Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
31-2, december 2018 | januari-februari 2019
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




 
Redactioneel
DIVA-prijs NDN
Contributie NDN 2019
Int. Neerlandistiek - themanummer Onderwijsonderzoek
Nieuwsupdate Nederlands - Gerdineke van Silfhout
Het profielwerkstuk
Stijlvergelijking krantentaal 1918-2018
'Nederlands helder en correct' - Peter Debrabandere
Eerbetoon aan W. Drop
Anton van Wilderode herdacht in 2018
Judith Herzberg Prijs der Nederlandse Letteren
Het eerste woord - gedicht van Stefan Hertmans uit Onder een koperen hemel
Het tijdschrift Onze Taal en de verengelsing
De nieuwe eindtermen: het pad naar de toekomst?
De vijf armen van gezamenlijke taalpraktijk
'Werken aan taalvaardigheid leidt tot betere kansen'
Interview met An De Moor
Over 'Taal voor de leuk' van Paulien Cornelisse
Over het belang van neerlandistiek
Wat verraadt jouw taal over jou? Univ. Vlaanderen - Rik Vosters
Meertaligheid in beeld - voor baisschoolleerlingen
D-t-fouten en onze perceptie van taal
Het Taalmuseum - een grondige kennismaking
Onderwijsonderzoek: Taalstimulerende maatregelen in de praktijk (2016-2020)
Taalsensibilisering in het basisonderwijs (uit het VLOR-rapport)
Noam Chomsky 90
De top-tien favoriete boeken van Chomsky
 
Recent op de NDN-Facebookpagina
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
NDN-Nieuws 31-1
 
NDN-Nieuws 30-4
 
NDN-Nieuws 30-3
 
NDN-Nieuws 30-2
 
NDN-Nieuws 30-1
 
• NDN-Nieuws 29-4
 
NDN-Nieuws 29-3
 
NDN-Nieuws 29-2
 
NDN-Nieuws 29-1
 
• NDN-Nieuws 28-4
 
NDN-Nieuws 28-3
 
NDN-Nieuws 28-2
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
 
 
 
Redactioneel
 

Lectori salutem


Beste collega’s-Leden van NDN en didactici Nederlands in Vlaanderen en Nederland


Net nu de Kerstvakantie begint en iedereen weer een goed aantal dagen vrij is, kan feesten, kan rusten, kan … lezen, bezorgen we u de tweede editie van de jaargang 31 van de NDN-Nieuwsbrief.

En zo krijgt u het NDN-Nieuws 31-2 te lezen.

Voorop stellen we het prioritaire nieuws: de DIVA-prijs – echt nieuws, echt nieuw. DIVA staat voor “didactisch-vaardig”. De NDN-prijs is een initiatief van NDN-voorzitter José Vandekerckhove. Hij wil ook de studenten die Nederlands studeren aan een professionele bachelor in Vlaanderen en in Nederland nog nauwer betrekken bij wat het NDN en ook de Nederlandse Taalunie aan praktisch gerichte informatie voor het werkveld Nederlands in de scholen te bieden hebben. Samen met Steven Vanhooren, beleidsmedewerker van de Nederlandse Taalunie, werd het concept gecreëerd zoals u dat in het eerste document van deze nieuwsbrief kunt lezen. Het bestuur van NDN is dat concept meteen met enthousiasme bijgetreden en wij hopen dat er ruime aandacht voor ontstaat bij de lerarenopleiders Nederlands in de hogescholen in Nederland en Vlaanderen. Van hen mogen we zeker verwachten dat ze deze didactisch georiënteerde prijs warm zullen aanbevelen aan hun studenten 2e en 3e jaars.

Die kunnen de websites van de Nederlandse Taalunie en van het Netwerk Didactiek Nederlands uitpluizen voor hun participatie aan de prijs. Zowel Taalunieversum als de NDN-website bieden heel veel informatie die nuttig kan worden ingezet voor het ontwerpen van lessen Nederlands.

Zo staat op de NDN-site een hele sectie Bint met rubrieken voor de vaardigheden, de taalbeschouwing en de literatuur waar ze zeker praktisch gerichte informatie kunnen vinden.

Op de pagina NDN-Nieuwsbrief van de NDN-site vinden ze de edities vanaf 2010 tot nu. Het overlopen daarvan kan hen ook inspireren voor de keuze van een lesonderwerp. Zo is bijvoorbeeld de Nieuwsupdate Nederlands van Gerdineke van Silfhout in deze editie beslist het exploreren waard.

Even verder rekenen we op de trouw van de leden van het NDN om hun contributie voor 2019 -liefst meteen - over te maken. Ook andere belangstellenden uit Vlaanderen en uit Nederland kunnen via de informatie van ons tweede document als leden tot het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) toetreden. Zij zijn heel welkom.

Daarnaast biedt deze nieuwsbrief nog meer dan twintig artikelen met onderwerpen die onze ruim 450 bestemmelingen uit het Nederlandse taalgebied kunnen interesseren of waarvoor wij met de editie hun belangstelling kunnen opwekken. Persoonlijkheden die ons kunnen intrigeren binnen ons referentiekader zetten we in het zonnetje: zo is er Wim Drop die we eren, we herdenken Anton van Wilderode, we honoreren de prijs der Nederlandse letteren in de figuur van Judith Herzberg. Stefan Hertmans’ nieuwe dichtbundel stellen met één gedicht voor en met verwijzing naar een recensie over die publicatie. Noam Chomsky, die negentig werd, blijft ons boeien en we verwijzen naar zijn artikelen en zijn boeken.

Daarnaast zijn er reflectieve artikelen rond onderwijsonderzoek, taalsensibilisering in het basisonderwijs, de Nederlands verdringende verengelsing in het hoger onderwijs, de nieuwe eindtermen Nederlands voor het eerste jaar secundair onderwijs in Vlaanderen, taalvaardigheid en nog meer. Hier ook verwijzen talrijke koppelingen naar onderliggende informatie.

Twee nieuwe boekpublicaties stellen we voor. Aandacht is er voor ‘Taal voor de leuk’ van Paulien Cornelisse en voor ‘Nederlands helder en correct’ van Peter Debrabandere. Het ene is prettig om te lezen, het andere is nuttig voor de taalzorg die we zeker in het onderwijs Nederlands en in de andere vakken permanent aan de orde kunnen stellen.

Alle thema’s van de 25 artikelen van deze editie kunt u alvast overlopen in het menu in de linker kolom. Een klik op het titeltje voert u meteen naar het gekozen artikel.

Wij rekenen op heel wat belangstelling van u allen, beste lezers.

Daarbij wensen we u allen in deze laatste weken van dit jaar en in de eerste weken van het komende jaar veel feestvreugde met veel wensen en veel intenties voor een gelukkig nieuwjaar 2019.

U kunt ons bereiken op info@netdidned.be


Ghislain Duchâteau – vicevoorzitter en redacteur NDN

namens het hele NDN-bestuur.


 


DIVA-prijs - Didactisch Vaardig - organisatie Netwerk Didactiek Nederlands

 

DIVA-prijs
Didactisch Vaardig


Een organisatie van
Netwerk Didactiek Nederland
s


Beste lerarenopleider,
Het vak Nederlands staat onder druk. In Vlaanderen wordt zelfs ongegeneerd aan het urenpakket Nederlands in het secundair onderwijs geknabbeld. Met de steun van de Nederlandse Taalunie heeft het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) daarom een nieuwe prijs in het leven geroepen: de DIVA-prijs.

“Meer kwaliteit ter compensatie van minder kwantiteit’ zouden we, uitgaande van de Vlaamse strapatsen, durven stellen. U leest alle info hieronder. De wedstrijd staat open voor studenten aan Vlaamse en Nederlandse lerarenopleidingen Nederlands.

Schiet dus uit uw slof, breng dit nieuwe initiatief onder de aandacht van uw studenten en verover meteen een plaats in ons hart.


DIVA-prijs
Didactisch Vaardig

Een organisatie van



Artikel 1 - Doelstelling

De DIVA-prijs is ingesteld door het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) en wordt uitgereikt aan voorlaatste- of laatstejaars bachelorstudenten of aan masterstudenten Nederlands uit Vlaanderen of Nederland die lesmateriaal ontworpen hebben dat voldoet aan de in artikel 4 vermelde voorwaarden en dat door een professionele jury als beste wordt beoordeeld.
Met de DIVA-prijs wil NDN enerzijds de didactische vaardigheden bij bachelor- en masterstudenten Nederlands een stimulans geven en anderzijds de didactische bruikbaarheid van de content op de NDN-website onder de aandacht van de studenten Nederlands brengen.


Artikel 2 – De prijs

NDN voorziet drie prijzen:

  • de eerste prijs, de DIVA-prijs: gratis deelname aan de hsn-conferentie 2019 (inschrijvingsgeld + 1 overnachting) + 150 euro
  • de tweede prijs: een NTU-taalpakket + 100 euro
  • de derde prijs: een NTU-taalpakket + 50 euro

Artikel 3 - Doelgroep

De wedstrijd is bedoeld voor voorlaatste- en laatstejaars bachelorstudenten en masterstudenten Nederlands uit Vlaanderen of Nederland.


Artikel 4 – Onderwerpen

De deelnemer ontwerpt een les Nederlands van één of twee lesuren.
De les is bestemd voor leerlingen in de eerste en/of tweede graad van het secundair onderwijs (Vlaanderen) of in de onderbouw en/of het eerste jaar van de bovenbouw van het voortgezet onderwijs (Nederland).


De les is gebaseerd op materiaal te vinden op de website van

            NDN www.netdidned.be.

            of van de Nederlandse Taalunie www.taalunieversum.org.

Dat materiaal wordt op een duidelijk aantoonbare wijze in de les geïntegreerd.
In de les wordt de ontwikkeling van taalcompetentie nagestreefd zoals omschreven in de publicatie Iedereen Taalcompetent van de NTU.
De les wordt effectief tijdens de lesstage gegeven.


Artikel 5 – Criteria

Het lesontwerp wordt beoordeeld op:
  • originaliteit
  • creativiteit
  • innovativiteit

Artikel 6 – Jury

Uit de inzendingen selecteert een commissie bestaande uit 5 juryleden de prijswinnaars.



Artikel 7 – Inzendingen

De onderstaande documenten worden ten laatste tegen 30 april 2019 digitaal doorgestuurd aan ndn@gmail.com:

- de uitgewerkte lesvoorbereiding met vermelding van de doelstellingen,
- een begeleidend document waarin aangetoond wordt dat de doelstellingen verwezenlijkt werden,
- een bondige toelichting bij de materiaalkeuze uit de NDN- of NTU-website,
- een begeleidende lesevaluatie van de stagebegeleider/stagementor,
- de personalia van de deelnemer.


Artikel 8 - Auteursrechten

Deelname aan de schrijfwedstrijd impliceert dat de deelnemer het recht geeft aan NDN om het lesontwerp op te nemen in een gedrukte/digitale publicatie.


Artikel 9 – Reglement

NDN behoudt zich het recht voor het reglement te wijzigen.

 


Contributie Netwerk Didactiek Nederlands
Vernieuwing voor het werkjaar 2019 of toetreding als nieuw lid NDN
 


Netwerk Didactiek Nederlands stevent samen met u allen af op het jaar 2019.
Vanzelfsprekend zet onze vzw haar werkzaamheden ter bevordering van het onderwijs Nederlands met onverdroten ijver verder in het komende jaar.

- Dat betekent dat wij weer minimum twee didactische bijeenkomsten organiseren in 2019.

- Dat houdt in dat wij verder werken aan de goed gestoffeerde website van het Netwerk met zoveel mogelijk zinvolle bijdragen over didactiek Nederlands, taalkunde en literatuur.

- Dat impliceert eveneens de nieuwe DIVA-prijs van het Netwerk voor studenten Nederlands van de lerarenopleidingen in Vlaanderen en in Nederland.

- Dat omvat dat wij u verder vergasten op onze uitvoerige nieuwsbrieven die u op de hoogte houden van nuttig en interessant nieuws van het ruime werkveld voornamelijk vanuit het hoger onderwijs in Vlaanderen en Nederland.

Wie wil en wie de tijd ervoor wil uittrekken kan in interactie en informatief ruim zijn voordeel halen uit onze activiteiten voor zijn didactisch referentiekader en voor de praktijk van zijn eigen onderzoek of onderwijs.

Er zijn redenen genoeg om direct voeling te houden met het werk van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) door uw lidmaatschap voor het werkjaar 2019 te hernieuwen of ook door toe te treden tot de vereniging.

De contributie voor 2019 blijft onveranderd voor wie ons een financieel duwtje wil geven op 25 euro voor steunend lidmaatschap en op 20 euro voor het gewone lidmaatschap.

Wilt u die overschrijven op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB
van NDN, Wilrijk?


Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.

Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.


Het lidmaatschap is voorbehouden aan docenten uit de lerarenopleidingen van universiteiten en hogescholen, pedagogische begeleiders, aan mentoren Nederlands, aan schoolboekenauteurs, aan onderzoekers binnen de domeinen van het leervak Nederlands ...

Zowel Vlaamse als Nederlandse didactici NEDERLANDS zijn heel welkom.

Wilt u toetreden als nieuw lid van het NDN, schrijf dan uw contributie over op de hierboven vermelde rekening en bezorg ons uw naam en adres, uw  e-mailadres met de vermelding van uw werkplek en uw beroepsactiviteit . Wij zorgen er dan voor dat u er ook bij hoort.

Ons e-postadres: info@netdidned.be


José Vandekerckhove, voorzitter

Ghislain Duchâteau, vice-voorzitter en penningmeester


 
Omhoog ^


Pas verschenen: Internationale Neerlandistiek nummer 3 – themanummer Onderwijsonderzoek

 

11 december 2018 - Nieuws

Internationale Neerlandistiek 2018, Vol. 56, No. 3 is verschenen. De inleiding is geschreven door Annika Johansson: 'Onderzoek naar onderwijs in vreemde, tweede en derde talen, en de implicaties voor de didactiek.’ In dit nummer artikelen van Jan H. Hulstijn, Wander Lowie, Maxy Pak-Piard en Sjaak Kroon, Veronika Wenzel, Annika Johansson en Rogier Nieuweboer. Boekbesprekingen door Chris de Wulf en Arne Dhondt. 

'Onderzoek naar onderwijs in vreemde, tweede en derde talen, en de implicaties voor de didactiek.’

Annika Johansson

universitair docent Nederlands aan
de Universiteit van Stockhlom, Zweden

Annika Johansson schreef dit inleidend artikel (pp. 181-188) tot dit themanummer van het tijdschrift Internationale Neerlandistiek rond dat onderwijsonderzoek over Nederlandse taalverwerving en de didactische ideeën die daaruit voortvloeien als leidraad voor de artikelen in deze tijdschrifteditie die rechtstreeks betrekking hebben op dat thema. Bij dat onderzoek wordt gebruik gemaakt van de begrippen vreemde taal, tweede en derde taal. Bij een eentalige leerder is dan de doeltaal een vreemde taal buiten de aanwezigheid van de taalomgeving waarin ze normaal gesproken wordt, bij een tweetalige leerder is dat niet het geval. De setting van het leren gebeurt in een omgeving waarin de doeltaal dominant is. Bij het leren van een derde of een volgende taal wordt gebruik gemaakt van de eerdere ervaring van het taalverwervingsproces bij het leren van een of meer vorige talen.

Ideeën bij het artikel ‘Honderd jaar theorie en onderzoek van tweedetaalverwerving – Afgedankte inzichten en nog onopgeloste raadsels’ van Jan H. Hulstijn (p. 183)

Hulstijn onderscheidt drie hoofdperiodes van linguïstisch theorievormen over en didactiek van taalverwerving: 1920-1960 de behavioristische school, 1960-1990 met cognitiepsychologie als invloed op de taalkunde en 1990 tot nu waarbij Construction Grammer en Usage-based linguistiscs leidraad zijn voor onderzoek naar taalverwerving. Die laatste geeft de beste verklaring voor hoe een taal wordt verworven. In die theorie wordt verondersteld dat er geen scheiding is tussen grammatica en woordenschat in die zin dat het taalsysteem uit netwerken bestaat waarbij elk element met elk ander element op dynamische wijze in verband staat. Daardoor gebeurt leren van een taal door het impliciet verwerven van abstracte patronen via frequente combinaties van woorden. Didactisch impliceert dat het leren van groepen van veel samen voorkomende woorden om de scheiding van woordenschat en grammatica te voorkomen en een training van versta-vaardigheid met veel tijdsbesteding van de leerder aan luisteroefeningen beschikbaar via internet of andere computerprogramma’s.

Ideeën bij het artikel ‘Je ziet het pas als je het doorhebt – Het dynamische proces van tweedetaalverwerving’ van Wander Lowie (pp. 183-184)


Lowie’s artikel sluit bij Hulstijns bijdrage aan. Verwerving van een tweede taal is een impliciet leerproces en er is geen empirisch bewijs dat expliciete instructie over taalregels een lineair en causaal verband vertoont met het taalverwervingsproces. Drie invloedrijke ideeën over tweedetaalverwerving komen aan de orde. De eerste idee is de invloed van de moedertaal op de verwerving van de tweede taal. Het verband tussen beide is veel complexer dan de theorie van de Contrastieve Analyse Hypothese van Lado (1957) laat vermoeden. De tweede idee is dat de focus ligt op grammatica of behaviorisme waarbij herhaling en inslijten van grammaticale patronen worden bevorderd. Moedertaal bestaat vooral uit impliciete kennis en de tweede taal heeft een basis van expliciete kennis. Het doel is dat de impliciete kennis, d.w.z. natuurlijke en automatische taal, bij de tweede taal toeneemt. Lowie betwijfelt of expliciete instructies over taal impliciete taalvaardigheid realiseren.  De derde idee stelt de verwervingsvolgorde van taalelementen aan de orde in verband met Universele Grammatica (UG). Diens uitgangspunt is dat taalverwerving aangeboren is en een vooraf vastgelegde volgorde volgt. Lowie bekritiseert die theorie door te verwijzen naar longitudinaal onderzoek waaruit blijkt dat die lineaire ontwikkeling niet bevestigd wordt. Uit andere longitudinale studies blijkt dat het ontwikkelingspatroon bij taalverwerving sterk individueel is. Vanuit die drie ideeën afgeleid stelt Lowie de Complex Dynamisch Systeem Theorie (CDST) voor. Hierin wordt het taalsysteem als een samenhangende verzameling van subsystemen gezien die ook weer deel uitmaken van een ingebed subsysteem. Die CDST is verbonden met Consrtruction Grammar en Usage-based linguistics waarop Hulstijn zich baseert. Taal is hier een deel van het subsysteem van de menselijke cognitie dat verder een onderdeel is van het menselijke lichaam en geest. Ook zijn subsystemen niet gesloten maar open en kunnen elkaar voortdurend beïnvloeden. Lowie constateert dat ontwikkelingspatronen gesteund op generalisering niet van toepassing zijn en dat taalverwerving onvoorspelbaar en individueel is. Didactisch impliceert dat o.m. het werken met een portfolio waarin de persoonlijke ontwikkeling van de individuele taalleerder wordt vastgelegd.

In onderzoek naar derdetaalverwerving wordt gekeken naar de meertaligheid en de complexe taalachtergond van de leerder en hoe daarvan didactisch gebruik kan worden gemaakt.

Leerders die al meer dan twee talen tot op zekere hoogte beheersen maken bij het leren van een nieuwe taal gebruik van andere strategieën. Die strategieën zijn o.m. metalinguïstisch bewustzijn en crosslinguistic awareness. Dat bewustzijn omvat een aantal vaardigheden die de leerder heeft ontwikkeld bij het verwerven van eerdere talen die hij verder gebruikt voor het leerproces van nog andere talen. Crosslinguistic awareness is het bewustzijn van taalstructuren en de link leggen tussen twee of meer talen. Die leerders zoeken ook zelf naar overeenkomsten. De docent zou daar rekening mee moeten houden en het betrekken van andere talen in het leerproces niet moeten vermijden.  In derdetaalverwering wordt de bevordering van transfer of crosslinguistic influence als gunstig gezien en wordt gepleit voor transfer als didactische methode.
Het Nederlands is een typische derde taal omdat de taalleerders aan buitenlandse universiteiten al minstens één tweede taal hebben geleerd en vaak nog meer talen. Dat wakkert het onderzoek naar derdetaalverwering dan ook aan. De diversiteit van de studentengroepen in een groot aantal landen is toegenomen met steeds meer taalleerders die een meertalige achtergrond hebben. Wellicht zal die situatie een steeds grotere invloed hebben op zowel de extra- als de intramurale Neerlandistiek. Een onderzoeker voorspelt dat de kennis van andere talen van de taalleerder een steeds grotere rol gaat spelen in een onderwijscontext in de vorm van translanguaging. Dat begrip verwijst naar het complexe en actieve gebruik van meertalige sprekers. Nadruk ligt op het benutten en kennen van taalrepertoires van de studenten binnen de lerarenopleidingen die als brug worden gebruikt naar het leren van het Nederlands op een hoog niveau.

De drie volgende artikelen over talige diversiteit en Nederlands in de lerarenopleidingen op Curaçao en Bonaire (Maxy Bak-Piard en Sjaak Kroon), over L2 status factor en netwerken binnen de Germaanse taalfamilie (Veronika Wenzel) en Verwerving van de Nederlandse positiewerkwoorden staan, zitten, liggen (Annika Johansson en Rogier Nieuweboer) sluiten in zekere mate aan bij het bovenstaand gedachtegoed en binnen de onderwijsonderzoeksthematiek van dit tijdschriftnummer.


Een gedachte hierbij: Is er voor het huidig onderwijs van het Nederlands als eerste taal intra-muros, binnen ons eigen taalgebied, al voldoende onderzoek naar het taalverwervingsproces voorhanden dat de didactische praktijk desgevallend vernieuwend zou kunnen voeden?  

G.D.

Naar het tijdschrift Internationale Neerlandistiek


Laatste nieuwsupdate Nederlands 2018 van Gerdineke van Silfhout

voor de klaspraktijk Nederlands

 


Gerdineke van Silfhout is taalexpert en leerplanontwikkelaar bij de afdeling voortgezet onderwijs, Tweede fase - SLO.




Literatuuronderwijs


Op Litlab.nl, een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek in het vo, staan weer nieuwe proeven en leesclubs online:

  • Proef: ‘Gekleurde taal’: een kennismaking met verschillende soorten taalvariaties.
  • Leesclub:  ‘Waarheid’ (Dagen van gras van Philip Huff) en ‘Goed & kwaad’ (Schuld van Walter van den Berg). Daarbij zijn twee werkboeken gepubliceerd die vanuit de LitLab-didactiek speciaal ontwikkeld werden voor verwerking van deze romans in vmbo 4. De werkboeken inclusief een begeleidende handleiding zijn te vinden in de digitale docentenhandleiding.

Lerarenopleiders Nederlands, Engels en Frans van de Hogeschool van Amsterdam ontwikkelen lesbrieven waarin vanuit literatuur gewerkt wordt aan burgerschapscompetenties, zoals 'je verplaatsen in een andere leefwereld'. Leerlingen gaan met elkaar in discussie aan de hand van een romanfragment (young adult). Doel: hoe boeken beeld kunnen geven van en gesprekken creëren over de vele perspectieven die er te vinden zijn in de 'urban' (stedelijke) omgeving. Meer informatie, materiaal en de op te vragen lesbrieven vind je hier.

Meertaligheid

  • Een fijne, handzame publicatie vanuit Vlaanderen, met aanbevelingen vanuit onderzoek, concrete werkvormen én lesideeën voor in de klas om laaggeletterde anderstalige jongeren te leren lezen in het Nederlands. Referentie: Trioen, M., & Casteleyn, J. (2018). Extra kansen voor nieuwkomers: Wat werkt in leesonderwijs aan laaggeletterde anderstalige jongeren? Een praktijkgids voor lesgevers. Antwerpen: Universiteit Antwerpen.
  • Alweer even geleden was Jim Cummins in Nederland, onderzoeker aan de Universiteit van Toronto. De verslagen, presentaties en video-opnames, incl. achtergrondliteratuur is hier te downloaden.

Passende perspectieven

In elke klas zitten leerlingen die moeite hebben met taal en rekenen en daarom de referentiekaderdoelen niet halen. Om leerlingen te ondersteunen met een passend taal- en rekenaanbod heeft SLO leerroutes ontwikkeld voor po/s(bo), praktijkonderwijs en vmbo bb/kb. SLO heeft nu ook een webinar ontwikkeld van zestig minuten waarin ze je meenemen in de wereld van de leerroutes taal en rekenen: welk probleem lossen ze op, hoe zet je ze in en wat vinden leerlingen, leraren ervan?

Handige publicaties

In het kader van Curriculum.nu heeft SLO met collega's uit het veld een aantal bondige publicaties ontsloten met daarin een stand van zaken wat we weten wat nodig is in het taalonderwijs, wat werkt en wat niet werkt.

  • Amos van Gelderen zet helder op een rijtje welke componenten van belang zijn bij het ontwikkelen van begrijpende leesvaardigheid en dat al deze componenten er in het leesonderwijs toe doen (download);
  • Mariëtte Hoogeveen geeft een stand van zaken t.a.v. effectief leesonderwijs en t.a.v. het schrijfonderwijs in primair en voortgezet onderwijs. Wat weten we uit onderzoek, waar zou het curriculum landelijk, op school en in de klas aandacht aan moeten besteden? Download hier de publicatie Lezen en hier de publicatie Schrijven.
  • Jantien Smit schreef een bijdrage over wat we weten uit onderzoek over meertaligheid in de klas.

Curriculum.nu

14 januari hoopt het ontwikkelteam Nederlands weer een tussenproduct op te leveren: de bijgestelde grote opdrachten (essenties) van het leergebied en een eerste uitwerking van een aantal bouwstenen van kennis en vaardigheden in po en vo. In PrimaOnderwijs wordt Marloes Lip geïnterviewd - lid van het ontwikkelteam Nederlands. Lees het artikel hier. Alle informatie over het leergebied Nederlands op een rijtje: https://curriculum.nu/ontwikkelteam/nederlands/

Formatief evalueren

Momenteel is er veel belangstelling voor het meer formatief vormgeven van het onderwijs. SLO begeleidt enkele leernetwerken van scholen die aan de slag zijn met formatief evalueren. Op deze website vind je alle producten die zijn ontwikkeld om het gesprek op school te voeren over het onderwerp, om als vaksectie ermee aan de slag te gaan en hele concrete tools die direct in te zetten zijn in je lessen. Allemaal te downloaden in het rechtermenu.

Dat was het wel weer!

Voor nu hele goede dagen en een gezond en voorspoedig 2019 gewenst.

Hartelijke groet,

Gerdineke

Dr. Gerdineke van Silfhout
Leerplanontwikkelaar VO

Omhoog ^


Het profielwerkstuk Nederlands in het voortgezet onderwijs in Nederland

 

Het is wettelijk vastgelegd dat alle leerlingen die eindexamen havo of eindexamen vwo doen een profielwerkstuk schrijven.

Het leeuwendeel van de profielwerkstukken zal bestaan uit een geschreven tekst, maar het staat de kandidaten ook vrij om een presentatie te verzorgen. Het voornaamste criterium is dat zij in hun profielwerkstuk ‘’op geïntegreerde wijze kennis, inzicht en vaardigheden aan de orde komen die van betekenis zijn in het desbetreffende profiel’’, aldus artikel 4 van het Eindexamenbesluit VO.

Nederlands behoort met een studielast van 400 uur op havo en van 480 uur op vwo tot de vakken waarover een profielwerkstuk mag worden geschreven. Tot genoegen van hun docent zijn er elk jaar enthousiaste leerlingen die bewust kiezen voor het vak Nederlands en vervolgens vol overgave onderzoek verrichten naar een talig of literair onderwerp.

Tekst Roland de Bondt

Lees zijn hele tekst op Neerlandistiek


Stijlvergelijking - krantentaal in 1918 en in 2018

 

Dinsdag 4 december was het exact een eeuw geleden dat de krant De Standaard voor het eerst verscheen. Ludo Permentier staat stil bij de taal van de eerste krant, van 4 december 1918. Net onder de fotokopie van de eerste krantenpagina noteert hij de eerste zinnen van De Standaard van die dag. In een cursieftekst daarnaast zegt hij: “Zo zouden die zinnen vandaag klinken.”

Wat een mooie kans om de twee tekstjes met gelijke inhoud naast elkaar te plaatsen en te vergelijken.

1918 2018

‘Een enkel woord slechts, want men verwacht ons aan het werk. Indien de bezetting van ons land onze onderneming niet geschorst had, zou De Standaard reeds vier volle jaren van zijn bestaan hebben voltrokken. Het program lag klaar ter verspreiding. De datum van verschijnen was vastgesteld op 25 november 1914. De Duitsche inval die ons land opsloot in een kuil van ellenden, waarin voor vrije geesten niet te ademen viel, dwong ons betere tijden af te wachten voor de oprichting van ons blad.’

‘Een enkel woord maar, want wij moeten aan de slag. Als de bezetting van ons land onze plannen niet gedwarsboomd had, zou De Standaard al vier jaar bestaan. De folders lagen klaar. De krant zou voor het eerst verschijnen op 25 november 1914. De Duitse inval die het vrije denken geen ademruimte gaf, dwong ons betere tijden af te wachten.’

Het Nederlands van De Standaard van vandaag is bondiger en staat dichter bij de gesproken taal dan honderd jaar geleden.

 


'NEDERLANDS HELDER EN CORRECT - Praktische richtlijnen voor spreken en schrijven' nieuw taalboek - Peter Debrabandere

Acco Leuven / Den Haag 2018

 

Een nieuw boek over helder en correct taalgebruik is altijd heel welkom. Er is een bijzonder grote behoefte aan taalzorg bij de gebruikers van het Nederlands. En als je dan ook ‘praktische richtlijnen voor spreken en schrijven’ krijgt, mag je je gelukkig prijzen. De publicatie is niet alleen een papieren boekuitgave. Daarbij hoort een praktisch georiënteerde online cursus op het Acco-leerplatform Sofia met oefeningen voor de opeenvolgende hoofdstukken.

De uitgever brengt op een weloverwogen wijze zijn nieuwe product onder de aandacht van zijn potentiële lezers op de Acco-website.

Ter kennismaking kunnen die online zowel de Inleiding als het volledige eerste hoofdstuk lezen.

Inleiding

In zijn Inleiding stelt auteur Peter Debrabandere zijn stevige werk omstandig voor. Je krijgt door zijn tekst te lezen een volledig overzicht van wat het boek te bieden heeft. En dat is echt niet weinig. Het kan als studieboek maar evenzeer als naslagwerk worden gebruikt voor eenieder die taalbewust en zorgzaam met het Nederlands wil omgaan. Het is daarom niet alleen een interessant maar ook een bijzonder nuttig boek.

Zijn fundamentele uitgangspunt is de beheersing van de Nederlandse standaardtaal. Dat verwoordt de auteur al duidelijk in de eerste alinea van zijn Inleiding:


“Dit boek gaat over de beheersing van de Nederlandse standaardtaal. Het gaat uit van de eenheid van het Nederlandse taalgebied en presenteert in elk geval alle taalvormen (woorden, woordvormen, uitdrukkingen, zinsconstructies ...) die in Nederland én in Vlaanderen samen gebruikelijk zijn, als Nederlandse standaardtaal. Wie de richtlijnen van dit boek voor helder en correct spreken en schrijven volgt, kan zich zonder moeite schriftelijk en mondeling verstaanbaar maken in Nederland en Vlaanderen. Het boek geeft geen adviezen voor het gebruik van helder en correct Belgisch-Nederlands, al zijn er wel aanwijzingen voor taalelementen die als Belgisch-Nederlands opgevat kunnen worden.”

De hoofdstukken:

Hoofdstuk 1 vertelt de geschiedenis van de Nederlandse standaardtaal in Vlaanderen. Het legt uit hoe verschillende woordenboeken en taaladviesbronnen gebruikt kunnen worden om er een norm voor de Nederlandse standaardtaal mee te bepalen.
Hoofdstuk 2 beschrijft de belangrijkste regels van de spelling en de interpunctie.
Hoofdstuk 3 behandelt de uitspraakregels.
Hoofdstuk 4 bespreekt de belangrijkste grammaticale moeilijkheden.
Hoofdstuk 5 gaat over registers en stijlen.

U kunt hier ook doorklikken naar de volledige Inhoudsopgave

Bevindingen voor het gebruik van het boek

  • Het is zo volledig mogelijk.
    De auteur beschikt over een enorme parate kennis over de gegevens van de taal. Daarbij steunt hij op nagenoeg alle beschikbare bronnen: de grammatica’s, de woordenboeken en de taaladvisering. Zijn streven naar volledigheid houdt ook in dat hij zich beperkt tot de taalmoeilijkheden die leraren of lerarenopleiders zelf vaak in de lespraktijk tegenkomen. En die zijn in hoeveelheid in de respectieve hoofdstukken ruim bemeten.

  • Het is accuraat.
    Buiten het eerste hoofdstuk beginnen de andere hoofdstukken met een bronnenoverzicht met verwijzing naar de belangrijkste naslagwerken en adviesboeken of –bronnen. Herhaaldelijk wordt ernaar verwezen.
    De verwoording van de gegevens is beknopt, helder en precies. Je kunt er als leraar of student/leerling volkomen op vertrouwen. Vooral in verband met de woordenschat is er bij de auteur een heel sterk normbesef aanwezig. Is een woord of een uitdrukking Standaardnederlands, Belgisch Nederlands? Op basis van zijn grote bronnenkennis is de auteur volstrekt trefzeker. Hij is zich ten zeerste bewust van de status van elk woord waarover hij in zijn boek iets zegt.
                
  • Het is overzichtelijk en handig in gebruik.
    De indeling in vijf hoofdstukken houdt voor elk hoofdstuk nog telkens een indeling in subhoofdstukjes in. Die zijn vooraan keurig genummerd en achteraan staat de pagina waar ze te vinden zijn. Aan de hand van de inhoudsopgave is elk zoekitem vlug en vlot vindbaar. Achteraan in het boek is een uitgebreide algemene bibliografie voorhanden op de pagina’s 274 tot 290. Daarbij komt tot slot de verantwoording van de afbeeldingen.

  • Het brengt een eigentijds perspectief op de taalgegevens.
    De inhoud van het boek stelt bijna vanzelfsprekend bijzonder weinig nieuwe aandachtspunten aan de orde tegenover de taalzorgboeken en –boekjes uit vorige decennia. Wel worden die inhouden rond taal en taalgebruik met de huidige inzichten van de taalkundigen en de adviesinstanties bij het behandelen van de taalgegevens in een eigentijds perspectief geplaatst. Daarbij speelt de spontane taalverandering in de voortschrijdende tijd belangrijk mee. De auteur is zich daarvan duidelijk bewust en mede vanuit zijn eigen inzichten in die veranderingen weet hij daarover genuanceerd te rapporteren in zijn boek.

  • Het boek houdt rekening met het schrijven op de computer.
    In het hoofdstuk over de spelling wordt rekening gehouden met het schrijven in Word op de computer. Het zijn kleine maar nuttige adviezen, die van pas kunnen komen.

  • De oefeningen op het online leerplatform
    Die zijn voor de verschillende knelpunten in de verschillende hoofdstukken ruim voorhanden. Veelal zijn het invuloefeningen met directe respons of de antwoorden correct of fout zijn.

  • De voorpagina
    De voorpagina is in een mooi blauw gemaakt met op de achtergrond in bolletjes de kaart van Nederland en Vlaanderen als weergave van het hele taalgebied. De bolletjes voor Vlaanderen zijn ietwat zwarter weergegeven dan die voor Nederland. Er is dus eenheid van taalgebruik, maar in het boek bijvoorbeeld voor de uitspraak blijken er toch wat verschillen te zijn.

  • De publicatie
    Het hele werk is onberispelijk gepubliceerd in een goed leesbaar lettertype maar met toch een enkele drukfout op blz. 31, waar ‘de Zuidelijke Nederlanden in 1930 de nieuwe staat België vormen’. Het was wel in 1830.
Tot slot

Het boek ‘NEDERLANDS HELDER EN CORRECT’ van Peter Debrabandere is zeker voor het onderwijs maar ook voor iedereen die wel eens met een onzekerheid over zijn taalgebruik behept is, een nuttig naslagwerk.

Vooral voor de schrijftaal zitten er tal van praktische richtlijnen in. Voor leerlingen en studenten kan het daarbij, als dat oordeelkundig gebeurt, ook als studieboek worden gebruikt. De redactie van het boek moet beslist een omvangrijk en langdurig werk zijn geweest, maar het resultaat is dan ook buitengewoon knap.


Ghislain Duchâteau


Eerbetoon aan Wim Drop - een Ten geleide


 

Enkele weken geleden overleed Wim Drop. Hij was de initiator van de taalbeheersingsidee in het werkveld van de neerlandici in Nederland. Hij was de didacticus die het begrip ‘close-reading’ introduceerde in de literatuurbenadering buiten en binnen het onderwijs.

Net na zijn overlijden publiceerde ik in ‘Neerlandistiek’ een reminiscentie aan Wim Drop. Daarin schreef ik dat zijn werkje ‘Indringend lezen 1 – Close-reading van poëzie’ ontbrak in mijn bibliotheek. Secretaris van het Netwerk Didactiek Nederlands Carl Brüsewitz was zo vriendelijk mij na de netwetwerkmiddag van 10 oktober 2018 in Gent dat werkje cadeau te geven. Het werd in 1973 bij Wolters-Noordhoff bv Groningen gepubliceerd. Bij het openslaan tref ik op de bladzijden 5 tot 7 een ‘Ten geleide’ aan van de hand van de auteurs W. DROP / J.W. STEENBEEK.

Als eerbetoon aan de pas overleden hoogleraar Wim Drop lijkt het me gepast om dat Ten geleide opnieuw onder de aandacht van onze schare neerlandici en potentiële lezers van deze nieuwsbrief te brengen. Het geeft daarbij ook de visie weer van de auteurs op de benadering van poëzie, benadering die mogelijk en nuttig is maar die toch met omzichtigheid naar studenten en leerlingen toe gebeuren moet. Hoe dat kan leggen beide auteurs uit in die inleidende paar bladzijden.


Ten geleide

‘Een van de belangrijkste en tegelijk een van de moeilijkste taken van de neerlandicus’: zien we zo niet allemaal de versanalyse? Door haar geconcentreerdheid maakt de poëzie bespreking mogelijk en nuttig, maar tegelijk weert ze de analyse af. Onder onze poëziegevoelige leerlingen ontmoeten we vaak sterke weerstand; niet uit landerigheid of ongeïnteresseerdheid, maar uit de heilige verontwaardiging van strijders tegen vivisectie.

We zullen onze versanalyse waar moeten maken. We zullen niet-geëngageerden moeten engageren, en geëngageerden moeten overtuigen dat we hetzelfde willen als zij. Dat we het gedicht volledig willen beleven. Dat we niet ontleden om het ontleden, maar dat we ons willen openstellen voor het gedicht. En dat daarvoor meer nodig is dan het leveren van spontane reacties. Zelfherkenning zal altijd nodig zijn voor contact met het gedicht. Maar we zullen ons tegelijk moeten verruimen door open te staan voor wat ánders is dan wij.

Groepsbespreking is voor die verruiming een heel belangrijk middel. Iedereen kan steeds weer leren van wat anderen in een gedicht zien. Het kan bovendien een boeiend, zelfs opwindend gezelschapsspel zijn om samen te praten over poëzie. We zullen dan wel grenzen moeten stellen aan de omvang van onze beschouwingen. Merlijn-studies, laat staan Hellinga-analyses, zijn op school geen medicijn maar vergif. We moeten ons doel goed voor ogen houden: jonge mensen er toe brengen in gedichten te herkennen wat zij er werkelijk in kunnen en willen herkennen. Dat houdt in, dat we ze alleen mogen laten doen wat met hún gereedschap gedaan kan worden.

In onze opzet gaan we uit van een uitgebreide analyse, die een soort theoretisch kader oplevert (afdeling I). We hebben niet de pretentie een model-analyse te leveren, of een onaantastbare theorie. We willen alleen samen met anderen op weg gaan naar ons doel. Ze mogen gerust zien hoe we verdwalen, hoe we naar een kruispunt terugkeren om toch maar de gemakkelijke gebaande weg te nemen, of hoe we naar huis gaan om er een paar nachtjes over te slapen.

De indeling van ons theoretisch kader in een zestal hoofstukjes suggereert meer systematiek dan we kunnen en willen geven. De hier gegeven volgorde komt lang niet altijd en overal van pas. In principe dient volgens ons het wikkende ‘atomistische’ lezen wel primair te zijn, maar soms moet je in de eerste regel al ander geschut in het veld brengen: structuur, idee, biografie. Toch zouden we ook dan steeds weer terug willen keren tot dat eerste, onmisbare stadium; onmisbaar om je wendbaarheid te houden.

Omdat we de analyse in dienst willen stellen van de beleving van het gedicht, moeten we niet gaan analyseren wat in indirecte beleving veel beter tot zijn recht komt. Dat geldt met name voor de klankfactoren, inclusief het ritme. De waarde hiervan voor poëzie is moeilijk te overschatten – de waarde van rationele analyse ervan lijkt ons makkelijk te overschatten. Alleen waar een opvallende samenloop is met betekenis die we in bespreking brengen, lijkt ons analyse gewenst.

De opbouw van ons boekje is verder hopelijk duidelijk. De volgorde van de analyses is bepaald door toenemende vrijheid voor onze lezers. Vanaf de sterke begeleiding van de eerste afdeling komen ze bij de volkomen vrijheid van de bloemlezing in de laatste afdeling. De tweede afdeling vertoont rangschikking naar toenemende onafhankelijkheid van de theorie – althans van systematische scheiding der analysestadia. In de derde afdeling en in de bloemlezing hebben we in grote lijnen de chronologische volgorde van de stromingen aangehouden.

Aan het slot vindt men een korte lijst met ‘technische’ termen. Wij persoonlijk kunnen in ons onderwijs met nog minder toe, al komt – we vermelden het eerlijkheidshalve – de oude Adam ook nog wel eens met een extra termpje om de hoek kijken. Voor schoolgebruik en ver daarbuiten zitten we overigens al gauw in een overdaad die schaadt: schade toebrengt vooral aan het ‘image’ van het bedrijf der vers-analyse.

Nog één woord tenslotte over onze keuze van verzen. Die heeft het zwaartepunt aan de kant van de inhoudelijk-problematische poëzie. Dit komt voort uit onze stellige overtuiging, dat poëzie-analyse dienstbaar moet zijn aan beleving. Waar geen inhoudelijke problemen aanwezig zijn die werkelijk bespreking behoeven, is analyse vaker schadelijk dan zinvol. Veel verzen hoef je werkelijk alleen maar te lézen. Wat wij hebben gekozen ‘behoeft wat vertolks’.

Amersfoort                                                                                                W.DROP / J.W. STEENBEEK


Anton van Wilderode in 2018 herdacht - een document



Foto Rony Heirman 11-4-1980


1918 -1998

"We moeten hem opnieuw lezen"




 

80 jaar is de Vlaamse priester-dichter, schrijver, leraar, reiziger en vertaler geworden.
100 jaar geleden is de man geboren. 20 jaar geleden is hij gestorven.
Nu 20 jaar na zijn overlijden wordt hij gedurende dit hele jaar 2018 herdacht.

Wat we van hem weten, wat hij heeft gedaan, gedicht, onderwezen, verteld en gezwegen.
Wij proberen een levendig beeld op te hangen van een persoonlijkheid die ieders aandacht blijvend verdient. Persoonlijk heb ik hem gekend. Ik hoor nog zijn lijzige stem doorheen het vergaderlokaal, waar hij een werksessie bijwoonde en waar hij de aanwezigen begeleidde in hun aandacht voor wat voor hen, voor hem en voor mij op dat ogenblik van betekenis was.

Een onwaarschijnlijk goede leraar, die ons aan het lezen kreeg

Ik hoor zijn stem als ik enkele van zijn gedichten herlees, die op het internet te vinden zijn.
Hij blijft aanwezig in mijn geest als ik terugdenk aan de literatuurlessen die ik opzette voor mijn studenten in het regentaat Nederlands zovele jaren geleden. Toen gebruikte ik zijn ongeëvenaarde bloemlezing De dubbelfluit. Ze bevat een selectie van gecanoniseerd literatuurmateriaal uit onze literaire geschiedenis waarmee de tijdlijn van het verloop van de literatuur doorheen de eeuwen en de jaren kon worgen gevolgd. Ze bevat een bijkomende schat van direct nuttige informatie rondom de teksten die waren opgenomen. Als bloemlezing was De dubbelfluit ongeëvenaard, maar als werkinstrument voor boeiende en beklijvende literatuurlessen evenzeer van onschatbare waarde. Verder in deze tekst stellen wij De dubbelfluit grondiger voor.


Heel het jaar 2018 wordt Anton van Wilderode herdacht. Hoogtepunten zijn ongetwijfeld de viering op 30 juni in Moerbeke-Waas waar hij vandaan kwam en waar hij op wat latere leeftijd is teruggekeerd en het colloquium 'Anton van Wilderode, leraar in de letteren' van woensdag 14 november in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren. Hem werd evenzeer eer betoond met de publicatie van de bloemlezing Anton van Wilderode. Weemoed mijn wereld. Honderd gedichten. Een keuze door Patrick Lateur. De eerste druk is van mei 2018, de tweede van juni 2018.

Leven en werk

Voor de nuchtere feiten uit zijn leven, zijn bibliografie, literatuur over hem en bronnen kan de belangstellende lezer in de eerste plaats terecht op Wikipedia. De pagina is bijgewerkt tot 2 november 2018.. Van hetzelfde gehalte, maar uitgebreider en geïllustreerd is de website Schrijversgewijs. De voorlaatste publicatie is de documentaire varianteneditie met nog essays van de bundel “De moerbijtoppen ruischten”, van 2010, een KANTL-publicatie. De laatste vermelding is de al genoemde bloemlezing “Weemoed mijn wereld” van 2018.

Twee onmisbare opnames om Anton van Wilderode zichtbaar, hoorbaar, tastbaar en deels in levende lijve in herinnering te brengen zijn toch wel twee video-documentaires:

- de VRT-Journaal-reportage n.a.v. zijn overlijden, die 2’11” duurt

- ‘Het gedroomde land’ – VRT-documentaire over het leven en het werk van Anton van Wilderode, die 49’41” duurt. Prachtig werk, vol natuur, met foto’s en toelichting bij zijn dichtwerk van Van Wilderode zelf op het scherm.

De website Anton van Wilderode Vlaams dichter 1918-1998

Het is geen blitse site, maar ze is rijk gedocumenteerd en geïllustreerd. Het meest opvallend zijn onder de rubriek Genootschap een interne site met alle rubrieken rond de werking van het Anton van Wilderodegenootschap en onder de rubriek Activiteiten de voorbije evenementen rond de auteur maar vooral een subrubriek over de viering van 30 juni die grotendeels in de tuin van het Van Wilderodehuis plaatsgreep in Moerbeke-Waas - ook rijk geïllustreerd met foto’s.

http://antonvanwilderode.com/

Het Van Wilderodehuis in Moerbeke-Waas

Het huis bevat meer dan 360 kunstwerken van diverse kunstenaars. In de slaapkamer zijn de 196 dagboeken van Van Wilderode bewaard. “In die boeken noteerde hij minutieus zijn beschouwingen over wat hem bezighield en wie hij ontmoet had die dag” (Hildegard Coupé). Andere bezienswaardigheden zoals de tientallen foto’s en prenten aan de muur of de honderden boeken en dichtbundels in zijn bibliotheek maken de literaire belevenis compleet.

Website

De POËZIE-LEESTAFEL

Ze brengt voornamelijk een selectie van gedichten van een grote serie van Nederlandse en Vlaamse dichters. De bladzijde aan Van Wilderode gewijd levert een keuze op van een twaalftal goed gekozen gedichten met als titels: De akker, Het Land van Amen, Katakomben, Epidauros, Bij avondschemer is hij uitgedragen, Het land der mensen, Teder, Aandachtig, Tarquinia 5, De dag van Eden, In Flanders Fields

Archief van voorgedragen gedichten

Enkele gedichten voorgedragen door Hildegard Coupé, nicht van Anton van Wilderode. De gekozen gedichten behoren tot haar persoonlijke favorieten.

Patrick Lateur en de weemoed van Anton van Wilderode

Patrick Lateur, grondige kenner van het werk van
Anton van Wilderode, publiceerde er veel over en stelde nu ook de nieuwe bloemlezing samen

'Weemoed mijn wereld. Honderd gedichten.
Een keuze door PATRICK LATEUR'

‘Er is natuurlijk wel iets meer aan de hand in de poëzie van Van Wilderode dan enkel weemoed. Naast de weemoed om een verloren wereld is er ook het verlangen naar een vervulling later (zoals in de bundel De overoever). En tussen verleden (weemoed) en toekomst (verlangen) is er het geluk om mensen en dingen die hem gegeven waren in het nu (zoals in de bundel Het oudste geluk). Maar weemoed is echt wel de ondertoon van zijn klassieke en rustige verzen.’

Patrick Lateur ontleende de titel van zijn prachtige bloemlezing van 100 gedichten aan de aanvang van het gedicht op bladzijde 25

WEEMOED MIJN WERELD

Weemoed mijn wereld en intens verdriet
dat in de vormen dringt van alle dingen
waarmee ik mij door anderen laat omringen
in dit voortdurend smaller leefgebied.

Ik heb de steun van de vertroosting niet
dat dit voorbijgaat, ik moet tussen muren
op deze plek totdat de dood komt duren
zonder veranderingen of verschiet.

Het raam voorbij en ver zover men ziet
begint een ruimte waar geweld van leven
en voorjaar onverwoestbaar zijn gebleven
als in de jaren die ik achterliet.

En wat voelt er nog meer dan weemoed in dit gedicht op bladzijde 28?

WINTER BIJNA

Als vijlsel uitgezift ligt over mijn gazon
het herfstig zonnelicht al bijna geel te worden.
Trekvogels in een losgevlogen horde
gaan krijsend in de zilveren hemel om.

De dagen van de zomer zijn geteld
en opgeteld, ik heb mijn deel gekregen
voordat het donker valt met koude regen.
Een zwarte ekster in de takken scheldt –

maar tegen wie of wat? Alles geschiedt
als alle eeuwen eerder en tevoren;
ik zal dezelfde dingen zien en horen,
een betere vertroosting is er niet.


De leeftijd gaat voorbij als een verdriet
dat mij niet langer kan ontrusten en verstoren.

Ons Erfdeel

Het Vlaams-Nederlands cultureel tijdschrift Ons Erfdeel herdacht Van Wilderode met een blogpagina over de schrijver op 30 mei 2018: ‘Anton van Wilderode (1918-1998) herdacht met bloemlezing ‘Weemoed mijn wereld’ en diverse activiteiten’. Patrick Lateur tekent eens te meer de lijnen uit van de verwantschap tussen leven en werk van de schrijver.

‘Het heimwee naar alles wat hem bond aan huis, dorp en land gaat hand in hand met het verlangen naar de overoever die hem wacht. Maar tussen weemoed en verlangen sluimert een intens geluk dat de dichter vond in God en mensen, en dat hij uitdrukt in sensitieve verzen vol geuren, geluiden en kleuren.’

Blog Ons Erfdeel

Onderaan op de blogpagina vindt u de rubriek ‘Anton van Wilderode in Ons Erfdeel’. Daarin staat o.m. een verwijzing naar de 22  Van Wilderode-artikelen die in Ons Erfdeel verschenen zijn.

De gelegenheidsdichter

De Vlaamsgezinde Anton Van Wilderode schreef gedichten, liederen en bindteksten voor het Vlaams Nationaal Zangfeest en voor de IJzerbedevaart. “Lied van mijn land” (3'37") werd een klassieker in het genre.

Het colloquium Anton van Wilderode, leraar in de letteren

Op woensdagmiddag 14 november 2018 organiseerde de Koninklijke Academie voor Nederlandse taal en letteren (KANTL) haar colloquium voor de dichter die 100 jaar geleden geboren werd en 20 jaar overleden is. Hier is het programma.

14 u Verwelkoming door em. prof. Willaert, voorzitter van de Academie
14.05 u Dirk de Geest (KULeuven): Anton van Wilderode, de laatste der priester-dichters?
14.40 u Erik Spinoy (ULuik): Vaderbinding? Moederbinding? Van Wilderode als identificatiefiguur
15.15 u Annemarie Estor leest gedichten van Van Wilderode voor
15.30 u Pauze
16 u Johan van Iseghem (KULeuven): ‘De dubbelfluit’ in het licht van de literatuurdidactiek toen en nu
16.35 u Wim Verbaal (UGent): Vertolker? Vertaler? Dichter? De klassieken in de woorden van Van Wilderode
17.10 u Annemarie Estor leest gedichten van Van Wilderode voor
17.25 u Slotwoord en receptie.

De lezingen worden gepubliceerd in de Verslagen en Mededelingen van de Academie.

De dubbelfluit – 1 en 2 van Anton van Wilderode

in de handboekenreeks Taalmozaïek 5 – epiek en lyriek (Standaard Uitgeverij)

Een monument in de geschiedenis van het Vlaamse literatuuronderwijs

Eerste deel van een 2-delige uitvoerige, becommentarieerde keuze uit de letterkunde vanaf de Middeleeuwen tot 1880. Het is een bloemlezing met uitvoerig en goed commentaar, inleidingen, verwijzingen, ook een leesboek en tevens een werkboek. Op tal van plaatsen verwijst de auteur, maar hij geeft ook stof tot discussie tussen docent en leerling. Het eerste deel behandelt de Middeleeuwen, de 12de tot en met de 15de eeuw. De overige delen behandelen een eeuw tot en met de 19de. Er is een overvloed aan biografische, bibliografische en didactische gegevens die tussen de teksten staan genoteerd.

(NBD|Biblion recensie, Th. Hoogbergen.)

In dezelfde lijn is deel 2 over de moderne letterkunde opgevat. Het omvat de keuze van Van Wilderode vanaf 1880 tot heden. In het eerste hoofdstuk komt de beweging van de Tachtigers en de Van-Nu-en-Straksers aan de orde. Hoofdstuk 2 behandelt een tweede vernieuwingsmoment in de letterkunde met o.m. het expressionisme en het vitalisme. In hoofdstuk 3 komt dan het derde vernieuwingsmoment met de literatuur van de Vijftigers en de Vlaamse experimentelen. De 2e oplage uit 1970 loopt tot zowat 1964 met de behandeling van de dichter Paul Snoek, van wie een zestal gedichten zijn opgenomen.

Dubbelfluit

In zijn inleiding ‘Kennismaking met een (school)boek’ (deel 1 blz. 6) verwoordt de auteur zijn keuze van de titel. Hij inspireerde zich op het beeldhouwwerk de Faun van de Italiaanse kunstenaar Marcello Mascherini, dat in het Middelheimpark in Antwerpen staat. De faun blaast op een dubbelfluit. De rechtstreekse aanleiding voor dit beeld was een muziekstuk van Claude Debussy: ‘Prélude à l’après-midi d’un faune’.

Van Wilderode vond die naam goed klinken maar ook passen bij de opzet en de inhoud van zijn werk.

‘Wij horen er immers allereerst de tweevoudige zang in van epiek en lyriek, de verre stemmen van vertellers en zangers, van sprooksprekers en barden, - én de nabije stemmen van prozaïsten en poëten. Ze vertolkt ons bovendien de vertrouwde en beminde klank van de éne Nederlandse taal uit noord en zuid … ‘.

Daarmee stelt hij expliciet dat hij de globale behandeling van de Nederlandse literatuur de volstrekte voorkeur geeft.

Ook suggereert die dubbelfluit dat oud en nieuw, middeleeuws en eigentijds, traditioneel en experimenteel, heldere en hermetische literatuur naast elkaar staan.

In een volgende editie van de Nieuwsbrief hopen wij te kunnen verwijzen naar de lezing van Johan van Iseghem ‘De dubbelfluit in het licht van de literatuurdidactiek toen en nu’. We moeten daarvoor wachten op de publicatie van de lezingen in KANTL van 14 november 2018 in de Verslagen en Mededelingen van de Academie, die dan ook digitaal bereikbaar zullen zijn. Van Iseghem gaat dieper in op de analyse van De dubbelfluit van Van Wilderode en geeft er de draagwijdte van aan voor het toenmalig literatuuronderwijs en wat dat literatuuronderwijs in de eigentijdse context kan betekenen.

In dat perspectief laten we Van Wilderode zelf nog even aan het woord in zijn inleiding tot De dubbelfluit op bladzijde 9 van deel 1:

‘Uit het voorgaande zal duidelijk zijn dat wij de Nederlandse les willen zien als een gesprek tussen lerares of leraar én leerlingen, waarbij het eindeloze en zinloze opschrijven door de laatsten tot een minimum kan worden beperkt. Een levende dialoog dus, waarbij ruimschoots gelegenheid kan worden gevonden voor spreken en formuleren, kritisch lezen en zinvol discussiëren.’

Omhoog ^


Judith Herzberg Prijs der Nederlandse Letteren 2018


 

Zoals

Zoals je soms een kamer ingaat, niet weet waarvoor,
en dan terug moet langs het spoor van je bedoeling,

zoals je zonder tasten snel iets uit de kast pakt
en pas als je het hebt, weet wat het was …

Donderdag 29 november 2018

De Nederlandse Koning Willem-Alexander reikte in het koninklijk paleis in Amsterdam aan de schrijfster Judith Herzberg de prijs uit.
Hij hield vooraf deze toespraak waarin hij niet alleen de gelauwerde auteur lof betuigde maar ook de schoonheid en de kracht van de Nederlandse taal bewust beklemtoonde.

Toespraak van onderwijsminister Van Engelshoven bij de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren aan Judith Herzberg

De jury, onder leiding van hoogleraar Marita Mathijsen, noemt Herzbergs poëzie "hartverscheurend eenvoudig en juist daardoor complex". "Haar werk kan zich meten met dat van Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska. Haar toon is altijd natuurlijk, zo natuurlijk dat die alleen maar het gevolg kan zijn van een enorme beheersing van taal en vorm, van techniek. Die beheersing blijkt ook uit de manier waarop ze klank gebruikt. Haar taal nadert de muziek", schrijft de jury.

De Prijs der Nederlandse Letteren is de belangrijkste literaire staatsprijs van Nederland en Vlaanderen. De Taalunie kent de prijs om de drie jaar toe aan een auteur wiens oeuvre een belangrijke plaats inneemt in de Nederlandstalige literatuur.

NOS.nl

Bij de toekenning van de prijs in april 2018 schreef Voertaal over Judith Herzberg en haar werk.

Cor Gerritsma schetst de hoofdlijnen van Herzbergs werk.

De jury van de haar in 1997 toegekende P.C. Hooftprijs karakteriseerde haar poëzie als volgt: 'Judith Herzberg maakt geraffineerd gebruik van klank, van rijm dat ze onregelmatig gebruikt en vaak ook vermomt als binnenrijm, van ellipsen en onverwachte accenten. Ze heeft een niet meer weg te denken dichterlijke stem, een karakteristieke en verbazingwekkende blik, met opbeurende regels. Judith Herzberg heeft als geen ander oog voor het allergewoonste en een melodieuze taal die bedrieglijk op spreektaal lijkt. Die combineert ze met heel ongewone waarnemingen en met een ongegeneerd voorstellingsvermogen.'

Ook de Taalunie geeft ruim kennis aan de toekenning van de Prijs der Nederlandse Letteren aan Judith Herzberg

Ze karakteriseert in één alinea de poëzie van Herzberg en geeft toegang tot

» Toespraak Koning Willem-Alexander
» Toespraak minister Ingrid van Engelshoven
» Juryraport (PDF)
» Persbericht uitreiking
» Persbericht bekendmaking

Ook over haarzelf als auteur reikt de pagina van de Taalunie koppelingen aan.

‘Rafels poëzie uit een raadselachtige wereld’ - Judith Herzberg krijgt de Prijs der Nederlandse Letteren

23 april 2018 - in blog: Ons Erfdeel

Documentaire over Judith Herzberg van Saskia van Schaik uit 2007. 53'

Bijna nooit zie je een vogel in de lucht zich bedenken, zwenken, terug. Dit gedicht van Judith Herzberg past precies bij het moeizame portret van deze belangrijke dichteres en toneel- en dramaschrijfster. Uit de voice-over van regisseur Saskia van Schaik blijkt dat het tweetal elkaar goed kent: Herzberg was vroeger haar oppas. Gaandeweg blijken ze allebei een andere film in hun hoofd te hebben: Herzberg ziet het liefst de inspiratiebronnen voor haar werk uitgelicht, terwijl Van Schaik de persoon daarachter wil portretteren. Deze blijkt zich bewust te zijn van het illusionaire gevaar van bepaalde opnamen. Open vertelt ze dat het haar irriteert dat ze gefilmd werd terwijl ze tomaten op een schaal legde. Ze deed dat puur omdat haar koelkast vol was, terwijl het nu lijkt alsof ze het voor de sier deed. Inzoomen op haar persoonlijke spullen is ook uit den boze. Wat als wordt ingezoomd op boeken die ze net wilde wegdoen? Dan krijgt de kijker een verwrongen beeld. Uiteindelijk komt Herzberg in deze touwtrekkerij tussen onderwerp en regisseur toch wat dichterbij.

Judith Herzberg laat haar boekenkast niet zien
Dat schrijft De Volkskrant n.a.v. de documentaire.

Ook NRC laat zich niet onbetuigd:
Liever drie eendjes dan één

'Zonder meer een van onze grootste dichters'

De bekroning van Judith Herzberg is volkomen terecht, vinden schrijvers van een jongere generatie. Op donderdag 29 november ontving de dichteres de Prijs der Nederlandse Letteren uit handen van koning Willem-Alexander. Ester Naomi Perquin, Jibbe Willems, Lot Vekemans en Fikry El Azzouzi buigen zich over haar vakmanschap.

In TaalunieBericht

Omhoog ^


'Het eerste woord en zijn herhaling' - gedicht van Stefan Hertmans uit zijn nieuwe bundel Onder een koperen hemel

 

Stefan Hertmans’ nieuwe dichtbundel
‘Onder een koperen hemel’

Het tweede gedicht in de bundel bladzijde 8 zonder titel maar over

“Het eerste woord en zijn herhaling”

Het moet iets donkers zijn geweest,
het eerste woord,
dik op de tong en pril,
iets tussen zucht en schreeuw
dat zich de dag in stootte
en meteen verdween.

Pas de herhaling is een wonder,
dat wat terugkeert zonder
dat je erom vraagt
maar dat ons draagt.
De eerste is altijd de tweede,
maar voor het eerst begrepen
in de keer.

Ik zweer je, ik zeg het nooit,
de grot klinkt ruw en warm in ons,
het is een tekening op je tong,
kun je het voelen, ja zo,
oer-sprong.

Je snapt het en je rolt
lachend het bed uit
en de prehistorie in.


Stefan Hertmans

Hoogleraar moderne literatuur Dirk De Geest (KULeuven) schreef een recensie over deze nieuwe dichtbundel.


Het tijdschrift Onze Taal en de verengelsing - Vibeke Roeper

 
Vibeke Roeper is de directeur van het Genootschap Onze Taal, dat het gelijknamig tijdschrift publiceert.
De verengelsing die in Nederland wijd om zich heen grijpt en in toenemende mate in het dagelijks leven en in het onderwijs en zeker in het hoger onderwijs is een thematiek waarvoor het tijdschrift in de voorbije maanden ruime aandacht heeft betoond in zijn activiteiten en in zijn tijdschrift.

In het decembernummer 12 jg. 2018 in de rubriek Verenigingsnieuws op bladzijde 23 blikt Vibeke Roeper terug op de themareeks ‘verengelsing’ die het maandblad in de lopende jaargang heeft gepubliceerd.

Met een nuchtere en heldere kijk op de situatie schetst zij die zoals ze in werkelijkheid in het maatschappelijk leven in Nederland voorkomt. Zij schroomt ook niet het standpunt van Onze Taal duidelijk daaraan toe te voegen. Het gebruik van het Engels of Engelse woorden in de gewone omgang hoeft niet verontrustend te zijn. Veel erger is de verontrusting gerechtvaardigd: Engels wordt verplicht in de hogere onderwijsinstellingen en verdringt het Nederlands. Daarbij doet ze een beroep op de verantwoordelijkheid van onderwijsbeleidsmakers en –bestuurders.

De treffende kijk op de problematiek rechtvaardigt een getrouwe weergave van haar artikel in Onze Taal.

“Het afgelopen jaar hebben we met een reeks artikelen in Onze Taal aandacht besteed aan een belangrijk en actueel thema: het toenemende gebruik van Engels in het hoger onderwijs. De discussie hierover is ingewikkeld; er lopen allerlei perspectieven en belangen door elkaar. De een redeneert vanuit de toegankelijkheid van academisch werk, de ander heeft het over de internationale context en een derde over onderwijskwaliteit. De een maakt zich zorgen over de ‘invasie’ van het Engels, de ander ziet de academische lingua franca als een verrijking. Door alles op een rijtje te zetten en betrokkenen aan het woord te laten, deden we een poging om de discussie te ontwarren. Daarbij was de steeds terugkerende vraag: wat betekent het voor het Nederlands als het Engels de academische voertaal wordt?
Aan het eind van deze reeks is nog een andere vraag gerechtvaardigd: wat vindt Onze Taal eigenlijk zélf van de verengelsing van het hoger onderwijs?

Op zichzelf zijn we niet bang voor de invloeden van het Engels. Het Nederlands heeft al eeuwenlang bewezen dat het buitenlandse woorden en zegswijzen kan absorberen, terwijl het als taal stevig overeind blijft. Bij de invoering van Engels in het hoger onderwijs is echter iets anders aan de hand: de taal wordt bewust geïntroduceerd, en waar verplicht Engels wordt gesproken, klinkt geen Nederlands meer. Dat baart ons zorgen.

We vinden het dan ook de verantwoordelijkheid van onderwijsbeleidsmakers en –bestuurders om zich te bekommeren om de positie van het Nederlands als wetenschapstaal, nu en in de toekomst. De keuze voor het Engels zou een bewuste keuze moeten zijn en een oplossing op maat, geen generiek beleid – met name in de sociale en geesteswetenschappen. Het mag immers niet zo zijn dat het leren, discussiëren en publiceren in het Nederlands abrupt stopt door een beleidskeuze van een kleine groep onderwijsbestuurders.

We sluiten de reeks nu af, maar zullen belangrijke ontwikkelingen natuurlijk melden. Intussen pakken we in 2019 een nieuw thema bij de kop: de vernieuwing van het schoolvak Nederlands. We verheugen ons nu al op de reeks artikelen die dat oplevert, en op uw gewaardeerde reacties!

VIBEKE ROEPER, DIRECTEUR ONZE TAAL


De nieuwe eindtermen: het pad naar de toekomst?
Open brief aan leerplanontwikkelaars en uitgeverijen
Kris Vanden Branden (blog Duurzaam onderwijs) 8 augustus 2018

 

‘Kort voor de zomervakantie keurde de Vlaamse regering de nieuwe eindtermen voor de eerste graad van het secundair onderwijs principieel goed. Wie even de tijd neemt om neer te zitten en alle eindtermen in één lange geut over zich heen te laten komen, kan zich moeilijk van de indruk ontdoen dat de Vlaamse regering een ambitieuze en eigentijdse set van eindtermen naar voren schuift. Een aantal van de “transversale” eindtermen, zoals die rond burgerschap, informatieverwerking, duurzaam leven, omgaan met moderne technologie en samenleven in diversiteit weerspiegelen duidelijk het belang dat sommige onderwijsdoelen hebben gewonnen in het licht van digitalisering en globalisering.’

Dat is de aanhef van de tekst van de Leuvense hoogleraar didactiek van het Nederlands.

Hij noemt die eindtermen ‘ambitieus’ en ‘eigentijds’. Transversaliteit lijkt het leidinggevende principe te zijn. ‘Transversaal betekent dat deze eindtermen veel verschillende “vakken” van het curriculum doordringen.’ Verder waarschuwt hij de leerplanontwikkelaars en de uitgeverijen goed na te denken om vanuit de uitgangsprincipes van de nieuwe eindtermen de leerplannen en de leermethodes te ontwerpen.

Wij zijn benieuwd hoe het onderwijsveld in concreto in de klaspraktijk op de implementatie van de nieuwe eindtermen zal reageren. Boeiende en belangrijke materie is dat, die het aanschijn van het onderwijs in de eerste graad van het voortgezet of secundair onderwijs tot op zekere hoogte zal bepalen.

Een grondige bestudering van de eindtermen en een ernstige reflectie over de visie die Vanden Branden in zijn blog hier voorstelt kunnen lerarenopleiders en docenten in het werkveld mentaal voorbereiden op de aankomende nieuwe situatie vanaf september 2019.

De blog van Vanden Branden Duurzaam onderwijs

Het voorontwerp van decreet einddoelen eerste graad secundair onderwijs op de website van het Vlaams Departement Onderwijs

Omhoog ^


De vijf armen van gezamenlijke taalpraktijk
Kris Vanden Branden (blog Duurzaam onderwijs)

 

Een pleidooi van hoogleraar Kris Vanden Branden.
Hij pleit ervoor dat alle leraren samenwerken op gebied van taal - over de vakken heen.
Dat komt ook het vakonderwijs zelf ten goede.

Het is een belangrijke blogtekst op “Duurzaam onderwijs”.

Omhoog ^


'Werken aan taalvaardigheid leidt tot betere kansen
Interview met An De Moor (n.a.v. de uitreiking aan haar van de Lofprijs der Nederlandse taal)

 
Lofprijs voor An De Moor 5 oktober 2018

7 oktober 2018 Joris Sterckx

Talenbeleidcoördinator van de KU Leuven en de Odisee Hogeschool An De Moor nam vrijdag 5 oktober 2018 in het Brussels Parlement de LOF-prijs 2017 in ontvangst. De Stichting Nederlands reikt de LOF-prijs elk jaar uit aan een persoon of organisatie die zich bijzonder inspant voor het behoud en de bevordering van het Nederlands. Een definitie die zeker opgaat voor An De Moor, dezer dagen een veelgevraagde gastspreker op colloquia, lezingen en dus ook prijsuitreikingen. Ondanks haar drukke agenda vond ze deze week een uurtje tijd voor een gesprek. An De Moor ontvangt de journalist op de Brusselse campus van de KU Leuven.

Lees het vraaggesprek - met de visie van An De Moor over de taalsituatie in het onderwijs.



Een warm bad van taalgenot - over het boek van Paulien Cornelisse
'Taal voor de leuk'

 

Paulien is een groot liefhebber van de Nederlandse taal. 'Je ergeren? Dat doe je maar in je vrije tijd,' zegt Paulien, om vervolgens als een detective op zoek te gaan naar taalvernieuwingen, miscommunicaties en bizarre gesprekswendingen.

In Taal voor de leuk, haar derde taalboek, deelt ze haar nieuwste fascinaties. Waarom zegt de conducteur in de trein 'UhLelystad' in plaats van gewoon 'Lelystad'? Kun je beter 'ARG' whatsappen of 'ARGH'? Wat zijn dwangclichés? Auto-irritaties? En wat is woordaanelkaarplakkisme? Scherp, onderzoekend en met een vrolijk relativeringsvermogen neemt Paulien de taal onder de loep.

Sterre Leufkens



(c) Paulien Cornelisse


Ik vind taal leuk. Net als jullie, Neerlandistiek-lezeressen en -lezers, en net als Paulien Cornelisse en de half miljoen mensen die haar eerste boek Taal is zeg maar echt mijn ding kochten. Wat heerlijk, dat wij taal allemaal zo leuk vinden, wat een warm bad van gemeenschappelijk taalgenot! Dat zou je dan denken. Maar taalliefhebbers zijn er in soorten en maten.


Genieters

Ten eerste hebben we de enthousiastelingen als Cornelisse zelf. In het voorwoord van haar nieuwe columnbundel, Taal voor de leuk, beschrijft ze hoe het er bij haar aan toegaat. Ze heeft een gesprekje met iemand, diegene zegt iets, en vervolgens blijft ze daar nog de hele dag over doordenken. Waarom zei hij dat zo en niet anders? Hoe kan dat nou? Hoe kan het überhaupt dat gesprekjes wel eens goed aflopen, ondanks de sociale onhandigheid van alle betrokkenen? Het fascineert haar eindeloos.

Dat plezier in ogenschijnlijk doodgewoon taalgebruik is voelbaar in ieder stukje. Bellenblaas dat in het Tsjechisch bublifuk blijkt te heten. Conducteurs die seinstoring uitspreken als zijnstoring (een soort identiteitscrisis?), en die een schwa voor de stations plakken: UhLelystad! Herstel! UhDrontennnn! Klusjes, stoere vrouwen en de zwaarte des levens zijn ‘pittig’ gaan heten, terwijl heet eten inmiddels ‘spicy’ is. Cornelisse heeft een scherp oog voor zulke alledaagse taalverschijnselen (nog eentje dan: woorden op -sel klinken meestal vies, zie baksel, braaksel, beenwindsel) en voor de kleine gekkigheden van mensen.
Haar observaties zijn niet alleen herkenbaar, maar vooral ook erg grappig opgeschreven. En dat is een kunst. Humor in een gesprek brengen is één ding – in mijn ervaring is een grap schrijven nog duizend keer moeilijker. Het wordt als snel geforceerd jolig (zoals een recensent het blog van ondergetekende eens noemde), of het komt gewoon niet over. Maar bij het lezen van dit boekje schoot ik regelmatig hardop in de lach. Bijvoorbeeld bij de scène in een zeker ecoyuppen-supermarkt, waar Cornelisse in krom Spaans toeristen helpt met betalen (es bien!) en verzucht: ‘Zelden heb ik me zo nuttig gevoeld.’ Of in het stukje over hoe we de waarheid achter struisvogelpolitiek niet hebben willen zien. Zelfs het register is hilarisch.

Een fragment:

akelig
78
- doorligwonden 79
- misselijk 79
- ovenschotel 79
- trui 79
allochtoon 39
anders nog iets 82
- andeers nog niets 83


Uitpluizers

Je zou zeggen: zo veel lol met taal, daar zullen taalkundigen dan wel dol op zijn. Persoonlijk ben ik dat inderdaad, maar ik heb zat collega’s die het maar zo-zo vinden. Zij behoren tot een tweede categorie taalliefhebbers: die van de mensen die verder willen dan de observatie. Ze houden van analyseren, doorgronden, verklaren. Ze vinden Cornelisses stukjes oppervlakkig: het stopt bij de grapjes, het is alleen maar leuk.

Cornelisse kan zich in die karakterisering denk ik prima vinden, al ziet zij het als een positieve kwalificatie. Haar werk ligt naar eigen zeggen in het verlengde van cabaret (Cornelisses ‘hoofdberoep’ is cabaretière, met zeurklank, zie: è), en niet in het verlengde van taalwetenschap (wat ze ooit een jaar studeerde). Het is dus welbewust en expres: het gaat Cornelisse expliciet niet om het analyseren, maar om het op lichte toon verwonderen. Voor mij sluiten die twee dingen elkaar niet uit, maar misschien gaat voor taalliefhebbers à la Cornelisse de lol er juist af, wanneer ze de boel gaan uitpluizen. Een beetje zoals de mensen die, toen ze op de middelbare school opeens literaire thematiek en motieven moesten analyseren, alle lust tot lezen hebben verloren.


Oordelers

Toch hebben de uitpluizers en de genieters ook iets gemeen. Ze ergeren zich niet. En dat is het verschil met taalliefhebbers-type-3: de mensen bij wie taalpassie zich uit in het afkeuren van ‘foute’ taal. Die bij alles wat ze horen en lezen zich eerst een vooral afvragen: is dit wel goed? En alleen genieten wanneer het antwoord ‘ja’ is. Zo zag ik recent op Facebook de volgende mening over Cornelisse voorbij komen: “Als ik haar boeken uit heb, betreur ik haar vrijblijvendheid. Waarom niet oordelen?”

Ik vind dat nou juist de charme. Taal ís leuk. Waarom wél oordelen? Wie wordt daar nou beter van? Het Nederlands zeker niet. Vandaar mijn pleidooi voor dit hilarische boek vol taalgenot. Taal voor de verwonder.

Sterre Leufkens


Paulien Cornelisse. Taal voor de leuk. Uitgebracht in eigen beheer.
Meer informatie en bestellen op www.pauliencornelisse.nl

Bron: Neerlandistiek 19-11-2018


Omhoog ^


Leren van de wereld te lezen - Sander Bax over het belang van neerlandistiek

 

Sander Bax (1977): universitair hoofddocent Literatuurwetenschap, Cultuurgeschiedenis en Vakdidactiek Nederlands aan de UvT

De Neerlandistiek ligt onder vuur. Het lijkt een hobby van (opvallend vaak aan Leiden gelieerde) opiniemakers om zonder enige kennis van zaken te fulmineren tegen het literatuuronderwijs – dat leerlingen zou verstikken met afschrikwekkende museumstukken - , tegen modern letterkundigen – die volkomen de weg kwijt zouden zijn – of tegen de literatuurwetenschap – waarin ‘nog steeds’  de onleesbaarheid troef zou zijn. In al deze gevallen is de columnist (Christiaan Weijts, Ilja Leonard Pfeijffer, Sebastien Valkenberg) al dan niet bewust bezig met het verspreiden van fake news. En in Trumpiaanse tijden betekent dat dus ook dat zij met deze columns een ongewenst grote invloed hebben op het imago van de Neerlandistiek.

Alleen al daarom is het goed om te benadrukken hoe veel het onderwijs in en onderzoek naar Nederlandse Taal en Cultuur – zoals dat door letterkundigen en literatuurwetenschappers gedaan wordt – ons  te bieden heeft. Om te beginnen speelt het een cruciale rol in het zorg dragen voor het literaire erfgoed, niet op een museale, door een conservatieve politieke agenda gekleurde manier, maar op een wetenschappelijk onderbouwde en dus kritische manier. Veel Neerlandici zijn dagelijks bezig om dat erfgoed levend te houden, om het vanuit nieuwe perspectieven op te laten lichten en het op een weloverwogen manier door te geven aan volgende generaties.

Lees de hele tekst van Sander Bax in Diggit Magazine

Omhoog ^


Wat verraadt jouw taal over jou?
Universiteit van Vlaanderen - Rik Vosters
5 december 2018

 

Een sociolinguïst aan het woord over mondeling taalgebruik

Friet, patat of petat. Je hebt maar één woord nodig om te horen of de persoon tegen wie je spreekt een Vlaming of een Nederlander is. Maar je woordgebruik en je uitspraak vertellen nog méér dan alleen je woonplaats. Hoe dat komt en hoe dat werkt legt sociolinguïst Rik Vosters je haarfijn uit. Extra uitdaging voor tijdens het kijken (lees: luisteren): raden jullie waar de haast accentloze professor vandaan komt?


17’44”

https://youtu.be/yG2v3CoOuIE

Omhoog ^

Meertaligheid in beeld - Drie informatieve animatieclips over meertaligheid voor basisschoolleerlingen

 

Meertaligheid is hot en dus wordt er op basisscholen steeds meer over gesproken. Om dat gesprek te vergemakkelijken werden drie korte animatieclips over meertaligheid ontwikkeld. Het is de bedoeling basisschoolleerlingen (groep 5 t/m groep 8) en hun leerkrachten op een bewuste manier te laten ervaren hoe fascinerend en alomtegenwoordig meertaligheid wel niet is.

- Iedereen is (een beetje) meertalig

https://youtu.be/Iju9_QRD080

- Meertalig opgroeien

https://youtu.be/dGK_vq0o7xQ

- Een meertalige mengelmoes in je hoofd?

https://youtu.be/FFl98LjOesg

Bron: Neerlandistiek 16-10-2018

Omhoog

'Taalangsten en taallogica: wat d-t-fouten ons leren over onze perceptie van taal' Dominiek Sandra

 

'Wellicht is de dt-discussie één van de beste illustraties van de sterke band tussen taal en emotie', schrijft Dominiek Sandra voor de Universiteit van Vlaanderen.

Het college van de Universiteit van Vlaanderen van maandag 3 december heeft de uitdagende titelvraag: 'Word je slimmer van dt-fouten?' In dat filmpje vertel ik dat veel dt-fouten het gevolg zijn van de valstrikken die ons brein voor ons spant. Dat zowel goede als zwakke spellers daar af en toe het slachtoffer van worden. Dat de dt-val niet enkel open staat tijdens het schrijven maar ook bij het nalezen van een tekst.

Hier wil ik echter ingaan op andere inzichten die ik tijdens ons dt-onderzoek heb opgedaan. Eén van die inzichten is de sterke band tussen taal en emotie. In discussies over dt-fouten is de toon van veroordeling meestal niet ver te zoeken. Wie een fout maakt tegen zulke eenvoudige regeltjes moest zich schamen. Wie er begrip voor opbrengt, is veel te tolerant. De minder radicalen doen geen minder emotionele uitspraken. Zij verwijten personen die te veel belang hechten aan dt-fouten voor taalpuristen of individuen met een rigide persoonlijkheid. Ik weet niet wanneer in ons taalverleden die obsessie voor dt-fouten ontstaan is. We hebben het taboe en de stigmatisering echter al generaties lang doorgegeven. De dt-fout valt de bedenkelijke eer te beurt dat ze de zwaarste schrijfovertreding is.
Wellicht is de dt-discussie één van de beste illustraties van de sterke band tussen taal en emotie.

Lees het hele artikel

Omhoog

Het Taalmuseum - een grondige kennismaking

 

HET TAALMUSEUM VAN DE TOEKOMST

LEIDEN ALS AFZENDER

NEDERLAND ALS PODIUM

Visie 2019 - 2021

Het is gevestigd in Leiden

Het Taalmuseum p/a Leiden University Centre for Linguistics
Van Wijkplaats 4 2311 BX Leiden
www.taalmuseum.nl


DE ACTIVITEITEN VAN HET TAALMUSEUM

Het Taalmuseum richt zich op de verbeelding van taal voor een breed publiek. Het doet dit met een activiteitenprogramma, waarbij voor ieder onderwerp een passende vorm wordt gezocht, zoals een tentoonstelling, voorstelling, film, animatie, website, game, publicatie, festival, lezing, muziekstuk of symposium. Deze rijkheid aan vormen past bij een museum dat wil enthousiasmeren, zich richt op meerdere doelgroepen en niet gebonden is aan een collectie of gebouw.

De veelzijdigheid mag niet ten koste gaan van de herkenbaarheid. Het museum werkt daarom met een jaarlijkse routine. Ieder najaar realiseert het museum een tentoonstelling, rond de zomer draagt het bij aan lokale initiatieven en in de eerste helft van het jaar organiseert het wisselende activiteiten. Daarnaast zet het museum in op een maandelijks terugkerende (online) activiteit en op het versterken van de online aanwezigheid.

Overloop de schitterende pdf over Het Taalmuseum

Nog meer informatie

Omhoog


Onderwijsonderzoek
Taalstimulerende maatregelen in de praktijk (2016-2020)

 

Omschrijving van het onderzoeksopzet

In het onderwijsbeleid van de Vlaamse regering nemen taalstimulering Nederlands en taalbeleid een centrale plaats in. Door de invoering van onder meer de verplichte taalscreening en de toolkit breed evalueren probeert de overheid schoolteams te sensibiliseren, te stimuleren en te ondersteunen om de taalvaardigheid Nederlands van alle leerlingen te bevorderen en zo gelijke onderwijskansen te garanderen.
In dit onderzoek worden de taalscreeningspraktijken en de taalstimulerende maatregelen die basis- en secundaire scholen ondernemen in kaart gebracht. Daarnaast wordt onderzocht wat de effecten van die praktijken en maatregelen zijn op de taalvaardigheid Nederlands van de leerlingen, rekening houdend met een aantal kenmerken van de scholen en leerlingen, zoals ligging en GOK-indicatoren. Volgende onderzoeksvragen staan centraal:

  • Op welke wijze wordt de taalvaardigheid Nederlands van leerlingen gescreend en geëvalueerd in Vlaamse basis- en secundaire scholen?
  • Welke taalstimulerende maatregelen worden door basis- en secundaire scholen genomen met het oog op het verhogen van de taalvaardigheid Nederlands van hun leerlingen?
  • Wat is het effect van de taalscreening en de taalstimulerende maatregelen die door schoolteams worden genomen op de taalvaardigheid Nederlands van de leerlingen?
  • Welke factoren beïnvloeden de implementatie en de effecten van deze maatregelen?

Dit onderzoek maakt gebruik van een steekproef (30 basisscholen, 50 secundaire scholen). De 3 best en zwakst scorende scholen in zowel basis- als secundair onderwijs worden vervolgens kwalitatief bestudeerd.

Omschrijving van de onderzoeksresultaten

In het kader van deze onderzoekslijn werd de volgende studie gepubliceerd “Helpen talenbeleid en taalscreening taalgrenzen verleggen? Een reviewstudie naar effectieve taalstimuleringsmaatregelen”. In deze literatuurstudie wordt de impact van taalstimulering, taalscreening en talenbeleid op de taalvaardigheid van leerlingen en de implementatie ervan door scholen in kaart gebracht vanuit een analyse van nationaal en internationaal onderwijs- en taalverwervingsonderzoek.

Daarbij worden volgende vragen gesteld:

  • Welke taalstimulerende maatregelen bevorderen de taalvaardigheid van leerlingen?
  • Wat maakt een taalscreening en een schooltalenbeleid effectief?
  • Zijn centrale taaltoetsen een alternatief voor breed evalueren en gedecentraliseerd toetsen?
  • Welke factoren spelen een rol bij de implementatie van schooltalenbeleid?
  • Wat weten we wel op basis van wetenschappelijk onderzoek en wat weten we niet? 

Deze literatuurstudie is een eerste output van onderzoekslijn 1.5

Documenten


Bron: Vlaanderen \ Onderwijs - Onderwijsonderzoeken


Omhoog

Taalsensibilisering in het Vlaamse basisonderwijs (uit het VLOR-rapport)

 

Wij zijn zo vrij het naar onze mening belangrijkste gedeelte over te nemen uit het VLOR-rapport
‘Wetenschappelijk rapport over talensensibilisering in de Vlaamse onderwijscontext - Literatuurstudie praktijkgericht onderwijsonderzoek  in opdracht van de Vlaamse Onderwijs Raad (Vlor)’.

Het zijn de delen 5.1.6 Conclusies bij onderzoeksvraag 3 (blz.132-133) en 5.3 Beleidsaanbevelingen (blz.136-139). Het rapport werd opgesteld door het Centrum Taal en Onderwijs (CTNO) KU Leuven.

5.1.6 Conclusies bij onderzoeksvraag 3

Onderzoeksvraag 3 In welke mate zijn de gevonden definities, praktijken en effecten relevant voor Vlaamse onderwijscontexten met zijn eigen kenmerken en voor de behoeften van de doelgroepen (leraren, directies, begeleiders, opleiders …)? Hoe kunnen de gevonden praktijken en effecten betekenisvol ingezet worden in een talenbeleid in de Vlaamse onderwijscontext? 

Een conceptueel kader van talensensibilisering voor de Vlaamse onderwijscontext kan niet losstaan van diezelfde Vlaamse onderwijscontext. Op basis van de literatuurstudie en de dialoog met de focus- en resonansgroep is een conceptueel kader voor de Vlaamse onderwijspraktijk opgesteld. In dat kader komen de definitie, de doelen en de relatie van talensensibilisering met de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen aan bod. Er is ook aandacht voor de vraag wat talensensibiliserend lesgeven van een leerkracht op de Vlaamse klasvloer vraagt en hoe talensensibilisering in een talenbeleid op school kan worden opgenomen.

Talensensibilisering, de definitie

Talensensibilisering staat voor het gevoelig maken voor en bewust maken van het bestaan van een veelheid aan talen, en daaraan onderliggend culturen en referentiekaders, in onze wereld en, dichterbij, in de eigen schoolomgeving. Door leerlingen op een zelfontdekkende manier met de talige diversiteit in contact te brengen, ontwikkelen zij een referentiekader waarin een positieve omgang met die diversiteit een centrale plaats krijgt. 

Doordat talensensibilisering geen systematisch onderricht is en geen apart vak binnen het curriculum is, zijn er geen ingrijpende veranderingen nodig om talensensibilisering in het huidige onderwijssysteem in te voeren. Het is de kleinschaligheid en het gegeven dat elke leerkracht, ook de niet-taalspecialist, elke dag talensensibiliserend kan werken, die de structurele inpassing van talensensibilisering op schoolniveau mogelijk maakt. 

Talensensibilisering, drie doelen

De doelen van talensensibilisering situeren zich op drie domeinen: attitude, kennis en vaardigheden. 
Het primaire doel van talensensibilisering is gericht op de attitude van leerlingen ten opzichte van taaldiversiteit. Talensensibilisering opent niet alleen deuren naar taaldiversiteit in de wereld maar ook naar die in de klas en op school. Door leerlingen te leren wat het is om in een talig diverse wereld te leven, krijgen zij de gelegenheid om open te staan voor diversiteit en verschillende taal- en cultuurgemeenschappen.
 
Op het vlak van kennis heeft talensensibilisering als doelstelling om kennis en bewustzijn over taal, taalvariëteiten en talen te verhogen. Leerlingen krijgen door talensensibilisering meer inzicht in de talige diversiteit van de wereld en de manier waarop ze zelf bepaalde talen of taalvariëteiten in sociale situaties gebruiken. 

Op het vlak van vaardigheden heeft talensensibilisering als doelstelling om metalinguïstische en (meta)cognitieve vaardigheden te bevorderen. Talensensibilisering moet het ontwikkelen
van het metalinguïstisch bewustzijn van leerlingen bevorderen door een groeiend inzicht in taal als fenomeen en hoe taal functioneert, en in gelijkenissen en verschillen tussen talen (in de eerste plaats vergelijkend met de moedertaal). Huidig onderzoek naar talensensibilisering laat wat betreft de ontwikkeling van metalinguïstische en metacognitieve vaardigheden, evenwel gemengde resultaten zien. Om positief effect te kunnen staven, zijn er wellicht intensieve, gerichte, beschouwende lesactiviteiten noodzakelijk. 

Talensensibilisering in de ontwikkelingsdoelen en eindtermen

Het bijzondere aan talensensibilisering is dat het gecombineerd kan werken aan ontwikkelingsdoelen en eindtermen van het kleuteronderwijs, lager onderwijs en secundair onderwijs. Talensensibilisering kan vakoverschrijdend vorm krijgen. Talensensibilisering is dus geen eiland in het curriculum, maar een rivier die door de verschillende vakken van ieders schoolloopbaan kronkelt. 

De leerkracht: wisselwerking tussen ervaring en bewustzijn

De hamvraag is hoe je een positieve basishouding ten opzichte van talige diversiteit bij leerkrachten bereikt. Het gaat daarbij om een wisselwerking tussen ervaringen en bewustzijn. Instapactiviteiten, ‘talensensibilisering voor dummies’, kunnen hiervoor een interessante insteek zijn. Uit de geraadpleegde onderzoeksliteratuur blijkt dat deelname aan acties en projecten met betrekking tot talensensibilisering ook leerkrachten lijkt te sensibiliseren en bewust te maken. 
 
Talensensibilisering in een talenbeleid op school

Talensensibilisering gaat over meer dan bepaalde lesactiviteiten in de klas. Talensensibilisering is intrinsiek verbonden met de vraag, en het antwoord, welke houding een schoolteam ten opzichte van meertaligheid aanneemt. Om talensensibilisering succesvol te implementeren, is het raadzaam het op te nemen in een talenbeleid op school. Een krachtig talenbeleid kent zeven kenmerken:
(1) doelgericht,
(2) taalgericht,
(3) structureel,
(4) strategisch,
(5) dialoog,
(6) schoolspecifiek en
(7) samenhang.
Talensensibilisering in een talenbeleid gaat over het maken van keuzes door een specifieke school met haar eigen verhaal en eigen linguïstische landschap. Talensensibilisering in een talenbeleid is krachtig, doordat het een structurele plaats krijgt op school en op die manier meer garantie biedt voor het bereiken van de doelen van talensensibilisering op leerlingniveau. 

5.3 Beleidsaanbevelingen

Hoewel scholen heel wat individuele keuzes mogen maken, stippelt de Vlaamse overheid de krijtlijnen – de ontwikkelingsdoelen en de eindtermen bijvoorbeeld – uit. De scholen hebben de pedagogische vrijheid om hun onderwijs in te richten zoals ze willen, maar de overheid bepaalt dus wat scholen met hun leerlingen moeten bereiken. In wat volgt, doen we een aantal aanbevelingen voor beleid om de doelstellingen van talensensibilisering succesvol en duurzaam te implementeren. Empirische gegevens, die aantonen dat talensensibilisering op leerlingniveau de openheid ten opzichte van talige diversiteit en de interesse in andere talen verhoogt, sterken ons in de overtuiging dat talensensibilisering overheidssteun verdient. Als we een openheid willen creëren voor talige diversiteit (en alle talen in Vlaanderen een plaats willen geven in het onderwijs), dan moeten we dit doel op alle niveaus van de onderwijspraktijk een plaats geven. 
In hoeverre talensensibilisering als een succesvolle bijdrage tot het onderwijsprogramma kan worden gezien, hangt ten dele af van de verwachtingen die onderwijspractici en beleidsmakers hierover koesteren. Als de verwachting is dat talensensibilisering bovenal vaardigheden om talen te leren moet bevorderen, dan zal die verwachting niet helemaal ingelost worden. Als daarentegen de acceptatie en waardering van taaldiversiteit als doelstelling centraal staat alsook de aansluiting van de klaspraktijk bij de buitenschoolse meertalige realiteit, dan is talensensibilisering een veelbelovende aanpak. 

 
We formuleren hier enkele aanbevelingen voor het beleidsniveau om talensensibilisering en, breder, een positieve visie op meertaligheid duurzaam te implementeren. We richten ons daarbij allereerst op de Vlaamse overheid en de pedagogische begeleidingsdiensten. De scholen en leerkrachten die met talensensibilisering aan de slag willen en op zoek zijn naar praktijkgerichte achtergrondinformatie en handzame tips, vinden inspiratie in de Wegwijzer voor de Vlaamse klaspraktijk. 

Aanbeveling 1: maak talensensibilisering bekend bij de onderwijspraktijk

Om een positieve omgang met meertaligheid uit te dragen, is het belangrijk om als overheid consequent positieve signalen met betrekking tot meertaligheid uit te sturen en om het begrip talensensibilisering en de bijbehorende doelen bekendheid te geven. Daarin kan de Wegwijzer voor de Vlaamse klaspraktijk een eerste stap zijn. De boodschap dat alle talen binnen de lesuren op school aan bod mogen komen, is belangrijk in het licht van het (h)erkennen en bevestigen van ieders talige identiteit op de plaats waar dat het meest effect sorteert: op school en in de klas, waar leerlingen dagelijks heel wat uren doorbrengen. Dat betekent dat talensensibilisering zich niet beperkt tot positief omgaan met meertaligheid tijdens het moment talensensibilisering. Het gaat over een consequente lijn van positieve omgang met meertaligheid, tijdens alle lessen, maar ook erbuiten. 

De speelplaats, bijvoorbeeld, is een belangrijke ontmoetingsplaats voor ouders, leerlingen en schoolpersoneel. Tijdens het speelkwartiertje, het op- en afhalen van de leerlingen en de gemeenschappelijke schoolactiviteiten komen er heel wat gesprekken op gang. De speelplaats is daarom een geschikte ruimte om de talen die leerlingen en hun ouders meebrengen een plaats te geven.

 
Aanbeveling 2: stimuleer scholen om talensensibiliserend te werken in het kader van een talenbeleid

Als we zowel de talige diversiteit de Vlaamse klassen in willen halen als de aanwezige talige diversiteit in de klas willen benutten, dan is het belangrijk om een openheid te creëren voor die diversiteit. Die openheid creëer je door leerkrachten de kans te geven met talensensibilisering aan de slag te gaan. Dat betekent concreet dat leerkrachten en hun directies de mogelijkheid moeten krijgen om positieve ervaringen met talensensibilisering op te bouwen en om het bewustzijn te ontwikkelen dat talensensibilisering – door (h)erkenning van de talige identiteit, het welbevinden van leerlingen te bevorderen en de motivatie om talen te leren te verhogen – een steentje kan bijdragen aan het bieden van maximale ontwikkelingskansen aan alle leerlingen van de school. Het volstaat met andere woorden niet om talensensibilisering louter als iets plezierigs te zien, als een speelkwartiertje, en niet als iets serieus. Het is raadzaam om talensensibilisering te integreren in een krachtig talenbeleid op school. 

In een talenbeleid krijgt ook ouderbetrokkenheid een plaats en kunnen tevens buitenschoolse activiteiten, in de vorm van een brede school, geïntegreerd worden. Door ouders bij talensensibiliseringsactiviteiten te betrekken, zorgen we ervoor dat hun thuistalen – vreemde talen of dialecten – zichtbaar worden in de school en dat hun levensverhalen en referentiekaders bijgevolg bekendheid krijgen.
 
Ook contacten met andere organisaties, in het kader van een brede school-project, passen goed binnen een talenbeleid. Talensensibilisering houdt namelijk niet op bij de schoolpoort. Om van een doorgedreven, succesvolle openheid ten opzichte van talige diversiteit te kunnen spreken, zal een positieve omgang met talige diversiteit op alle vlakken ingang moeten vinden. Ook buiten de schooluren. Leerkrachten en directies kunnen daaraan bijvoorbeeld bijdragen door leerlingen aan te sporen buiten de lesuren contacten te leggen met sprekers van andere talen en meertalige media in te zetten bij het maken van hun huiswerk. Pedagogische begeleiders en beleidsmakers kunnen daaraan bijdragen door brede-school projecten te stimuleren waarin talensensibilisering een structurele plaats krijgt.

 
Aanbeveling 3: ontwikkel een instappakket ‘talensensibilisering voor dummies’

Om een bewustzijn over talige diversiteit bij leerkrachten en scholen te bereiken, kan er in de toekomst een pakket ‘talensensibilisering voor dummies’ ontwikkeld worden waarmee leerkrachten allereerst een zicht krijgen op de rijkdom aan talige diversiteit in de klas, de schoolomgeving en de samenleving. Andersom kan het echter ook zo zijn dat dergelijk bewustzijn al aanwezig is. Hetzij door de wens de talige diversiteit van de wereld de klas in te brengen; hetzij door niet precies te weten hoe op de aanwezige talige heterogeniteit in de klas in te spelen. Een instappakket kan een eerste noodzakelijke stap zijn om te ervaren hoe talensensibilisering in zijn werk gaat en dat het bijdraagt aan kwaliteitsvoller en taalrijker  
onderwijs. Wanneer leerkrachten vervolgens, door de wisselwerking van ervaringen en bewustzijn, meertaligheid en alle talen die leerlingen meebrengen naar de klas en school als een rijkdom percipiëren, dan kan talensensibilisering verder uitgebouwd worden op klas- en schoolniveau. 


Aanbeveling 4: zet een proefproject talensensibilisering op

Om na te gaan wat er nodig is om talensensibilisering te doen slagen in de specifieke Vlaamse onderwijscontext, is het nodig om een proefproject in Vlaanderen op te zetten. Om een inzicht te krijgen in hoe het werkt voor kleuters, leerlingen van het lager onderwijs en van het secundair onderwijs gaat het bij voorkeur om een proefproject dat talensensibilisering op deze onderwijsniveaus implementeert en daarbij de effecten op leerling-, leerkracht- en schoolniveau nagaat en wetenschappelijk evalueert. 

In een dergelijk proefproject kan ook de haalbaarheid van de inpassing van talensensibilisering in het curriculum van scholen onderzocht worden. De suggestie uit het Evlang-onderzoek dat enkele tientallen uren nodig zijn om positieve veranderingen bij leerlingen teweeg te brengen, vormt een uitdaging voor het drukke programma van leerkrachten. Het vaak geopperde tijdsargument is evenwel een loos argument als we talensensibilisering niet als een serie afgebakende activiteiten in het schoolprogramma opvatten maar als een basishouding die leerkrachten aannemen, wat hen toelaat direct in te spelen op kleine momenten en aanleidingen die spontaan in de klas kunnen opduiken. Vanuit deze optiek is talensensibilisering niet in een aantal uren te berekenen en haalt het haar kracht uit haar bijna ongrijpbare constante aanwezigheid in het klimaat van een klas of een school. Hoe zo’n klimaat in verschillende onderwijsniveaus tot stand kan komen en welke begeleiding leerkrachten daarbij nodig hebben, moet in een proeftuin of actieonderzoek rond omgaan met taaldiversiteit grondig onderzocht worden.

 
Aanbeveling 5: werk aan attitudes in de lerarenopleiding

De vaststelling dat talensensibilisering attitudeverandering centraal plaatst, betekent een hele uitdaging voor de opleiding en vorming van leerkrachten. Werken aan attitudes van toekomstige leerkrachten is veeleisend, maar samen met (toekomstige) leerkrachten activiteiten ontwikkelen, deze uitproberen en daarover reflecteren, kan een waardevolle opstap zijn naar attitudevorming. 

 
Aanbeveling 6: professionaliseer professionele begeleiders om scholen te ondersteunen bij het opzetten van een krachtig talenbeleid

Professionele begeleiders kunnen ingezet worden om scholen te helpen bij het werken aan de doelen van talensensibilisering in het kader van een talenbeleid op school. Om dat goed te kunnen doen, moeten ook zij geprofessionaliseerd worden in het omgaan met meertaligheid, het begeleiden van activiteiten omtrent talensensibilisering en het opzetten van een krachtig talenbeleid op school. 

 
Conclusie

Dit project begon met de vraag wat talensensibilisering in kan houden voor de Vlaamse onderwijspraktijk en eindigt wellicht met een andere manier van kijken naar diezelfde onderwijspraktijk. Laten we nog eens terugkeren naar de inleiding van dit rapport waarin we ons onder andere de volgende vragen stelden (zie 1.2): 

 
Zijn er randvoorwaarden op klas- en schoolniveau voor een succesvolle talensensibilisering? En zijn er ook krachtlijnen voor een beleid omtrent talensensibilisering te ontwaren? Zijn er krachtlijnen voor positief omgaan met meertaligheid? En kan talensensibilisering daaraan een steentje bijdragen? 

Het antwoord daarop is: ja. Elke school kan talensensibiliserend werken om een openheid ten opzichte van talige diversiteit te ontwikkelen en om kennis en een bewustzijn op te bouwen over de veelheid aan talen in onze geglobaliseerde wereld. Talensensibilisering helpt scholen om de talige identiteit van alle leerlingen, en in het bijzonder anderstalige en dialectsprekende leerlingen, een positieve plaats te geven in het dagelijkse schoolleven. Zoals een leerkracht het treffend verwoordde: “Ze begonnen in de klas te bestaan, voordien bestonden ze niet echt” (Hélot, 2008, p. 376, vertaald uit het Engels).

Door de talen en niet-standaardtalige taalvariëteiten van alle leerlingen te (h)erkennen en te gebruiken in de klas, mogelijk ook als verrijking en hulpbron te zien van het leerproces, worden leerlingen in hun talige identiteit (h)erkend en vervolgens bevestigd. Op die manier kunnen we alle leerlingen de kans geven om hun (meer)talige identiteiten te ontplooien, hun welbevinden te verhogen, een stevige interesse voor de talige diversiteit te ontwikkelen en tot succesvolle vormen van leren te komen. 

Omhoog


Noam Chomsky werd 90 op 7 december 2018

Universele grammatica

 

Chomsky ontwierp een universele grammatica, de transformationeel-generatieve grammatica of TGG-grammatica: zie Wikipedia

maar ook ...

NOAM CHOMSKY, MOREEL BAKEN VOOR EEN BETERE, SOLIDAIRE WERELD

Lode Vanoost

Noam Chomsky, wetenschapper linguïstiek met wereldfaam en meest geciteerde hedendaagse wetenschapper, is bij miljoenen ook bekend als kritisch analist van het politieke bestel en de massamedia van zijn vaderland, de Verenigde Staten. Wie Chomsky leest of hoort spreken, kijkt met andere ogen naar de wereld. Op 7 december vierde hij zijn negentigste verjaardag.

Lees de hele tekst bij Chomsky's verjaardag

Dossier Chomsky

 

Omhoog


De top-tien favoriete boeken van Noam Chomsky

 

Boeken van Noam Chomsky zijn als de wijn, beter met de jaren

Chomsky's analyses van de voorbije vijftig jaar staan nog steeds als een huis. Wie hem bijvoorbeeld reeds in 1992 las over de opkomst van vrijhandelsakkoorden als nieuwste methode om de democratie te ondergraven, ziet de bevestiging van zijn analyse in de vrijhandelsakkoord TTIP, CETA en TiSA die de EU en de VS aan hun bevolking willen opdringen.

Lode Vanoost

Wie graag begint met een algemeen overzicht van zijn volledig werk in één boek raad ik graag nummer 10 op deze lijst aan: How The World Works (in Nederlandse vertaling te verkrijgen als De Essentiële Chomsky).

De lijst met de top-tien favoriete boeken



Omhoog

De recente berichten op de Facebookpagina van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik op >
LEES DE BERICHTEN
of hieronder:

 
 


NDN-Facebookpagina


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookpagina van het NDN. Het gaat hier om 10 berichten vanaf 12 tot 19 december 2018. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Vanaf 8 februari 2018 hebben we een nieuwe pagina gecreëerd 'Netwerk Didactiek Nederlands-2'
.
U bereikt ze ook via @netdidned.be.



  • LEVENSLANG LEREN IS VAN ESSENTIEEL BELANG

    19-12-2018

    Interview

    Jongeren die vandaag op de schoolbanken zitten, zullen tijdens hun carrière misschien wel tien verschillende banen uitoefenen. En de helft van die banen bestaat vandaag nog niet. Is het onderwijs daar klaar voor? Peter Hinssen, auteur, partner bij nexxworks, ondernemer en innovatie-expert, en Luc Sels, rector van de KU Leuven, debatteren rond vier controversiële stellingen.
    ...

  • WOORD VAN HET JAAR

    18-12-2018
    https://woordvanhetjaar.vandale.be/nl/


  • EEN LIEFDE ALS DE ONZE IS EEN GESCHENK VAN DE GODEN’
    INTERVIEW MET IMME DROS – STANDAARD DER LETTEREN


    16-12-2018

    Jelle Van Riet

    Eeuwenoude verhalen door Imme Dros aangepakt sprankelen weer als nieuw. Ook de klassieke verhalen in Van liefde & verlangen zijn met haar toverstaf aangeraakt. Bovendien houdt ze ook al vijfenvijftig jaar de tover in haar huwelijk met schrijver en illustrator Harrie Geelen.

    Interview


  • WAT LEERLINGEN NU MOETEN LEREN OM LATER TE KUNNEN …

    16-12-2018

    Kris Van den Branden

    Vanaf 2019 moeten leerlingen van 14 jaar nog beter dan voorheen in staat zijn om verantwoord en kritisch met een overvloed aan informatie om te gaan en de betrouwbaarheid van informatiebronnen te controleren. Ze moeten diepgaander dan voorheen de bouwstenen van digitale systemen leren doorgronden, problemen in technologische omgevingen leren oplossen, en mediawijs met moderne technologie kunnen omgaan.

    Duurzaam onderwijs


  • DE BESTE BOEKEN VAN 2018 VOLGENS DE TIJD – EEN VOORBEELD VAN PRESENTATIE
    Verlichting nu | Steven Pinker


    15-12-2018

    Frankrijk in chaos, het Verenigd Koninkrijk op de rand van de afgrond, een Amerikaanse president die met de dag driester om zich heen schiet en in eigen land een politiek moeras waarin we voor maanden vast lijken te zitten. Je zou voor minder depressief aan de kerstdagen beginnen. Ten onrechte, argumenteert Steven Pinker in zijn boek ‘Verlichting nu, een pleidooi voor rede, ...

    De beste boeken ...


  • ANNA, EEN IN MEMORIAM

    15-12-2018

Benno Barnard

De oostenwind collaboreerde met de natuurwetten. Gehoorzaam bewogen de watermoleculen steeds trager. Toen Anna en haar vriendin de plek bereikten, was die bedekt met ijs. De onervaren vriendin reed. Ze waren op weg naar de stad, kerstcadeautjes kopen. De auto slipte, tolde rond en werd geraakt door een ander vehikel.


Anna ...

  • VAN BIBLIOTHEEK NAAR BIBLIOTHEEK ALS BELEVINGSCENTRUM

    13-12-2018

    Hoe leefbaar zijn de bibliotheken nog in tijden van Netflix? Veel meer dan wij zouden denken.
    Lees wat het VUB-onderzoek bij bibliotheekgebruikers oplevert.
    ...


  • WEG MET DWINGELAND SMARTSCHOOL

    13-12-2018

    Kaat Schaubroeck opinieert haar lezers met vier argumenten.
    Smartschool biedt ouders de kans om de schoolcarrière van hun kinderen voortdurend te volgen. En hoe ervaren die kinderen dat?
    ...


  • PC HOOFTPRIJS 2019 VOOR DE 98-JARIGE SCHRIJFSTER MARGA MINCO

    12-12-2018

    ‘De romans en verhalen van Marga Minco geven vorm aan existentiële ervaringen als angst, schuldgevoel, eenzaamheid en een diep maar nauwelijks te verwoorden verlangen naar geborgenheid. Zonder te psychologiseren, zonder pathetiek of pretentie, maakt zij een ondoorgrondelijke werkelijkheid invoelbaar en voorstelbaar.’ – aldus de jury.

    PC Hooftprijs 2019


  • FESTIVAL VOOR HET AFRIKAANS 2018! BEKIJK HET VIDEOVERSLAG

    12-12-2018

    Philip du Plessis
    Laurika Rauch, Antjie Krog, Sandra Prinsloo, Gert Vlok Nel, Zelda la Grange en Die Wasgoedlyn… Op 22 en 23 september 2018 schitterden deze Zuid-Afrikaanse artiesten en schrijvers in theater De Brakke Grond in Amsterdam tijdens de vierde editie van het Festival voor het Afrikaans.

    Festival ...



 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert, bestuurslid
  • Tamara Bollaert, bestuurslid
  • Jan Lecocq, bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2019.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be