

I
Ik heb verschillende verlangens
verwonderlijk roerloos
als reptielen achter terrarium glas.

II
Diep in de grond
glijdt mijn ziel
stil als een komeet.

III
Ik sta achter een wankelende muur.
De dood is windstil.
Een vrouw hangt in de stilte de was op.

IV
Heren van Portugal!
De spraak stroomt
in goten van zilverwit.

Tomas Tranströmer

In de weekendkrant van 28-29 maart 2015 trof ik een week nadien het berichtje aan van het overlijden van Tomas Tranströmer. Op donderdag 6 oktober 2011 reikte de Zweedse koning in Stockholm aan de dichter de nobelprijs plechtig uit. Hij zat toen al in een rolstoel en kon door zijn beroerte in 1990 niet meer goed spreken. De motivering voor de toekenning van de prijs luidde toen als volgt “Door middel van zijn doorschijnende beelden geeft hij ons een nieuwe toegang tot de werkelijkheid”. Het gebeurt niet vaak dat het dichterschap van een literator wordt bekroond met de grootste literaire onderscheiding. De Poolse dichteres Wisława Szymborska kreeg de prijs in 1996. Zij overleed op 1 februari 2012 op 88-jarige leeftijd. Tranströmer was in zijn 83ste toen hij op donderdag 26 maart 2015 overleed.

Tranströmer stamt uit een Zweedse journalistenfamilie. Hij studeerde af als psycholoog en werkte lange tijd in dat beroep. Hij maakte zijn debuut als schrijver in 1954. Hij is de meest gevierde dichter van Zweden. Zijn dichtwerk is in meer dan 60 talen uitgebracht en werd in het Nederlands vertaald door schrijver H. Bernlef die in 2012 is overleden. De herinneringen zien mij VERZAMELDE GEDICHTEN / MEMOIRES Vertaling en nawoord Bernlef in een uitgave van 2011 van De Bezige Bij.
Diezelfde uitgeverij gaf in de jaren ’80 en ’90 een aantal bundels uit van Tranströmer.

Tranströmer had altijd veel liefde voor de muziek. Na zijn beroerte in 1990 speelde hij muziek met de linkerhand. Heel wat stukken werden speciaal voor hem geschreven.

Tranströmer was ook entomoloog met de grootste verzameling insecten van Zweden. Aan één kever werd ook zijn naam gegeven.

Aan de hand van koppelingen naar betekenisvolle digitale documenten proberen we Tranströmer nog wat meer en beter voor te stellen als een uitzonderlijk en merkwaardig dichter en als persoonlijkheid.

  •  De officiële website - http://tomastranstromer.net/ - met teksten en video’s –
    met hem en over hem en met eigen lectuur van gedichten of nagezegd in het Engels.

Ghislain Duchâteau

Top



 

De Nederlandse schrijver Jan Brokken

In zijn artikel 'De werkelijkheid laat zich niet verloochenen - De boeken van Jan Brokken' in Ons Erfdeel FEB 2015 1 blz. 58-64 stelt literatuurrecensent Jeroen Vullings de in Vlaanderen te weinig bekende Nederlandse auteur tamelijk uitvoerig voor. We laten Vullings hier beknopt en karakteriserend aan het woord.

In die colleges voerde ik daarom boutadegewijs Brokken op, om de ijle verwachtingen van de aspirant-critici te temperen. Ik zei: “Niemand vraagt zich af: waar blijft de nieuwe Jan Brokken?”
 
p. 59-60
 
GEEN NEDERLANDSER SCHRIJVER
 
    ‘Waarom juist Brokken als voorbeeld gekozen? Omdat hij, eufemistisch gezegd, wel wat kàn, en toch zelden op favorietenlijstjes prijkt. Omdat hij een respectabel oeuvre bijeen schreef, maar pas met de oorlogsgeschiedenis De vergelding doorbrak bij het grote publiek. Brokken stond in Nederland aan de wieg van het genre literaire non-fictie, en ook op het autografische en romaneske vlak staat hij zijn mannetje. Hij heeft vijfentwintig boeken op zijn naam staan en vijf daarvan adviseer ik de literatuurminnaars die slechts van literaire berg naar berg willen hoppen: de roman De blinde passagiers en de non-ficiteboeken Jungle Rudy (de Verloren Wereld van Rudy Truffino); In het huis van de dichter; Baltische zielen (lotgevallen in Estland, Letland en Litouwen); De vergelding (een dorp in tijden van oorlog).

   
Maar vooral koos ik Brokken ten voorbeeld omdat Nederlandser schrijvers dan hij nauwelijks te vinden zijn. Niet het koersloze Nederland van nu, met zijn gedemocratiseerde wansmaak. Maar het Nederland van voor het doorgeschoten ik-tijdperk: degelijk; ingetogen; netjes op het brave af, behept met een fors arbeidsethos, de nestgeur van een gereformeerd verleden, en het actieve besef van een bildungsideaal. Ik wil maar zeggen: de Nederlandse identiteit bestaat, als residu van gedeelde geschiedenis en collectieve eigenschappen. Ten bewijze daarvan richt ik de priemende wijsvinger op het proza van Jan Brokken.
 
   Hij zal vermoedelijk de Nederlandse literatuurgeschiedenis ingaan als literaire non-fictieschrijver, in een adem genoemd met Geert Mak, Frank Westerman en Annejet van der Zijl. Binnen die richting schreef hij reisverhalen, interviews, reportages, portretten, essays, autobiografisch proza, populair-geschiedkundig werk. Dat klinkt helder, maar een dergelijke genreafbakening is diffuus en daardoor arbitrair: zijn autobiografische “roman van een vriendschap” In het huis van de dichter (over Youri Egorov) vormt namelijk een tweeluik met de niet-fictionele, cultuurhistorische portrettengalerij Baltische zielen – een schitterend standaardwerk. Zijn recentste boek De vergelding behelst een romanesk geschreven reconstructie van de verzwegen geschiedenis van het dorp Rhoon (de moord op een Duitse soldaat tijdens de Bezetting). De in Leiden geboren Brokken groeide als domineeszoon op in Rhoon, binnen zijn oeuvre was dat dorp het decor dat we, met alle overlapping van dien, terdege kennen uit zijn debuutroman De provincie en zijn autobiografie Mijn kleine waanzin.'

Top


Toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren 2015 aan Remco Campert 8-2-2015

De Nederlandse Taalunie maakt de toekenning bekend van de Prijs der Nederlandse Letteren aan Remco Campert. In Taaluniebericht van februari 2015 wordt die bekendmaking voluit in het licht gesteld met de voorstelling van Remco Campert als auteur en ook met een reactie van hemzelf op de toekenning van deze hoogste literaire onderscheiding.

Bekijk de video - 2' 2"

Top


Reus van de Zuid-Afrikaanse letterkunde André Brink overleden
op 6-2-2015

De veel bekroonde schrijver André P. Brink (79) is vrijdagavond 6 februari 2015 overleden aan boord van een KLM-vlucht van Amsterdam naar Kaapstad. Zijn gewezen echtgenote Alta Brink heeft dat bevestigd. Aan Netwerk24 verklaarde zij: “Ik kan meedelen dat de hele familie veel verdriet heeft”.

Brink en zijn vrouw, Karina Szczurek, was van Amsterdam onderweg naar hun huis in Kaapstad, nadat Brink eerder die week een eredoctoraatsgraad van de Franssprekende Katholieke Universiteit van Louvain-la-Neuve ontvangen had.

Brink van wie de gezondheid de voorbije paar jaren niet goed was, heeft de laatste paar maanden gesukkeld om te stappen en heeft dat eredoctoraat in een rolstoel in ontvangst genomen.

De literaire wereld in Zuid-Afrika heeft zaterdag met een schok zijn heengaan vernomen.
______________________

“ Hy was ’n reus. Een van daai skrywers wat ’n mens net een maal in jou lewe ontmoet. ”
- Kerneels Breytenbach



___________________

Breytenbach zei dat Brink niet alleen een van de grote schrijvers in het Afrikaans was, hij heeft ook een grote betekenis gehad als literaire criticus – vooral in de jaren 1970 toen hij de boekenbladzijden van de zondagskrant Rapport onder zijn bevoegdheid had.“Daar vond je losweg de beste era die de literaire kritiek in het land tot dan toe had beleefd,” zei hij.

Brink stond ook op de voorpost in het gevecht tegen politieke censuur.

“Hij heeft niet enkel censuur aan eigen lijf ondervonden met het verbod op verscheidene van zijn boeken, maar samen met mensen als Breyten Breytenbach heeft hij namens andere schrijvers daartegen gevochten.”

Breytenbach zei nog dat hij ook een grote rugbyliefhebber was.

André Philippus Brink is op 29 mei 1935 in Vrede in de Vrijstaat geboren waar zijn vader magistraat was.
Hij heeft aan de Universiteit van Potchefstroom gestudeerd en heeft samen met Breyten Breytenbach en Etienne Leroux de kern gevormd van een groep schrijvers die later bekend zou worden als “de Zestigers” en die een belangrijk vernieuwende invloed op de Afrikaanse letterkunde had.

Zijn roman “Kennis van die aand” (Kennis van de avond) uit 1973 was het eerste Afrikaanse boek dat in die tijd door de censuurraad verboden werd. Hij heeft daarna de roman in het Engels vertaald en hij is internationaal gepubliceerd als “Looking on Darkness”. Van toen af heeft Brink bijna al zijn romans tegelijk in het Afrikaans en het Engels geschreven.

Hij was ook bekend als letterkundige en vertaler en heeft o.m. Don Quixote en Alice in Wonderland in het Afrikaans vertaald.

Hij was een van de productiefste Afrikaanse schrijvers en heeft o.m. 26 romans en 14 toneelstukken op zijn actief en ook verscheidene bundels reisverhalen, boeken over wijn en brandewijn en meer dan 50 vertalingen. Zijn bekendste boek was
'n Droë wit seisoen
, dat is verfilmd als A Dry White Season met Donald Sutherland in de hoofdrol. Hij speelde daarnaast bijvoorbeeld ook een rol in een soap-serie, 7de Laan.

Dankzij Brink kan iedereen vandaag klassieke werken zoals Die Vindingryke Ridder Don Quijote de la Mancha van Cervantes, Alice in Wonderland door Lewis Carroll, Die klein prinsie van Antoine de Saint-Exupéry en werken van Shakespeare, Camus, Henrik Ibsen en Graham Greene in het Afrikaans lezen.

Hij was emeritus hoogleraar Engels aan de Universiteit van Kaapstad.

Zijn werk is een aantal keren bekroond en hij heeft de Hertzogprijs voor zowel drama (Die jogger in 2000) als voor proza (Donkermaan in 2001) gewonnen.

Zijn romans ‘An Instant in the Wind’ en ‘Rumours of Rain’ werden allebei op de shortlist voor de prestigerijke Bookerprys geplaatst.

In 2009 presenteerde Brink zijn autobiografie 'n Vurk in die Pad (als “Tweesprong” in het Nederlands vertaald)

"Hij was een moedig man in zijn tijd. In die rol is hij ongelooflijk. Hij heeft een geweldige hoeveelheid studenten opgevoed en bewust gemaakt. In die zin heeft hij een grote erfenis nagelaten", aldus Adriaan Van Dis.

Lees meer:

■ ​Belgiese universiteit vereer André P. Brink
■ André P. Brink deur ACT vir lewenswerk vereer
■ ​André P. Brink gesels oor vroue van vlees en op papier
(beperkt bereikbaar)

Tekst naar Peter Malan in het Afrikaans

Brink was in Europa om een eredoctoraat van de Franstalige Université Catholique de Louvain in ontvangst te nemen. Tijdens de plechtigheid op 2 februari hield André Brink een indrukwekkende toespraak, waarin hij vooral de studenten opriep om altijd vragen te blijven stellen, ook al zijn de antwoorden vaak onzeker, en om een kritische en nieuwsgierige houding te blijven innemen tegenover alle vormen van macht. Een video-opname van Brinks toespraak, in vloeiend Frans, vindt u Books Live. De Afrikaanse vertaling van deze toespraak vindt u op de site van Netwerk24. Rob van der Veer, die vanaf de jaren ’80 alle Nederlandse vertalingen van Brinks werk heeft geleverd, haalt herinneringen aan Brink op op de site van Maandblad Zuid-Afrika.

In Memoriam André Brink in LitNet(van 21 persoonlijkheden)

Een interview met André Brink uit 2013 (in het Engels + 1 uur)

Boekendossier van André Brink voor wie zijn werk wil exploreren:

http://www.boekentaal.info/?p=1624

Artikel van Wim Bossema over hem en zijn autobiografie in De Volkskrant: Lange tijd het geweten van de Afrikaners

Brink in Wikipedia

Top



Hoe Skylla in een graafmachine veranderde -
intrigerende doctoraatscriptie over jeugdliteratuur in onze tijd

Promotie

Op donderdag 18 december 2014 promoveerde Sylvie Geerts in het gebouw van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) in Gent tot doctor in de Letterkunde aan de Universiteit Gent op een proefschrift met de bovenstaande titel. De volledige titel geeft al meer inzicht in de aard van dit wetenschappelijk werkstuk  “Hoe Skylla in een graafmachine veranderde. De receptie van de klassieke mythologie in de Nederlandstalige jeugdliteratuur van 1970 tot vandaag”

De pers

Het moet worden gezegd: dit proefschrift trok de aandacht van heel velen die belangstelling hebben voor literatuur, het onderwijs, de media - die ook wel verslag uitbrengen over jeugdliteratuur. In haar artikel ‘Odysseus vs. De Hulk’ citeert journaliste Inge Schelstraete in De Standaard de schrijfster als volgt “Dode talen, levende verhalen: de Griekse mythen zijn een populaire inspiratiebron voor jeugdboeken die de jonge lezer willen uitdagen.” En inderdaad: “De nieuwste trend is dat er lustig wordt geknipt uit de mythen. En dat ze met andere verhalen worden vermengd. ‘Een stukje Hulk, een beetje mythologie, wat Harry Potter. Je ziet dat die boeken mikken op jongeren die snel informatie kunnen opzoeken. Vroeger was een mythe meer een deel van ons erfgoed, dat zo getrouw mogelijk werd verteld’. Dit is wellicht toch wel een wat ‘verknipte weergave’ van auteurs en lezers van dit soort teksten.

Klassieke mythen in Nederlandstalige jeugdliteratuur

Geerts onderzocht hoe klassieke mythes hun sporen nalaten in de Nederlandstalige jeugdliteratuur. Uit haar onderzoek is gebleken dat de interesse voor klassieke mythologie nog altijd populair is. De promovenda zegt: “Net zoals oude mythes zelf, geven hedendaagse bewerkingen ervan betekenis aan de wereld. En daarom krijgen sommige klassieke figuren in jeugdboeken van nu een hedendaags jasje.

Het vrouwelijke monster Skylla (cfr. illustratie) uit de Odyssee wordt een graafmachine op een bouwplaats in het met de Gouden Griffel bekroonde boek Dissus van Simon Van der Geest. Een ander voorbeeld: personages als Ikaros en Arachne, die in mythes gestraft worden voor overmoedig gedrag, worden gebruikt om actuele opvattingen over de verhoudingen tussen jongeren en volwassenen over te brengen. Daaruit valt duidelijk af te leiden dat “Odysseus niet dood is”. Het aanbod aan Nederlandstalige jeugdbewerkingen van klassieke mythes is dan ook groot en gevarieerd en houdt de klassieke traditie tot op heden levend. Latijn en Grieks zijn als talen dan misschien uitgeteld, de verhalen uit de klassieke traditie zeker niet (Persbericht The Art Server).


Beschrijving van de onderzoeksactiviteiten

Wellicht is het goed hier toch wat dieper in te gaan op het onderzoek en de resultaten van de nieuwe doctor in de Letterkunde. Sinds 2007 is Sylvie Geerts assistent aan de afdeling Grieks van de UGent. Ze begon toen al o.l.v. prof. Kristoffel Demoen en dr. Bruno Vanobbergen  met het onderzoek dat nu met haar doctoraatsscriptie is afgerond. In haar onderzoekswerkzaamheiden richtte ze zich op de receptie van het klassieke, de klassieke mythologie, jeugdliteratuur, bewerkingen en ideologie in literatuur. Zij concentreerde zich op Nederlandstalige hervertellingen voor jonge lezers van klassieke mythologie van 1970 tot nu als vorm van receptie van het klassieke.

Sylvie Geerts beschrijft haar onderzoek als volgt.

‘De onderzoeksopzet vertrekt van de observatie dat binnen de in de Lage Landen gepubliceerde jeugdliteratuur hervertellingen van Griekse en Latijnse bronteksten een relatief grote plaats innemen ten opzichte van het steeds afnemende belang van ‘het klassieke’ in onderwijs, en bij uitbreiding cultuur. Opvallend is de hausse die vanaf de jaren ’90 kan worden waargenomen in de publicatie van jeugdbewerkingen van klassieke mythen en waarvan de Nederlandse Imme Dros (1936°) de spilfiguur kan worden genoemd.

Een tweede belangrijke impuls voor dit onderzoek is te situeren binnen het groeiende veld van de ‘Reception Studies’, waar toenemende aandacht is voor tot nog toe weinig onderzochte vormen van receptie, zoals de studie van populaire cultuur.

Aan de basis van de vraagstelling ligt de vanaf de jaren ’70 ontwikkelde theorie van het Reader Response Criticism door Robert Jauss en Wolfgang Iser. Het erkennen van de actieve deelname van de lezer in het proces van betekenisvorming heeft zowel de benadering van receptie van het klassieke, als de kritische omgang met jeugdliteratuur in belangrijke mate beïnvloed. Een van de basisuitgangspunten van de huidige Reception Studies is immers dat niet alleen een individuele tekst wordt gezien in relatie tot een brontekst, maar dat ook de bredere culturele processen die deze relatie tot stand brengen in rekening worden gebracht. Receptie wordt dus als een proces gezien dat in twee richtingen werkt, als een dialoog tussen heden en verleden. De inzichten van het Reader Response Criticism hebben er ook toe geleid dat het onderzoek naar jeugdliteratuur is geëvolueerd van de in de jaren ’70 dominante visie op de relatie tekst-lezer als een van eenvoudige identificatie tot een meer complexe visie waarbij teksten worden gezien in hun relatie tot bredere culturele, sociale en politieke processen.

Vanuit deze achtergrond stelt dit project zich tot doel hervertellingen van klassieke mythen voor jongeren te belichten vanuit een ideologie-kritisch perspectief. Daarbij wordt dus uitgegaan van de idee dat een bewerking als vorm van receptie ingaat op waardegeladen aspecten zoals bijvoorbeeld ras, gender en klasse die inherent zijn aan de brontekst in relatie tot/in dialoog met een geheel van waarden eigen aan de Westerse cultuur.
Centraal staat de vraag hoe bewerkingen van klassieke mythologie als artefacten de verschillende manieren kunnen zichtbaar maken waarop we de klassieken (re)construeren binnen een bepaald discours (i) over de klassieken (ii) over het kind (als ontvanger van de klassieken).

Wat de selectie van het primair bronmateriaal betreft, maakt een corpus over een periode van ongeveer 40 jaar het mogelijk tendensen en evoluties waar te nemen. De Nederlandstalige bewerkingen voor jongeren van klassieke mythen als specifieke vorm van receptie van het klassieke worden daartoe in eerste instantie geplaatst in een breder socio-historisch kader van de receptie van het klassieke in de lage landen, van de ontwikkeling van jeugdliteratuur en van de wisselende visies op ‘kind- zijn’ die deze beïnvloeden.

Om dit diachrone beeld van het corpus te vervolledigen, zal verder een ideologiekritische lezing van de hervertellingen worden uitgevoerd. Daartoe worden een aantal specifieke ideologische aspecten bepaald o.a. gender (feminisme en ‘masculinity’), ecokritiek en identiteit en wordt per aspect een brontekst als sleuteltekst geselecteerd die aan de hand van verschillende methodes (o.a. vertaalwetenschap, narratologie, reader response criticism) wordt onderzocht in relatie tot de brontekst en -cultuur en de context.”

Bron: http://vertalen.augent.be/leden/sylviegeerts

Weerklank en nuttig gebruik in de klas

Het onderzoek dat zowat zes jaar in beslag nam wordt nu bekroond met de promotie van de jonge doctor in de Letterkunde. Laten we nu maar verwachten dat de gewekte belangstelling meer dan voorbijgaand is en dat haar onderzoeksresultaten in het jeugdliteratuuronderwijs niet enkel weerklank vinden, maar ook nuttig kunnen worden gehanteerd in de lessen zelf, zeker in de literatuurlessen Nederlands op het passende onderwijsniveau.
In elk geval kunnen lerarenopleiders er doelmatig gebruik van maken.

Top

 


 

Anneke Brassinga wint de PC Hooft-prijs 2015

Het tijdschrift Ons Erfdeel besteedt ruime aandacht aan dat gebeuren en ook aan de poëzie van de bekroonde dichteres.

Hoe stiller ik sta hoe meer ik minder –
de ruimte valstrik, genade neemt met sprongen af
tot vonk van dwaallicht rond het bokkige:
redeloos onding ik.
De nederlaag zal overwinning zijn op
al mijn schijngestalten -
om te willen wat moet:
ontketend ontbreken

 ‘Tak the dede’, uit: Het wederkerige,
De Bezige Bij, Amsterdam, 2014.



‘Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 1948) krijgt de P.C. Hooft-prijs 2015 voor haar gehele poëtische oeuvre. “Wie gedichten van Anneke Brassinga leest, stapt binnen in een geestverruimend heelal van taal. In elk gedicht openen zich onvermoede vergezichten van zeggingskracht. De taal wordt omgekeerd, uitgekleed en weer opnieuw uitgedost totdat alle registers die er ooit in voorgekomen zijn weer meedoen”, schrijft de P.C. Hooft-jury over haar werk.'

De P.C. Hooft-prijs 2015 van 60.000 euro voor Anneke Brassinga is toegekend na het oordeel van een jury met Wim Brands, Anja de Feijter, Rozalie Hirs en Erik Lindner, onder leiding van voorzitter Maaike Meijer.

Ons Erfdeel heeft het oeuvre van Brassinga goed gevolgd. Het geeft een overzicht met koppelingen naar de integrale artikels.


Top


 

Zuid-Afrikaanse schrijver Breyten Breytenbach kreeg eredoctoraat van de Universiteit Gent

Op woensdag 3 december 2014 reikte de Universiteit Gent in de Aula een institutioneel eredoctoraat uit aan de Zuid-Afrikaanse dichter, schilder, romancier, theaterschrijver, essayist en vrijheidsactivist Breyten Breytenbach. Het literair werk van Breytenbach is in vele talen vertaald en is meermaals bekroond met prijzen en onderscheidingen.

Bekijk het filmpje van de uitreiking (1'53")

Johan De Haes sprak met hem in Brussel op 12 november 2013.

Biografie

Literair werk

Breytenbach debuteerde in 1964 met de bundel innovatieve gedichten Die ysterkoei moet sweet. In de poe?ziebundel Oorblyfsels/Voice over (2009) ging hij een nomadische conversatie aan met een overleden vriend,
de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish. Voor dit werk ontving hij de Protea-prijs in Zuid-Afrika, de Mahmoud Darwish Award in Ramallah en de Max Jacob-prijs voor de Franse vertaling ervan. Zijn jongste dichtbundels zijn Die beginsel van stof (2011), Katalekte (2012) en Vyf-en-veertig skemeraandsange (2014). Hij leeft en werkt in Europa, Senegal en Zuid-Afrika.

Programma uitreiking eredoctoraat

• Verwelkoming door professor Anne De Paepe, rector Universiteit Gent
• Laudatio door rector Anne De Paepe en door professor Yves T’Sjoen, vakgroep Letterkunde, faculteit Letteren en Wijsbegeerte
• Uitreiking van het institutioneel eredoctoraat
• Toespraak door de heer Breyten Breytenbach, eredoctor
• Voordracht van gedichten van de heer Breyten Breytenbach door de heer Laurens van Krevelen, oud-uitgever Meulenhoff
• Slottoespraak door de heer Adriaan van Dis, Nederlands schrijver

Praktisch

Uitreiking van het institutioneel eredoctoraat aan Breyten Breytenbach op woensdag 3 december 2014 om 17.30 uur in de Aula, Voldersstraat 9, 9000 Gent.

Naar aanleiding van de uitreiking van het eredoctoraat organiseerde het Gents centrum voor het Afrikaans en de studie van Zuid-Afrika (UGent) op 4 en 5 december 2014 een colloquium. Op vrijdagnamiddag 5 december gaf de heer Breytenbach om 13.30 uur een publiekslezing. Info: www.afrikaans.UGent.be

Top


 

Een onuitputtelijke gegevensbron voor elke docent en schoolbetrokkene: de startpagina van Martijn Schoonderwoerd

Dit is ze: www.wolfertisk.eigenstart.nl

Martijn Schoonderwoerd is docent Nederlands tweede taal aan de Wolfert van Borselen scholengroep voor openbaar voortgezet onderwijs. Voor zijn eigen school heeft hij de startpagina www.wolfertisk.eigenstart.nl gemaakt.

Op die startpagina staan meer dan 700 koppelingen, verdeeld over zo’n 90 categorieën. Veel van de links hebben betrekking op NT2-materiaal: video’s, liedjes, apps, lesmateriaal, uitleg en oefeningen. De startpagina bevat dus ook veel interessante koppelingen voor docenten extra muros.

De startpagina is verdeeld in links voor leerlingen en links voor docenten. Bij de docentenlinks staan ook koppelingen naar tal van pagina’s over het leraarschap: pagina’s over activerende didactiek, leerlingenbegeleiding, ICT-gebruik, flipping the classroom, interculturele communicatie, taalgericht vakonderwijs enz. enz. Het is waarlijk een onuitputtelijke gegevensbron voor docenten, leerlingen en al wie met het onderwijs te maken heeft.

In de derde kolom van die startpagina staan zowat 28 verschillende rubrieken die alle betrekking hebben op het onderwijs Nederlands van syllabi Nederlands tot tijdschriften en uitgeverijen. Elke rubriek toont in blauw en onderstreept de koppelingen die onder het kopje zijn gebracht. Ze zijn elk stuk voor stuk aanklikbaar en reiken telkens de opgevraagde informatie aan.

Een van de 28 rubrieken kan als voorbeeld dienen.

Activerende didactiek (taal)

Neem nu even onder de cursor die ‘Activerende leeslessen’. Als je klikt op de link, dan verschijnt de hele serie leeswerkvormen met alle informatie daarbij zoals de SLO ze presenteert op haar website. Het pdf-document omvat 11 pagina’s.

Bron: http://basistaal.slo.nl 1

Zo kunt u lezen op pagina 1.  

 School: Driestar College Pagina 1 van 11 Onderwerp: Activerende werkvormen voor leesvaardigheidsonderwijs Project: Taalverbeteringsplan 2009-2013 / Project Aandacht voor taal Samensteller: SLO, Tiddo Ekens, 20 augustus 2009

Activerende werkvormen voor leeslessen
De publicatie Activerende lees- en schrijflessen (SLO, 2008) beschrijft uitvoerig een aantal werkvormen om het leesonderwijs activerend en afwisselend te laten plaatsvinden. In de later verschenen publicatie voor de Stichting NOB (www.stichtingnob.nl/mmbase/attachments/4447372) is een kortere beschrijving beschikbaar, waaruit hieronder geciteerd wordt.

Vijf tips voor een activerende les
Tip 1: Hou het lestempo hoog Een hoog lestempo houdt de leerlingen scherp. Geef liever iets te weinig tijd voor het uitvoeren van een opdracht dan te veel tijd.

Tip 2: Varieer met korte lesactiviteiten Voor een actieve werkvorm geldt hetzelfde als voor iedere werkvorm: als het te lang duurt, verveelt de werkvorm en verslapt de aandacht. Twee richtlijnen:
 Plan lesactiviteiten van maximaal een kwartier.
 Zorg binnen een les voor afwisseling tussen werkvormen: actief-passief, alleen-samen, lezen-schrijven.

Tip 3: Streef in een les naar een volledig leerproces In een leerproces wisselen volgens Kolb idealiter vier leerfasen elkaar af: ervaren, reflecteren, conceptualiseren en toepassen. Er zijn ook andere indelingen mogelijk, bijvoorbeeld:
 onthouden – begrijpen – integreren – toepassen (S. Ebbens)
 input – reproductie – geleide toepassing – transfer (oefentypologie Neuner)
Check telkens of de les een of meer van deze leerfasen bevat.
 
Tip 4: Herinner voortdurend aan de theorie De theorie uit de lesmethode speelt een noodzakelijke rol bij activerende lees- en schrijflessen. Leerlingen hebben een gemeenschappelijk begrippenapparaat nodig om inzicht te krijgen in hun lees- en schrijfvaardigheid. Dankzij dit inzicht kunnen ze gericht verder leren en beter worden.

Tip 5: Blijf ook zelf actief Activerende lessen zijn niet alleen voor de leerling actief, ook de docent is voortdurend actief. De docent begeleidt niet alleen het proces (door zelf vragen te stellen en die van leerlingen te beantwoorden), maar zorgt ook voor de directe koppeling met de theorie uit de methode.

Hier kunnen docenten Nederlands en andere vakdocenten rustig gebruik van maken.
Andere informatie vanuit de links kan dienstig zijn voor de klassenmanager, pedagoog, didacticus, lid van de schoolorganisatie, coach, innovator, mentor, ICT-gebruiker en toetsafnemer...

Houd dit nuttig werkapparaat bij voorkeur heel dicht onder bereik. U kunt het bij de favorieten plaatsen op uw computer.

(December 2014)

Top



 

Dossier Nederlands

 

Wat is de Nederlandse standaardtaal - in kort bestek?

De belangrijkste kenmerken van de Nederlandse standaardtaal

Het is de taalvariëteit die:
- algemeen gebruikelijk is binnen het taalgebied
- die vanuit een historische ontwikkeling ontstaan is door standaardisering
- die formeel maar ook informeel (als omgangstaal) wordt gebruikt op basis van het afstandsprincipe
- we bij voorkeur gebruiken tegenover onbekenden en tegenover anderstaligen die (pogingen doen om) Nederlands (te) spreken
- door de spreekgemeenschap ruim wordt geaccepteerd
- voor de woordenschat, de grammatica en de uitspraak gecodificeerd is als in woordenboeken, standaardnaslagwerken e.d.
- voornamelijk wordt gebruikt in het onderwijs, door de overheid en in de media
- onderscheidbaar is van tussentaal en van het dialect door een wat fluctuerende grens - herkenbaar bij spreektaal via kennis en vaardigheid maar vooral in de eerste plaats door de attitude van de spreker om bewust de standaardtaal te willen gebruiken in de gespreksituatie
- je op de openbare omroep zowel over de radio als op de televisie hoort uit de mond van journalisten en vaste medewerkers en die door taalgebruikers als model of norm kan worden nagestreefd.

Naast de term Standaardnederlands kunnen we Algemeen Nederlands of Nederlandse standaardtaal als benaming voor die variëteit van onze taal gebruiken.

Fundamentele informatie over standaardtaal vindt u op Taaladviesnet van de Nederlandse Taalunie.

Top

Nederlands Vanzelf Sprekend

OPROEP

Als inwoners van het Nederlandse taalgebied richten wij ons met deze tweevoudige oproep tot iedereen die verantwoordelijkheid draagt in de politiek, het onderwijs en de media.

Wij doen dat vanuit de overtuiging dat aan allen, wat hun achtergrond ook moge zijn, maximale kansen geboden moeten worden om hun talenten te ontwikkelen en daarmee bij te dragen aan het eigen welzijn en dat van de gemeenschap in eigen land en daarbuiten.

Wij beseffen dat daartoe veel inzet nodig is, op verschillende gebieden. Wij beperken ons hier echter tot de taalbeheersing. Die is immers een fundamentele vereiste om toegang te krijgen tot de wereld van wetenschap en cultuur. Ze is ook onmisbaar om als volwaardig weerbaar lid te functioneren in onze open democratie.

1.Vanwege de fundamentele rol in het verwerven van kennis en functioneren in de gemeenschap dringen wij aan op versterking van het onderwijs in het Standaardnederlands.

Wij verwachten ook dat het zo veel mogelijk wordt bijgebracht aan anderstaligen die zich bij ons vestigen, zodat ook zij alle kansen krijgen.

2.Om culturele en economische redenen dringen wij er verder op aan dat alles in het werk wordt gesteld om de taaleenheid van Nederland en Vlaanderen te bevorderen.

Die biedt immers de beste garantie om het Nederlands te behouden als volwaardig communicatiemiddel in en voor een gemeenschap van ruim 23 miljoen taalgebruikers.

Wij verwachten van de Taalunie en de beleidsinstanties, vooral die van het onderwijs en de media, dat ze zich daarvoor ten volle inzetten.

Actiegroep Nederlands

Roland Baetens, Jan Bosmans, Leo Camerlynck, Marc Coussement, Peter Debrabandere, An De Moor, Louis De Troij, Ghislain Duchateau, Joep van Hasselt, Pieter Geertsma, Arnold Herman, Hans Nieuwdorp, Eric Ponette, Marijke Seresia, Theo Strauven, Hubert Sturtewagen, Dirk Van Bogaert, Jan Verhaverbeke, Johan Velghe, Jan Verleysen, Marc Van Outryve, Stijn Verrept, Joris Witkam

PETITIE

Hieronder staat de koppeling naar de bijhorende online-petitie.
De petitie werd evenwel afgesloten op 1 augustus 2014.
Er zijn 5.688 ondertekenaars

http://www.petities24.com/nederlands_vanzelf_sprekend

De actie gaat onverminderd door. Als u op de hoogte wilt worden gehouden van verdere initiatieven, volstaat het om uw naam, adres en functie te sturen naar oproepnederlands@gmail.com
_________________________________________________________

INTERVIEW

Ook is een interview van Peter Debrabandere, lid van de Actiegroep, verschenen in het tijdschrift Doorbraak. Daarin licht hij de diepere achtergrond toe van deze actie. Het gaat om de status van het Standaardnederlands en om de correcte perceptie van onze taal. Dit verhelderend interview kunt u lezen onder
http://www.doorbraak.be/nl/nieuws/nederlands-vanzelf-sprekend.

 

Leden van de Actiegroep Nederlands na de vergadering van maandag 24 februari 2014

Toelichting bij de Oproep Nederlands Vanzelf Sprekend

De oproep is een reactie op het artikel van Geert Van der Speeten in De Standaard (11 juni 2013) waarin gesteld werd dat het Nederlands in Nederland en Vlaanderen uit elkaar groeit en niemand zich daarover zorgen lijkt te maken.

Toen geen enkele instantie op het artikel bleek te reageren, hebben een aantal Vlaamse leden van de Orde van den Prince gemeend een actiegroep te moeten opzetten. Zij hebben gelijkgezinden uit andere Vlaamse organisaties en Nederlandse relaties uitgenodigd om samen de bovenstaande oproep op te stellen en te verspreiden in Vlaanderen en Nederland. Hij is ondertussen meer dan vijfduizendmaal ondertekend door Nederlandstaligen uit Vlaanderen, Nederland en daarbuiten.

De initiatiefnemers constateren dat  Vlamingen en Nederlanders van de verschillende regio’s elkaars taalgebruik in de meeste gevallen  goed verstaan. Zij beseffen dat dit in hoge mate te danken is aan de inspanningen die het onderwijs en de media hebben geleverd.  Zij betreuren echter dat de aandacht voor de Standaardtaal de laatste tijd is verminderd, met alle gevolgen van dien. Zo blijkt dat ook sommige niet-dialectische televisieprogramma’s ondertiteld moeten worden voor goed begrip over de staatsgrens.

De initiatiefnemers wijzen elke particularistische houding af en bevestigen de keuze die door Vlamingen al in de negentiende eeuw is gemaakt, voor taaleenheid met Nederland.

Die gemeenschappelijke standaardtaal is hét instrument om over de staatsgrenzen heen samen te werken en de gemeenschappelijke cultuur verder uit te bouwen.

Taaleenheid sluit enige variatie niet uit

Een goed bruikbare definitie van de Standaard- of Cultuurtaal is te vinden in het woordenboek van Koenen: nationale taal, gekweekt en gevormd boven en naast het dialect en in alle gewesten onderwezen en, zij het met dialectvormen gemengd, gesproken en geschreven.

Vanzelfsprekend komt dus in elke cultuurtaal enige interne variatie voor. Zelfs wie ze goed beheerst, zal er toch tot op zekere hoogte van afwijken. De mate waarin ervan wordt afgeweken, bepaalt of iemands taal al dan niet als cultuurtaal wordt ervaren.

In principe wordt wie de cultuurtaal gebruikt, overal in het taalgebied begrepen en aanvaard. Bovendien sluit ze niemand buiten, uit welk (dialect)gebied hij of zij ook komt. Wie ze, eventueel naast zijn dia- of regiolect, voldoende beheerst, krijgt toegang tot een veel ruimer communicatiegebied.

Uiteraard kunnen wij in elke cultuurtaal ook verschillende registers onderscheiden gaande van de zogenaamde stadhuis- tot de keukentaal. Het is belangrijk om – eventueel naast andere varianten - een aantal van die registers van de Standaardtaal te beheersen en te weten waar en wanneer ze kunnen/ moeten worden gebruikt. Met name in het onderwijs moet men zich echter realiseren dat het vermogen om zich  verschillende registers en varianten eigen te maken, beperkt is. De registers van de Standaardtaal verdienen daarom de meeste aandacht, ook de informele.  

Wij mogen ervan uitgaan dat veel jongeren van huis uit, door contact met leeftijdsgenoten, via de televisie en op andere manieren met een regionale en/of tussentalige variant vertrouwd zijn. De maatschappij mag van het onderwijs en de media  verwachten dat een volgende stap gezet wordt, dat zij dus in de eerste plaats de verschillende registers van de Standaardtaal aanbieden.

De Standaardtaal wordt in een bepaalde periode  gevormd in een gebied dat economisch en cultureel de meeste uitstraling heeft. Voor het Nederlands is dat de regio Amsterdam-Den Haag geweest in de 17de eeuw. Het taalgebruik van de immigranten uit Vlaanderen heeft daarin een niet te onderschatten invloed gehad.

Als gevolg van historische omstandigheden heeft het Nederlands zich in Nederland vrij kunnen ontwikkelen terwijl het in het door de Franse cultuur gedomineerde Vlaanderen verwaarloosd werd.  Gelukkig is veel in positieve zin veranderd en hoeven veel Vlamingen qua taalbeheersing niet meer onder te doen voor de taalgenoten in Nederland.  Dat is in hoge mate te danken aan de inzet in het onderwijs en aan geëngageerde linguïsten die voor het nodige materiaal hebben gezorgd.

Net als voor andere talen geldt ook nu voor het Nederlands dat een bepaalde regio ‘toonaangevend’ is in de voortdurende evolutie van de Standaardtaal. Dat hangt samen met historische, numerieke, economische en culturele elementen.

Hoe sterker en zelfbewuster andere regio’s echter worden, hoe minder ze geneigd zullen zijn om (ook de taal-) normen van de toonaangevende regio te volgen.  Maar vanuit hun economisch en cultureel eigenbelang zullen zij het toch wel in mindere of meerdere mate (moeten) doen.  Wie door zo veel mogelijk taalgenoten gelezen of gehoord wil worden,  moet het instrument gebruiken dat de meeste mogelijkheden biedt. Dat geldt ook voor wie meer kennis en cultuur wil verwerven, meer wil kunnen opkomen voor zijn en andermans rechten. Als democraten moeten wij daartoe proberen alle mogelijkheden te bieden.

Vlaanderen vormt bijna een derde van de Nederlands-Vlaamse regio. Net als Nederland behoort  het tot de meest ontwikkelde en economisch sterkste regio’s van Europa. Het ligt dan ook voor de hand dat woorden en uitdrukkingen die bij de ‘spraakmakende gemeente’  in Vlaanderen algemeen zijn en algemeen aanvaard, zonder meer tot de Nederlandse standaardtaal behoren en als zodanig moeten worden erkend. Het zou overigens goed zijn als in het onderwijs ook wordt gewezen op verschillend woordgebruik dat in Nederland of Vlaanderen algemeen is maar in het eigen gebied minder of niet.

De actiegroep is echter wel van mening dat de verschillen niet beklemtoond moeten worden aangezien ze op termijn de taaleenheid bedreigen.

Uiteraard ontstaan de meeste woordcreaties  in het grootste en sterkste gebied. In een aantal registers raken ze moeilijker de staatsgrens over. Hier dreigt dus gevaar en hier moet overleg worden gevoerd willen Noord en Zuid niet uit elkaar groeien, wat uiteindelijk voor het hele taalgebied negatief zou zijn.

In zijn Manifest voor het Nederlands in België  (24 september 2011) heeft de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde gesteld dat Vlaanderen nog altijd een “omgeving is van zwakke standaardisering”.

Het is dan ook niet zinvol om woorden die in Vlaanderen vroeger vrij algemeen waren en nu in hoge mate vervangen zijn door de Standaardnederlandse, te gaan promoten.  Denk maar aan rond punt /rotonde, inhuldigen/onthullen, interimbureau/uitzendbureau, proces inspannen/aanspannen,  rekeninguittreksel/ rekeningafschrift, faling/faillissement, kader/lijst enz.

Vrij dikwijls circuleren in Vlaanderen twee of meer woorden voor hetzelfde begrip. Zo treffen wij in de ene tekst “open dag” aan, in een andere ”open deur” en in nog een andere “opendeurdag” voor dezelfde activiteit, labo/lab, bouwpromotor/projectontwikkelaar, verdeler/concessionaris/concessiehouder/dealer enz.

Het ligt voor de hand dat het  onderwijs en de media in dergelijke gevallen voor de standaardterm  moeten kiezen.

Wat de grammatica betreft, zijn de verschillen verwaarloosbaar en op voorbeeldige wijze behandeld in de ANS.

Bij dat alles mag het economische belang niet uit het oog worden verloren. Denk maar aan de productie van (vertaalwoorden) boeken, handleidingen, ondertitelingen, software  enz.

Ten slotte spreekt het vanzelf dat dichters en andere schrijvers – zoals uiteraard alle taalgebruikers - in alle vrijheid die woorden en uitdrukkingen kunnen gebruiken die zij verkiezen. Uiteraard zullen zij er wel voor moeten zorgen dat ze begrepen worden en aanvaard. De Vlaamse literatuur telt net als de Nederlandse voorbeelden genoeg van auteurs  die de Standaardtaal bewust combineren met elementen uit hun dia- of regiolect.

Op het gebied van de uitspraak is het verschil tussen Nederland en Vlaanderen  vrij groot geworden, althans in een aantal registers.  Dat heeft, zoals hierboven vermeld, onder meer tot gevolg dat sommige televisieprogramma’s ondertiteld moeten worden.  Hier wreekt zich dat in het Nederlandse en Vlaamse onderwijs geen of veel minder aandacht is besteed aan de uitspraak dan tot een paar decennia geleden.

De uitspraakverschillen zijn blijkbaar het minst in die kringen, zowel in Vlaanderen als Nederland,  waar men de ’correcte uitspraak’ van huis uit heeft meegekregen.  Eenzelfde situatie wordt meer dan vroeger ook in andere taalgebieden aangetroffen. In bepaalde registers zijn de verschillen overigens gelukkig nog altijd miniem. Denk aan de nieuws- en duidingsprogramma’s op de Nederlandse en Vlaamse zenders, aan Klara en Radio 4, enz.

Het valt overigens op dat de ‘geïntendeerde standaarduitspraak’  in veel Nederlandse en Vlaamse regio’s veel dichter bij elkaar ligt dan vaak in (vooral) ontspanningsprogramma’s van de omroepen te horen valt. Met name de televisie geeft op dat gebied in een aantal gevallen een vertekend beeld van de reële situatie.

Taalzorg

Hoe beter men (verschillende registers van) een taal beheerst, hoe groter het communicatievermogen, wat ook bijdraagt aan het zelfbewustzijn. Dat geldt voor het individu en de gemeenschap. Slordigheid heeft het omgekeerde effect. Ze leidt tot vaak dure vergissingen en tot gebrek aan respect voor de eigen taal en gebrek aan respect bij anderstaligen die met de taal in contact komen.

Dat laatste is zeker te merken in België bij Franstalige medeburgers die immers zelf in onderwijs en media een sterk genormeerde gebruiken. 

Het is opvallend dat in tal van kringen, zowel in Nederland als Vlaanderen,  verzorgder met de taal wordt omgegaan dan in sommige programma’s van de audiovisuele media en in het onderwijs. Dat mensen zich afkeren van bepaalde  programma’s op de eigen televisiezenders, dat de status van leraren verminderd is, heeft misschien ook daarmee te maken.

De actiegroep verwacht van het onderwijs en de media in Noord en Zuid dat ze de kracht, rijkdom en schoonheid van de ene Nederlandse Standaardtaal laten zien. Met name het onderwijs moet de leerlingen en studenten ervan overtuigen dat ze met de Standaardtaal over een krachtig instrument beschikken om hun weerbaarheid te vergroten.

Bovendien moet net  als wie een vreemde taal onderwijst, ook de moedertaalleraar duidelijke regels en normen hanteren. De maatschappij heeft daar recht op. Met de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde geloven wij dat het voorhouden van een norm kan zonder de taalgebruikers te frustreren of kleineren en dat het zelfs emanciperend kan werken.

Actiegroep Nederlands Vanzelf Sprekend
Stijn Verrept, secretaris

Top


Reactie op de overhandiging van de Petitie op 23 mei 2014

Vandaag was het een betekenisvolle dag voor de Nederlandse Taalunie, voor de Actiegroep Nederlands Vanzelf Sprekend en voor alle belangstellenden voor de situatie en de stand van het Nederlands.

Vandaag werd immers formeel de Petitie met de Oproep van de Actiegroep Nederlands overhandigd rond de taaleenheid en het taalbeleid naar onderwijs en media toe.





In Antwerpen nam de algemene secretaris van de Nederlandse Taalunie Geert Joris, de digitale petitie in ontvangst. De Oproep en de begeleidende Toelichting zullen de Taalunie ongetwijfeld inspireren voor het eigen beleid naar het Standaardnederlands toe, maar zal zeker een weerslag hebben op het politieke taalbeleid in Nederland en Vlaanderen in de komende maanden. Vlaanderen krijgt immers nieuwe ministers van Onderwijs en van Cultuur. Samen met de Nederlandse ministers met gelijkaardige en gelijkwaardige bevoegdheden zullen zij zich bezinnen op een komend taalbeleid beslist ook naar het onderwijs toe en naar de media. In dat opzicht komt de actie met de Oproep, de Petitie en de Toelichting daarop keurig op tijd om oriënterend en inspirerend te werken.

De plechtige overhandiging in Antwerpen omvatte een nieuw en bevestigend gesprek over het gemeenschappelijk ideeëngoed rond taal en taalbeleid met de vertegenwoordigers van de Nederlandse Taalunie met een zevental leden van de Actiegroep Nederlands en met de genuanceerde maar toch ook participerende inbreng van linguïst en taaldidacticus em. prof. Frans Daems. Er ontstaat verwachting en hoop dat de petitie een constructieve en praktische concretisering krijgt in de strevingen van de instanties die met gezag het taalbeleid van bovenuit zullen bepalen in de komende maanden.

De Nederlandse Taalunie beseft ten volle de betekenis van het initiatief en wenst blijvend overleg met de Actiegroep Nederlands in het vooruitzicht van door haar geplande activiteiten ter bevordering van het taalgebruik in de hele taalgemeenschap. Zij geeft nu al meteen na de overhandiging een publieke verklaring uit met haar visie op de stand van zaken en op de intenties die zij op dit ogenblik al koestert voor sensibilisering, voor ondersteuning maar ook voor opiniëring ten overstaan van de taal en de bevordering van de taalbeheersing van het Nederlands.

We verwijzen heel graag naar haar antwoord op de Petitie van de Actiegroep Nederlands.
Een ruimer inzicht in de Taalunievisie vindt u in het bijgevoegde aanklikbare pdf-document.

Het persbericht van de Nederlandse Taalunie.

Voor de bedoelde Toelichting bij de Oproep van de Actiegroep Nederlands: klik hier

Vanuit de Actiegroep Nederlands

Ghislain Duchâteau

Antwerpen, 23 mei 2014.

Top

Kort verslag van de plechtige overhandiging van de Petitie aan de Nederlandse Taalunie


Vrijdag 23 mei 2014 in het Felixpakhuis in Antwerpen.

Vertegenwoordigers Actiegroep Nederlands Vertegenwoordigers Nederlandse Taalunie
Stijn Verrept namens de Actiegroep Taalkundige en taaldidacticus Frans Daems

Foto's Ghislain Duchâteau

Een negental leden van de Actiegroep was tegenwoordig om de Petitie in haar stand op dat ogenblik (5.400 ondertekenaars) te overhandigen aan Geert Joris, algemene secretaris van de Nederlandse Taalunie. Hij werd geassisteerd door een viertal medewerkers, o.m. door Ludo Parmentier, de bekende Standaardcolumnist. De Nederlandse Taalunie had ook em. prof. Frans Daems uitgenodigd om een deskundige mening rond de thematiek naar voren te brengen.

Er was een gulle ontvangst, de plechtige overhandiging, een gesprek rond de thematiek, een fotosessie en een broodjesmaaltijd voorzien.

De pers was naast de persverantwoordelijke van de Taalunie zelf vertegenwoordigd door een journalist van het Agentschap Belga.

Bijzonder boeiend was het rondetafelgesprek van de aanwezigen over de huidige situatie van het Nederlands en de hele problematiek die zowel  van groot belang is voor de Nederlandse Taalunie als voor de Actiegroep Nederlands. Het gaat immers om het komend taalbeleid waarvoor de Nederlandse Taalunie als adviesorgaan voor de ministers betekenisvol kan zijn. Het gaat daarbij om de verwezenlijking voor de leden van de Actiegroep Nederlands, die hun doelstellingen geconcretiseerd willen zien inzake versteviging van het Standaardnederlands in het onderwijs als in een hernieuwde impuls naar een taaleenheid tussen Nederland en Vlaanderen.

Uit zowel de tussenkomst van Geert Joris zelf zowel als uit de toelichting bij de Petitie door woordvoerder Stijn Verrept bleek een heel grote overeenstemming te zijn in opvattingen over het Nederlands tussen beide gesprekspartners. Ook de inbreng van Frans Daems was verhelderend en ondersteunend.  Hij onderstreepte bij het einde van zijn tussenkomst vooral de grote waarde van de inbreng van rijk taalmateriaal in een rijke taalomgeving voor de bevordering van de beheersing van het Nederlands in de klassen.

Na de fotosessie en de broodjesmaaltijd beijverden de medewerkers van de Nederlandse Taalunie zich om heel vlug in de vorm van een antwoord op de Petitie een persmededeling te redigeren, geïllustreerd met de foto van de overhandiging. Die mededeling werd meteen op de website van de Taalunie Taalunieversum gepubliceerd. Ook Ghislain Duchâteau verspreidde vanuit de Actiegroep Nederlands  een reactie op het gebeuren naar de achterban. In De Standaard van zaterdag 24 mei verscheen een kort artikel over de overhandiging van de Petitie en haar betekenis.

G.D.

Top

Reactie Frans Daems bij de overhandiging op 23 mei 2014

op verzoek van de Nederlandse Taalunie

Dames en heren,

Standaardnederlands heeft als allerbelangrijkste functie communicatie en intermenselijk handelen mogelijk te maken tussen mensen, ongeacht de regio waar ze vandaan komen, en mensen in staat te stellen volwaardig in onze samenleving te functioneren, ongeacht hun sociale herkomst, etnisch-cultureel toebehoren of moedertaal.

De standaardtaal is niet helemaal dezelfde in de verschillende landen van het taalgebied, Nederland, Vlaanderen, Suriname, de Antillen. Historische ontwikkelingen hebben daar een rol in gespeeld. Denk maar aan de gevolgen van de Tachtigjarige Oorlog, en van de Belgische Omwenteling van 1830. De samenlevingen hebben zich daardoor verschillend ontwikkeld in Nederland en België, en de standaardisering heeft zich dan ook met een verschillend ritme afgespeeld. Dat heeft in de standaardtaal gezorgd voor een aantal verschillen in uitspraak, woordenschat en in beperkte mate in taalstructuren. Maar ook voor verschillen in de beheersing van registerverschillen, dat wil zeggen van situationeel en stilistisch bepaalde varianten. Voor heel wat mensen lijkt het in Vlaanderen zo dat zij slechts één variant van de standaardtaal vlot beheersen, namelijk de formele. Zodra het wat informeler wordt – denk maar aan e-mail, chat, sms, Facebook, of gesprekken onder vrienden – krijgen we al snel taalgebruik dat veel verder van de standaardtaal staat, ook van informele standaardtaal, dan in Nederland. Daar heeft mijn Leuvense collega Dirk Geeraerts al verschillende keren op gewezen. Ik merk dat verschijnsel trouwens ook in de Vlaamse media. In wat lossere informatieve programma’s van de VRT-televisie, bijvoorbeeld Koppen of Vlaanderen Vakantieland, zie je formeel en informeel Standaardnederlands afgewisseld worden met sterk tussentalig gekleurd Nederlands. Vlaamse regisseurs en acteurs van soaps en films stellen zelfs dat ze omwille van het ‘naturel’ niet anders kunnen dan – vooral Brabants-Antwerpse – tussentaal te gebruiken, zelfs als de soap zich afspeelt in de Belgisch-Limburgse fruitstreek (Katarakt). Tussen haakjes, ik vind het ook weinig ‘naturel’ als ik in Flikken Maastricht vooral geen Limburgs accent hoor. Het gebruik van de Brabantse tussentaal is weleens nadelig voor de verstaanbaarheid, zodat sommigen de 888-ondertiteling gaan inschakelen. En het ergert ook weleens kijkers en luisteraars van buiten de provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant omdat ze zich wat buitengesloten voelen. Ook in het onderwijs kun je je vragen stellen bij de rolverdeling in de media tussen de verschillende taalvariëteiten, maar daar kom ik zo dadelijk op terug.

Als taalkundige kan ik constateren dat er allerlei vormen van variatie in het taalgebruik zijn, en kan ik nagaan met welke situationele en sociale factoren die variatievormen samenhangen. Zo kan ik met sociolinguïsten constateren dat er op Vlaamse scholen complexe patronen van codewisseling tussen standaardtaal en tussentaal (en ook migratietalen) voorkomen. Ik kan als taalkundige ook constateren dat we in de loop van de tijd geëvolueerd zijn van een situatie waarbij we in Vlaanderen de norm voor de standaardtaal vrijwel uitsluitend in Nederland legden, naar een situatie van asymmetrische tweepoligheid: er is een norm in Nederland, en er is er één in Vlaanderen. Doordat er drie keer zoveel Nederlanders als Vlamingen zijn, kan het niet anders dan dat die noordelijke norm toch wel wat sterker is dan de zuidelijke. Toch is de overlap tussen de noordelijke en de zuidelijke norm behoorlijk groot, en kun je daarom wel stellen dat we een gezamenlijke standaardtaal delen.
Met dit alles doe ik aan descriptie, en zeg ik helemaal niets over prescriptie, niets normatiefs, niets over wat wenselijk is dat met die variatie zou gebeuren. Ik wil daarbij met klem stellen dat je uit een feitenbeschrijving niet automatisch conclusies voor normatief handelen kunt afleiden. Uit de wetenschappelijke vaststelling dat heel wat jongeren alcohol drinken, wiet roken, zich racistisch gedragen kun je niet afleiden dat we alcohol, wiet en racisme nu als norm zouden moeten aannemen. Maar je moet al evenmin doen alsof die dingen zich niet voordoen.

Ik kan ook een ander, niet-descriptief, petje opzetten. Dat van de burger, van de taalgebruiker, en in mijn geval ook dat van de taalonderwijskundige en professioneel betrokkene bij taalbeleid. Dan kan ik gebruikmakend van mijn descriptieve kennis wel uitspraken doen over hoe men moet handelen. Dat doe ik over een minuutje.

De oproep van de petitie heb ik onderschreven, de oproep om de taaleenheid, met name op het gebied van de standaardtaal, tussen Nederland en Vlaanderen te bevorderen. De Taalunie heeft, vind ik, uitstekend werk verricht door in te zetten op taaltechnologie, en het is een evidentie dat zo’n inzet des te efficiënter kan zijn als je van een grote mate van taaleenheid kunt uitgaan. Dat geldt evengoed voor allerhande hulpmiddelen als woordenboeken, spellingcheckers, de ANS, terminologieverbanden enz. Het onderwijs in het Nederlands als vreemde taal in Wallonië, in de ons omringende landen en in de wereld heeft vooral behoefte aan taaleenheid, en richt zich daarom dan ook veel meer op de noordelijke dan op de zuidelijke norm.
Sinds de jaren 60 van de vorige eeuw is Vlaanderen economisch sterk geworden, maar tegelijk heb ik bij heel wat mensen ook een ontwikkeling gezien in de richting van een zich opsluiten binnen de eigen kleine Vlaamse gemeenschap, ook wat taal betreft. Misschien spelen daar bij sommigen ook nog ressentimenten tegen de ‘Hollanders’ bij, ressentimenten die zonder dat ze het beseffen teruggaan op de tegenstellingen tussen de katholieken van na de Spaanse Reconquista van de Zuidelijke Nederlanden en na 1815 enerzijds, en de ‘ketterse’ calvinisten anderzijds, of ressentimenten tegen de natie die de Schelde had afgesloten.

Als taalonderwijskundige wil ik graag drie zaken onderstrepen.

1. Voor ons onderwijs is het een evidentie dat de taalvaardigheidsontwikkeling in het Standaardnederlands plaatsvindt: spreken, luisteren, schrijven en lezen. Wij vonden dat met de Vlaamse eindtermencommissie van midden jaren 90 zo evident dat we de beheersing van het Standaardnederlands niet eens in de Vlaamse eindtermen hebben opgenomen.
Enkele jaren geleden hebben we met drie nieuwe eindtermencommissies, waarvan ik telkens voorzitter was, de eindtermen taalbeschouwing voor het hele leerplichtonderwijs geactualiseerd. Sinds 2010 zijn die al van kracht, behalve in de derde graad van het secundair onderwijs waar ze ingaan nu per 1 september. In die vernieuwde eindtermen hebben we bijzonder veel aandacht opgenomen voor Nederlands en andere talen; voor standaardtaal, regiolecten en dialecten; voor de functies van talen en taalvariëteiten; voor stijlen en registers in het taalgebruik; voor de factoren die een rol spelen bij taalvariatie; voor attitudes en vooroordelen tegenover taalvariëteiten. Daarmee willen we naast de culturele ontwikkeling bereiken dat de taalvaardigheidsontwikkeling van onze leerlingen een stevige inzichtelijke onderbouwing meekrijgt. En dat ze een grotere gevoeligheid voor het passende register ontwikkelen. Tussen haakjes, we hebben er ook voor gezorgd dat de grammatica zijn zwaartepunt krijgt in de tweede en derde graad van het secundair onderwijs, wanneer de jongeren in hun intellectuele ontwikkeling voldoende gevorderd zijn om die abstracties goed aan te kunnen.

2. Een taal of taalvariëteit leren jongeren vooral doordat ze er voortdurend mee te maken krijgen, receptief en productief. Dat geldt ook voor het Standaardnederlands. Woorden, uitdrukkingen, formuleringen, clichés, taalpatronen verwerven we, niet door daar theorie over te krijgen, maar door ze voldoende vaak aangeboden te krijgen, de kans te hebben ze zelf te gebruiken, en zo nodig feedback te krijgen. Zo veranderen talen ook. Een constructie als ‘hij is ouder dan mij’ horen en lezen jongeren hoe langer hoe vaker, en dat zal op den duur ook wel Standaardnederlands worden. In het Engels is het al zo ver: ‘he is older than me’.
Als we vinden – en ik doe dat – dat onze jongeren vaardig moeten worden in verschillende schakeringen van de standaardtaal, informele en formele, dan moeten ze daar op school heel veel aanbod in krijgen, en gelegenheid om ze te gebruiken. Niet alleen in de lessen Nederlands maar in alle vakken in alle lessen. Dat maakt trouwens deel uit van een ruimer concept van taalvaardigheid: namelijk geschikt, effectief talig kunnen handelen in diverse situaties, receptief en productief. Zo’n concept van taalvaardigheid vind ik werkelijk emancipatorisch, voor zowel autochtone als allochtone jongeren. Zo’n concept lag ook aan de basis van het taalbeleid van onze vorige minister van onderwijs Frank Vandenbroucke. Hij heeft ook maatregelen bedacht om alle scholen en alle leraren bij zo’n taalbeleid te betrekken, onder meer een talenwebsite, ministeriële nascholingsprojecten en zo meer.

3. De school is geen eiland. Jongeren krijgen een groot taalaanbod via digitale en meer klassieke media. Welke soort van taalaanbod die media brengen, zal mee bepalen welke taal of taalvariëteit de jongeren verwerven. Als we onze jongeren ook in de standaardtaal behoorlijk taalvaardig willen krijgen, dan ligt daar een verantwoordelijkheid voor die media zelf.


Tot slot

Het zal u wel niet verbazen dat ik met kritische ogen naar de petitie heb gekeken. Maar de punten van kritiek die ik had, konden niet verhinderen dat ik de doelstellingen van de petitie zeer waardevol vond.
Ik vermoed alleen dat de petitie wellicht meer relevantie heeft voor Vlaanderen dan voor Nederland of de andere delen van ons taalgebied.

Frans Daems

Top

Manifest voor het Nederlands in België -

Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde -
24 september 2011

De taalsituatie in Vlaanderen is complex en gecompliceerd.

De meeste Vlamingen spreken anno 2011 dialect, tussentaal en/of standaardtaal.

Daar is op zich niets fout mee. Variëteiten en registers bestaan nu eenmaal. Ze verrijken onze taal. Binnen andere talen, grote en kleine, treffen we vergelijkbare verschillen aan.

Toch is het de overtuiging van de Academie dat anno 2011 in Vlaanderen één variëteit van het Nederlands steun kan gebruiken: die van de standaardtaal.

Die standaardtaal kan niet altijd meer rekenen op de steun en de zorg van de spraakmakende groepen die de verantwoordelijkheid hebben haar in de openbare ruimte uit te dragen.

Op het einde van de negentiende eeuw koos de Vlaamse beweging voor de standaardtaal zoals die in Nederland werd gesproken en geschreven. Ze had weinig andere keuze dan juist deze variëteit tegenover het dominante Frans naar voren te schuiven en te handhaven.

Pas in de jaren 1930 kwam met de radio en de vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen de standaardisering echt op gang.

Alle Vlamingen hebben de laatste eeuw Nederlands geleerd als een taal die tegelijk ervaren werd als min of meer bekend en als min of meer vreemd.

Tot de jaren 1980 ongeveer was er consensus over de richting die de Vlaamse taalgemeenschap moest uitgaan: die van de standaardtaal, het Nederlands.

Nu is die consensus afgebrokkeld. De tolerantie tegenover andere variëteiten dan de standaardtaal is toegenomen.

Het uitzonderlijke van de taalsituatie in Vlaanderen bestaat er juist in dat die tolerantie sterker wordt in een omgeving van zwakke standaardisering. Het is immers pas sinds een tachtigtal jaar, een drietal generaties, dat de Vlamingen Standaardnederlands aan het verwerven zijn.

De Academie vraagt daarom aandacht voor de standaardtaal - het Nederlands zoals dat in België wordt gesproken en geschreven - en voor de meer formele registers, die hun rechtmatige plaats in de openbare ruimte moeten blijven behouden. De overheid, het onderwijs en de media spelen hierin een cruciale rol.

De Academie gelooft dat men een norm kan voorhouden zonder taalgebruikers te frustreren of kleineren. Meer nog, ze gelooft dat het voorhouden van een norm juist emanciperend kan werken. Dat geldt niet alleen voor Nederlandstaligen. Ook anderstaligen, onder wie onze Franstalige landgenoten, en nieuwkomers, aan wie we terecht vragen onze taal te leren, zijn gebaat bij een duidelijke norm.

Gent, 24 september 2011

Bron: http://www.kantl.be/nieuws.php?item=78

Top

 

Nog actuele artikels over het Nederlands

"De Taalunie moet makelen en schakelen" - Een gesprek met Geert Joris, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie

'De Nederlandse Taalunie als Vlaams-Hollands handelshuis met aanlokkelijke koopwaar? Ja, als het aan Joris ligt. Wat is die Taalunie eigenlijk en wat zijn haar producten en diensten? In 1980 werd de Taalunie opgericht om een gemeenschappelijk taalbeleid van de overheid in Nederland en Vlaanderen tot stand te brengen. In 2004 sloot ook Suriname zich aan.

Bij het grote publiek is de Taalunie vooral bekend van ‘het Groene Boekje’, de gids met spellingregels en een lange woordenlijst van Nederlandse woorden in de officiële spelling. Weinig mensen weten dat de Taalunie betrokken is bij tal van andere taalzaken: van literaire prijzen tot de ANS (de Algemene Nederlandse Spraakkunst), van de ontwikkeling van taal- en spraaktechnologie tot taaladvies, van onderzoek naar sms-taal tot het onderwijs van het Nederlands in het buitenland. Niet dat de Taalunie dat allemaal zelf doet. Daar heeft zij ‘partners’ voor, zoals de IVN (Internationale Vereniging voor Neerlandistiek). De bekostiging van de activiteiten loopt deels via de Taalunie.'

Uit het interview is heel wat te vernemen over de visie en het taalbeleid van de Nederlandse Taalunie.
Lees het volledige interview uit Onze taal 1, 2014.

Top

Taal in tijden van kanteling.
Het Nederlands in Vlaanderen anno 2013. - Dirk Geeraerts januari 2014

in Verkenningen nr. 2 De Academie en het Nederlands in verleden, heden en toekomst Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Leterkunde (KANTL) blz. 29-35 – Publicatie januari 2014

De ene taalpolitiek is de andere niet

Wat heeft de Belgische taalpolitiek te maken met de taalpolitiek van het Nederlands in Vlaanderen? ‘Taalpolitiek’ heeft in onze Vlaamse context immers twee betekenissen. Aan de ene kant staat de sociolinguïstische vraag welk Nederlands we in Vlaanderen hanteren, aan de andere kant de taalsociologische vraag hoe de sprekers van het Nederlands een plaats innemen in de Belgische nationale staatshuishouding.

In het eerste perspectief vraag ik mij af: hoe spreek ik dat woord ‘nationale’ uit? Als nasjonale of natsieonale of nasjonale? In het tweede perspectief vraag ik mij af: waarom zijn er horecazaken in onze nationale luchthaven waar ik niet in het Nederlands geholpen kan worden – ongeacht of dat de nasjonale, natsieonale of de nasjonnale variëteit is?

Nu hebben neerlandici in Vlaanderen de neiging om zich vooral met dat eerste perspectief bezig te houden, en de bezorgde oproep die deze Academie in 2011 gelanceerd heeft ten gunste van het Standaardnederlands in Vlaanderen, past in die traditie: het geformuleerde standpunt betreft de taalinterne taalpolitiek (het eerste perspectief), maar verwijst nergens naar de externe taalpolitiek (het tweede perspectief)1 [Zie http://www.kantl.be/index.php?pag=145[02/09/2013] ]

Dat is m.i. een onterechte beperking: ik wil in deze bijdrage betogen dat de situatie van het Nederlands in Vlaanderen anno 2013 niet in haar volledigheid te begrijpen is wanneer we de extern-taalpolitieke omgevingsfactoren van het intern-taalpolitieke debat over het hoofd zien.

Voor de aanvang van de standaardisering van het Nederlands in Vlaanderen is de verwevenheid van beide perspectieven alvast niet betwist. De discussie die in de tweede helft van de negentiende eeuw gevoerd wordt over de norm voor het Nederlands in Vlaanderen, is een onderdeel van de Vlaamse Beweging: politieker kan taalpolitiek niet zijn. Deze initiële verwevenheid van beide perspectieven is zo weinig verrassend dat we er nauwelijks bij stilstaan, maar dat maakt de vraag des te prangender: hoe beïnvloedt de extern-taalpolitieke context de aard van de intern-taalpolitieke normdiscussie? Om daar dieper op in te kunnen gaan, moet ik nu eerst het analytische apparaat voorstellen dat conceptuele ruggengraat verleent aan mijn verhaal.

Lees de hele tekst

Top

 

De status van Standaardnederlands tegenover tussentaal

De recensie


In Neerlandia jaargang 117 nummer 4 van december 2013 publiceert em. prof. Ludo Beheydt
een recensie van “De manke usurpator: Over Verkavelingsvlaams” van Kevin Absilis, Jürgen Jaspers en Sarah Van Hoof, uitgegeven in september 2012. Zijn bespreking staat op blz. 42-44.




De auteur gaat niet in op de verschillende bijdragen in de bundel, maar hij beperkt zich tot
de contextualisering van het debat dat rond de thematiek van het boek is gevoerd.
Die contextualisering is vervat in de inleiding van de redacteurs en in het slotartikel van Jürgen Jaspers.

De passage uit de recensie over de verhouding tussen de standaardtaal en de tussentaal en de precisering van de status van het Standaardnederlands kan de lezer van deze tekst bijzonder aanspreken en dat uittreksel nemen we hier dan ook tussen aanhalingstekens over. Voor de goede verstandhouding halen we Van Dale aan voor het begrip codificeren: het in regels vastleggen. Dat is hier toepasselijk op de standaardtaal.

“De hele inleiding stelt het voor alsof Standaardnederlands en tussentaal in alle opzichten evenwaardige varianten zijn. Dat is natuurlijk niet zo. Standaardnederlands is, zoals zijn naam terecht aangeeft, een gestandaardiseerde variant.

Dat betekent dat die variant genormeerd is. Daar bestaan codificaties voor, waar we ons naar kunnen richten als we willen weten hoe het hoort: woordenboeken, grammatica’s, uitspraakgidsen en zelfs stijlgidsen (die ons kunnen sturen in de registerkeuze). Dat kan van de tussentaal niet gezegd worden. Die is nog lang niet gecodificeerd. De beschrijving ervan staat nog steeds in de kinderschoenen en de normering is al helemaal onbestaande. Zo betwijfel ik of het geciteerde tussentaalzinnetje mij hoort ge nie klagen wel correct is. Moet het niet zijn mij hoorde nie klagen? En ik beschik nog steeds niet over een betrouwbaar woordenboek of een uitvoerige grammatica van de tussentaal.

Maatschappelijk is het echter zo dat de beheersing van de standaardvariant noodzakelijker is dan
die van de tussentaalvariant. Beleid, media en onderwijs hanteren de standaardvariant als de maatschappelijke lingua franca. En terecht, want een maatschappij kan alleen draaien op het gebruik van een gedeelde lingua franca en Vlaanderen heeft er al in 1973 voor gekozen om het Nederlands daarvoor te kiezen. Daarom is het zo belangrijk dat het onderwijs, zowel aan Nederlandstaligen als aan anderstaligen blijft inzetten op dat Standaardnederlands.
De standaardtaal is het mooiste cadeau dat het onderwijs zijn bevolking kan aanbieden, want nog steeds is de standaardtaal de sleutel tot maatschappelijke emancipatie.”

Kanttekeningen

Bij de kernideeën van dit citaat passen wel enkele kanttekeningen.

De eerste alinea van het citaat bevat de uitgangspositie van Ludo Beheydt waarin hij poneert:

“De hele inleiding (van De manke usurpator) stelt het voor alsof Standaardnederlands en tussentaal
in alle opzichten evenwaardige varianten zijn. Dat is natuurlijk niet zo. Standaardnederlands is,
zoals zijn naam terecht aangeeft, een gestandaardiseerde variant.” Bij verificatie blijkt dat die voorstelling dat Standaardnederlands en tussentaal in alle opzichten evenwaardige varianten zijn niet voorkomt in de inleiding en dat die opvatting niet in de schoenen mag worden geschoven van de auteurs van het besproken boek. Dat doet evenwel niets af aan de visie van de recensent dat Standaardnederlands een gestandaardiseerde variant is van onze taal, die als dusdanig gecodificeerd is.

Ook de bewering dat de beschrijving van tussentaal nog in haar kinderschoenen staat is heel en al voor rekening van Ludo Beheydt. Wij citeren uit de inleiding van het boek blz. 21 “Sindsdien (2003) zijn er diverse wetenschappelijke beschrijvingen van en verklaringen voor het Vlaamse tussentaalgebruik gepubliceerd.” De daarbij aansluitende nota 39 verwijst naar niet minder dan 15 publicaties van 17 verschillende auteurs tussen 2003 en 2009 (blz. 35). In dat verband verwijzen we ook in het bijzonder naar de uitgave in november 2013 van “Tussentaal. Over de talige ruimte tussen dialect en standaardtaal in Vlaanderen”, Johan De Caluwe, Steven Delarue, Anne-Sophie Ghyselen, Chloé Luybaert (red.) in de reeks Studia Germanica Gandensia Libri, Gent, Academia Press, 107 pp. In die publicatie worden verscheidene doctoraten rond tussentaal aan de orde gesteld en 49 masterscripties worden in een overzicht opgenomen die tussentaal als thema hebben (blz. 13-15) en die o.l.v. Johan De Caluwe tussen 2010 en 2013 werden geschreven in de afdeling Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent. Dat alles doet evenwel geen afbreuk aan de gegevenheid van Beheydt dat tussentaal niet gecodificeerd is en Standaardnederlands wél.

Ook de laatste zin uit het lange citaat van de recensie vraagt enige nuancering. Voor een goed begrip kopiëren we hem hier nog eens:  “De standaardtaal is het mooiste cadeau dat het onderwijs zijn bevolking kan aanbieden, want nog steeds is de standaardtaal de sleutel tot maatschappelijke emancipatie.” We zijn het er volkomen mee eens dat bij uitstek het onderwijs de unieke gelegenheid biedt aan leerlingen om de standaardtaal aan te leren en om ze te beheersen. Het valt ook niet te betwisten dat de standaardtaal een sleutel kan zijn tot maatschappelijke emancipatie.

Juist over het emanicipatorisch aspect van het Standaardnederlands in Vlaanderen hebben de auteurs van “De manke usurpator” zich uitvoerig en intens gebogen. Dat is net in het boek het afsluitend essay van Jürgen Jaspers onder de titel “Het Algemeen Nederlands: uw sociale zekerheid? Taalgebruik en taalopvattingen in processen van in- en uitsluiting”  (blz. 371-390). Jürgen Jaspers diept de thematiek rond het emancipatorische aspect van de standaardtaal nog uit in zijn recent artikel in het tijdschrift Streven van oktober 2013 “Alhier, aldaar aan lange lansen, het Standaardnederlands. De Vlaamse tunnelvisie op emancipatie”  (blz. 784-795). De titels zijn op zichzelf al welsprekend, toch citeren we wat J. Jaspers in het afsluitend essay van De manke usurpator daarover samenvat onder 3. Standaardtaal in processen van in- en uitsluiting.

“Om misverstanden te vermijden: het is evident dat taal een rol kan spelen in het bevorderen van sociale mobiliteit. Overheden die faciliteiten voorzien voor andere talen (via bijvoorbeeld vertalingen of tolken) dragen bij aan de insluiting en de integratie van wie de lingua franca of officiële taal nog niet of onvoldoende beheerst … Nieuwkomers die de lokale taal verwerven, vergroten doorgaans hun kansen op arbeid aanzienlijk. Het onderwijs van een  standaardtaalregister kan een belangrijke bijdrage leveren aan de arbeidskansen van wie een job wil uitoefenen waar dat register vereist is. Als de vraag echter is of taal, en het Algemeen Nederlands in het bijzonder, altijd sociale opstijging bevordert of automatisch insluiting bewerkstelligt – een premisse die vervat zit in wat het Vlaamse onderwijsbeleid, taalkundigen en opiniemakers uitentreuren herhalen – dan moet die echter ontkennend beantwoord worden. Dat komt omdat processen van in- en uitsluiting zowel met veel specifiekere, niet noodzakelijk standaardtalige taalgebruiksaspecten te maken hebben, als met het feit dat sociale uitsluiting vaak aan sociale omgevingsfactoren te danken is waartegen een competentie in de standaardtaal weinig of niets vermag.” (blz. 377-378)

Het is zeker niet de bedoeling om aan het debat over de relatie tussen standaardtaal en tussentaal bij te dragen. Wel is het onze wens de discussie zo goed mogelijk te preciseren om zoveel mogelijk duidelijkheid te geven over een onderwerp dat zowel voor taalkundigen, sociolinguïsten, didactici Nederlands als voor de intellectuele belangstellenden van grote betekenis is. Wij hebben er allen belang bij de status van het Standaardnederlands te ondersteunen maar, met daaraan gekoppeld de relativerende zin voor de taalwerkelijkheid die naast standaardtaligheid ook grote variatie in de gesproken taal vertoont. Ludo Beheydt heeft met zijn recensie bijgedragen tot die verheldering en ondersteuning, maar ook de auteurs van De manke usurpator confronteren hun lezers vanuit hun eigen visie met de noodzakelijke bewustwording van de taalwerkelijkheid zoals wij ze in onze dagelijkse communicatie beleven.

Met erkentelijkheid aan em. prof. Ludo Beheydt en aan de auteurs van “De manke usurpator”.

Ghislain Duchâteau

Top


Nog de status van het Standaardnederlands...

Bijkomend commentaar van Ludo Beheydt


In de eerste plaats doet het mij uiteraard genoegen dat u met waardering uit mijn recensie citeert. En het siert u dat u mij uw tekst nog even voor commentaar aanbiedt voor u hem vrijgeeft. Ik voel me dan ook vrij om alsnog wat commentaar te geven.

Voorts zou ik er willen op wijzen dat het hier een recensie betreft, die aan plaatsbeperking onderhevig is waardoor op sommige punten nadere toelichting ontbreekt. Misschien mag ik die hier geven.

Als ik stel dat Standaardtaal en tussentaal geen gelijkwaardige varianten zijn, dan zijn daar nog wel meer argumenten voor te geven dan diegene die ik summier heb genoemd:

1. In de eerste plaats is er ook nog een verschil in communicatieradius.
Dat lijkt mij een bijzonder belangrijk onderscheid: met het Standaardnederlands kan ik zonder verstaanbaarheidsproblemen in het hele taalgebied terecht, van Kortrijk tot Groningen. Dat is dus een heel
verschil met de tussentaal, die over de grens al ondertiteld moet worden (cf. de ondertiteling van Witse, etc.).

2. De tussentaal is slechts een spreektaalvariant, als schrijftaal is de tussentaal nog helemaal niet bruikbaar. Dat bleek maar al te duidelijk toen Geert van Istendael in de krant een ironisch opiniestuk liet verschijnen in een 'diplomatieke' tussentaaltranscriptie en de auteurs van 'De manke usurpator' zich genoopt zagen in de Standaardtaal te antwoorden.

3. De tussentaal is sterk domeingebonden en daardoor erg beperkt. Het lijkt mij nog steeds niet goed mogelijk om over biochemische processen, existentiële filosofie of macro-economie genuanceerd te discussiëren of te
overleggen in de tussentaal. Daarvoor is alleen de standaardtaal geschikt, juist omdat in de standaardvariant de nodige 'elaboration'(Haugen)gebeurd is, die de bruikbaarheid in alle domeinen van het leven garandeert.

4. De tussentaalvariant lijkt me niet geschikt als taalaanbod in het vreemdetalenonderwijs. Als wij het Nederlands aantrekkelijk willen houden voor anderstaligen en voor onze Franstalige landgenoten, dan hebben wij er alle belang bij het Standaardnederlands te blijven verzorgen en te blijven koesteren als de geschikte variant bij uitstek voor onderwijs, beleid en wetenschap.

Voorts blijf ik bij mijn bewering dat "de beschrijving nog steeds in de kinderschoenen staat". Uiteraard is het mij bekend dat er ondertussen vele studies en scripties verschenen zijn over de tussentaal. Zelfs bij mij zijn daar verschillende scripties over gemaakt, en één is zelfs bekroond en uitgegeven en heeft uitvoerig de krant gehaald. Maar al die beschrijvingen hebben nog geen definitieve beschrijving van de tussentaal opgeleverd. Die is voorlopig ook niet te geven omdat de variatie zo groot is dat er eigenlijk niet van een tussentaal sprake is maar van
tussentalEN. Dat was overigens wat ik bedoelde met het 'continuum'. Zolang die tussentaal niet gecodificeerd en genormeerd is kan ze niet als een secundaire standaardvariant worden beschouwd. En zoals we uit de
sociolinguïstiek weten is het standaardiseringsproces een proces van zowat een eeuw volgens Bloomfield. Tegen die tijd is het met het Nederlands al afgelopen, volgens sommige pessimisten.

Nog steeds vind ik het Standaardnederlands het beste emancipatorische instrument. Als wij zowel de nieuwkomer als de dialectspreker volmondig willen laten deelnemen aan het gedeelde betekenisweb van onze cultuur, dan
moet die kunnen beschikken over het instrument dat haar/hem daartoe in staat stelt en dat is de Standaardtaal, de taal van het beleid en de overheid. Ik heb dat verwervingsproces als West-Vlaamse dialectspreker zelf doorgemaakt en er ook de vruchten mogen van plukken. Ik heb het Standaardnederlands altijd als een maatschappelijke hefboom gezien. Wie die variant beheerst wordt maatschappelijk weerbaarder, of hij nu kunstenaar, elektricien, veehouder, leraar of kapper is.

In een recent stuk 'Cultuur in Vlaanderen of Vlaamse cultuur' heb ik het zo geformuleerd:
"In eerste instantie zal de aanwezigheid van grote groepen anderstaligen en etnisch-culturele minderheden een brede actie voor cultuurparticipatie noodzakelijk maken, want het is bekend dat juist etnisch-culturele
minderheden vaak niet participeren aan culturele activiteiten. Taal is daarbij een notoire barrière. Daarom is het noodzakelijk dat de cultuur via de taal toegankelijk gemaakt wordt, zodat alle groepen in de samenleving efficiënt kunnen participeren in het grote betekenispotentieel van de cultuur in Vlaanderen. Daartoe is in eerste instantie een stevig uitgebouwd taalbeleid nodig dat het mogelijk maakt dat alle groepen in de samenleving kunnen participeren in het culturele debat. Dat taalbeleid moet zich met alle middelen richten op het behoud en de verwerving van de
standaardtaal, de enige lingua franca die in aanmerking komt voor de interculturele uitbouw van een gedeelde en gediversifieerde cultuur in Vlaanderen. Het Nederlands is nu eenmaal de taal van het onderwijs, van de media, van het beleid en van het maatschappelijk leven en als wij de anderstaligen echt willen betrekken in de cultuur in Vlaanderen dan is het onze verdomde plicht om die anderstaligen alle mogelijkheden te bieden om zich die taal eigen te maken. De prioritaire taak voor het cultuurbeleid in Vlaanderen is dan ook optimale taalverwervingsfaciliteiten scheppen. Het mooiste cadeau dat de Vlaamse Gemeenschap aan nieuwkomers en anderstaligen kan geven is dat van de Nederlandse taal. Met de kennis van de taal geven we ze het machtigste instrument om volwaardig mee te bouwen aan het betekenisweb waaraan alle leden van de Vlaamse gemeenschap participeren. Als we andere culturen een stem in het kapittel willen geven, als we diversiteit een kans willen geven, dan moeten we blijven
investeren in de promotie van het Nederlands. Dat Nederlands moet niet als een stok achter de deur worden gehanteerd, maar als een sleutel tot participatie, tot interculturele dialoog. Dankzij die taal kan de aanwezige diversiteit in het cultuurlandschap haar volle waarde krijgen. Het zou een jammerlijke keuze zijn om in Vlaanderen in naam van de diversiteit officieel Onderwijs in Eigen Taal en Cultuur op te richten, wat overigens niet eens mogelijk is als we bedenken dat er alleen al in Antwerpen vierhonderd thuistalen zijn. Zoals in Nederland gebleken is,
leidt curriculair O.E.T.C. te gemakkelijk tot een onwerkbaar multiculturalisme met talige en culturele schotten. Ik pleit dus tegen de multiculturele maatschappij, maar voor de interculturele maatschappij. Uit verzet tegen een provincialistisch reactionair Vlaams particularisme, pleit ik voor een prioritaire aandacht voor de taal in het Vlaamse
cultuurbeleid. Dat houdt niet in de ontkenning van de andere talen en culturen, maar juist de openheid ervoor en erkenning ervan. In het versterken van de openheid voor andere culturen middels een gedeeld interactie-instrument  ligt de toekomst van de gediversifieerde cultuur. In het onderwijs moet ruimte en respect zijn voor de andere aanwezige talen en culturen in de Vlaamse gemeenschap, maar dat onderwijs moet als zijn eerste culturele taak de verwerving van het Nederlands zien. Dat geschenk van de taal waarmee je volwaardig kan functioneren in de
gemeenschap is onschatbaar."

Ik geloof dat ik hiermee de nodige nuancering bezorgd heb, die een beter begrip van mijn positie voor uw lezers mogelijk moet maken.

Ludo Beheydt


Einde van het dossier Nederlands

Top



Top

Cabaretier Seth Gaaikema overleden

De cabaretier en tekstschrijver nam in januari 2014 afscheid van het theater met de voorstelling ‘Wat ik nog graag zou willen’. De laatste voorstelling was in Groningen.
Gaaikema had hartproblemen en overleed na een kort ziekbed nogal onverwacht in een ziekenhuis in Den Bosch. Hij was 75 jaar.
Frits Spits, radiopresentator De Taalstaat, Radio 1 noemt de cabaretier briljant: 'Seth Gaaikema is van grote betekenis geweest voor de Nederlandse kleinkunst. Hij was de motor achter het lied Nee, We noemen geen namen uit een oudejaarsconference van Wim Kan. Hij maakte ook een briljante vertaling van My Fair Lady, de vertalingen van de liedjes uit deze musical zijn tot het Nederlands erfgoed gaan behoren. Seth Gaaikema was ook een taalkunstenaar. Hij speelde graag met woorden. Sommigen vonden dat vervelend, maar ik had er wel respect voor.'
In een interview in 2002 met NRC zei Gaaikema over het schrijven van musicals:
“Karakteropbouw wordt bij musicals te vaak vergeten. Ik kan pas gaan schrijven als ik om de karakters héén kan lopen. Ik lees me suf over zo’n onderwerp en toch kan het soms maanden duren voordat er iets gaat leven. Dan moet ik wachten tot ik een van de personages een zin hoor zeggen. Die zin heb ik dan natuurlijk zelf bedacht, maar hij moet aanvoelen alsof hij niet van mij komt. Ik begrijp heel goed dat de schrijfster van Harry Potter alle zeven boeken al in haar hoofd heeft: het moet inderdaad in je hoofd al bestaan voordat je kunt gaan schrijven.”

Meer over hem

Seth Gaaikema ten voeten uit

Top

Frieda Mulisch voor het voetlicht in de media

Frieda Mulisch (°1974) is de tweede dochter uit Mulisch' huwelijk met kunstenares Sjoerdje Woudenberg. Mulisch had met zijn vrouw ook nog een andere dochter Anna (°1971). Met zijn vriendin Kitty Saal kreeg Mulisch later ook nog een zoon Menzo (°1992).


Scenarioschrijfster Frieda Mulisch doet mee aan het AVROTROS avonturenprogramma ‘Atlas Suriname’. In ‘Atlas Suriname’  nemen twaalf bekende Nederlanders het tegen elkaar op tijdens een extreme tocht. Dit jaar is gekozen voor de binnenlanden van Suriname. Deelnemers zijn, naast Frieda Mulisch, onder anderen schaatser Bob de Jong en cosmetisch arts Robert Schoemacher.

Frieda Mulisch werkt ook aan een dramaserie over het leven van haar vader Harry Mulisch. Op deze manier wil ze haar vader laten voortleven.

Op donderdag 30 oktober is het vier jaar geleden dat hij op 83-jarige leeftijd overleed. Onno Blom bereidt een biografie voor over de auteur, maar intussen verschijnt er meestal rond deze tijd van het jaar wel iets uit, rond of over het werk van Mulisch om zijn nagedachtenis levend te houden. Deze keer pakt dochter Frieda uit met 'Nooit vergat ik jou', een poëziebundel waarin ze niet alleen het gemis om haar overleden vader verwerkt maar ook in dialoog treedt met diens eigen werk. Op 16 oktober kwam de dichtbundel van Frieda uit, waarin gedichten staan van haar vader die zij beantwoordt. Ze is op zoek naar zijn muziek, haar melodie, zijn gedachten en haar gevoel. Ze vond een vorm om zichzelf aan hem te tonen op een manier die eerder niet bestond. Niet in geschrift, maar ook niet voor hen beiden. Het is behalve verwerking vooral een eerbetoon.

Frieda Mulisch, 'Nooit vergat ik jou', 48 blz., Prometheus, 14,95 euro

In een interview met haar (6’20”) is te horen dat Klassieke Muziek al vroeg in haar leven kwam, mede door haar vader. ‘Mijn vader kende een klassiek stuk na één keer beluisteren, maar ik blijf ontdekken en erin groeien.’
Van 25 tot 29 augustus 2014 stelde Frieda Mulisch in vijf opeenvolgende afleveringen van Het klassieke Hart’ op radio 4 (Nl) haar geliefde muziekstukken voor. Het zijn heel bekende delen van werken van Mahler, Verdi, Prokovjef, Mozart en Schubert. Ze komen niet altijd in een eigentijdse opname voor, maar zijn oorstrelend voor de liefhebber van klassieke muziek.

Bronnen:
- Frieda Mulisch schreef poëtische hommage voor vader Harry – Frank Hellemans in Knack
- De klassieken op radio 4


Top

Gerrit Kouwenaar obiit 4-9-2014



Gerrit Kouwenaar

De laatste dagen van de zomer

Trager de wespen, schaarser de dazen
groenvliegen grijzer, engelen gene, niets
dat hier hemelt, alles brandt lager

dit zijn de laatste dagen, men schrijft
de laatste stilstand van de zomer, de laatste
vlammen van het jaar, van de jaren
wat er geweest is is er steeds nog even
en wat men helder ziet heeft zwarte randen

men moet zich hier uitschrijven, de tuin
in de tuin insluiten, het geopende boek
het einde besparen, men moet zich verzwijgen

verzwijg hoe de taal langs de lippen invalt
hoe de grond het gedicht overstelpt, geen mond
zal spreken wat hier overwintert -

Gerrit Kouwenaar

+ 4-9-2014

Uit de bundel 'Een geur van verbrande veren' (1992)

_______________

Gerrit Kouwenaar 1923-2014: Taal maakt geen leven

DAT MEN ONSTERFELIJK IS EN ZAL DOODGAAN
In Memoriam Gerrit Kouwenaar (1923-2014)
Marc Reugenbrinck in
Poëziekrant –nr. 6 okt. 2014 – jg. 38 p.5

”Dichten is een uiterst paradoxale bezigheid: niet alleen gebruikt de dichter woorden om te zwijgen, het is ook doodmaken (stillegen) om aan de eigen dood te ontkomen. Het is de afrekening met de tijdelijkheid die men zelf is in een poging om de eeuwigheid te bereiken waarin men aan zijn eigen sterfelijkheid ontsnapt, hoe vergeefs die poging ook is.” (M. Reugenbrinck)

 

Top

PATRICK MODIANO – Nobelprijs voor een tijdreiziger

Nobelprijswinnaar literatuur 2014

Karakterisering van zijn oeuvre

“In de loop der jaren heeft de auteur een indrukwekkend oeuvre bij elkaar geschreven, dat bovendien een grote samenhang vertoont. In wezen is zijn hele productie één eindeloze speurtocht naar identiteit. Zijn romans zijn als de stukken van een puzzel, die wellicht nooit helemaal in elkaar zullen passen. Vergeelde foto’s, adressen of toevallige ontmoetingen confronteren de personages met gebeurtenissen die ze liever zouden vergeten. In zijn jongste is dat niet anders. In Pour que tu ne te perdes pas dans le quartier, dat op 2 oktober verscheen, fungeert een adresboekje als tijdmachine naar de jaren 50 en 60. Met nostalgie heeft dat allemaal niets te maken. Onder het schrijven heeft Modiano het idee dat hij terug kan keren in de tijd en de fouten uit het verleden recht kan zetten, zo verklaarde hij ooit in een interview.

Zijn boeken hebben iets onwezenlijks, als een droom die op elk moment kan vervluchtigen, en zijn suggestieve, dromerige stijl intussen is haast spreekwoordelijk geworden. De teneur is tegenwoordig wat weemoediger dan vroeger, maar onvermoeibaar zet hij zijn zoektocht naar een reddeloos verloren tijd voort. Een beetje schrijver komt nooit los van zijn kinderjaren, dat is bekend. Modiano zal allicht blijven graven in de gebeurtenissen van toen, ‘die in je herinnering flonkeren als verre sterren, totdat ze op de dag van je dood voorgoed uitdoven zonder hun geheim te hebben prijsgegeven’.”

Zie DS Letteren vrijdag 10 oktober 2014
Lees meer over de Franse nobelprijswinnaar

Top

De nagedachtenis van Ward Ruyslinck

De Vlaamse romanschrijver is op vrijdag 3 oktober 2014 op 85-jarige leeftijd overleden.
Ruyslinck was en blijft een belangrijke figuur uit onze letteren. Hij heeft een periode veel succes gekend vooral door de lectuur op school van zijn vroegere en wat kortere boeken.
Het laatste decennium is het heel stil rondom hem geworden.


Zijn overlijden kwam wel in de media, maar heel lang is bij dit gebeuren niet stil gestaan.
Het past evenwel hem de eer toe te kennen die hij verdient.
Hem werd echter niet de passende verdienste toegekend in de column van De Standaard der Letteren van vrijdag 10 oktober 2014 van de hand van Marc Reynebeau.

Reynebeau schrijft:

“De betere schrijver in Ward Ruyslinck

10 oktober 2014 | Marc Reynebeau
 
Lang stonden de meeste media niet stil bij de dood van de schrijver Ward Ruyslinck vorige vrijdag. Het bleef meestal bij een kort, van het agentschap Belga overgenomen bericht. En dat voor een auteur die in 1989 met een nieuw boek nog de voorpagina van de krant De Morgen haalde. En wiens werk voor vele tienduizenden Vlaamse scholieren, vooral in de jaren 70, de eerste kennismaking was met de Vlaamse literatuur van het moment.

Kreeg hij, samen met Hubert Lampo en Jos Vandeloo, snel een plaats in de moderne canon, het leidde niet tot blijvende waardering. Vandeloo vatte dat goedmoedig op, maar de ‘late’ Ruyslinck en Lampo lieten vaak weinig elegant blijken dat het hen dwarszat. Toch knaagde niet alleen de tand des tijds aan hun reputatie. Werk van generatiegenoten als Hugo Claus, Jef Geeraerts, Paul De Wispelaere, Ivo Michiels of Hugo Raes blijft vandaag wel overeind. Het is dan ook complexer, radicaler, veelzijdiger, controversiëler of weerbarstiger dan wat de leeslijstjes – waartoe zij geen of slechts selectief toegang kregen – toen konden verdragen.

Toch gingen ‘de drie’ prat op hun engagement en hun antiburgerlijke, antimilitaristische of antikapitalistische maatschappijkritiek, en zeker Lampo op zijn vrijzinnigheid. En dat in een literair bestel dat lang getekend bleef door een katholiek conservatisme. Maar ze hadden de tijd mee: de modernisering van de jaren 60 dwong Vlaanderen uit de naoorlogse versuffing en holle starheid. De traditionele katholieke tendensroman verzeilde in een impasse, zodat in de canon ruimte kwam voor werk als dat van Ruyslinck. In zijn schriftuur verschilde het echter maar weinig van het klassieke proza. Ook Ruyslinck hield het bij de probleemroman, die hij alleen thematisch moderniseerde, met humanistische waarden waaraan niemand zich een buil kon vallen. Literair ving hij er weinig mee aan.

Het was Ruyslincks tragiek dat hij dit wel aanvoelde, maar toch koos voor het immer vergankelijke succes, in de scholen en in de boekhandel. Er schuilde een betere schrijver in hem, maar veeleer in zijn intimistische proza dan in het wat zelfgenoegzame ‘aanklagen’ van maatschappelijke wantoestanden, waaraan hij zich vastklampte omdat het zijn handelsmerk was. Maar voor literatuur is dat niet genoeg.”

http://www.standaard.be/cnt/dmf20141009_01312553

Bedenkingen daarbij

Vergeten worden is wellicht het lot van de meeste schrijvers. Zij kennen een glansperiode in hun schrijverschap met veel populariteit en veel lezers. Maar dat gaat voorbij. De lezers storten zich op nieuwe boeken van andere schrijvers, die op hun beurt van hun succes genieten. Alleen wie wat dieper wil ingaan op de betekenis en de blijvende waarde van de schrijvers die blijkbaar vergeten worden, kan voor zichzelf uitmaken dat de grote schrijvers uit onze literatuur echt beter verdienen. Zelf heb ik schrijvers als Johan Daisne, Gerard Walschap, Marnix Gijsen gelezen. Nu lezen we nog hoogstens hun biografie. Wat betekent Adriaan van der Veen, Anna Blaman zelfs Jan Wolkers en Willem Frederik Hermans nog voor de lezers van vandaag? Van Anna Blaman zijn er zelfs bij De Slegte geen publicaties meer te vinden. Hetzelfde lot blijkt Ward Ruyslinck te ondergaan zelfs nog voor zijn overlijden in deze oktobermaand 2014.

Met vaardige pen karakteriseert Marc Reynebeau de pas overleden schrijver in zijn bovenstaande column. Hij probeert hem te plaatsen samen met Hubert Lampo en Jos Vandeloo naast een rijtje van schrijvers en generatiegenoten die wél nog ‘overeind’ zouden blijven. Hij schetst op rake wijze het tijdsklimaat en ook de thematiek waarin het werk van Ruyslinck te plaatsen is, maar blijkt enkel het sporadisch voorkomende intimistische proza van de overleden schrijver naar waarde te schatten. De probleemromans van Ruyslinck met hun maatschappijkritische inslag en hun humanistisch gehalte waardeert hij blijkbaar niet. Nochtans dat gehalte had een herkenbare existentiële dimensie, getuigde van literaire authenticiteit en sloeg aan bij de volwassen en bedachtzame lezer.

Reynebeau trekt het perspectief op de schrijverspersoonlijkheid toch wel opvallend scheef in zijn stukje.

Mogelijk berust zijn perceptie op een minder gunstige reminiscentie van zijn vroegere contacten met Ward Ruyslinck. In een interview in Humo van 23 november 2004 wordt Ruyslincks opinie over Reynebeau aangehaald en de schrijver verdedigt zich meesmuilend.

HUMO Nog ééntje om het af te leren: u hebt Marc Reynebeau ooit ‘een monsterachtige menselijke hybride, een bijziende dwerg met hanensporen en drakentanden’ genoemd.

Ruyslinck «Het geval-Reynebeau heb ik al uitgelegd in mijn brievenboek, hé. Een mij bekend iemand wilde schrijven voor Knack, en stelde Reynebeau destijds voor mijn nieuwste roman te recenseren. Dat mocht van Reynebeau, maar ‘alleen als het een negatieve recensie werd’. Pas op, ik heb daar een fotokopie van! Het is geen verbeelding, hé. Natuurlijk was ik op mijn tenen getrapt, op alle tien tegelijk! En dan dien ik zo iemand op een snedige manier van antwoord. (Nagenietend) Er valt ook wel plezier aan te beleven, zo eens op een andere manier met je taal te mogen spelen.

Verschenen in Humo 3351 op 23 november 2004

De huidige Vlaamse minister-president Geert Bourgeois betoonde wél in zijn rouwbetuiging het respect voor de schrijver dat die verdient en onderstreept de draagwijdte van zijn romans voor zijn lezers.
“Ward Ruyslinck was zowel in Vlaanderen als in Nederland een veelgelezen auteur. Zijn boeken kenden vertalingen naar het Duits en het Engels. Dankzij bekende werken als ‘Wierook en tranen’, ‘De ontaarde slapers’ en ‘Het reservaat’ maakten honderdduizenden Vlamingen, al dan niet via het onderwijs, kennis met onze Vlaamse literatuur”, zegt Bourgeois. “Zijn oorlogservaringen maakten van zijn romans steeds een stille maar krachtige aanklacht tegen de oorlog. Een thema dat ook vandaag nog steeds actueel is.” (Belga).

Nog meer over Ward Ruyslinck

Zelf geven we hier digitale toegang tot de figuur van Ruyslinck via de diverse koppelingen naar informatie over hem en naar
een interview van zowat 54’ uit “Ten huize van” in 1975 (TV1).
We zien en horen hem daarin nog krachtig in levenden lijve met zijn karakteristieke bijna fluwelen stem en zijn grandioze beheersing van het Nederlands.

Ten huize van 1975
http://cobra.be/cm/cobra/videozone/archief/boek/1.1678505

Zijn website
http://www.wardruyslinck.be/pages/main/main.php

Feitelijke gegevens
http://schrijversgewijs.be/schrijvers/ruyslinck-ward/

Overlijdensberichten
http://www.demorgen.be/expo/schrijver-ward-ruyslinck-overleden-a2075034/
http://www.knack.be/nieuws/belgie/ward-ruyslinck-overleden/article-normal-434215.html  
http://www.standaard.be/cnt/dmf20141003_01302896
http://www.boekblad.nl/ward-ruyslinck-(85)-overleden.240765.lynkx

Top

Nadine Gordimer, Zuid-afrikaanse schrijfster en Nobelprijswinnaar Literatuur overleden - 13 juli 2014

"Is het niet hetzelfde eeuwenoude verlangen naar onsterfelijkheid dat gelijk is aan onze wensen allerlei menselijke grenzen te overschrijden? Het gevoel dat als je daarin slaagt, je het overschrijden van onze levensgrens bereikt: onze dood."

Nadine Gordimer in: De bourgeoiswereld van vroeger

Gordimer gaf als weinig anderen literair vorm aan de politieke en culturele verwording van het apartheidsregime. Zij bleef ook na de afschaffing van de apartheid kritisch over de samenleving. De relatie tussen individu en politiek staat centraal in haar romans en verhalen. Ze kreeg in 1991 de Nobelprijs voor Literatuur.

Apartheid
Gordimer stak haar groeiende afkeer van de apartheidswetten nooit onder stoelen of banken. Zij bleef in haar vaderland en voerde haar strijd tegen het regime met het woord. Haar romans lezen als een verkenning van het morele spanningsveld waarin ze tientallen jaren verkeerde als lid van de blanke elite en tegelijk tegenstander van de apartheid.

Gordimers opvattingen werden in de loop van de jaren 60 en 70, toen vreedzaam protest weinig bleek uit te halen, radicaler. In 1990 werd zij lid van het ANC van Nelson Mandela.

Zwak hart
Gordimer werd geboren in het troosteloze mijnstadje Springs als dochter van joodse immigranten. Zij begon al op jonge leeftijd te schrijven omdat haar moeder, die dacht dat zij een zwak hart had, haar veel thuis hield. Haar eerste verhalenbundel Face To Face verscheen in 1949.

Gordimers schrijfstijl wordt gekenmerkt door nauwkeurige observaties met veel aandacht voor psychologische details. Zij geeft weinig commentaar, maar toont liever zaken aan door de overwegingen, de morele twijfels en de lotgevallen van haar personages precies te beschrijven.

Politieke radicalisering
Voor The Conservationist (1974) ontving Gordimer de prestigieuze Britse Bookerprize. Haar politieke radicalisering is terug te vinden in haar werk. Burger's Daughter, dat in 1979 verscheen, kwam in Zuid-Afrika op de zwarte lijst. In July's People uit 1981 ging zij nog een stap verder. Daarin schildert zij het spookbeeld van de conservatieve blanken: revolutie en chaos.

Na de afschaffing van de apartheid begin jaren negentig bleef Gordimer de 'nieuwe' maatschappij in Zuid-Afrika observeren. Haar aandacht verplaatste zich naar de complexe positie van de (blanke) middenklasse.

In The House Gun uit 1998 proberen de gegoede ouders van een blanke jongen te begrijpen hoe hun zoon een moord heeft kunnen plegen met 'het huiswapen' dat hij en zijn huisgenoten hadden aangeschaft voor hun veiligheid. In Get a Life (2005) zijn de verworden verhoudingen binnen een op het eerste gezicht normaal gezin meer het onderwerp dan de raciale spanningen van weleer.

(Redactie Het Parool)

* Postuum Nadine Gordimer 1923-2014

* ‘Hiér schrijven was strijden tegen racisme’ Elles van Gelder, correspondente uit Zuid-Afrika

* Schrijfster en activiste Nadine Gordimer overleden NRC

* Wikipedia Nadine Gordimer

* Nobel laureate Nadine Gordimer: 'I have failed at many things, but I have never been afraid'
In 2012 Justin Cartwright interviewed his fellow South African novelist Nadine Gordimer, who has died aged 90, about secrecy, violence and Nelson Mandela.

* Interview - Nadine Gordimer over Zuid-Afrika tussen ontgoocheling en hoop - ‘Ik hoor nergens anders thuis'
05/04/2013 | Elles van Gelder

De strijd tegen de apartheid is achter de rug, maar het gaat niet goed met Zuid-Afrika, vindt ook schrijfster Nadine Gordimer. Aan opgeven denkt de 89-jarige Nobelprijs-winnares niet: ‘Je moet doorgaan, je stem laten horen en actie ondernemen.'

* Nadine Gordimer used last interview to condemn South Africa's secrecy bill - Justice Malala - The Guardian
'As politicians rush to pay homage to Nobel winner, they would do well to honour her fight for freedom of speech'

We are already falling all over each other to pay homage to Nadine Gordimer. The stampede will increase as the news is carried over our borders and spreads across the world.

* Een tijd als nooit tevoren - Nadine Gordimer- 14/05/2013



Het literair-politieke testament van de 90-jarige Nobelprijswinnares over de groeipijnen van de Zuid-Afrikaanse democratie is wat stug geschreven, maar het is een belangrijk boek. Recensie Lucas Van Closter

Ruim zestig jaar al schrijft de Zuid-Afrikaanse Nobelprijswinnares Nadine Gordimer romans, verhalen en essays over haar land, zelden uitgesproken politiek, altijd maatschappelijk relevant. Lang voor John Coetzee en Damon Galgut legde ze de vervreemding en ontworteling van de apartheid bloot. Als 90-jarige heeft ze nu een vuistdik testament geschreven, revelerend, scherp, maar ook wat kreunend onder de nu wel duidelijk aanwezige politieke boodschap.

* Leesfragment: Een tijd als nooit tevoren door Nadine Gordimer zelf gelezen


Top

De Gouden Veer 2014

Uitreiking van de achttiende Gouden Veer

Maandag 31 maart 2014 in de Rode Zaal van het Fakkeltheater Antwerpen.

De Gouden Veer is dé prijs voor de beste Nederlandstalige verkoopbrief van de afgelopen twee jaar. De (zeven) organiserende verenigingen geloven dat wie op een duidelijke en prettige manier informatie verschaft, daarmee bijdraagt aan betere menselijke relaties.

Zij zijn er bovendien van overtuigd dat wie de taal op een juiste manier hanteert, ook blijk geeft van waardering voor de medemens.

Voor de verkoopbrief is de Gouden veer wat de Gouden Uil is voor het boek: de hoogste eer in het Nederlandse taalgebied.

De winnaar ontvangt de enige bedrijfsonderscheiding ter wereld van puur goud, een juweel van 18 karaat. Naast de Gouden Veer worden twee eervolle vermeldingen toegekend.

De achttiende Gouden Veer werd toegekend aan She Constructions uit Lokeren. De tekst is geschreven door iemand die al eerder een Gouden Veer op zijn palmares heeft gebracht, Mark Van Bogaert.

Er waren 17 juryleden onder voorzitterschap van em. prof. UA dr. Stijn Verrept.

De uitreikingszitting met Anja Daems als gastvrouw omvatte een heel mooi programma met een verwelkoming door Stéphane Verbrugge van bpost, twee optredens met liederen van Toon Hermans door de jonge zangeres Lissa, een toespraak van Walter Zinzen, het juryverslag van Stijn Verrept, de uitreiking van het juweel en een dankwoord van de laureaat en een uitgeleide door Philippe Verschueren van Belgian Direct Marketing Association. Het geheel werd muzikaal omlijst door het kwartet Pol Vanfleteren. Een receptie sloot het geheel af.

Genootschap De Gouden Veer vzw

Raad van bestuur
Erevoorzitter Stijn Verrept
Voorzitter Herman Van Hove
Secretaris Johan Verest
Bestuurder Cyriel van Tilborgh

Duinendreef 13 – 2950 Kapellen

http://www.goudenveer.beinfo@goudenveer.be

Daarnaast behoren tot de organiserende verenigingen:
Willem Elsschot Genootschap
Belgian Direct Marketing Association
Vlaamse Vereniging voor Zakelijke Communicatie
Cultuur- en Taalvereniging ABN-Gevaert
Vereniging Algemeen Nederlands – Antwerpen
Actiegroep Nederlands

De sponsers: De Standaaard, bpost, Trends Top, BBDO Data, B-Information, DM Institute, Studio Dongo, Fakkeltheater, Thomas More, Uitgeverij Pelckmans.

Top

HENNIE AUCAMP Zuid-Afrikaans auteur overleden

 


"Hennie Aucamp was my vriend, mentor en tweede pa.
Ek het hom Meester genoem. Hy was die vader van die Afrikaanse literêre kabaret. Ons het mekaar in 1979 ontmoet by die Oude Libertas-teater tydens 'n simposium oor die Afrikaanse luisterlied.
Wat my eerste opgeval het, was die mooi manier waarop hy gepraat het, sy suiwer Afrikaans, sonder om hoogdrawend te klink. Daar was iets standvastigs aan Hennie, 'n karaktertrek wat my so baie aan my eie pa herinner het. Hy het 'n ouwêreldse sjarme uitgestraal, ontdaan van pretensie."

Amanda Strydom

Hendrik Christoffel Lourens (Hennie) Aucamp (Dordrecht (Oost-Kaap), 20 januari 1934 - Kaapstad, 20 maart 2014) was een Zuid-Afrikaans schrijver van reisverhalen, cabaretteksten, streekverhalen, toneelstukken, korte verhalen en literaire kritiek.

Biografie

Hennie Aucamp werd geboren in de provincie Oost-Kaap in Zuid-Afrika. Hij groeide op op de boerderij Rust-mijn-ziel in de Stormbergen, een gebied dat regelmatig in zijn korte verhalen terugkomt. In 1952 ging hij studeren aan de Universiteit van Stellenbosch, waar hij in 1955 zijn BA haalde en in 1958 zijn MA met een studie over de poëzie van Ernst van Heerden. Vervolgens was hij leraar in Stellenbosch, Jamestown, Cradock en Rondebosch. In 1963 vertrok hij naar België voor een studie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Didactiek vormt een rode draad bij al deze studies. Na zijn promotie in 1974 werd hij aangesteld als hoofd van het Departement Afrikaans aan de Universiteit van Stellenbosch. Hij werd er hoogleraar Afrikaans aan de Faculteit Opvoedkunde, een functie die hij bekleedde tot zijn aftreden in 1994. In de tussentijd (1979) heeft hij nog in New York aan de Universiteit van Columbia cursussen creatief en educatief schrijven gevolgd.

De schrijver

Aucamp was een zeer productief schrijver. Hij is jong begonnen: hij debuteerde in 1963 met Een somermiddag. Zijn eerste gedichten werden gepubliceerd in Die Jongspan, Die Naweek en Die Huisgenoot. Thema's in zijn werk zijn eenzaamheid, homo-erotische ervaringen, natuur, kunst en reizen. De eenzame mens op reis in een troosteloze wereld is een terugkerend thema in zijn reisverhalen. In de tachtiger jaren spitste hij zijn schrijfwerk toe op het schrijven van cabaretteksten. Die lewe is ’n grenshotel en Slegs vir almal worden in Windhoek opgevoerd respectievelijk in 1979 en 1985. In 1988 werd Blomtyd tijdens de Grahamstad Kunstefeeste ten tonele gebracht. In 1991 en 1992 werd Oudisie! in Kaapstad opgevoerd. Aucamps aandacht was in de laatste jaren vooral gericht op wat in Nederland sinds de jaren '70 het 'ego-document' wordt genoemd (dagboeken, brieven, memoires, (auto)biografieën, enzovoorts). Drie publicaties stelde hij samen uit het dagboek, dat hij in de jaren negentig bijhield, en zijn herinneringen aan andere literaire persoonlijkheden bundelde hij in Bly te kenne. In die vroegte is zijn meest autobiografische werk. Hij heeft verschillende belangrijke literaire prijzen gewonnen. Ter gelegenheid van zijn zeventigste verjaardag werd in 2004 de bundel ’n Skrywer by sonsopkoms: Hennie Aucamp 70 uitgegeven, samengesteld door Lina Spies en Lucas Malan.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Hennie_Aucamp

Zijn laatste dichtbundel 'Skulp' - kwatrijnen

'Skulp' (schelp) kan gelezen worden als een metafoor voor kwatrijn, het vierregelige vers, compact en geladen met verzwegen betekenis, dat verfijnd luisteren vereist.


Het eerste kwatrijn:

Hou ’n groot skulp dig teen jou oor
en jy word deur ’n veraf branding bekoor
van seë waar jy op aarde nooit was nie:
nou binne jou, en net jy kan dit hoor.

Tot slot:

Gesél

Deur die nag hoor ek my wekker tik –
wat verwag ek ook vir vyftig rand?
Ek sal my na sy swart humore skik;
my Charon na die Ander kant.

Hugo Daniel recenseert Skulp op LitNet.

ATKV-SKRYWERSALBUM: Alles volledig over Hennie Aucamp (1934-2014):
http://www.litnet.co.za/Article/hennie-aucamp-1934


Top

Leesplezier en e-hype: een creatief project met vier smaakmakers

In het voorjaar 2013 werkten vier groepen van studenten in de lerarenopleiding (Universiteit Antwerpen en Artesis Hogeschool) een tool uit waarmee ze het leesplezier van leerlingen hoopten te verhogen. Ze gingen daarvoor op zoek naar nieuwe invalshoeken, waaronder werken met tablets, Google Lit Trip, beeldgedichten en het Role Playing Game. De studenten testten hun tool meteen uit in drie Antwerpse secundaire scholen en vroegen aan de leerlingen wat ze ervan vonden.

Dit labotraject maakt deel uit van een ontwikkelingsproject waarin onderzoekers van Universiteit Antwerpen en Artesis Hogeschool op zoek gingen naar manieren om via de lerarenopleiding leerlingen (vooral eerste graad secundair onderwijs) aan het lezen te houden of opnieuw aan het lezen te brengen. Uit heel wat onderzoeken blijkt namelijk dat de liefde voor het boek bij tien- tot veertienjarigen drastisch daalt. Bovendien blijkt de traditionele aanpak in leeslessen (teksten lezen en vragen beantwoorden) daar weinig aan te veranderen, integendeel.

Toch betekent dit niet dat leerlingen steeds minder lezen. Ze hebben zelfs nog nooit zoveel gelezen als vandaag de dag. Ze lezen de ogen uit hun hoofd op sociaalnetwerksites, blogs, online games, websites. E-lezen is hot. Daarom is het logisch op zoek te gaan naar een goed huwelijk tussen lezen en de e-hype. Twaalf aspirant-leraren namen de proef op de som. Benieuwd wat hun werk heeft opgeleverd?

Het project werd helemaal gefilmd. Exploreer de site ingebeeld.be (Platform rond Mediawijsheid)

WEBINAR - Nieuwe ideeën voor leesplezier (Expertisecentrum Elant)

Jan T'Sas schreef er een artikel over in Taalschrift van 17-1-2014 "Nieuwe media boosten"

Top

 

Rougesang by dood van Mandela - Antjie Krog

Saterdag 07 Desember 2013

ondergronds het ’n rif geskuif
die aarde struikel
verward swik die son

toe sy asem hom verlaat het in die nag
het die sterre geduisel
want alles is verstrengel
wurgend aan sy dood
sy dood en die dood alleen

ineens is alles droef
asof ons in ’n groot skadu staan
asof glas deur ons breek
asof klip in ons splinter
asof ons gedagtes in fluisterende wanhopige groepe rondvlug
soos assegaaie in die grond bly vassteek

trillend

in Qunu weier die beeste vanoggend om uit die kraal te gaan
by Lusikisiki lê die visse na aan die oppervlakte
in Mvezo maak die korhane geen geluid nie

die gedagte aan Mandela laat ons binnekante knak
(ons wou sy sterwende liggaam nie sien nie)
ons kan selfs nie die mond oopmaak nie
(ons wou sy sterwende liggaam nie sien nie)
om te begin praat oor sy dood om te praat oor sy dade
(ons wou sy sterwende liggaam nie sien nie)
oor sy bloed wat pyl soos ’n luiperd na geregtigheid
(ons wou sy sterwende liggaam nie sien nie)
om te vertel van sy werke, sy sagte ongelooflike krag
(ons wou sy sterwende liggaam nie sien nie)
die lieflike nate van sy blommende vergewende kopbeen
(ons wou sy sterwende liggaam nie sien nie)
die stormram van sy tong
wat toekomste tot ’n verbonde kern wring

ons kan nie reg laat geskied aan Ons Grote
(ons wou sy sterwende liggaam nie sien nie)
ons wil dit nie sien nie

in die voetpaaie, op die sypaadjies, in busse langs die paaie
bondel ons swyend bymekaar, ons die gewones
ons sprinkel ons trane oor hom
ons besprinkel die erflating
van die Vreeslose Kryger wat ons eenmaal regeer het
ons besprinkel die lyk wat gewas moet word
ons besprinkel die geopende bloed van Mandela
ons gewones was hom nie met water nie maar met liedere

met droefheid neem ons sy liggaam
ons was dit, ons bad dit
met hande wat hom liefhet, raak ons aan sy dade
ons gee hom aan, van hand tot hand
hoog bokant ons koppe
die man wat ons van onsself gered het

o singende bloed van die seun van uNosekeni
o palms van Mvezo vol sterre en reën aan die oewers
o arms van Qunu wat ’n land se diepste wonde omhels

die Groot Aanmekaarbinder
niemand se strottehoof kan Mandela se lied end-uit sing nie
niemand ontglans ooit ons Groot Saambinder vir ons nie
niemand oortref hom in morele gesag nie
geen leier is nog ooit só deur sy mense lief gehad nie
hy wat ons beste gesig was
hy wat ons aan onsself teruggegee het

die beliggaming van die wêreld se smagting
na iemand wat omgee
wie se dade onbeskaamd goedheid wou bring

geliefde Mandela, bring seën op ons, jou kinders
laat jou lewe sy vingerafdruk op ons almal laat
dit sal lank duur voordat ons ooit weer ’n mens so edel
iemand so genesend en koppig mooi
so taai van inbors so streng insluitend van beginsel
so elegant en oorrompelend van hart in ons sterflike arms kan hou

– Antjie Krog

(Gebaseer op die weeklaag geskryf vir Moshoeshoe 1, “LITHOKHOKISO tsa Moshoeshoe le tse ling” deur David Cranmer Theko Bereng)

Gepubliceerd in "Beeld"

Aansluitend bij de rouwzang zegt Rentia Bartlett-Möhl in LitNet van 19-12-2013 in 'Kô laat ons saamsing'

“Selfs die aarde struikel, die son swik, die sterre duisel, ons gedagtes is verward en alle diere van die plekke waar Mandela sy jeug deurgebring het, swyg. Hoewel sy dood natuurlik is, is dit asof die hele natuur daarteen rebelleer en dit as iets teennatuurliks sien. Dit is vir my ‘n treursang wat effektief is, omdat dit voldoen aan wat McElduff beweer ‘n goeie treursang is: “An effective lament is one which manages through ambiguity to touch on as many different issues and operate on as many levels as possible.” Nie net Mandela se familie, vriende, kennisse en mede-ANC-lede voel pyn by sy afsterwe nie, maar ons almal – mans, vroue, wit en swart, Suid-Afrikaners, buitelanders, selfs die diere, die natuur, die son en die sterre. Daarom is dit ‘n lykgedig wat op universele vlak tot ons elkeen kan spreek en is dit vir my ‘n gepaste vorm van afskeid van ‘n ikoon.”

"Zelfs de aarde struikelt, de zon zwikt, de sterren duizelen, onze gedachten zijn verward en alle dieren van de plaatsen waar Mandela zijn jeugd doorgebracht heeft, zwijgen. Hoewel zijn dood natuurlijk is, is dit alsof de hele natuur daartegen rebelleert en dat als iets tegennatuurlijks ziet. Dat is voor mij een treurzang die effectief is, omdat hij voldoet aan wat McElduff beweert wat een goede treurzang is: “An affective lament is one which manages through ambiguity to touch on as many different issues and operate on as many levels as possible.” Niet alleen Mandela’s familie, vrienden, kennissen en mede-ANC-leden voelen pijn bij zijn afsterven, maar wij allemaal – mannen, vrouwen, witten en zwarten, Zuid-Afrikanen, buitenlanders, zelfs de dieren, de natuur, de zon en de sterren. Daarom is dit een lijkdicht dat op universeel vlak tot iedereen van ons kan spreken en dat voor mij een gepaste vorm is van afscheid van een icoon." (Vertaling G.D.)

Top

Nederlands/Vlaamse kenniskring voor taalbeleid in het hoger onderwijs

Beste leden en potentiële leden van de Nederlands/Vlaamse kenniskring voor taalbeleid in het hoger onderwijs,

Op 30 oktober jl. heeft de eerste bijeenkomst van de kenniskring in Den Haag plaatsgevonden en daarvan heeft  Wilma van der Westen een verslag  geschreven ook voor de potentiële leden.

In dit bericht ontvangen jullie van ons, de twee organisatoren voor de volgende bijeenkomst, een paar vragen om op basis daarvan (jullie behoeften, suggesties en opmerkingen) het voorlopige vervolg en een tweede bijeenkomst te plannen. De locatie staat vast (Universiteit Utrecht),
maar de datum nog niet.  Woensdag 22 januari 2014 tijdens de conferentie 'Leerling-docent-interactie in het taalgericht vakonderwijs' , zoals eerder voorgesteld, lijkt niet opportuun i.v.m. een drukke agenda voor de bezoekers aan de conferentie. Ervaring wijst uit dat er weinig tijd overblijft voor ander overleg tussen de bedrijven door. We sturen jullie daarom via een datumprikker een aantal alternatieve data in februari 2014.

Verder willen we jullie vragen om de onderstaande vragen per mail te beantwoorden, voor vrijdag 10 januari 2014?

1.       Wat is voor jou de belangrijkste doelstelling van deze nieuwe kenniskring?
2.       Wat voor onderwerpen/ zaken lenen zich goed  voor deze kenniskring?
3.       Hoe vaak zou je, per jaar, bijeen willen komen?
4.       Welke werkvormen lijken jou hierbij zin- en waardevol?
5.       Zijn er nog zaken die je zou willen benoemen en of toevoegen?
  
We willen je hartelijk dank voor je tijd en kijken uit naar je reactie!

Voor dit moment rest ons niets anders dan jullie alleen fijne feestdagen te wensen en een goede vakantie.

Hartelijke groet,

Cindy Kuiper (Saxion/KU Leuven) en Fenna Swart (InHholland/ Universiteit Utrecht)

c.a.j.kuiper@saxion.nl
Fenna.Swart@INHOLLAND.nl  

Relevante informatie uit het verslag  van de bijeenkomst van 30 oktober 2013 in Utrecht

3.Doelen en werkwijze kenniskring
Uit de mail van Amos van Gelderen:
“het interessantst lijkt me dat bijeenkomsten van deze club vooral bestaan uit de inhoudelijke bespreking van 1 of 2 stukken per keer afkomstig van de onderzoeksprojecten. Dat kunnen dus onderzoeksplannen zijn of ook conceptartikelen waarop commentaar geleverd wordt door het gezelschap. Ik heb goede ervaring met een discussieclub waarbij dit soort stukken een week van te voren toegestuurd worden, zodat iedereen ze gelezen heeft en er geen tijd verloren hoeft te gaan aan presentaties. Dat geeft de mogelijkheid om echt diepgaand over een onderwerp door te praten.”

Doelen:
Uitwisseling en kennisdeling en bijdragen aan kennisvorming. De ambitie is om onderwijspraktijk en wetenschap dichter bij elkaar te brengen; toegepast onderzoek.

Werkwijze:
De suggestie van Amos wordt overgenomen. Rick de Graeff waarschuwt om niet het aantal bijeenkomsten leidend te laten zijn maar de behoefte aan kennisdeling en uitwisseling. We besluiten drie á vier keer per jaar bijeen komen om een of twee onderwerpen bij de kop te nemen en te bespreken of een vraag of tekst van één van de promovendi kritisch te bespreken.

Om tot de Nederlands/Vlaamse Kenniskring te behoren wordt van de leden verwacht dat ze in de uitoefening van hun functie werkzaam zijn in een  onderzoeksdomein.

Top

 

Gerrit Krol 1 augustus 1934 – 24 november 2013

Op 24 november 2013 overleed Krol op 79-jarige leeftijd in zijn geboorte- en woonplaats Groningen.
In Vlaanderen is Gerrit Krol minder bekend. Hij schreef nochtans een indrukwekkend oeuvre bij elkaar: in totaal meer dan 50 romans, verhalenbundels, novellen, dichtbundels en essays en hij won daarvoor diverse prijzen.

Het gemillimeterde hoofd, De chauffeur verveelt zich, De weg naar Sacramento. Zulke boeken had ik nog nooit gelezen. Literatuur met plaatjes. Hij wist Nescio te combineren met wiskundige formules. Wat een schrijver, wat een wereld riep hij op. Een wereld van tegenstellingen: man en vrouw, hard en zacht, goed en kwaad. Misschien wel het hoofdthema van zijn oeuvre.” Uit het In Memoriam van Nico Keuning.

Zijn laatste roman, Duivelskermis, verscheen in 2007. Daarin beschrijft hij de gevolgen van de ziekte van Parkinson.

Krol studeerde wiskunde en ging tijdens zijn studie bij Shell aan de slag als computerprogrammeur. Later werkte hij voor de Nederlandse Aardolie Maatschappij. In 1962 verscheen zijn romandebuut De Rokken van Joy Scheepmaker.

“Querido verliest in Gerrit Krol een scherpzinnige, tegendraadse en geestige auteur, die zijn grote liefdes - de kunst en de wetenschap - in zijn bijzondere oeuvre verenigde en vereeuwigde”, zo laat Querido-uitgever Annette Portegies weten.

Video: De zoon van de levende stad 6’29”

De documentaire De zoon van de levende stad uit 2004 van Buddy Hermans & Lejo Siepe werd uitgezonden binnen het programma Het uur van de wolf op Nederland 3. Ook op DVD.

Krol spreekt  er in over de stad Groningen en de omgeving ervan; zijn vader;  zijn muze Janna Schoenmaker; zijn werk bij Shell als wetenschappelijk rekenaar; zijn verblijf voor Shell in Venezuela en in Nigeria; zijn boek met wiskundige inslag Het gemillimeterde hoofd; zijn obsessie met borsten en zijn worsteling met seksualiteit.

Een achtregelig gedichtje van Gerrit Krol is klassiek geworden.

Herkenning
Een politieman te paard
deed mij van achteren denken
aan een meisje, niet de man,
maar het paard, ik wist niet
wat het meisje ermee te maken had,
niet meer over nagedacht -
maar later ontdekte ik
wat het was - haar paardestaart.

Koppelingen naar informatie over Gerrit Krol:

Wikipedia
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gerrit_Krol_(schrijver)

Dbnl-profiel
http://www.dbnl.org/auteurs/auteur.php?id=krol002

Nog meer informatie ter gelegenheid van het overlijden van de auteur vindt u op NRC.


Top

De wortels van het Nederlands - Enkele congresindrukken



Zaterdag 16 november 2013 vond in het Chassé Theater in Breda het tweejaarlijkse publiekscongres van het Genootschap Onze Taal plaats.
Thema was: ‘De Wortels van het Nederlands’.




Om en bij de 1500 deelnemers meldden zich present voor wat een spetterend congres zou worden. De officiële opening gebeurde door H.K.H. prinses Laurentien, die op een ongedwongen empathische manier het publiek toesprak.
Drs. Hans Beelen (docent Universiteit Oldenburg, Duitsland) had het in een eerste lezing over etymologie. Ik leerde onder andere dat de top 5 van de leveranciers van leenwoorden aan het Nederlands in volgorde uit Frans, Latijn, Duits, Engels en Italiaans bestaat. Uiteraard is dit gegeven dynamisch en rukt het Engels ongemeen hard op. Ook het Arabisch staat aan de deur te kloppen.

De lezing van dr. Frits ‘Maerlant’ van Oostrom (hoogleraar Universiteit Utrecht) droeg als titel ‘Middelnederlands, de musical’. Middelnederlandse literatuur is orale literatuur. Desondanks ‘lezen’ wij Middelnederlands. We ‘luisteren’ niet naar Middelnederlands. Middelnederlands werd nochtans geschreven om gesproken te worden. Met een team medewerkers heeft van Oostrom de app ‘vogala’ ontwikkeld. Die zal binnenkort beschikbaar zijn. Zo zal luisteren naar gedichten van Hadewych, Jan Moritoen en anderen nog slechts ‘one click away’ zijn.**

Alwin Kloekhorst (docent vergelijkende taalwetenschap Universiteit Leiden), volgens presentator Kuitenbrouwer de ‘Indiana Jones van de etymologie’ had het na de pauze op een onderhoudende manier over de reconstructie van de Indo-Europese taalfamilie.

Het slot van het theoretische gedeelte had een meer Hollands accent. Drs. Vivien Waszink (redacteur bij het Algemeen Nederlands Woordenboek) rapporteerde over de bronnen van nieuwe woorden. Bij momenten klonk het mij zeer hiphopperig in de oren. Nu weet ik wat ‘ik heb dead presidents nodig’, ‘ik represent mijn hood’ en ‘hou het straat’ betekenen. Ik leerde ook nieuwe werkwoorden vervoegen en botste zo op de eerder verrassende vorm jij sudokut.

Tussendoor kreeg Paul van Vliet de Groenman-taalprijs die om de twee jaar wordt uitgereikt aan een mediapersoonlijkheid in Nederland of Vlaanderen die zich onderscheidt door goed en creatief gebruik van de Nederlandse taal. Van Vliet bedankte met een sprankelende miniconference. Ook Kees van Kooten was op zijn best. Met een mengeling van zelfrelativering, sociale bewogenheid en pure taalliefde hield hij moeiteloos de zaal in de ban. Wim Daniëls sloot de dag af met een hilarische column over ‘Hoe het woord ollieklonje mijn leven bepaalde’. Van hem leerde ik dat er weinig verschil bestaat (in de dialectische uitspraak dan) tussen voorhuidvernauwing en voorruitverwarming.

Ik ben met een tevreden gevoel weer huiswaarts gereden. Het format beviel me heel erg. Voor een keer geen groepswerk! Wel gewoon rustig genieten van een spetterende en dynamische opeenvolging van theoretische expertise en taalvirtuoze entertainende bijdrages. Het zapperige format, waarbij niemand langer dan een half uur kreeg, zorgde voor een dynamiek die nooit stokte.

Bovendien werd alles prima aan elkaar gepraat door Jan ‘turbotaal’ Kuitenbrouwer die ook nooit om een taalkundige spitsvondigheid verlegen zit.

Dit congres was piekfijn georganiseerd. Het feit dat iedereen vooraf per brief een plaats werd toegewezen (ik had balkon A2, rij 2, stoel 14 in de ‘nomen est omen’ Jupilerzaal), bleek een zegen. De locatie was dik in orde en bovendien vanuit Vlaanderen kilometermatig goed behapbaar. Zelfs de karnemelk was op het appel. Wat wil een mens nog meer?

José Vandekerckhove

** IPad brengt Middeleeuws Nederlands tot leven.

Top

 

Doris Lessing overleden - 17 november 2013

Ze werd 94 jaar oud. In 2007 toen ze 88 jaar was kreeg ze de Nobelprijs voor literatuur toegekend. De jury van de Nobelprijs voor de Literatuur bracht met haar keuze voor Doris Lessing naar eigen zeggen hulde aan "die heldendichteres van de vrouwelijke ervaring, die met scepsis, vuur en visionaire kracht een verdeelde beschaving onder de microscoop heeft gelegd".

 



Haar meest bekende boek is “Het gouden boek” (The Golden Notebook) uit 1962. Het is een psychologische roman over een versplinterde vrouw die notities over de verschillende aspecten van haar leven neerschrijft in vier schriftjes. In "The golden notebook" nam Lessing geen blad voor de mond. Ze schreef onverbloemd over o.a. menstruatie en het vrouwelijk orgasme - dat was in 1962 ongezien. In Frankrijk en Duitsland werd het boek pas jaren later gepubliceerd omdat het bij het verschijnen te aanstootgevend werd bevonden. Nog te noemen zijn zeker haar roman “Het zingende gras”, haar in 2012 verfilmde “Two Mothers,” ‘De Zomer voor het Donker’ en ‘De Kloof’  en de vijfdelige serie 'Children of Violence'.
In 'The Grass is Singing' uit 1949 beschrijft ze het verhaal van de vrouw van een blanke boer en haar relatie met een Afrikaanse bediende. Het werd onmiddellijk een bestseller.

Ze schreef korte verhalen, romans, sciencefiction, toneelstukken en tientallen dichtbundels. Daarmee maakte Lessing zich waar als een van de meest veelzijdige schrijvers na de Tweede Wereldoorlog. Haar oeuvre omvat meer dan vijftig werken. Haar eigen leven liep als een rode draad door haar werk. Op basis van haar persoonlijke ervaringen behandelde ze thema's als kolonialisme, racisme en feminisme.

NRC Handelsblad omschreef haar werk destijds in de krant vol bewondering:

Lessings oeuvre reflecteert haar leven: een jeugd in Perzië en Rhodesië, communistisch engagement, mislukte huwelijken en haar wording als schrijfster in het vrouwvijandige Londen van de jaren 40. Haar debuut The Grass  Is  Singing ging bijvoorbeeld over de vergiftigende uitwerking van rassenscheiding in Rhodesië. Het meest autobiografisch is het Children of Violence-vijfluik (1952-69), dat begint met het naar de hoofdpersoon genoemde Martha Quest; het meest geciteerd is The Golden Notebook, een roman over een schrijfster in crisis die door de feministische beweging vooral gelezen is als een boek over de strijd tussen de seksen.

Onder andere Het zingende gras, Het gouden boek en Het vijfde kind zijn nog steeds verkrijgbaar.
(Uitg. Prometheus).

'Jongeren lezen te weinig, en dreigen ‘educated barbarians’ te worden, die alleen met computers omgaan. Mensen die niet lezen blijven onwetenden. Ze kennen hun geschiedenis en de grote ideeën niet. Literatuur is ‘parallel education’. Wat hadden we over vrouwen geweten zonder feministisch geëngageerde literatuur?' aldus de beroemde schrijfster in een interview met NRC Handelsblad in 2004.

Een In Memoriam op het Literatuurplein geeft een mooi overzicht van haar werk

In het Engels is er de site: http://www.dorislessing.org/ met op de voorpagina een schitterende wit-zwartfoto van de schrijfster en bovenaan “Farewell, Doris. We miss you already. 1919-2013”

Berichten over haar overlijden: klik hier

Informatie over haar leven, haar publicaties en beschouwingen over haar vindt u op Wikipedia http://nl.wikipedia.org/wiki/Doris_Lessing

Top

A la recherche du temps perdu – Marcel Proust

Net honderd jaar geleden publiceerde uitgever Grasset in Parijs het eerste deel van Marcel Prousts 'A la recherche du temps perdu'. De cyclus kende een bewogen uitgeversgeschiedenis.

Onder de titel100 jaar op zoek naar Marcel Prousts verloren tijdvat Piet de Moor in Knack.be die geschiedenis samen.

Omdat de zevendelige cyclus toch tot de wereldliteratuur behoort, willen wij er wat meer over weten. Een initiërende blik in dat monumentaal werk geeft ons de Wikipedia.

Zij vertelt ons o.m. het volgende:

Swann
Het eerste deel begint met een stroom herinneringen die de verteller in een toestand van halve slaperigheid brengt, namelijk het moment waarop het zelfbewustzijn voldoende in slaap is gewiegd opdat de rede niet meer tegen de meest onwaarschijnlijke dromen zou ingaan. Zo roept de verteller verschillende beelden op uit zijn kindertijd in het dorpje Combray. Aan de hand van deze herinneringen en gewaarwordingen reist hij er in zijn dromen naar terug.
Alleen de onvrijwillige herinnering aan een madeleine die is gedoopt in een kopje thee slaagt erin om de ingedommelde delen van zijn geheugen wakker te schudden en gevoelens en gewaarwordingen uit zijn kindertijd terug op te roepen. Combray, het eerste deel, toont alle beweegredenen van het geheugen aan die de rode draad vormen doorheen de hele roman. De ontknoping is te lezen in Le Temps retrouvé (De teruggevonden tijd). Un amour de Swann (Een liefde van Swann), het tweede deel van Du côté de chez Swann, wordt vaak afzonderlijk gepubliceerd. Dit werk gaat over de hartstochtelijke verwikkelingen tussen Charles Swann en Odette de Crécy. Het is een tamelijk kort en losstaand deel en wordt hierom beschouwd als een goede inleiding op Op zoek naar de verloren tijd. In het onderwijs komt dit deel dan ook het meest aan bod. Lezers van middelbare leeftijd of jongvolwassenen herkennen zich in dit portret van de verliefde Swann die zijn liefde voelt sterker worden naarmate hij meer tegenkanting ondervindt.”

De verhaallijn beknopt:
“De verteller is een overgevoelige jongeman, geboren in een rijke familie op het einde van de 19de eeuw, die schrijver wil worden. Zijn mondaine aspiraties houden hem echter lange tijd van dit idee af. Aangetrokken door de schijn van de aristocratie en de idyllische vakantieplekjes buiten de stad (zoals Balbec, een stad in Normandië waarvoor de stad Cabourg model stond) ontdekt hij naarmate hij opgroeit ook de wereld, de liefde en de homoseksualiteit. Door ziekte en oorlog raakt hij van de wereld afgesloten en beseft hij hoe leeg zijn mondaine aspiraties wel waren en hoe hij door zijn aanleg voor het schrijverschap de verloren tijd vast kan leggen.”

De bijzondere schrijfstijl van Proust:
De lange zinnen en complexe constructies die zijn werk kenmerken doen denken aan de stijl van Saint-Simon, een van de auteurs die Proust het vaakst citeerde. De lezer moet enige moeite doen om de structuur en de eigenlijke betekenis van sommige zinnen te begrijpen. Volgens tijdgenoten was dit ook de manier waarop hij praatte.
Met deze bijzondere stijl geeft Proust aan dat hij de realiteit wil begrijpen in al haar dimensies, volgens alle mogelijke percepties ervan en in alle facetten van het spectrum van de verschillende medespelers. Dit sluit naadloos aan bij een impressionistische benadering: de realiteit heeft slechts betekenis door de werkelijke of ingebeelde waarneming van het onderwerp.

Het spectrum bestaat niet alleen uit de perspectieven van de verschillende medespelers, maar ook uit de verschillende perspectieven van de auteur door de tijd heen: het huidige perspectief, het perspectief van het verleden, dat van het herleefde verleden. Het werk beperkt zich niet enkel tot die psychologische en zelfanalytische dimensie, maar analyseert ook, vaak op een genadeloze manier, de samenleving van zijn tijd: de tegenstellingen tussen de aristocratische sfeer van Guermantes, de burgerparvenu's van Verdurin en de wereld van de bedienden, vertegenwoordigd door Françoise. Doorheen de verschillende delen weerspiegelt Proust de geschiedenis van zijn tijd, gaande van de controversiële Dreyfusaffaire tot de Eerste Wereldoorlog.”

Wikipedia: A la recherche du temps perdu

PROUST LEZEN IS MET JEZELF GECONFRONTEERD WORDEN - in het Afrikaans:
Om Proust te lees is om met jouself gekonfronteer te word - 'n gesprek omtrent Proust se Swann's Way

 

Top

Verslag van het colloquium universitair taalvaardigheidsonderwijs 8-9 juni 2012 Universiteit Leiden

Proceedings

Van Schools tot Scriptie.

een colloquium over universitair taalvaardigheidonderwijs, gehouden op 8 & 9 juni 2012 Universiteit Leiden

Dick Smakman & Laurent Willemsen (Reds.)

Dit rapport in pdf-formaat bevat de neerslag van de presentaties in het Nederlands en in het Engels van een belangrijk aantal specialisten die tijdens dat colloquium aan bod kwamen.

Het rapport is zeker het vermelden waard, omwille van de thema’s en de daarbij relevante inhouden die geïnteresseerde taaldidactici daarin kunnen aantreffen.

Exploratie van dit rapport bevelen wij ten stelligste aan.

Klik hier op PROCEEDINGS

 

Top

SPINDER
Simon van der Geest
Jeugdboek –Winnaar Gouden Griffel 2013

Jan Wolkers Prijs voor het beste Nederlandse natuurboek 2013



Samenvatting

Mijn broer is te ver gegaan. Hij maakt alles kapot. Dit is wat ik ga doen: ik ga het geheim vertellen. Aan jou.

Dit is het schrift van Hidde. Hij heeft een insectenverzameling in de kelder en nu wil zijn broer die kelder inpikken. En dus is het oorlog. Hidde maakt geen enkele kans, maar hij heeft één wapen: het geheim dat de broers al een paar jaar bewaren. Een verschrikkelijk geheim.

 


Beoordeling

Dit boek is geweldig! Zeldzaam goed en spannend geschreven. Zowel mijn zoon van 9 als van 12 (geen lezer) hebben het boek ademloos in 1 ruk uitgelezen. Iedereen die van kinderboeken houdt moet dit boek zeker gelezen hebben. Om voor te lezen ook geen straf want de volwassen voorlezer geniet net zo hard mee van de prachtige zinsopbouw en grappige vergelijkingen tussen mens en dier.
Pluspunten: Fantasierijk, Leerzaam, Mooi vormgegeven, Grappig, Spannend

24 september 2013 | Door: Antje Bregje | 40-49 jaar | Haarlem

De schrijver vertelt over zijn insectenverzameling en zijn boek op de Boekenbeurs in Antwerpen

Lees het verslag daarover in de Boekenkrant

Jan Wolkers Prijs

TEXEL 27-10-2013 - De eerste Jan Wolkers Prijs voor het beste Nederlandse natuurboek gaat naar Simon van der Geest voor zijn jeugdboek Spinder.  Jury-voorzitter Johan van de Gronden noemde Spinder een 'verrassend, prachtig geschreven boek’ . ,Op elke bladzijde krioelt het van de beestjes, in woord en beeld.'
Uit 180 natuurboeken waren er vijf genomineerd. De andere waren Koos van Zomeren (Het verlangen naar hazelworm), Rob Bijlsma (Mijn roofvogels), Theo Peeters en anderen (De Nederlandse Bijen) en Marga Coesèl (Wanhoop nooit aan vooruitgang - brieven van Jac. P. Thijsse).






Simon van der Geest
(Gouda, 1978) deed de toneelschrijfopleiding. Hij ontdekte dat hij niet alleen toneelstukken, maar ook graag verhalen en gedichten voor kinderen schrijft. In 2009 debuteerde hij als kinderboekenschrijver met Geel gras. In 2011 ontving hij voor zijn tweede boek Dissus de Gouden Griffel. Verder geeft hij theaterles aan jongeren en kinderen en werkt hij als acteur voor de politie en het leger. Spinder is Van der Geests derde kinderboek.

 






Top


Klimtol - Nieuwe roman van Etienne Van Heerden 30-10-2013

http://www.etiennevanheerden.co.za/news.html

Op 23, 24 en 30 oktober 2013 stelde de romanschrijver zijn nieuwe roman voor respectievelijk in Bloemfontein, Pretoria en Stellenbosch. In de media verschenen recensies en werd de auteur geïnterviewd zowel voor de televisie als voor kranten en tijdschriften.

Het woord ‘klimtol’ komt ons vreemd voor. Het is typisch Afrikaans voor ons Nederlandse woord ‘jojo’.
“Die beweging van die klimtol word ’n metafoor van die heen en weer tussen hede en verlede, en daarmee saam van die wyse waarop die gekwelde gemoed altyd terugkeer na onafgehandelde sake en onbeantwoorde vrae.” Recensie Louise Viljoen.


***

In haar recensie in Die Burger, Beeld en Volksblad karakteriseert Annemarié van Niekerk het werk als volgt:

"Van Heerden se Klimtol is ’n pragtige, oortuigende en onthutsende roman met elemente van die speurverhaal, ’n verhaal oor die hardepad wat die lewe soms met mens loop, maar ook oor spel en ekstase, en die plek waar mens jouself vind as jy jouself verloor … daardie plek waar jy jou rede laat skietgee en blindelings vertrou. Dit is ’n konfronterende roman oor oorlewing, skuld en boete (individueel en gemeenskaplik), oor medepligtigheid en medemenslikheid. Klimtol, een van die hoogtepunte in Van Heerden se oeuvre, is boonop ’n mooi ode aan die eenvoud van die vissersdorplewe en die Weskus." – Annemarié van Niekerk

“Klimtol van Van Heerden is een prachtige, overtuigende en onthutsende roman met elementen van het speurdersverhaal, een verhaal over het harde pad dat het leven soms met iemand loopt, maar ook spel en extase, en de plaats waar men zichzelf vindt en zichzelf verloor… de plek waar je je verstand loslaat en blindelings vertrouwt. Het is een confronterende roman over overleving, schuld en boete (individueel en gemeenschappelijk), over medeplichtigheid en medemenselijkheid. Klimtol, een van de hoogtepunten in het oeuvre van Van Heerden, is bovendien een mooie ode aan de eenvoud van het vissersdorpleven en de Westkust” - Annemarié van Niekerk

Interview met Etienne Van Heerden 'Landscap van onthou, droom en verbeel'

***

“Elkeen van hierdie spanningsverhoudings word opnuut en met nuwe nuanses in Klimtol ondersoek. Dit is ’n volkome oortuigende en meevoerende roman waarin die skrywerslens oopgestel word vir ’n wye spektrum van menslike ervaring, maar daar ook erkenning gegee word aan die behoefte om terug te keer na ’n ruimte van oorsprong, of dit nou dié van die gesin of die eerste bron van inspirasie is. Die merkwaardige van hierdie roman is dat dit selfs die mees siniese leser (soos byvoorbeeld ek) oortuig dat ’n roman met ’n klimtol as onderwerp die waardige draer kan wees van ’n besinning oor die aard van kreatiwiteit, vryheid, verantwoordelikheid en skuld.” (einde recensie van Louise Viljoen in LitNet (1-10-2013)

“Elk van deze spanningsverhoudingen wordt opnieuw en met nieuwe nuances in Klimtol onderzocht. Het is een volkomen overtuigende en meeslepende roman waarin de schrijverslens wordt opgesteld voor een wijd spectrum van menselijke ervaring, maar waarin ook erkenning wordt gegeven aan de behoefte om terug te keren naar een ruimte van oorsprong, of dat nu die van het gezin is of dat de eerste inspiratiebron is. Het merkwaardige van deze roman is dat dit zelfs de meest cynische lezer (zoals ik bijvoorbeeld) overtuigt dat en roman met een jojo als onderwerp de waardige drager kan zijn van een bezinning over de aard van creativiteit, vrijheid, verantwoordelijkheid en schuld.”(einde recensie van Louise Viljoen in LitNet (1-10-2013)

***


Ludo Loeloeraai, de jojospeler is één van de hoofdpersonages die in zijn jonge jaren van dorp tot dorp trekt om de mensen te vermaken met zijn jojo-spelleltjes en truukjes. Zijn rustige leven in zijn oude dagen in Paternoster op de Westkust van Zuid-Afrika wordt evenwel overhoop gehaald door wat er in zijn verleden is voorgevallen.

***

Ontbijtinterview op video met Etienne Van Heerden in Johannesburg – 7’14”
(herhaaldelijk bekijken en beluisteren om goed te begrijpen).

Korte video over het boek

***


Het boek sluit aan bij ‘In stede van die liefde’, dat na een aantal jaren nu pas in het Engels is vertaald. Snaartjie Windvogel die we in dat boek in Matjiesfontein leren kennen, daagt in Klimtol op in Paternoster na een heel bewogen leven en kruist het pad van Ludo Loeloeraai. Elk boek van Van Heerden is een op zichzelf staand afgerond geheel. Toch creëert de schrijver een literair universum waarin er verbanden kunnen voorkomen van literaire werelden in zijn boeken.

De roman verschijnt in 2014 in het Nederlands.

Top

 

Dag van het Nederlands: Literatuur
van het Centrum Nascholing Onderwijs (CNO) UAntwerpen
op woensdag 2 oktober 2013


De Werkgroep Nederlands CNO acht literatuur in de middelbare school naast de vaardigheden en de taalbeschouwing van grote waarde zowel in de 1e en 2e graad waar jeugdliteratuur aan de orde komt als in de 3e graad waar geschiedenis van de literatuur en ook de benadering van boeken voor volwassenen voorkomt. De dag  van het Nederlands werd daarom in het teken geplaatst van literatuurbenadering op school. 170 leraren woonden het didactisch gebeuren bij.

Inspiratierijke sessies om literatuur op school nog boeiender te maken werden ingelegd. In twee rondes werden zes presentaties gegeven rond de volgende thema’s:
- Boek versus film: zoek de 5 verschillen (Tine Van Dycke – website www.lesseninhetdonker.be – 1ste graad )
- De ongeschminkte Grimm, een pleidooi om te werken met niet-versuikerde volkssprookjes in het secundair onderwijs (Marita de Sterck rond ‘Beest in bed – Negen echte volkssprookjes verzameld en naverteld’ – bekijk en beluister haar: http://www.youtube.com/watch?v=JflShKPbHYY&feature=player_embedded – 2e graad)
- Gezichten van gedichten. Leerlingen laten spreken over de stijl van poëzie (Johan van Iseghem – 2e vooral 3e graad)
- | Leesbevordering via nieuwe media (Greet Hendrix – website www.ingebeeld.be/zelf-doen - 1ste en 2e graad)
- | De leesrace, leesbevordering in een hogere versnelling en gekoppeld aan leerplan en eindtermen (Tine Kuypers en Joke Bogaert – website www.deleesrace.be – 1ste graad A-stroom)
- Waarom zou (je) Beatrijs nog lezen? (Frederik De Ridder – 3e graad)

Elke deelnemer kon in de twee rondes een presentatie bijwonen.
Op twee ervan kunnen we omdat we erbij waren nader ingaan.

- | Leesbevordering via nieuwe media (Greet Hendrix – website www.ingebeeld.be/zelf-doen - 1ste en 2e graad)
 
Beeldtaal is hét medium van jongeren. Daarop speelt het Project Mediawijsheid in. Het is gegroeid uit samenwerking tussen de vakken Nederlands en Project Kunstvakken binnen de lerarenopleiding secundair onderwijs. Het doel is een verbinding te maken tussen leeservaring en beeldtaal.
Wat kon je als leraar verwachten van deze sessie? Je kreeg concreet materiaal met:
- technieken om de leeservaringen van de leerlingen uit te wisselen;
- werkvormen om de leesbeleving creatief om te zetten in beelden: dramatische werkvormen, grafische verwerking met storyboard, digitale verwerking zoals stop motion, moodboard, digital story telling,...;
- methodes om de link te leggen met mediawijsheid;
- (beeldende) vormen van evaluatie.

Greet Hendrix, didactica Nederlands PXL Hasselt
Uitbeelden
Grafisch verwerken
Digitaal verwerken



- | De leesrace, leesbevordering in een hogere versnelling en gekoppeld aan leerplan en eindtermen (Tine Kuypers en Joke Bogaert – website www.deleesrace.be – 1ste graad A-stroom)

Met dit project wil Stichting Lezen het leesplezier van de leerlingen aanwakkeren en hen kennis laten maken met het ruime boekenaanbod. De verschillende leesopdrachten worden binnen dit project gekoppeld aan de eindtermen. Op die manier kan je met De Leesrace gewoon je leerplan volgen. In deze sessie werd het concept van De Leesrace toegelicht en kregen leerkrachten tips om ermee aan de slag te gaan in de klas.

Dat concept is eenvoudig: een leerkracht daagt haar/zijn klas uit om een aantal opdrachten rond boeken en lezen uit te voeren binnen een afgesproken tijd. Als dat gebeurd is, dan moet de leerkracht een tegenprestatie leveren. Op de website staat een lijst van 58 opdrachten, variërend in aard en tijdsduur. De leraar selecteert de opdrachten of kan er ook zelf toevoegen. De leraar kan zelf de boeken kiezen.  De online zoekmachine www.boekenzoeker.org loodst leraar en leerlingen eenvoudig door het grote aanbod. Het project is zijn tweede werkjaar ingegaan. Instappen kan nog het hele schooljaar.

Tine Kuypers, projectleider Stichting Lezen
Geboeide leerkrachten
Joke Bogaert, lerares Nederlands
Opdracht
Tevreden na de geslaagde presentatie
Napraten met gesensibiliseerde lerares

Verslag en foto's Ghislain Duchateau

 

Top

KENNISMAKEN MET TiO ABC - Webbased programma
Schriftelijke Taalvaardigheid voor leerlingen van 11 - 20+





dr. Ad Bok

Bureau voor Educatieve Ontwerpen
Rosmalen

 

 


TiO staat voor Taalonderwijs in Ontwikkeling

- Knoppen en functies
- Uitgangspunten
- Achtergronden

Het Netwerk Didactiek Nederlands heeft voor dit programma bijzondere belangstelling opgevat en wenst het zelf zo goed mogelijk te leren kennen. Ons bestuur bracht op woensdag 25 september 2013 een werkbezoek in Rosmalen bij dr. Ad Bok en werd voluit overtuigd van de efficiëntie van TiO. Tegenover andere aanpakvormen van schrijfvaardigheid is er manifest veel meer leerwinst bij de leerlingen te constateren. Daarvan getuigt ook het proefschrift van Theo Pullens Universiteit Utrecht 8 juni 2012. Hoofdstuk 4 gaat in op de specifieke aspecten van TiO.

Het NDN besteedt zijn Netwerkmiddag 2014 met dr. Ad Bok aan een ruime voorstelling van het programma op woensdag 19 maart 2014 in de Universiteit Gent.


Het programma wordt in Nederland met succes in een honderdtal scholen gebruikt.
In de Vlaamse scholen is het er nog niet behalve in een school in Sint-Niklaas.

Een kennismaking via het pdf-bestand is beslist aan te bevelen:

http://www.tioschrijven.nl/

Schrijfvaardigheid in de digitale lift met videofilmpje 2'08"

 


Top

Hugo Raes overleden op 84-jarige leeftijd (23-9-2013) -
Documenten over hem

Op maandag 23 september 2013 overleed in Antwerpen de bekende Vlaamse auteur Hugo Raes.

“De laatste tijd was het stil geworden rond Hugo Raes. Al in 'Aquarel van de tijd' (2001), een autobiografie, stak hij het niet onder stoelen of banken dat het voor hem niet meer hoefde. In deze literaire memoires eindigt hij met de beschrijving van zijn dolce far niente-leventje in een Zuid-Frans optrekje.

Literair chroniqueur Henri-Floris Jespers die zich meer en meer ontpopt tot in memoriam-schrijver bij uitstek vertelt in zijn blog hoe Raes al een hele tijd noodgedwongen in het Woonzorgcentrum Lozanahof te Antwerpen verbleef en er vandaag euthanasie pleegde : 'In het korte verhaal 'Benelux: hoogconjunctuur' (opgenomen in Raes' 'Bankroet van een charmeur' uit 1967) kan men eenvoudig de goede dood aanvragen. Vandaag om kwart na één liet Hugo Raes zich euthanaseren.'” schrijft Frank Hellemans in Knack.be

- De website over Hugo Raes
- Henri-Floris Jespers over hem
-
De afscheidsrede van Hugo Raes door Lukas De Vos “De onbegrensde spanruimte van Hugo Raes (1929-2013)
- Laatste interview met de vandaag overleden auteur Hugo Raes door Margot Vanderstraeten (op 23-9-2013 opgetekend, daterend uit 2007)
-
Hugo Raes overleden op Cobra.be met 4 video's met een uitvoerig interview uit het Archief
- In Schrijvenderwijs veel en overzichtelijke informatie over Hugo Raes
- Hugo Raes in Ons Erfdeel  BLOG
- Geschiedenis 24

Uit die informatiebronnen puren we een indrukwekkend beeld van de overleden schrijver.


Top

Stoner, docent Engelse taal en literatuur

William Stoner is het hoofdpersonage van het gelijknamige boek van John Williams.
De auteur gaf bij leven uiterst zelden interviews. Toen hij ouder werd gebeurde het toch een enkele keer. Over zijn hoofdpersonage geeft hij zijn mening die wellicht anders is dan zelfs een aandachtige lezer van de roman zou kunnen menen.

“Volgens mij is hij een echte held. Veel mensen die de roman gelezen hebben, denken dat Stoner een triest en slecht leven had. Volgens mij had hij een bijzonder goed leven. Zijn leven was beter dan dat van de meeste mensen – absoluut. Hij was bezig met datgene waarmee hij bezig wilde zijn, hij had enige aanleg voor wat hij deed, hij had een zeker mate van inzicht in het belang van de taak die hij vervulde. Hij was getuige van waarden die belangrijk zijn […] Wat ik in de roman belangrijk vind, is Stoners gevoel van een vák. Doceren is voor hem een vak – een vak in de goede en eerzame zin van het woord. Zijn vak gaf hem een bepaald soort identiteit en maakte hem tot wat hij was […] Waar het om gaat, is de liefde voor de zaak. En als je ergens van houdt, ga je het begrijpen. Het gebrek aan die liefde kenmerkt de slechte docent… Je zult nooit alle gevolgen kennen van wat je doet. Volgens mij staat het allemaal in grote lijnen beschreven in wat ik in Stoner heb geprobeerd te bereiken. Je moet erin blijven geloven. Het is belangrijk om de traditie overeind te houden, want de traditie is de beschaving.”
(Uit het Nawoord van John MacGahern blz. 317-318)

Stoner, de hoofdfiguur, was docent Engelse literatuur in het hoger onderwijs, John Williams was dat ook. Hoewel de roman gefingeerd is, valt niet te miskennen dat de autobiografische inslag in het boek aanwezig is zeker vanuit Williams reële ervaringen en beschouwingen rond de psychische beleving van de gebeurtenissen die hij in zijn docentschap en in zijn persoonlijke leven meemaakt.

Het boek werd voor het eerst in 1965 gepubliceerd. In 2003 kreeg het een herdruk en is een nieuw leven gaan leiden bij een uitermate talrijk publiek. In september 2012 kreeg het een vertaling in het Nederlands. Het exemplaar dat voorligt in juli 2013 is er een van de 23ste druk.
Het is schitterend geschreven in een directe precieze stijl. Het geeft leven en docentschap van Stoner, de hoofdpersoon, op een intensieve en indringende manier weer. Vooral het tweede deel van het boek brengt het levensverhaal met het docentschap van de hoofdfiguur op een meeslepende wijze naar de aandachtige lezer toe. Het verdient beslist de status van bestseller in de hele lezende wereld met het onvergetelijke hoofdpersonage. Vooral docenten in het hoger onderwijs kunnen bijzonder veel leesgenoegen beleven met deze roman.




Meer over het leven en het schrijverschap van John Williams:
http://www.stoner.nu/john-williams/

 

 

 

 

 

Top

Startnotitie Nederlands in het hoger onderwijs (NTU)



Opzet

Dat het de Nederlandse Taalunie meer bepaald de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren binnen haar schoot ernst is met hun bezorgdheid voor de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs blijkt uit het initiatief van de Raad om samen met het Algemeen Secretariaat van de Taalunie een plan van aanpak op te zetten voor de beleidsvoorbereiding en –advisering over het Nederlands als instructietaal en over de taalvaardigheid van studenten in het hoger onderwijs.

Dat plan is het eerste deel van een langer lopend traject, waarin later behalve de in de eerste alinea genoemde thema’s ook het Nederlands als taal van de wetenschap en in het bijzonder het Nederlands als wetenschappelijke publicatietaal aan de orde zullen komen.

Thema

Aandacht voor de positie van het Nederlands in het hoger onderwijs en in de wetenschap staat prominent in het meerjarenbeleidsplan 2013-2017 van de Taalunie. De Raad wil hierover de komende jaren een of meer adviezen uitbrengen aan het Comité van Ministers. In het meerjarenbeleidsplan ligt het accent vooral op de mate van het gebruik van het Nederlands als instructietaal en als voertaal in het hoger onderwijs, op de kwantiteit dus. De Raad wil uitdrukkelijk zíjn accent leggen op de kwalitatieve aspecten van het gebruik van het Nederlands, meer bepaald op de taalvaardigheid van studenten en in het verlengde daarvan die van de docenten. Dit zijn de twee thema's die tussen nu en medio 2013 voorrang krijgen. Later zal dan het derde thema "Nederlands als taal van wetenschap" aan de orde komen. Dat betekent ook het Nederlands als publicatietaal en de Nederlandse vaktaal. 

Zorgen m.b.t. het Nederlands

De Raad heeft in de eerste plaats zorgen over de taalvaardigheid van studenten en afgestudeerden. Ze betreffen vooral de talige competenties die nodig zijn om een studie te kunnen volgen in het hoger onderwijs: een presentatie geven, een werkstuk structureren, argumenteren, wetenschappelijke teksten begrijpen en dergelijke. In dit stuk duiden we dat gemakshalve aan als ‘academische taalvaardigheid’. En ten derde gaat het ook om de vereiste beheersing van de vaktaal.

Daarnaast  heeft de Raad ook zorgen over het afnemend gebruik van het Nederlands als instructietaal in het hoger onderwijs.

We citeren hier ruim uit de startnotitie Nederlands:

“2.2 Zorgen over het afnemend gebruik van Nederlands als instructietaal

Steeds meer universiteiten en hogescholen bieden programma's aan in het Engels. Dat geldt vooral voor de masterprogramma’s aan de universiteiten. De Taalunie is zeker voorstander van het Europese beleid ten aanzien van meertaligheid, ook in de universiteiten en hogescholen. Ze realiseert zich dat in bepaalde gevallen het gebruik van het Engels als instructietaal nodig is. Maar ze heeft ook de indruk dat er negatieve gevolgen zijn die kunnen worden beperkt als de onderwijsinstellingen zorgvuldiger en transparanter te werk gaan bij de keuze van de instructietaal voor een bepaalde studie.

  • Een van haar zorgen is dat een afname van het gebruik van het Nederlands als instructietaal ten koste gaat van academische taalvaardigheid in het Nederlands en in het verwerven van Nederlandstalige vaktaal. Bovendien leidt het tot minder aandacht voor het goed hanteren van de Nederlandse taal in het algemeen.
  • Een tweede zorg is de afname van de functie van het Nederlands als taal van wetenschap. Er zijn vakken die nauwelijks meer in het Nederlands worden aangeboden. Gebruik van het Engels kan het accent leggen op een Angelsaksisch discours en daardoor andere invalshoeken, dus ook uit de Lage Landen, onderbelichten. Bovendien wordt de Nederlandse vaktaal op een bepaald domein niet meer gevoed, wat tot functieverlies voor het Nederlands zou leiden met als gevolg een kloof tussen Nederlandstalige burgers enerzijds en beroepsbeoefenaren die zich niet in het Nederlands kunnen uitdrukken aangaande hun deskundigheid anderzijds.
  • Een derde zorgpunt is dat Nederlandstalige studenten de studie in het Engels niet altijd goed kunnen volgen. Vooral voor studenten die een beroepsopleiding volgen en die hun handen al vol hebben aan de conceptuele kant van het onderwijs kan het een extra belasting zijn dat ze Engelstalige colleges en lesmaterialen krijgen. 

De onderwijsinstellingen maken hun argumenten om te kiezen voor Engelstalig onderwijs vaak niet expliciet. Doorgaans wijzen ze op de internationale meerwaarde. Hier volgt een (niet noodzakelijk volledige) opsomming:

  • de internationale relevantie van de betreffende studie;
  • de aanwezigheid van buitenlandse studenten;
  • de mogelijkheid om hoogwaardige buitenlandse docenten aan te trekken;
  • het uitgangspunt dat Engels de taal van de wetenschap is;
  • extra inkomsten te generen door een toeloop van buitenlandse studenten.

Hoe het ook zij, als die argumenten al expliciet gemaakt worden, ze worden zelden geëvalueerd: Hoeveel studenten uit het buitenland levert de keuze voor het Engels nu eigenlijk op? En blijkt het vak dat in het Engels gegeven wordt inderdaad internationaal relevant? Kómen de afgestudeerden in een bepaald vak wel echt terecht in wetenschappelijke banen waar Engels de voertaal is?
De onderwijsinstellingen lijken weinig te reflecteren op de geldigheid van de argumenten, ze monitoren niet en ze komen ook zelden terug op hun keuze voor het Engels als instructietaal.

Nuances

  • De term “instructietaal” moet in de vervolgfase scherper gedefinieerd worden. Het kan hier gaan om: de taal van de studieboeken en andere teksten, om de taal die de docent spreekt, om de de taal die de studenten onderling  met de docent spreken, de taal waarin studenten opdrachten maken, de taal waarin examens worden afgenomen (mondeling/schriftelijk) én de taal die tijdens stage wordt gesproken (m.n. in hogescholen relevant).
  • Er is een groot verschil tussen Vlaanderen en Nederland. In Vlaanderen is pas sinds 2010 de keuze voor een andere instructietaal bij decreet toegestaan en er zijn strakkere regels voor het volume anderstalig onderwijs dat per instelling gegeven mag worden. Iedere studie moet bovendien ergens in Vlaanderen in het Nederlands worden aangeboden. In Nederland staat in de wet dat Nederlands de onderwijstaal is, maar dat in bepaalde gevallen uitzonderingen mogelijk zijn. Van die uitzonderingsmogelijkheid wordt in de praktijk op ruime schaal gebruik gemaakt.
  • Het beleid bij de universiteiten verschilt van dat bij de hogescholen. Het Engels is dominanter aanwezig aan de universiteiten. Vooral veel mastersopleidingen zijn in het Engels. In de bachelorsprogramma’s aan universiteiten en hogescholen is het gebruik van Engels veel minder.
We bevelen graag de lectuur aan van de hele “Startnotitie Nederlands in het hoger onderwijs

Top


Veertien Variaties op "Het veld" - Helge Bonset

Samenvatting
Een man, een vrouw, een braakliggend veld voor hun flatgebouw. Iedere dag kijkt de man voor het raam hoe zijn vrouw over het veld aan komt lopen met haar boodschappen. Totdat ze thuiskomt zonder dat hij haar gezien heeft. Welke weg kwam ze? Die vraag maakt hem onrustig. Zo begint Het veld, een onvoltooid verhaal van wijlen Hella Haasse. Helge Bonset voltooide het verhaal op veertien verschillende manieren. Hij wisselt van tijd, ruimte en perspectief en introduceert nieuwe personages. Ook zijn taal wisselt, van staccato tot gedragen. Maar wat alle verhalen gemeen hebben, is hun spanning en hun geheimzinnige ondertoon.


Over de auteur


"Geschreven heb ik mijn hele leven. Ik publiceerde verhalen en columns in Een Tien voor de Tieners, het Utrechts studentenblad Trophonios, het Leids universiteitsblad Mare en het tijdschrift Levende Talen. Ook gaf ik studenten Nederlands les in creatief schrijven. Daarnaast schreef ik als "krities leraar" 'Nooit met je rug naar de klas!' (1969) en publiceerde ik over de didactiek van het schoolvak Nederlands. Met Veertien Variaties... keer ik terug naar het terrein van de fictie."


 

Technische gegevens

Prijs: € 13,95
Titel: Veertien Variaties op "Het veld"
Auteur: Helge Bonset
Categorie: Verhalen
Uitvoering/formaat: Paperback 12,5 cm x 20 cm
Aantal pagina's: 66
ISBN: 9789462069701
Verschijningsdatum: 7 juni 2013
Uitgave: http://boekscout.nl/

Top

 

Jordi Casteleyn doctoreerde aan de Universiteit Gent

Donderdag 6 juni 2013 woonden we de openbare doctoraatsverdediging bij van Jordi Casteleyn in het bekende Pand van de Gentse universiteit. ‘New Media and the Rhetoric of Presentations – Explorations In Education’ is de titel  van zijn proefschrift in het Engels. De verdediging gebeurde in het Nederlands en leidde tot de toekenning aan Jordi Casteleyn van de academische graad van Doctor in de Pedagogische Wetenschappen. Prof. dr. André Mottart was zijn promotor.

Na zijn inleiding tot het proefschrift stelden de opponenten uit de corona aan de doctorandus gedurende een uur ruim wat kritische vragen. Met veel zelfverzekerdheid maar ook met zin voor nuancering kwamen zijn antwoorden. Zijn promotor sloot het discours af met een laatste vraag.

Na een korte beraadslaging zagen we de juryleden weer binnenstappen in de zaal Rector Blancquaert en kreeg de promovendus de graad van Doctor. Het ruime en aandachtige publiek applaudisseerde blij voor de jonge Doctor in de Pedagogische Wetenschappen.


Tijdens de zonnige receptie op de binnenkoer van het Pand karakteriseerde promotor Mottart de persoonlijkheid en de prestaties van zijn medewerker in de Vakgroep en loofde zijn inzet voor zo vele initiatieven die hij al op zijn palmares bleek te hebben. De jonge wetenschapper glunderde bij die woorden en sloot daarbij aan met een kort maar welgemeend dankwoord.

De kern van het proefschrift bracht het resultaat van zijn wetenschappelijke onderzoeken rond de effectiviteit van presentaties. Powerpoint en Prezi werden met elkaar vergeleken en bleken geen noemenswaardige voordelen ten overstaan van elkaar te hebben. Wel is het optreden van de spreker determinerend voor de informatie-overdracht.

Op de site ‘mensenkennis.be’ publiceert Jordi Casteleyn de tekst “Prezi of PowerPoint: van welke presentatie leert een publiek het meest? Daarin vinden we de grote lijnen terug van enkele essentialia uit zijn thesis omtrent de effectiviteit van presenteren. Wellicht is het nuttig hierbij te vermelden dat we de principes voor goede informatieoverdracht van Richard Mayer uit zijn publicatie Cognitive Theory of Multimedia Learning (CTML) kort opgesomd terugvinden in de tekst van Jordi Casteleyn. Zowel voor Powerpoint als voor Prezi zijn die zo van toepassing:

- Tekst en beeld zijn beter dan tekst alleen.
- Tekst en beeld worden beter tegelijk dan na elkaar gepresenteerd.
- Tekst staat best zo dicht mogelijk bij het bijbehorende beeld.
- Overbodige informatie die de boodschap vertroebelt, wordt best verwijderd. Bijvoorbeeld, extra geluid. Beperk dus wat je aan een publiek toont.
- Informatie wordt beter mondeling dan via tekst gecommuniceerd.
- De combinatie animatie en audio werkt beter dan de combinatie animatie en tekst.

Ook langs deze weg wensen we Dr. Jordi Casteleyn proficiat met zijn doctoraat en een flink succes in zijn academische carrière.

G.D.

Dr. Jordi Casteleyn werd aangesteld als professor Didactiek Nederlands aan de Universiteit Antwerpen vanaf het Academiejaar 2015-2016 in opvolging van prof. dr. Rita Rymenans.

Top

Masterplan hervorming secundair onderwijs goedgekeurd – Versie 4.06-2013

Dat masterplan geeft een oriëntering waarin de hervormingen mogelijk plaats gaan vinden. Er zijn hervormingsaspecten die nog binnen deze legislatuur zullen worden beslist en toegepast. Andere liggen mogelijk in het verschiet op langere termijn.

Een erg ingrijpende hervorming in het onderwijs is wel voorzien. Die heeft haar implicaties zowel op het basisonderwijs, bepaald de derde graad, uiteraard het secundair onderwijs in alle graden, maar ook op onderdelen van het hoger onderwijs, bepaald de lerarenopleidingen. Als nieuwe vakken of bestaande vakken andere oriënteringen krijgen en met nieuwe leerinhouden moeten worden gestoffeerd, dan zullen de lerarenopleidingen aan universiteiten en hogescholen daarop moeten inhaken en dan zullen de curricula moeten worden aangepast.

Wat is in het masterplan voorzien als structurele en inhoudelijke veranderingen?

Na lange onderhandelingen heeft de Vlaamse regering op 4 juni 2013 een akkoord bereikt over een ingrijpende hervorming van het secundair onderwijs.

De huidige eindtermen en zogenoemde 'VOETEN' zullen ondergebracht worden in competenties. Per graad zal een set van te behalen sleutelcompetenties vastgelegd worden waarbij er meer aandacht zal zijn voor techniek, wetenschappen, economische en financiële kennis, moderne vreemde talen (Frans en Engels), sociale en burgerschapscompetenties, creativiteit en ondernemerszin, sociaal-emotionele ontwikkeling en relationele vaardigheden.

Werkplekleren zal een essentiële plaats krijgen minstens in alle arbeidsmarktgerichte studierichtingen in de 3de graad. De 1ste graad van de bestaande eenheidsstructuur met de oriënterende functie zal geoptimaliseerd worden. Voor de 2de en de 3de graad zal overgegaan worden tot een nieuwe ordening van de studierichtingen op basis van een matrix waarbij de verticale as de finaliteit van abstract naar praktisch weergeeft en de horizontale as het begrip studiedomein hanteert.

Met het hoger onderwijs zal overleg gepleegd worden om de eindtermen SO beter af te stemmen op de startcompetenties voor het HO.

Raadpleeg het integrale masterplan

Website over de hervorming van het secundair onderwijs

Top

Tommy Wieringa winnaar van de Libris Literatuurprijs 2013 met 'Dit zijn de namen'

De Nederlandse auteur Tommy Wieringa heeft maandag 6 mei 2013 de Libris Literatuurprijs gewonnen voor zijn roman 'Dit zijn de namen'

‘Een onverhoeds grimmige, spannend opgeschreven vertelling over het spoorzoeken naar identiteit in de eenentwintigste eeuw. Uiterst bevlogen en stilistisch strak genoteerd.’ – Humo

De winnaar van het beste Nederlandstalige literaire fictieboek in 2012 werd bekendgemaakt tijdens het televisieprogramma Nieuwsuur.

De genomineerden waren Arnon Grunberg ('De man zonder ziekte'), Esther Gerritsen ('Dorst'), Christiaan Weijts ('Euforie'), Oek de Jong ('Pier en oceaan') en Elvis Peeters (‘Dinsdag’).

De roman ‘Dit zijn de namen’

Het boek gaat over twee explosieve thema's: godsdienst en migratie. De roman volgt een groepje vluchtelingen die hun identiteitspapieren hebben verscheurd. Ze staan voor de velen die door een uitzichtloze thuissituatie gedwongen zijn tot een zoektocht naar een betere wereld elders.

"Het is moeilijk te zeggen waarom 'Dit zijn de namen' het meest te prijzen valt: de stilistische bravoure, de filosofische diepgang, de aforistische kracht, de hecht getimmerde compositie, de originele beeldenpracht", meent de jury.

Prijs van de Lezersjury

Wieringa brak in 2005 door naar een groter publiek met 'Joe Speedboot'. Afgelopen zaterdag won hij nog de Prijs van de Lezersjury tijdens de uitreiking van de Gouden Boekenuil (de belangrijkste literaire bekroning in Vlaanderen), die uiteindelijk naar Oek de Jong ging.

Vorig jaar ging de Libris Literatuur Prijs naar A.F.Th. van der Heijden, voor zijn roman 'Tonio', over zijn zoon die om het leven kwam bij een verkeersongeval. (Belga/TV)

Goede informatie vindt u op de website van de Libris Literatuurprijs.

Bijzonder prettig en degelijk is de voorstelling van de roman op Cobra.be door Johan De Haes.
Diezelfde De Haes neemt dan bij het verschijnen van het boek op 9 oktober 2012 een interview af
van de nu bekroonde schrijver (8'39"). Op de video ziet en hoort u Tommy Wieringa over het ontstaan en het wezen van zijn 'Dit zijn de namen'. Klik hier

Nog relevante koppelingen:

Zinvol en nuttig omwille van de benadering van de actuele Nederlandse romanliteratuur is het
Juryrapport nominaties Libris Literatuurprijs 2013

 

Top

P.C. Paardekooper, hij was een man die je niet licht vergeet

Prof. P.C. Paardekooper overleed op 1 mei 2013 in het Westvlaamse dorpje Snaaskerke in de leeftijd van 92 jaar. Pas op woensdag 8 mei heeft de familie zijn overlijden bekend gemaakt. Het nieuws bracht een stroom van berichten in de media rond zijn figuur op gang. De meeste waren beknopt en gaven enkel het essentiële weer over de persoon en het werk van de overledene.



De ruimste informatie is te vinden in de online encyclopedie Wikipedia. Naast zijn biografie met de carrièregegevens, zijn verhouding tegenover Vlaanderen en zijn publicaties krijgen we ook een ruime inkijk in zijn eertijds bekend zinsontledingssysteem met de ontleedtekens.

In het tijdschrift ‘Onze taal’ schreef Paardekooper geregeld artikels. Over hem lezen we nu op de weblog van ‘Onze taal’ in het artikel ‘Paardekooper, eigenzinnig taalkundige’:

Behalve over zinsontleding en Nederlands in België had Paardekooper ook uitgesproken ideeën over bijvoorbeeld het Afrikaans, dat hij teloor zag gaan, en over de in zijn ogen veel te grote rol van het Engels in Nederland. Die kwesties behandelde hij geregeld in artikelen voor Onze Taal, waarin ook op een andere manier zijn eigengereidheid bleek. Er is in Onze Taal nog nooit een andere auteur geweest wiens artikelen konden eindigen met dít nootje: "De auteur weet van het verschil tussen hij en ie, als en dan, etc., maar stelt er prijs op zijn eigen keuze te maken."

Over de anglomanie in onze gewesten schreef Paardekooper in 2003 in Trouw:
,,Door onze anglomanie worden we beetje bij beetje opgeslokt door de Engelse wereld. Waar is ons gevoel van eigenwaarde? Waar is ons patriottisme? Sterker: waar is ons nationalisme? Maar ja, dat schijnt weer een vies woord te zijn. De anglomanie werkt door tot in onze houding over de kwestie-Irak. De trots en eigenwaarde van Frankrijk, Duitsland en België blijkt uit hun Irak-standpunt. Dat heeft alles met taal te maken. Het Nederlandse taalminderwaardigheidsgevoel heeft tot gevolg dat we nauwelijks protesteren. Wij laten ons maar al te graag 'cocakoloniseren'. De leenwoordstroom uit het Engelstalige deel van de wereld laat zien dat de Nederlanders graag opgegeten willen worden. Het is een eer voor ons om als kleine muisjes een stukje te mogen worden van de prachtige grote Amerikaanse kater en zijn gemiauw tot het onze te mogen maken. Wat Bush doet, is welgedaan. Schurken tegen de macht is het.''

Veel documentatie vinden we op de website van de VRT, waar we ook enkele video’s rond Paardekooper kunnen zien uit de jaren 60 en ook een radio-interview over de overledene met em. prof. taalkunde Guido Geerts

Radio-interview van 7’21” met Guido Geerts
en koppelingen,
‘Onze arme rijke taal’ video van 17’34” – interview met J.A. de Ridder 1961
‘Paardekooper steunt de Vlamingen – video van Echo 1’07” 1962
‘ABN-Gids’ video van 9’13” Leo Somers, Emmy Cassiman… 1963

Een degelijk gedenkenisartikel met eveneens koppelingen naar interessante opnames van vroeger vinden we op de blog Neder-L van het Nederlands tijdschrift voor neerlandistiek.

Wie verder op Google kijkt, vindt nog vele verwijzingen n.a.v. het overlijden van de grote eigengereide taalkundige.

We nemen er hier toch nog eentje van over met de volledige tekst van de verboden toespraak van Paardekooper uit 1962 die hij in Gent en in Antwerpen uitsprak.

In De Standaard van vrijdag 10 mei 2013 schrijft een oud-student van hem van de Kortrijkse afdeling van de KUL een stukje met herinneringen over zijn professor van eertijds. Hij eindigt zijn column Desalniettemin met deze woorden:

“In 1986 ging hij terug naar Nederland. De Taalunie bestond toen al, maar in 1989 sloot de komst van VTM de periode af dat Vlaanderen zich cultureel en taalkundig aan Nederland spiegelde. De eenheidstaal, die hij zo graag in Vlaanderen wilde invoeren, is hier sindsdien een soort ‘eenheidsvlaams’ geworden, een gedrocht dat hem wellicht rillingen bezorgde. PCP overleed vorige week op 92-jarige leeftijd (zie p. D5). Hij was een man die je niet licht vergeet.”

Top


De Gouden Boekenuil 2013 gaat naar Oek de Jong voor zijn roman 'Pier en Oceaan'

Bekijk de video's met Oek de Jong waarin hij over zijn boek vertelt.



Cobra.be

Video 3’26”

http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/1.1593836

Video met interview met Johan De Haes over het boek  6’58”

http://www.cobra.be/cm/cobra/boek/1.1459138

Top

Egidius en de tentoonstelling 'Liefde en devotie' in Brugge tot 23 juni 2013

'Liefde & Devotie. Het Gruuthusehandschrift'.

Ontdek de hartstochtelijke middeleeuwen

Tentoonstelling

> Periode: 22 maart > 23 juni '13 
> Plaats: Gruuthusemuseum, Dijver 17, 8000 Brugge

Het Egidiuslied maakt deel uit van een omvangrijk perkamenten manuscript dat gedichten, gebeden en liederen bundelt. Het werd rond 1400 in Brugge geschreven en is nu bekend als het Gruuthusehandschrift. Eeuwenlang was het bijzondere handschrift in privébezit, tot de Nederlandse Koninklijke Bibliotheek het in 2007 aankocht. Nu is het uitzonderlijk en voor de duur van drie maanden te zien in het Gruuthusemuseum.

Unieke kunstvoorwerpen brengen de teksten en thema's uit het handschrift weer tot leven. Ze schetsen het culturele, sociale en religieuze klimaat in Brugge, dat in die vroege 15de eeuw een internationale handelsstad was.
Bovendien kom je te weten wie die Egidius was en... waar hij gebleven is.

Egidiuslied

Het heel bekende Egidiuslied in het Gruuthusehandschrift, dat in de Koninklijke Bibliotheek van Den Haag berust, kan nu met behoorlijke zekerheid toegeschreven worden aan Jan Moritoen. Egidius, waer bestu bleven…Over welke vriend heeft de dichter het hier in zijn treurdicht? Diens historische figuur krijgt nu een zeker  profiel uit de studie van Noël Geirnaert, hoofdarchivaris van het Stadsarchief Brugge, die hij publiceerde in het recent verschenen nieuwe boek rond het Gruuthusehandschrift met de bijdragen van een eerder gehouden colloquium over dat kleinood: Het Gruuthuse-handschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen.KANTL-colloquium 30 november 2007. Het boek is geredigeerd en ingeleid door Frank Willaert en bevat studies van Herman Brinkman,  Ad Leerintveld en Henk Porck, Renée Gabriël  en Johan Oosterman, Karl Kügle, Ike de Loos, Joris Reynaert en Noël Geirnaert. (Prijs:  € 25,00. Voor bestellingen, zie www.kantl.be)

‘De Egidius van het Gruuthuuse-handschrift past naadloos in de biografie van de Brugse 14de-eeuwse makelaar, politicus, kerkmeester, waarschijnlijk muziekliefhebber en dichter Gillis Honin’, schrijft de naarstige Noël Geirnaert. Gillis Honin overleed in 1385 en werd begraven in de St.-Walburgakerk waarvan hij kerkmeester was. Zijn dood op vrij jonge leeftijd maakte in Brugge veel ophef. Hij kwam onverwacht, maar ook erg ongelegen omdat Gillis Honin als notabele van Brugge heel grote schulden had.

De verschillende auteurs van de teksten in het Gruuthusehandschrift onder wie Jan van Hulst en Jan Moritoen de meest bekende waren, behoorden tot het milieu van makelaars, hosteliers en bontwerkers, een deel van de stedelijke elite van Brugge rond 1400.

Over de liederen in het handschrift, over Jan Moritoen en over het Egidiuslied zelf kunt u een interessante bijdrage lezen op de blog van Ronny De Schepper.

Ook de driehoeksverhouding met Mergriete uit het rondeel wordt flink uit de doeken gedaan.

We verwijzen daarbij met graagte naar de website die  het Gruuthusehandschrift voor internetgebruikers bijzonder ruim toegankelijk maakt.

In 2015 werd een documentaire film gemaakt die 15'11" duurt rond de ontwikkelingen van de studie van het Gruuthusehandschrift, dat nu in de Koninklijke Bilbiotheek in Den Haag berust.

 

Top

De Woutertje Pieterseprijs voor het Jeugdboek 2013 naar Kristien Dieltiens
voor haar schitterende roman ' Kelderkind'

De Woutertje Pieterseprijs voor het Jeugdboek 2013
gaat naar Kristien Dieltiens voor haar schitterende roman
'Kelderkind'


(Uitgeverij De Eenhoorn)

De jury:

Kelderkind is een boek dat genres overstijgt: het is een historische roman maar ook een psychologische thriller en een indringend coming of age verhaal met hier en daar magische elementen. Het boek is ambitieus en misschien zelfs een beetje pretentieus. Maar het maakt de pretenties waar.De hoofdpersonen zijn de fictieve Manfred en de historische persoon Kaspar Hauser. Twee outcasts, jongens die buiten de maatschappij vallen en van wie de levensverhalen razend knap met elkaar zijn vervlochten.

"Personages komen tot leven, er zit spanning in over de afloop en je vraagt je als lezer af wat feit en fictie is."

“De auteur zet een labyrint uit: een doolhof waarin de lezer kan ronddwalen en de weg kwijt kan raken om uiteindelijk weer het juiste pad te vinden. De puzzelstukjes van het grote raadsel worden langzaam in elkaar geschoven tot een kloppend geheel. De verschillende verhaallijnen komen uiteindelijk allemaal samen maar dan heb je wel een leeservaring achter de rug om u tegen te zeggen.”

De website:

Zowat alles daarover vindt u op de website van de Woutertje Pieterseprijs

Open zeker ook de pagina Lestips

Het interview

In een interview over het boek ziet en hoort u de schrijfster Kristien Dieltiens

De media

De bekroning kreeg heel ruime weerklank in de media: De redactie.be - Knack.be - De Morgen.be - nrc.nl - cobra.be

De Woutertje Pieterse Lezing 2013

Bij de uitreiking in Amsterdam op donderdag 7 maart hield Majo de Saedeleer de Woutertje Pieterse Lezing 2013: 
‘Onder het donker de kleuren. Vetkrijtjes voor cultuuroptimisten.’

Top


Geschiedenis van de Nederlandse literatuur - deel 1 (II) verscheen op 5 februari 2013


Onder leiding van de Nederlandse Taalunie wordt gewerkt aan een breed en overkoepelend overzicht van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur in zeven delen. Delen 1 (I) en (II), 2, 3, 5 en 7 zijn inmiddels verschenen, het laatste deel zal, naar verwachting, in 2014 worden afgerond.

Lees meer op de website van de
Nederlandse Taalunie



Reeks

De Geschiedenis van de Nederlandse literatuur bestaat uit de volgende delen:

  • deel 1 (I): Frits van Oostrom - Stemmen op schrift (Middeleeuwen I tot 1300). Verschenen: voorjaar 2006.
  • deel 1 (II): Frits van Oostrom - Wereld in woorden (1300-1400). Verschenen: 5 februari 2013.
  • deel 2: Herman Pleij - Het gevleugelde woord (Middeleeuwen II, 15de en 16de eeuw). Verschenen: najaar 2007.
  • deel 3: Karel Porteman en Mieke Smits-Veldt - Een nieuw vaderland voor de muzen (1570-1700). Verschenen: voorjaar 2008.
  • deel 4 (I): Inger Leemans, Gert-Jan Johannes, Joost Kloek - Worm en Donder (1700-1800: de Republiek). Verwacht: 12 december 2013.
  • deel 4 (II): Tom Verschaffel - 1700-1800: de Zuidelijke Nederlanden. Verwacht: 2014.
  • deel 5: Wim van den Berg en Piet Couttenier - Alles is taal geworden (19e eeuw). Verschenen: voorjaar 2009.
  • deel 6: Jacqueline Bel - Literatuur in tijden van onschuld en oorlog (1900-1945). Verwacht: 2014.
  • deel 7: Hugo Brems - Altijd weer vogels die nesten beginnen (1945-2005). Verschenen: voorjaar 2006
  • deel 8: Anne Marie Musschoot en Arie Jan Gelderblom - afsluitend deel met een verantwoording bij de reeks. Verwacht: 2014.

______________________________

05/02/13

Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400 (deel 1 II)

door

Frits van Oostrom

Wereld in woorden opent een compleet nieuw venster op de roemruchte veertiende eeuw: de eeuw van de pest en ander onheil maar ook een eeuw van grote creativiteit zoals blijkt uit de Nederlandse literatuur in deze periode, door Frits van Oostrom meesterlijk en meeslepend opnieuw tot leven gebracht. Zowel grote klassiekers als obscure teksten komen aan de orde, verrijkt met tal van nieuwe vondsten uit recent onderzoek.

Presentatie van dit deel op dinsdag 5 februari 2013 in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL).

 

De presentatie

Op dinsdag 5 februari 2013 was de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde gastvrouwe voor de presentatie van “Wereld in Woorden. Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur 1300-1400” door Frits van Oostrom.

De zaal was te klein om de belangstellenden te bevatten. De zijdeuren werden geopend. Stoelen werden aangevoerd. Vooral de aanwezigheid van betrokkenen uit Nederland was opvallend.

Na het lovend welkomstwoord door Stefaan van den Bremt, voorzitter van de Academie, kwamen achtereenvolgens de uitgever Mai Spijkers van de Uitgeverij Bert Bakker, Anne Marie Musschoot, mede- hoofdredacteur van het project, Jozef Janssens, em. hoogleraar KUB aan het woord. Allen brachten zij een eresaluut aan Frits van Oostrom voor zijn ongeëvenaarde prestatie met dit werk en ook aan de kwaliteiten van  dit deel van de nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis. Mevrouw Musschoot ging dieper in op concept van het hele project en toonde aan dat er een grote vernieuwing aan ten grondslag ligt tegenover de vroegere literaire geschiedschrijving uit de tijd van Gerard Knuvelder.


Het basisconcept van deze literatuurgeschiedschrijving berust op nieuwe opvattingen


Nieuwe opvattingen
 

“Deze proeven laten zien dat er ook in de Lage Landen nieuwe normen, nieuwe ideeën, nieuwe concepten worden gehanteerd. Anbeek bijvoorbeeld, combineert in zijn overzicht de lijn van de poëticale ontwikkelingen met de receptiegeschiedenis én de tekstanalyse. En inmiddels is er natuurlijk ook het toonaangevende werk van Frits van Oostrom, die ervan uitgaat dat de literatuur van de Middeleeuwen bepaald is door het milieu en de bredere context van de maatschappij waarin ze is ontstaan. Bij Herman Pleij is de accentverschuiving nog duidelijker: de literaire tekst fungeert er, net als andere, niet-literaire teksten, als uitdrukking van een tijdsbeeld.
 
Wat bovendien opvalt, niet alleen bij Van Oostrom en Pleij, de auteurs van de 'cultuurhistorische wending', maar evenzeer bij Anbeek, is dat hun literatuurgeschiedenis inderdaad al een verhalend karakter heeft gekregen, wat ze ook prettig leesbaar maakt voor een heel groot, niet gespecialiseerd publiek. Hun visie op de geschiedenis is - geheel in overeenstemming met de narratieve richting in de historiografie zoals die in Nederland wordt vertegenwoordigd door Frank Ankersmit - een verhaal, een bedachte constructie, een als zodanig aangewezen 'mogelijke' presentatie van de werkelijkheid.”

in: Veranderingen in een bedding van continuïteit: de literatuurgeschiedenis in een nieuw jasje.

Arie Jan Gelderblom en Anne Marie Musschoot  - lezing 2000.


Jozef Janssens, bekende specialist van de Nederlandse literatuur in de Middeleeuwen, vergeleek de geschiedschrijving van pater Jozef Van Mierlo S.J. met die van Frits van Oostrom. Het grote verschil ligt volgens de spreker in de katholieke oriëntering van Van Mierlo. Daarmee hangt een vrij negatieve karakterisering samen van die tijd als verval met weinig waardevolle literaire voortbrengselen. Van Oostrom die zich niet-confessioneel opstelt tegen de 14e eeuw daartegenover karakteriseert ze als een tijd van vooruitgang, van veel creativiteit. Al in het eerste deel van “Wereld in woorden” over het profiel van de eeuw schetst Van Oostrom hoe in geschriften het Nederlands uit drang van de omstandigheden hoe langer hoe meer de plaats innam van het Latijn, de taal van de Kerk en van de geleerden. Het Nederlands als gebruikstaal voor niet-literaire geschriften werd geleidelijk aan gemeengoed in de Vlaamse steden waar de handel steeds meer toenam.

Dr. Jozef Van Mierlo S.J.
Prof. dr. Frits van Oostrom

Hoogtepunt van deze academische zitting was evenwel de voordracht van Frits van Oostrom zelf. Hij liet de stroom van lovende woorden over zich heen gaan en gaf toch ook enkele zinnige karakteriseringen weer van het werk dat hem een aantal jaren in zijn academische carrière heeft bezig gehouden. Hij was zichtbaar heel tevreden over het uiteindelijke resultaat dat nu na verschillende voorversies zijn neerslag heeft gekregen in het definitieve boek. Hij karakteriseerde zijn ‘Wereld in woorden’ daarbij als een hulde aan ons Nederlands. Het werk is ook prachtig uitgegeven en verlucht met illustraties die van veel betere kwaliteit zijn dan in vorige werken omwille van de grote technologische vooruitgang van de laatste jaren.

U kunt de volledige toespraak van Frits van Oostrom bekijken en beluisteren via deze video (30'8").

En dan kreeg Geert Joris, de nieuwe algemene secretaris van de Nederlandse Taalunie, het boek plechtig overhandigd. De NTU heeft enorm bijgedragen aan de materiële verwezenlijking van het project voor een nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis en het was dan ook terecht dat zij gehuldigd werd voor die verdiensten in de persoon van haar algemene secretaris. Op zijn beurt had Geert Joris alle lof over voor het nieuwe boek, dat hij al behoorlijk goed had verkend in een van de vorige tekstversies.

Tijdens de drukke receptie was de auteur zo vriendelijk zijn handtekening te plaatsen in het pas verworven exemplaar van zijn “Wereld in woorden”. Bij het lezen van de eerste bladzijden bleek hoe Van Oostrom het werk als een verhaal had opgevat. Uitermate vlot geschreven is het en het sleept je mee van de eerste naar de volgende bladzijden. Met deze literatuurgeschiedenis van de 14e eeuw heeft de literatuurhistoricus Frits van Oostrom een meesterwerk geschreven.

Ghislain Duchâteau

____________________________________________

Bezoek de verrijkende website bij het boek

Bekijk en beluister Frits van Oostrom in een boeiend interview
in het VPRO-programma Boeken met Wim Brands (33:00)

Luister op Radio 1 wat Frits van Oostrom zegt over zijn Wereld in woorden (16:22)

Luister in Babel op Klara naar de auteur over zijn boek (23:04)

Lees ook wat Jozef Janssens schreef rond de publicatie van het boek.

Lees, beluister en bekijk ook op Taalunieversum wat de auteurs over het project te vertellen hebben.

Top

Kent u John Hattie? Door hem is meer effectiviteit in leerprocessen bereikbaar



John Hattie, onderwijsdeskundige uit Nieuw-Zeeland, professor aan de universiteit van Melbourne, heeft sinds een paar jaren wereldaanzien verworven met zijn visie op het onderwijsproces. Hij verzamelde harde feiten over schoolsucces in twee boeken die van enorme invloed zijn op veranderingsprocessen in scholen voor hun onderwijsaanpak.


Het zijn ‘Visible learning’ uit 2009 en ‘Visible learning for teachers’ uit 2012. We vertalen ‘visible learning’ door zichtbare leerprocessen.



Het eerste boek is de neerslag van een studie met meer dan 800 meta-analyses die op hun beurt berusten op 50.000 aparte studies over wat goed onderwijs inhoudt. Voortdurend worden nieuwe gegevens aan de studie toegevoegd. In totaal waren 250 miljoen leerlingen erbij betrokken. De onderzoeker komt tot in totaal 136 beïnvloedingsfacetten die een aanduiding zijn van welke factoren het leren tegenhouden en welke het leren bevorderen. Zittenblijven, lang televisiekijken en lange zomervakanties zijn uitermate schadelijk. Wat niet schaadt maar ook niet helpt zijn open onderwijs, onderwijs dat zich over een hele jaargang uitstrekt en web gebaseerd onderwijzen en leren. Ook maar gering bevorderlijk zijn een kleine klasgrootte, financiële onderwijsvoorzieningen, explorerend leren en huiswerk. Wel van enig nut zijn regelmatige prestatietoetsen, voorschoolse leerbevorderende maatregelen, leraar gestuurd onderwijs, een bijkomend onderwijsaanbod voor sterke leerlingen. Wat echt helpt zijn feedback van de leraar, probleemoplossend onderwijs, vakspecifieke lerarenopleiding, programma’s voor leesbevordering en een vertrouwensrelatie tussen leraar en leerling.

Het “visible learning plus”-programma is een veranderingmodel voor de school voor verbetering van professioneel leren en ontwikkeling. Het is gebaseerd op de principes van John Hatties onderzoek. Het plaatst ze in een praktisch onderzoeksmodel voor scholen om vragen over zichzelf te stellen over de impact die de scholen hebben op de prestaties van hun leerlingen. Anders uitgedrukt is het een beoordelingsinstrument dat kan worden gebruikt voor de verdere professionalisering van leraren en het onderzoekt hoe beoordeling kan worden aangewend om vernieuwing in de leeromgeving te creëren.

Hattie stelt de leraar opnieuw centraal en geeft hem alle waarde voor de bevordering van effectieve leerprocessen. Hij mag niet de begeleider zijn, maar effectief de aanstuurder van de leerprocessen. Hij is de activator die zijn hele klas in de greep houdt en elke leerling afzonderlijk in het oog houdt en dat van de eerste tot de laatste minuut. Daarbij bekijkt hij zijn eigen onderwijs door de ogen van zijn leerlingen. Dat komt vooral aan de orde in zijn 2e boek. Hierin schetst Hattie een pedagogiek van permanente zelfreflectie.

Het zal vele lerarenopleiders en leraren bijzonder veel genoegen verschaffen dat deze onderwijsdeskundige de functie van het leraarschap zo ten volle van betekenis acht voor effectief onderwijs. Het zal wel wat wennen zijn, om een aantal inzichten die tot dusver als sacrosanct werden beschouwd te relativeren, ja zelfs overboord te werpen. De systematiek van Hattie is niet meteen een zodanig grote vernieuwing, maar hij betekent toch wel een enorme accentverschuiving in de aanpak van onderwijs dat naar reële doelmatigheid tendeert.

In het weekblad Die Zeit verscheen er heel recent een vier pagina’s tellend artikel, dat de opvattingen van John Hattie voor Duitsland althans voor een groot publiek bekend maakt. In Nieuw-Zeeland wordt via Visible Learning plus een grote actie opgezet om de scholen tot ingrijpende verbeteringen te brengen in hun onderwijskundige aanpak.

- Het artikel in Die Zeit kunt u hier oproepen
- Gerard Westhoff geeft op zijn blog "Notities over onderwijs" een samenvatting van de succesfactoren van onderwijs volgens professor Hattie, die naar die succesfactoren een meta-meta studie heeft gedaan
- Een verkenningsbezoek brengen aan de website van Visibale Learning plus kunt u hier 
- John Hattie spreekt op de video (1'36") in het kort over de impact die leraren kunnen hebben op hun studenten en hun bekwaamheid om hun studenten hun impact op zichzelf te leren kennen:

G.D.

 

Top

Kennis toekomstige leerkrachten laat te wensen over

Heel wat media binnen en buiten het onderwijs brengen verslag uit van de resultaten van het

"Onderzoek naar de politiek-maatschappelijke, geografische, historische en economische kennis
bij studenten lerarenopleiding secundair onderwijs"
Jan Swerts & Kurt Monten KH Limburg

'Aanleiding:
Tijdens de lessen stellen we bij de studenten met regelmaat een gebrek aan algemene kennis vast. Studenten ontberen vaak de nodige inzichten en kaders om de actualiteit via kranten, het journaal of duidingsprogramma's te volgen.

Aanpak:
Om het probleem in kaart te brengen hebben we een test ontwikkeld met 98 meerkeuzevragen die afgenomen werd in lerarenopleidingen van 8 hogescholen. Deze vragen peilden naar de geografische, historische, economische en politieke kennis van eerste- en laatstejaarsstudenten.

Aanbod:
De volgende documenten kunt u hier raadplegen:
- het eindrapport
- de testresultaten van alle respondenten
- de testresultaten van de eerstejaarsstudenten
- de testresultaten van de laatstejaarsstudenten '

Bekijk de video (2'5") daarover

23-1-2013

Top

 

Een belangrijke promotie: Mariëtte Hoogeveen werd doctor
aan de Universiteit van Twente met een studie over schrijfvaardigheidsonderwijs


De promotie

Vrijdag 18 januari 2013 was de grote dag van de plechtige promotie van de Neerlandica Mariëtte Hoogeveen in zaal 4 van het Waaiergebouw van de Twentse universiteit in Enschede.

Het auditorium was goed gevuld toen de promovenda stipt te 14.30 u. haar voorpraatje hield met de samenvatting van haar doctoraatsscriptie. Die was in het Engels gesteld met de titel “Writing with peer response using genre knowledge – A Classroom intervention study.” De Engelse tekst omvatte 149 bladzijden. In het Nederlands voegde de doctoranda de samenvatting toe “Schrijven met peer response en instructie in genrekennis; een interventiestudie in de basisschool” (blz. 149-160). In het geheel met de bijlagen bedraagt de publicatie 178 pagina’s.

Stipt te 14.45 u. betrad de beoordelende commissie de zaal en nam in de corona vooraan plaats. Voorzitter was prof. dr. K.I. van Oudenhoven-Van der Zee, rector van de Universiteit Twente. Promotor was prof. dr. J.J.H. van den Akker van de Universiteit Twente. Co-promotor was Dr. A.J.S. van Gelderen van het Kohnstamm-instituut in Amsterdam. Maakten deel uit van de corona prof. dr. J. M. Pieters van de Universiteit van Enschede, prof. dr. J.F.M. Letschert van dezelfde universiteit, prof. dr. K. van den Branden van de Katholieke Universiteit van Leuven, prof. dr. C.M. de Glopper van de Universiteit Groningen en dr. M.A.H. Braaksma van de Universiteit van Amsterdam.

Op de passende plechtige toon maar toch gemoedelijk nodigde de voorzitter de promovenda uit om de vragen van de opponenten uit de corona te beantwoorden. Nagenoeg elke vraag begon met de felicitatie voor het gedegen werk dat zij leverde met haar proefschrift. Telkens leidde de promovenda haar antwoord in met haar dank voor die lofprijzing. Er werd dan dieper ingegaan op verscheidene aspecten van het onderzoek en de neerslag daarvan in de scriptie. De meest opgemerkte interventie was die van de Leuvense opponent prof. Kris van den Branden. Maar telkens repliceerde de doctoranda met grote kennis van zaken en met opmerkelijke zelfverzekerdheid op de opmerkingen van de geleerde dame en heren. Weinig gaf ze toe, telkens antwoordde ze vlot en ter zake. Het werd een boeiend en gesmaakt vraag- en antwoordspel voor de aandachtige aanwezigen. Al te vlug kondigde de pedel het einde van het debat tussen corona en promovenda aan.

Even plechtig als de commissieleden de zaal betraden keerden ze na de beraadslaging terug.
Uiteraard kreeg Mariëtte Hoogeveen de doctorsbul toegekend met de felicitaties van de leden van de corona. Dr. Amos van Gelderen mocht daarna de laudatio voor de kersverse doctor uitspreken. Aan de hand van een vijf- of zestal karakteristieken beschreef hij mevrouw Hoogeveen als een uitzonderlijke wetenschappelijke kracht die met grote bekwaamheid haar onderzoek heeft gevoerd en de resultaten heeft neergeschreven in een vlot lezende tekst, die zij zelf dan ook nog met het oog op internationale uitstraling in het Engels heeft geredigeerd.

Een bijzonder gezellige receptie achteraf in de Faculty Club van de Universiteit Twente sloot de namiddag af. De nieuwe doctor samen met haar man Helge Bonset en haar dochter en zoon mocht de felicitaties in ontvangst nemen van collega’s, vrienden, buren en iedereen die zich betrokken voelde bij deze promotie.


Het proefschrift

Aan het begin van haar Nederlandse samenvatting schrijft Mariëtte Hoogeveen over de inhoud van haar proefschrift wat volgt.

“Dit proefschrift gaat over leren schrijven met peer response en instructie van genrekennis.


    Wat is specifieke genrekennis?

  • Kennis van kenmerken van teksten die helpen
    om de functie van de tekst te realiseren
  • Bijvoorbeeld aanduidingen van tijd en plaats:
    Tijdwoorden, plaatswoorden, beschrijving met
    meer woorden, werkwoorden, tijdsprong,
    verandering van kleine en grote plaats




We definiëren peer response als een vorm van samenwerking tussen leerlingen (in tweetallen of groepjes) tijdens de verschillende fasen van het schrijfproces. In een interventiestudie is het effect onderzocht van een lessenserie voor het schrijven van verhalen en instructies met peer response en genrekennis op de schrijfvaardigheid van leerlingen uit groep 8 in het primair onderwijs. In hoofdstuk 1, de inleiding op dit onderzoek, worden de achtergronden van deze studie geschetst. In hoofdstuk 2 wordt verslag gedaan van de literatuurstudie naar empirisch onderzoek naar leren schrijven met peer response, die aan het effectonderzoek voorafging. In hoofdstuk 3 en 4 rapporteren we twee deelstudies naar effecten van de lessenserie. In hoofdstuk 5 vatten we de resultaten van de studie samen, reflecteren we op de onderzoeksmethode en beschouwen we de resultaten vanuit het perspectief van leerplanontwikkeling. We besluiten met enkele aanbevelingen voor vervolgonderzoek en voor de praktijk van het schrijfonderwijs. Doel van deze studie is het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling en implementatie van de didactiek van schrijven met peer response.” (blz. 149)


    Onderzoeksvragen

  • Is schrijven met peer response en instructie in
    specifieke genrekennis effectief?

    • Schrijven leerlingen betere teksten?
    • Praten ze over aanduidingen van tijd en
      plaats tijdens tekstbesprekingen?
    • Gebruiken ze tijd en plaats functioneel?
    • Reviseren ze hun teksten ermee?


Uit de experimentele studie blijkt dat de vooronderstelling bewaarheid werd dat instructie in het gebruik van specifieke genrekennis zoals kennis van linguïstische middelen om bepaalde effecten te bereiken leerlingen concrete handvatten verleent om hun aandacht tijdens het plannen, schrijven, bespreken en reviseren van teksten op te richten. Het gebruik van specifieke talige middelen verschaft concrete criteria voor het reflecteren op teksten tijdens het schrijven en tijdens de tekstbesprekingen, en voor het reviseren van teksten op basis van het commentaar van lezers (blz. 154.).

Een belangrijke aanbeveling voor vervolgonderzoek betreft het uitvoeren van onderzoek naar de implementatie van het lesmateriaal door leerkrachten, waarbij implementatie samen gaat met scholing van leerkrachten (blz. 159-160).

Voor de onderwijspraktijk zelf zijn een aantal didactische maatregelen van belang om het schrijven met peer response doeltreffender te maken. Ze omvatten:
- aanvullende instructie in specifieke genrekennis,
- inzet van peer response met specifieke genrekennis tijdens besprekingen van eerste tekstversies, maar ook bij het plannen en tijdens het schrijven zelf
- heldere formulering van de schrijfopdracht: publiek, tekstsoort, tekstkenmerken, linguïstische kenmerken bv. indicatoren van tijd en plaats, moeten genoemd worden (blz. 160).

De aanpak zoals beschreven in het proefschrift lijkt veelbelovend voor de verbetering van het schrijfonderwijs. Daarvoor is wel een grootschalige implementatie in de onderwijspraktijk noodzakelijk. En dat is volgens de succesvolle gepromoveerde doctor de uitdaging.

G.D.

Top

Majo De Saedeleer over adolescentenboeken


In een viertal minuten geeft de directrice van Stichting Lezen een inleiding in de literatuur of beter in de goede lectuur voor adolescenten of jongvolwassenen. Wij verkiezen de term van oudsher bekend 'jongvolwassenen' boven de modieuze Engelse term 'young adults' voor de literatuur voor 15- 16-jarigen die de overstap aan het maken zijn van jeugd- naar volwassenenliteratuur. Het is een gevoelige periode voor deze jongeren die de neiging hebben weg te evolueren van het lezen. Het is daarom van des te groter belang dat ze goede leesbare en aantrekkelijke boeken aangeboden krijgen, die hun kunnen vervullen met veel leesplezier en die ook zinvolle thema's behandelen.



Zo stelt Majo De Saedeleer in haar interview drie uitzonderlijk goede boeken voor ten behoeve van die leescategorie.
 
- Kelderkind van Kristien Dieltiens

Meer over Kelderkind op Cobra.be

Meer over Kelderkind op Vertel eens…

Op Kanaal Z – Interview over Kelderkind met Kristien Dieltjens

- Het wonderbare voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon


Meer over deze roman op Bol.com


- Een weeffout in onze sterren van John Green

Meer over deze roman op Lemniscaat Literair
met
JOHN GREEN IN DE BALIE – interview met de auteur op 24-3-2012  (1 06’ 15”) en
JOHN GREEN IN NEDERLAND – verslag en nog meer…


Video met het interview met Majo De Saedeleer op Knack.be - 4’26”

Top

 

 

Proefproject taalsensibilisering CTO/SDL in zes Vlaamse basisscholen

Video op Klascement.be nr. 39345

Wil je weten wat talensensibilisering precies inhoudt? Hoe je er in je lessen aan kunt werken? Wat leerkrachten en leerlingen die er ervaring mee opdeden, ervan vinden? Bekijk dan deze video. Iris Philips, één van de coaches in een proefproject, vertelt hoe de introductie van talensensibilisering op zes Vlaamse basisscholen verliep.

Dit filmpje werd gemaakt in het kader van een proefproject implementatie talensensibilisering, dat werd uitgevoerd door het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) en het Steunpunt Diversiteit en Leren (UGent) in opdracht van het Vlaams Ministerie voor Onderwijs en Vorming.

http://www.klascement.be/video/39345 - 9'12"

Klascement.be

Top

Reflectie over het Nederlands tijdens het 18e colloquium neerlandicum in Antwerpen

Van 27 tot 31 augustus 2012 was er aan de Universiteit Antwerpen het colloquium “Andere werelden”  rond allerlei aspecten van de neerlandistiek. Er waren zowat 300 docenten uit verschillende regio’s aanwezig.

Ludo Beheydt van de Université catholique de Louvain schreef er in Neerlandia, het Nederlands-Vlaams Tijdschrift voor Taal, Cultuur en Maatschappij van het Algemeen Nederlands Verbond jg. 116, nr. 4 – 2012 blz. 12-14 (meest recente nummer) een meer dan lezenswaardig verslag over. Daaruit lichten we een viertal uittreksels, die betrekking hebben op de positie van het Nederlands en het onderwijs ervan.

Gasttoespraak door minister-president Kris Peeters

“Het colloquium werd op maandag geopend met een zeer inspirerende gasttoespraak door minister-president van de Vlaamse regering Kris Peeters. Anders dan de pessimistische geluiden die telkens weer als een zoemende bromtoon de discussies in de neerlandistiek bezwaren, klinkt hier een overtuigend positieve boodschap voor neerlandici uit alle windstreken. Het gaat goed met het Nederlands. Het Nederlands is een middelgrote standaardtaal met 23 miljoen sprekers, die een lovenswaardige elfde plaats inneemt op het internet en een volwaardige plaats bekleedt in de Europese context, ook digitaal. Dat hartverwarmende geluid was een opsteker voor een publiek dat vaak in moeilijke omstandigheden de toenemende druk van de verengelsing en de globalisering het hoofd moet bieden, of moet vechten voor de overleving in de wereldwijde golf van inkrimping van humane wetenschappen aan de universiteiten.”

Openingslezing door auteur Geert van Istendael

“Aansluitend op het opmonterende betoog van Peeters volgde een wat dubbelzinnige en spraakmakende openingslezing door dichter en publicist Geert van Istendael. Zijn klaagzang over de culturele marginaliteit van de Nederlandse cultuur en de serviliteit waarmee Nederlandstaligen in het stof kruipen voor het Engels, werd in deze kring van neerlandofielen niet al te warm onthaald. Anderzijds had Van Istendael natuurlijk wel een punt met zijn pleidooi voor het behoud van de standaardtaal. Voor een volwaardige internationale neerlandistiek is het voortbestaan van het Nederlands als standaardtaal immers een conditio sine qua non. Er is in het huidige tijdsgewricht van globaliserende talenconcurrentie steeds minder plaats voor talige randverschijnselen, de roep om erkenning van het Verkavelingsvlaams van particularistische Vlaamse sociolinguïsten ten spijt.”

Onrust over ontstaan en aanwezigheid van substandaardvarianten

“In de stroom taalkunde vermeld ik in eerste instantie de belangrijke discussie rond de variëteiten van het Nederlands. Het ontstaan en de aanwezigheid, zowel in Vlaanderen als in Nederland, van substandaardvarianten wekt natuurlijk enige onrust in kringen van de internationale neerlandistiek. Niet alleen is er buitengaats nogal wat vraag naar een betrouwbare beschrijving van het nieuwe taallandschap, er rijzen ook heel wat vragen over de onderwijspraktijk. De docenten Nederlands in het buitenland vragen zich terecht af welk Nederlands zij nog kunnen aanbieden, zeker als zij merken dat hun studenten na een degelijke cursus Standaardnederlands in Vlaanderen of Nederland geconfronteerd worden met een ontoegankelijke tussentaal. Dat rond dit thema enkele lezingen gebundeld werden, was dan ook volkomen terecht. Of de presentaties van de intra-murosneerlandici enig soelaas geboden hebben, is een andere vraag. Ik heb de indruk dat de onzekerheid bij de docenten alleen maar werd aangewakkerd.”

Taalverwerving door cultuuroverdracht

“In de stroom cultuur ten slotte wil ik er graag de lezing van Julia Sommer en Emmeline Besamusca uit lichten. Om twee redenen. In de eerste plaats omdat de cultuurinhoud die hierin gepresenteerd werd, inhoudelijk boeiend is, en ook omdat de lezing typerend was voor de nieuwe trend van online leermodules en inschakeling van ICT in het talenonderwijs. In hun lezing probeerden deze docenten van de universiteit van Wenen aan te geven hoe taalverwerving aangezwengeld kan worden door cultuuroverdracht. In het kader van het project NEVA hebben zij een aantal leermodules ontwikkeld, waarin ze telkens een cultuurthema of cultuurbeeld centraal stellen. Het gaat hier om heel uiteenlopende cultuurthema’s, zoals water in Nederland, zeventiende-eeuwse schilderkunst of de Boerenbruiloft van Bruegel. Elk thema is uitgewerkt in vier aspecten: kennis, gebruiken & tradities, beeldvorming, samenleving & mentaliteit. Daarbij krijgt de taalgebruiker aangepaste teksten, audiovisueel materiaal en taaloefeningen, zodat hij tegelijk in een taalbad en een cultuurbad wordt ondergedompeld. Het loont beslist de moeite om kennis te nemen van deze leermodules en aangezien ze worden aangeboden via Open Educational Resources, zijn ze vrij toegankelijk, zoals de nieuwsgierige lezer zelf kan vaststellen via https://neva.ned.univie.ac.at/124670 . De lezing was exemplarisch voor de toenemende belangstelling voor technische hulpmiddelen in het NVT-onderwijs. Gelijksoortige didactieklezingen gingen over het gebruik van apps, online toetsen, online afstandsonderwijs of het gebruik van film en YouTube in de talenklas.”

Met erkentelijkheid voor rapporteur Ludo Beheydt

G.D.

Top

 

'Dank voor dank' van Leonard Nolens bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren 30-11-2012

Lang geleden, een bliksemflits, maar lang geleden hebben mensen spelenderwijs en streng hun best gedaan om mij te leren spreken, en als ik aandachtig luister doen zij dat nog steeds. Ik vond het als kind blijkbaar de moeite waard hun woorden in de mond te nemen en zo verstaanbaar mogelijk aan hen terug te geven. Ik kreeg woorden en hele zinnen cadeau, en door mijn al dan niet aangeboren verlangen om te leren spreken schonk ik die woorden en zinnen terug. Dat is, als ik daar even bij stilsta, als ik daar een leven lang bij stilsta, een wonderlijke handeling, want zo bekeken is ieder woord formeel een dankwoord.

Lees verder

Top

Gedicht van de week

Dichten

Het broze evenwicht vinden
       tussen de stilte en het woord

tussen de weg
       en het verdwalen

tussen het naamloze
       en het noembare

te overbruggen
       de diepe kloof
       tussen pen en papier.

Germain Droogenbroodt
            Uit: “Ontschaduwd licht – Desombrada luz”

Top

 

Slauerhoffs laatste briefwisseling gepubliceerd in
'Het heele leven is toch verloren'

Van 10 tot 25 novermber 2012 was er in Utrecht het festival "Literaire Meesters", dit jaar gewijd aan Johan Slauerhoff.

Naast het optreden van Cristina Branco vond op zaterdag 10 november tijdens de opening van Literaire Meesters 2012 de presentatie plaats van de festivaluitgave Het heele leven is toch verloren. Guus Slauerhoff, beeldend kunstenaar én achterneef van de schrijver, nam het eerste exemplaar in ontvangst. Het boek bevat veel nog niet eerder gepubliceerd werk van J. Slauerhoff waaronder een briefwisseling uit 1936 met zijn laatste geliefde, de Costa Ricaanse boekverkoopster Caridad Rodriguez.

Het heele leven is toch verloren.
Misschien dat enkele trouwe woorden
Nog vergoeden wat zij verstoorden.
Ik heb ze maar niemand zal ze hooren.

Ik zal nooit meer gedichten maken,
Alles voor mij liever fluistren
In het mededoogende duister
Dat bij mijn sterven zal waken.




J. Slauerhoff - "Het heele leven is toch verloren"

Nieuw boek met verspreide gedichten, ongepubliceerde brieven, dagboekaantekeningen en essays


Jan Jacob Slauerhoff. Een leven als een zeestorm, kort, hevig en verwoestend, van 1898 tot 1936. Zijn bestaan als schrijver en dichter duurde, vanaf zijn debuut Archipel uit 1923, al met al maar dertien jaar – onvoorstelbaar. Toch lang genoeg om dat schitterende oeuvre van poëzie, verhalen en reisbeschrijvingen bij elkaar te schrijven.

(Uit het Voorwoord van Aleid Truijens)

 

 

In ruim twee bladzijden tekst leidt Aleid Truijens deze Slauerhoffpublicatie in. Haar VOORWOORD is bijzonder aantrekkelijk en voor wie enigszins met Slauerhoff vertrouwd is heel herkenbaar. Hij is de gedoemde, de jong voltooide dichter, de neo-romanticus bij uitstek bezeten door het eeuwige verlangen naar geluk, een verlangen dat nooit zijn vervulling kon krijgen, maar een verlangen dat hem steeds verder dreef naar een onbereikbare einder.

Graag volgen wij Aleid Truijens in een deel van haar tekst.

"Bij de naam Slauerhoff denk je aan Macao, Shanghai of Tandjong Priok. Aan Bahia, Rio en Buenos Aires, Lissabon, Barcelona en Tanger. Havensteden waar hij als scheepsarts op passagiersschepen – ‘de Pil’, noemden de vrouwelijke passagiers hem dwepend – aanlegde bij een lief dat hij daarna nooit meer zou zien. Waar hij zich voorstelde dat hij er altijd kon blijven, of altijd geweest was. Hij kroop in de zielen van Columbus, Djengis en Camỡes en annexeerde zo een enorm verleden. Gaucho, piraat, zwerver lin ‘Lisboa’s armoedige Mouraria’ – dat was Slauerhoff ook. En Corbière, Jarry, Baudelaire, Verlaine, Villon en Darío: dichters die hij vertaalde en in zich voelde, gedoemd, net als hij, nergens het geluk te vinden.

Jan Jacob Slauerhoff. Een leven als een zeestorm, kort, hevig en verwoestend, van 1898 tot 1936. Zijn bestaan als schrijver en dichter duurde, vanaf zijn debuut Archipel uit 1923, al mete al maar dertien jaar – onvoorstelbaar. Toch lang genoeg om dat schitterende oeuvre van poëzie, verhalen en reisbeschrijvingen bij elkaar te schrijven.

***

Hij was een geboren Fries maar veel Fries, of Nederlands, was er niet aan hem. Hij was een jongen met zachte ogen en een schuw vertrokken mond in een ‘Chinees’ gezicht. Hij vertaalde oude Chinese dichters, en waande zich ‘de pijnboom/ eenzaam, op steile spits’, in de ekerhied dat hij een reïncarnatie was van een van hen. Hij was, zoals hij schreef in een brief aan Caridad Rodriguez, opgenomen in dit boek, ‘geen zeeman uit roeping’. Alleen ‘de wens exotische landen te bezoeken en een wat gelukkiger dan het mijne te vinden’ was reden om scheepsarts te worden. En tijdens zo’n reis kreeg hij meteen ook maandenlang te eten.

Hij werd door de belangrijkste criticus van zijn tijd, E. du Perron, juichend als ‘cosmopoliet’ het tijdschrift Forum binnengehaald, en kort voor zijn dood voor ‘lage schoft’ uitgemaakt. Hij liet een spoor na van verloren liefdes en verbroken vriendschappen, en ook zijn huwelijk met de danseres Darja Collin werd een mislukking. Maar met Maarten Vrij, de rechtenstudent die hij in 1916 leerde kennen toen hij in Amsterdam medicijnen studeerde, correspondeerde hij jarenlang trouw, en het is prachtig dat de bewaard gebleven correspondentie nu in dit boek voor de lezer beschikbaar is. Hij was een dichter die topzwaar was van de oude zielen die hij met zich meezeulde, en wiens beste gedichten, zoals bewonderaar W.F. Hermans schreef in 1946, ‘klinken als lange snikken’. Zijn onversneden melancholische werk zou hem in de Nederlandse literatuurgeschiedenis de ereplaats geven van ‘onze enige echte’ romanticus. Nou ja, naast Multatuli en Reve dan.

***

Kort voor zijn dood had Slauerhoff nog een laatste ‘verre prinses’, Caridad Rodriguez uit Costa Rica, een boekverkoopster uit San José. Met haar bracht hij in de zomer van 1935 op een van zijn laatste reizen, toen zijn schip aanmeerde in de havenstad Puerto Limón, een hartstochelijke nacht door."

Maar ook deze liefde blijft voor de eeuwig smachtende dichter in zijn laatste levensdagen onbereikbaar, onvervulbaar.


"Jan Jacob Slauerhoff was één ding zeker. Hij schreef er een van zijn mooiste en bekendste gedichten over, ‘In Nederland’. ‘In Nederland wil ik niet sterven,/ En in de natte grond bederven’. Hij stief in een bladstil rusthuis in Hilversum en werd gecremeerd in het saaie Driehuis, drie maanden na de publicatie van zijn laatste dichtbundel, die ironisch genoeg Een eerlijk zeemansgraf als titel heeft. Hij stierf aan de dichtersziekte tbc, zonder zijn laatste lief aan zijn bed. Een stokoude man van 38." Aleid Truijens

***

In deze uitgave ter gelegenheid van het festival Literaire Meesters presenteren Arie Pos en Menno Voskuil verspreide en niet eerder gepubliceerde teksten van Slauerhoff. Het boek bevat onder meer tientallen gedichten die niet zijn opgenomen in Slauerhoffs Verzamelde gedichten en de aangrijpende briefwisseling met zijn laatste geliefde, de Costaricaanse boekverkoopster Caridad Rodriguez. Literatuurhistoricus Niels Bokhove onderzoekt ten slotte in een essay de korte tijd die Slauerhoff in Utrecht woonde; een onderbelichte periode in de Slauerhoffvorserij. Het heele leven is toch verloren is een rijke en gevarieerde aanvulling op het tot nu toe verschenen werk van Slauerhoff.

Het heele leven is toch verloren
Samenstelling: Arie Pos en Menno Voskuil, Niels Bokhove (essay), voorwoord (Aleid Truijens)
Vanaf 26 november verkrijgbaar in de boekwinkel: € 12,50.

Uitgave Het Literatuurhuis Serie ‘Literaire Meesters’ Utrecht
ISBN 978-90-814450-7-8
250 pagina’s.

Top

 

iPads in de klas


Mogelijk staan we toch aan het begin van een technologische omwenteling in de lessen. Her en der worden boeiende pogingen ondernomen om de tablet in te voeren en te gebruiken als leermateriaal in de les zelf.




In Klasse november 2012 nr. 229 blz. 10-13 verscheen de reportage “Tablets op school”. Zo adviseert docent Peter Van den Broeck om leerlingen in het bso niet zoveel schrijfopdrachten te geven, maar ze met de iPad een fotoverslag te laten maken van een stageactiviteit en dat mondeling te laten toelichten. Spreekoefeningen kunnen efficiënter worden aangepakt. De leraar kan ze in zijn mailbox opnemen en ze van daaruit verder evalueren om bij te sturen. Om leerlingen te motiveren om interviews te leren afnemen, kan de leraar een beeldfragment delen in de dropbox van de iPad. Per twee kunnen de leerlingen het filmpje in eigen tempo bekijken op hun tablet: terugspoelen, fragmenten analyseren, herbekijken. Dat kan krachtig stimuleren om zelf op weg te gaan om eigen interviews af te nemen.

Alleszins is er voor de overgrote meerderheid van docenten nog een lange weg af te leggen voor de doeltreffende invoering van de tablet in hun lessen. Een ICT-coördinator die het gebruik wil stimuleren spreekt best individueel de geïnteresseerde docent aan en bezorgt hem de adequate informatie om zelf aan de slag te gaan met het apparaat.

Het is ook wel duidelijk dat de tablet handboekenmethodes niet kan vervangen, maar wel ondersteunend kan functioneren bij het gebruik ervan. Een tablet kun je vlug aanzetten en ook snel weer wegbergen.

Tablets vereisen ook dat er toepassingsprogrammaatjes of applicaties worden geïnstalleerd die direct treffend worden gehanteerd voor bepaalde doelen. Hier springt Klascement.net bij met de projectsite APPSAKEE. Je vindt er educatieve apps met een beschrijving en didactische tips. Er zijn er die ruim of minder breed inzetbaar zijn. Voor talen en voor Nederlands hebben we er tot dusver nog maar ééntje echt op de kop kunnen tikken. Het is Storyrobe. Daarmee kunnen leerlingen een verhaal in drie stappen maken met de iPad: foto’s en/of video’s opzoeken, het verhaal opnemen, het uploaden naar Youtube of mailen naar de leerkracht of medeleerlingen.

Ondanks de enorme hoeveelheid apps die beschikbaar zijn, mogen we toch stellen dat dit toepassingsdomein voor de tablets nog volop ontwikkeling vraagt, om heel geschikt educatief materiaal ter beschikking te stellen. Alvast zou het digitaal handboek van Kurt Klynen dienstig kunnen zijn. Hij is beslist één van de gangmakers in Vlaanderen voor iPads in het onderwijs. Hij schreef een uniek iBook ”Apps! Apps! Apps! Essentiële apps voor leerkrachten” dat je gratis op je tablet kan downloaden via iTunes. 

Eén digitale lesmethode waarbij voor het vak Nederlands exclusief de iPad wordt gebruikt is 'Leswijs Nederlands'. Het Berlage Lyceum in Amsterdam doet het effectief. Dat levert een leuk artikel op in Het Parool van 2 november 2012.
Dedact is uitgever van de methode Leswijs Nederlands.

Alvast zijn we ervan overtuigd, dat er veel, heel veel aandacht is voor het gebruik van tablets in de lessen en dat de kans ook groot is dat ze in de heel nabije toekomst ook ruim worden gebruikt. Daarbij verliest de leraar toch best niet uit het oog, welke beperkingen aan het nieuwe apparaat verbonden zijn voor het adequaat didactisch functioneren in zijn onderwijs.

In zijn Beleidsbrief Onderwijs van 22 oktober 2012 blz. 29-30 schrijft Vlaams onderwijsminister P. Smet daarover het volgende: "Recent constateerden we een aantal trends waarbij scholen aan de slag gaan met experimentele of nieuwe concepten, zoals bv. tablets. Ik wil bovendien de scholen die reeds werken met deze nieuwe vormen van onderwijs samenbrengen en verder opvolgen zodat positieve ervaringen kunnen worden uitgewisseld en verder ten dienste worden gesteld van scholen die met de idee spelen om soortgelijke projecten uit te rollen. Ik wil de pioniers aanzetten om de opgedane ervaring, verworven expertise en know-how te delen met het brede onderwijsveld en wil hen daarbij ondersteunen. Samen met de Vlaamse Onderwijsraad wil ik werken aan een gezamenlijke strategie om aan trends zoals ‘tabletscholen’, gaming,  ‘elke leerling een eigen toestel’ tegemoet te komen. Ik zal erover waken dat deze nieuwe didactische hulpmiddelen geen doel op zich worden."

In elk geval kijken we uit naar deze evolutie.

Ghislain Duchâteau

Top

Ter nagedachtenis van Bernlef (1937-2012)

Wie schrijft blijft niet maar onderbreekt zijn leven
en – al is het maar voor even – raakt blind voor wat hij ziet.
Ik heb mijn leven grotendeels verschreven tot
nabeelden langzaam dovend in een boekenkast.

Uit zijn bundel Kanttekeningen (2010)

Hij is de auteur van een veelzijdig en buitengewoon omvangrijk oeuvre.

"Iedere schrijver sterft midden in een zin"

Bernlef was vorig jaar nog in Vrijstaat O in Oostende te gast, op uitnodiging van deBuren, om zijn eigen IM - In Memoriam voor te lezen. "Iedere schrijver sterft midden in een zin", zei hij toen. Bekijk hieronder het filmpje, waar Bernlef tussen de bedrijven door jazz speelt op de piano. En lees hier de volledige tekst van zijn In Memoriam. Die was nog niet eerder gepubliceerd.

Over voortleven in de herinnering: een gesprek van Bernlef met Anna Luyten (16'13")

Bernlef heeft ook vaak en verhelderend over jazz en poëzie geschreven. Eerder dit jaar verschenen zijn verzamelde gedichten onder de titel 'Voorgoed'.

Ook als vertaler heeft Bernlef zich buitengewoon verdienstelijk gemaakt. Belangrijke dichters als Elisabeth Bishop en Tomas Tranströmer, de Zweedse Nobelprijswinnaar van vorig jaar, zouden zonder zijn vertalingen en commentaren niet zo snel in ons taalgebied bekend zijn geraakt.

Exploreer Bernlef

- Op de Bernlef website
- In Wikipedia
- In De Volkskrant
- In De Standaard
- Op de website van de NOS met video
- Op de website van Cobra met video 16'13"

Een van de centrale thema’s in het werk van Bernlef was jazzmuziek. Hij schreef er gedichten, verhalen en essays over. In 2006 publiceerde hij bijvoorbeeld een bundel met jazzverhalen: ‘Hoe van de trap te vallen’.

Nog meer over Bernlef

- Bernlef, de eeuwige jongen (Maria Vlaar)
- 'Help me herinneren' van Bernlef - recensie op Het Literatuurplein van Guus Bauer

Veelvuldig bekroond auteur Bernlef (1937) viert zijn vijftigjarig schrijversjubileum met de publicatie van de verhalenbundel Help me herinneren en een uitgebreide keuze van zijn dichtwerk, getiteld Voorgoed.

Bernlef is bij uitstek de schrijver die onderzoekt hoe herinnering werkt en wat de functie van verbeelding daarbij is. Ook in de negentien verhalen van zijn nieuwste bundel staat de ongrijpbaarheid van het verleden centraal. Het universum van Bernlef, het feest van herkenning, draait in Help me herinneren om het lange titelverhaal en om de zelfanalyse ‘Na mijn begrafenis’.

Lees verder op Het Literatuurplein

 

Top

 

Ook Ivo Michiels is heengegaan - op 7 oktober 2012

Zondagochtend 7 oktober 2012 overleed in zijn huis in Le Barroux in de Vaucluse in Zuid-Frankrijk de Vlaamse schrijver Ivo Michiels. Begin januari 2013 zou hij 90 jaar zijn geworden.

We zullen hem ons blijven herinneren in de eerste plaats omwille van zijn fluwelen stem die hij magistraal hanteerde in tv- en radio-opnames vooral in de Vlaamse media. Hij hanteerde daarbij een heerlijk vlot en smijdig Nederlands met een heel licht Noord-Nederlands accent in de lange e- en o-klank.

Zijn eerste romans deden klassiek aan. ‘Afscheid’ werd in vele scholen aangeprezen en gelezen. De verfilming van zijn roman ‘Meeuwen sterven in de haven’ blijft ons na meer dan 50 jaren bij, niet alleen omdat één van mijn vrouwelijke medestudenten erin meespeelde, maar vooral door het indrukwekkend spel van Julien Schoenaerts. Stukken uit ‘Journal brut’ en ‘Het boek Alfa’ waarmee Ivo Michiels resoluut de experimentele schrijftoer opging, konden mij niet bepaald charmeren.

Woensdag 10 januari werd hij in Frankrijk in zijn woonplaats begraven. Hugo Bousset, een Michielskenner, zijn dochter Sigrid Bousset die hem veelvuldig en langdurig interviewde en Peter Verhelst, die onder Michiels’ vleugels zijn schrijverschap ontplooide, hebben er hem gehuldigd. Een postume hulde in Vlaanderen wordt hem op 9 januari 2013 gebracht ter gelegenheid van het verschijnen van zijn laatste boek ‘Maya Maya,’ een aanzet tot een nieuwe roman.  

Het is verwonderlijk toch dat het afsterven van de ‘Belgische’ schrijver geen of nauwelijks weerklank in Nederland heeft gevonden. Ivo Michiels was een meer dan verdienstelijke schrijver, hij heeft in het culturele leven in Vlaanderen gedurende de laatste vijftig jaren met brio zijn rol gespeeld. Wij zijn hem erkentelijk voor dat alles.

In het Cobra-archief kun je Ivo Michiels in opnames terugzien en beluisteren in levenden lijve op verschillende tijdstippen van zijn leven.

G.D.

Top

 

Rutger Kopland (77) overleden

De dichter en schrijver Rutger Kopland is overleden op 11 juli 2011 op 77-jarige leeftijd. Kopland was een van de populairste dichters van Nederland. Thema's die steeds weer in zijn werk terugkeren zijn de tijd die voorbij gaat en de natuur in al haar facetten.
Kopland schreef veertien gedichtenbundels en daarnaast literaire essays. Zijn werk is onder meer vertaald in het Engels, Duits en Italiaans.
Hij debuteerde in 1966 met Onder het vee. Een van zijn bekendste gedichten is Jonge sla. Ook het gedicht Weggaan is een klassieker....

P.C. Hooftprijs

In 1988 kreeg de dichter de P.C. Hooftprijs voor zijn oeuvre en tien jaar later de VSB Poëzieprijs voor zijn bundel Tot het ons loslaat.
In 2006 verschenen zijn Verzamelde gedichten.
Na een ernstig ongeluk zeven jaar geleden trok hij zich goeddeels terug uit de openbaarheid.

Psychiater

Kopland, die eigenlijk Rudi van den Hoofdakker heette, was ook psychiater en hoogleraar. Hij hield zich onder meer bezig met de betekenis van de slaap en de biologische klok voor het emotionele leven van zowel gezonde als psychisch gestoorde mensen. Hij publiceerde in wetenschappelijke tijdschriften en leerboeken. Van den Hoofdakker ontving ook eredoctoraten.

http://nos.nl/artikel/395184-rutger-kopland-77-overleden.html

http://nos.nl/video/395231-schrijver-en-dichter-rutger-kopland-overleden.html

***

Literair journalist Coen Peppelenbos maakte in 1994 een kleine documentaire van Kopland waarin toen al het thema de dood en het verval aan de orde kwam:

‘In grazige weiden,
       aan stille wateren’
een portret van Rutger Kopland
- 24'25"

***

Met de wetenschap deelt de poëzie van Kopland het empirische, het onderzoek naar het feitelijke, los van het bovennatuurlijke. Er is natuurlijk een wezenlijk verschil: de wetenschap analyseert de werkelijkheid door ze als afzonderlijke feiten te ontleden. Poëzie gaat eerder op zoek naar de samenhang tussen de dingen. En bij die samenhang stelt Rutger Kopland voortdurend vragen.
Koplands poëzie is meteen herkenbaar: de rustige toon waarop hij vragend, aarzelend, soms met humor zichzelf nuancerend, bedenkingen en vragen formuleert bij wat hij ziet. En bij de grote thema’s: leven en dood, liefde en lijden, heden en verleden. Door het frequente gebruik van de ik-vorm en door de bijna spreektalige formulering, voelt de lezer zich sterk aangesproken.”
 
Cobra.be

***

Paul Demets over Rutger Kopland: Dit uitzicht

***

De taal van het verlangen” (5'01") is een film over de beroemde dichter psychiater Rutger Kopland. Hij werd door Piet Hein van der Hoek geregiseerd en won in 2007 de NL.Award voor de beste documentaire van een buitenproducent voor een film van de regionale omroepen.

***

WANDELING

Onze gesprekken werden langzaam
onze vragen beantwoordden we met kijken
naar de langzame wereld om ons heen

de dorpen en landerijen in de diepte
de vogels bijna verdwijnend in de hemel

we gingen zitten kijken naar deze prachtige
onverschilligheid van de wereld
naar de overbodigheid van onze vragen

------------------------------
Uit: 'Toen ik dit zag', 2008

Top


Gerrit Komrij is komen te gaan! Hij werd 68.


Schrijver en dichter Gerrit Komrij is op donderdag 5 juli  2012 overleden . Hij was één van de bekendste schrijvers en dichters van Nederland. Komrij was vooral bekend als een erg begenadigd 'kritiekspuier' op zowat iedereen. Collega-dichters en -schrijvers, het Nederlands koningshuis, televisiemakers,... allen ontsnapten ze niet aan de scherpe pen en tong van Komrij. Hij gebruikte hiervoor niet enkel zijn gedichten en boeken als platform, hij verscheen ook regelmatig schietend met scherp op de Nederlandse televisie. Als doelwit verkoos hij vooral zijn vaderland, wonen deed hij al jaren met zijn partner in Portugal. Gerrit Komrij werd slechts 68.
Als schrijver munt hij uit door virtuoos en kleurrijk taalgebruik.
Hij is ook een bekend en betwist bloemlezer van gedichten uit de Nederlandse literatuur, uit de jongerenliteratuur en ook uit de literatuur in het Afrikaans.

De lijst van zijn romans, poëzie en essays is bijzonder lang.
Ook vele bibliofiele uitgaven op beperkte oplage zijn in omloop.

Volledige informatie - behalve over zijn bloemlezingen - is te vinden op Wikipedia:
http://nl.wikipedia.org/wiki/Gerrit_Komrij

Hendrik-Jan de Wit se huldeblyk aan Gerrit Komrij. (in het Nederlands)

18 maart 2012 gaf hij op het Binnenhof in Den Haag nog een televisie-interview, zijn laatste voor zijn ziekte, over zijn visie op de crisis en op zijn laatste roman “De loopjongen” met daarbij nog een paar merkwaardige optredens van hem:
http://www.literatuurplein.nl/persdetail.jsp?persId=1158 (14’).

Het college van Winterswijk in Nederland waar de auteur school liep, krijgt de naam van Gerrit Komrijcollege:
http://www.youtube.com/watch?v=d-ZIM8HKULg&feature=player_embedded

Ook in Zuid-Afrika kreeg het overlijden in Amsterdam van Gerrit Komrij ruim weerklank.
- Lees daarom in LitNet van 10 juli 2012 de “Gerrit Komrij: Necrologie” van Annemarié van Niekerk en Jaap Goedegebuure:
- Lees ook in het Afrikaans:
Carina van der Walt se huldeblyk aan Gerrit Komrij.

Een typisch toepasselijk gedicht van Komrij:

MASKERS

De man die vrolijk met zijn masker speelde
Totdat het uur sloeg dat zijn waar gelaat
Muurvast één leven met zijn masker deelde:
Als kind al maakte dat verhaal me kwaad.

Zoiets was zuur. Straks, als ik groot zou zijn,
Zou ik bewijzen dat het anders kon:
Dat ieder masker veilig, zonder pijn,
Weer van je hoofd kon, als een capuchon.

En lang heb ik daar heilig in geloofd.
Op niets bedacht hield ik mijn aard verborgen
Opdat die, als mijn speelvuur was gedoofd,
Zuiver zou blijken als de eerste morgen.

Nu ben ik oud, alleen om te erkennen:
’t Verhaal is waar. Het masker gaat niet af.
Het is alsof je aan de hel moet wennen.
Het is alsof je kijkt in een leeg graf.

[Uit: Alle gedichten tot gisteren (1999)]

Top

"Jongeren, de Nederlandse taal & participatie" onderzoeksverslag Nederlandse Taalunie 11-6-2012

Jongeren vinden over het algemeen Nederlands een saai onderwerp en het Nederlands heeft een vrij ouderwets imago. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nederlandse Taalunie. Die pleit ervoor taal aantrekkelijker te maken door er onder meer op school creatiever mee om te springen.

De Taalunie onderzocht via focusgroepgesprekken de mening van honderd jongeren tussen 15 en 24 jaar oud in Vlaanderen, Nederland, Suriname en Aruba. De gesprekken gingen onder meer over vormen van taalgebruik en onderwijs.

Uit het onderzoek blijkt dat taal niet iets is waar jongeren uit zichzelf mee bezig zijn. Over het algemeen vinden ze het een saai onderwerp. Ook de manier waarop Nederlands onderwezen wordt, kan volgens de jongeren boeiender. Hun kennis over de geschiedenis van de taal is bijzonder beperkt en de lessen Nederlands hebben een nogal "suf imago".

De Taalunie pleit er onder meer voor creatiever met taal om te springen. "Jongeren vinden creatieve uitingsvormen van taal, zoals muziekteksten, rap en poëzie, wel interessant", zegt de Unie. "Het maken van toneelstukken, gedichten en raps kan bijvoorbeeld een inspirerende methode zijn om de schrijfvaardigheid te vergroten".

Andere vaststelling is dat veel Nederlandse jongeren het niet erg vinden dat ze veel taalfouten maken. Vlaamse jongeren hebben naar eigen zeggen minder problemen met de taal en hechten meer waarde aan mooi taalgebruik.

Wanneer ze sociale media gebruiken, letten jongeren extra op het correcte gebruik van het Nederlands "omdat iedereen het kan zien en je anders voor schut staat".

Uit het onderzoek wil de Nederlandse Taalunie afleiden hoe ze op de best mogelijke manier de jongeren kan laten participeren aan haar activiteiten. Het concept “Taalstormroepers” kreeg algemeen de voorkeur. De naam wordt wellicht Taalunieversum, zoals de huidige portaalsite van de Taalunie nu heet. Dat zou twee keer per jaar een bijeenkomst worden van de Nederlandse Taalunie met een jongerenpanel. Daarbij gaat een bekende schrijver, rapper of andere woordkunstenaar met hen in gesprek over aangelegenheden die de Nederlandse Taalunie wil weten.

Het verslag van de gesprekken werd maandag door Chana van der Velden NJR Het Bureau aangeboden aan Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet, voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie tijdens de hoorzitting van de Interparlementaire Commissie in de Rokerszaal van de Nederlandse 2e Kamer in Den Haag op maandag 11 juni 2012.



Lees het verslag “Jongeren, de Nederlandse taal & participatie” op Taalunieversum

Top

 

Herinnering aan Eugène van Itterbeek (1934-2012)

Eugène van Itterbeek ° 21-1-1934 - + 24-4-2012

Schrijver-Essayist


Van Itterbeek studeerde rechten en Romaanse filologie in Leuven. Na zijn studie was hij enige tijd leraar in Genk en later docent Frans in de Rijksmiddelbarenormaalschool in Hasselt en een tijdje docent Franse letterkunde aan de Sint-Ignatiusfaculteit in Antwerpen. In die functies heeft hij pogingen ondernomen tot onderwijsvernieuwing in België. In Dietsche Warande & Belfort publiceerde hij tussen 1961 en 1964 een aantal essays over moderne Franse letterkunde. In Leiden promoveerde hij op Socialisme et poésie chez Peguy: de la Jéanne d'Arc à l'affaire Dreyfus (1966). In 1968 ging hij werken bij het Ministerie van Nederlandse Cultuur in Brussel. In 1979 stichtte hij de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie en werd hoofdredacteur van het internationale poëzietijdschrift (Pi). Hij verzorgde voor de Leuvense Schrijversaktie een groot aantal bloemlezingen in de Leuvense Cahiers. Hij was voorts secretaris van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en voorzitter van de Vereniging van Wetenschappelijke en Kulturele Tijdschriften.

Van Itterbeek schreef vooral studies over Franse letterkunde, zoals zijn Panorama van de hedendaagse Franse letterkunde (1964), Spreken en zwijgen (1965), maar ook over Vlaamse politiek en literatuur in Het Vlaanderen van morgen (1978). Van Itterbeeks essays zijn doorgaans literatuursociologisch gericht, waarbij hij zich oriënteert op de opvattingen van Lukács en Goldmann, die in de jaren zestig en zeventig een belangrijke rol speelden in de literatuurkritiek. In die beschouwingswijze passen ook zijn essays van Daad en beschouwing (1972).
In 1976 stelde hij Wij zullen u niet zien, lichtende vrede samen, een bloemlezing van poëzie uit de twintigste eeuw met een politiek engagement. In 1992 kreeg Van Itterbeek de (laatste) George Orwell-Literatuurprijs voor zijn werk.

In 1993 week hij uit naar Roemenië, waar hij verder de poëziebibliotheek van de Europese Vereniging ter Bevordering van de Poëzie verzorgde. Hij werd er professor Frans aan de universiteit Lucian Blaga in de stad Sibiu. In Cisnadioara, een dorpje op enkele kilometers van Sibiu, bleef hij heel actief als schrijver-essayist. Hij is er op zijn uitdrukkelijke wens ook begraven.  

Wij hebben Eugène van Itterbeek in de jaren 1980 als een geestdriftige en bezielende collega-docent ervaren in Hasselt, met een luciede maar toch naar het fantastische reikende geest. Zijn grootste verdienste ligt in zijn bevordering van de poëzie op nationaal en internationaal vlak. “Ik denk dat weinig mensen even gepassioneerd met poëzie en de promotie ervan zijn beziggeweest als Eugène, die zelf ook dichter, essayist en vertaler was.
Ik heb niemand anders gekend die, vanuit een internationaal perspectief en steeds op het allerhoogste niveau, zoveel voor de poëzie heeft gedaan.” schrijft een van zijn discipelen, Frank Despriet op zijn blog nog de dag van zijn overlijden in het Carl Wolffziekenhuis in Sibiu.

Op diezelfde blog vinden we een koppeling naar een merkwaardig interview in het Roemeens
met Eugène van Itterbeek. Het dateert van eind oktober - begin november 2011.  Je herkent zijn levendige spreekstijl en zijn gebaren. Hij zit thuis in Cisnadioara met de poes op zijn schoot, die hij de hele tijd streelt.

Eugène van Itterbeek blijft in onze herinnering leven als een merkwaardige gedreven persoonlijkheid en een levendige vlotte collega. Zijn verdiensten voor de literatuur en het denken rond literatuur en poëzie zijn aanzienlijk.

G.D.

Top

Leonard Nolens krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren - 25-4-2012




De 65-jarige Vlaamse dichter en dagboekschrijver Leonard Nolens ontvangt in het najaar de Prijs der Nederlandse Letteren 2012. Dat heeft de voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie, Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet, woensdag aangekondigd in de Bourlaschouwburg in Antwerpen. Aan de prijs hangt een bedrag van 40.000 euro.

 



De jury stelt dat Nolens 'het Nederlands opnieuw doet zingen'. Nolens wordt een uitzonderlijk dichter en zeer begenadigd voorlezer genoemd. De jury kenmerkt zijn werk als 'een levenslange worsteling in taal en een zoektocht naar de eigen identiteit en die van de ander'.
'Leonard Nolens wijdt zich al zijn hele leven aan wat allicht economisch een van de meest nutteloze bezigheden is, en daar heb je in deze tijden uitzonderlijk veel lef voor nodig', zei Smet. 'Maar zonder taal, gevoed door taalkunstenaars, is er van economie waarschijnlijk helemaal geen sprake.'

Bekroond

Het werk van Nolens werd al enkele malen bekroond. Zijn bundel 'Liefdesverklaringen' uit 1990 kreeg de Nederlandse Jan Campertprijs en de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor poëzie. Voor zijn hele oeuvre kreeg hij in 1997 de Constantijn Huygensprijs en in 2008 werd hem de VSB Poëzieprijs toegekend.
De Nederlandse Taalunie kent de Prijs der Nederlandse Letteren om de drie jaar toe aan een auteur van wie het werk een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandstalige literatuur.
Het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie bestaat uit Pascal Smet, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur Joke Schauvliege, Nederlands minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Marja van Bijsterveldt-Vliegenthart en Nederlands staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Halbe Zijlstra.

BELGA

Top

Eerbetoon aan Louis Paul Boon – hij zou nu 100 jaar zijn geworden

Boon was niet zomaar in één hokje te vatten. Hij was schrijver, beeldend kunstenaar, columnist, rebel. Reden waarom het naoorlogse Vlaanderen het moeilijk had met hem. Critici vonden zijn wereldbeeld zwartgallig. Dooradat hij geregeld één of ander lid van één of ander establisment wel eens een flinke schop onder zijn of haar zelfgenoegzame kont verkocht, kreeg hij in het brave Vlaanderen van toen de naam een ‘rebel’ te zijn.

Het oertalent dat Boon was, bleef daardoor vaak ondergewaardeerd, terwijl zijn romanstijl nochtans erg vernieuwend was. Boon was een geboren verteller. Ook zijn belangstelling voor het lot van de gewone man was oprecht.

Louis Paul Boon laat een indrukwekkend oeuvre achter dat meer dan 30.000 pagina’s telt. Kritisch maar ook menselijk. Dit oeuvre mag niet in de vergeethoek belanden of ondergescneeuwd raken omdat Boon voor sommigen voor eeuwig een ‘viezentist’ zal zijn die zich bezighield met beduimelde naaktprentjes.

Op 15 maart 2012 zou Boon honderd jaar geworden zijn. Om deze fantastische schrijver niet aan de vergetelheid over te laten en om jonge generaties te prikkelen om zijn werk te ontdekken, heeft de stad Aalst met een indrukwekkende reekds partners een huldejaar opgezet. Dat werd op 15 maart ingezet in het cultuurcentrum De Werf in Aalst met een prachtig literair programma in een regie van Behoud de Begeerte. Maar er is uiteraard nog veel meer op komst.

Aalst was de plek waar Boon geboren was en ook zijn hele leven bleef. Onze stad diende ook als decor voor het meeste van zijn boeken. Ook al is onze stad heel fier op haar ereburger, toch was Boon groter dan Aalst. Aalst diende immers als metafoor voor vele gelijkaardige steden die gekenmerkt werden door industrialisering en het naoorlogse vooruitgangsoptimisme. Het is dan ook logisch dat het eerbetoon vanuit Aalst vertrekt maar zich vertakt naar de rest van Vlaanderen en Nederland.

Boon 2012!, dat plaatsvindt van 15 maart tot 7 oktober 2012, wil de aandacht vestigen op de hedendaagse betekenis van Boon, met de nadruk op ‘Boon als schrijver’. Zowel de auteur zelf als zijn literaire nalatenschap zullen in de schijnwerpers staan. De rebelse kant van Boon, met zijn sympathieën voor tegendraadse figuren en bewegingen, en zijn voorliefde voor vrouwelijk schoon worden niet uit de weg gegaan. Geniet ervan!

Naar de inleiding tot de Knack Special geschreven door Dylan Casaer, schepen van Personeel, Cultuur, Integratie en Emancipatie, voorzitter Dirk Martenscomité vzw. Aalst

Het programma met de activiteiten kan geraadpleegd worden op de speciale website
www.boon2012.be

DE REDACTIE.BE - VIDEOZONE - Het journaal 15-3-2012: LOUIS-PAUL-BOONJAAR VAN START 2'03"

Maatschappelijke taalvaardigheid in duet - Een kwaliteitsdebat n.a.v. de peiling Nederlands in de derde graad aso-kso-tso - AKOV - Schaarbeek 8 februari 2012

Organisatie

AKOV – Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming organiseerde deze conferentie. Het mag terugblikken op een bijzonder geslaagde bijeenkomst van doorgaans experts in het onderwijs van het Nederlands en leraren uit het onderwijsveld zelf. De bijeenkomst was piekfijn en tot in de puntjes verzorgd. Inhoudelijk was ze bijzonder rijk aan ideeën, waarvan er enkele nieuw en substantieel voorkwamen.

Duo's met verschillende invalshoeken

Na een zinvolle openingstoespraak door Luc Brion, adviseur van minister Pascal Smet, met o.m. de bevestiging van de betekenis en waarde die de onderwijsminister hecht aan het Standaardnederlands in het onderwijs, gaven Hannelore Baeyens en Hilde Vanderheyden van AKOV toelichting bij de peilingresultaten. Die werden gepubliceerd in de brochure ‘Peiling Nederlands in de derde graad algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs. (www.ond.vlaanderen.be/dvo). Daarna belichtten gemengde duo’s de peilingresultaten vanuit verschillende invalshoeken. Ze waren samengesteld uit een lerarenopleider en een leraar ander vak dan Nederlands, begeleiders uit de onderwijskoepels, een lerarenopleider-taalbeleidscoördinator en een leraar Nederlands, een duo van twee onderwijsinspecteurs en twee leerlingen uit de Vlaamse Scholierenkoepel.

Debat

In de namiddag werden de deelnemers verspreid in een aantal groepen van zowat 20 personen. Zij gingen in debat over topica rond het vak Nederlands, Nederlands in andere vakken en op school, leerkansen voor alle leerlingen en andere mogelijke verbeteracties rond het onderwijs Nederlands. De gespreksleider gaf de deelnemers ruim de gelegenheid om in interactie te komen rond dat wat hen bezielde niet enkel m.b.t. de bekende peilingresultaten met hun positieve maar ook negatieve aspecten maar evenzeer rond thema’s als de eindtermen, de leerplannen, de leermiddelen, de didactische aanpak, de lerarenopleiding, de begeleiding en de navorming, de inspectie, het wetenschappelijk onderzoek, het school- en talenbeleid, het overheidsbeleid en structurele hervormingen. De bevindingen met zeker een aantal zinvolle aanbevelingen voor het onderwijsbeleid worden vervat in verslagen die door de ijverige secretarissen van de groepen op de laptop werden vastgelegd. Niet enkel AKOV en de minister, maar ook de deelnemers zelf willen graag kennis nemen van de essentiële bevindingen in eigen groep, maar ook van die uit de andere groepen.

Conferentiebundel

Substantieel ook voor de inhoudelijke opvolging van het gedachtegoed uit de conferentie is de mooie maar ook rijk gestoffeerde conferentiebundel die elke deelnemer vooraf op het internet kon nalezen als voorbereiding, maar evenzeer kan hanteren als hij zich na de conferentie wil verdiepen in een of ander voor hem belangrijk thema of aspect rond de problematiek van het onderwijs Nederlands.

Om daarin een kijkje te gunnen sommen we hier de inhoud op.
- De lees-, luister- en spreekvaardigheid van Vlaamse leerlingen op het einde van het secundair onderwijs: een analyse van Vlaams en internationaal onderzoek.
- Taalgericht vakonderwijs
- Leesplezier
- Taalklaar voor het hoger onderwijs?
- De multimediale context van vandaag en het schoolvak Nederlands – over dragers en beelden
- Een geslaagde transfer?
Het leerplan Nederlands en andere vakken met het studiegebied Land- en Tuinbouw als voorbeeld
- Spreek- en gespreksvaardigheid in tso
- De droom van een tanker (rond taalbeleid in een technisch Atheneum met tso-bso met vooral nijverheidsrichtingen)
- Een ondersteunende rol voor het vak Nederlands in de 3de graad aso Humane Wetenschappen of een gedeelde verantwoordelijkheid
-De rol van het vak Nederlands in de 3de graad Personenzorg van het technisch secundair onderwijs
- Nederlands, ook in het kunstatelier, op het podium
- Iedereen drukt zich op zijn manier uit. Iedereen interpreteert op zijn manier taaluitingen
- “Gelaarsd, gespoord en geletterd” is ook geGOKt! (rond lezen en schrijven als pijnpunten in het hoger onderwijs)
- Wiskunde en taal
- Het project ‘Taalontwikkelend Lesgeven’
- De resultaten van de consultatie na de bekendmaking van de bevindingen uit de peilingen.

Een aantal bijdragen uit de conferentiebundel geven in uitgebreide en verdiepende vorm het gedachtegoed weer van de duo’s die in de voormiddag optraden.

De conferentiebundel is elektronisch te raadplegen:
http://www.ond.vlaanderen.be/dvo/peilingen/conferenties/nederlands-derde-graad-aso-tso-kso.htm
Die elektronische versie wordt later aangevuld met gegevens uit de conferentie zelf. Zo verwachten wij toevoeging van de openingstoespraak van de onderwijsadviseur en de afsluitingstoespraak van de vertegenwoordiger van AKOV zelf, de heer Willy Sleurs. De dag greep plaats onder de bezielende leiding van Hilde Vanderheyden, ondersteund door een toegewijde ploeg van AKOV-medewerkers.

Opvolging van de conferentie

Wat mogen wij verwachten van  het gebruik van de resultaten van deze conferentie?
Enerzijds kan het onderwijsbeleid van het ministerie de bevindingen benutten. Anderzijds kunnen de resultaten bevruchtend werken voor de conferentiedeelnemers maar ook voor wie buiten de conferentie zich wil verdiepen om de adviezen te benutten voor het eigen werkveld in het onderwijs.

G.D.

Top

Nobelprijswinnares literatuur Wisława Szymborska 88 overleden

Speelsheid als afweermechanisme, zou je kunnen zeggen. De onuitgesproken boodschap – ‘Kijk naar het werk!’ – van een maakster die zelf inderdaad het liefst afwezig zou zijn, is luid en duidelijk.

Geen onredelijke boodschap ook. En dat het associatieve beeld dat John Albert Jansen in zijn documentaire Einde en begin (op DVD) schetst van haar thema’s en de (geschiedenis van) haar woonplaats Kraków meer zegt over haar poëzie dan het schools volgen van een biografische tijdslijn, lijdt geen twijfel. Het is een film die je naar haar verzamelde gedichten doet grijpen. Je ertoe brengt, pakweg, die schitterende elegie voor een dode geliefde ‘Afscheid van een uitzicht’ weer eens te lezen, het aangrijpende Holocaust-gedicht ‘Elk geval’ of de moderne klassieker ‘Uitzicht met zandkorrel’ of het knappe 'Gesprek met een steen'

 

GESPREK MET EEN STEEN

Ik klop op de deur van een steen.
'Ik ben het, doe open.
Ik wil bij jou naar binnen gaan,
overal bij je rondkijken,
met jou mijn longen vullen.'

'Ga weg,' zegt de steen.
'Ik ben hermetisch gesloten.
...
Lees het hele gedicht

Voorbij de grote vragen - betekenis van het gedicht

Over de poëtica van Wisława Szymborska:

"Het is zo gegaan dat ik hier ben en kijk." Een simpele zin. De onopvallende eerste regel van een strofe in een gedicht dat nog acht andere strofen telt met veel opvallender regels. Lees verder

In 1996 kreeg de dichteres de Nobelprijs voor literatuur. Tot dan was ze in het Nederlandse taalgebied nauwelijks bekend. In Polen daarentegen was ze enorm populair. Wij beschikken over de 4e druk uit 2001 van Wislawa Szymborska Einde en begin - Gedichten 1957-1997 - uit het Pools vertaald door Gerard Rasch - Meulenhoff Amsterdam.

In beschouwingen over haar werk wordt erop gewezen dat een van de belangrijkste kwaliteiten van haar poëzie is, dat ze in gewone, voor een breed publiek begrijpelijke taal schrijft over de grote literaire thema’s. ‘Haar denken is complex, maar haar taal is eenvoudig’, zei de Duitse vertaler van haar werk.

Haar gedichten worden vaak omschreven met termen als ‘speels’, ‘ironisch’ en ‘verrassend’. Haar nauwkeurige observaties en de grote beeldenrijkdom zijn ook opvallend.

Ze was een verstokte rookster en overleed op 1 februari 2012 aan de gevolgen van longkanker in de leeftijd van 88 jaar.

Postuum

- Dichteres-Nobelprijswinnares Szymborska overleden‎ Knack.be
- Poolse Nobelprijswinnares Szymborska overleden De Standaard.be
- Poolse dichteres Wyslawa Szymborka (88) overleden Historiek.net (met de video Einde en begin 55')
- Afscheid van Wyslawa Szymborka SDL 3-2-2012
- Nobelprijswinnaar Szymborska dood NOS.nl
- Fragmenten uit de documentaire Einde en begin 13' 43" (14 juni 2011 uitgezonden Ned. Het uur van de wolf VPRO)

Top

Waardevolle boeken - een longlist

De jury’s voor belangrijke literaire prijzen selecteren wellicht op oordeelkundige basis een  ‘longlist’, een lijst waaruit de winnaar later gekozen wordt. Dat is nu gebeurd voor de Gouden Boekenuil en de Libris literatuurprijs. We onthouden de titels en de schrijvers.

- Bittere bloemen – Jeroen Brouwers
- Tonio – A.F.Th. van der Heijden
- Zomerhuis met zwembad – Herman Koch
- Louteringsberg – Marcel Möring
- Grip – Stephan Enter
- Naar de overkant van de nacht – Jan van Mersbergen
- Ik, Hollywood – Jan Van Loy
- Gestameld liedboek – Erwin Mortier
- Monoloog van iemand die het gewoon werd tegen zichzelf te praten – Dimitri Verhulst
- Bloedgetuigen – Johan de Boose (historische roman)
- Post voor mevrouw Bromley – Stefan Brijs
- Gelukkig zijn we machteloos – Ivo Victoria
- Brandlucht – Erik Vlaminck
- De liefhebbers – Brecht Evens (striproman)
- M. Vasalis – Een biografie – Maaike Meijer
- De mobilisatie van Arcadia – Stefan Hertmans (essaybundel)
- Logboek van een onbarmhartig jaar – Connie Palmen
- Gitte – Kristien Hemmerechts

Wellicht is dat een aanduiding voor eigen lectuur, een eigen boekenkeuze.
Mogelijk ook voor een presentatie in de literatuurlessen in de derde cyclus.

Top

Zuid-Afrikaans letterkundig biograaf J.C. Kannemeyer op Kerstdag 2011 onverwacht overleden


Vooraanstaande literator sterf onverwags

2011-12-26 20:3


Ilse Krige

 



STELLENBOSCH. – J.C. Kannemeyer, literêre reus en een van Suid-Afrika se grootste biograwe, het op Kersdag aan bloeding op die brein gesterf.
Hy het kort voor sy dood sy laaste biografie, oor die Nobelpryswenner J.M. Coetzee, voltooi.
Me. Santa Hofmeyer-Joubert, sy metgesel van die afgelope 14 jaar, het gister in Kannemeyer se sitkamer gesê hulle het baie dinge saam gedoen.
“Die laaste paar weke was ons besonder baie bymekaar, want sy boek was klaar geskryf.
“Al was ek vir hom belangrik, was niks méér belangrik as sy liefde vir die letterkunde en sy werk nie. Daardie hele grote man was ‘boeke’.”
http://www.volksblad.com

De Vlaamse letterkundige en essayist Yves 't Tsjoen schreef een In Memoriam J.C. Kannemeyer .

In Die Burger verscheen "Niemand kon so hard werk soos John" met biografische gegevens over Kannemeyer.

Top

Tonnus Oosterhoff wint de P.C.Hooftprijs 2012 voor zijn poëtisch oeuvre

Paul Demets op Cobra.be karakteriseert zijn dichtkunst:

"In meerdere gedichten in Oosterhoffs recent verschenen bundel Leegte lacht (De Bezige Bij) toont Oosterhoff ons taferelen van mentaal verzet. Troost bieden ze niet echt. Oosterhoff noemt de dichter dan ook ‘De ongeneeslijke genezer, die niet geneest.’ Wat doet Oosterhoffs poëzie dan wel? Ze is een vorm van maatschappelijk verzet, waarschuwt in zijn recentste bundel tegen meeloperij en roept op om niet willoos te zijn. Ze is ongelooflijk speels,associatief, grimmig én grappig. Ze is springerig, maar toch vind je er betekenislijnen in. Ze laat ons toe om, zoals Oosterhoff over de tweede, ‘onbegrijpende’ manier van lezen zegt, om ‘structuur te ervaren. Als het begrip dat naar de wereld buiten het gedicht leidt, gebroken is, en er door allerlei vormen en signaleringen toch een besef van coherentie is, wordt poëzie als muziek, een dans van samenhangen.’
Tonnus Oosterhoff is voor mijn part één van de dichters die het best ons tijdsgewricht vatten, waarin we –liefst niet op een naïeve manier- naar coherentie en houvast op zoek gaan, terwijl we ons wel degelijk bewust zijn van de fascinerende meerduidigheid van de werkelijkheid. Hij maakt onze geesten beweeglijk, want zijn versregels dansen. Al die sterke bundels van hem én zijn unieke website www.tonnusoosterhoff.nl getuigen daarvan. De P.C. Hooftprijs gaat terecht naar de grootste taalacrobaat van de Nederlandse poëzie op dit moment."

Arjen Fortuyn in NRC.nl

Vandaag (20 dec. 2011)  is bekend geworden dat de dichter Tonnus Oosterhoff de P.C. Hooft-prijs heeft gewonnen. Aan deze oeuvreprijs, de belangrijkste literaire prijs in Nederland, is een bedrag verbonden van 60.000 euro. In de literaire wereld is met grote instemming gereageerd op de P.C. Hooft-prijs 2012 voor dichter Tonnus Oosterhoff. De jury heeft de literaire prijs aan Oosterhoff toegewezen, vanwege de ‘hoge mate’ van vernieuwendheid van diens poëzie. Oosterhoffs dichtwerk heeft volgens de jury ‘de Nederlandse dichtkunst van diverse keurslijven bevrijd, niet planmatig of vanuit een dichterlijke ideologie, maar door persoonlijke oorspronkelijkheid en het bijzondere talent van de auteur voor het vastleggen of liever gezegd juist beweeglijk maken van moeilijk benoembare sensaties.’
...
Oosterhoff, eerder winnaar van onder meer de VSB poëzieprijs en de Jan Campertprijs,  geldt al jaren als een van de belangrijkste dichters van Nederland, zowel door zijn reguliere poëzie als door de bewegende gedichten die hij de laatste jaren maakte en onder meer op zijn website publiceerde. Zijn collega Ilja Leonard Pfeijffer noemde hem ‘een Nederlandse Homerus […], in wiens poëzie de sporen van oud en de tekenen van nieuw naast elkaar staan en het breekpunt zichtbaar is’.
...
Lees meer...

De P.C. Hooft-prijs wordt op 24 mei 2012 uitgereikt in Den Haag.

Coen Peppelenbos op Tzum

Poëziecentrum Gent over de toekenning van de prijs aan de auteur

Frank Keizer in De Reactor 'De ongeneeslijke genezer, die niet geneest', recensie van Oosterhoffs laatste dichtbundel LEEGTE LACHT

NOS-Nieuws 2 audio's met en over Oosterhoff

Tonnus Oosterhoff leest J.H. Leopold   8’17”

Top

Marente de Moor wint AKO Literatuurprijs 2011 - 31-10-2011

De AKO Literatuurprijs 2011 is toegekend aan Marente de Moor voor haar boek De Nederlandse maagd.
Zij ontving deze prijs uit handen van Ernst Hirsch Ballin, voorzitter van de jury. Het was de 25e maal dat de AKO Literatuurprijs werd uitgereikt. Bij de feestelijke uitreiking in Het Scheepvaartmuseum te Amsterdam waren veel winnaars van eerdere edities van de prijs aanwezig. De winnaar werd bekendgemaakt in een rechtstreekse uitzending van het actualiteitenprogramma Nieuwsuur.

De jury motiveerde haar keuze als volgt: “In het winnende boek worden grenzen opgezocht: wanneer kun je nog een keuze maken, wanneer is die opgelegd? Een subtiele en zinnelijke roman over de littekens die een oorlog achter kan laten, met een zeggingskracht die nu nog relevant is.”

De Moor ontving naast een sculptuur van Eugène Peters een bedrag van € 50.000. Dit bedrag werd ter beschikking gesteld door de Stichting Jacques de Leeuw.

Naast De Nederlandse maagd van Marente de Moor, waren voor de AKO Literatuurprijs 2011 de volgende boeken genomineerd:
Jeroen Brouwers   Bittere bloemen (Atlas)
Peter Buwalda   Bonita Avenue (De Bezige Bij)
Arnon Grunberg   Huid en Haar (Nijgh & Van Ditmar)
Marja Pruis   Kus me, straf me (Nijgh & Van Ditmar)
P.F. Thomése    De weldoener (Contact)

Marente de Moor, De Nederlandse maagd

Waar eindigt beschaving? Hoe lang kun je je als buitenstaander bij een conflict aan de zijlijn ophouden? Laat het verleden zich ooit begraven? Het zijn vragen die Marente de Moor stelt in De Nederlandse maagd. Deze roman belicht de
Nederlandse neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog op een subtiele manier, die tot nadenken stemt. De ethische dilemma’s uit die tijd blijken ook vandaag de dag maar al te relevant.
In de zomer van 1936 reist Janna, een achttienjarige Nederlandse schermster, naar een landgoed bij Aken, waar ze een schermopleiding krijgt van Egon von Bötticher, een sombere, getormenteerde man. Janna wil weten wat er zich heeft
afgespeeld tussen Egon en haar vader, een arts die de gewonde Egon in de Eerste Wereldoorlog van het slagveld redde.


De Nederlandse maagd is een historische vertelling en een Bildungsroman ineen.
Het verhaal speelt in een grensgebied waar de littekens van een oorlog nog maar net zijn vervaagd en zich alweer een nieuw conflict aandient. In zinnelijk en krachtig proza geeft De Moor haar prachtige personages gestalte. De manier
waarop ze goochelt met beelden en metaforen is duizelingwekkend en de verwijzingen naar kasteelromans en spookverhalen betoveren. De Nederlandse maagd is een meeslepende, broeierige roman, die nog lang blijft nazinderen.

Recensie in NRC Handelsblad van Elsbeth Etty

Bron: http://www.akoliteratuurprijs.nl/

 

Top

 



Hella Haasse op 93-jarige leeftijd overleden in Amsterdam
op donderdag 29 september 2011

Hella Haasse beschreef vervreemding van de eigen cultuur



Hella Haasse

Gisteren (1oktober 2011) werd de film Oeroeg uitgezonden op televisie. Uiteraard naar aanleiding van het overlijden van de schrijfster Hella Haasse. Oeroeg is verfilmd naar het gelijknamige boek van de schrijfster. Een verhaal waarin herkomst als thema centraal staat. Vervreemding van je eigen cultuur, je geboorteland. Geen herkenning meer in jezelf of de bevolking die leeft in jouw land van herkomst. Hoewel je zo graag wilt, je vindt geen aansluiting meer met de huidige bevolking.
Het land van je geboorte of het land van je herkomst is een vreemde cultuur voor je. Het gevoel en de angst of je een vreemde bent voor je eigen roots.  Je moet het land weer opnieuw leren kennen. Open staan voor de veranderingen van het land en cultuur. In Oeroeg komt een Nederlandse jongen jaren later weer terug in Nederlands-Indië. Het land is totaal veranderd na de bezetting van de Japanners. De bevolking is veranderd, zowel de Nederlanders als de inheemse bevolking. Zijn jeugdvriendje Oeroeg vindt hij weer terug. Maar de vriendschap uit hun jeugd lijkt totaal vernietigd door de veranderingen van het land.

Oeroeg is een veelgelezen boek door middelbare scholieren. Veelal omdat het een dun boekje is. Na het overlijden van Hella Haasse is er veel vraag naar haar boeken. In deze tijd is het wellicht een goed boek om te lezen.

Haar boeken en verhalen zijn aanraders voor iedereen die leeft tussen culturen. Dat het gevoel een vreemde te zijn in je eigen geboorteland, niet vreemd is. Daarnaast is Oeroeg ook een goed verhaal om meer te weten te komen over de geschiedenis van Nederland. De geschiedenis met Indonesië en de conflicten die hebben plaatsgevonden. Zowel tussen de landen als tussen de burgers onderling.

Bron: http://multiculti.blog.nl/boeken/2011/10/02/hella-haasse

Video: Schrijven was voor Haasse als ademhalen (Bron: De redactie.be)

Negentigste verjaardag van Hella S. Haasse en haar virtueel museum

Alom lof voor de "veelzijdige" Haasse (Bron: NOS.nl)

Volledige berichtgeving bij haar overlijden

Top

 

Masterclass LOPON² 2011 rond meertaligheid in het onderwijs

Fontys Pabo Den Bosch, 1 april 2011 – een terugblik

Vooruitzicht


Het bestuur van LOPON² deed er bijzonder goed aan deze masterclass rond meertaligheid te organiseren in het vooruitzicht van de Talennota van juli 2011 van de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet. Naast de versterking van het Standaardnederlands is het thema van de meertaligheid de tweede pijler waarop die Talennota berust.

In het licht daarvan is het goed terug te blikken op het ideeëngoed dat op 1 april 2011 in Den Bosch aan de orde werd gesteld en een behoorlijke reflectie daarrond op te zetten. De aanbreng van ideeën van heel deskundige sprekers geeft daarvoor ruime en voldoende denkstof. Het kan niet de bedoeling zijn alles wat naar voren kwam kritiekloos te assimileren. Toch zullen heel wat van de zinvolle ideeën beklijven en toegang krijgen tot het referentiekader van de aanwezige lerarenopleiders die vooral de kleuter- en onderwijzersopleiding verzorgen in Nederland en in Vlaanderen. De dichotomie tussen voor- en tegenstanders van meertalig onderwijs, de keuze tussen eentalig of meertalig onderwijs met de taalbadmethode of anderszins zet meteen aan tot kritisch denken rond deze thematiek.

Daarbij staat het onderwijs voor weer nieuwe veranderingen in dat opzicht en zullen zeker de lerarenopleiders opnieuw de soepelheid van denken en handelen aan de dag moeten leggen om te sporen in de beleidsopties die daaromtrent nu al in de Talennota van minister Smet aan de orde kwamen.


Tasten naar ideeën

De deelnemers aan de masterclass kregen ruim voorafgaande aan de bijeenkomst een stevige informatiebundel aangeboden, waarvan verondersteld werd dat ze die als voorbereiding vooraf flink hadden doorgenomen. Hilde Van den Bossche was zo vriendelijk die voor schrijver dezes te kopiëren en hem mij toe te sturen. Informatie rond de drie presentaties in evenveel gepubliceerde artikels werd rondgestuurd. Linda van den Bergh presenteerde de inhoud van het artikel waaraan ze heeft meegewerkt rond vooroordelen van leerkrachten naar allochtone leerlingen toe, het welbekende Pygmalioneffect.  Sven Sierens steunde zich op zijn artikel dat hij met Piet van Avermaet had gepubliceerd onder de titel ‘Taaldiversiteit in het onderwijs: van meertalig onderwijs naar functioneel veeltalig leren’. Sofie Jonckheere en Hadewijch De Doncker (de Foyer Brussel) hadden het over ‘Talensensibilisering in het basisonderwijs: op een positieve wijze omgaan met talen in de klas’. De drie bijdragen worden uitvoeriger voorgesteld op de website van LOPON². Een samenvattend maar adequaat inzicht van de masterclass geeft het beknopte verslag ook te lezen op de LOPON²-site. Een bijzonder uitgebreide powerpointpresentatie van Sven Sierens levert uitvoerig materaal aan rond meertalig onderwijs en onderzoek daarnaar en is ook vrijuit te raadplegen op de website van LOPON². Voor een echt geïnteresseerde lerarenopleider is het doornemen van deze documenten beslist aanbevelenswaardig. Het ideeëngoed zal wel wat minder doordringen dan wanneer hij de bijeenkomst in Den Bosch zelf had bijgewoond, maar een ruime en indringende confrontatie ermee is zeker meegenomen.


Opinie

Als we even onze eigen mening omtrent enkele ideeën mogen uiten, dan kunnen wij in de eerste plaats toch stellen dat wij voor kleuters en jonge basisschoolkinderen talensensibilisering in het perspectief van de multiculturele leerlingenpopulaties in vele scholen zeker zinvol vinden. Taleninitiatie gaat een stap verder en is de eerste fase van taalleren van een vreemde taal, terwijl talensensibilisering beperkt blijft tot activiteiten die aanzetten om te denken over taal en meertaligheid.

Verder zien we duidelijk in dat meertaligheid onontkoombaar is, als we denken aan de moedertaal van de allochtone leerlingen in onze scholen. Hun thuistaal verschilt veelal van de schooltaal. Uit de presentatie van Sven Sierens blijkt manifest dat het goed is de thuistaal van die kinderen op school te aanvaarden, zeker in de zin dat er geen verdrukking ervan aan de orde mag worden gesteld. Dat kan gaan tot de sporadische hantering van de thuistaal in groepswerk in de klas, als dat functioneel van belang is voor het begrip van leerinhouden. De acceptatie van de thuistaal heeft bijzonder positieve psychologische consequenties voor allochtone leerlingen. Daarbij bleek ook dat de degelijke beheersing van de thuistaal een stimulans kan betekenen voor het aanleren van het Nederlands door die kinderen. Met een ruime beheersing van het Nederlands als instructietaal zijn die leerlingen het meest gebaat voor hun schoolcurriculum en de verwerving daarvan zal dan ook manifest prioritair blijven. Het talenbeleid in de scholen zal in de toekomst aan de toelaatbaarheid van de thuistaal tot op zekere hoogte en de bevordering van het Standaardnederlands als instructietaal en als omgangstaal nog explicieter aandacht moeten besteden.

In het persbericht van het Kabinet van Onderwijs van 26 juli over de Talennota wordt binnen de beleidsopties van de minister ruimte toegekend aan de thuistaal maar buiten het normale schoolcurriculum. Het stelt: “Het omgaan met thuistalen wordt in het talenbeleid van het leerplichtonderwijs geïntegreerd.  Het (speels) aanleren van thuistalen – en van vreemde talen - wordt door een aanbod buiten de lestijden mogelijk gemaakt.”  Dat wijst op progressie in het denken maar ook op grote omzichtigheid vanwege de minister rond deze thematiek.

Wellicht is een zekere terughoudendheid ten overstaan van meertalig onderwijs op haar plaats. Uit het weinige beschikbare onderzoeksmateriaal dat voluit te vertrouwen is, blijkt dat meertalig onderwijs positief beoordeeld mag worden, maar dat geen noemenswaardige meerwaarde aangetoond kan worden ten opzichte van louter eentalig onderwijs. Meertalig onderwijs blijkt ook geen nadeel te zijn voor de ontwikkeling van de gebruikelijke omgangs- en schooltaal – in onze context het Standaardnederlands. We blijven stilstaan bij de vraag of het dan wel echt de moeite loont om het te implementeren in onze onderwijsstructuren.


Over meertaligheid in Vonk

Om onze inzichten rond meertalig onderwijs in Vlaanderen nog ruimer te stofferen en om er nog meer een voorzichtig oordeel over te vormen verwijzen we bij deze gelegenheid eveneens naar het aprilnummer 2011 van het tijdschrift Vonk rond ‘Talige uitdagingen voor de toekomst’ dat voor een groot deel gewijd is aan ‘Omgaan met meertaligheid’. Kris Van den Branden en Machteld Verhelst schrijven over “Naar een volwaardig talenbeleid. Omgaan met meertaligheid in het Vlaams onderwijs”. Hilde De Smedt heeft het over “Ontwikkelingsgericht denken over omgaan met meertaligheid in het onderwijs”. Lies Strobbe poneert “Taalbewust vakonderwijs en CLIL: een gemeenschappelijk uitgangspunt”. 


Taalgrenzen verleggen

De minister waagt in zijn Talennota 2011 ‘Samen taalgrenzen verleggen’ de sprong naar Content and Language Integrated Learning mits garanties van kwaliteitsbewaking en hij wil meertalig onderwijs decretaal mogelijk maken. Dat is een reden te meer om ons als lerarenopleiders en onderwijsbetrokkenen met de thematiek van het meertalig onderwijs grondig vertrouwd te maken.

Ghislain Duchâteau

31 juli 2011

Top

 

Piet Hein van de Ven neemt “afscheid” en werd mooi gevierd -
Universiteit Nijmegen 20 juni 2011

Meer dan 30 jaar heeft Piet Hein van de Ven o.m. in het Instituut Leraar en School van de Universiteit Nijmegen de didactiek van het Nederlands bestudeerd, onderzocht en onderwezen. Hij heeft de wettige leeftijd bereikt om afscheid te nemen. Maandag 20 juni 2011 is dat op een luisterrijke en toch gemoedelijke manier gebeurd.

Er stond eerst het internationaal symposium ‘The state of Art in L1/mother Tongue Education’ op het programma met een vergelijkende visie op de stand van het onderwijs eerste taal waarbij dat werd voorgesteld respectievelijk voor Noorwegen door dr. Laila Aase, voor Canada door prof. dr. Mary Kooy en voor Australië door prof. dr. Brenton Doecke. Veel was er gemeenschappelijk in die landen, andere aspecten waren wel erg specifiek, maar alleszins werden er een aantal opmerkenswaardige ideeën voorgesteld. Prof. dr. Sjaak Kroon, eerder een aantal jaren verbonden aan de Universiteit Nijmegen maar nu werkzaam aan de Universiteit Tilburg leidde op levendige wijze de interactie van het publiek met de presentatoren. Niet alle vragen konden binnen de beschikbare tijd aan de orde komen. Uitvoerig en competent speelden de drie panelleden in op de thema’s die vanuit de zaal werden voorgebracht.

Prof. dr. Peter-Arno Coppen fungeerde als zaalvoorzitter voor de hele namiddag.

Na een ontvangst van de gasten in de foyer van de universiteitsaula nodigde hij iedereen uit in de Academiezaal voor het afscheidscollege van Piet Hein van de Ven. De zaal liep ruim vol voor deze unieke les, die de gevierde bracht onder de titel “… maar vraag me niet om na te denken”, die Piet Hein ontleende aan een uitspraak van een leerling bij een schrijfopdracht in de klas. Die wilde wél meewerken, maar… Op een vlotte en pittige manier onderhield dan de gevierde het geboeide publiek gedurende een vijftal kwartier over theorie en praktijk, over de betekenis en grondslag van dat onderwijs. In zijn dankwoordje was het Piet Hein toch even te veel toen hij de nagedachtenis opriep van één van zijn eigen leermeesters. In een aangename treffende bij wijlen humorvolle stijl die toch even deed denken aan Godfried Bomans kreeg Piet-Hein van de Ven vanwege Peter-Arno Coppen nog een korte lofrede toegedicht en dan ontving hij nog een geschenk als aandenken en zijn dame kreeg de fleurige ruiker bloemen. Piet-Hein mocht dan als eerste naar de Anton van Duinkerkenzaal voor de receptie. Daar kreeg iedereen de gelegenheid om de gevierde nog persoonlijk te feliciteren.
Met wat extra cadeautjes en met een voor hem getoonzet liedje mocht hij vergenoegd gezeten op een stoel vanwege zijn collega’s in het Instituut nog een bijkomende hulde in ontvangst nemen. Buiten naast het aulagebouw zat Thomas van Aquino op zijn standbeeld, met open boek en met nadenkende blik en hij vond dat het goed was. Piet Hein van de Ven heeft zijn dagje goed gekregen en de gasten waren blij met hem. We onthouden ook nog uit de toespraak van Peter-Arno Coppen dat Piet Hein nog gedeeltelijk actief blijft en dat wij van zijn hand binnenkort nog een handboek voor de didactiek van het Nederlands mogen verwachten. Ook kijken we uit naar het huldealbum dat even na zijn afscheidscollege van de pers komt.

Piet-Hein van de Ven, neerlandicus – didacticus bij uitstek

De uitnodiging voor zijn afscheidscollege op maandag 20 juni 2011 beschrijft zijn loopbaan als volgt:

“Piet-Hein is zo langzamerhand een van de bekendste Neerlandici geworden in de nationale en internationale didactische gemeenschap. Hij is een graag gezien (en twee maal onderscheiden) gast op congressen en symposia, en een gewaardeerd lid van diverse verenigingen en commissies op het gebied van de moedertaaldidactiek in binnen- en buitenland.
Zijn loopbaan bevat alle elementen die ertoe doen: 8 jaar leraar Nederlands (1970-1978), 20 jaar halftijds universitair docent (gecombineerd met het huisman- en vaderschap) bij de vakgroep Nederlands (1978-1944) en Bedrijfscommunicatie (1994-1998), en in totaal 33 jaar betrokken bij de Nijmeegse lerarenopleiding (1978-2011), waarvan 13 jaar (1998-2011) als universitair hoofddocent.
Tussen de bedrijven door (!) promoveerde hij in 1996 bij prof. dr. Wolfgang Herrlitz op een imposante dissertatie, waarvan de titel tekenend is voor zijn breed uitwaaierende overzicht over het vakgebied (Moedertaalonderwijs, Interpretaties in retoriek en praktijk, heden en verleden, binnen- en buitenland). Hij schreef een paar honderd publicaties op zijn vakgebied.
Binnen het Instituut voor Leraar en School geldt Piet-Hein als de samenbindende primus inter pares, die staat voor de wetenschappelijke kwaliteit van een op de praktijk gerichte opleiding.”

Ghislain Duchâteau

Top

 

Website over meertaligheid

15 maart 2011

Eerste hulp bij meertalige leerlingen

Heb je een, meerdere of zelfs heel veel anderstalige kinderen in je klas? Ben je overtuigd dat talige diversiteit deze kinderen, jezelf, maar ook de rest van de maatschappij kan verrijken? Of worstel je nog met twijfels en vragen rond dit thema? Op een nieuwe website over meertaligheid vind je een bundeling van veelgestelde vragen, achtergrondinformatie, materialen, vormingen, links en projecten rond het thema. De website bestaat uit drie luiken: voor- en buitenschools, school/klas en thuis.
Initiatiefnemers zijn Steunpunt Diversiteit en Leren, Centrum voor Taal en Onderwijs, Kind en Gezin, VZW de 8, Intercultureel Netwerk Gent, Regionaal Integratiecentrum Foyer Brussel, ODICE, Kruispunt Migratie-Integratie, en de Pedagogische Begeleidingsdienst stad Gent. Ze bundelen hun krachten, expertise en materialen om zo aan de thuistaal van anderstalige kinderen een positieve plaats toe te kennen.

Bron: Lerarendirect

Top

 

Dichter Willem Barnard - Guillaume van der Graft - overleden 21 november 2010

Zondagmorgen overleed op 90-jarige leeftijd Guillaume van der Graft, alias Willem Barnard, vader van Knack-medewerker en auteur Benno Barnard

Vanmorgen is Nederlands dichter,essayist en theoloog Willem Barnard in zijn woonplaats Utrecht overleden. Willem Barnard werd op 15 augustus 1920 in Rotterdam geboren. Hij publiceerde onder het pseudoniem Guillaume van der Graft meer dan twintig dichtbundels, alsook -onder zijn eigen naam- publicaties met teksten voortgekomen uit jarenlange liturgische praktijk. Hij geldt als een van de belangrijkste dichters zowel op het gebied van psalmvertalingen als nieuwe gezangen. Barnard, vader van dichter en schrijver Benno Barnard, is 90 jaar geworden.

In 1946 werd Barnard predikant in Hardenberg en debuteerde als dichter met de bundel 'In exilio'. Zijn grote doorbraak beleefde Van der Graft in 1953 met de bundel 'Vogels en vissen'. Aanvankelijk werd hij in een adem genoemd met generatiegenoten van Vijftig als Gerrit Kouwenaar en Simon Vinkenoog. Maar toch bleef Van der Graft een buitenstaander, iemand die meer wilde dan een experiment met vorm en klank alleen en zocht naar de diepere mythologische betekenis van de taal.


Na Hardenberg is Barnard tot 1975 predikant geweest in Nijmegen, Amsterdam en het Gelderse Rozendaal. In die periode werkte hij in opdracht van de kerk als dichter en vertaler nauw samen met Martinus Nijhoff, Ad den Besten, J.W. Schulte Nordholt en Jan Wit. Het leidde tot een nieuwe psalmberijming die haar weg vond in het 'Liedboek van de Kerken' (1973). Ook nam hij een bijzondere plaats in als exegeet. Met name 'Stille omgang' (1992), waarin hij de bijbel op uiterst persoonlijke wijze bespiegelt, wordt in brede kring veel gelezen.

In 1997 maakte Van der Graft als dichter een opmerkelijke comeback na de verschijning van het aan zijn overleden vrouw opgedragen 'Onbereikbaar nabij'. Het leidde tot nieuw werk dat - steeds vaker gericht op de liefde, de dood en de poëzie - zelf steeds soberder en kernachtiger werd. Met 'Praten tegen langzaam water' (De Prom, 2007) maakte Van der Graft de balans op van zijn gehele oeuvre, uit de periode 1942-2006. Uit het werk selecteerde Van der Graft wat hij wilde overleveren.

Toen Barnard in 2004 'Anno Domini', een eigenzinnig dagboek publiceerde, had Knack-redacteur Piet Piryns een interview met hem over dit boek vol tegendraadse aforismen en politiek incorrecte overpeinzingen. Hij schreef er onder andere dat hij zich 'proteliek en kathestant' voelde. Barnard maakte duidelijk dat hij toen al dertig jaar lang geen dominee meer was en haatte het dat hij nog steeds als dominee-dichter werd gelabeld: 'Alsof je een soort amfibie bent.Je zou het kunnen vergelijken met een loodgieter die tegelijkertijd ook semi-profvoetballer is. Dan denk ik: die zal wel voetballen met lood in zijn schoenen. En als mijn dak lekt, bel ik liever iemand anders - een echte vakman. Het komt in mindering van beide componenten.'

(Bron: Persbericht en interview Knack 27 oktober 2004)

Frank Hellemans

Herdenking van Guillaume van der Graft, pseudoniem voor Willem Barnard

De schrijver overleed op 21 november 2010. Zijn zoon Benno Barnard en zijn vriend Ingmar Heytze denken terug respectievelijk aan hun vriend en vader.

Het winkelcentrum de Hoghe Catherijne in Utrecht is daarvoor van betekenis.
Katinka was de moeder van Benno en de echtgenote van Willem. O.K. heeft in dit verhaal een heel bijzondere betekenis.

Bij het opruimen van  krantenknipsels vond de webmaster een vergeeld blad uit het Cultureel Supplement van het NRC Handelsblad van 19 juni 1998. Journalist Kester Freriks geeft een gesprek weer met de dichter en dominee. Net de week voordien werd zijn gedichtenverzameling Mythologisch. Gedichten, oud, nieuw, herzien (Uitgeverij De Prom) bekroond met een literaire prijs. Merkwaardig hoe in de persoon van Guillaume van der Graft de dichter en de dominee met elkaar in strijd en toch verbonden leefden. Die tweevoudigheid veruitwendigde zich in knappe dichtbundels en in een hele reeks kerkliederen die tijdens de diensten worden gezongen.

Minder dan drie maanden voor zijn overlijden rond zijn 90ste verjaardag schetste Kees Wennekendonk het portret van de gedenkwaardige literator.

Klik door naar de pagina Archief Literatuur

- Bibliografie van en over Guillaume Van der Graft
- Literatuurplein in interview met de dichter
- Praten tegen langzaam water - eigen bundeling van zijn belangrijkste gedichten 1942-2006

 

Top

Harry Mulisch overleden op zaterdag 30 oktober 2010

 

 

 

'Ik ben een groot schrijver'

 

 

 

 

 

Leven en werk van Harry Mulisch (1927-2010)

De Nederlandse auteur Harry Mulisch is gisteravond op 83-jarige leeftijd overleden, dat heeft uitgeverij De Bezige Bij zojuist laten weten, "uit naam van de familie" en "met grote verslagenheid." Omringd door zijn familie stierf hij in zijn huis aan de Leidsekade in Amsterdam aan de gevolgen van kanker.  Mulisch was al enige tijd ernstig ziek, zoals dit weekend in de openbaarheid kwam. Hij leefde al een hele tijd zonder maag en overwon een in 1982 geconstateerde maagkanker.

Met zijn overlijden verliest de Nederlandse literatuur de laatste overblijvende van de zogenaamde illustere (en rivaliserende) Grote Drie (Reve, Hermans en Mulisch).Mulisch, auteur van onder meer Het stenen bruidsbed, De aanslag (in dertig landen vertaald) en De ontdekking van de hemel, schreef romans, novellen, verhalen, beschouwend proza, studies, autobiografisch werk, reportages, toneelstukken en gedichten. Zijn werk is in tientallen talen vertaald en door de kritiek in binnen- en buitenland met lof overladen. Mulisch' oeuvre werd bekroond met de belangrijkste literaire prijzen, waaronder de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren. Intussen verschijnen er uitgebreide dossiers bij NRC Handelsblad en de Volkskrant over Mulisch. Reacties op het overlijden bij Nu.nl en bij de Volkskrant (onder meer van uitgever Robbert Ammerlaan, premier Mark Rutte, Frans Weisz). En een indrukwekkend dossier bij de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren. Het AD heeft 153 foto's samengebracht.

‘Ik heb de oorlog niet zo zeer "meegemaakt", ik bén de Tweede Wereldoorlog.' Zo luidt een van de talloze gevleugelde uitspraken van Harry Kurt Victor Mulisch (1927). Mulisch is de zoon van een joodse moeder uit een Oostenrijks bankiersgeslacht en een Oostenrijks-Hongaarse vader die tijdens de Eerste Wereldoorlog officier was in het Duitse leger. De oorlog loopt als een rode draad door zijn literaire werk, van zijn doorbraakroman Het stenen bruidsbed, over het bombardement op Dresden, tot en met zijn laatste roman Siegfried, waarin hij de denkbeeldige zoon van Hitler opvoert. Thema's als schuld en onschuld, goed en fout en alle schemergebieden daartussen, hebben hem altijd beziggehouden. Mulisch verschafte zichzelf ook de eeuwige jeugd: "Mijn absolute leeftijd is ongeveer 17 jaar. Dat is wat je altijd geweest bent en altijd zult zijn: een adolescent van 80." En schrijvers' ironisch geventileerde ijdelheid stuitte soms nogal wat lezers tegen de borst.

In 1946 schreef Mulisch zijn eerste verhaal, De kamer, dat een jaar later in Elseviers Weekblad gepubliceerd werd. In 1951 verscheen zijn debuutroman archibald strohalm, waarvoor hij de Reina Prinsen Geerlings-prijs kreeg. Dit boek, waarin de jongen Archibald jammerlijk faalt in het ontwerpen van een alomvattende filosofie, vormt het begin van een reeks romans, novellen en toneelstukken, die hun kracht ontlenen aan een superieur evenwicht tussen mythologische, magische en psychologische motieven.
Na Het stenen bruidsbed (1959) verschuift Mulisch' belangstelling meer en meer in de richting van het persoonlijke en maatschappelijke engagement. In 1961 schreef hij Voer voor psychologen, een bundel autobiografische beschouwingen, in 1962 De zaak 40/61 over het Eichmann-proces en in 1966 Bericht aan de rattenkoning, over de Provo-rellen in Amsterdam.
In de jaren zeventig keerde Mulisch terug naar de romankunst: het later verfilmde Twee vrouwen (1975) en de novelle Oude lucht (1977) zijn voorbeelden van "ogenschijnlijk glasheldere verhalen, waarachter een complex netwerk van mythologische verwijzingen schuilgaat". In 1980 zag tevens zijn grote filosofische en vaak misbegrepen studie De compositie van de wereld het licht.
Zijn bekendste roman is De Aanslag (1982), over de aanslag op een NSB'er en de gevolgen daarvan voor een Haarlems gezin. Er werden wereldwijd meer dan 1 miljoen exemplaren van verkocht. 
In het jaar dat Mulisch 65 jaar werd, verscheen zijn magnum opus De ontdekking van de hemel (1992), door critici unaniem bejubeld als een meesterwerk en waarin al zijn thema's samenvloeien. Het boek werd in 2007 verkozen tot Beste Nederlandstalige Boek Aller Tijden. De ontdekking van de hemel is in 2001 verfilmd als The Discovery of Heaven. in 1998 verscheen ook nog de veelgeprezen roman De Procedure, in 1999 bekroond met de Libris Literatuurprijs. Zijn laatste roman was Siegfried in 2001.
Mulisch werd vaak bekroond: hij kreeg ook de Constantijn Huygens-prijs (1977), de P.C. Hooft-prijs (1977) en de Prijs der Nederlandse Letteren (1995). Ook in het buitenland werd hij gelauwerd, onder meer met de benoeming tot Chevalier de l'Ordre des Arts et des Lettres door het Franse Ministerie van Cultuur (2001), de verlening van het Kruis van Verdienste eerste klasse in de Orde van Verdienste van de Bondsrepubliek Duitsland (2003) en de Italiaanse Premio Flaiano Internationale literatuurprijs (2003) en Premio Nonino (2007).
In 2000 schreef Mulisch het Boekenweekgeschenk. Het theater, de brief en de waarheid, over de affaire-Jules Croiset. Het verscheen in een recordoplage van 760.000 exemplaren. Op 8 januari 2007 ontving hij een eredoctoraat aan de Universiteit van Amsterdam.
Werk van Harry Mulisch is vertaald in het Engels, Duits, Frans, Spaans, Portugees, Italiaans, Noors, Zweeds, Fins, Deens, Russisch, Pools, Hebreeuws, Tjechisch, Slowaaks, Hongaars, Roemeens, Servokroatisch, Sloveens, Bahasa Indonesia, Chinees. (bron: o.m. persbericht De Bezige Bij)

Dirk Leyman

1 oktober 2010

De Papieren Man – Literaire berichtgeving à la carte.

Top

Studie- en discussiedagen over Verkavelingsvlaams - "De manke usurpator"
- Universiteit Antwerpen 18-19 oktober 2010

Hof van Liere - Stadscampus

Heel graag voeren we de aandachtige lezer naar de ontknoping. Die lag vervat in de slottoespraak die mede-organisator Jürgen Jaspers uitsprak. De slotrede werd samen bedacht en geschreven door de drie organisatoren Jürgen Jaspers, Kevin Absilis en Sarah Van Hoof. Ze gaven ze de titel Vanzelfsprekendheid, nu ook in Vlaanderen?

De volledige tekst vindt u op de website http://demankeusurpator.wordpress.com/

Een paar uittreksels willen wij u hier zeker rechtstreeks laten lezen.

"Geacht publiek,

Het ogenblik waarop iedereen met spanning heeft gewacht, is aangebroken. Zoals u in de pers en op onze weblog kon volgen, selecteerde de jury vijf genomineerden voor de allereerste Manke Usurpator, een prijs voor personen en organisaties die zich verdienstelijk maken in de strijd tegen Verkavelingsvlaams. De jury wil allereerst van het hart dat de keuze allerminst voor de hand lag. Niet door een gebrek aan geschikte kandidaten, maar precies door het schier onoverzichtelijke overaanbod. Het lijkt wel of iedereen in Vlaanderen over deze tussentaal een mening heeft. En haast nooit is die mening positief. Hoogstens, en dan slechts bij grote uitzondering, vindt iemand dat Verkavelingsvlaams al met al toch maar een taalvariëteit is als alle andere die dus ook getolereerd moet kunnen worden. Maar hoe veel vaker komt het niet voor dat het Verkavelingsvlaams genadeloos wordt afgekeurd."

...

"De organisatoren van dit congres hebben niets tegen de standaardtaal. Ze staan ook niet ‘verrukt toe te kijken als het volk massaal een bepaalde taalfout begint te maken’. Wel hebben ze belangstelling voor alle manieren waarop taal wordt gesproken en geschreven, omdat het nu eenmaal wetenschap is dat taalgebruik afwijkt van voorschriften die in grammatica’s, woordenboeken, spellingshandleidingen en stijlboekjes worden vastgelegd. Een standaardtaal is een ideaal dat slechts zelden perfect wordt gerealiseerd. Dit neemt niet weg dat dit ideaal niet nastrevenswaardig zou kunnen zijn. Mia Doornaert schreef eens in De Standaard (16/08/2003):

Alleen grondige taalbeheersing laat toe te denken, te argumenteren, te refuteren, te contesteren. Laat toe te lezen, te begrijpen, op een wonderlijke ontdekkingstocht te gaan die nooit ophoudt. Taalbeheersing is het eerste en allerbelangrijkste instrument van emancipatie. Zonder woorden kun je niet denken.

Geacht publiek,

Wij onderschrijven deze woorden met warm enthousiasme. Ook wij vinden dat  iedereen alle kansen moet krijgen om een goede taalbeheersing te ontwikkelen. En in Vlaanderen betekent dat vandaag vooralsnog dat iedereen alle kansen moet krijgen om zich te bekwamen in het Algemeen Nederlands, een taal waarin prachtige verzen, meeslepende romans en belangrijke gedachten zijn geformuleerd. Maar een goede taalbeheersing betekent eveneens kennis van verschillende registers en diverse accenten, en vooral begrip kunnen opbrengen voor zoveel variatie, en een gevoeligheid en een respect ontwikkelen voor wat deze variatie zou kunnen betekenen."

...

"Wij danken ook de genomineerden van de Manke Usurpator-prijs: Bart De Wever, Marc Reynebeau, Mia Doornaert, 200 jaar Vlaamse neerlandistiek – collega’s, het was maar om te lachen – en zeer in het bijzonder Roos van Acker. Zij is een fantastische ambassadrice van het Algemene Nederlands en over het Verkavelingsvlaams heeft zij overigens nog nooit een onvertogen woord gezegd. Zij reageerde bovendien genereus, sportief en onbevangen op onze uitnodiging om deze uitreiking bij te wonen. Beste mevrouw Van Acker, beste Roos, woorden schieten soms te kort, zeker na twee uitputtende studie- en discussiedagen over taal. Neem het ons niet kwalijk dat we onze dankbaarheid daarom uitdrukken in bloemen."

V.l.n.r. Jürgen Jaspers, Roos Van Acker, Sarah Van Hoof, Kevin Absilis

De manke usurpator

Persoonlijke nabeschouwingen

Met veel aandacht maar ook met veel genoegen heb ik alle presentaties van de sprekers gevolgd. Ook de korte gedachtewisselingen op het einde van elke voordracht waren interessant

Uit het geheel heb ik persoonlijk toch een aantal overdenkingen willen onthouden.

- Heel de omkadering is die “manke usurpator,” die ironisch de verkettering van de Vlaamse tussentaal hekelt. De strekking is doorheen de beide studiedagen - zonder dat het opvallend was - te pleiten voor een houding van aanvaarding zoals ze is en een neutrale kijk daarop te hebben los van de gebruikelijke stigmatisering.

- Opvallend was ook dat tussentaal in de Vlaamse context heel algemeen werd voorgesteld, hoewel tot het kerngebied toch enkel de provincies Antwerpen en Brabant behoren.
Eens te meer werd geen regionaal onderscheid gemaakt.
West-Vlaanderen is blijvend sterk naar de dialecten gericht, hoewel daar ook ‘ontdialectisering’ optreedt. Oost-Vlaanderen grijpt door de aanzienlijke dialectverschillen eerder naar een standaardtaalvorm voor het interregionaal verkeer, maar niet naar de Brabants-Antwerpse tussentaal, hoewel beïnvloeding daarvan uitgaat. Limburg biedt pertinent weerstand tegenover de tussentaal. De algemene omgangstaal staat er heel dicht bij de Nederlandse standaardtaal.

- Tijdens de beide studiedagen is er geen sprake geweest van functieverlies van het Standaardnederlands door de merkbare expansie van de Brabants-Antwerpse tussentaal. Een aantal functies worden door de tussentaal overgenomen van de standaardtaal. Dat is heel manifest in de televisie en ook op het toneel, maar eveneens in schoolverband.

- Men is ook niet ingegaan op mijn onderscheid tussen het taalgebruik in de taalgemeenschap in het algemeen en het taalgebruik in het onderwijs. Het eerste is onvatbaar, gaat zijn spontane gang en behoeft enkel taalwetenschappelijke observering maar geen andere benadering. Het taalgebruik op school moet wél benaderd worden. Hier kan men niet volstaan met beschrijving alleen. De school is een leerinstituut waarin de taalverwerving één van de belangrijkste doelen is. Op de conferentie huldigde men stilzwijgend de differentietheorie vanuit de sociolinguïstiek, maar voor de schoolsituatie kan men niet buiten de beschouwing van de deficiëntietheorie. Hoeveel wordt niet gesproken over taalachterstanden bij groepen van leerlingen? Waar in de maatschappij in het algemeen normvorming haar gang gaat, is er in het onderwijs behoefte aan normgeving. Leraren beginnen zich af te vragen of zij nog standaardtaal moeten gebruiken tegenover hun leerlingen. Leraren wensen ook een houvast over het woordgebruik voor zichzelf en voor  hun leerlingen. Het duocentrisme draagt bij tot het ontstaan van onzekerheid bij de onderwijsverstrekkers.

- Als aandachtige deelnemer aan de studiedagen was ik nieuwsgierig naar de attitude van de drie jongere organiserende sociolinguïsten ten overstaan van de verhouding standaardtaal-tussentaal. Het thema was de tussentaal, uiteraard kwam dan de standaardtaal slechts sporadisch aan de orde. In de slottoespraak van Jürgen Jaspers werd die houding heel duidelijk. Op een bijzonder vrolijke en innemende manier werd de prijs van de Manke Usurpator niet toegekend aan de genomineerde auteurs van verkettering van de tussentaal, maar werden bloemen toegekend aan de weduwe van pionier-sociolinguïst Kas Deprez die 10 jaar geleden overleed, maar eveneens een ruiker aan Roos Van Acker, die genomineerd was voor de pseudoprijs, maar die positief gereageerd had op haar nominatie. Ze werd geprezen als “fantastische ambassadrice van het Algemene Nederlands”. Hoewel de drie organisatoren zich olijk benaarstigen voor een verbeterde status van de tussentaal en voor spontaneïteit en ongedwongenheid in het taalgebruik, bekenden zij zich toch duidelijk voor de betekenis en de waarde van de standaardtaal. Ze hebben enerzijds naar de deelnemers toe op schalkse wijze een nieuwe appreciatie bepleit en bereikt van de tussentaal, maar anderzijds zich ook sympathiek gemaakt met hun open en vrijmoedige waardering  van het Standaardnederlands.

- Zelf heb ik als bewuste taalobservator tijdens alle presentaties, bij de interactie, bij de koffie of de lunch bijzonder genoten van het taalgebruik van alle deelnemers. Buiten de beide dames die Nederlands onderwijzen aan Duitse universiteiten was er bij mijn weten niemand die het Nederlands hanteerde met een opvallend Noord-Nederlands accent. De Nederlanders hebben deze studiedagen niet bezocht. We hebben de dimensie vanuit het Noorden dan ook moeten missen. De Vlaamse aanwezigen hanteerden in hun gesprekken een wonderlijk keurig, vlot, spontaan en levendig Standaardnederlands. De taal van de studiedagen was zonder meer het Nederlands, al zouden we mogen zeggen dat het het Nederlands van beneden de Belgisch-Nederlandse landsgrens was. Er was tijdens de hele conferentie geen zweem te bespeuren van het “einde van de standaardtaal” als je de spraak van de aanwezigen beluisterde. Aan Sarah Van Hoof heb ik meteen na het einde van de studiedagen gevraagd wat zij inschatte dat het taalgebruik zou zijn als dezelfde gebeurtenis over tien jaar zou worden georganiseerd. Haar antwoord loog er niet om: wij zullen dezelfde taal hanteren als wij tijdens de beide voorbije dagen met elkaar gesproken hebben. Het einde van de standaardtaal is niet voor vandaag, maar ook niet voor morgen. We blijven ze spontaan en vlot spreken, gewoon omdat het vanzelfsprekend is en omdat we die taalvorm nodig hebben.

Ghislain Duchâteau

***

Aan die nabeschouwingen voegt Frans Daems nog een paar overwegingen toe.

"Een taal of taalvariëteit, bijvoorbeeld meer en minder formele en informele vormen van een standaardtaal, verwerven leerlingen vooral langs twee met elkaar verbonden wegen. Ten eerste door een voldoende groot mondeling en schriftelijk aanbod ervan in de school, in alle vakken en bij alle leraren, in het bijzonder in onderwijsleersituaties. En ten tweede door veel kansen te krijgen en ertoe gestimuleerd te worden om die taalvariëteit actief te gebruiken, mondeling en schriftelijk, in contexten waarin die standaardvariëteit op haar plaats is. Die verwerving kan ondersteund worden door momenten van ‘functionele’  taalbeschouwing.

Ik vond dat men tijdens de studiedagen weinig of geen oog had voor deze leertechnische aspecten van taalbeleid op school. Wanneer je aanneemt dat verwerving van de standaardtaal een belangrijk leerdoel is – en daar bleken de sprekers het wel mee eens te zijn – dan kun je niet zeggen dat alle variëteiten, standaardtalige en substandaardtalige (met name tussentalige omgangstaal), in een leersituatie en voor de taalvaardigheidsontwikkeling functioneel gelijkwaardig zijn.

Verder wou ik ook onderstrepen dat zwakke of sterke taalvaardigheid in schoolcontexten, en dus in de schooltaal, over veel meer en ook voor een deel over andere dingen gaat dan het gebruik van standaard- of substandaardtaal. Het gaat ook en vooral over de vaardigheid om cognitief complex en gedecontextualiseerd (meer abstract) taalgebruik aan te kunnen. Daar maakt het bij wijze van illustratie in principe niet veel bij uit of de leraar nu (a) of (b) zegt, hoewel we merken dat leraren geneigd zijn veel vaker (b) dan (a) te gebruiken:
(a) Ne gelijkbenigen drijhoek hee twee gelijke zijde. [Brabantse tussentalige uitspraak en woordvorming]
(b) Een gelijkbenige driehoek heeft twee gelijke zijden. [standaardtaal ]

Anders gezegd, de studiedagen hebben geen aandacht besteed aan het fenomeen van schooltaal ( in het hoger onderwijs spreekt men van ‘academisch taalgebruik’). Ik wil in dit verband graag verwijzen naar wat ik hierover geschreven heb in mijn hoofdstuk: Van droom naar werkelijkheid: taalbeleid in het onderwijs.
In: Wilfried De Hert (red.) (2008). Taalbeleid in de praktijk. Mechelen: Plantyn, p. 9 – 34."

(Prof. em. dr. Frans Daems was didacticus Nederlands in de lerarenopleiding aan de Universiteit Antwerpen en is actief ere-bestuurslid van het NDN)

oktober 2010

***

Een reactie vanuit Nederland

Willy Weijdema, communitymanager van de vakcommunity Nederlands:

"Je schrijft dat bij 'De manke usurpator' geen Noordnederlandse inbreng was. Mijn inbreng zou zijn: wat jammer dat ik Vlaamse tv-series zoals De Parelvissers nog maar moeizaam kan volgen en eigenlijk ondertiteling nodig heb ..."

19 januari 2011

Top

 

Vertaling van knappe Zuid-Afrikaanse romans in het Nederlands - 30 sept. 2010

Robert Dorsman en Riet de Jong-Goossens zijn de meest eminente vertalers van Zuid-Afrikaanse literatuur in het Nederlands. Het Prins Bernhard Cultuurfonds heeft de Martinus Nijhoff Prijs / Prins Bernhard Cultuurfonds Prijs voor Vertalingen 2010 trouwens toegekend aan Riet de Jong-Goossens. Zij krijgt hem uitgereikt op 6 maart 2011.

Een interview met Riet de Jong-Goossens verscheen in "Die Burger" van 13 oktober 2010.

Welke Zuid-Afrikaanse romans zijn ten onrechte nog niet vertaald in het Nederlands? En wat zijn de toppers onder Zuid-Afrikaanse romans die onlangs wél vertaald zijn? Boekverkoper Jan Vinck geeft het antwoord op deze twee prangende vragen.

Het lijstje vind je hier

Top

Ewoud Sanders op het internet





Ewoud Sanders
is taalhistoricus en taaljournalist.






Hij is vaste medewerker van onder meer NRC Handelsblad en Onze Taal. In NRC Handelsblad heeft hij wekelijks een taalcolumn, WoordHoek geheten. De afgelopen jaren heeft hij diverse boeken geschreven, vooral over de geschiedenis van woorden en uitdrukkingen. Het zijn tot dusver meer dan 40 boeken. Een heel aantal van de boeken zijn niet meer te verkrijgen in de boekhandel. Hij stelt nu 29 van zijn publicaties gratis ter beschikking op het internet. Zo kunt u bijvoorbeeld Jemig de pemig! De invloed van Van Kooten en De Bie op het Nederlands gratis als pdf downloaden.

Ook een heel aantal van zijn wekelijkse columns Woordhoek in NRC Handelsblad kunnen op het scherm worden opgeroepen. Daar zit vaak heel wetenswaardige informatie in over woord- en taalaangelegenheden en voor wie de tijd heeft is dat aangename en aantrekkelijke lectuur.

Ook geeft Ewoud Sanders geregeld lezingen over taal en massadigitalisering en workshops over digitaal documenteren en over slim zoeken op internet.

Hij is initiatiefnemer van het heel recente Meldpunt Taal (zie hieronder) en oprichter van het tijdschrift Trefwoord.

Top

 

Verslag Colloquium BELGISCH-NEDERLANDS IN HET SPANNINGSVELD TUSSEN VERKAVELINGSVLAAMS EN STANDAARDTAAL - Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde Gent - 29 april 2010

Organisatie: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en Université catholique de Louvain
Koningstraat 19 – 9000 Gent

Persoonlijk rapport op basis van de abstracts en persoonlijke notities


Al gedurende 20 jaar beschouwt men het Belgisch-Nederlands hoe langer hoe meer als een aparte variant binnen het spectrum van aan de ene kant de verschillende dialecten en aan de andere kant het Standaardnederlands, dat na verloop van tijd de geïdealiseerde taalnorm is geworden.

Het colloquium brengt verschillende specialisten bij elkaar met als doel:
- de status quaestionis van de problematiek op te maken en
- de verschillende standpunten met elkaar te confronteren, met name van sociolinguïstiek, lexicografie, grammatica, historische taalkunde, media en buitenlandse neerlandistiek.

Nog volgens de organisatoren biedt het colloquium een wetenschappelijke benadering van de situatie van het Nederlands in België, met waar nodig een taalpolitieke invalshoek en het perspectief van de ‘taalzorg’.

In de voormiddag brachten een referaat:
- Joop van der Horst (KULeuven)
Het einde van de standaardtaal: ook in Vlaanderen?
- Georges de Schutter (KANTL)
De bronnen van grammaticale afwijkingen van de standaardtaal
-
Ruud Hendrickx (VRT)
De taalpolitiek in de media
-
Geert van Istendael (KANTL)
Verkavelingsvlaams: hoe verder?
In de namiddag spraken:
- Dirk Geeraerts (KULeuven-KANTL)
Belgisch-Nederlands sociolinguïstisch benaderd
- Peter Debrabandere (Kath. Hogeschool Brugge-Oostende - hoofdred.
Neerlandia/Nederlands van Nu)
Belgisch-Nederlands in woordenboeken en andere naslagwerken
-
Ann Marynissen (Universität zu Köln-KANTL)
Belgisch-Nederlands: het standpunt van de buitenlandse
neerlandistiek
en aansluitend panelgesprek samen met
- Reinier Salverda (Fryske Akademy)
- Joseph Vromans (Université de Liège)

Lees het volledige rapport (11 blz.)

Een leuk artikeltje over het colloquium en zijn thematiek: klik hier

OP 18 EN 19 OKTOBER 2010 ORGANISEERT DE UNIVERSITEIT ANTWERPEN ONDER DE TITEL ‘DE MANKE USURPATOR’ NIEUWE STUDIEDAGEN OVER HET FENOMEEN VERKAVELINGSVLAAMS. OVER DIT INITIATIEF: WWW.DEMANKEUSURPATOR.WORDPRESS.COM.

De abstracts

Top

Rainer Maria Rilke - Nieuwe gedichten - heruitgave 28-4-2010

De Nieuwe gedichten van Rainer Maria Rilke vormen een onbetwist hoogtepunt van de twintigste-eeuwse poëzie. Zopas verschenen zij opnieuw in het Nederlands, geheel toepasselijk in de Perpetuareeks van uitgeverij Athenaeum, die 'de honderd beste boeken van de wereld' verzamelt.

Bart Van der Straeten wijdde er een indringende bespreking aan in Knack.be/boekenburen

Top

 

  • Daniel Hugo ontmoet Herman de Coninck

    Een Zuid-Afrikaanse dichter vertaalt de Vlaamse poëet

    Voorbeeld van een fraaie vertaling


    Poëzie

    Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
    mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt
    verdrietje, en het helpt niet;
    zoals je een hand op haar hete [voorhoofdje
    legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
    en het helpt niet:

    zo helpt poëzie


    Poësie

    Soos wat jy vir ’n siek dogtertjie sê:
    my miniatuurmensie, my selfgemaakte
    verdrietjie, en dit help nie;
    soos wat jy ’n hand op haar warm [voorhofie
    lê, so dun as sneeu gaan lê,
    en dit help nie:

    so help poësie



    Herman de Coninck, Die lenige liefde.
    Uit het Nederlands vertaald door Daniel Hugo.
    Tweetalige uitgave: Nederlands/Afrikaans,
    Protea Boekhuis, Pretoria, 2009, 129 blz.,
    ISBN 9781869193027.

    Top


    Talige startcompetenties Hoger Onderwijs -
    Publicatie Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs - SLO
    van de hand van Helge Bonset en Hans de Vries - aug. 2009

    Geachte geadresseerde,

    Met veel plezier presenteer ik u de beschrijving van de Talige startcompetenties Hoger Onderwijs. Voor het eerst zijn die beschreven onafhankelijk van de eisen van de examens die toelating bieden tot het hoger onderwijs (havo, vwo en mbo-4). De beschrijving maakt goed zichtbaar waar de kloof zit en waarom (en waarin) de taalvaardigheid van inkomende studenten tekort schiet.

    Het Nederlands / Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs heeft samen met de sectie Nederlands van de vakvereniging van docenten Levende Talen, in 2007 bij de SLO een aanvraag ingediend om te komen tot een beschrijving van de talige startcompetenties voor hoger onderwijs. Die aanvraag is gehonoreerd, het project is in 2008 uitgevoerd, op 18 mei 2009 gepresenteerd aan het platform en verschenen in brochurevorm. De beschrivjing is als pdf-document te downloaden van de site van de SLO*. De beschrijving kent een hbo-niveau (B2) en een universitair niveau (C1) en borduurt verder op het hoogste niveau van de commissie Meijerink.

    Voor het opzetten van taalbeleid, denk o.a. aan instaptoetsen en ondersteunende programma's binnen het hoger onderwijs, maar ook voor de toeleverende scholen die aansluiting met hoger onderwijs willen bevorderen, is zicht nodig op de taalvaardigheid die nodig is om een opleiding in het hoger onderwijs met succes te kunnen doorlopen.

    Graag zou het platform met u van gedachten wisselen over de erkenning en implementatie van de Talige startcompetenties.

    Met vriendelijke groet,

    Wilma van der Westen
    voorzitter Nederlands / Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs.

    * Talige competenties Hoger Onderwijs (331 kB)

    Top


    Literatuursite spreidt haar vleugels uit

    De website www.literatuurgeschiedenis.nl biedt nu ook een overzicht van de gouden eeuw en de achttiende en negentiende eeuw.

    De site www.literatuurgeschiedenis.nl spreidt haar vleugels uit. Tot nu toe vormde de website de bron bij uitstek voor iedereen die in de Middelnederlandse literatuur en cultuur geïnteresseerd was en daar op bevattelijke wijze iets over wou te weten komen.

    Nu is die elektronische literatuurgeschiedenis, die al sinds 2002 bestaat, uitgebreid met drie nieuwe perioden: de zeventiende (de 'gouden eeuw'), de achttiende en de negentiende eeuw. In april komt daar nog de literatuur vanaf 1900 bij. Of in de woorden van de Leidse makers: binnenkort vind je er een geschiedenis van de hele Nederlandse literatuur, van Hebban olla vogala tot Tirza.

    'Het interessante aan de website is dat je er een gelaagd overzicht krijgt', zegt Remco Sleiderink, die aan de Hogeschool-Universiteit Brussel en de Universiteit Gent Middelnederlandse letterkunde doceert en voor ons de vernieuwde website doorbladerde. 'Zo kun je bijvoorbeeld over de Vlaamse Beweging beginnen lezen, maar je vervolgens toespitsen op Guido Gezelle en uiteindelijk - via een link naar een website als www.dbnl.org - een volledig boek van hem online vinden.'

    De site houdt het bij klare taal en is aantrekkelijk opgebouwd, met talloze miniaturen uit middeleeuwse handschriften, prenten, foto's en zelfs een geografische kaart van de middeleeuwse Nederlanden. Bovendien word je bij elk serieuzer stuk wel weer afgeleid door een leuk weetje of een citaat, zoals dat uit het middeleeuwse Bouc vanden ambachten, waarin het belang van leergierigheid wordt onderstreept: want die onwetende n'es gherekent onder die meinschen, maer een beelde van steene of van houte (want de onwetende wordt niet tot de mensen gerekend, maar is een beeld van steen of hout).



    In de nieuwere versie missen we wel de tijdbalk met historische en literaire feiten en het historisch nieuwtje van de dag. Bovendien is duidelijk dat de - al langer online staande - middeleeuwse afdeling de meest uitgepuurde is. 'Die staat er echt', zegt Sleiderink. 'De nieuwere perioden zijn nog in demoversie. En dat merk je. Ze zijn nog niet zo rijkelijk geïllustreerd, missen nog wat extra audio- en videomateriaal en de teksten zijn vaak nog wat te academisch.'

    'Maar dat neemt niet weg dat de site werkelijk een schat aan informatie biedt', vervolgt Sleiderink. 'Anders dan bijvoorbeeld Wikipedia, is www.literatuurgeschiedenis.nl uiterst betrouwbaar, want gemaakt door een team van specialisten.'

    'Wie deze site leert kennen, kan in zijn hele verdere leven nauwelijks nog ontsporen waar het literatuur betreft. De website vormt een solide basis, van waaruit je alleen naar betrouwbare sites wordt doorverwezen.'

    In boekvorm bestaat de website nog niet, zo laten de eindredacteuren Hubert Slings en René van Stipriaan weten. 'Maar er is wel vraag naar. Dus wat niet is, kan nog komen.'

    'Intussen vormt de site een handige tool voor leerkrachten en een ideale uitgangsbasis voor studenten letterkunde', besluit Sleiderink. 'Maar ook een absolute must voor iedereen die de ambitie koestert om ooit de slimste mens ter wereld te worden.'

    www.literatuurgeschiedenis.nl

    H.A. - februari 2009

    Top

     





    Duidelijke en hedendaagse definitie van wat leraren moeten kennen en kunnen

    Nieuwsbericht van de Vlaamse overheid van vrijdag 20 april 2007

    Alle leerkrachten moeten correct Nederlands kunnen spreken, moeten kunnen omgaan met verscheidenheid in de klas en hebben een minimum aan computervaardigheden nodig. Dat staat in het besluit van minister van Onderwijs Frank VANDENBROUCKE over basiscompetenties en beroepsprofielen dat werd goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
    Lees meer..

    Voor alle informatie over Taalcompetenties klik door naar
    www.taalcompetenties.org

     

    Top


     

    Onderwijs Nederlands tussen gisteren en morgen -
    Rapport werkgroep Onderwijs van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren
    van de Nederlandse Taalunie

    De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren bracht in juni 2006 een advies uit over
    het onderwijs in en van het Nederlands in Nederland en Vlaanderen.

    Als voorbereiding tot dat advies gaf de Raad opdracht aan de werkgroep Onderwijs een rapport te schrijven. Het rapport behandelt de maatschappelijke opdracht van het onderwijs in het algemeen en van het Nederlans in het bijzonder. Het bespreekt hoe het onderwijs Nederlands inzake doelstellingen en uitwerking probeert te beantwoorden aan die maatschappelijke opdracht. Het rapport eindigt met een aantal aanbevelingen voor de stappen die Nederland en Vlaanderen gezamenlijk kunnen nemen om het onderwijs in en van het Nederlands slagvaardiger aan een duidelijke opdracht te laten werken.

    Naar het oordeel van het Netwerk Didactiek Nederlands bevat het rapport bijzonder relevante informatie en wensen wij een grondige lectuur van harte aan te bevelen.

    U kunt het rapport in pdf-formaat hier raadplegen en lezen onder deze koppeling
    Onderwijs Nederlands tussen gisteren en morgen (15 juni 2006)

    Adviezen van de Nederlandse Taalunie:

  •  
     
    © 2006, NDN