Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
32-4 | juni-juli-augustus 2020
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




 
Redactioneel
Update voor het vak Nederlands inspirerende materialen - Gerdineke van Silfhout
Handboek vakdidactiek PAV in Vlaanderen
Bachelorproeven Nederlands Arteveldehogeschool Gent
Vernieuwde canon Nederlandse literatuur

Taalportaal: gids voor taaldocenten

Laat kinderen lezen -
Jan Van Damme

Staat van het Nederlands - bericht Taalunie
Het Nederlands van morgen - Ietsje pietsje anders
Lang leve de Nederlandse taal - Lotte Jensen in De Taalstaat
Taalkabaal over de verengelsing van het universitaire onderwijs
Studie Nederlands kampt vooral met een imagoprobleem
De complexiteit van vragen - Heb je geen dorst? - José Vandekerckhove
Een publicatie over kunst en talige diversiteit in LTM - Karen Reekmans
Vaste uitdrukkingen leren voor wie Nederlands leert - Taalunie
Een stevig stukje taalkunde, Steven Delarue over zijn Tante Betje
Bewust geletterd online
Erwin Mantingh

Overpeinzingen van een Neerlandist - Yves T'Sjoen
Microsoft Teams - nieuwe functies
Hogeschool Odisee wil leesmotivatie verhogen tijdens de coronacrisis
Persoonlijke visie over poëzie lezen - Jos Joosten
Guus Kuijer wint de Constantijn Huygens-prijs
Over de dichtkunst van Anton van Wilderode - Peter Flaton
Schitterende karakterisering dichterschap Hubert van Herreweghen - Patrick Auwelaert
De tekeningen rond de versjes van Annie M.G. Schmidt
Marga Minco 100 !
Gedichtanalyse 'Gedenk mijn naam wanneer ik dood ben' Van der Graft - Judit Gera
Onder een koperen hemel - Dichtbundel van Stefan Hertmans - Recensies
Schrijvers schrijfsters overleden in 2020
Taalkundige Hugo Ryckeboer overleden
In Memoriam Filip Droste - Dirk Geeraerts
In Memoriam Dick Springorum (+ 12-3-2020)
Postuum: Mischa de Vreede - Arjan Peters
 
Recent op de NDN-Facebookpagina
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
 
NDN-Nieuws 32-3
 
NDN-Nieuws 32-2
 
NDN-Nieuws 32-1
 
NDN-Nieuws 31-4
 
NDN-Nieuws 31-3
 
NDN-Nieuws 31-2
 
NDN-Nieuws 31-1
 
NDN-Nieuws 30-4
 
NDN-Nieuws 30-3
 
NDN-Nieuws 30-2
 
NDN-Nieuws 30-1
 
• NDN-Nieuws 29-4
 
NDN-Nieuws 29-3
 
NDN-Nieuws 29-2
 
NDN-Nieuws 29-1
 
• NDN-Nieuws 28-4
 
NDN-Nieuws 28-3
 
NDN-Nieuws 28-2
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Redactioneel
 

 

Lectori salutem



Collega’s uit Vlaanderen en Nederland

Met deze NDN-Nieuwsbrief 32-4 krijgt u de laatste editie van dit academiejaar op uw scherm. Het is een lange nieuwsbrief geworden met heel wat documenten. U kunt hem beschouwen als een zomereditie of als een vakantienieuwsbrief. Maar dat laatste zal wellicht bij heel wat lerarenopleiders, leraren en andere lezers niet zo goed overkomen, omdat zij nu ook in hun vrije dagen bekommerd zijn om wat komt, wat hen kan overkomen over een paar maanden. Dan begint het nieuwe werkjaar en dat kunnen ze niet onvoorbereid in ogenschouw nemen. Velen wacht een combinatie van afstandsonderwijs en contactonderwijs in de onderwijsinstelling zelf. De coronacrisis heeft dat afstandsonderwijs noodgedwongen bij hen opgeroepen. Zij hebben zich daartegenover bijzonder weerbaar opgesteld. Met de daling van het besmettingsgevaar, de vrije zomerdagen en de rustige voorzichtigheid die nog altijd geboden is kunnen ze zich voorbereiden op die combinatie van beide soorten onderwijs.

Dat hoeft onze lezers evenwel niet weg te houden van deze NDN-Nieuwsbrief met zijn vele onderwerpen. Er zijn lezers die alles van naaldje tot draadje lezen. Ik ken er zo. Ik weet ook van heel vele lezers van de nieuwsbrief dat ze de documenten in de menukolom overlopen en uitzoeken wat hun belangstelling kan wekken. Selectieve lezers vormen de meerderheid. Ook zijn er ontvangers van de nieuwsbrief die hem helemaal niet lezen. Ik zou het getal ervan van de laatste en de vorige edities kunnen vermelden, want ik kan dat aflezen in het digitaal verzendprogramma. Het doet er in feite niet zoveel toe en ik laat het getal van de niet-geopende nieuwsbrieven dan maar opgesloten in dat verzendprogramma.

Wat brengt dan deze laatste editie van 2020? Die talrijke menu-items zou je in een willekeurige volgorde kunnen denken. Echte willekeur zit er deze keer toch niet in. De verzameling van de documenten over een periode van ongeveer drie maanden hebben we toch wat systematisch geordend. Vooraan komen de thema’s die direct betrekking hebben op de didactiek of de taal, het Nederlands. Na zoveel items belanden wij bij artikelen die doen nadenken over literaire thema’s of figuren. En naar de onderkant van de nieuwsbrief – last but not least – komen de artikelen over het definitief heengaan van eminenties uit de taalkunde en de literatuur voor wie we mogelijk een laatste degelijke keer belangstelling hebben voor wat zij hebben gepresteerd en die we met sympathie en weemoed een laatste eer in woorden willen bewijzen.

In de linker kolom kunt u de onderwerpen onder elkaar aflezen. We besluiten zoals in voorgaande nieuwsbrieven met de recente berichten die wij hebben geplaatst op de NDN-Facebookpagina. Tot ons genoegen kent die pagina de laatste maanden een toenemend bezoekersaantal zowel vanuit Vlaanderen als vanuit Nederland.

Er is dus veel materiaal te lezen. Sommige artikelen kunnen ook wat opleveren voor de eigen onderwijspraktijk. Vele artikelen maken u lezers een heel stuk wijzer in kennis. Nog een reden om er artikelen voor lectuur uit te kiezen is dat zij boeiende stof leveren om enkel maar op het moment zelf te lezen en te genieten.

En deze alinea brengt mij als redacteur, samensteller en digitaal verwerker van deze nieuwsbrief tot een in beschouwing nemen van dit werk, deze nieuwsbrieven, al een heel aantal jaren dat de computer ons die aflevert en dat ik er de zorg voor heb op mij genomen. U kunt een heel pak van de vorige edities via de onderkant van de linker kolom nog steeds erop nalezen. Ze zijn op dit ogenblik nog digitaal beschikbaar.

Er komt evenwel een heel grondige verandering in het systeem. Uw dienaar heeft tot zijn vreugde maar ook tot een zekere verontrusting een respectabele leeftijd bereikt. Hij is nog gezond en wel. Maar toch heeft hij al geruime tijd de beslissing genomen om zijn bestuursmandaat van vicevoorzitter van de vereniging en van het redacteurschap van deze publicatie ter beschikking te stellen van andere collega’s die met bezieling en engagement dit werk maar op een andere, een hun eigen wijze (willen) voortzetten.
Dit is dus een afscheidswoordje. Ik heb er veel werk aan gehad, veel tijd in geïnvesteerd, maar altijd veel voldoening aan ervaren zeker als bij een persoonlijke ontmoeting af en toe een of andere vriendelijke collega naar mijn nieuwsbrieven verwees en er een goed woordje over uitbracht. Maar ook daarzonder heb ik er voldoening aan gehad. Het is goed geweest. Ik blijf de bijna vijfhonderd potentiële lezers van dit werk in gedachten houden en ik hoop er nog bij gelegenheid te ontmoeten. Ik dank ze ook voor de belangstelling die ze voor deze publicaties hebben opgebracht. Het ga verder goed met de didactiek van het Nederlands en met ons Nederlands op school en in de maatschappij van deze Lage Landen.


Ghislain Duchâteau


U kunt ons bereiken op info@netdidned.be

 




Nieuwsupdate Nederlands - 19 juni 2020

Gerdineke van Silfhout: Regelmatige rubriek over het Nederlands


 

Beste collega’s,

Hierbij weer een update rondom het vak Nederlands (de laatste voor de zomervakantie van mijn kant).

Veel leesplezier!

Doorgaande leeslijn

Stichting lezen heeft in een prettig leesbare publicatie ‘De doorgaande leeslijn: de leesontwikkeling van 0-20  jaar’ de leesontwikkeling van kinderen en jongeren in kaart gebracht vanuit wetenschappelijke inzichten en met praktische doorkijkjes en tips op de sleutelmomenten van de leesontwikkeling. Naar aanleiding van het verschijnen van deze publicatie organiseerde Stichting Lezen een webinar waarbij mijn collega Joanneke Prenger, ikzelf en Inouk Boersma hun visie en concrete tips en tricks geven. De webinar is tot 1 oktober via YouTube terug te kijken.

Fijne leeskalender-poster VO voor in de klas

Hier vind je een fijne en overzichtelijke leeskalender die je in het klaslokaal kunt ophangen, met leesbevorderende campagnes per maand, websites van de maand, boekentips en wedstrijden rondom talige/literaire thema’s.
Te bestellen én te downloaden.

Prachtig onderzoeksblog Kris van den Branden

N.a.v. een zesjarig onderzoek naar leesonderwijs in po en vo in Amerika schreef Kris een blog over de belangrijke lessen uit het onderzoeksrapport, die hij verder toelicht:

  • doelgericht lezen bij alle vakken
  • coöperatieve leesopdrachten en interactie over teksten in het hele curriculum
  • belang van kennis voor leesbegrip en andersom: belang van leesbegrip voor opdoen kennis
  • evaluatie van een tekst met paar vragen schiet tekort: holistischere evaluatie noodzakelijk
  • design teams binnen de scholen nodig om leesonderwijs in het hele curriculum goed vorm te geven

In de blog zit ook een link naar/download van het onderzoek.

NRO kennisrotondevraag: Cijfers of letters, wat werkt beter?

Voor collega’s die momenteel op school bezig zijn met een visie op toetsing, formatief evalueren en het geven van cijfers. Een aardige publicatie: Wat werkt beter: cijfers op een schoolrapport of woorden als ‘voldoende’, ‘ruim voldoende’? Met mijn SLO-collega Bas Trimbos mocht ik met andere experts meewerken aan het beantwoordden van deze vraag voor de NRO-Kennisrotonde. Hier lees je het antwoord. Handig ook om te gebruiken in de discussies die vaak ontstaan over het afschaffen van summatieve toetsen en cijfers, waarna vervolgens een nieuw systeem van letters, rubrics en grades worden opgetuigd: https://www.nro.nl/kennisrotondevragenopeenrij/cijfers-of-woorden-op-een-schoolrapport/

Effectiviteit vragen maken bij een tekst onderzocht door Patrick Rooijackers

Patrick Rooijackers, docent Nederlands en promovendus aan de UU heeft in Pedagogische Studiën een interessant artikel gepubliceerd over vragen maken bij teksten (leesvaardigheid in vo). Een aanpak die in het vo in de leeslessen veel wordt gebruikt om leerlingen te trainen en toetsen in tekstbegrip. In zijn studie wordt de relatie tussen het vooraf lezen van teksten en het beantwoorden van bijbehorende vragen onderzocht door analyse van de oogbewegingen. Uit de resultaten blijkt dat deelnemers tijdens vooraf lezen meer tijd besteden aan kernzinnen, maar op dieper tekstbegripsniveau kon geen relatie tussen vooraf lezen en antwoorden worden vastgesteld.
De vraag is daarmee in hoeverre de huidige inrichting van deze taak tekstbegrip bevordert en de dominantie ervan in het schoolvak Nederlands gerechtvaardigd is.

Activiteit Klassenpost ‘Wie schrijft die blijft’ voor po, vo, mbo

Een boeiende taalactiviteit waarbij leerlingen in Nederland en daarbuiten elkaar een persoonlijke, met hand geschreven brief schrijven, tweemaal per schooljaar.
Klassenpost combineert met de hand schrijven met lezen, spreken en luisteren en stimuleert sociale verbondenheid bij leerlingen. Leerlingen worden gekoppeld aan een eigen schrijfmaatje in Nederland, maar kunnen ook met leerlingen van Nederlandstalige scholen in het buitenland worden verbonden, zoals België, Duitsland, Frankrijk en Curaçao. Daardoor maken leerlingen in een klas spontaan kennis met de belevingswerelden van leeftijdgenoten op diverse scholen en in andere plaatsen en landen. Kijk voor meer informatie op de website: www.klassenpost.nl.

Les op afstand: inspiratie, tips en nog veel meer

Er zijn tijdens de online periode mooie dingen ontstaan vanuit ons leernetwerk Formatief evalueren als het gaat om les op afstand. In het netwerk hebben we voorbeelden en ervaringen uitgewisseld met collega’s van Nederlands en andere vakken. Dat hebben we opgeschreven in een artikel dat via twee blogs gedeeld is op vernieuwenderwijs.nl en we hebben een padlet met veel inspiratie, tools en voorbeelden gemaakt.

Ten slotte vind je in de bijlage een artikeltje in Van 12 tot 18 dat Nellianne van Schaik, docent NL op Calvijn College Goes, schreef over hoe zij schrijfonderwijs op afstand vormgeeft (en het werkt echt goed!).
Artikel deel 1 wordt gekeken naar fase 1, 2 & 3 uit de cyclus van Formatief Evalueren 👉 https://bit.ly/3hhZEl4
Artikel deel 2 komen fase 4 & 5 aan bod, naast nog een aantal goede extra tips 👉 https://bit.ly/3e56VTe
Wil je nog meer voorbeelden? Kijk dan ook op de Padlet van het leernetwerk
👉 https://bit.ly/30A5QPw

Dat was het weer.

Vanuit het SLO – Nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling Enschede

Hartelijke groet,

Gerdineke

Dr. Gerdineke van Silfhout
Leerplanontwikkelaar VO
g.vansilfhout@slo.nl
 



Leergemeenschap PAV (Project Algemene Vakken in Vlaanderen) lanceert handboek vakdidactiek PAV! 

 

De leergemeenschap lerarenopleiders Project Algemene Vakken is de eerste leergemeenschap die we vanuit VELOV (Vereniging Lerarenopleiders Vlaanderen) hebben vormgegeven. De voorbije jaren nam de leergemeenschap het initiatief om een handboek vakdidactiek PAV te schrijven. Meer dan dertig lerarenopleiders uit zowel de hogescholen als de universiteiten schreven mee. Op het ontmoetingsmoment van de leergemeenschappen stellen we graag het boek aan jullie voor!

Ontmoetingsnamiddag VELOV-leergemeenschappen met voorstelling handboek PAV, 7 september 2020 te Brussel. In augustus volgt een inschrijvingslink, evenals een exacte locatie en timing. 

[In PAV – een apart vak in de beroepsgerichte onderwijsafdelingen in Vlaanderen staan Nederlands en wiskunde vaak centraal.]


Relevante bachelorproeven Nederlands in de Arteveldehogeschool Gent

 

Bachelorproeven zijn eindproeven bij het afstuderen in een hogere onderwijsopleiding.
Zij verschijnen doorgaans in een schriftelijke vorm door middel van een persoonlijke of collectieve brochure of ze kunnen op een of andere wijze digitaal worden gepubliceerd.

In de opleiding tot professionele bachelor in de Vlaamse hogescholen bereiden de afstudeerstudenten gedurende het laatste jaar die eindproef voor. Dat gebeurt individueel of in groepjes van twee of drie studenten die samenwerken aan één eindproduct. De proef zelf bestaat uit een presentatie van het werkje en een mondelinge verdediging op het einde van de driejarige studiecyclus. Ze wordt afgelegd voor een jury van een drietal leden waaronder externe deskundigen. Bachelorproeven zijn openbaar.

Doorgaans bestaat het werk uit een wetenschappelijk georiënteerd onderzoek binnen het gekozen vakgebied, waarvan het resultaat in een scriptie wordt neergeschreven of digitaal meegedeeld. Zeker is te beklemtonen dat de meeste scripties praktijkgericht zijn en veelal een didactisch gehalte vertonen. Vaak zijn stagementoren betrokken bij de ontwikkeling van dergelijk studiewerk. Tot dusver voor zover we daarover hoogte krijgen blijven dergelijke werkstukken die nochtans veel studiewerk vereisen zonder veel opvolging hoewel vele ervan de bedoeling hebben een stukje onderwijsinnovatie tot stand te brengen. Leraren in het werkveld kunnen nochtans heel wat opsteken uit de resultaten van die afstudeerstudenten. Dat geldt speciaal ook voor het vak Nederlands.

Tamara Bollaert, lector Nederlands aan de Arteveldehogeschool in Gent en bestuurslid van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN), vestigde onze aandacht op een vijftal bachelorproeven die nu tijdens de examenzittijd van juni 2020 onder haar leiding en die van haar collega’s Nederlands en pedagogie zijn geschreven. Zij zijn alle relevant voor het vak Nederlands.

Zij schrijft ons


“Je kan alle bachelorproeven van de opleiding terugvinden op deze site: http://www.alinformatica.be/.
In de vakgroep Nederlands zijn er een viertal  bachelorproeven gemaakt over leesbevordering. In de vakgroep pedagogische wetenschappen vind je ook een bap over begrijpend lezen (met een checklist die volgend jaar door de Taalunie verspreid zou worden).
Voor elke bap kan je een abstract en een filmpje vinden en als je een gratis downloadcode aanvraagt, dan kan je ook 15 bap's volledig downloaden.”

Het lijkt ons bijzonder interessant juist voor die vijf studentenprestaties die abstract en dat filmpje via onze nieuwsbrief toegankelijk te maken.

De bachelorproeven 2020 worden op de website zo geÏntroduceerd:

“In de opleiding Educatieve Bachelor voor Secundair Onderwijs maken de laatstejaarsstudenten een bachelorproef. Deze bachelorproef is het sluitstuk van de onderzoeksleerlijn, is praktisch en innovatief en levert vaak producten op die in scholen of organisaties onmiddellijk inzetbaar zijn. Studenten halen hun inspiratie uit hun praktijkervaringen of werken aan een thema dat werd geformuleerd door het werkveld.”
http://www.alinformatica.be/

We klikken door naar het overzicht van de bachelorproeven en kiezen de vier die voor ons relevant zijn eruit.


Dit zijn de titels

- Boekoscoop: leerlingen tot lezen brengen via verfilmde jeugdliteratuur

- Het gebruik van Nederlandstalige vlogs en podcasts in functie van leesbevordering en leesmotivatie

- Hoe kan er in de lessen NT2 (B1-mondeling) rekening gehouden worden met de behoeften van de cursisten in het CVO?

- Narratologie geschetst

Nog een titel vanuit het vak pedagogische wetenschappen

- Een checklist voor een effectieve begrijpend leesdidactiek

Als je op de titel klikt, kom je op de abstract én de pitch (het filmpje) terecht.
In de filmpjes presenteren de studenten zelf hun product.

G.D.

Omhoog ^


De vernieuwde canon van de Nederlandse literatuur voorgesteld

26 juni 2020

 

In 2015 maakte de KANTL een eerste editie van de literaire canon bekend. Vijf jaar later krijgt de lijst zoals beloofd een eerste update.

De lijst bevat drie volstrekte nieuwkomersVan de koele meren des doods  (Frederik van Eeden), Pallieter (Felix Timmermans) en Turks fruit (Jan Wolkers).

Vijf auteurs (Hendrik van Veldeke, Constantijn Huygens, Cyriel Buysse, Willem Frederik Hermans en Harry Mulisch) stonden vorige keer ook al in de lijst, maar wel met een andere titel.

Aan De Kapellekensbaan (Louis Paul Boon) werd ten slotte Zomer te Ter-Muren toegevoegd, omdat het in feite om een ondeelbaar tweeluik gaat.

Om plaats te maken voor de nieuwe titels verdwenen vier titels uit de lijst: het zestiende-eeuwse Geuzenliedboek, de Verzen van Willem Kloos, Wolfijzers en schietgeweren van Richard Minne en Gangreen 1 (Black Venus) van Jef Geeraerts.

De criteria die de canoncommissie gehanteerd heeft, bleven ongewijzigd. Dat betekent dat de canon een overzicht is van literaire werken die minstens 25 jaar geleden in het Nederlands zijn geschreven, en waarvan de auteur niet meer leeft.

Vernieuwde canon Nederlandse literatuur - houd plekje vrij om blinde vlek te vullen

In het filmpje (3’23”) geeft de voorzitter van de canoncommissie, Erik Vlaminck, duiding bij de nieuwe lijst.

URL Filmpje: https://youtu.be/etojSR2qgT8

De lijst met de 50 (+1) essentiële teksten uit de Nederlandstalige literatuur

Als u op de foto van de kaft klikt, krijgt u uitleg over dat literaire werk.

Omhoog ^


Taalportaal: gids voor taaldocenten

 

'In het kader van de discussie over de curriculumvernieuwing in het voortgezet onderwijs is gebleken dat een breed gedeelde wens bestaat om het taalonderwijs aantrekkelijker en uitdagender te maken. De lessen zouden minder moeten focussen op het aanleren van vaardigheden en meer interessante kennisinhoud moeten aanbieden, bijvoorbeeld op het gebied van cultuur, literatuur en taalkunde. Door leerlingen kennis te laten maken met onderzoek op deze terreinen, zouden ze bovendien een completer (en hopelijk ook veel positiever) beeld krijgen van universitaire talenstudies.’

Het Nationaal Platform voor de Talen heeft met de website Taalwijs.nu  een online platform gecreëerd voor het uitwisselen van innovatieve ideeën en lesmaterialen voor Nederlands en de moderne vreemde talen. Daarnaast bestaan er, met name voor het schoolvak Nederlands, veel andere websites waarop docenten inspiratie kunnen opdoen voor hun lespraktijk, juist ook in deze tijd van afstandsonderwijs. Meer profielwerkstukken over taal gerelateerde onderwerpen, getalenteerde leerlingen die uitgedaagd worden in een Olympiade, lessen die een inkijkje geven in een boeiend en veelzijdig onderzoeksdomein: het zijn allemaal elementen die positief kunnen bijdragen aan de kwaliteit en het imago van het talenonderwijs.

Om taaldocenten wegwijs te maken in het steeds uitdijende aanbod aan websites en projecten die met name vanuit de universitaire wereld worden aangeboden, heeft het Platform een handige portalpagina gebouwd. Op platformtalen.nl/taalportaal kunnen docenten aan de hand van trefwoorden eenvoudig ontdekken welke websites voor henzelf en hun leerlingen relevant zijn. Het portaal is nog in ontwikkeling; vindt u dat ook uw initiatief een plek op deze pagina verdient? Laat het ons weten via talenplatform.fgw@vu.nl.

Bron: Neerlandistiek

Taalportaal

Er bestaan nogal wat initiatieven om het taalonderwijs in het Voortgezet Onderwijs/Secundair Onderwijs aantrekkelijker en uitdagender te maken. Op deze pagina vindt u een overzicht van handige websites voor leerlingen en docenten. Doorzoek het aanbod met de filters en klik op een afbeelding om naar de website te gaan.

Als je rechts bovenaan de taal Nederlands kiest vind je tweeëntwintig (22) vierkantjes met die handige websites. We noemen ze hier: Didactiek Nederlands, Expertisecentrum Nederlands, Grammaticadidactiek, Leraar 24, Lezen voor de lijst, Literatuurgeschiedenis.nl, LitLab, Meesterschap Nederlands, MOOC Middelnederlands, Nescioprijs (profielwerkstuk VWO), Olympiade Nederlands, PlusNederlands Lab, PlusNederlands Schrijfakademie, Profielwerkstruk Taalkunde, Profielwerkstukprijs Nederlands, Radboud PUC of Society, RUG Scholierenacademie, Taal onderzoek je zo, Taalcanon, Taalkundeolympiade, Taalmuseum, Taalwijs.nu.

Heel dat digitaal werkmateriaal is toegespitst op de situatie van het Nederlands en andere talen in het Nederlands onderwijs in Nederland. Wij bevelen ook de Vlaamse lerarenopleiders en geïnteresseerde Vlaamse leraren in het werkveld dit rijk materiaal te exploreren. Niet alles is uiteraard bruikbaar, maar veel ideeën, lesmateriaal, handreikingen e.d. kunnen ook voor de verrijking van het onderwijs Nederlands in Vlaanderen goed dienstig zijn.

https://platformtalen.nl/taalportaal


Omhoog ^

 

Laat kinderen lezen, lezen, lezen

JAN VAN DAMME, em. hoogleraar onderwijskunde KU Leuven

De overheid, onderwijskoepels, bibliotheken, scholen en ouders moeten de handen in elkaar slaan om te maken dat leerlingen toegang hebben tot goede kinderboeken.

 

Jan Van Damme geeft enkele tips om te voorkomen dat leerlingen leesachterstand oplopen door de coronacrisis.

Sinds enkele jaren weten we dat veel lagereschoolkinderen in Vlaanderen te weinig lezen en dat hun niveau van begrijpend lezen mee daardoor ondermaats is. De coronacrisis dreigt dat probleem te vergroten. Tenzij we doordacht optreden en van die crisis gebruikmaken om het leesprobleem aan te pakken.
Via een samenwerking tussen de overheid, onderwijskoepels, bibliotheken, scholen en ouders zouden we na de lockdown veel leesclubs kunnen oprichten waarin groepjes kinderen begeleiding krijgen om rond een bepaald thema één of meer boeken te lezen en daarover van gedachten te wisselen. Tijdens het derde trimester kan dat hopelijk nog in de klas gebeuren, maar we moeten nu al voor­bereidingen treffen om dat voort te zetten in (een deel van) de zomervakantie. De lessen die leerlingen gemist hebben, kunnen ze dan grotendeels inhalen. Zo kunnen alle leerlingen, ook de kansarme, in september sterk aan het nieuwe schooljaar beginnen.

Inhalen in zomervakantie

Dat voorstel is gebaseerd op onderzoek over het effect van de zomervakantie op schoolse vaardigheden. De leerlingen verliezen tijdens een schoolvrije periode een deel van de vaardigheden die ze zich op school eigen maakten, maar dat verlies varieert naargelang van het leerdomein en van het soort gezin waarin het kind opgroeit. Zo is er voor wiskundige vaardigheid bij vrijwel alle kinderen een beperkt verlies. Vooral voor leesvaardigheid varieert de mate van verlies duidelijk in functie van de gezinsachtergrond. Bij leerlingen uit kansarme gezinnen is dat verlies tijdens de zomervakantie vaak groot, bij leerlingen uit kansrijke gezinnen is de afname van de leesvaardigheid veelal beperkt (soms boeken ze zelfs vooruitgang).

Scholen kunnen in de vakantie enkele weken een zomerschool organiseren.
Er zijn zelfs aanwijzingen dat dit verschil in effect van de zomervakantie op de leesvaardigheid de hoofdverklaring is van de kansenongelijkheid in ons onderwijs. Om dat negatieve effect van de zomervakantie tegen te gaan, zetten landen zoals de Verenigde Staten in op ‘zomerscholen’. Vooral voor kansarme leerlingen bieden scholen tijdens die periode een aangepast aanbod aan.


Boeken met een rijk taalgebruik

Wat is er nodig om de effecten van de corona­crisis op te vangen?

1. Bibliotheken (schoolbibliotheken en openbare bibliotheken) moeten hun assortiment van goede kinderboeken ten volle etaleren of sterk uitbreiden, zodat grote groepen kinderen er gebruik van kunnen maken. Dat vereist een overzicht van welke goede kinder- en jeugdboeken beschikbaar zijn. Daarbij moet er ook aandacht zijn voor e-boeken en luisterboeken. Voor Vlaanderen is op www.iedereenleest.be en vooral op www.boekenzoeker.be veel inspiratie te vinden.
Kwaliteitsvolle fictie en non-fictie kinder- en jeugdboeken hebben een duidelijke verhaalstructuur, een rijk taalgebruik en veel verwijzingswoorden. Het zijn dus boeken die de kinderen graag lezen, in tegenstelling tot de boeken die gemaakt worden voor ‘niveaulezen’, met verarmd taalgebruik.

2. Leerkrachten zullen hopelijk nog de mogelijkheid hebben om de leerlingen in het derde trimester te laten samen lezen rond een rijk thema. Daarbij kunnen de leerlingen van eenzelfde klas verschillende boeken lezen, afhankelijk van hun vaardigheden en hun interesse. Maar het is erg belangrijk om met de hele klas als groep te werken.
Scholen zullen keuzes moeten maken. Waaraan willen ze de beschikbare tijd besteden? De tijd voor lezen (en rekenen) zou drastisch uitgebreid moeten worden, zowel voor aanvankelijk lezen (eerste leerjaar), als voor voortgezet lezen (vanaf het tweede leerjaar) en voor begrijpend lezen. Belangrijk is dat begrijpend lezen focust op kennis opbouwen en leren denken.

3. De goede schoolbibliotheken zouden tijdens de zomervakantie een beperkt aantal uren per week kunnen openblijven. Voor de duur van de vakantie kunnen enkele leerkrachten die goed vertrouwd zijn met kinderboeken, vrijwillig en roterend een paar uren per week individuele kinderen en gezinnen helpen bij hun keuze.
Scholen kunnen misschien in de vakantie ook enkele weken een zomerschool organiseren, op zijn minst voor hun kansarme leerlingen. Welke leerlingen daaraan echt behoefte hebben, weten de meeste leerkrachten nu al, op basis van hun ervaringen tijdens de voorbije schoolarme weken. Leerkrachten moeten zelf beoordelen of ze daaraan willen en kunnen meewerken.

4. Openbare bibliotheken kunnen ook (eventueel tijdelijk) personeel inzetten, dat kinderen kan helpen om geschikte boeken te kiezen. Het liefst doen ze dat al snel na het einde van de lockdown en blijven ze het doen tot het einde van de grote vakantie.

5. De Vlaamse overheid zou scholen en bibliotheken een extra budget kunnen verlenen om een grote lading kwaliteitsvolle kinder- en jeugdboeken aan te kopen. En om personeel te vergoeden voor de tijdelijke extra inzet tijdens de zomervakantie.
En vooral: de Vlaamse overheid zou de komende tijd extra stimulansen kunnen geven aan directies en leerkrachten om zich grondig te laten bijscholen over goed leesonderwijs. Ondersteund door onderzoek en een wetenschappelijk uitgewerkt feedbacksysteem kunnen ze werken aan systematische schoolontwikkeling van het leesonderwijs op onze basisscholen en aan de evaluatie daarvan.

Bron: DS

Omhoog ^

Staat van de staat van het Nederlands - bericht Taalunie

 

Op basis van onderzoek met de medewerking van vele informanten publiceert de Nederlandse Taalunie om de twee jaar de Staat van het Nederlands.

Het onderstaand bericht van de Taalunie geeft aan welke opvolging de laatste publicatie heeft gekregen.

De belangrijkste bevindingen worden in cursief opgesomd. Heel wat koppelingen geven aan welk effect er volgde op de publicatie. Wie belang stelt in hoe het Nederlands nu binnen het taalgebied wordt gebruikt vindt er heel veel informatie in.

Onderzoek naar de staat van het Nederlands

Omhoog ^


Het Nederlands van morgen

Een ietsje pietsje anders

Daphne van Paassen  - 22 april 2020

 

Hoewel het Nederlands langzaam verandert, kunnen we met vrij veel zekerheid voorspellen hoe de taal er over twintig of dertig jaar uitziet. Sommige veranderingen zijn al honderden jaren gaande.

Bijzonder relevant artikel voor de taalevolutie in ons taalgebied.

Voor woordenboekenmakers zijn het gouden tijden. Zo’n 350 woorden heeft Ton den Boon al gevonden voor zijn coronawoordenboek, waarin de hoofdredacteur van de Dikke Van Dale alle nieuwe woorden bijhoudt die ontstaan door de coronacrisis. Daaronder veel jargon dat ineens gemeengoed is geworden en dat ‘we bezigen alsof we allemaal een beetje viroloog zijn geworden’. Zelf is hij meer gecharmeerd van creatievere vondsten als anderhalvemetereconomie, lockdownfeestjes of balkonsolidariteit, waarmee het samen fitnessen vanaf je balkon wordt bedoeld. Of samen een aria zingen, wat we vooral kennen van de Italianen. ‘Raambezoek vind ik ook mooi. Dat werd eerst gebruikt als alternatief voor het kraambezoek van kersverse grootouders die hun pasgeboren kleinkind enkel door het raam konden bewonderen. Maar het werd al snel breder gebruikt, bijvoorbeeld voor het bezoek van een kleinkind dat zijn grootouders mistte en even langs ging om te zwaaien. Ook wel zwaaibezoek.’ …

Verder als tussentiteltjes:

Taal verandert omdat de wereld verandert
Een andere opmerkelijke verandering
  …
Ook grammaticaal zal de Nederlander in 2050 
Taalpuristen – op sociale media beter bekend als …
Dat het Nederlands ondanks die invloeden nog stevig in het zadel zit

Lees het hele artikel van Daphne van Paassen in De Groene


Omhoog ^
Lang leve de Nederlandse taal: Lotte Jensen

1 februari 2020

 

In het radioprogramma De Taalstaat kwam de wekelijkse liefdesverklaring aan het Nederlands gisteren van Lotte Jensen, hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zij schreef onder meer het boek ‘Wij tegen het water’, waarin ze vertelt over deze strijd die onze nationale identiteit heeft gevormd.

In haar lofspraak stelt zij een drietal gedichten voor uit onze literatuurgeschiedenis, die voor haar beklijvend zijn.

nporadio1.nl/de-taalstaat 14'22"

 

 


Taalkabaal over de verengelsing van het universitaire onderwijs

Annette de Groot, em. prof. dr. – Experimentele Psychologie Universiteit van Amsterdam

Het artikel staat in Levende Talen Magazine 2020 | 5 blz. 5-10.


 

Binnen het universitaire onderwijs (in Nederland) heeft het Engels als instructietaal een hoge vlucht genomen. Dat schuurt met de wet en brengt risico’s met zich mee voor de onderwijskwaliteit en de Nederlandse taalvaardigheid van de studenten. En het verdringt het Nederlands als cultuur- en wetenschapstaal. Dat roept de vraag op wat de universiteiten ertoe brengt deze risico’s voor lief te nemen. Is de wens te internationaliseren wel de belangrijkste drijfveer achter de tomeloze verengelsing van het universitaire onderwijs?

Bovenaan op de bladzijden staat er telkens een treffend citaat uit de tekst.

Blz. 6
In een Engelstalige opleiding schiet de overgrote meerderheid van de Nederlandse studenten talig tekort

Blz. 8
Kiezen voor het Engels als onderwijstaal is kiezen voor tweederangs taalgereedschap bij de vorming van academici. Het is als beeldhouwen met een te botte beitel; als figuurzagen met een cirkelzaag.

Blz. 9
Het Nederlands wordt niet gezien als een goed van intrinsieke waarde om als vanzelfsprekend te koesteren en hoog te houden, maar een gebruiksartikel dat gedachteloos wordt ingeruild voor het Engels.

Blz. 10
Waarom plaatsen de universiteiten zich buiten de samenleving door het Nederlands, het sterkste bindmiddel in onze samenleving, te verwaarlozen?

Het artikel is een bewerking van een lezing die Annette de Groot in 2019 hield op de Landelijke Studiedag van Levende Talen. De dag had als centraal thema ‘Taalkabaal’. De Groot sloot haar lezing met het volgende versje af.


Als het Engels wordt, heel mondiaal
in het onderwijs, de voorkeurstaal,
als taal verweekt tot triviaal
en tenenkrommend karikaturaal,
dan is het tijd voor een signaal
in onomwonden klare taal,
dan is het tijd voor TAALKABAAL.

Als het Engels wordt een kannibaal
die talen eet als avondmaal,
als ook aan de eigen moedertaal
wordt geknabbeld op dat bacchanaal,
dan is het tijd voor een signaal,
met trompet en trom, en theatraal,
voor unisono TAALKABAAL.

Het artikel is digitaal nog niet beschikbaar. Bij het verschijnen van het volgende nummer van LTM zal het wel toegankelijk zijn. Dan zullen wij dat signaleren. Houd dat gerust in gedachten.


Studie Nederlands kampt vooral met een imagoprobleem

Geen nieuws meer, maar een ernstig blijvend probleem


 

Waar Nederlands vroeger een van de grootste universitaire studies was, studeren aan veel universiteiten nog maar enkele tientallen de taal en cultuur. Een tekort aan docenten Nederlands staat voor de deur.

Wouter Hoving 17 januari 2020


Bijna een jaar geleden besloot de Vrije Universiteit Amsterdam te stoppen met de opleiding Nederlandse taal en cultuur. De studie was, met vijf eerstejaars, onbetaalbaar geworden. ,,Er komt een groot maatschappelijk probleem aan: een tekort aan begeesterde docenten Nederlands”, aldus Mathijs Sanders, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de RUG.

De RUG zag de afgelopen tien jaar het aantal studenten in de bachelor Nederlandse taal en cultuur van 76 (2009) naar 23 (2018) gaan, blijkt uit cijfers van Vereniging van Universiteiten (VSNU). Daarnaast liep ook de landelijke hbo-instroom voor de tweedegraads docentenopleiding tussen 2014 en 2018 terug van 388 tot 328 studenten, blijkt uit cijfers van de Vereniging van Hogescholen. Een terugname van ruim 15 procent.

Een voorname oorzaak van de terugloop lijkt nog altijd het schoolvak Nederlands te zijn.  …

Lees het hele artikel


De complexiteit van vragen – heerlijk taalkundig stukje

Heb Je Geen Dorst?

José Vandekerckhove  - ook voorzitter Netwerk Didactiek Nederlands (NDN)

 

In 2009, kort na verschijnen van de Nederlandse vertaling, kocht ik De tas van de leraar van de Japanse schrijfster Hiromi Kawakami. Sinds Murakami hou ik van Japanse literatuur. Coronatijden baren leestijden. Het boek bevalt me heel erg. Het is stilistisch top, inhoudelijk interessant en het heeft, zoals dat vaak met romans het geval is, mijn taalkundige ziel uit de lethargie gehaald. Op pagina 22 lees ik: ‘Heb je geen dorst?’ vroeg Sensei. We noemen dit een ontkennende vraag en dat type van vragen roept steevast zelf een vraag op: hoe moet je daarop antwoorden?
 
Vanuit de wiskunde weten we dat twee keer negatief positief is. We passen dit principe toe: wanneer je met ‘neen’ antwoordt op ‘Heb je geen dorst?’, zeg je wiskundig eigenlijk: ‘Ja, ik heb dorst.’  Wanneer je met ‘ja’antwoordt, heb je geen dorst. Eenvoudig is anders.
Taal en zeker taalgebruik is echter geen wiskunde. In de taalwerkelijkheid betekent het antwoord  ‘neen’ op de vraag ‘Heb je geen dorst?’‘neen ik heb geen dorst’ en ‘ja’‘ja ik heb  wel degelijk dorst’.

Lees de hele blog


Omhoog ^

Een publicatie over kunst en talige diversiteit in Levende Talen Magazine
vanuit de PXL-onderwijsactiviteiten – Karen Reekmans

 

Karen Reekmans is de eerste lector van de Hogeschool PXL Hasselt die bij mijn weten erin slaagt een belangwekkende bijdrage te leveren aan het magazine van de Vereniging voor Levende Talen.

De meeste lectoren die Nederlands geven aan de PXL ken ik nog van in de loop der jaren omdat ikzelf kom vanuit diezelfde lerarenopleiding en er contacten mee onderhoud. Karen Reekmans die in eerste instantie vakdidactica Frans is, heb ik leren kennen een paar jaren geleden tijdens een Conferentie van het Schoolvak Nederlands in Zwolle. Zij gaf toen een dynamische en fel gesmaakte workshop rond muzische werkvormen om taal in natuurlijke interactie aan te leren. Ook vorig jaar was zij er opnieuw voor een dergelijke workshop in Zwolle.

Nu in LTM jg. 107-4 van mei 2020 pp 24-29 publiceert zij haar artikel “Kunst en talige diversiteit. Een verhaal van confrontatie en transformatie.” Als aanhef geeft zij aan dat de “muzische werkvormen, waaronder muziek, drama en beweging, een uitgelezen kans zijn om kinderen een taal in natuurlijke interactie aan te leren. Voor het vak meertaligheid ontdekken leraren in opleiding de meerwaarde van die werkvormen.” (blz. 24)  Voor die aanpak kreeg Karen Reekmans een Europees Talenlabel 2019 voor innovatief talenonderwijs.

Jawel, in de lerarenopleiding van de PXL is er een vak meertaligheid, dat wordt gevolgd door een veelheid van studenten uit verschillende landen die er aankomen met elk zijn eigen thuistaal. Karen Reekmans geeft voor hen het vak meertaligheid. Zij is manifest voorstander van vroeg vreemdetalenonderwijs waarbij leraren inzetten op impliciet taal leren en taalplezier in een motiverende, authentieke context. In een onderzoeksproject uit 2014 bleek dat beeld en drama het taalbegrip vergemakkelijken en dat muziek helpt om taal te memoriseren. (blz. 24)

Opvallend is de constatering vanuit de didactische workshops van het vak meertaligheid dat er sterke parallellen zijn met het werk van kunstenaar Koen Vanmechelen. Het uitgangspunt van zijn project Cosmopolitan Combat is dat hij vertrekt van het vermengen van culturele verschillen als levensnoodzakelijk ingrediënt voor de ontwikkeling van ieders persoonlijke identiteit. Elk tussentiteltje van Karen Reekmans’ artikel is een citaat uit het werk van Koen Vanmechelen. (blz. 26)

Al enkele jaren zijn twee vormen van vroeg vreemdetalenonderwijs geïmplementeerd in het Vlaamse onderwijs: talensensibilisering en taalinitiatie. Beide begrippen zijn erg verschillend en moeten apart worden omschreven binnen de opleiding van het vak meertaligheid.

Zo is talensensibilisering een manier om leerlingen via creatieve exploratie intuïtief te laten wennen aan de tonaliteit en andere aspecten van verschillende vreemde talen om zo een open houding te ontwikkelen ten aanzien van talen en culturen. Dat biedt de mogelijkheid om talige en culturele diversiteit te omarmen door te peilen naar hun eigen (meer)talige identiteit en die van hun peers en door gelijkenissen tussen taalsystemen in kaart te brengen. (blz. 26)

Taalinitiatie daartegenover is een vorm van vroeg vreemdetalenonderwijs waarbij kinderen op speelse wijze een vreemde taal aanleren door natuurlijke interactie in een taalbad. Kinderen trachten de betekenis van ongekende en transparante woorden af te leiden uit de context. Alle klemtoon licht op taalbegrip en taalplezier. De studenten maken kennis met de strategieën voor taalinitiatie zoals de ondersteuning van de boodschap met visuele en auditieve prikkels, de formulering en parafrasering van korte, eenvoudige zinnetjes en de beklemtoning van de kernwoorden in elke zin. (blz. 28)

Samen met studenten van la Haute Ecole de la Ville de Liège werken de studenten van het vak meertaligheid een proefles uit rond taalinitiatief of talensensibilisering. De Waalse en de Vlaamse studenten geven dan samen die proefles in een Vlaamse basisschool. In Luik bezoekt Karen Reekmans met haar studenten ook een tweetalige school met immersieonderwijs Nederlands. Ook dat levert de nodige didactische verrijking op.

Door aankomende leerkrachten te laten reflecteren op de didactische strategieën worden ze zich bewust van hun persoonlijke groei. Het échte leren gebeurt tijdens de ervaringsstage. Gerichtheid op muzisch taalonderwijs maakt die lessen betekenisvol. De kracht van authentiek leren is daarbij een meerwaarde.
De unieke bundeling van muzische impulsen en talige diversiteit maakt het mogelijk die vernieuwende aanpak van een hoog niveau te verwezenlijken.

Video met Karen Reekmans waarin zij het zelf vertelt
https://youtu.be/WYrULDizG8E 4’17

Karen Reekmans is lector-onderzoeker aan de Hogeschool PXL Hasselt. Ze geeft vakdidactiek vroeg vreemdetalenonderwijs Frans en meertaligheid aan de studenten van de lerarenopleiding PXL. Verder begeleidt ze studenten die stage lopen in het immersieonderwijs Nederlands in Luik en is zij verbonden aan PXL-Research voor praktijkgericht onderzoek over schooltaal Nederlands in meertalige klassen.    

Ghislain Duchâteau



Vaste uitdrukkingen leren voor wie Nederlands leert

Nederlandse Taalunie


 
Uitdrukkingen als 'aan de slag' komen vaak voor in ons dagelijkse taalgebruik. Ze kruiden onze taal, maken onze boodschappen levendiger en leggen een sausje emotie over droge informatie. Dat wil zeggen: als je genoeg uitdrukkingen kent en begrijpt. En dat is soms een probleem, zeker als je een nieuwe taal aan het leren bent.

De afgelopen vier jaar gingen onderzoekers van de Radboud Universiteit, met de financiële steun van het NWO, na hoe en wanneer moedertaalsprekers en tweedetaalleerders uitdrukkingen leren en hoe belangrijk die kennis is. Uit de resultaten van dat ISLA-project bleek dat uitdrukkingen vrij laat verworven worden en dat er extra aandacht nodig is bij tweedetaalleerders.
Voor dit onderzoek hebben de onderzoekers een databank met uitdrukkingen aangelegd en zowel een test als oefensoftware voor die uitdrukkingen ontwikkeld. Die uitdrukkingen werden voorgelegd aan Nederlanders en via het Taalunie-project Vertrokken Nederlands aan Nederlanders en Vlamingen die in het buitenland wonen.


Niet jong geleerd

Uitdrukkingen leer je als moedertaalspreker relatief laat in je leven. Je basiswoordenschat, dus woorden met hun letterlijke betekenis, moet eerst groot genoeg zijn voor je aan het stukje figuurlijke betekenissen kunt beginnen. Ter vergelijking: de meeste mensen hebben tegen hun twintigste een flinke basis woordenschat verworven, terwijl dat voor uitdrukkingen pas rond hun dertigste het geval is.
Ook tweedetaalleerders moeten eerst voldoende basiswoordenschat beheersen voor ze aan vaste verbindingen ('een vergadering beleggen') en uitdrukkingen ('aan de slag gaan', 'water naar de zee dragen') toe komen. Dat gaat ook niet vanzelf, want meestal zien ze niet automatisch dat sommige woordcombinaties uitdrukkingen zijn en kunnen ze de figuurlijke betekenis ook niet uit de letterlijke afleiden. Toch is het ook voor hen belangrijk dat ze uitdrukkingen leren. Om te beginnen begrijpen ze natuurlijk veel beter waar moedertaalsprekers het over hebben als ze beeldspraak herkennen en begrijpen. Moedertaalsprekers gebruiken ze immers aan de lopende band. Daarnaast komen tweedetaalleerders zelf een stuk natuurlijker over als ze die ook zelf vlot kunnen gebruiken. Dat geeft bovendien veel voldoening.

Lees verder, lees de hele tekst



Een stevig stukje taalkunde, Steven Delarue over zijn Tante Betje

8 mei 2020

Mijn favoriete taalzorgfout: de ‘tante betje achter het gordijn’


 

Hoe graag ik mijn huidige job ook doe: soms mis ik het lesgeven. Toen ik als assistent Nederlandse Taalkunde aan de UGent werkte, heb ik me zes jaar met veel plezier ontfermd over studenten Nederlands die aan de universiteit hun eerste (soms behoorlijk wankele) stappen zetten in de diepgaandere studie van de Nederlandse grammatica, fonologie, spelling en – uiteraard, hier in Vlaanderen – taalzorg. 

Lees verder en houd het vol tot het einde


Omhoog ^

Bewust geletterd online

Erwin Mantingh
Namens het Meesterschapsteam Nederlands

Neerlandistiek voor de klas - 10 april 2020

 

Wat te doen als leerlingen alleen nog op afstand Nederlands kunnen volgen? Er is in den lande de afgelopen weken naarstig gezocht naar manieren om de lessen om te zetten naar online onderwijs en het is verbluffend hoe snel en vindingrijk de omslag op de meeste scholen is gemaakt, ook voor het schoolvak Nederlands.  

Wie zijn onderwijs op afstand in de laatste periode van het schooljaar nog een kwaliteitsimpuls wil geven kan zijn voordeel doen met Bewust geletterd online: een lijstje met tien onderwijsmiddelen voor het schoolvak Nederlands die online beschikbaar zijn voor docenten en leerlingen en die bijdragen aan bewuste geletterdheid. Bij de leermiddelen worden doelgroep en trefwoorden vermeld.

Om te beginnen is het een tiental, als knipoog naar het aantal verteldagen in de Decamerone. We zullen het lijstje geregeld uitbreiden, met als toekomstdroom een overzicht met net zoveel lesmaterialen als Boccaccio verhalen vertelt. Aanvullingen zijn welkom, als zij voldoen aan de vermelde criteria. 

Suggesties en op- of aanmerkingen kunt u sturen naar e.mantingh@uu.nl

De volledige informatie vindt u via deze URL:
https://nederlands.vakdidactiekgw.nl/bewust-geletterd-online/

Vanuit het Meestersteam Nederlands (Vakdidactiek Geesteswetenschappen)

Wie zijn leerlingen met afstandsonderwijs bewust geletterd wil maken kan gebruik maken van een aantal online beschikbare onderwijsmaterialen voor het schoolvak Nederlands. Het lijstje, dat we geregeld zullen uitbreiden, voldoet aan de onderstaande criteria.

Deze didactische materialen…

  • leveren een bijdrage aan bewuste geletterdheid;
  • zijn online kosteloos beschikbaar;
  • zijn vrijwel zonder nadere toelichting bruikbaar (er is een didactische toelichting digitaal beschikbaar);
  • betreffen onderdelen van taalbeheersing, taalkunde, letterkunde, of een combinatie hiervan (integratie van domeinen).

Bij de materialen worden de doelgroep en trefwoorden vermeld.

Litlab – De proeven
Taalcanon – Onderwijs
De argumentatiescanner 
Straatpoëzie
Lezen voor de lijst – Opdrachten
Grammaticadidactiek
PlusNederlands met

Neerlandistiek voor de klas

Nogmaals: De volledige informatie vindt u via deze URL:
https://nederlands.vakdidactiekgw.nl/bewust-geletterd-online/

Zie hierboven ook Taalportaal. Gids voor taaldocenten

Omhoog ^


Overpeinzingen van een Neerlandist – Yves T’Sjoen

(in LitNet)

“Is neerlandistiek voor de hedendaagse student in Nederland en Vlaanderen het nieuwe exotisme? Is zij een specialisme dat alleen in een vergelijkend en transnationaal perspectief in stand kan worden gehouden?”

 

Monoloog in vijf scherven

Ter nagedachtenis aan Hugo Brandt Corstius (1935–2014)

Op 2 juni 2019 sprak ik op uitnodiging van José Vandekerckhove op de Conferentie Onderwijs Nederlands HSN, acroniem voor Het Schoolvak Nederlands. Het referaat voor de sectie Taal- en Letterkunde is gehouden in de Hogeschool Windesheim (Campus Zwolle). Met het oog op deze bijeenkomst van leerkrachten en universitaire collega’s Nederlands, vakdidactici, onderwijsbegeleiders en inspectie bewerkte ik eerder gepubliceerde bijdragen over de studie van het Nederlands in de Lage Landen. Ik vulde passages aan en trachtte de bevindingen te structuren in een essay. Het essay leg ik hier voor. De coauteurs van enkele opinieteksten ben ik ten zeerste erkentelijk voor de gedachtenwisseling, met name Carl de Strycker, Alicja Gescinska en Jacques van Keymeulen.

L.S.,

Staat u mij toe de bijdrage in te leiden met een gedicht. In de titelreeks van de bundel Moedertaal (1994) van de Vlaamse schrijver Charles Ducal staat het gedicht “ABN 1”.

Het woord is vlees. Zo was het vroeger:
ik liep verloren, zij haalde mij in
aan een draad die de hele wereld snoerde,
ik hing aan de moedertaal, ik sprak blind.

Nu ben ik alleen. Ik spreek voorzichtig,
leef in een taal die ik zwijgend niet ken.
De draad trekt strak, ik schrijf gedichten,
bewijzen die ik naar de hoofdstad zend,

op zoek naar het oog van de wereld,
waarin ik zwijgend niet kan bestaan.
Het woord is vlees, maar niet vanzelfsprekend.
Ik hang als een teek aan de taal.


Wij voeden ons met taal en hangen aan de moedertaal (ABN = de ouderwetse aanduiding Algemeen Beschaafd Nederlands [Standaardnederlands]), met de metafoor van de dichter “als een teek [Afr. “bosluis”] aan de taal”. Ik reflecteer over mijn moedertaal, bij uitbreiding over de opleiding Nederlands in middelbare scholen en aan de universiteit. Het Nederlands staat onder druk. Op school, aan de universiteit. In zijn brief aan Benno Barnard, opgenomen in de opstellenbundel Ik wil de hemel en ik wil de straat (2016), jeremieert Luuk Gruwez: “Ik heb een taal geleerd die Nederlands heet, die al een hele tijd door hoe langer hoe meer barbarij wordt verpest.”

Lees verder in LitNet

***

Lees ook:

"Vanuit mijn universitaire biotoop" ‒ Alwyn Roux in gesprek met Yves T’Sjoen

NeerlandiNet 2020-07-08

Het is een rijke interviewtekst met substantiële informatie over de werkzaamheden en het engagement van de hoogleraar en zijn kijk op de neerlandistieke realiteit in het Nederlandse taalgebied en daarbuiten in de wereld.

Lees dus zeker ook deze hele tekst


Microsoft Teams – met nieuwe functies in april 2020

Ashwin Brouwer - 10 april 2020

 

Nu veel scholen Microsoft Teams gebruiken voor de online lessen, komen er ook meteen veel feedback en vragen los rondom functies en verbeteringen. Microsoft heeft in rap tempo aan een aantal veelgevraagde functies gewerkt en die zullen deze maand beschikbaar komen:

  1. Aanpasbare achtergronden tijdens videovergaderingen
  2. Hand opsteken tijdens videovergaderingen
  3. De videovergadering handmatig beëindigen
  4. Aanwezigheidsrapport downloaden
  5. Digitale activiteit van studenten in Teams monitoren


Maak zo nodig kennis met Microsoft Teams en lees hier verder


Hogeschool Odisee wil leesmotivatie verhogen tijdens coronacrisis

 

Studiegebied Onderwijs binnen Odisee lanceerde een webinitiatief vol leesinspiratie en leesmotivatie

Het enthousiasme voor lezen kan in deze tijden van thuisonderwijs soms ver te zoeken zijn. Toch biedt lezen net nu verstrooiing en ontspanning. Hogeschool Odisee wil lezen aanmoedigen, ook vanuit ons kot en lanceert vandaag #Odiseeleest, een webplatform vol kennis, tips en expertise rond lezen.

Vlaams Minister van Onderwijs Ben Weyts lanceerde onlangs een oproep naar meer aandacht voor taalstimulerende activiteiten: “Nu het er naar uitziet dat we deze zomer met z’n allen meer dan ooit onze vakantie in Vlaanderen zullen beleven, is een bijkomend aanbod aan taalstimulerende activiteiten zoals 'Lezen op school' welgekomen. Kinderen die we tijdens de zomer traditioneel moeilijker bereiken, en die op 1 september vaak met een achterstand weer op de schoolbanken belanden, hopen we zeker deze zomer te bereiken.”

Hogeschoool Odisee wil met het #Odiseeleest-platform een antwoord bieden op die oproep: …

Lees verder


Omhoog ^

Persoonlijke visie over poëzie lezen

Jos Joosten – 25 april 2020

 


Lady Reading Poetry
by Ishibasi Kazunori Shimane

Nu we nog meer dan normaal tijd tot lezen hebben, denk ik wat vaker na over poëzielezen. Nadat ik poëzie op de middelbare school vooral boeiend vond omdat het zo lekker vaag was en emotioneel, fascineerde me tijdens de studie Nederlands steeds meer de compositorische kant. De eerste colleges ‘poëzieanalyse’ kreeg ik van W.A. Ornée, die toen aan zijn laatste academisch jaar bezig was, maar op die valreep blijvend indruk maakte met het echt technisch kijken naar een gedicht.

Kees Fens was, als poëziedocent, een categorie apart. Achteraf is het onvoorstelbaar hoe hij een hoorcollege van honderd studenten twee uur lang aandachtig en doodstil hield bij het openleggen van gedichten van Lucebert. Tijdens werkcolleges ontdekte ik dat zijn echte gave elders lag: Fens had niet zozeer (zoals W. Bronzwaer) een uitgelezen technische scholing die hij overdroeg, maar hij had een fenomenale tekstuele intuïtie.

Dat maakte eigenlijk ook zijn werkcolleges tot hoorcolleges, want Fens wist fascinerend te vertellen hoe aan een gedicht zin en betekenis gegeven kon worden, hoe zich in één enkele regel een hele wereld opende. Maar het waren bepaald geen peripatetische dialogen. Didactisch gezien waren het geen goede bijeenkomsten: handvatten hoe je je als student ook Fens’ Fingerspitzengefühl kon eigen maken, kwamen er niet. Je zat naar een sublieme goochelvoorstelling te kijken, maar het waren geen lessen voor aankomende goochelaars.

Daar kwam bij dat Fens wat poëzie betreft in zekere zin altijd autonomist is gebleven, met dien verstande dat gedichten in zijn optiek op zich wel naar iets buiten zichzelf konden verwijzen, maar dat was dan wel altijd naar andere poëzie. Vaak resulteerde naar mijn smaak een analyse in Fens’ colleges ook in de conclusie dat een gedicht ‘poëticaal’ was: het ging over het dichten zelf.

Mijn eigen belangstelling verlegde zich intussen. Poëzie boeide me meer naarmate de buitenwereld er juist wel op enigerlei wijze bij meedeed én de techniek vond ik steeds fascinerender. Wat dat betreft was in 1993 het verschijnen van Lessen in lyriek van W. Bronzwaer een dankbaar keerpunt (ik herinner me de presentatie van het boek nog: uitgerekend Fens, goede vriend van Bronzwaer, hield het ten doop in het filiaal van Dekker&Van de Vegt op de Nijmeegse campus).

Lessen in lyriek heb ik een paar jaar erna helemaal, week-na-week elke week een hoofdstuk, doorgewerkt met studenten Nederlands in Keulen. Ik vond het leerzame werkcolleges – maar allicht idealiseer ik de goede oude tijd van intussen meer dan twintig jaar geleden zelf ook wel. Want ik herinner me ook de opmerking van één van de studenten toen we het tweede deel van het college (zoals steeds) aan een feitelijke analyse zouden wijden. Marsmans ‘Herinnering aan Holland’ stond op het lijstje en zij zei: ‘Ik hoop niet dat we die gaan doen. Dat gedicht vind ik veel te mooi om kapot te analyseren’.
Dat idee hoor je vaker: technische analyse maakt het gedicht stuk. Ik vind dat vreemd. Als je weet hoe een auto technisch werkt, verandert dat je rij-ervaring toch niet?

Het was overigens een frappante tegenstelling met wat ik ooit beleefde met Fens als docent. We bekeken met een aantal studenten een recent gedicht (van Jan Kuijper, in een net verschenen nummer van De Revisor (dat was ook leuk bij Fens: hij hield zich niet zo aan thema’s, studiehandleidingen of leerdoelen, hij pakte net zo makkelijk een nieuwste tijdschriftaflevering als een gedicht van Hooft)) en niemand vond er wat aan. Tot een vindingrijke jaargenoot de sleutel vond.

Iedereen enthousiast!

Waarop Fens een leermomentje inlaste: ‘Dames en heren dat is dus niet goed. Dit gedicht wordt niet beter nu U weet waar het over gaat. U moet nooit verliefd worden op uw eigen vondsten!’
Ik ben er nog steeds niet uit of ik het helemaal met Fens eens ben. Wel acht ik grondige poëzieanalyse onontbeerlijk bij begrip van gedichten. Regels op een rij worden daarvan misschien niet mooier, maar groeiend begrip leidt hoe dan ook tot meer begrip.

Dat is wat ik ook zo mis wanneer er een schrijver of dichter te gast is bij een radioprogramma als ‘Kunststof’. Dan heb je eens een uur de tijd en dan gaat het vroeger of later toch altijd weer over de mens achter de bundel, achter het gedicht en trouwens ook achter de roman. Of het echt gebeurd is, of er een authentiek trauma wordt verdicht, echt lijden verbeeld? Ik geloof dat je een werk geen recht doet als kunstwerk als je niet eerst zelf kijkt naar hoe het gemaakt is.

Al die aandacht voor de mens is een belediging voor de dichter.

Bron: Neerlandistiek 25 april 2020

Omhoog ^


Jeugdboekenauteur Guus Kuijer wint de Constantijn Huygensprijs
voor zijn volledig oeuvre



 

De Constantijn Huygens-prijs 2020 is toegekend aan kinderboekenschrijver Guus Kuijer. De jury roemt de auteur als "een van de grote vernieuwers van de naoorlogse jeugdliteratuur en daarmee van de Nederlandse literatuur". Dat is bekendgemaakt in het NPO Radio 1-programma Kunststof.

De 77-jarige Kuijer werkte enkele jaren als onderwijzer in Didam, waarna hij zich toelegde op het schrijven. Aanvankelijk schreef hij boeken voor volwassenen, maar zijn eerste boek voor kinderen werd zijn doorbraak als schrijver. Dat boek schreef hij voor Madelief, een dochter van vrienden. Later volgde meer Madelief-boeken, die in de jaren 90 werden verfilmd.

Volgens de jury is Kuijers "monumentale oeuvre" sindsdien van een constant hoog niveau. In alle boeken staat het individu en de vrije geest centraal. "Het verlangen naar het inrichten van een eigen leven kan niet serieus genoeg worden genomen, bij kinderen en volwassenen", schrijft de jury.

Aan de Constantijn Huygens-prijs is een bedrag van 12.000 euro verbonden. De uitreiking is in januari 2021. Eerdere winnaars waren onder meer Stefan Hertmans (2019), Nelleke Noordervliet (2018), Hans Tentije (2017), Atte Jongstra (2016) en Adriaan van Dis (2015).

Lees er meer over



Een Nederlandse poëzieminnaar buigt zich over de dichtkunst van de Vlaamse dichter Anton van Wilderode

Als poedersneeuw ligt poëzie

Peter J.I. Flaton  - 23 mei 2020

 


Anton van Wilderode pseudoniem van Cyriel Paul Coupé (Moerbeke-Waas, 28 juni 1918-Sint-Niklaas, 15 juni 1998). Hij was een Vlaams auteur, priester, dichter, classicus, leraar, vertaler en scenarist

http://antonvanwilderode.com/
https://nl.wikipedia.org/wiki/Anton_van_Wilderode

‘Wil zij het epitheton ‘modern’ verdienen, dan ‘moet’ de lyriek, aldus Hugo Friedrichs Struktur der modernen Lyrik,  minstens aan deze maatstaven voldoen: “(neutraler) Innerlichkeit statt Gemüt, Phantasie statt Wirklichkeit, Welttrümmer statt Welteinheit, Vermischung des Heterogenen, Chaos, Faszination durch Dunkelheit und Sprachmagie, aber auch ein in Analogie zur Mathematik gesetztes kühles Operieren, das Vetrautes entfremdet”.’ ...

‘In zijn De Nederlands poëzie van de 19e en 20e eeuw in duizend en enige gedichten (om maar dit ene voorbeeld te noemen) geeft Komrij hem één gedicht, terwijl Anton van Wilderode (over hem gaat het hier) toen al (de bloemlezing verscheen in 1979) een omvangrijk oeuvre (dat zou uitgroeien tot ruim 25 bundels) op zijn naam had staan dat bovendien door critici en lezers in het Vlaamse (land) hogelijk werd gewaardeerd.’ 

Het hele essay geeft een indrukwekkende kijk op de Vlaamse dichter …

Lees zeker verder

Omhoog ^


Schitterende karakterisering van het dichterschap van Hubert Van Herreweghen

Hubert van Herreweghen: ‘Stamelen vóór de grote stilte’
Honderdste geboortejaar van Brabantse dichter

PORTRET - 29 MAART 2020 Patrick Auwelaert -

 

Hubert van Herreweghen  (Pamel, 16 februari 1920 – Dilbeek, 4 november 2016)) was een van de belangrijkste naoorlogse Vlaamse dichters

Biografie

https://nl.wikipedia.org/wiki/Hubert_van_Herreweghen


Op 16 februari jongstleden organiseerde Poëzie aan de Dender in GC Het Koetshuis in Roosdaal de literaire namiddag ‘Hubert van Herreweghen herdacht!’. Ingeleid door Sigrid Bousset traden achtereenvolgens aan: de academici Stefan van den Bossche en Stefaan Evenepoel, de acteurs Sien Eggers en Peter Rouffaer, de schrijvers Kristien Hemmerechts, Willy Spillebeen, Geert van Istendael en Ivo van Strijtem, en de journalisten Rik van Cauwelaert en Johan van Cauwenberge.

Allen lazen één of meer gedichten voor uit het uitzonderlijk rijke oeuvre van Hubert van Herreweghen (1920-2016) en haalden herinneringen aan hem op. Actrice Sien Eggers bijvoorbeeld kreeg tijdens haar opleiding aan het conservatorium elke week twee uur literatuurgeschiedenis van hem, en daar genoot ze zichtbaar nog van. Willy Spillebeen stelde dan weer in de periode 1974-2000 met van Herreweghen de jaarlijkse bloemlezing met de beste gedichten uit de literaire tijdschriften uit Zuid en Noord samen voor uitgeverij Davidsfonds.


Verzamelde gedichten

De aanleiding van het feestelijke gebeuren was de honderdste geboortedag van de Brabantse dichter, die ter wereld kwam op 16 februari 1920 te Pamel-Roosdaal en op 4 november 2016, 96 jaar oud, overleed te Dilbeek. Een jaar voor zijn overlijden had hij nog een lijvige bundel nieuwe gedichten uitgebracht: De bulleman & de vogels (2015), een uitgave van uitgeverij P in Leuven, van Herreweghens vaste uitgeverij in de laatste tien jaar van zijn leven.

Enkele dagen eerder, op woensdag 12 februari, presenteerde Leo Peeraer van uitgeverij P de Verzamelde gedichten van van Herreweghen in het Antwerpse Letterenhuis. Een klepper van maar liefst 976 bladzijden, samen goed voor een twintigtal reguliere en bibliofiele bundels verschenen tussen 1943 en 2015, samengesteld door Dirk De Geest en Patrick Lateur, twee eminente kenners van van Herreweghens werk.

Lees zeker verder

Omhoog

De tekeningen rond de versjes van Annie M.G. Schmidt

 

Op 21 mei 2020 is het 25 jaar geleden dat Schmidt overleed en nog altijd geldt ze als dé koningin van de jeugdliteratuur. Is er een Nederlandse schrijver van wie het werk door meer tekenaars is geïllustreerd? De eigenwijze spin Sebastiaan, de ondernemende kleuter Dikkertje Dap: al zeventig jaar lang krijgen de eigenzinnige personages uit haar versjes gestalte door de potloden en penselen van tientallen Nederlandse en zelfs enkele buitenlandse tekenaars. In de nieuwe, rijk geïllustreerde online tentoonstelling brengt het Nederlandse Literatuurmuseum een ode aan Schmidt en haar illustratoren. 

Om te bladeren volg de pijlen in de cirkels telkens onderaan.

Naar de tentoonstelling in het Nederlandse Literatuurmuseum


Omhoog

Marga Minco 100 ! - Door Elsbeth Etty

‘Omdat ik het overleefd heb, schrijf ik’

 

Op een foto van kort na de bevrijding loopt een mooie jonge vrouw op de Dam, lachend, een witte bloem in het halflange donkere haar. Een paar maanden eerder is ze op haar Amsterdamse onderduikadres 25 geworden. Ze noemt zich Marga Minco en onder die naam zal ze uitgroeien tot een van Nederlands meest imponerende schrijvers. Vorig jaar, op haar 99ste kreeg ze de P.C. Hooftprijs voor haar unieke oeuvre dat de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, het voorspel en de nasleep ervan belichaamt. En nu wordt ze honderd. Haar eeuwfeest valt samen met ‘75 jaar bevrijding’, voor Marga Minco driekwart eeuw overleven. Niemand van haar familie keerde terug uit de vernietigingskampen.

Hoe de ogenschijnlijk opgewekte jonge vrouw op de foto zich van binnen voelde, vertelde ze op haar zeventigste aan Ischa Meijer:
Na de bevrijding heb ik al mijn woede uit alle macht weggestopt. […] Die woede heb ik nooit, nooit geuit. Bij vlagen is die razernij er nog wel. Het is toch eigenlijk onvoorstelbaar hoe mijn generatie zich weer heeft kunnen aanpassen aan zoiets als een geordende, gewone samenleving, na alles wat ook die samenleving ons heeft aangedaan.
(Nieuwe Revue, 24 jan. 1991.)

Lees verder deze ongelooflijk boeiende levensgeschiedenis van de bijna honderdjarige schrijfster https://www.neerlandistiek.nl/…/omdat-ik-het-overleefd-he…/…

Omhoog


Gedichtanalyse van
“Denk mijn naam wanneer ik dood ben”
Guillaume van der Graft

Door Judit Gera

 

Dit gedicht is geschikt voor beginnende studenten
en hoort bij de categorie Rouw

In de serie Wonen in gedichten bespreekt Judit Gera, hoogleraar in Boedapest, gedichten uit de Nederlandstalige literatuur, ten behoeve van het onderwijs in de Neerlandistiek extra muros (buiten het taalgebied).

Vandaag: ‘Op deze onmogelijke wijze’, van Guillaume van der Graft (1920–2010).

Van Guillaume van der Graft (pseudoniem van Willem Barnard, Delfshaven, 1920), die in 1946 debuteerde met de bundel In Exilio, verscheen in 1982 Verzamelde Gedichten (2e gew. dr. in 1984)

Meer over de dichter

Denk mijn naam wanneer ik dood ben

Denk mijn naam wanneer ik dood ben,
denk mijn naam maar roep mij niet,
ik ben vergeten hoe ik heet.

En denk aan mij hoe dwars ik was,
hoe tuk op taal en hoe onzeker
en dat ik van je hield met huid en ziel

maar roep mij niet, lief, roep mij niet,
Ik ben vergeten hoe ik heet.


Uit: Praten tegen langzaam water: gedichten 1942-2007, een keuze, 2017

Willem Barnard (pseudoniem Guillaume van der Graft) was een Nederlandse dichter, schrijver en theoloog. Hij studeerde Nederlandse taal- en letterkunde in Leiden, vervolgens theologie in Utrecht. Geloof en poëzie beleefde hij als twee nauw met elkaar verbonden elementen, maar hij weigerde het etiket dominee-dichter. Dominee-dichters waren werkzaam in de 19e eeuw. Ze vonden dat poëzie een maatschappelijke taak had. Hun gedichten gingen over het belang van vaderlandsliefde, gezin en geloof. Hun poëzie werd door de vernieuwers in de jaren tachtig – vandaar Tachtigers genoemd – ouderwets, gortdroog en belerend gevonden. Er waren echter wat de kwaliteit betreft ook uitzonderingen onder de dominee-dichters zoals P. A. de Genestet. Van der Graft was één van de belangrijkste medewerkers aan het Liedboek voor de Kerken (1973). Hij zorgde voor mooie en originele psalmvertalingen, bovendien dichtte hij ook zelf teksten voor nieuwe gezangen. 

Het gedicht ‘Denk mijn naam wanneer ik dood ben’ is een bijzonder rouwgedicht. Hierin staat namelijk niet de rouwende persoon centraal, maar verplaatst deze zich in de overledene. Hij geeft raad over hoe men met zijn dood en de rouw om dient te gaan. Dit gedicht heeft een extra dimensie gekregen door een tragische gebeurtenis in het leven van zijn zoon Benno Barnard, zelf dichter en schrijver.

Lees verder in Neerlandistiek

Omhoog

Onder een koperen hemel
Dichtbundel van Stefan Hertmans – Recensies

 
Stefan Hertmans is niet de eerste dichter die onbeschroomd kiest voor schoonheid in troebele tijden. Zijn gedichten zweven tussen deze twee polen - vormbewuste verleiding en scherp poëtisch bewustzijn. Onder een koperen hemel is een meeslepende bundel waarin veel registers en toonhoogtes worden bespeeld. ... Google Books

Stefan Hertmans: Onder een koperen hemel

door Dirk De Geest - oktober 2018


Liefhebbers hebben lang moeten wachten, maar met Onder een koperen hemel is de dichter eindelijk opnieuw op het voorplan getreden. En hoe! De nieuwe bundel telt ruim honderd gedichten en is daarmee de lijvigste die Hertmans ooit publiceerde. Opmerkelijk daarbij is dat de teksten niet zijn ondergebracht in thematische groepen of afdelingen. Zelfs gedichten die eerder als een plaquette verschenen, figureren nu gewoon tussen de andere verzen. Het is niet zo gebruikelijk want de lezer mist daardoor wat steun bij zijn lectuur. Tegelijk is de verzameling op zich wel instructief. Zo ligt de klemtoon nu pas echt op de afzonderlijke verzen (die zich niet laten reduceren tot een of andere reeks) en, vooral, Hertmans creëert zo een web van motieven en terugkerende woorden. In feite kan men de bundel lezen als een soort van muzikale compositie: er is oog voor samenklank maar ook voor meerstemmigheid, en de lezer krijgt haast fugatisch en met variaties de herhaling van motieven en ideeën. Wie in dit boek grasduint, ontdekt telkens nieuwe verbanden en suggestieve beelden.

Lees meer

Los van de recensie maar toch in verband daarmee nemen we de tekst op van het aanvangsgedicht van de bundel

Open de deur van het gedicht:
het huis is leeg.
Je zult zelf meubels moeten maken,
een kast voor onbeslapen lakens
en wat planken voor verhalen
die geen hond nog wil.

Je zult het uitzicht met je leven
moeten kleden en vuur tekenen
in gaten in de muur.

Er gaat geen uur voorbij
of er komt honger bij.
De klok is van grafiet

En niemand wil je dagen lenen.

De helft van wat je maakt
is ongemerkt verdwenen.

Er is geen voordeur meer,

De achterdeur slaat open.
Je hoort de wind.

In zijn recensie schrijft Dirk De Geest het volgende daarover:

Toch is de dichter niet meteen erg optimistisch over de uitkomst van zijn streven. Vanaf de openingsbladzijden wordt de poëzie ten tonele gevoerd, maar dat gebeurt op een hoogst dubbelzinnige wijze. Zij is een huis, maar de leegte daarvan moet door de dichter (en, in zijn spoor, de lezer) worden opgevuld. Daarenboven vertoont de woning allerlei tekorten waardoor de wind zijn gang kan blijven gaan. Kortom, slijtage en destructie lijken als het ware inherent verbonden met het poëtische taalgebruik. Dat belet niet dat het dichterlijke ik onafgebroken zijn beste beentje blijft voorzetten, vaak tegen beter weten in. Daardoor heeft deze bundel iets van een intense liefdesverklaring die gedrenkt is in heimwee om de vergankelijkheid

***

De tover van het beeld

door Herbert Mouwen

De bundel Onder een koperen hemel van de Gentse auteur Stefan Hertmans maakt eerder de indruk een klein verzameld werk te zijn dan een nieuwe bundel van zijn hand, zo groot is de verscheidenheid in onderwerpen van zijn gedichten. Wat dat betreft is de titel Onder een koperen hemel goed gekozen, wanneer je uitgaat van de overkoepelende betekenis ervan. De bundel bevat maar liefst 97 gedichten. Op een klein aantal na, waaronder een kleine reeks over de Eerste Wereldoorlog, zijn alle gedichten titelloos. Het ontbreken van een verdeling in afdelingen nodigt de lezer uit tot bladerend zoeken in de bundel. De talloze eigennamen en verwijzingen naar allerlei actuele zaken, kunsthistorische en geografische namen en feiten uit het persoonlijke verleden van de dichter sturen hem daarbij. Zo zijn er gedichten die refereren aan de Italiaanse Renaissance, met name aan schilders als Giotto, Pinturicchio, Luca Signorelli en Fra Angelico. Als lezer word je gedwongen de bedoelde afbeelding van een schilderij, een fresco of een tekening van een van bovengenoemde kunstenaars op te zoeken en deze ter vergelijking naast Hertmans’ gedicht te leggen. Het levert – één plus één is drie  – een meerwaarde bij het lezen en de interpretatie van het gedicht op.

Lees verder

***

Hoe bak je een omelet zonder een ei te breken? Over de poëzie van Stefan Hertmans

Auteur: Roel Smeets - december 2018

Stefan Hertmans, Onder een koperen hemel. De Bezige Bij, Amsterdam, 2018.

In DWB

***

Recensie: Stefan Hertmans – Onder een koperen hemel

Remco Ekkers

In TZUM Literair weblog


Omhoog

Schrijvers en schrijfsters overleden in 2020

 

Welke bekende schrijvers of schrijfsters zijn overleden in 2020? Wat is de sterfdatum en sterfplaats van deze bekende schrijvers en schrijfsters? 

Overzicht van schrijvers en schrijfsters overleden in 2020. Het gaat over auteurs uit het Nederlandse taalgebied en ook uit het buitenland. Uiteraard zijn de datum van overlijden en de sterfplaats en land opgenomen. Bovendien is er informatie over de leeftijd die de schrijver of schrijfster bereikt heeft. Ook besteden we aandacht aan de bekendste en beste boeken van de auteurs.

In: Alles over boeken en schrijvers


Omhoog


Taalkundige Hugo Ryckeboer overleden

 
Hugo Ryckeboer 1935-2020


Bericht van zijn heengaan


Op 21 mei bereikte ons het treurige nieuws dat Hugo Ryckeboer is overleden. Hij raakte besmet met het coronavirus, raakte na een ziekenhuisopname van een 7-tal weken hersteld, maar stierf onverwacht tijdens zijn revalidatie.

Hugo is geboren in 1935 in Veurne en groeide op in een boerengezin in Izenberge (West-Vlaanderen). Na het behalen van zijn licentiaatsdiploma Germaanse Filologie in 1959 aan de Gentse universiteit, was hij tot 1970 werkzaam als leraar in het middelbaar onderwijs. Vervolgens was hij twee jaar wetenschappelijk medewerker aan het Meertensinstituut in Amsterdam, waar hij instond voor het respondentennetwerk in Vlaanderen. In 1972 startte hij samen met Magda Devos het grootschaligste taalkundige project dat ooit in Vlaanderen is uitgevoerd en dat nog steeds bestaat: het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten. Hij was co-redacteur van dat woordenboek, maar was vooral belangrijk in de niet aflatende zoektocht naar financiële middelen voor het project.

Hugo maakte academische naam met een toonaangevend artikel in 1973 over de ontwikkeling van de West-Germaanse û (die in het Standaardnederlands <ui> is geworden). Hij is echter vooral bekend als kenner van de Frans-Vlaamse dialecten.

Hugo Ryckeboer was een minzame en vriendelijke man. Zijn overlijden heeft iedereen die hem gekend heeft, diep geraakt.

Jacques Van Keymeulen

In Memoriam dr. Hugo Ryckeboer - Magda Devos 13 juni 2020

Op 21 mei ll. overleed te Oudenaarde de Gentse taalkundige Hugo Ryckeboer. Hij zou in juli van dit jaar 85 zijn geworden. Hij was een alom gewaardeerd dialectoloog en lexicograaf, en tevens de grootste specialist van zijn generatie inzake de streektaal en de taalsociologie in Frans-Vlaanderen.

Hugo Ryckeboer werd geboren en groeide op als tweede van vier kinderen in een landbouwersgezin te Izenberge in de West-Vlaamse Westhoek, op een boogscheut van Hondschote over de Franse grens. Het ouderlijk hof is nog steeds in handen van de familie en wordt nu geëxploiteerd door de zoon van zijn jongste broer.

Na zijn middelbare studies te Veurne ging hij Germaanse filologie studeren in Leuven en in Gent. Hij studeerde af als licentiaat in 1959 met een licentiaatsverhandeling getiteld  Een bijdrage tot de antroponymie van de streek rond Brugge in de eerste helft van de 14e eeuw, aan de hand van 3 cijnslijsten van de Gentse St.-Pietersabdij. Het pad van de naamkunde zou hij in zijn verdere loopbaan nog meermaals bewandelen, met bijdragen over toponiemen en persoonsnamen in Frans-Vlaanderen, en als hoofdredacteur van het in 2010 verschenen Woordenboek van de Vlaamse gemeentenamen. Dat woordenboek werd samengesteld in de schoot van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie, waarvan Hugo lid was sinds 2005. 

Ryckeboers belangstelling ging echter vooral uit naar taalvariatie en historische taalkunde. Hij bevond zich daarmee in een Gentse onderwijs- en onderzoekstraditie die aan het einde van de 19e  eeuw was geïntroduceerd door prof. Jozef Vercoullie, de eerste hoogleraar Nederlandse Taalkunde aan de Gentse alma mater, en tot hoge bloei kwam onder diens opvolgers E. Blancquaert, W. Pée, V.F. Vanacker en J. Taeldeman. 

Zijn beroepsloopbaan begon Ryckeboer als leraar Nederlands, Engels en Duits aan de Nijverheidsschool (nu Koninklijk Technisch Atheneum) te Gent. Na tien jaar verkreeg hij een loopbaanonderbreking in het onderwijs om aan de slag te gaan als wetenschappelijk medewerker bij de afdeling dialectologie van het Instituut voor Dialect-, Volks- en  Naamkunde van de Koninklijke Nederlandse Academie te Amsterdam, de voorloper van het Meertens Instituut. Hugo’s taak bestond er onder meer in een netwerk van informanten uit te bouwen voor de Amsterdamse dialectenquêtes in Vlaanderen. In die periode ging hij al geregeld de boer op in Frans-Vlaanderen om er aan de hand van vragenlijsten mondeling te enquêteren.

Zijn vaste baan aan de Nijverheidsschool zou hij nooit meer opnieuw opnemen, zijn hele verdere carrière stond in het teken van de taalwetenschap en met name de dialectologie.
In 1972 had prof. Willem Pée bij het Belgische Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek (nu Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek – FWO) een krediet weten te verwerven om een wetenschappelijk woordenboek van de Vlaamse dialecten op het getouw te zetten, een droom die hij al koesterde sinds het interbellum, toen hij in Frans- en West-Vlaanderen dialect opnam voor de Reeks Nederlandse Dialectatlassen (RND), die door zijn leermeester en voorganger Edgard Blancquaert in de jaren 1920 was geïnitieerd. 

Hugo Ryckeboer werd, tezamen met mezelf, Magda Devos, aangetrokken als wetenschappelijk medewerker aan het nieuwe lexicografische project. Het redactiecomité omvatte naast de initiatiefnemer en de twee kersverse uitvoerders ook Pées opvolger, de hoogleraar Frits Vanacker, en Johan Taeldeman, toen nog assistent bij het Gentse seminarie voor Nederlandse Taalkunde en Vlaamse Dialektologie, later de vakgroep Nederlandse Taalkunde. Het Woordenboek van de Vlaamse Dialecten (WVD), zo werd beslist, zou qua opzet en werkwijze aansluiten bij twee andere grootschalige regionale woordenboeken, die toentertijd aan de universiteit van Nijmegen onder leiding van prof. A. Weijnen in de maak waren, het Woordenboek van de Brabantse en het Woordenboek van de Limburgse Dialecten (resp. WBD en WLD). Naar Nijmeegs voorbeeld werd gekozen voor een systematische verzameling van de woordenschat, d.w.z. onderwerp per onderwerp, via schriftelijke en mondelinge enquête in een dicht net van controlepunten in Oost-, West- en Frans-Vlaanderen. Later zou daar ook Zeeuws-Vlaanderen bij komen, het noordelijkste gewest dat het historische Graafschap Vlaanderen werd. Het woordenboek zou worden gepubliceerd in thematische afleveringen binnen drie grote delen, resp. Landbouwwoordenschat, Niet-agrarische vaktalen en Algemene woordenschat. Het eerste te behandelen werkelijkheidsdomein was de traditionele landbouw, met zijn omvangrijke en vaak heel oude woordenschat.  

De uitvoerders gingen meteen op zoek naar plaatselijke contactpersonen en zegslieden, om het al bestaande medewerkersbestand van de Amsterdamse vragenlijsten aan te vullen. Hugo Ryckeboer stelde een reeks vragenlijsten op naar de landbouwterminologie, en putte daarvoor uit zijn eigen kennis van het boerenbedrijf en die van zijn vader, een buitengewoon taalvaardig man, die ook het kleinste onderdeel van elk werktuig en het geringste detail van elke handeling wist te benoemen. In 1979 verscheen de eerste aflevering agrarische woordenschat, getiteld Akkerland en weiland, tezamen met een apart deeltje Inleiding. Er zouden nog 26 afleveringen volgen, waarvan een tiental met Ryckeboer als auteur of co-auteur.
Een belangrijk moment in de geschiedenis van de drie grote woordenboekprojecten van het zuidelijke Nederlands (WBD, WLD en WVD) was de introductie van de computer op de redacties eind jaren 1980. Daarbij beet het Vlaamse woordenboek de spits af. Het was Hugo Ryckeboer die bij een jonge Gentse neerlandicus met specialisatie computerlinguïstiek en werkend bij een klein Gents IT-bedrijf, belangstelling wist te wekken voor de automatisering van de data-opslag en de redactionele werkzaamheden.  IT-whizzkids die ook een deugdelijke taalkundige opleiding hebben genoten en door de combinatie van deze competenties de behoeften van een taalkundig, in dit geval lexicografisch, project goed kunnen inschatten, waren in die tijd nog witte raven. Intense samenwerking tussen het WVD-redactieteam en het genoemde bedrijf resulteerde in een softwarepakket dat toonaangevend is geweest bij de automatisering van de dialectlexicografie in de Nederlanden en elders in Europa. In de loop der jaren is de programmatuur steeds uitgebreid en verfijnd, de samenwerking duurt voort tot vandaag. 

Omstreeks diezelfde tijd rijpte aan beide kanten van de rijksgrens het idee om op termijn de drie grote woordenboeken samen te voegen tot één omvattend digitaal woordenboek, waarin ook het Woordenboek der Zeeuwse Dialecten (eerste uitgave 1964) zou worden geïntegreerd, zodat het hele gebied bezuiden de grote rivieren zou worden bestreken. Vanuit dat oogmerk leek het wenselijk de contacten tussen de verschillende redacties te intensiveren en te institutionaliseren in een overlegorgaan onder de vleugels van de Nederlandse Taalunie.  Zo’n samenwerkingsverband zag het levenslicht in 1989, het zogenaamde Permanent Overleg Regionale Woordenboeken (Rewo).  Voorzitter was prof. A. Hagen, Weijnens opvolger in Nijmegen; Hugo Ryckeboer, die zich had beijverd om het plan gestalte te geven, werd secretaris en bleef dat tot 1999. Tot de doelstellingen van het Rewo behoorde naast de inhoudelijke afstemming van de drie woordenboekredacties ook het uitwerken van een beleid om de continuering van de projecten gefinancierd te krijgen.  

Het pad van het WVD is niet altijd over rozen gegaan. Anders dan de Nijmeegse projecten, heeft het Vlaamse woordenboek nooit enige vorm van structurele financiering gekend. Steeds was de voortzetting ervan afhankelijk van kortlopende projectkredieten. Bijgevolg kende het project vette en magere jaren. Het aantal redacteuren fluctueerde door de jaren heen tussen vijf en anderhalf. Dat had meerdere nadelen. In de eerste plaats maakte het een planning op middellange termijn, een vereiste bij elke projectaanvraag, erg lastig. In de tweede plaats dienden de redacteuren veel van hun werktijd te besteden aan het opstellen van almaar nieuwe aanvragen, vorderingsverslagen en rapporten allerhande. Als het project door de jaren heen overeind bleef,  is dat voor een groot deel te danken aan de inspanningen van Hugo Ryckeboer.  Schrander als hij was, begreep hij goed hoe je in dit land tewerk moet gaan om deuren te openen. Op diplomatische wijze wist hij via het informele circuit de juiste mensen te benaderen om de zaak van de Vlaamse dialectlexicografie aan te kaarten en te bepleiten bij potentiële kredietverstrekkers. Meermaals met succes: één van de grootste bedragen ooit verworven, verstrekt door de Vlaamse overheid, dankt het WVD aan Hugo’s strategische netwerking. 

Toch is het WVD in de beoogde vorm – gedrukte afleveringen – nooit voltooid. Enige tijd na Hugo’s pensionering waren alle financieringsbronnen voor publicaties op papier opgedroogd. Een grote hoeveelheid enquête- en archiefgegevens zit opgeslagen in de WVD-databases. Een selectie daarvan is opgenomen in het e-WVDeen in 2018 gelanceerd online databestand met 125.000 dialectwoorden voor bijna 10.000 begrippen.  Geld voor digitale producten kwam wel nog ter beschikking. Sinds 2016 loopt er aan de UGent een digitaliseringsproject, gefinancierd door het Herculesfonds van het FWO-Vlaanderen en door de Nederlandse taalunie, om – conform de Rewo-doelstelling –  een ruime selectie van lemma’s uit de drie systematische woordenboeken van het zuidelijke Nederlands aan elkaar te koppelen en op het internet beschikbaar te stellen voor wetenschap en publiek. Het project, met Jacques Van Keymeulen als promotor, nadert zijn voltooiing. 

Naast WVD-afleveringen schreef Hugo Ryckeboer een groot aantal wetenschappelijke en enkele populariserende artikelen op het domein van dialectologie, historische taalkunde, taalsociologie en taalbeleid. Hij publiceerde geregeld in Taal en Tongval, het Vlaams-Nederlandse tijdschrift voor taalvariatie, waarvan hij gedurende vijf jaar (1889-2003) redactiesecretaris was. In dat blad verscheen in 1973 zijn eerste bijdrage, over de ontwikkeling van de Westgermaanse lange oe [û], de voorloper van de Nederlandse ui, waarmee hij naam maakte in het vakgebied.

Een groot deel van Ryckeboers wetenschappelijke activiteiten en productie heeft betrekking op Frans-Vlaanderen. Dat deze zuidwestelijke uithoek van het historische Nederlandse taalgebied zijn voorkeur zou wegdragen, laat zich verklaren door zijn Izenbergse roots. Van kindsbeen af was hij vertrouwd met de overkant. De rijksgrens was voor de autochtonen nauwelijks een barrière, en al zeker geen taalbarrière: in Hugo’s jeugd kon je er nog vrij goed met je West-Vlaams terecht. Alleen klinkt de taal van de overkant wat ouderwetser, en hoe verder je westwaarts gaat naar de taalgrens toe, hoe archaïscher. Op de rechteroever van de Aa, de rivier die over een lange afstand gelijk loopt met de taalgrens, hoor je een dialect dat sterk aan het Middelnederlands doet denken. Dat Frans-Vlaams was in Hugo’s jonge jaren al behoorlijk op zijn retour, het diende dringend te worden opgetekend wilde men het niet voor het nageslacht verloren laten gaan. Hugo Ryckeboer heeft een stevige bijdrage geleverd aan die archivering. Daarin was hij voorgegaan door de Gentse dialectologen Willem Pée, die in de jaren 1930 het gebied op de motor had doorkruist om de 147 zinnen van de RND op te vragen in alle Frans-Vlaamse dorpen en steden (zie de website Dialectzinnen), en Frits Vanacker, die in al die plaatsen vrije gesprekken registreerde met autochtone dialectsprekers. Die verzamelingen brachten voornamelijk de fonologie en de syntaxis in kaart, de woordenschat bleef nog goeddeels onontgonnen terrein. Met zijn vele enquêtes voor het WVD, vooral naar de landbouwwoordenschat, heeft Hugo Ryckeboer fors bijgedragen aan de opvulling van die leemte. Later werkte hij overigens ook nog mee aan het voortreffelijke Woordenboek van het Frans-Vlaams. Dictionnaire du flamand de France van Cyriel Moeyaert (Davidsfonds, 2005).  

Tot Ryckeboers expertisedomein behoren nog heel wat andere aspecten van het Nederlands en het Vlaams in Noord-Frankrijk. In zijn boekje Frans-Vlaanderen in de reeks Taal in stad en land beschrijft hij de grammatica en de externe geschiedenis van de Frans-Vlaamse streektaal en gaat hij dieper in op sociolinguïstische en contactlinguïstische kwesties. Over die onderwerpen gaf hij ook geregeld lezingen en publiceerde hij artikelen in o.m. Taal en Tongval en in het jaarboek De Franse Nederlanden (nu De Lage Landen). Een aantal daarvan bundelde hij tot het proefschrift Het Nederlands in Noord-Frankrijk: sociolinguïstische, dialectologische en contactlinguïstische aspecten, waarop hij in 1997 cum laude promoveerde hij aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. 

Hugo Ryckeboer was erg begaan met het onderwijs Nederlands in het noorden van Frankrijk. Terwijl hij plaatselijke initiatieven om lessen te organiseren in en over het Frans-Vlaamse dialect niet ongenegen was, stond hij erg kritisch tegenover taalminnende kringen die dat dialect als schoolvak geïntroduceerd wilden zien, in de hoop op die manier de oude streektaal nieuw leven in te blazen. Een weinig realistische optie, nu er al drie generaties Frans-Vlamingen zijn opgegroeid met enkel het Frans als thuis- en onderwijstaal.  Wat op school moet worden aangeleerd, zo betoogde hij, is de Nederlandse standaardtaal. In die lessen kan de leerlingen worden bijgebracht dat het zonderlinge patois van hun (over)grootouders historisch aansluit bij een waaier van regionale taalvariëteiten, die in Vlaanderen en Nederland overkoepeld worden door een cultuurtaal, maar in Frankrijk niet. Algemeen Nederlands leren verbreedt niet enkel de culturele bagage van de Jongeren, maar levert hun ook een voordeel op als ze later aan de slag willen gaan in instellingen of bedrijven die samenwerken binnen de tweetalige Eurometropool Rijsel-Kortrijk-Doornik. Zelf doceerde Hugo Ryckeboer acht jaar lang (1976-1984) Nederlands aan de universiteit van Rijsel. Zo droeg hij zijn steentje bij aan de vorming van leraars Nederlands voor het middelbaar onderwijs. Een tijdlang was hij co-voorzitter van de Coördination Universitaire pour l’étude de la culture et langue flamande en France (C.U.E.F.).

Er was echter niet enkel het onderwijs. Hugo Ryckeboer was ook een groot pleitbezorger van de wetenschappelijke studie van het Nederlands in Noord-Frankrijk. In de plaatselijke archieven en in het departementele archief te Rijsel liggen nog talloze documenten onder het stof, die kostbare gegevens bevatten voor onderzoek over de taal en van de evolutie in het gebruik van het Nederlands in Frankrijk. Voor de ontsluiting en de studie daarvan had hij graag samenwerkingsverbanden zien ontstaan tussen de universiteiten van het Noorderdepartement – Rijsel en Duinkerke – en de Vlaamse, voornamelijk die van Gent. Ondanks alle geleverde inspanningen kwam er tot Hugo’s frustratie geen schot in deze zaak. Het valt te betwijfelen of dit onderzoek ooit nog zal plaatsvinden, nu de grootste expert terzake er niet meer is en bovendien de historische taalkunde alsook de dialectologie aan onze kant van de grens van de universitaire curicula zijn verdwenen en ook “geen prioriteit” vormen in de toekenning van onderzoeksfondsen.
In 2000 ging Hugo Ryckeboer met pensioen. Bij die gelegenheid kreeg hij een hulde-album aangeboden, met 59 artikelen van vrienden en vakgenoten uit Nederland, België en Frankrijk. De bundel kreeg van de samenstellers – drie anciens van het WVD – de toepasselijke titel Nochtans was scherp van zin, een vers van Gezelle uit het gedicht Boerke Naas, dat elke West-Vlaming van een zekere leeftijd minstens gedeeltelijk uit het hoofd kan citeren, met name de passage waarin Boerke Naas voorzorgen neemt om de opbrengst van zijn twee verkochte runderen te beschermen tegen overvallers:

Boer Naas, die maar een boer en was
Nochtans was scherp van zin.
Hij ging en kocht een zevenschot
en stak daar kogels in.

Het tekent Hugo, “den boer”, de man die met een gezonde dosis boerenslimheid de nodige fondsen wist te verzamelen voor het project dat hem zo na aan het hart lag. 

Hij is na zijn pensionering nog actief gebleven, behalve als vrijwillig medewerker aan het WVD en redactiesecretaris voor Vlaanderen van Taal en Tongval ook nog als co-voorzitter van de C.U.E.F. en lid van de wetenschappelijke stuurgroep van Flandre Documentation/Vlaanderen Documentatie, Dunkerque – Kortrijk. Hij was actief lid van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie, en voorts nog van de Zuid-Nederlandse Maatschappij voor Taal- en Letterkunde en Geschiedenis, en van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

In oktober 2014 overleed zijn vrouw Agnes Devrieze, een klap die hij eigenlijk nooit meer echt te boven is gekomen. Zijn gezondheid ging achteruit, zijn gezellige huis aan de Leie te Sint-Denijs-Westrem moest hij verruilen voor een zorgflat in Oudenaarde. Daar woonde hij dicht bij zijn kinderen, Wouter en Sofie.

Hugo’s overlijden zorgt voor verslagenheid bij de velen die hem gekend hebben als een goede collega, een trouwe vriend, een innemend man. Frans-Vlaanderen en het Frans-Vlaams zijn een belangrijke kenner en pleitbezorger armer.

Magda Devos

Bron: Neerlandistiek


Mijn medestudent

Van 1955 tot 1959 was Hugo Ryckeboer mijn medestudent in de Germaanse Filologie aan de Rijksuniversiteit Gent. Ook ik betreur zijn heengaan.

Ghislain Duchâteau

Omhoog


In Memoriam Filip Droste 1928-2020

Dirk Geeraerts - 19 juni 2020

 
“Op 13 juni 2020, enkele weken voor zijn 92e verjaardag, overleed Flip Droste, taalkundige, essayist, romancier. Flip (officieel Frederik Gerrit) Droste werd geboren in Arnhem op 4 juli 1928. Hij studeerde Nederlands in Nijmegen, en promoveerde daar in 1956 met het proefschrift Moeten. Een structureel-semantische studie. In 1968 – hij was toen docent aan de Europese School in Mol – werd hij hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven, een positie die hij tot zijn emeritaat in 1993 bekleedde, en vanwaaruit hij op een belangrijke manier bijdroeg tot de verspreiding van de poststructuralistische taaltheorieën in het taalonderzoek in Vlaanderen.”


Zo samenvattend begint de tekst van prof. dr. D. Geeraerts van de KULeuven, collega van de betreurde overledene.
Verder schetst de auteur de hele academische carrière en daarbuiten van Flip Droste voor taalkundig belangstellende lezers. Wij krijgen daarbij een volledig overzicht van de belangrijkste publicaties van de overledene te lezen. Zelf vind ik de tekst buitengewoon knap geschreven en ik durf de lectuur ervan dan ook warm aanbevelen.

Lees het hele In Memoriam in Neerlandistiek

Omhoog


In memoriam Dick Springorum (5 mei 1941 – 12 maart 2020)

door Ad Foolen (in samenspraak met Joep Jaspers en Theo Janssen)

 
Hoogleraar bij de Letterenfaculteit Universiteit van Nijmegen

Afgelopen november kregen vrienden en bevriende ex-collega’s van Dick Springorum een uitnodiging voor een bijeenkomst op zondagmiddag 15 december in Grand Café Sterrebosch in Wijchen. Dick wilde met ons terugblikken op zijn leven, waarvan hij wist dat het niet meer lang zou duren. Hij had te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek was en ervoor gekozen om nog kwaliteit van leven te hebben in plaats van een moeilijk medisch traject aan te gaan.

Typisch Dick: ons nog één keer in een communicatieve situatie brengen waarmee we niet vertrouwd waren. Wat zeg je bij zo’n gelegenheid? Breng je een cadeautje mee? Met Dick en zijn vrouw Ger, kinderen Rudolf en Maaike en kleinkinderen en met elkaar hebben we bijgepraat, teruggeblikt, bedankt. Maar vooral ook hebben we geboeid geluisterd naar het ‘afscheidscollege’ van Dick. Hij vertelde over zijn jeugd in Castricum, zijn middelbareschooltijd op het Dominicuscollege in Nijmegen, zijn jaren daarna op het seminarie op weg om priester te worden. Maar in 1963 verlegde hij z’n koers en ging in Nijmegen Nederlands studeren. Kandidaats (‘bachelor’) in 1966, doctoraal (‘master’) Algemene Taalwetenschap in 1969. Na een jaar leraarschap op de middelbare school werd hij in maart 1970 aangesteld als wetenschappelijk medewerker taalkunde bij Nederlands.

Met de inhoud van zijn werk wilde Dick zijn gasten op die zondagmiddag niet vermoeien. Wel vertelde hij over zijn vervroegd pensioen in 2002, mede vervroegd door een zware operatie die hij had moeten ondergaan. En over de mooie jaren daarna, in hun huis in Overasselt, later in hun appartement in Wijchen, en regelmatig in hun vaste vakantiehuisje op Texel. Maar Neerlandistiek is wel de plek om wat meer te vertellen over Dicks jaren bij de Nijmeegse Letterenfaculteit.

Lees verder

Bron: Neerlandistiek 16 april 2020


Omhoog


Postuum: Mischa de Vreede + 12 mei 2020

Arjan Peters

 

Mischa de Vreede (1936-2020): de schrijver en dichter die te vroeg werd opgetild uit de tuin van haar jeugd

Na een langdurige ziekte is schrijver en dichter Mischa de Vreede afgelopen dinsdag overleden, 83 jaar oud.

Domineesdochter Mischa de Vreede, als Henny de Vreede geboren in voormalig Nederlands-Indië, noemde zich door de oorlog ‘te vroeg opgetild uit de tuin van mijn jeugd’. Ze werd in 1942 met haar moeder en broers ruim drie jaar geïnterneerd in een jappenkamp op Sumatra. In 1946 kwamen ze naar Nederland. Over die vroegste periode zou ze haar leven lang blijven schrijven, van Kind in kamp (1961) tot en met de dichtbundel Zeestenen (2001) …

Nadat ze haar voornaam in Mischa had veranderd, debuteerde ze met de dichtbundel Met huid en hand (1959), de opmaat tot een oeuvre dat bestond uit poëzie, kinderboeken, romans (Onze eeuwige honger, 1973), verhalen (Een warme man voor de winter, 1992) en vertalingen, van Saul Bellow (Herzog) en Jerzy Kosinski (De geverfde vogel).

Ze trouwde en scheidde twee keer, en kreeg twee kinderen. In 1977 verscheen de sleutelroman Eindelijk mezelf, waarin beeldend kunstenares Agaath de Goede (33) wordt verleid door André Dobbelman, twintig jaar ouder en een groot man uit de kunstwereld.  …

Lees verder in De Volkskrant

Nog over Mischa de Vreede in

TZUM, Het Parool, NRC

Omhoog

De recente berichten op de Facebookpagina van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik op >
LEES DE BERICHTEN
of hieronder:

 
 


NDN-Facebookpagina


We vestigen de aandacht op de recente interessante artikelen op de Facebookpagina van het NDN. Het gaat hier om 10 berichten vanaf 4 juli tot 13 juli 2020. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Vanaf 8 februari 2018 hebben we een nieuwe pagina gecreëerd 'Netwerk Didactiek Nederlands-2'
.
U bereikt ze ook via @netdidned.be.





  • 13 juli 2020

    OOK VAN EEN TOEKOMSTIG INGENIEUR, JURIST OF ARTS MAG JE CORRECT NEDERLANDS VERWACHTEN

    Opinietekst in De Morgen – 10 juli 2020
    Leni Franken, dr. Wijsbegeerte (UAntwerpen). François Levrau, dr. Sociale Wetenschappen (UAntwerpen)

    Lees de hele tekst op Facebook

  • 11 juli 2020

    JEROEN

    Jeroen Zuallaert
    Ut vivat, crescat et floreat Hieronymus.…

    Meer weergeven


  • 10 juli 2020

    ZIN IN ZANG – FEEST VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP 2020

    Voor het Feest van de Vlaamse Gemeenschap maakte Zin In Zang uit Bilzen een video.
    KIJK, LEES, LUISTER, GENIET … neem er je tijd voor
    Voel je bewust Vlaming samen met alle andere Vlamingen
    op onze jaarlijkse Vlaamse feestdag – 11 juli ook dit jaar.

    https://vimeo.com/433680317


  • 10 juli 2020

    DE ONACHTZAAMHEID VOOR HET NEDERLANDS IN NEDERLAND

    JAMAL OUARIACHI

    NEDERLANDS

    Lees


  • 9 juli 2020

    WAT HOOGLERAAR LETTERKUNDE YVES T’SJOEN UNIVERSITEIT GENT ALLEMAAL DOET, NOG WIL DOEN EN NIET HEEFT WILLEN DOEN

    "Vanuit mijn universitaire biotoop" ‒ Alwyn Roux in gesprek met Yves T’Sjoen
    NeerlandiNet 2020-07-08

    Alwyn Roux stelt de vragen in het Afrikaans, Yves T’Sjoen geeft de antwoorden in het Nederlands
    Citaat uit het interview

    “Ik zal uiteraard graag samenwerken met de Taalunie, zoals de afgelopen jaren, ook nauwlettend toezien, maar ik wil als academicus nog zoveel realiseren en de tijd is zo kort. Dat kan beter vanuit mijn universitaire biotoop dan als bemiddelaar op een hoge stoel in Den Haag ... De Taalunie kan voor enkele van die projecten zonder twijfel iets betekenen. Ik zal wanneer nodig aan de deur kloppen.”

    In LitNet


  • 9 juli 2020

    UPDATE CURRICULUM.NU - NEDERLAND

    Nieuwsbrief 9 juli 2020

    Op 10 oktober 2019 overhandigden de negen ontwikkelteams van Curriculum.nu hun voorstellen voor de herziening van het curriculum aan minister Slob. In maart en juni heeft de Tweede Kamer deze voorstellen besproken en zich uitgesproken over de volgende fase: de vertaling naar kerndoelen en eindtermen. Het ministerie heeft SLO opdracht gegeven om met het vervolgtraject aan de slag te gaan. Na de zomer volgt meer duidelijkheid over de uitwerking. In deze nieuwsbrief geven we alvast een korte update.
    Wat zijn nu de vervolgstappen?

    Curriculum.nu

  • 8 juli 2020

    NAGRAADSE STUDIEGROEP VIR AFRIKAANS EN NEDERLANDS (NSAN)

    Alwyn Roux - 8 juli 2020

    Nerina Bosman en Wannie Carstens (2020) skryf in Tussen geleentheid en uitdaging. Die Nederlandistiek in Suid-Afrika wat in De Lage Landen in Februarie verskyn het dat “daar steeds ʼn gesonde belangstelling in die bestudering van Nederlands as akademiese terrein” in Suid-Afrika bestaan; dit blyk veral uit “nagraadse skripsies, verhandelinge, en proefskrifte van studente”, asook die publikasies …

    Meer weergeven

    In Neerlandistiek



  • 6 juli 2020

    HENKERIGE HENK ALS ELCKERLIJC

    Recensie Uit het leven van een hond van Sander Kollaard – Libris Literatuurprijs 2020
    Marie-José Klaver

    Henk van Doorn uit Uit het leven van een hond van Sander Kollaard is een doodgewone man die houdt van kaas, karnemelk, zijn rust, zijn hond, zijn werk en penetreren. Misschien is Henk wel het monument voor de gewone witte man waar Arjen van Veelen zo naar verlangt. Alleen is Kollaards Henk nog lang niet dood. …

    In Neerlandistiek


  • 4 juli 2020

    GEDENKGELEENTHEID ELSA JOUBERT

    Elsa Steytler – Elsa Joubert (9 Oktober 1922-14 Junie 2020)

    Rechtstreeks van Welgemeend bij Kaapstad

    Met liefde en waardering neem ons afskeid van ’n merkwaardige vrou,
    Geliefde ma, ouma, oumagrootjie en vriendin
    Reisiger, denker, skrywer
    Die Elsa Joubert - gedenkgeleentheid is beskikbaar by die volgende skakel: https://www.youtube.com/watch?v=2iS7T9ZYTSg&feature=youtu.be – 1 u 44 m 35 sec.

    Dankie vir 'n onvergeetlike aanlyn-gedenkgeleentheid wat plaasgevind het op Saterdag, 4 Julie 2020, om 15:00.

  • 4 juli 2020

    VERGETEN KENNIS

    4 juli 2020 - Redactie Neerlandistiek
    Jan de Putter
    Reinhart Fuchs als het achterdoek van Van den vos Reynaerde

    ‘Het proefschrift Reinaert en Renart van André Bouwman is door zijn acribie, beheersing van de literatuur en de genuanceerde afweging van alle mogelijke interpretaties een monument dat het werk van alle grote voorgangers als Lulofs, Muller en Buitenrust Hettema in de schaduw stelt.  …


    In Neerlandistiek



 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert, bestuurslid
  • Tamara Bollaert, bestuurslid
  • Jan Lecocq, bestuurslid
  • Kathleen Leemans, bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2020.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be