Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
30-, juni, juli, augustus 2018
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




 
Redactioneel
NDN-Lenteconferentie
terugblik en opvolging
LitLab digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek
De Witteweg veelbelovende toekomst literatuuronderwijs
Voor en met dichter Leonard Nolens in Gent
De poëzieverzameling uit Zuid-Afrika in het Poëziecentrum in Gent
Hoogdagen letterkundige neerlandistiek Gent
Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren (DBNL)
Renate Dorrestein overleden
Ingrid Jonker 'n Biografie
De verhalen in onze taal zijn een troef voor ons vak
Publicatie 'Taal leren van kleuters tot volwassenen'
Tien cruciale inzichten over meertaligheid en taalverwerving
20ste colloquium IVN KULeuven
De filmpjes van de taalcanon
Het neologisme in het Nederlands
Natuurlijk, het boekenweekgeschenk door Jan Terlouw
Steven ten Brinke overleden
Willem Pée
 
Recent op de NDN-Facebookpagina
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
NDN-Nieuws 30-3
 
NDN-Nieuws 30-2
 
NDN-Nieuws 30-1
 
• NDN-Nieuws 29-4
 
NDN-Nieuws 29-3
 
NDN-Nieuws 29-2
 
NDN-Nieuws 29-1
 
• NDN-Nieuws 28-4
 
NDN-Nieuws 28-3
 
NDN-Nieuws 28-2
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
 
 
 
Redactioneel
 

Lectori salutem


Collega’s,

U ontvangt hiermee de NDN-Nieuwsbrief nr. 30-4. Het is de laatste editie van het academiejaar 2017-2018.

Hierbij past het uw aandacht toch even te vestigen op de vereniging, die de naam draagt van ‘Netwerk Didactiek Nederlands’ (afgekort NDN). Wij zijn een vereniging zonder winstoogmerk, een vzw. Als vereniging moeten wij elk jaar een algemene vergadering organiseren, die veelal een statutair karakter draagt. Dit jaar vergaderen wij op woensdag 27 juni 2018 te 10 uur in de Brasserie Hulstkamp op De Keyserlei 23 in Antwerpen. Alle leden zijn daarop van harte uitgenodigd. De formele uitnodiging met de agenda vindt u op de pagina NDN-activiteiten van onze website.

Als u in de linkerkolom een blik werpt op de thema’s van deze nieuwsbrief, constateert u dat het eerste gedeelte ruim aandacht besteedt aan literatuur, literatuurdidactiek en literatuuronderwijs (aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen). Heel bijzonder was het afscheid van litertuurdidacticus Theo Witte, dat met luister werd gevierd. De interesse voor literatuur en alles eromheen is beslist gepast, nu er in het didactisch discours in het hele Nederlandse taalgebied heel wat te doen is over lezen in het algemeen en over literatuuronderwijs in deze tijd in het bijzonder. Verder vestigen wij uw aandacht op een paar belangrijke of interessante boekpublicaties, die zeker uw belangstelling verdienen.

In de voorbije maand zijn we getroffen door het overlijden van de schrijfster Renate Dorrestein, die nog maar net een autobiografische publicatie op haar actief heeft. Op 5 april 2018 verscheen Dagelijks werk. Een schrijversleven – haar laatste boek.

Ook het heengaan treft ons bijzonder van de didacticus Steven ten Brinke, de hoogleraar die het begrip ‘normale functionaliteit’ lanceerde in 1976 met zijn publicatie van 'The complete mother-tongue curriculum: a tentative survey of all the relevant ways of teaching the mother tongue in secondary education’ – net vier jaar voor “Moedertaaldidactiek – een handleiding voor het voortgezet onderwijs” van de Leidse werkgroep moedertaaldidactiek in 1980 verscheen, die de periode inluidt van het communicatief onderwijs Nederlands.

Deze editie sluiten we de reguliere artikelen af met de evocatie van de figuur van hoogleraar taalkunde Willem Pée, die we persoonlijk kenden in de jaren 1957-1959 aan de Gentse universiteit.

Als traditioneel achterafje in onze editie vestigen wij ook de aandacht van onze collega’s-lezers op de twintig laatst gepubliceerde berichten op de Facebookpagina van het NDN. Daartoe hoeft u maar door te klikken naar de pagina.

We blikken terug op een academiejaar waar veel reflectie over het onderwijs van het vak Nederlands aan de orde kwam, nu we naar een gemoderniseerd nieuw curriculum streven zowel in Nederland als in Vlaanderen, waar nieuwe eindtermen Nederlands worden bedacht die hun neerslag vinden in leerplannen, leerboeken en in de klaspraktijk zelf. Dat wekt zeker onze nieuwsgierigheid naar wat het worden zal en hoe de lerarenopleidingen aan onze universiteiten en hogescholen daarop zullen inspelen.

Het NDN-bestuur wenst u alleszins een geslaagde examenperiode toe en daarna een verdiende deugddoende zomervakantie. Mogelijk grijpt u in die vrije periode nog eens naar de vier edities van de NDN-Nieuwsbrief jaargang 30. Reacties blijven uiteraard heel welkom.

U kunt ons bereiken op info@netdidned.be


Ghislain Duchâteau – vicevoorzitter en redacteur NDN

namens het hele NDN-bestuur


 


NDN-Lenteconferentie UAntwerpen 27 april 2018 - Update!
Terugblik en opvolging


De organisatie gebeurde in samenwerking van het NDN met het Centrum Nascholing Onderwijs van de UAntwerpen en met ondersteuning van de Nederlandse Taalunie

 
Concentratie bij het begin van de conferentie Aanbevolen door prof. De Geest

Vijfentwintig vertegenwoordigers van lerarenopleidingen van universiteiten en hogescholen in Vlaanderen namen deel aan de lenteconferentie van het Netwerk Didactiek Nederlands. Vier presentaties van 75 minuten beleefden ze door Johan De Caluwe UGent over Op zoek naar de vroegste tussentaal, en hoe de literatuur ons daarbij kan helpen, Kevin Absilis UAntwerpen over Nu nog? Literatuuronderwijs in de 21ste eeuw, Jordi Casteleyn UAntwerpen en Pieterjan Bonne Arteveldehogeschool over Luistervaardigheid in een hoorcollege en Dirk De Geest KULeuven over Literatuur als tekst, als object en binnen het onderwijs.

Welke zijn de opbrengsten? Johan De Caluwe demonstreerde een sterk staaltje van historische sociolinguïstiek binnen een periode dat er nog geen geluidsopnamen ter beschikking stonden. Kevin Absilis schetste de ongunstige positie van het literatuuronderwijs in deze tijd, maar toonde aanpakvormen die toch weer mogelijkheden in het vooruitzicht stellen. Jordi Casteleyn en Pieterjan Bonne toonden de eerste resultaten van hun project in de richting van efficiënter kunnen luisteren in een hoorcollege. Dirk De Geest bracht het perspectief van een nieuwe invalshoek voor literatuurbenadering.

Wilt u er meer over weten, dan kunt u terecht op de pagina NDN-activiteiten van de onze website.


LitLab is een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek op de middelbare school
 


Door middel van digitale experimenten kunnen bovenbouwleerlingen of leerlingen van de hogere klassen secundair onderwijs proeven van academisch onderzoek naar de Nederlandse literatuur in brede zin: van Middelnederlandse verhalen tot hedendaagse popmuziek.

Deze korte instructiefilm voor leerlingen en docenten laat in 2 minuten zien hoe dat werkt, proefjes doen met Nederlandse literatuur. Een aantal leerlingen van het Leidsche Rijn College vertelt wat ze in de proeven leren en hoe ze het experimenteren met teksten vinden. Een docent beschrijft hoe LitLab leerlingen duidelijk maakt hoe relevant literatuur is voor de samenleving.

https://litlab.nl/proeven/

LitLab is een van de mogelijkheden om leerlingen op een boeiende en interactieve manier te betrekken bij literatuur. Kevin Absilis presenteerde het in de NDN-Lenteconferentie als een van de nieuwe invalswegen voor het literatuuronderwijs.

 
Omhoog ^


De Witteweg naar een veelbelovende toekomst voor het literatuuronderwijs

Erwin Mantingh - In Neerlandistiek 4 april 2018

 

Er is vóór en na *Witte 2008 in het literatuuronderwijs. Zelden heeft een proefschrift in een zo korte tijd een zo grote invloed gehad op de praktijk in het schoolvak Nederlands als dat van Theo Witte. Lezen voor de lijst is in korte tijd een begrip geworden: de twee gelijknamige sites bedienen de leerlingen in het voortgezet onderwijs, en hun docenten. De praktijk op bijna 80% van de middelbare scholen in Nederland wordt inmiddels mede bepaald door Lezen voor de lijst.


Theo Witte op de NDN-Lenteconferentie
6 maart 2015

Lezen voor de lijst: voor elke leerling
het juiste boek op het juiste moment

Idealiter hebben al die leerlingen inmiddels meer vat gekregen op hun ontwikkeling als literaire lezer en is het boekenleed dat leeslijst heet verleden tijd. Maar we zijn er helaas nog lange niet, want tussen droom en daad… In te veel gevallen wordt de site gebruikt op een manier die niet in overeenstemming is met de doelstellingen ervan en dan blijven beoogde effecten uit. En in het decennium sinds de publicatie van Het oog van de meester zijn er nieuwe beren op de weg verschenen, waarvan ontlezing de allergrootse bedreiging lijkt te vormen voor het literatuuronderwijs.

Toch was de toonzetting op het afscheid van Theo Witte, 16 maart jongstleden in Groningen, niet somber. De scheidende vakdidacticus, lerarenopleider, onderzoeker, projectleider en vakmeester sprak zelf bevlogen over ‘De kunst van het onderwijzen: De veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs in zeven axioma’s.’ Aan welke eisen goed literatuuronderwijs volgens hem moet voldoen, valt binnenkort te lezen in de bundeling van de symposiumteksten. Ik wil ter ere van het afscheid van deze leermeester van velen, kort stilstaan bij zijn grootste succes.

Zes lessen

Bij wijze van les voor de toekomst van het vak ga ik op zoek naar een verklaring voor de ongekende invloed van Het oog van de meester. Welke methode valt af te leiden uit dit succesverhaal? Als literaire leidraad neem ik hierbij wat wel is getypeerd als het meest misbruikte en uit zijn verband gerukte citaat uit de Nederlandse poëzie (vrij naar Maaike Meijer en Ton Anbeek). Hoewel in ‘Het huwelijk’ de gedroomde (mis)daad – een verbitterde oude man zou zijn bejaarde echtgenote het liefst vermoorden – gelukkig wordt belemmerd door een aantal factoren, worden de versregels van Elsschot meestal te onpas geciteerd om de onbereikbaarheid van een zeer nastrevenswaardig ideaal te verbeelden. Theo benutte de versregels echter bijna een kwart eeuw geleden op een constructieve manier in het artikel ‘Tussen droom en daad. Een vakoverstijgende organisatie van het literatuuronderwijs in de bovenbouw havo/vwo’ (1994): hoe kun je rekening houdend met wetten, praktische bezwaren en weemoedigheid geïntegreerd literatuuronderwijs invoeren? Toegegeven: literatuur­didactiek verwezenlijken is geen misdaad, en in die zin voeg ik mij evenals Theo in deze traditie van gedichtenschending, maar het lijkt ook in dit geval alleszins de moeite waard om na te gaan hoe je wel van dromen tot daden kunt komen als je rekening houdt met belemmerende factoren.

Hoe komt het dat de didactische theorie van Witte zoveel weerklank heeft gevonden in de onderwijspraktijk? Ik peur zes lessen uit Elsschots verzen. Spoiler alert: ze overlappen voor een deel met de zeven axioma’s die Theo formuleerde voor een veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs.

(Maar doodslaan deed hij niet, want) tussen droom en daad
Staan wetten in de weg…

Welke ‘wetten’ zijn nodig om op didactisch vlak succes te boeken?

(1) Baseer een didactische aanpak op onderzoek. In het proefschrift zijn ‘wetmatig­heden’ in de theorie verbonden met de praktijk zodat de vastgestelde noodzaak om te differentiëren naar niveaus van leerlingen een oriënteringsbasis kreeg.

(2) Zorg voor een verbinding met het wettelijk kader. Op het laatste nippertje is de niveau-indeling voor literaire competentie toegevoegd aan het Referentiekader Taal dat in 2009 verscheen en dat inmiddels wet is geworden. Er is zo geen ontkomen aan.

en praktische bezwaren

Hoe voorkom en ondervang je praktische bezwaren?

(3) Werk en ontwikkel samen met mensen uit de praktijk. In de eerste plaats dus met docenten, maar betrek ook vakdidactici, vakwetenschappers, leesbevorderaars en beleidsmakers bij die praktijk. Lezen voor de lijst is niet alleen de verdienste van Theo Witte maar van een heel team van medewerkers dat hij heeft opgezet. Het verbinden en bezielen van betrokkenen is een persoonlijke kwaliteit van Theo die zwaar weegt – die verbondenheid was voelbaar bij de afscheidsreceptie. Bied bovendien structureel scholing aan zodat docenten vertrouwd raken met de theoretische uitgangspunten en voorbereid zijn op bekende praktische problemen.

(4) Vertaal de theorie in een leermiddel dat (vrijwel) zelfstandig in de praktijk kan functioneren: de site is de spil. Ook: veranker het leermiddel bij een instantie die ondersteuning en duurzaamheid kan bieden. Lezen voor de lijst verhuist met het vertrek van Theo naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. We mogen hopen dat het daar in goede handen is.

en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren

Onverklaarbare ‘weemoedigheid’ lijkt hier lastig te duiden (en dus te overwinnen) maar als we de versregel niet te nauw nemen, biedt die ook twee sleutels.

(5) Er is het besef nodig dat er iets misgaat of mis dreigt te gaan wat algemeen herkend wordt door betrokkenen en leidt tot een gevoel van urgentie. Het is tekenend voor de niet aflatende gedrevenheid van Theo dat hij in zijn afscheidslezing zijn zorg om de literaire leesontwikkeling van leerlingen gestalte heeft gegeven in een testament met richtlijnen voor goed literatuuronderwijs. Hij heeft geopereerd als een man met een missie.

(6) Een essentiële taak van (literatuur)onderwijs is een bijdrage te leveren aan de persoonsvorming van leerlingen (naast kwalificatie en socialisatie). Weemoed(igheid) kan ook staan voor – ik rek de betekenis van het woord voor deze gelegenheid zo ver mogelijk op – het bewustzijn van de eigen individuele mogelijkheden en onmogelijk­heden.

De Witteweg

Ziehier, zes aanknopingspunten voor degenen die willen werken aan de veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs. Op het geboorte-eiland van Theo, Texel, wandelde ik begin maart, twee weken voor zijn afscheid, bij ijzige koude over de Witteweg, zo bleek. Misschien niet zo verwonderlijk op een eiland waar de naam Witte veel vaker dan elders in Nederland voorkomt. Maar het leek mij een gunstig teken.

Nog meer ...

Theo Witte neemt klinkend afscheid - blog van Bea Ros op Lezen voor de Lijst.

Ook Levende Talen Magazine van mei 2018 jg. 105|4 blz. 34-35 brengt verslag uit van de afscheidszitting van Theo Witte in de kroniek
Afscheid van vakdidacticus en leesstimulator Theo Witte. Tekst van Jan Erik Grezel.
Aan het einde laat hij Theo Witte uiteraard zelf aan het woord. Het slot van zijn afscheidstoespraak gaat nog over zijn bekommernis voor het literatuuronderwijs, maar gaat nog verder over de aanpak van het vak Nederlands als dusdanig. Wij citeren Theo Witte.

Uitdrukkelijk neemt Witte stelling tegen de verkaveling van het vak in vaardigheidsdomeinen, en ook tegen de mode van het gepersonaliseerd leren. 'Die onderwijsvisie zal de samenleving niet helen, maar verder verdelen en versnipperen. Gemeenschapszin stimuleer je niet met geïndividualiseerde onderwijsprogramma's, maar wel door interactie en reflectie in betrekkelijk heterogene klassen.'

Aan het eind spreekt hij drie wensen uit. Hij ziet graag een stevige vakgemeenschap van docenten, didactici en universitaire vakspecialisten. Verder verlangt hij naar een deltaplan om ontlezing en laaggeletterdheid terug te dringen. We weten al genoeg over leesgedrag en taalachterstand van jongeren. Wat we nodig hebben is onderzoek naar de factoren die remmend en stimulerend werken. Zijn derde wens is een hechtere samenwerking tussen onderwijs en bibliotheken, zodat (jeugd)boeken voor iedereen beschikbaar zijn. Het is aan zijn opvolgers om werk te maken van de vervulling.

Theo Witte vertrekt, maar, zegt hij nu met vaste stem: 'Mijn steel laat ik staan voor de volgende generatie. (...) En ik ga zeker vliegen, of liever, fietsen.' We zien hem vertrekken, gekromd over het stuur, tentje achterop. Met Thea, zijn vrouw. Of alleen, 'naar Portugal bijvoorbeeld, en dan stuur ik een kaartje naar mijn lief, zoals Hugo Claus dat naar zijn lief deed'.

Lief, ik zit aan de oever van de Taag
te zingen.
Het is hier vrij goed toeven.
Alsof de meeste dingen niet meer hoeven.
Althans niet meer vandaag.' (LTM mei 2018 blz. 35)



Onvergetelijke namiddag voor en met dichter Leonard Nolens in Gent –
17 april 2018

 

Colloquium

Het colloquium aan de Vlaamse dichter Leonard Nolens gewijd bracht verhelderende lezingen over zijn werk en zijn leven in tal van aspecten. Het bracht ook de voorstelling van een schitterend en mooi uitgegeven ‘Handboek Leonard Nolens’ voor al wie de dichter van heel dichtbij wil leren kennen.


Tussen colloquium en uitreiking van het eredoctoraat door de Gentse Universiteit bracht ik de handtekeningsessie van de dichter op gang. Hij plaatste een korte opdracht in mijn exemplaar van het Handboek en ondertekende ze met de vulpen in een sierlijk handschrift.

Verslag

Nu brengt de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) een heerlijk verslag uit van het cultureel gebeuren in Gent in De Oude Vismijn in beeld en tekst. ‘Cultuur in beeld’ maakte een prachtig samenvattend documentair verslag van het huldebetoon aan de dichter. Die filmdocumentaire van 16 minuten is opgenomen in dat verslag op de website van KANTL en leert de belangstellende die er niet bij is kunnen zijn, de dichter op een vluchtige maar toch voldoening schenkende manier kennen.

Van harte beveel ik u, lezers van dit document, aan wat tijd te besteden aan
deze culturele pagina van de Vlaamse Academie in Gent.

Gedichten

Ter gelegenheid van het eerbetoon aan de nu 70-jarige dichter Leonard Nolens besteden we op de pagina Actuele berichten van onze NDN-website ook rechtstreeks aandacht aan de beschikbaarheid van gedichten van hem.

Opmerkelijk voor de persoon van Leonard Nolens is het laatste gedicht in de bundel
Liefdes verklaringen.


Laatste opdracht

Wat ik je zei
Is al niet meer van mij,
Is hopeloos voorbij.

Wat ik je schreef
Is enkel nog van jou,
Ligt hopeloos vast.

Wat ik verzweeg
Kan ik niet weten
En is van iedereen.

Leonard Nolens

De dichter dicht niet meer, de schrijver schrijft niet meer. Is die opdracht een afscheid?
Zijn hand blijft stil. Zijn geest wordt traag. Zijn oog wordt dof. Zijn tred wordt strak.
Zijn gedichten blijven. Zijn geschriften beklijven. Zijn volstrekte dichterschap gaat niet voorbij.
Voor wie? Voor mij? Voor jou? Voor ieder die hem in zijn poëzie ontmoet.

Geen afscheid, maar toch.

G.D.

Voor meer over de poëzie van Nolens klik door naar de pagina Actuele berichten.


De poëzieverzameling uit Zuid-Afrika in het Poëziecentrum in Gent


 

Op dinsdag 10 april 2018 bezocht ik het Poëziecentrum aan de Vrijdagmarkt in het historische torengebouwtje in Gent. Op de eerste verdieping in de zaal met de erfgoedbibliotheek en het documentatiecentrum voor de poëzie is ook de Collectie Ernst van Heerden ondergebracht.

Ernst van Heerden Gebouw Poëziecentrum Vrijdagmarkt 36 Gent

Ze staat bij het binnenkomen van de zaal links in de breedte op een ruim wandrek opgesteld. Het is de grootste collectie Zuid-Afrikaanse poëzie in Europa. Ik werd er heel vriendelijk ontvangen door de bibliotheekbediende. Hij gaf me alle nodige uitleg over het ontstaan, de handhaving en de uitbreiding of aanvulling van de poëzieverzameling in het Afrikaans. De kern of het grootste gedeelte bestaat uit de nalatenschap van de Zuid-Afrikaanse dichter en academicus Ernst van Heerden. Ze werd op 27 november 1998 formeel aan het Poëziecentrum overgedragen. In 2011 werd ook een groot deel van de nalatenschap van de Zuid-Afrikaanse dichter en criticus Lucas Malan toegevoegd aan de collectie.

De grote verzameling met de publicaties in boekvorm bevat nagenoeg de volledige Zuid-Afrikaanse poëzie.
Bij ons bezoek zagen we dichtbundels van o.m. Boerneef, Eitemal, Peter Blum, D.J. Opperman, W.E.G. Louw, T.T. Cloete, I.D. du Plessis, Ingrid Jonker, Breyten Breytenbach, Elisabeth Eybers, N.P. van Wyk Louw, Van Heerden zelf, Antjie Krog, Peter Snyders, Adam Small, Daniël Hugo.

Naast individuele dichtbundels en bloemlezingen zit in die collectie ook een aantal kritische werken, cd’s en cd-roms en ook een plakboek van Van Heerden zelf herkomstig met recensies uit kranten van Zuid-Afrikaanse dichtbundels. In de verzameling zitten unieke stukken die collega-dichters aan Van Heerden schonken, die vaak gesigneerd zijn en van handgeschreven opdrachten werden voorzien.

De collectie met momenteel meer dan 1500 volumes wordt nog altijd aangevuld met giften van Die PUK-Kanselierstrust van de Noordwes-universiteit te Potchefstroom in Zuid-Afrika. De praktische coördinatie van het project is in handen van Louis Esterhuizen, zelf dichter en vertegenwoordiger van Protea Boekwinkel-Stellenbosch. De nieuwe zendingen worden per zeepost uit Zuid-Afrika naar het Poëziecentrum verstuurd en zijn een tweetal maanden onderweg.

Sinds 2005 is de Collectie Ernst van Heerden ontsloten in de onlinecatalogus op de website van het Poëziecentrum. Op de website staat ook een uitgebreide informatietekst over de geschiedenis van de verzameling van de hand van em. prof. Wannie Carstens.

Prof. Carstens besluit zijn tekst met deze beschouwing:

“Die vestiging van hierdie versameling in die buiteland kan beskou word as een van die grootste prestasies van die Nederlandse Taalunie se projek om die Neerlandistiek in Suid-Afrika uit te bou. In hierdie geval was dit net die omgekeerde, want Afrikaans is via die versameling in die Poëziecentrum ook uitgevoer na die Lae Lande. Sodoende word sowel die Neerlandistiek as Afrikaans bevorder.”

“De plaatsing van deze verzameling in het buitenland kan worden beschouwd als een van de grootste prestaties van het project van de Nederlandse Taalunie om de Neerlandistiek in Zuid-Afrika uit te bouwen. In dit geval was het net het omgekeerde, want Afrikaans is via de collectie in het Poëziecentrum ook uitgevoerd naar de Lage Landen. Zodoende wordt zowel de Neerlandistiek als het Afrikaans bevorderd.”

Wie zich wil documenteren over een of andere Afrikaanse dichter of dichtbundel weet nu waar zij of hij terecht kan. Hij/Zij mag verzekerd zijn van de vriendelijke en gedienstige ontvangst van de personeelsleden van het Poëziecentrum aan de Vrijdagmarkt 36 in Gent.

 


Hoogdagen van de letterkundige neerlandistiek in Gent


 

Er zijn signalen dat het met de neerlandistiek in het Nederlandse taalgebied niet al te best gaat. Vooral in Nederland en ook in Vlaanderen neemt de laatste jaren het aantal studenten aan de universiteiten die Nederlands studeren af. Dat belet niet dat hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde aan de Gentse universiteit Yves T’Sjoen zich nogal krachtig tegen het doemdenken in Nederland in deze materie verzet en aan de hand van een drietal activiteiten in Gent tussen 17 en 25 april aantoont dat de neerlandistiek nog een krachtige en prachtige levenskracht kan vertonen. Het blijkt evenwel dat een ruime inzet voor de aantrekkingskracht van studenten Nederlands bijzonder zinvol is, om over een paar jaren de open komende vacatures voor leraren Nederlands in te nemen.

Eens te meer schrijft Yves T’Sjoen een bijzonder enthousiasmerend artikel over zijn beleving van die heerlijke gebeurtenissen rond de neerlandistiek in Gent gedurende die week. Zelf kan ik ten volle beamen wat de hoogleraar beschrijft rond het symposium over de dichter Leonard Nolens en de toekenning van het eredoctoraat van de Gentse Universiteit n.a.v. diens 70ste verjaardag. Gelukkig kon ik er zelf bij zijn.


Neem de tijd voor een fijne lectuur van T’Sjoens tekst.

Klik door naar Neerlandistiek 28 april 2018



De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL)


Charles Derre

Aandacht ook voor de Vlaamse inhaaloperatie voor de DBNL


 

De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL) is een digitale schatkamer: de collectie bevat meer dan 15.000 titels (ofwel zo’n 4.200.000 pagina’s) die behoren tot de Nederlandse letterkunde, taalkunde en cultuurgeschiedenis van de vroegste tijd tot heden. De komende jaren kondigen zich voor de DBNL aan als een belangrijke periode: in 2018 ging een nieuw beleid van start, met daarbij extra aandacht voor Vlaams gebruik van de website.

Lees deze uitvoerige tekst om zowat het belangrijkste te weten te komen over dit uitzonderlijk belangrijk digitaal instrument voor onderzoekers, docenten en liefhebbers van de Nederlandse literatuur uit alle tijden (behalve van wat nu in de handel is).

De DBNL en zijn Vlaamse inhaaloperatie.

De DBNL-website

 

Renate Dorrestein is overleden

25 januari 1954 - Aerdenhout, 4 mei 2018

 
Wie was ze? Wat deed ze? Wat schreef ze? Waarvoor staat ze?
Uitvoerige informatie vindt u op de website Renate Dorrestein.


Lees zeker Over Renate


Waar Dorrestein nog wél graag over praatte was ‘het huis van de fictie, met haar oneindige kamers en zalen’ - de metaforen vloeiden moeiteloos uit haar mond. In dat huis verbleef ze tijdens haar ziekteperiode zoveel mogelijk, tussen de ziekenhuisbezoeken door. In die periode maakte ze een zelfportret met selectie uit eigen werk, genaamd 'Dagelijks werk. Een schrijversleven'. 

In Trouw

Haar afscheidsinterview - in Humo

 

Omhoog ^


Boekvoorstelling van ‘Ingrid Jonker – ’n biografie’ door Petrovna Metelerkamp


 

Ingrid Jonker, een begaafde jonge dichteres, loopt op 19 juli 1965 de zee in bij Drieankerbaai en verdrinkt.
Zij laat haar familie en vrienden achter met meer vragen dan antwoorden. Gedurende de voorbije 50 jaar is zij een icoon van de Afrikaanse en Zuid-Afrikaanse letterkunde geworden. In zulke mate, dat haar leven en vooral haar dood soms haar werk en de  belangrijke bijdrage die zij tot de literaire beweging van de Zestigers heeft gemaakt, overschaduwt.

Haar politieke visie, zoals die in haar poëzie wordt uitgedrukt en haar passie en de droefheid van haar onstuimige liefdesverhoudingen met o.a. Jack Cope en André P. Brink heeft al aanleiding gegeven tot heel wat commentaren. Zij is weer in de publieke belangstelling gekomen toen oud-president Nelson Mandela in zijn inhuldigingstoespraak in 1994 in het Parlement een van haar gedichten heeft aangehaald. Hij heeft haar gedicht “Het kind” voorgelezen en gezegd: “Zij was zowel een dichter als een Zuid-Afrikaanse.” Sinds haar dood zijn er veel bespiegelingen over haar leven en tragisch einde. Veel van die vragen worden beantwoord in de rijk gestoffeerde biografie. Petrovna Metelerkamp doet al jaren onderzoek naar Jonker. Zij leidt de lezer door de kinderjaren, het dichtersleven, de liefdesverhoudingen en de laatste paar jaren van het leven van Ingrid.

Metelerkamp brengt nieuwe gegevens aan het licht, die zij ontleent aan onbekende nieuwe brieven en dagboeknotities, o.m. uit de dagboeken van Jack Cope. Veel nieuwe interviews met mensen die Jonker hebben gekend, worden in de biografie opgenomen. Zij weerlegt ook het beeld van Jonker als een onevenwichtige kunstenares die haar greep op de werkelijkheid verloor in deze toegankelijke biografie over een van Zuid-Afrika’s aangrijpendste kunstenaars.

De ruim uitgeschreven biografie van Ingrid Jonker werd voorgesteld op het Zuidoosterfeest (eind april in Kaapstad). Suzette Kotzé-Myburgh heeft met de biografe gepraat over de nieuwe onthullingen die in het boek naar voren komen. Zij heeft het o.m. over haar jeugd, haar verhouding met haar vader, haar relatie met de Engelstalige schrijver Jack Cope, de omstandigheden waarin het gedicht ‘Het kind’ ontstaan is, dat in 1994 door Nelson Mandela publiek werd voorgelezen, wat er gebeurd kan zijn bij haar dood in zee en ten slotte hoe Ingrid Jonker in bijna de hele wereld bekend werd, gelezen en als dichteres geëerd wordt.

U kunt het interview op video volgen. Het duurt 46’45”: https://youtu.be/Hjont-iwMuQ

Bron: LitNet 9-5-2018

Omhoog ^


De verhalen in onze taal zijn de troef voor ons vak

Speciaal voor lerarenopleiders en hun didactiek van het literatuuronderwijs


 

In zijn geweldige pamflet De lezer is niet dood. Een schotschrift (2015) beschrijft Alex Boogers het gewenste type docent:

De docent als een vonk waarmee hij het licht in een leerling kan aansteken.(…) Die docent, die er ongetwijfeld is, wordt op zoveel scholen nog te vaak gemist. Ik wil verhalen horen van leerlingen, die tegen mij zeggen dat ze wél van het boek houden, of van een specifiek boek en dat het komt omdat de docent er zo enthousiast over sprak, omdat hij het boek tot leven bracht nog voordat ze het gingen lezen. De docent die toont welke verhalen er zijn, die uitlegt wat het verhaal met hem heeft gedaan en waarom het hem heeft geholpen om anders naar de dingen te kijken, om er zó naar te kijken zoals hij het nog nooit had gezien of gedurfd. Het boek als een venster, een opening in je geest waar de empathie naar binnen sijpelt, voor personages met levens die je je nooit kon voorstellen, voor culturen die je niet kende, voor gebeurtenissen aan de andere kant van de wereld die je niet aangingen.

Een oproep voor vernieuwing van de aanpak van het literatuuronderwijs: “Uit onderzoeken is gebleken dat literatuuronderwijs gericht op de persoonlijke lees- en levenservaring van leerlingen meer kans van slagen heeft en bovendien meer effect heeft op persoonlijke ontwikkeling van leerlingen dan een analytisch-interpretatieve benadering.”

Op de Bint-sectie van de NDN-website - speciaal voor de diverse aspecten van de didactiek van het Nederlands - bereikt u via de menuknop Literatuur het artikel met de titel in het kopje van dit bericht:

De verhalen in onze taal zijn de troef van ons vak

Geplaatst op 11 mei 2018 13:47 door Redactie Neerlandistiek

Door Floor van Renssen.
Met medewerking van Anneke Smits en Erna van Koeven.


Taal leren - Van kleuters tot volwassenen

Koen Jaspaert en Carolien Frijns

 

Jaspaert K. en C. Frijns (2017)
Taal leren Van kleuters tot volwassenen

Campus Handboek. Tielt, Uitgeverij Lannoo - € 24,99

Aan dit handboek werkten mee: Carolien Frijns, Kris Van den Branden, Eva Jaspaert, Sue Goossens, Nora Bogaert, Katrien Bultynck, Marike Vanbuel en Marloe Mentens

- Hoe leren anderstalige kinderen, jongeren of volwassenen Nederlands?
- Hoe creëren we een optimale leeromgeving voor taalonderwijs?
- Kan NT2-onderwijs emancipatie mogelijk maken?

Het aantal nieuwkomers in België en Nederland is de laatste jaren fel gestegen. Van hen wordt verwacht dat ze zo snel mogelijk Nederlands leren. Om dat leerproces vlot te laten verlopen, leren we het best meer over hoe het taalverwervingsproces van kleuters, lagereschoolkinderen, jongeren en volwassenen verloopt. Taal leren maakt duidelijk hoe taalverwerving in elkaar zit, hoe ons beeld van taal en onderwijs het leren van taal beïnvloedt en hoe je taal beter verwerft via interactie in een leeromgeving waarin er (meertalig) geëxperimenteerd mag worden. Dit boek geeft daarbij het woord aan onderzoekers en doorgewinterde leraren. Zij analyseren de studies naar taalverwerving, formuleren aanbevelingen voor beleidsmakers en reiken praktijkvoorbeelden en tips aan.

Maak kennis met het boek

Nog veel meer informatie op de website van het NDN - pagina Publicaties

- Recensie in het tijdschrift Les - maart 2018
- Caroline Frijns aan het woord over gesprekken voeren met kleuters

Klik door naar de NDN-pagina Publicaties

Tien cruciale inzichten over meertaligheid en taalverwerving

Steven Delarue
op zijn blog

4 april 2018


 

Ik weet het, het is al een hele tijd geleden dat er nog eens iets op deze blog is verschenen. Hoe komt dat? Niet dat ik de liefde voor het (blog)schrijven ergens onderweg kwijt ben geraakt - verre van, eigenlijk. Het is alleen zo dat ik de laatste tijd vooral professioneel aan het schrijven ben geweest, en de vruchten daarvan zijn in de laatste weken en maanden ook allemaal verschenen. Op 21 februari, de Internationale Dag van de Moedertaal (of de Thuistaal, zoals we het hier vaak vertalen), verscheen de geüpdatete versie van www.meertaligheid.be, een portaalsite voor iedereen die laagdrempelige en wetenschappelijk onderbouwde informatie zoekt over meertaligheid, met name in het onderwijs. Een dikke maand later kwam dan weer het boek Cultuur in onderwijs - een krachtige onderstroom uit bij Acco, waarin ik samen met twee collega's van Onderwijscentrum Gent schrijf over de krachtige rol die cultuurprojecten en -trajecten kunnen spelen in, voor en met het onderwijs. En meteen na de paasvakantie is er ook nummer 6 van Fons, het tijdschrift voor didactiek Nederlands waar ik intussen al 2,5 jaar mijn schouders mee onder zet. Het wordt een themanummer over krachtig leesonderwijs, naar aanleiding van de resultaten van het PIRLS-onderzoek, waar een tijdje terug een stevige hetze rond ontstond.

Soit, veel geschreven dus, en om deze blog toch een béétje levend te houden, wil ik hierbij graag met jullie de bijdrage delen die ik voor dat nieuwe Fons-nummer heb geschreven over de vernieuwde meertaligheid.be. Voor onze rubriek De 10 - jep, we hebben ook lijstjesrubrieken! - somde ik tien belangrijke inzichten op over meertaligheid en taalverwerving. Het blijft me immers opvallen hoe weinig de gemiddelde leerkracht soms weet over die thema's, en daar hopen we verandering in te kunnen brengen. Een krachtig taalbeleid en dito ondersteuning voor meertalige leerlingen realiseren, dat begint immers bij een goed geïnformeerd schoolteam.

***

10 cruciale inzichten over meertaligheid en taalverwerving


Jaarlijks vindt op 21 februari de Dag van de Thuistaal plaats, die de voordelen van meertaligheid extra in de kijker zet. Ter gelegenheid daarvan werd dit jaar op die dag de vernieuwde portaalsite www.meertaligheid.be gelanceerd. Leerkrachten en andere geïnteresseerden vinden er nuttige achtergrondinformatie, handige materialen en concrete tips terug, gebaseerd op recente wetenschappelijke studies en inzichten. Omgaan met meertaligheid blijft immers, ook in deze superdiverse samenleving, vaak nog voor onzekerheid en vragen zorgen. In deze editie van ‘De 10’ willen we alvast 10 belangrijke inzichten delen over meertaligheid en taalverwerving. Wil je nog meer weten? Ga dan zeker eens een kijkje nemen op de website en laat je informeren én inspireren!

1. Iedereen is meertalig.

Sprekers gebruiken en ontwikkelen talen volgens de contexten waarin ze terechtkomen, de kansen die ze krijgen of de situaties die ze meemaken. Dat betekent dat iedereen eigenlijk meertalig is, want iedereen komt in diverse contexten terecht en heeft dus nood aan verschillende talen of taalvariëteiten om zich te kunnen uitdrukken. Meertaligheid gaat dan niet alleen over talen als Nederlands, Arabisch of Engels, maar ook over dialecten, chattaal, lichaamstaal of gebarentaal. Zo ontwikkelt elk individu een persoonlijk taalrepertoire.

2. Talen zijn intrinsiek evenwaardig.

Nochtans zien we vaak dat niet alle talen dezelfde status krijgen. Zo wordt de heel specifieke schooltaal die op school aan bod komt vaak hoger gewaardeerd dan het alledaagse taalgebruik thuis. Ook krijgen West-Europese talen zoals Frans, Engels of Duits vaak een hogere status toegekend dan talen als Arabisch, Turks of Farsi. Onterecht, want taalkundigen zijn het erover eens dat alle variëteiten van een taal en alle talen gelijkwaardig zijn. Geen enkele variëteit of taal is intrinsiek rijker, beter of mooier dan de andere.

3. Het aantal kinderen dat niet het Nederlands als moedertaal heeft, neemt toe.

Van alle kinderen die in 2016 in Vlaanderen geboren werden, heeft ongeveer een kwart niet het Nederlands als moedertaal. Het valt te verwachten dat dat cijfer de komende jaren alleen maar verder zal stijgen. Dat kinderen thuis niet het Nederlands als moedertaal hebben, betekent overigens niet dat ze thuis nooit Nederlands gebruiken of te horen krijgen: uit recent onderzoek blijkt dat kinderen vaak wél Nederlands spreken met hun broers of zussen en ook via televisieprogramma’s, boeken of vriendjes komt het Nederlands de huiskamer binnen.

4. Een sterke moedertaal is cruciaal.

Als kinderen tweetalig opgroeien, zit de moedertaal het leren van het Nederlands dan niet in de weg? Vaak wordt gedacht van wel, zodat veel meertalige ouders de goedbedoelde raad krijgen om zoveel mogelijk het Nederlands te gebruiken, zelfs al kennen ze maar een aantal woorden. Het ijsbergmodel van Jim Cummins laat echter het tegendeel zien: wie meertalig is, slaat alle kennis over die talen op in een centraal kennisreservoir, dat de basis is van elke taal die je kent en spreekt. Dat gemeenschappelijke reservoir zorgt ervoor dat je bij het aanleren van een tweede taal verder bouwt op de fundamenten van de eerste taal. Met andere woorden: een sterke thuistaal zorgt ook voor een sterk(er) Nederlands, en hoeft zeker niet geband te worden uit de klas of de huiskamer.

5. Taalverwerving is een grillig en individueel proces.

De ene taalleerder is de andere niet en taalverwerving volgt allerminst een vast parcours. Simultane taalverwerving, waarbij je meerdere talen tegelijk verwerft, loopt anders dan successieve taalverwerving, waarbij de ene taal verworven wordt na de andere. Het ene kind gaat door een lange ‘stille periode’, waarbij het een hele tijd niets zegt en enkel taal opneemt, terwijl het andere kind erg snel zelf taal begint te produceren. Sowieso vereist taalverwerving veel interactie en kwaliteitsvolle input, maar kinderen mogen niet geforceerd worden om taal te produceren.

6. Schoolse taalvaardigheid verwerven kan 5 tot 8 jaar duren.

Tijd en ruimte geven is van cruciaal belang bij het verwerven van een taal, of het nu een eerste, een tweede of een derde is. Vaak wordt van kinderen verwacht dat ze zo snel mogelijk taal beginnen te produceren, maar zeker voor de abstracte, wetenschappelijke schooltaal kan dat wel even duren. Wiskundige begrippen staan bijvoorbeeld immers wel érg ver af van de huis-, tuin- en keukenwoordenschat die thuis gehanteerd wordt, waardoor er niet enkel een nieuwe taal verworven moet worden, maar ook een volledig nieuw begrippenarsenaal – en dat kan maar liefst 5 tot 8 jaar duren.

7. Talen vermengen is perfect normaal bij meertalige sprekers.

Wie meertalig is, mengt vaak talen door elkaar, tot wanhoop van leerkrachten en begeleiders. Dat mengen van talen wordt immers vaak beschouwd als een gebrek aan controle. Nochtans gaat het om zeer logische en normale processen van transfer en codewisseling, die zeker niet tot frustratie of onzekerheid hoeven te leiden. Maar hoe komt het eigenlijk dat talen zo vermengd worden? De redenen zijn divers: omdat je sommige zaken gewoon beter kunt onthouden in de ene dan in de andere taal, omdat je een woord niet (meer) weet in de ene taal, om na te vertellen wat een vriend of juf zei, om nadruk te leggen op je meertalige identiteit, enzovoort. Als leerkracht of begeleider is het van belang om er zelf op te letten de talen goed van elkaar te onderscheiden: zo ondersteun je het kind om dat ook te gaan doen.

8. De thuistaal een plaats geven op school verhoogt het welbevinden (en kan ook functioneel zijn in de klas).

Tussen 2008 en 2012 liep in Gent het zogenaamde Thuistaalproject. Daarbij werden in een aantal Gentse scholen proeftuinen opgezet, waar de thuistaal van meertalige kinderen een formele plaats kreeg. En wat bleek? Bij de leerlingen die hun thuistaal konden gebruiken op school, nam het zelfvertrouwen toe, zonder dat hun taalniveau in het Nederlands eronder leed. Bovendien kan de thuistaal ook een steiger zijn tot leren in de klas: dat alle talige concepten en kennis verzameld worden in een centraal kennisreservoir, zoals het eerder vermelde ijsbergmodel liet zien, betekent dat het een voordeel is als je concepten en kennis al verworven hebt in de taal die je het beste beheerst, je thuistaal dus. Je hoeft dan in je tweede of derde taal immers alleen nog maar de juiste etiketten op die concepten te leren plakken. Zo win je dus tijd. In het Thuistaalproject werd bij kinderen die het Turks als moedertaal hebben bijvoorbeeld een positief verband vastgesteld tussen de taalvaardigheid in het Turks en die in het Nederlands.

9. Je hoeft als leerkracht niet alle talen van je leerlingen te spreken om de thuistaal actief te benutten in de klas.

Als je voor een groep leerlingen staat en ze spreken onderling talen die je niet kent, dan kun je het gevoel krijgen dat je niet langer controle hebt over wat er in de klas gebeurt. Dat gevoel is perfect normaal, maar mag geen reden zijn om de thuistaal te bannen uit je klas. Er zijn immers manieren om aan dat gevoel van controleverlies tegemoet te komen: door in te pikken op de conversatie en te vragen waar het gesprek over gaat, neem je zelf opnieuw de controle over wat er gebeurt en toon je als leerkracht meteen ook interesse. De terugkoppeling kan dan in het Nederlands, waardoor deze momenten meteen ook leerkansen worden. Duidelijke taalafspraken ondersteunen deze manier van werken. Zo krijgen kinderen zelf controle over hun taalgedrag.

10. Meer Nederlands betekent niet per se beter Nederlands.

Leerkrachten gaan er vaak van uit dat de school de enige plaats is waar leerlingen in contact komen met het Nederlands. Ze willen de tijd op school dan ook ten volle benutten om de kinderen onder te dompelen in het Nederlands, waarbij alle tijd die besteed wordt aan andere talen als ‘verspilde’ tijd wordt beschouwd. Dat tijdsargument wordt echter niet ondersteund door onderzoek, waar de nadruk veeleer ligt op kwaliteitsvolle interactie en talige input, in plaats van op de hoeveelheid taal die wordt aangeboden. Kwaliteit boven kwantiteit dus. Bovendien gaat de ‘meer-is-beter’-argumentatie voorbij aan het ijsbergmodel dat hierboven al aan bod kwam, waaruit blijkt dat ook de (talige) kennis uit je thuistaal kan helpen om je vaardigheden in het Nederlands te versterken.


Over meertaligheid.be

De website www.meertaligheid.be werd oorspronkelijk ontwikkeld door het Steunpunt Diversiteit en Leren, verbonden aan de Universiteit Gent. Die eerste versie ging in 2011 online. In het najaar van 2017 kreeg de website een grondige opfrisbeurt door Onderwijscentrum Gent, in nauwe samenspraak met een aantal toonaangevende partners op het vlak van onderzoek en ondersteuning rond meertaligheid in Vlaanderen: Steunpunt Diversiteit en Leren (UGent), Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven), Agentschap Integratie en Inburgering, Atlas en Foyer.

Dit artikel verscheen ook in het zesde nummer van 'Fons' (april 2018).
Je kunt de bijdrage
hier ook downloaden.

Over Steven Delarue:

In Onderwijscentrum Gent werkt dr. Steven Delarue binnen het team Onderwijsontwikkeling rond de thema's meertaligheid, anderstalige nieuwkomers (OKAN), vluchtelingen en diversiteit. Daarnaast is hij ook nog vrijwillig postdoctoraal medewerker aan de UGent, bij de vakgroep Taalkunde, en co-hoofdredacteur van Fons, didactisch tijdschrift voor het schoolvak Nederlands, voor leraren van het kleuter- tot het hoger onderwijs.

Omhoog ^


Het 20ste colloquium van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) - KULeuven
27 augustus 2018 - 31 augustus 2018

 

Elke drie jaar organiseert de IVN een eigen congres: het colloquium neerlandicum. 

In de afgelopen decennia is de internationale neerlandistiek uitgegroeid tot een dynamische, veelzijdige gemeenschap onderzoekers, docenten en vertalers. Het driejaarlijks colloquium neerlandicum is voor de leden dé gelegenheid om resultaten, ideeën, ervaringen en 'best practices' uit te wisselen. Daarnaast biedt het colloquium bij uitstek de mogelijkheid om het netwerk van de internationale neerlandistiek te verstevigen en uit te breiden.


Thema dit jaar:  Nederlands in beweging


De aangekondigde keynote sprekers


Stroom Cultuur

Prof.dr. G. Buelens (Universiteit Utrecht, Nederland)
Prof.dr. B. De Wever (Universiteit Gent, België)
Prof.dr. L. Jensen (Radboud Universiteit, Nederland)
Prof.dr. J. Tollebeek (KU Leuven, België)
Prof. J. Vanderwal-Taylor (University of Wisconsin, Verenigde Staten)
Dr. J. Watson (University of Sheffield, Verenigd Koninkrijk)

Stroom Letterkunde

Dr.hab. B. Kalla (Uniwersytet Wroclawski, Polen)
Dr. I. Michajlova (State University of St. Petersburg, Rusland)
Dr. M. Prandoni (Università degli Studi di Bologna, Italië)
Dr.habil. O. Réthelyi (Eötvös Loránd Universiteit, Hongarije)
Prof.dr. M. Sanders (Rijksuniversiteit Groningen, Nederland)
C. Suprihatin MA (Universitas Indonesia, Indonesië)

Stroom Taalkunde

Prof.dr. J. van der Horst (KU Leuven, België)
Dr. L. Rasier (Université de Liège, België)
Prof.dr. U. Vogl (Universiteit Gent, België)
Prof.dr. L. De Wachter (KU Leuven, België)

In 2018 zullen naar verwachting weer zo'n 300 docenten en onderzoekers bij elkaar zijn. Ze worden gastvrij ontvangen door de KU Leuven. 

Voor alle informatie ga naar de website van het colloquium: https://colloquium.ivn.nu/

Omhoog ^


De filmpjes van de taalcanon

 

Op 30 mei 2018 publiceerde Neerlandistiek, het online tijdschrift voor taal- en letterkundig onderzoek, het document ‘Wat is de taalcanon?’

https://youtu.be/KwamcOqCB1E

Die heeft beslist educatieve en didactische bedoelingen voor de middelbare scholen. De filmpjes bij de canon bevorderen taalkunde in het voortgezet of secundair onderwijs in Nederland en Vlaanderen.

We citeren:
‘De filmpjes geven een korte introductie (van 3 tot 5 minuten) op een onderwerp uit de taalcanon. Deze filmpjes kunnen docenten in de klas laten zien, of als huiswerk meegeven alvorens een onderwerp klassikaal te bespreken. Vervolgens lezen leerlingen de artikelen op de website of gaan docenten aan de slag met een van de lesbrieven, te vinden via deze link.’

U kunt de hele tekst lezen via deze koppeling:
http://www.neerlandistiek.nl/2018/05/wat-is-de-taalcanon/

Op dit ogenblik zijn er een aantal didactische filmpjes beschikbaar.

Bij elk filmpje hoort een (uitleg)tekst.

Over meertaligheid
https://youtu.be/Xtqa1GvBwBo
Hebben tweetalige kinderen een taalachterstand?

Over de relatie tussen taal en denken
https://youtu.be/lg-TA4BpbYU
Kleurt taal je wereldbeeld?

Over de geschiedenis van het Nederlands
https://youtu.be/rwZNJRVDaD0
Waar komt het ABN vandaan?

Over de ontwikkeling van het spraakkanaal
https://youtu.be/x-_n9C4Ybdo
Hoe sprak de oermens?

Over kindertaal
https://youtu.be/FMeghIVMOyg
Waarom leren niet alle kinderen hun moedertaal even snel?

Over grammatica
https://youtu.be/vVyXrWhBgqQ
Wat is de zin van schoolgrammatica?

Over meertaligheid
https://youtu.be/FOiXtWcQ8GI
Bestaat er een talenknobbel?

Over taalgeschiedenis
https://youtu.be/xFEjRYN7r3g
Waar komt het ABN vandaan?

Over gebarentaal
https://youtu.be/JRcMYW_ZZuc
Kan de taalwetenschap levens redden?
Kun je alles zeggen in gebarentaal?


Rechtstreeks kunt u de filmpjes zien op deze pagina van de Taalcanon:
http://www.taalcanon.nl/onderwijs/filmpjes/



Het neologisme in het Nederlands

 

Hoe noemde de dichter Gerrit Achterberg een trommel in zijn sonnet ‘Het meisje en de trom’? Een gromorgaan!

Tweede kwatrijn:

Om met de trom op het toneel te staan
achterovergebogen aan de banden
die haar verbonden met de bonzen van de
gespannen wanden van dit gromorgaan.

De leraar Nederlands was stomverbaasd dat een leerling dat wist.

Lees de hele tekst ‘Van gromorgaan naar FUDGETEST’ over die neologismen in onze taal.

Neerlandistiek 1 mei 2018


Omhoog ^


Natuurlijk – het boekenweekessay van Jan Terlouw


 

Het boekje van 64 bladzijden was al in het begin van de boekenweek in maart uitverkocht.
Het is evenwel een belangrijke publicatie, die vlot leesbaar is maar die evenzeer substantiële ideeën bevat die ons allemaal aanbelangen.

Synopsis

Geboren in een boerendorp op de Veluwe, groeide Jan Terlouw op tussen de natuur. Hij klom in bomen, bestudeerde bijenvolken en hielp kalfjes geboren worden. Natuur werd voor hem een onuitputtelijke bron van inspiratie, door de schoonheid, de variatie en het mysterie ervan. Het groen, het water, de dijken, de jagende wolken, de wisseling der seizoenen, het fascineert hem mateloos. Maar hij is ook bezorgd, want de natuur is in gevaar. Het tijdperk van het Antropoceen is aangebroken: het menselijk handelen heeft een bepalende invloed op de toestand van de aarde. Wat de aarde in 4,5 miljard jaar heeft ontwikkeld, is de afgelopen eeuw in rap tempo verwoest door de mens. De klimaatverandering is een feit. Het is niet te laat, maar het is wel de hoogste tijd voor drastische maatregelen. Natuurlijk is een ode aan de natuur en een vurig pleidooi om de aarde in betere staat achter te laten voor volgende generaties.

Jawel, het is “Een ode aan de natuur en een pleidooi voor duurzaamheid”.

Onder dat motto publiceert de Vereniging Vlaamse Academici (VVA) op haar webpagina Teksten de laatste bladzijden (van 56 tot 63) van Terlouws essay. U zult zo u dat wenst die bladzijden met heel veel belangstelling kunnen lezen. Wellicht oordeelt u zelf, of de tekst bruikbaar is voor behandeling in de les.

Naar de tekst

Omhoog ^


Steven ten Brinke overleden (1929-2018)

 

 

Op dinsdag 26 april 2018 is de neerlandicus Steven ten Brinke overleden. Ten Brinke was gewoon hoogleraar Didactiek van het voortgezet onderwijs, in het bijzonder in de brugperiode, aan de Universiteit Utrecht. Hij is op 1 oktober 1963 bij Anton Reichling in Amsterdam gepromoveerd op het onderwerp ‘Onafhankelijke en afhankelijke grootheden in het taalgebruik. Een beschouwing van de theorie van Bloomfield betreffende de ’lexical’ en ’grammatical forms’’.

Steven ten Brinke is bij  neerlandici vooral bekend geworden door de introductie van het principe van ‘normaal functioneel moedertaalonderwijs’. Ten Brinke definieert dat zo:

het betekent dat je je onderwijs zo inricht dat je leerlingen er iets van leren dat ze, naar eigen oordeel,
a) op korte termijn praktisch kunnen gebruiken
b) en/of boeiend vinden.

Wanneer onderwijs niet normaal functioneel is, noemt Ten Brinke het schools functioneel.
Hij stelt het zo: ‘Als je, zoals helaas zo ontzettend vaak het geval is, via je school dingen leert waar je niets aan hebt, dan heeft het onderwijs dat jij ‘geniet’ geen normale functie maar een abnormale: wij spreken in dat geval van schools onderwijs’.

De toepassing van het principe van normale functionaliteit is gedurende heel geruime tijd van invloed geweest op de doelstellingen en de keuze van de leerstof voor het vak Nederlands. Mogelijk is dat nog richting gevend bij heel wat docenten Nederlands.

Volgens Ten Brinke zijn er drie hoofdargumenten:
- leerlingen die verplicht worden onderwijs te volgen, hebben recht op onderwijs dat ze zinvol vinden
- de toepassing van het principe verhoogt in sterke mate de motivatie bij leerlingen, omdat het een voorwaarde is voor echt leren
- normaal functioneel onderwijs werkt ook voor de leraar sterk motiverend. Doordat je leerlingen het onderwijs als zinvol gaan ervaren, krijg je ook zelf het gevoel met iets waardevols bezig te zijn.

Zie ‘Moedertaaldidactiek. Leidse werkgroep moedertaaldidactiek. Malmberg 1980 blz. 20-23.

Steven ten Brinke publiceerde zijn opvattingen rond onderwijs Nederlands in het voortgezet onderwijs in 1976 (toen al in het Engels) in ‘The complete mother-tongue curriculum. A tentative survey of all the relevant ways of teaching the mother-tongue in secondary education. Groningen.

Een artikel van Steven ten Brinke dat nog beschikbaar is op het internet:
‘Een pleidooi voor voorlichting van ‘het buitengebied’ over spelling en taalcorrectheid’ in
Tussen taal, spelling en onderwijs: essays bij het emeritaat van Frans Daems. Gent, 2007 – blz. 275-278

Ghislain Duchâteau

In memoriam Steven ten Brinke

Helge Bonset

Een persoonlijk saluut aan zijn leermeester

Op 26 april is op 89-jarige leeftijd Steven ten Brinke overleden. Hij was van 1980 tot aan zijn emeritaat in 1994 hoogleraar Didactiek van het voortgezet onderwijs, in het bijzonder de brugperiode, aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast was hij in de jaren ’80 van de vorige eeuw bijzonder hoogleraar in de theorie van de moedertaaldidactiek aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, tegenwoordig Radboud Universiteit. Hieronder ga ik vooral in op de bijdragen die hij heeft geleverd aan de ontwikkeling van de didactiek van en het onderwijs in het schoolvak Nederlands, indertijd ook aangeduid als moedertaalonderwijs.

Neerlandistiek 4 mei 2018

Omhoog ^

Willem Pée
Brugge 9 april 1903 - Rosières 20 mei 1986

 

Willem Pée

Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1989(1989)– [tijdschrift] Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde [1901-2000]

pp. 131-134

 

 

 

Willem Pée werd op 9 april 1903 geboren in Brugge. Zijn vader, Julius Pée, de bekende Multatuli-specialist, was er leraar aan het atheneum. De moeder van Willem Pée was een Waalse, afkomstig uit Luik. Willem Pée deed aan dat atheneum zijn humaniora-studie. Later ging hij Germaanse filologie studeren aan de Rijksuniversiteit te Gent. Hij had er als professoren in de neerlandistiek de oudere J. Vercoullie en de jongere E. Blancquaert. Afgestudeerd werkte de jonge germanist een tijdlang bij de firma Gevaert in Antwerpen, in welke stad hij later ook studiemeester werd. Hij was ook leraar aan het atheneum te Gent. In 1931 werd hij assistent bij prof. E. Blancquaert in het Laboratorium voor Experimentele Fonetiek en in het Seminarie voor Dialectologie. Een verblijf van enkele maanden in het Kaiser Wilhelm-Institut, afdeling fonetiek, in Berlijn, bood hem de mogelijkheid zich vertrouwd te maken met de zich snel ontwikkelende experimentele fonetiek.

In 1938 werd te Gent het derde International Congress of Phonetic Sciences gehouden. Voorzitter was E. Blancquaert. Als secretaris kweet de jonge Willem Pée zich voortreffelijk van zijn zware taak. Dat dit congres een groot succes werd, was zeker te danken aan het enthousiasme en de inspanningen van de secretaris, die zich ontpopte als een degelijk organisator.

Hoewel Willem Pée belangstelling voor de fonetische aspecten in de talen bleef ontwikkelen, legde hij zich toch meer toe op dialectgeografie. Dat blijkt onder meer uit zijn in 1927 verdedigde doctoraalproefschrift Dialectgeographie der Nederlandsche diminutiva (8 en 14)1 , waarin dank zij fijnzinnige fonetische waarnemingen duidelijk wordt bewezen dat de produktieve diminutiefmorfemen in het Nederlands te verklaren zijn als palataliseringen van een k-suffix. Doordat het gebruikte materiaal vooral in mondelinge enquêtes werd verzameld, leerde Willem Pée ook heel wat Frans-Vlamingen kennen. Ze werden zijn vertrouwde zegslieden voor de opnemingen die hij in Frans-Vlaanderen maakte voor de lijvige Dialect-Atlas van West-Vlaanderen en Fransch-Vlaanderen (23), waaran ook E. Blancquaert meewerkte en die kort na de oorlog, in 1946 werd gepubliceerd.

Vanaf 1939 doceerde Willem Pée Nederlandse taalkunde aan de Rijksuniversiteit te Luik. Hij vertelde graag over die tijd, die hij later de gelukkigste tijd van zijn docentschap noemde. In 1957 volgde hij aan de Rijksuniversiteit te Gent zijn leermeester E. Blancquaert op als professor in de Nederlandse taalkunde. Hij doceerde er tot 1971, toen hem het emeritaat werd verleend. Toen Willem Pée in Gent kwam, had het dialectonderzoek er al een hele traditie. Als nieuw geluid richtte Pée er de aandacht op taal en taaltoestanden in Frans-Vlaanderen. Hij bestudeerde ook de taalgrensverschuiving binnen dat gebied. Dat mondde uit in de grondige studie Anderhalve eeuw taalgrensverschuiving en taaltoestanden in Frans-Vlaanderen, gepubliceerd in 1957 (46).

Pées belangstelling voor taaltoestanden en taalminderheden werd sterk vernieuwd door de studiereis, die hij in 1950 op verzoek van de Stichting voor de Culturele Samenwerking tussen Nederland, Indonesië, Suriname en de Nederlandse Antillen, samen met zijn collega prof. W. Gs. Hellinga ondernam in de West.

Willem Pée is op veel terreinen van de Nederlandse dialectstudie bedrijvig geweest. Een belangrijk deel van het materiaal, samengebracht in de Reeks Nederlandse Dialectatlassen is het resultaat van Pées onverdroten inspanningen, want voor de Dialectatlas van Antwerpen (48), gepubliceerd in 1958, heeft hij zelf alle opnemingen gemaakt, zoals ook voor de meeste plaatsen in West-Vlaanderen en Frans-Vlaanderen. Dat de Reeks Nederlandse Dialectatlassen in 1982 na ongeveer vijftig jaar toch nog voltooid geraakte, is te danken aan de taaie doorzetting van Willem Pée, die sinds 1948 de leiding van de Reeks met E. Blancquaert deelde.

De dialectgeografische studies van Willem Pée zijn meestal gericht op ongewone fonetische verschijnselen in Nederlandse dialecten: de evolutie val al, ol+d of t tot [ut] of [ukt] (20), intervocalische tenuisverschuiving (10 en 42, met J. Taeldeman) en assimilatieverschijnselen (26). Vaak publiceerde hij ook in samenwerking dialectgeografische studies over de dialectbenamingen van de ‘kasavik’ (32, 33), ‘mikken’ (53, met L. De Man), ‘de doodkist’ (41, met G. Winnen), ‘de gemeentekom’ (136), ‘de koewachter’ (187). Ook fonetische kenmerken van de Nederlandse cultuurtaal werden geïnterpreteerd door de dialectoloog: assimilatieverschijnselen (26), mouillering in Romaanse leenwoorden (68), de glottisslag bij vocalen (73), de uitspraak van [n] na [ə] als auslaut (137), de bilabiale of labio-dentale fricatief (194).

Een consequente beschrijving van dialectmateriaal in de onomastiek geeft de studie Familienamen en bijnamen te Staakte (21). Op het gebied van de dialectstudie heeft Willem Pée zich ook door administratief werk verdienstelijk gemaakt. Zo is hij van 1939 tot 1953 algemeen secretaris geweest van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie. Tot en met jaargang zevenentwintig (1975) was hij redactiesecretaris van het tijdschrift Taal en Tongval. Ook door het opknappen van veel administratief werk is Willem Pée samen met de hele redactie van Taal en Tongval erin geslaagd van dit tijdschrift een periodiek te maken die met een gevarieerde inhoud in Noord en Zuid wetenschappelijke belangstelling voor dialectverschijnselen blijft stimuleren.

De naam Willem Pée is ook bij veel niet-dialectologen bekend, doordat hij een belangrijke rol heeft gespeeld in verschillende officiële spellingcommissies. Daarnaast was hij ook actief betrokken bij de commissies belast met het opstellen van de Nederlandse versie van de Belgische grondwet en de vertaling van de belangrijkste wetten en besluiten.

Als dialectoloog, geconfronteerd met de verschillende taalniveaus in dialect en cultuurtaal, besefte hij hoe noodzakelijk het is dat in Vlaams-België boven de dialecten een algemeen Nederlandse cultuurtaal wordt gebruikt. Daarom ijverde hij met volle overtuiging als voorzitter van de Vereniging voor Beschaafde Omgangstaal (V.B.O. 1951-1976) voor verantwoord, correct taalgebruik in Vlaams-België.

De dialectoloog Willem Pée had ook duidelijk literaire belangstelling. Met veel literatoren, vooral van zijn generatie, was hij goed bevriend. Met medewerking van prof. A. van Elslander en dr. J. Van Schoor verzorgde hij de uitgave van het Verzameld Werk van H. Teirlinck, wiens taal, met duidelijk dialectische inslag, allerlei verklaringen uit de Zuidoostvlaamse dialectsfeer eist.

Voor zijn globale wetenschappelijk werk werd hem in 1982 de Jacob en Wilhelm Grimm-prijs verleend.

Als globetrotter kende Willem Pée veel mensen, ook in het buitenland. Over landen en personen kon hij boeiend en meeslepend vertellen. Hij schreef ook over hen, vaak met vermelding van anders moeilijk te achterhalen details. In zijn bibliografie valt op hoeveel in memoriams hij schreef. Ze hebben vaak een zeer persoonlijk karakter.

Willem Pée zette ook aan tot verder wetenschappelijk werk. De publikatie van de eerste delen van het Woordenboek van de Vlaamse dialecten concretiseerde voor Willem Pée een oude droom.

Door zijn belangstelling voor veel uiteenliggende punten heeft Willem Pée een aparte rol gespeeld in de neerlandistiek in Vlaanderen en in Nederland.

V.F. Vanacker

Noot

Met de nummers tussen haakjes wordt verwezen naar de Bibliografie van prof. dr. W. Pée, verschenen in het Album Willem Pée, de jubilaris aangeboden bij zijn zeventigste verjaardag, Tongeren 1973, en naar de Aanvullende bibliografie in Taal en Tongval xxxv, (1983), p.2-4.

Bron: dbnl

Persoonlijke beschouwing

Zelf heb ik prof. Willem Pée gekend aan de Gentse universiteit van 1957 tot 1959 als hoogleraar in de afdeling Germaanse talen waar hij o.m. belast was met het seminarie Fonetische oefeningen. Hij was mijn promotor voor mijn licentiaatsverhandeling over toponymie. Hij heeft bij mij ook door zijn vlotte vertelkunst de eerste belangstelling gewekt voor Zuid-Afrika, zijn taal het Afrikaans en zijn cultuur. Met nostalgie denk ik terug aan die periode en aan de rijzige, vlotte en imposante persoonlijkheid van Willem Pée.

G.D.

Omhoog

De recente berichten op de Facebookpagina van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik op >
LEES DE BERICHTEN
of hieronder:

 
 


NDN-Facebookpagina


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookpagina van het NDN. Het gaat hier om twintig berichten vanaf 8 mei tot 2 juni 2018. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Vanaf 8 februari 2018 hebben we een nieuwe pagina gecreëerd 'Netwerk Didactiek Nederlands-2'
.
U bereikt ze ook via @netdidned.be.



  • STANDAARDTAAL OP DE VRT – ALSTUBLIEFT!

    2-6-2018

Marius Meremans

‘De taal is gansch het volk’ schreef Prudens Van Duyse, wiens standbeeld de Dendermondse Vlasmarkt siert. Ooit moesten Vlamingen maatschappelijk en politiek strijd leveren om zich in de eigen taal te mogen uitdrukken. Het zou getuigen van een enorme arrogantie en een totaal gebrek aan historisch besef en zelfrespect als we onze taal niet meer de moeite waard vinden en gewoonweg laten verkommeren.’...

  • PHILIP ROTH – IN MEMORIAM - IN HET AFRIKAANS

    31-5-2018

Willie Burger

Na die nuus van sy dood verlede week het ek dié naweek sy boeke van my rak af gehaal met die doel om hulle so ’n bietjie af te stof as eerbetoon aan Roth. Ek het weer begin om stukkies uit ‘Portnoy’s complaint’ te lees, en uit ‘The Professor of Desire’; uit ‘American Pastoral’ en uit ‘The human stain’. Telkens is ek opnuut gefassineer deur die manier waarop Roth vertel. Met enkele sinne voer hy mens weg, staan mens ve...

  • VEELEISEND ONDERWIJS IS DE BESTE BORSTWERING TEGEN DEMAGOGIE

    31-5-2018

Mia Doornaert

Taalbeheersing en taalinzicht zijn fundamenteel. Alleen een veeleisende taalvorming wapent jongeren om teksten niet alleen te lezen, maar te begrijpen, om argumenten af te wegen, om tussen de lijnen te lezen, om demagogie te ontmaskeren, om ironie en sarcasme te begrijpen zonder dat er een meme bij moet. Het is de beste borstwering tegen demagogie. Vooral: alleen dergelijk onderricht geeft ook leerling...

  • WANNIE CARSTENS GAAT GENTSE ZUID-AFRIKA LEERSTOEL BEKLEDEN -
    OOK MEESTER-VERTALER DANIËL HUGO AAN DE GENTSE UNIVERSITEIT UITGENODIGD


    29-5-2018

Wannie Carstens heeft zijn aanstelling als gastdocent aanvaard voor de periode oktober-december 2018.
Van 1 oktober tot 30 november 2018 verblijft Daniel Hugo aan de Universiteit Gent en hij presenteert lezingen over de vertaling van teksten van Nederlandstalige auteurs naar het Afrikaans.

  • DE REACTIE VAN MATIJS LIPS DIE VERKOZEN WERD ALS BESTE DOCENT NEDERLANDS 2018

    29-5-2018

Zaterdag werd het bekend gemaakt in het door Frits Spits gepresenteerde radioprogramma De Taalstaat en de minister van onderwijs Arie Slob reikte hem uit. Lips: 'Ik had wel gezien dat mijn concurrenten een groot netwerk hadden, ook op sociale media en dan verwacht je niet dat je gekozen wordt. Ik denk dat het juryoordeel wel een doorslaggevende rol heeft gespeeld.'

  • HET MOEIZAME EN ULTIEME INTERVIEW MET PHILIP ROTH      

    23-5-2018

Martin Krasnik – 2005

Philip Roth (1933-2018): ‘De dood is hartverscheurend. Ondenkbaar’
New York - Philip Roth geeft hoogst zelden interviews. Al gauw ontdek ik waarom: niet dat hij onaardig of onbeleefd is, welnee, hij heeft alleen geen zin om altijd en eeuwig dezelfde vragen te beantwoorden. In recente vraaggesprekken beperkt hij zich meestal tot korte, stuurse opmerkingen.

  • AMERIKAANSE AUTEUR PHILIP ROTH OVERLEDEN      

    23-5-2018

Roth was een van de grootste Amerikaanse schrijvers van de tweede helft van de vorige eeuw, samen met onder anderen Saul Bellow en John Updike. Hij schreef vooral over de Joodse identiteit en de Amerikaanse politieke cultuur.

  • DE NOMINATIES VOOR DE HERMAN DE CONINCKPRIJS 2018     

    22-5-2018

Vandaag is het exact 21 jaar geleden dat de Vlaamse dichter overleed. Behoud de Begeerte, sinds dit jaar de organisator van de Herman de Coninckprijs, maakt daarop de nominaties bekend. De jury bestaat uit Hugo Brems, Laura de Coninck, Jeroen Dera, Gudrun de Geyter en Saskia Scheltjens. Zij beoordeelden 101 dichtbundels, waaronder 14 debuten.

  • WACHTEND             

    22-5-2018

Zoals de droogte, op regen;
Zoals een uitgehongerde, op wat voedsel;
Zoals de drenkeling, op een redder;
Zoals de stervende, op wedergeboorte...
zo wacht ik op jou.

H.S. SHIVA PRAKASH, INDIA

Vertaling Germain Droogenbroodt
Uit: “Like Earth to Stars”, (Poems 2008-2014)

  • ONS ERFDEEL 2/2018          

    21-5-2018

‘Leuven Vlaams’ - de erfenis van de mei ’68 – Nederlands wereldtaal – Melanie Bonajo – Lies van Gasse – Dom Hans van der Laan …
1968: was het nu ‘Leuven Vlaams’ of ‘bourgeois buiten’? Die vraag staat op de kaft van Ons Erfdeel 2/2018, en wordt in het nummer beantwoord door Jo Tollebeek, hoogleraar cultuurgeschiedenis van de KU Leuven. Hij beschrijft hoe het rumoer in de Leuvense straten begin 1968 al precedenten had in 1962 en 1966, hoe zich op de taalstri...

  • BIJVOEGLIJKE NAAMWOORDEN … MAAR OOK BIJWOORDEN 

    19-5-2018

hun attributief en/of hun predicatief gebruik
Dit is een boeiend stukje taalobservatie met bijna wat gebruiksrecepten daarbij.
Wat is er tegen een onwelle spreker?
Marc van Oostendorp

  • BOUWEN AAN EEN INTERNATIONAAL NETWERK VOOR DE STUDIE VAN HET NEDERLANDS WERELDWIJD      

    19-5-2018

Onderwijs Nederlandse taal en letterkunde in India, Boedapest, Aruba, Paramaribo …

  • ‘HET VERDRIET STAAT NIET ALLEEN’ – RECENSIE VAN DE PUBLICATIE MET TEKSTEN VAN HUGO CLAUS     

    19-5-2018

De confrontatie met deze onverwachte samenscholing van teksten, waarvan de Clauslezer de meeste wel al zal kennen maar die hij allicht al een tijdje niet meer onder ogen heeft gehad, zet aan tot een hernieuwde reflectie op het prozawerk, die bij elke lezer wellicht anders zal verlopen.

 

  • OOK IN VOERTAAL KOMT DE VERENGELSING VAN HET HOGER ONDERWIJS IN NEDERLAND WEER AAN DE ORDE                 

    18-5-2018

Ingrid Glorie

Een goede beheersing van het Nederlands is volgens BON belangrijk omdat de meeste studenten aan Nederlandse hoger-onderwijsinstellingen na hun studie in een Nederlandstalige beroepspraktijk terechtkomen. Ook wijst BON erop dat de Engelse taalbeheersing van de meeste studenten en hun docenten te zwak is om zich op academisch niveau genuanceerd en vloeiend te kunnen uitdrukk...

  • BETER ONDERWIJS NEDERLAND (BON): DE VERENIGING BEGINT EFFECTIEF AAN DE AANGEKONDIGDE RECHTSZAAK TEGEN DE ILLEGALE VERENGELSING IN HET LAND

    18-5-2018   

Vandaag heeft advocaat mr. Bernard Tomlow namens Beter Onderwijs Nederland (BON) de Universiteit Twente, de Universiteit Maastricht en de Onderwijsinspectie voor het gerecht gedaagd. De zitting zal binnen enkele weken plaatsvinden. De universiteiten en ook hogescholen hebben namelijk de afgelopen jaren buiten de wet een groot aantal opleidingen verengelst. Dat heeft desastreuze gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs, maar ook voor de Nederlandse taalbeheersing van afgestudeerden. De Inspectie constateerde deze problemen ook, maar verzuimde desondanks actie te ondernemen.

  • ZIJN AFGUNST       

    10-5-2018

Marc van Oostendorp, de prof, de specialist in fonologie en fonetica, beschrijft zijn leeservaringen. Hij doet dat zo aandoenlijk, dat het zeker de moeite loont om ze te lezen. Misschien vind je er inspiratie in om je ook eens te bezinnen over je eigen leesgenoegens of om meer tijd te besteden aan het lezen van boeiende boeken.

  • TAMARA – BESTE LEERKRACHT NEDERLANDS 2017 – BESCHRIJFT HAAR ONDERWIJSBELEVING      

    9-5-2018
Iedere ochtend buig ik me over mijn krant. Daarbij word ik met de regelmaat van een klok gebombardeerd met onheilspellende berichten over mijn werk. Het rommelt en knettert in onderwijsland: tegenvallende PISA-scores, hoofddoekdebatten, watervalsysteem, herziening van het M-decreet. De lijst met onderwijstopics wordt almaar langer en dat is maar goed ook. Discussie is de eerste stap naar vernieuwing..
  • VERSLAG RONDETAFELBIJEENKOMST OVER TAALVARIATIE (organisatie de Nederlandse Taalunie)        

    9-5-2018

Op 14 maart jl. greep de rondetafelbijeenkomst over taalvariatie plaats in Rotterdam.
Het verslag van de bijeenkomst leest u via de volgende koppeling. Veel verschillende mensen hebben hiervoor input geleverd zonder dat zij het allemaal op alle punten met elkaar eens waren. Die verscheidenheid aan opvattingen willen we laten zien in dit verslag.

  • TAALTIP: ZEVEN OP DE TIEN HEBBEN/HEEFT  

    9-5-2018

In de zin ‘Zeven op de tien deelnemers hebben de enquête ingevuld’ is het meervoud ‘hebben’ juist.
Het onderwerp is ‘zeven op de tien deelnemers’. Daarbinnen is ‘zeven (deelnemers)’ de kern, en dat is een meervoud; daarom is ook de persoonsvorm meervoudig. Een onderwerp met ‘... op de ...’ is alleen enkelvoudig als de kern ‘een’ is: ‘Een op de tien deelnemers heeft de enquête ingevuld.’

  • COLLOQUIUM INTERNATIONALISERING VAN UNIVERSITEITEN EN DE THUISTAAL
    KULEUVEN VRIJDAG 4 MEI 2018


    8-5-2018
Een schare van buitenlandse universitaire professoren behandelden dit thema. Over het algemeen erkenden zij de drang om hoe langer hoe meer het hoger onderwijs in hun land te verengelsen. Toch behandelden de meeste eminenties de thematiek behoorlijk goed genuanceerd.



 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Tamara Bollaert, bestuurslid
  • Pieterjan Bonne, bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2018.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be