Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
30-2, december 2017 - januari - februari 2018
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




 
Redactioneel
Contributie NDN 2018
Vooraankondiging NDN-Lenteconferentie
Opvolging HSN31-2017 - Zwolle
Middelnederlandse literatuur ontsloten
Ts. Fons nov. 2017
Basisboek Literatuur
Start Raadgedicht!
Een lerares Nederlands over alles rondom lesgeven
Literatuur in het middelbaar ... zo belangrijk
Van Frans naar Engels
Unieke opleiding voor lerarenopleiders in Vlaanderen
CTO KU Leuven
Uit de recente tijdschriften
De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen
Handboek Digitale Geletterdheid Kennisnet
Nieuw curriculum taal/Nederlands - bijeenkomst Rotterdam 15-2-2018
Colloquium Neerlandicum 'Nederlands in beweging'
Vlaamderlands - E-book over Holands en Vlaams
Vereniging voor Nederlandse Terminologie viert 20-jarig bestaan
Biografie Jan Wolkers
VERDIENSTELIJK
Maarten van den Toorn+
Garmt Stuiveling
P.J. Meertens
Simon Carmiggelt
 
Recent op de NDN-Facebookpagina
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
NDN-Nieuws 30-1
 
• NDN-Nieuws 29-4
 
NDN-Nieuws 29-3
 
NDN-Nieuws 29-2
 
NDN-Nieuws 29-1
 
• NDN-Nieuws 28-4
 
NDN-Nieuws 28-3
 
NDN-Nieuws 28-2
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
 
 
 
Redactioneel
 

Lectori salutem


Collega’s,

Deze tweede editie van de jaargang is het eerste nummer van dit nieuwe jaar 2018. Ook het NDN sluit graag aan bij alle wensen die er al werden uitgewisseld en wenst de collega’s vooral veel voldoening in hun beroepsuitoefening hetzij als lerarenopleiders of leraren in het werkveld hetzij als betrokkenen bij het onderwijs in een ondersteunende functie.

In deze periode van het jaar 2018 wordt heel wat denkwerk verricht rond dat werkveld. In Vlaanderen zijn er vanaf 2019 structuurhervormingen voorzien in het secundair onderwijs met daarbij aansluitend een herziening van de leerinhouden zoals die voorkomen in eindtermen, leerplannen en handboeken (dat laatste ook voor het basisonderwijs).. Vanaf midden februari formuleert een werkgroep binnen het Vlaamse onderwijsministerie een nieuw stel eindtermen ook binnen het leergebied Nederlands.

Ook in Nederland is de curriculumvernieuwing van p.o. en v.o. van start gegaan. In 2018 buigt het docentontwikkelteam van het leergebied taal/Nederlands zich over de vraag wat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs moeten kennen en kunnen. Met de opbrengst van dit ontwikkelproces zullen kerndoelen en eindtermen worden geactualiseerd.

In dat perspectief denkt ook het Netwerk Didactiek Nederlands mee aan die inhoudelijke vernieuwing en aanpassing van de leerdoelen, leerinhouden en leerlijnen voor dat taalonderwijs Nederlands, dat moet worden aangepast aan de 21ste eeuwse behoeften. Aan de betrokken werkgroep hebben wij onze adviestekst al doorgestuurd: ‘De eindtermen Nederlands: de NDN-adviestekst - Nederlands als fundament voor duurzaam onderwijs’.

Onze reflectie daarover houdt daarbij niet op. Binnen de schoot van het NDN schrijft op dit ogenblik Nora Bogaert, een eminent en competent bestuurslid, aan de tekst ‘Greep krijgen op leer-doelen’ met als eerste deel ‘Elementen en aspecten van het begrip taalcompetentie’ en als tweede deel ‘Vorm geven aan leerdoelen’. Daarmee verwachten we ook nog bij te dragen aan het huidige discours rond de aanpassing van de leerinhouden voor Nederlands. Omdat de tekst nog wordt geschreven en verfijnd, merkt u lezers, hiervan nog niets in deze nieuwsbrief.

Wél verwijzen we alvast naar de studiebijeenkomst op 15 februari 2018 in Rotterdam
Een nieuw curriculum taal/Nederlands voor v.o.? Geen nieuw breukvlak! Over de aansluiting van vo en mbo met hoger onderwijs’.

Deze nieuwsbrief is verder weer flink gestoffeerd met thema’s die van betekenis kunnen zijn voor onze lezersschaar en voor de didactiek van het Nederlands. Zowel taaldidactiek als literatuur verkregen hun aandeel in de teksten.
 
We volgden zelf een negental presentaties tijdens de HSN-conferentie 2017 in Zwolle en rapporteren daarover. Een prachtig lesinstrument rond de Middelnederlandse literatuur ontworpen door literatuurhistorici aan de Universiteit Antwerpen staat ter beschikking en krijgt binnen ons vakgebied veel weerklank en positieve reacties. Uit de taalkundige hoek verscheen het handboek “De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen. Een inleiding tot de variatietaalkunde” van Geert De Sutter (red.). Daaraan besteden wij ruime aandacht. Een viertal verdienstelijke persoonlijkheden gedenken wij samen aan het einde van deze nieuwsbrief. En er zijn onze Facebookberichten van de recente tijd, weer een twintigtal. Er is dus weer veel te kust en te keur.

Geniet ervan, blijf verwijlen bij wat boeiend of nuttig is. Verken de achterliggende informatie via de digitale koppelingen bij zoveel wat in deze nieuwsbrief aan u, lezers, wordt aangereikt.


Coniunctis viribus – Constantia et laboris
Met vereende krachten – Door volharding en inspanning


U kunt ons bereiken op info@netdidned.be



Ghislain Duchâteau – vicevoorzitter en redacteur NDN

namens het hele NDN-bestuur


 


Contributie Netwerk Didactiek Nederlands 2018

 
Antwerpen, 25 januari 2018


Betreft: Contributie NDN 2018


Geachte Collega – lid NDN,


In het voorbije jaar hebt u als lid van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) onze vereniging gesteund en hebt u geholpen met onze missie en doelstellingen ten bate van het onderwijs Nederlands. Wij stellen dat bijzonder op prijs en wij hechten er waarde aan u daarvoor uitdrukkelijk te bedanken.

Wij verwachten dat u ook in 2018 lid blijft. Daarom vragen wij u vriendelijk uw contributie voor 2018 te voldoen.

De Algemene Vergadering van de vzw Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) heeft besloten de jaarbijdrage voor 2018 niet te wijzigen. Voor een steunend lid bedraagt ze 25 euro, voor een gewoon lid is dat 20 euro.

U kunt ook het bedrag verhogen met een vrijwillige donatie.

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

U kunt uw bijdrage overmaken op de rekening van het NDN Essential Pro:
IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB
van NDN, Wilrijk.

Wilt u zo attent zijn om bij uw overschrijving te vermelden:
Contributie NDN 2018 – en zeker ook de naam of de namen voor wie het lidmaatschap geldt?

Wij danken van harte iedereen die zijn contributie voor 2018 al heeft overgeschreven.

Wij sluiten de administratie voor de lidmaatschappen 2018 af op 15 februari 2018.
Om het zeker niet te vergeten, stort nu meteen.


Met onze collegiale groeten


José Vandekerckhove, voorzitter NDN

Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter en penningmeester NDN

Carl Brüsewitz, secretaris NDN


Vooraankondiging NDN-Lenteconferentie
 


De Lenteconferentie ondergaat een facelift. Dit jaar staat die gepland op vrijdag 27 april 2018 op de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen. De themaconferenties (zoals we ze nu hebben en hadden) vinden nog om de twee jaar plaats.

Tussenin komt een ander format te beginnen met 2018.

Meer informatie geven we nu nog niet prijs.

Noteer wel de datum in uw agenda: 27 april 2018.


 
Omhoog ^



OPVOLGING CONFERENTIE VAN HET SCHOOLVAK NEDERLANDS 31 - 24-25 NOVEMBER 2017 IN ZWOLLE

 

De bijzonder geslaagde HSN-Conferentie in de Hogeschool Windesheim in Zwolle, waar zowat 500 deelnemers uit Nederland en Vlaanderen twee dagen naartoe trokken, vraagt blijvende aandacht. Een persoonlijke rapportering mag niet achterwege blijven en kan een hernieuwde belangstelling wekken voor een aantal presentaties die hun nut voor het onderwijs Nederlands kunnen hebben. Resultaten van onderzoek, inspirerende aanpakvormen voor lees- of schrijfvaardigheid, een nieuwe poëziecanon, taalstimulering in een meertalige klas in het basisonderwijs kunnen inspireren. Een beperkte rapportering van een aantal lezingen kan doen teruggrijpen naar de conferentiebundel waar nog zoveel meer van dat goeds te ontdekken valt.

De rapportering van de conferentie in Zwolle gaat in hoofdzaak over één van drie subplenaire lezingen en over de 2 x 4 presentaties die ikzelf heb bijgewoond, vier op vrijdagmiddag, vier op zaterdag. Elke presentatie wordt met foto’s geïllustreerd.

Hoogleraar André Mottart, voorzitter Stichting Onderwijs Nederlands Het auditorium voor de opening
Presentatie VERTAALDE VERBEELDING ... Aan het werk tijdens een interactieve sessie


Het welkomstwoord kwam van André Mottart, hoogleraar en lerarenopleider Universiteit Gent, en voorzitter van de Stichting Onderwijs Nederlands, die samen met de Hogeschool Windesheim de conferentie organiseerde.

De aftrap van de conferentie in plenaire zitting werd verricht achtereenvolgens door Henk Hagoort, voorzitter van het CvB van Windesheim en door Ellen Deckwitz, neerlandica en dichteres. De eerste vertelde vooral hoe de hogeschool Windesheim aan haar naam kwam. Ellen Deckwitz entertainde het gevulde auditorium met geestige anekdotes en illustreerde haar verhaal met treffende eigen gedichten.

Klik voor de hele rapportering door naar de website van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN):

http://www.netdidned.be/activiteiten.html#OPVOLGINGHSNZWOLLE


MIDDELNEDERLANDSE LITERATUUR ONTSLOTEN

Met een MOOC’je in een hoekje

Middelnederlandse literatuur voor een ruim publiek

Auteurs: Wouter Haverals, Elisabeth de Bruijn, Bram Caers, Veerle Fraeters, Mike Kestemont, Patricia Stoop & Anke Verschueren

 

De beginbladzijden van de Beatrijslegende
Het unieke handschrift met de legende - van ca. 1374 wordt in Den Haag bewaard.

Twee jaar lang werkten meer dan 35 Nederlandse en Vlaamse onderzoekers van de middeleeuwse literatuur onder leiding van een zevenkoppig productieteam in het diepste geheim aan een grootschalig project met als codenaam Project Phoenix. Aanleiding voor Project Phoenix was het emeritaat van Frank Willaert, die op 8 september 2017 afscheid nam als hoogleraar Middelnederlandse literatuur aan de Universiteit Antwerpen. 

De MOOC Middelnederlandse literatuur staat sinds begin november online op de website van de KANTL, de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde. Aan het project werken tal van experts mee zoals Jan Dumolyn, Jozef D. Janssens, Remco Sleiderink, Frits van Oostrom en meer dan twintig andere vakgenoten. De website is gratis te raadplegen, op alle mogelijke hedendaagse toestellen met een internetverbinding.

De MOOC Middelnederlandse literatuur op de website van de KANTL.

Lees er meer over de website van Doorbraak

Bijzonder aan te bevelen is het artikel ‘Jonge non tot leven gewekt’ in De Standaard van 16 november 2017, omdat het de relevantie onthult van die prachtige cursus in 12 online colleges over het geheel van de Middelnederlandse literatuur, die toch voor het grootste gedeelte in Vlaanderen is geschreven. In dit artikel komt naast Wouter Haverals ook Mike Kestemont aan het woord, die ook zijn bijdrage heeft geleverd tot het zo geslaagd online product. En dat de KANTL het onder zijn hoede neemt, is ook vanzelfsprekend door de banden van de Academie met de medio-neerlandici van de Universiteit Antwerpen.

Ook het recentste nummer van het tijdschrift Neerlandia jg. 121 / 2017 nr. 4 publiceert het artikel ‘Met een MOOC’je in een hoekje – Middelnederlandse literatuur voor een ruim publiek’ (blz. 4-8) met een mooie presentatie van de online cursus. Het wordt voorgesteld op de website van het Algemeen Nederlands Verbond.


TIJDSCHRIFT FONS – RECENTSTE NUMMER / NOVEMBER 2017 JG 3/NUMMER 1

 

Opnieuw zorgden hoofdredacteuren Steven Delarue en Hellen Rijckaert voor een stevig gestoffeerde editie van hun ‘Tijdschrift voor leerkrachten Nederlands uit het kleuter-, lager, secundair, hoger en volwassenenonderwijs’. Het is nummer 5 al sinds in 2015 het tijdschrift het licht zag.

Zo kondigen ze de publicatie aan:

‘Nummer 5 is net verschenen, en bevat dossiers rond kleuteronderwijs en de graphic novel. We gaan ook aan de slag met Lego in het beroepsonderwijs, verkennen de mogelijkheden van de kamishibai, initiëren avontuurlijk leesonderwijs en geven tips rond differentiatie en vakoverschrijdende projecten. Voor elk wat wils dus! Je kunt Fons 5 digitaal lezen en downloaden (als je een account aanmaakt op Issuu).’

Het tijdschrift is gericht op het onderwijs Nederlands in Vlaanderen op alle niveaus. Het hoger onderwijs komt in dit nummer niet bepaald aan de orde. Des te meer klemtoon ligt deze keer op kleuteronderwijs, ook OKAN-klassen, basisonderwijs en zelfs een artikel over de gelijklopendheid van secundair (voortgezet) onderwijs met wat de kleuterjuf doet in haar klasje.

Opvallend sluit Fons ook aan bij het actueel lopende discours in Vlaanderen over meertaligheid in de klas. Het tijdschrift verklaart zich manifest voorstander van het gebruik van de ‘moedertaal’ van anderstalige leerlingen op school en in de klas als opstapje naar het leren van het Nederlands.

Een bijzonder treffend fragment op blz. 29 uit het gesprek van Tamara Stojakovic, Beste Leraar Nederlands 2017, met Ellen Bosschaerts, kleuteronderwijzeres.

Tamara:

‘Ik geef Nederlands aan de laatstejaars. Onlangs moesten mijn leerlingen een cv opstellen. Het viel me erg op dat veel leerlingen hun moedertaal zelfs niet op hun cv vermeldden. Ik denk dat dat voldoende zegt. We hebben de neiging om de moedertaal als iets negatiefs te bestempelen. Volledig onterecht natuurlijk: het is bewezen dat de ontwikkeling van de moedertaal een positieve invloed heeft op een tweede taal (in dit geval het Nederlands). Ik heb ooit mijn leerlingen een boek laten lezen in een taal naar keuze. De output moest natuurlijk wel in het Nederlands, dat was de enige voorwaarde. Het was ongelofelijk om te zien hoe leerlingen – vaak voor de eerste keer – positief geconfronteerd werden met hun moedertaal. Die passie! Dat vergeet ik nooit meer. En jawel … iedereen had het boek ook effectief gelezen. Een bijkomend voordeel van de opdracht.’

Heel wat praktische tips rond de behandelde thema’s vullen een aantal bladzijden: tips voor binnenklasdifferentiatie, tips om zelf een vakoverschrijdend project op te zetten, tips om zelf met feedback te werken in de lessen Nederlands. Er staan koppelingen naar nuttige websites enz. Dat alles maakt dit nummer van het tijdschrift tot nuttige lectuur voor de praktijkgerichte lesgevers.

De website die mee het tijdschrift digitaal aantrekkelijk maakt met als menurubrieken: Startpagina, Recentste nummer, Alle nummers, Lees bijdragen over …, FAQ, Jouw bijdrage in Fons?

https://tijdschriftfons.be/

Zelf lezen en bladeren in deze editie van Fons

https://issuu.com/tijdschriftfons/docs/fons5_def

De volgende editie van 'Fons' is voorzien in maart 2018.


 


Basisboek Literatuur

 
Het Basisboek Literatuur werd geschreven door Corrie Joosten en Coen Peppelenbos en Bart Temme. Zij zijn als docent verbonden aan de vakgroep Nederlands van de NHLeeuwarden hogeschool.

Samenvatting

Het Basisboek Literatuur is een onmisbaar naslagwerk voor studenten, scholieren en deelnemers aan leeskringen. Wat is ook alweer een 'enjambement' of een 'grondmotief'? Wat verstaan we onder poëticaonderzoek? Welke argumenten kun je tegenkomen in een recensie? Het antwoord op die en honderden andere vragen is te vinden in het Basisboek Literatuur.

Hoe analyseer je een gedicht of een verhaal? In het Basisboek literatuur wordt aan de hand van concrete verhalen en gedichten getoond hoe men de theorie in de praktijk brengt. Daarnaast geeft  dit boek een uitgebreide lijst met vele voorbeelden van literaire termen. Ook wordt ingegaan op de inhoud van een recensie en de argumentatie die daarbij hoort. Tenslotte krijgt ook de didactische invulling van literatuuronderwijs in het voortgezet onderwijs ruim aandacht.

Het Basisboek literatuur is bedoeld voor studenten in het HBO én voor leerlingen in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs die meer kennis van de literatuur willen dan de doorsnee literatuurmethode aanbiedt. Voor docenten is het boek een welkom naslagwerk. Juist in een tijd waarin het literatuuronderwijs een steeds marginalere rol toebedeeld krijgt in het onderwijs, is een goed basisboek literatuur noodzakelijk.

Recensie

Veel informatie over literatuur in het algemeen, maar telkens aan de hand van voorbeelden uit de Nederlandse literatuur. Er zijn hoofdstukken over: de schrijver (over poëtica en autobiografisch schrijven), genreleer en literatuurgeschiedenis, analyse en interpretatie, de lezer, de literaire wereld en opleidingseisen (van middelbare school tot master). De samenstellers gebruiken veel recente voorbeelden uit de Nederlandstalige literatuur; in de uitwerkingen van proza- en poëzieanalyse passen zij de behandelde begrippen toe (aan de hand van bv. 'Joe Speedboot'). Een hoofdstuk over didactiek is naar de website verplaatst. Dat is voor docenten bedoeld en bevat de examendoelen, toetsen, lessuggesties, websites, het leesdossier. Ook jeugdliteratuur komt ter sprake. Belangrijk is het uitgangspunt van de samenstellers: welk boek past bij welke leeftijdsgroep? Met een ruim opgezet register op begrippen, helaas niet op auteurs. Een nuttig overzicht voor studenten aan bijvoorbeeld lerarenopleiding, maar ook een geslaagd naslagwerk voor iedere lezer. Veel zwart-wit illustraties.

Gerard Oevering

https://www.bol.com/nl/f/basisboek-literatuur/37734048/

Uitgeverij Kleine uil - Educatief Website: http://basisboekliteratuur.nl/


Start Raadgedicht!


 

 

Tien weken lang, elke week een raadgedicht.
Doe je mee? 

Tip: Download de gratis app voor iPhone of Android.
Via deze app wordt een pushbericht gestuurd wanneer er een nieuw gedicht verschijnt.

Hieronder zie je het gedicht van Week 1. 

Weet jij het ontbrekende woord?

Het inzenden van de oplossing kan via de www.raadgedicht.nl.

Veel plezier!

Het gedicht is wel relevant voor diverse klassen.
Wellicht zullen beroepsgerichte leerlingen er ook genoegen aan beleven.

(Suggestie van Hilde Vanderheyden)


DE WERKOMSTANDIGHEDEN VAN LEERKRACHTEN – EEN BOEIEND VRAAGGESPREK

Een lerares Nederlands zegt het allemaal.
Geen leerinhouden maar over alles wat komt kijken bij het lesgeven.

 

Leerkrachten horen het vaak: ‘Jij moet maar 20 uur per week werken.’ Maar wat is daar van waar? Er is nu een grootschalig onderzoek naar de werklast in het Vlaamse onderwijs gestart. De Standaard deed een klein vooronderzoek bij veertien leerkrachten. Leerkracht Nederlands en geschiedenis Hanne De Witte beantwoordt alle vragen, samen met journalist Maarten Goethals.

Naar het interview

31’15”

Let ook op de hantering van het Standaardnederlands bij de lerares Nederlands en bij de beide journalisten. Merkt u een verschil?

En de adequate formulering van de sprekers?

Omhoog ^


Literatuur in het middelbaar ... zo belangrijk

 

Een leraar Nederlands heeft het over lezen in zijn klas.

'Ik geloof niet dat literatuur in het middelbaar definitief verloren heeft'

Er is iets aan de hand. Deze week las ik verschillende krantenartikels waaruit blijkt dat het dezer dagen niet goed gaat met lezen. 'Er staat water in de kelder van het huis van deze samenleving', waarschuwt schrijver Jeroen Olyslaegers. Nu hoort u het ook eens van een ander, moet menig taalleerkracht hebben gedacht. Zij merken immers al jaren dat het leesniveau aan het dalen is. Ik hoor het de anglofielen onder hen al zeggen: told you so.

Knack 7-12-2017

Omhoog ^

Van Frans naar Engels in Vlaanderen

 

Blijkbaar omhelst de hele Vlaamse samenleving het Engels in haar taalgebruik. De Antwerpse Ten Miles is een belangrijk event. Klimaatopwarming gaan we tegen met een Sing for the Climate-week. Een drijvende kunstinstallatie op de Schelde heet We Drift. Met Start to Run wil men ons aanzetten tot meer sport. Onze rivieren houden we schoon met een Big Jump. De Wielerbond organiseert Kids Challenges. Studio Brussel en Rode Kruis-Vlaanderen organiseren een Music for Life. BOZAR brengt een Young Belgian Art Prize. Op radio Klara had men het over de crew van een band die een song bracht. Een virtuoos met Russische roots bleek een uitstekende mood maker te zijn. Hij heeft wel soms een mind switch nodig. Kinderen leren op Klara for Kids songs playbacken. En de Vlaamse regering, de voorlopige resultante van de Vlaamse ontvoogdingsstrijd, zet de kers op de taart van de tijdsgeest met een nieuw logo: Flanders, State of the Art.

Is dit Engels taalgebruik een uiting van slordigheid? Of een bewijs dat we kosmopoliet zijn? Dat we meevliegen met de wind van het internet en deel uitmaken van de geglobaliseerde wereld waar het Engels de lingua franca is? Ongetwijfeld allemaal voor een stuk waar. Het klopt dat sommige woorden gewoon gemakkelijker in het gehoor liggen in het Engels dan in het Nederlands. ‘Ik check even mijn e-mail’ komt ongedwongener over dan: ‘ik ga mijn elektronische post controleren’. En we hoeven ons ook niet op te stellen als taalpuristen die het Nederlands bedreigd zien door het Engels. Veel woorden uit andere talen die wij gebruiken, verdwijnen na verloop van tijd toch weer, gewoon omdat vele uitdrukkingen een modeverschijnsel zijn.

Lees de hele spitsvondige tekst van oud-diplomaat Mark Geleyn



UNIEKE OPLEIDING IN VLAANDEREN VOOR LERARENOPLEIDERS: 

warme oproep tot inschrijven!

 

Vanuit VELOV hebben we de voorbije jaren mee  geijverd voor een Vlaanderenbrede “Opleiding voor Lerarenopleiders”. Vanaf februari wordt deze opleiding in Vlaanderen een realiteit. Lerarenopleiders zijn ‘leraren van leraren’ en bereiden de nieuwe generatie leraren voor op hun steeds complex wordende taak. Om deze uitdagende en belangrijke opdracht verder te ondersteunen en te professionaliseren wordt deze opleiding ingericht.  De opleiding wordt gefinancierd door de Vlaamse minister van onderwijs, bedraagt een equivalent van 20 studiepunten, en geldt als een unieke opleiding in Europa.

 
Unieke beroepsgroep
 
Lerarenopleiders zijn een belangrijke en unieke beroepsgroep. Het unieke karakter van onze opdracht ligt in onze kerntaak als ‘leraar van leraren’. Dat betekent dat lerarenopleiders - in de manier waarop we lesgeven en opleiden - tonen en uitleggen aan studenten in de lerarenopleiding hoe onderwijs er dient uit te zien. Met andere woorden: we ‘onderwijzen over onderwijzen’. Daarbij staan we model voor de toekomstige generatie leraren, maar moeten we uitleggen welke keuzes en afwegingen we maken als lesgevers. Niet alleen ‘teach as you preach’ is belangrijk, maar ook studenten in de lerarenopleiding inzicht geven in het  ‘waarom’ (achter het ‘hoe’ en het ‘wat’) van onderwijzen.

 
Verscheidenheid in professionaliteit
 
We vormen een diverse groep van professionals en worden aangesteld in de lerarenopleiding omwille van onze specifieke achtergronden en expertise. Sommigen worden aangesteld omwille van hun ervaring als leraar in het kleuter, lager of secundair onderwijs; sommigen omwille van hun vakinhoudelijke expertise; anderen omwille van hun expertise als onderzoeker in onderwijs of een specifiek vakgebied. Veel lerarenopleiders worden als het ware ‘per toeval’ lerarenopleider. Bijgevolg hebben niet alle lerarenopleiders een duidelijk begrip van hun taken en rollen als lerarenopleider en worden we verwacht die zelf te ontwikkelen doorheen de carrière.

 
Financiering opleiding
 
Tegen die achtergrond financiert de Vlaamse minister van onderwijs de ‘Opleiding voor Lerarenopleiders’ die vanaf februari 2018 van start gaat. De opleiding erkent de expertise en professionaliteit van de lerarenopleiders en hun belangrijke taak bij het vormen van de generatie leraren van morgen!

 
Unieke opleiding
 
De opleiding is uniek te noemen in Europa. Slechts weinig landen en regio’s organiseren initiatieven voor de professionalisering van lerarenopleiders, laat staan een eigen formele opleiding. Vanuit Nederland en verschillende Scandinavische landen wordt dan ook met veel interesse gekeken naar dit Vlaams initiatief.
 
De Vlaamse Opleiding voor Lerarenopleiders bouwt verder op de “masterclass”-initiatieven die de voorbije jaren werden georganiseerd in Leuven en Gent enerzijds en de resultaten van een Vlaanderenbrede denktank rond een ‘opleiding voor lerarenopleiders’ anderzijds. Die ervaringen worden nu gebundeld, maar ook verder uitgewerkt, vernieuwd en geïntegreerd in een formele opleiding voor lerarenopleiders.

 
Programma
 
De nieuwe ‘Opleiding voor Lerarenopleiders’ vertrekt vanuit de eigen praktijk van de lerarenopleiders. Vertrekkend vanuit die eigen praktijk gaan deelnemers aan de slag: ze bestuderen relevante theoretische kaders en inzichten uit wetenschappelijk onderzoek, nemen de eigen beroepspraktijk onder de onderzoeksloep, én verdiepen zich door uitwisseling met collega’s uit heel Vlaanderen. De koppeling tussen theorie en de eigen opleidingspraktijk vormen de rode draad doorheen de opleiding.
 
De  ‘Opleiding voor Lerarenopleiders’ heeft een equivalent van 20 studiepunten en wordt georganiseerd in vijf opleidingsonderdelen die -samen- het beroep van lerarenopleider inzichtelijk maken. De vijf opleidingsonderdelen zijn:

1) ‘De professionaliteit van de lerarenopleider’,
2) ‘Curriculumontwikkeling’,
3) ‘Praktijkonderzoek’,
4) ‘Coaching en begeleiding van reflectief ervaringsleren’, en
5) ‘Samen leren, samen opleiden’.

Die vijf opleidingsonderdelen worden begeleid en verzorgd door een team van ervaren en deskundige lesgevers.
 
De opleiding is ingebed in een systeem van permanente vorming. Deelnemers die met vrucht de opleiding volbrengen, ontvangen daarom het Getuigschrift Opleiding van Lerarenopleiders.

 
Vlaanderenbreed
 
Naast de unieke inhoud van de ‘Opleiding voor Lerarenopleiders’ is die opleiding ook uniek te noemen in de wijze waarop Vlaamse lerarenopleidingen samenwerken. De opleiding wordt namelijk opgevolgd en aangestuurd door een zogenaamde Vlaanderenbrede samengestelde stuurgroep. In die stuurgroep zetelen namelijk alle Vlaamse lerarenopleidingen (universiteiten, hogescholen en een CVO-vertegenwoordiging), en ook VELOV en het Departement Onderwijs.

 
Website
 
Meer informatie over de opleiding voor lerarenopleiders (toelatingsvoorwaarden, inhoudelijke informatie opleidingsonderdelen, etc.) is te vinden op de website van de opleiding:

https://ppw.kuleuven.be/opleiding-lerarenopleiders

Warme oproep om zich in te schrijven.



CTO KULeuven onder de aandacht

 

Sinds juli 2017 heeft het CTO een nieuwe directeur. Het is Mariet Schiepers.

In de CTO-Nieuwsbrief van december 2017 maakt het Leuvense taleninstituut zijn nieuwe missie kenbaar en stelt het zijn nieuwe directeur uitvoerig voor.

Het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) heeft voor zijn lenteconferentie van 2017 over ‘Het Schoolvak Nederlands in een Meertalige Context’ een beroep gedaan op de deskundigheid van het CTO in de persoon van Pandora Versteden en voor zijn  keynote spreker van zijn lenteconferentie 2016 over ‘Bewust taalvaardig in de 21ste eeuw’ op toenmalige directeur Kris Van den Branden. Het NDN telt ook in zijn bestuur de bijzonder gewaardeerde Nora Bogaert, die lange jaren verbonden was aan het CTO in Leuven.

Wij voelen ons dan ook nauw verbonden met het Leuvense instituut.

Heel graag geven we onze lezers kennis van de nieuwe missie en de voorstelling van zijn nieuwe directeur Mariet Schiepers in de genoemde nieuwsbrief.


Omhoog ^


Uit de recente tijdschriften

 

Tijdens de eindejaarsperiode en bij het begin van het jaar 2018 zijn er nieuwe edities verschenen van verschillende vaktijdschriften die artikelen bevatten die van belang zijn of zeker belangstelling verdienen. Wij verwijzen graag naar enkele van die artikelen.

Les – Tijdschrift voor Nt2 en taal in het onderwijs – nr. 2014 35e jg. dec. 2017

Het tijdschrift Les publiceert artikelen die een verkorte of samenvattende weergave zijn van presentaties tijdens het Lescongres van 7 oktober 2017. Dat gebeurde eveneens in het vorige nummer. In dit nummer staat Interculturele Communicatie of communicatie en contact tussen personen met verschillende culturele achtergronden centraal.


Interculturele communicatie (blz. 4-7)

Het eerste artikel ‘Interculturele communicatie in de Nt2-les’ van Katja Verbruggen vraagt ‘Meer aandacht in die les voor verschillen in cultuur én in taal’. Ze bespreekt drie aandachtspunten: het contact tussen de docent en de cursisten, het contact tussen de cursisten onderling en interculturaliteit in de leerstof en in de les. Voor het eerste punt is het belangrijk dat de docent rekening houdt met mogelijke cultuurverschillen tussen de cursisten en de docent in machtsafstand tot elkaar. Ook spelen de culturele verschillen in samenwerkingsactiviteiten. De mate van directheid in het gesprek, de beurtwisseling, de sterkte van het groepsgevoel, de contextrijkheid kunnen verschillen per cultuur. Er mag meer aandacht zijn voor interculturele aspecten van non-verbale, vocale nonverbale en verbale communicatie. Voor non-verbale non-vocale communicatie zijn de interpretatie van gebaren, gezichtsuitdrukkingen als het lachen van betekenis. Bij vocale non-verbale communicatie zijn dat prosodische aspecten als luidheid, stemhoogte en beurtwisseling. Bij vocale verbale communicatie wijst Verbruggen op de modale partikels om de gebiedende wijs te verzachten en op de verschillende functies van zou(den) maar ook op de mogelijkheden om de imperatief zonder modaal partikel te hanteren. Ook het gebruik van de u-vorm bij formeel taalgebruik is van betekenis.

Lezen jg. 12 nr. 4 – 2017 – een uitgave van Stichting Lezen

In haar ‘Redactioneel’ blz. 3 verwijst Gerlien van Dale, directeur van Stichting Lezen naar wat filosoof Coen Simon tijdens een congres zei: ‘De mens leest zich de wereld in’. Artikelen en opiniestukken verwijzen naar het belang, dat personages in kinder- en jeugdboeken een afspiegeling zijn van de maatschappij waarin wij leven. Herkenning is voor kinderen een belangrijk motief om te lezen. Maar ook is diversiteit in literatuur belangrijk om de (wereld van) anderen te leren kennen en begrijpen. In de veilige omgeving van het boek kan de jonge lezer nieuwe omgevingen en gebeurtenissen verkennen. Dat geldt later ook voor de jongeren en voor de volwassen lezers die kennismaken met het leven van een ander zowel in het heden, de toekomst als in het verleden, in een fantasiewereld of in een meer of minder herkenbare werkelijkheid.

Verder bleven we haken aan de kernidee van het artikel ‘De opbrengst voor het leesplezier is enorm groot’ (blz. 28-29). Mirjam Noorduijn pleit in haar tekst voor meer aandacht voor het integreren van jeugdliteratuur in andere vak- en vormingsgebieden dan Nederlands. De praktijk wijst uit dat het enthousiasme voor schoolvakken én voor lezen toeneemt. Noorduijn verwijst naar een gepassioneerde leesbevorderaar Ingrid Rijnbout van een basisschool in Horssen die lesgeeft in groep 6-7. Die stelt: ‘Je moet ze (de boeken) echt betrekken in de les als je ze als extra bron of leidraad voor een project gebruikt. De kinderen gaan de boeken alleen lezen als je hun nieuwsgierigheid prikkelt.’ Dat deed ze voor geschiedenis. Behalve dat de kinderen hogere resultaten halen, worden ze zo ook enthousiaster voor geschiedenis. Door mooie boeken en schoolvakken te koppelen, laat je zien hoe belangrijk lezen is. ‘Maar’, zegt Rijnbout, ‘dat vraagt wel een andere manier van werken van docenten: een vergrote kennis van kinderboeken moet zorgen voor meer expertise.’ Mirjam Noorduijn gaat verder. Gelukkig is er op pabo’s sinds enkele jaren steeds meer aandacht voor het integreren van jeugdliteratuur in andere vak- en vormingsgebieden. Dat blijkt o.m. uit een in opdracht van Stichting Lezen uitgevoerd onderzoek uit 2014 over de plaats van jeugdliteratuur in de pabo-curricula. Zo worden bij de vijftig vensters op de website ‘entoen.nu.nl’ – de canon van de Nederlandse geschiedenis voor het onderwijs – passende titels gesuggereerd (fictie en non-fictie) voor zowel basisschoolleerlingen als middelbare scholieren en (jong)volwassenen. Dat leidt tot vakverbreding- en verdieping. Tegelijkertijd lezen studenten meer dan alleen de boeken bij Nederlands. (blz. 29). Met drie covers van kinderboeken in de rechterkolom van blz. 29 met daarbij ‘Boekideeën’ worden 8 boeken aanbevolen van prentenboek tot jeugdboek voor lezertjes vanaf 4 tot en met 12 en plusjaren, die de integratie-idee van het artikel concretiseren.


Vaktaal – Tijdschrift van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) Jg. 30 nr. 4 – 2017

In het artikel ‘Nederlands op de middelbare school: de mening van een leerling’ blz. 20 laat het tijdschrift Gabriëlle Haas haar ervaring delen die zij heeft opgedaan van het vak Nederlands in de onderbouw en in de bovenbouw van de middelbare school. Welk gevoel krijgen leerlingen bij de lessen, wat kan misschien beter en wat is juist positief aan de manier van lesgeven? We citeren uit de tekst wat Gabriëlle Haas expliciet daarover schrijft.

‘Mijn algemeen beeld van het vak Nederlands is, sinds ik in de bovenbouw zit, erg positief. Daarentegen was ik in de onderbouw, in de eerste tot derde klas, minder geïnteresseerd in het vak Nederlands dan ik nu ben. Dat kwam omdat de lessen naar mijn mening erg onduidelijk en onlogisch ingedeeld waren, zonder heldere uitleg over met welk doel we die onderwerpen behandelden. Natuurlijk is het in de onderbouw vooral zaak om je basiskennis op te frissen en nog verder op te bouwen, maar zelf vond ik dat dit in de lessen veel efficiënter, duidelijker en leuker had gekund. Verder was er wel mogelijkheid voor verdieping in ‘plusklassen’, waar ik dan ook zeker gebruik van heb gemaakt. Ik vond dat een hele positieve en leuke manier om anders met het vak Nederlands bezig te zijn, bijvoorbeeld door met andere leerlingen in toegewezen rollen een rechtszaak na te spelen of Oudnederlandse teksten te leren lezen.

Momenteel vind ik het vak Nederlands leerzamer en logischer opgebouwd. Aan het begin van elke periode wordt door de docent duidelijk besproken wat de indeling is, waarom we dit onderwerp behandelen, hoe we dat gaan doen en hoe het getoetst zal worden. Ook is er genoeg ruimte voor eigen inbreng en creativiteit tijdens praktische opdrachten en is er ruimte voor het stellen van vragen tijdens de lessen. Verder houden we discussies over de actualiteit en er wordt veel aandacht besteed aan het geven van goede presentaties, leren argumenteren, discussiëren en overtuigen. Ook leren we hoe we op een correcte manier zakelijke teksten kunnen schrijven.’

Tweemaal zowel voor de onderbouw als voor de bovenbouw pleit de leerlinge dus voor transparantie bij het onderwijzen van het vak Nederlands.


Tijdschrift FONS – Fris Onderwijs Nederlands, jg. 3 nr. 1 – november 2017

Dit nummer brengt o.m. dossiers over het kleuteronderwijs en de Graphic Novel, een tekst ‘Bepaal je eigen avontuur(lijk leesonderwijs), een tekst over de verzameling OKAN-leermiddelen, eentje over constructieve feedback, over differentiëren in de klas en nog veel meer. Drie documenten in deze editie van FONS vallen voor speurende didactici toch wel op.

In hun tekst ‘Een verzameling OKAN-leermiddelen VOOR WIE HET BOS DOOR DE BOMEN NIET MEER ZIET’ presenteren Morgan Foré en Claudia Bonte hun website www.OKAN-leermiddelen.weebly.com waarin ze een uitgebreide selectie aan lesmateriaal bij elkaar brachten die ter beschikking staat van OKAN-leerkrachten. (blz. 26-27)

Wat uitgebreider is Inge Umans in haar artikel ‘Aan de slag MET KAMISHIBAI’. Kamishibai, is een Japanse verteltechniek met wisselende beeldplaten. In haar tekst zet Inge Umans ertoe aan om deze aanpak voor een vertelling of een voorleesmoment in het kleuteronderwijs te hanteren. De titel van haar tekst is ook de titel van haar praktijkgericht handboek om deze verteltechniek doelmatig en efficiënt te gebruiken in de lessen. Het is uitgegeven bij De Eenhoorn en is gericht naar leesbevorderaars en leerkrachten basisschool en NT2. U kunt er kennis mee maken via deze koppeling http://www.eenhoorn.be/nl/aan-de-slag-met-kamishibai.html (blz. 7-8)

En voor het voortgezet of middelbaar onderwijs is er in FONS de aansporing ‘Aan de slag met Vlogboek’ van Hans Dewijngaert. Hij geeft twee lestips: Vlogboek als nieuwe lezen voor de lijst en Vlogboek als medium om luister- en kijkvaardigheid aan te scherpen. Vooral zinvol is zijn voorstelling hoe je als leerkracht concreet kunt omgaan in de klas met de filmpjes van Vlogger Jörgen Apperloo uit Lisse in Nederland. De thuispagina van Vlogboek is http://vlogboek.nl en het YouTubekanaal van Vlogboek ishttps://www.youtube.com/channel/UCdC2n_aOI_VXOGfeEPj5yw  (blz. 42-43).
Jörgen Apperloo is zelf aan het woord in het ts. Vaktaal nr. 4 – 2017 blz. 7 met zijn tekst ‘Vlogboek: video’s over literatuur’


Tijdschrift Taal voor opleiders en onderwijsadviseurs basisonderwijs jg. 8 nr. 12 – 2017

De redactie verwijst naar de op handen zijnde curriculumherziening in Nederland onder de huidige naam Curriculum.nu. Ook voor Nederlands is een ontwikkelteam aan het werk. De bedoeling is bouwstenen aan te reiken die de kern bevatten wat elke leerling per leergebied moet kennen en kunnen. Die bouwstenen worden dan gebruikt om geactualiseerde kerndoelen en eindtermen te formuleren. (blz. 5)

Meteen in het oog springt het artikel ‘Inhoud en didactiek van begrijpend lezen’ van Suzanne Bogaers-Hazenberg, Jacqueline Evers-Vermeul en Huub van den Bergh. De thematiek is actueel binnen het onderwijs en ook hier wordt verwezen zoals in Vlaanderen naar de verminderende resultaten in de PIRLS-peilingen bij basisschoolleerlingen. De auteurs stellen in hun samenvattende lead dat het begrijpend lezen voor veel Nederlandse basisschoolleerlingen een struikelblok betekent. Nochtans hebben wetenschappers de laatste decennia veel inzicht verworven over effectief leesonderwijs. De huidige onderwijspraktijk kan dan ook gespiegeld worden aan enkele wetenschappelijke inzichten. De auteurs inventariseren welke informatie leerlingen aangereikt krijgen in zes lesmethodes over tekststructuur en leesstrategieën en ze bekijken welke didactiek die methodes voor begrijpend lezen voorschrijven. Daarbij bespreken ze hoe basisschoolleerkrachten die inhoud en didactiek in de praktijk brengen en last but not least doen ze in het deel discussie aansluitend bij hun analyse van de methodes suggesties ter verbetering van de huidige praktijk.

Degelijk en betekenisvol artikel voor basisschoolleerkrachten maar evenzeer wellicht voor de opvolgende onderwijsniveaus en voor lerarenopleiders in de hogescholen. (blz. 21-29)

In hun Agenda op blz. 56 (achteraan) kondigen de samenwerkende verenigingen LOPON², EDventure en SLO hun twee activiteiten aan: op 5 april 2018 een Netwerkdag voor taalcoördinatoren Thema: Lezen! en op 12 april 2018 een Netwerkdag voor taalspecialisten Thema: In interactie!



De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen

Een inleiding tot de variatietaalkunde

Door Gert De Sutter (red.)

 

Het boek biedt een volledig, actueel en wetenschappelijk overzicht van de huidige taalsituatie in Vlaanderen. Het gaat in op de historische ontwikkeling van het Nederlands in Vlaanderen, de veranderende relatie met het Nederlandse Nederlands, de groeiende populariteit van de zogenaamde tussentaal en de onstopbare dialecterosie, met onvermijdelijke gevolgen voor taalnormen en taalbeleid. Het boek kijkt ook naar de manier waarop gewone taalgebruikers kijken naar taalvariatie en gaat dieper in op ontwikkelingen die door veel taalgebruikers als nefast beschouwd worden: de massale overname van Engelse woorden en constructies, de invloed van sociale media op vorm en structuur van het Nederlands en het taalgebruik van jongeren met een andere etnische achtergrond. Het boek biedt op die manier een overzicht van de belangrijkste inzichten en methoden van de moderne Vlaamse variatietaalkunde, waarbij de interactie tussen taalgeschiedenis, taalgebruik, taalattitudes, taalideologieën en taalnormen centraal staan. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een aantal controlevragen en suggesties voor verdere lectuur. Dit boek richt zich op iedereen die een gestructureerde inleiding wil in de Vlaamse variatietaalkunde: leerkrachten en taalprofessionals die hun achtergrondkennis willen actualiseren en verdiepen, maar eveneens studenten Nederlands in het hoger onderwijs. Ook de lezer met een bijzondere interesse voor taal en taalvariatie in Vlaanderen zal in dit boek zijn gading vinden.

Bron: Acco

De auteurs:

Gert De Sutter (red.) studeerde Taal- en Letterkunde: Germaanse Talen aan de KU Leuven en promoveerde er in 2005 op een proefschrift over syntactische variatie in het Belgische Nederlands. Momenteel is hij hoofddocent Nederlandse taalkunde en Vertaalwetenschap aan de Universiteit Gent, waar hij onder meer Taalnormering van het Nederlands en Toegepaste Taalkunde I doceert. Gert De Sutter schreef dit boek samen met negentien collega-onderzoekers, allen experts die zich de afgelopen tien jaar aan een of meer onderwerpen van het Nederlands in Vlaanderen gewijd hebben.

Een overzichtelijke kijk op de inhoud

Het boek omvat zes delen met in hun geheel zestien hoofdstukken.

In deel1 - de proloog - heeft het eerste hoofdstuk het over het Nederlands anno 2017: de verspreiding, de juridische status en zijn variationele structuur (Gert De Sutter). De titel van hoofdstuk 2 is Wat goed is maken we samen uit. Over normen, taalnormen en (taal)variatie (Walter Haeseryn).
 
Deel 2 behandelt de geschiedenis van het Nederlands in Vlaanderen met hoofdstuk 3 De lange weg naar een Nederlandse standaardtaal. Een beknopte geschiedenis van de standaardisering van het Nederlands (Ann Marynissen) en hoofdstuk 4 Ruggespraak in het gekkenhuis. Een beknopte geschiedenis van de spelling van het Nederlands (Ruud Ryckaert).

Deel 3 behandelt het Standaardnederlands, tussentaal en de Vlaamse dialecten. Daarin kreeg hoofdstuk 5 als titel Het kegelspel der taal. De naoorlogse evolutie van de Standaardnederlandsen (Dirk Geeraerts). Hoofdstuk 6 gaat over Van AN naar BN, NN, SN… Het Nederlands als pluricentrische taal (Johan De Caluwe). Hoofdstuk 7 is getiteld ‘k Spreek ekik ver altijd zo. Over de opmars van tussentaal in Vlaanderen (Chloé Lybaert & Steven Delarue). Hoofdstuk 8 behandelt taalattitudes vanuit onderzoeksperspectief met als titel Bepaalt wat we denken en voelen over taal ook wat we doen in taal? Percepties, attitudes, evaluaties, en hun omkaderende ideologieën in het Belgisch-Nederlands (Stefan Grondelaers & Chloé Lybaert). Hoofstuk 9 brengt De taal van onze grootouders. Dialecten en dialectologie in Vlaanderen (Jacques Van Keymeulen). Met hoofdstuk 10 Een geval apart? De Vlaamse taalsituatie vanuit Europees perspectief lezen we over een typologie van dialect-standaardtaalconstellaties en over taalrepertoria in beweging (Anne-Sophie Ghyselen).

Deel 4 heeft het over Meertalig Nederlands. Hoofdstuk 11 heeft als titel Doomsday? (Engelse)
leenwoorden in het Nederlands (Eline Zenner). Hoofdstuk 12 geeft een kijk op Taal van eigen kweek. Het Nederlands van etnische minderheden (Jürgen Jaspers & Sarah Van Hoof). Met hoofdstuk 13 maken we kennis met Limburgse Sjtijl. Over het ontstaan en de verspreiding van Citétaal (Stefania Marzo).

Deel 5 geeft een kijk op Het Nederlands in oude en nieuwe media. Hoofdstuk 14 heet Dees is egt zooo nice! Oude en nieuwe vormen van substandaardtaal in online communicatie (Reinhild Vandekerckhove). Hoofdstuk 15 vult dat aan over Balanceren tussen gesproken en geschreven taal. Over taalvariatie en taalpolitiek in de ondertitelingspraktijk (Lynn Prieels).

Deel 6 is een epiloog. Het laatste hoofdstuk 16 is van de hand van drie auteurs en heeft het over Tussen droom en daad. De consequenties van de verander(en)de standaardtaalrealiteit voor de taaldocent (Stefan Grondelaers, Steven Delarue & Gert De Sutter).

Elk hoofdstuk verwijst naar ‘Verder lezen’, naar doorgaans relevante informatie in digitale vorm. Een viertal vragen in een kleurig kadertje laat toe de behandelde materie te verwerken. Daarbij komt een lijst met geraadpleegde literatuur. Het einde van het hoofdstuk geeft beknopte informatie over de auteur(s).

Daarmee is duidelijk dat het boek als handboek kan worden gebruikt in het hoger onderwijs. De lerarenopleidingen Nederlands hebben er alle nut bij. Wij durven er wel bij zeggen, dat het handboek door taalkundigen is geschreven die de bestudering van de Nederlandse taalvariatie buiten schoolverband bekijken behalve het laatste hoofdstuk dat zich op het terrein opstelt van de didactici Nederlands en wél een impact zou kunnen hebben op de attitudes voor het onderwijs. Het lijkt dan ook nuttig het boek en vooral het laatste hoofdstuk kritisch te lezen.

G.D.

***

Het digitale tijdschrift Neerlandistiek reageerde op de publicatie van het boek bij monde van Marc van Oostendorp

Verplicht boek voor alle Nederlandse taalkundigen

Geplaatst op 30 oktober 2017 05:47

Het kan niet gemakkelijk zijn om een Vlaamse intellectueel te zijn. Er is altijd gedoe om taal, op een manier die een Nederlander zich over het algemeen niet kan voorstellen: iedere keuze die je maakt in taalzaken – hoe nauwkeurig je je aan de standaard houdt, wat je precies als standaard beschouwt, hoeveel dialect je je permitteert – is niet alleen onderhevig aan de vooroordelen die overal aan taal vastzitten, maar ook al snel een politieke kwestie.

Een docent op de middelbare school moet bijvoorbeeld heel precies over deze zaken nadenken: wat voor regels hanteer ik voor gebruik van dialect in de klas? Hoeveel trek ik me aan van de normtaal zoals die in een ander land, Nederland, geldt? 


Goede leestips

Zo’n leraar heeft nu de beschikking over een overzichtelijk en helder geschreven handboek: De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen, waarin 16 Vlaamse taalkundigen niet zozeer uit de doeken doen hoe het moet, maar met feiten uitleggen wat de wetenschap weet over de huidige stand van zaken en zo de belangrijkste begrippen in de discussie weet te verhelderen: hoe zit het nu eigenlijk met de ‘tussentaal’ waar iedereen het over heeft (die is veel minder Antwerps dan menigeen denkt)? Wat voor taal spreken jongeren met een migratie-achtergrond (dat is misschien helemaal niet zo’n coherente taalvariëteit)?

Het is een heel nuttig handboek geworden voor iedereen die in een betrekkelijk kort bestek op de hoogte wil worden gebracht van de wetenschappelijke discussie over taal in Vlaanderen, al is het maar doordat de auteurs tot de wetenschappelijke top horen in ons vak en redacteur De Sutter ze er allemaal toe heeft weten te bewegen een heldere stijl te handhaven, goede leestips te geven en alle kernbegrippen uit te leggen.


(Taal)culturen

Je kunt natuurlijk altijd zaken aanwijzen die ontbreken. Ik betreur bijvoorbeeld dat er geen apart hoofdstuk is over de relatie met het Frans (leenwoorden, grammaticale invloed) zoals die er wel is voor het Engels; hoewel je dat feit misschien op zichzelf al als een relevant taalpolitiek gegeven kunt aanwijzen. Ook een hoofdstuk waarin onderzoek naar de verschillende instituties wordt beschreven (de Taalunie, de VRT) had in dit boek geloof ik niet misstaan.

Veelzeggend is dat er aan het boek alleen Vlamingen meewerken – waarvan er twee in Nederland werken: Stefan Grondelaers en Walter Haeseryn, beide verbonden aan de Radboud Universiteit. Ik weet niet of De Sutter naar Nederlandse auteurs heeft gezocht, maar als hij het had gedaan, had hij ze waarschijnlijk niet gevonden. Er zijn eigenlijk nauwelijks of geen Nederlanders die zich bezighouden met de taalsituatie in Vlaanderen. Dat is deels waarschijnlijk een teken van de bijna wanhopig stemmende desinteresse die Nederlanders aan de dag leggen voor hun buurland (of zelfs buurlanden). Ik denk dat de Nederlandse taalkunde ervan zou profiteren als meer taalkundigen gebruik zouden maken van het feit dat dezelfde taal in twee zo verschillende (taal)culturen functioneert. Wat dat betreft zou dit boek ook verplichte kost moeten zijn voor iedere Nederlandse taalkundige.

Nu valt het, is mijn ervaring, ook niet mee om als Nederlander iets te zeggen over de Vlaamse taalsituatie. Al snel vindt men dat je stelling neemt, en komt iemand die het niet met jouw positie eens is je uitleggen dat je niet begrijpt hoe het in Vlaanderen zit. (Als je een andere stelling inneemt, komt iemand anders je datzelfde uitleggen.) Maar ook in dat geval is het beter om goed beslagen ten ijs te komen. En ook dan is het boek van De Sutter en zijn collega’s onontbeerlijk.

Bron: Neerlandistiek

***

TAALUNIE: BERICHT 15 DECEMBER 2017

Rubriek: Taaltrends - Auteur: Ludo Permentier

De vier misverstanden over het Nederlands in Vlaanderen

Veel hoeft er niet te gebeuren om in Vlaanderen een bits debat over taal te ontketenen. Een verspreking, een grove tweet of een flater in een advertentie volstaat soms. Taalkundigen halen meestal hun schouders op als in de sociale media verwijten worden gelanceerd over taalnazisme of gebrekkig onderwijs. Om het debat zinvoller te maken, schreven achttien wetenschappers het boek ‘De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen’. Wij lichten er vier hardnekkige misverstanden uit voor u.

1. Vlaanderen spreekt Vlaams

Ja en nee. Het Nederlands is, naast het Frans en het Duits, een officiële taal in België. Dat staat zo in de grondwet. De Vlaamse overheid heeft daarbovenop in decreten vastgelegd waar het gebruikt moet worden. Belangrijk is dat die decreten spreken van ‘de Nederlandse taal’, niet bijvoorbeeld van ‘het Vlaams’. Die laatste term is wel van toepassing als het gaat om de bestuurlijke indeling. We spreken bijvoorbeeld van ‘de Vlaamse Gemeenschap’ of ‘het Vlaams Parlement’. Maar als het om taal gaat, benadrukt de terminologie de eenheid met Nederland.


 ‘Hét Nederlands’ bestaat niet.


Tegelijk zeggen de deskundigen dat ‘hét Nederlands’ niet bestaat. Er is geen afgesloten verzameling woorden, grammaticale regels en uitspraaknormen voor heel het taalgebied. Vlamingen horen bij het eerste woord wanneer een Nederlander of Surinamer aan het spreken is, en dat geldt ook in de andere richtingen. Er is dus variatie. Het Nederlands dat je in Vlaanderen en in Brussel hoort, wordt doorgaans Belgisch-Nederlands genoemd. In de omgang hoor je hiervoor ook weleens het woord ‘Vlaams’, maar meestal wordt daarmee een dialect bedoeld, of de informele gesproken ‘tussentaal’, die je wel binnen gezinnen of onder vrienden hoort, maar niet in het tv-journaal of in de kerk. (zie de punten 3 en 4)

2. De gemiddelde Vlaming is te lui om taalnormen te volgen

Een samenleving kan alleen bestaan als mensen bereid zijn normen te volgen. Dat zijn de (ongeschreven) regels die het sociale verkeer in goede banen leiden. Dat je je tegenover vreemden anders gedraagt dan tegenover je partner, je familie of je baas, leer je van voorbeelden die je imiteert.

Ook taal kent normen. Ze maken het mogelijk te communiceren met anderen. Een overtreding van deze normen zal in gesprekken zelden tot misverstanden leiden, omdat de gesprekspartners gauw signalen opvangen dat ze elkaar niet begrijpen. In geschriften is dat anders en daarom is geschreven standaardtaal strikter genormeerd. Zoals andere sociale normen, ontstaan de normen van het Standaardnederlands vanzelf. Mensen imiteren de taal van anderen die ze waarderen, bijvoorbeeld leraren, schrijvers, televisiemensen. Ook de traditie speelt hierin een rol. Alleen de spelling wordt door de Taalunie vastgelegd.


Het geschreven Nederlands van Vlaanderen ging tot het eind van de twintigste eeuw steeds meer op dat van Nederland lijken, maar ging daarna de andere kant uit.


Tot het eind van de twintigste eeuw zagen Vlamingen, aangespoord door onder meer het onderwijs en de openbare omroep, het Nederlands van hoogopgeleide Nederlanders als norm. Maar het proces van standaardisering heeft niet geleid tot volkomen eenheid. Onderzoek wijst uit dat het geschreven Nederlands van Vlaanderen tot het eind van de twintigste eeuw steeds meer op dat van Nederland ging lijken, maar daarna de andere kant uitging. Dat heeft niets met luiheid of onkunde te maken.

3. Belgisch-Nederlands is slecht Nederlands

Lange tijd was het streven naar één cultuurtaal voor Nederland en Vlaanderen een cultuurpolitieke kwestie. Vlaanderen wilde, onder meer om weerstand te bieden aan de invloed van het Frans, samen met Nederland een stevig blok vormen. Veel verdedigers van het oude principe dat de taalnorm in het Noorden werd gevormd, deden dat uit die overweging.

De voorbije decennia zijn de meeste Vlamingen zich gaan richten op andere rolmodellen: vooraanstaande Vlaamse sprekers en schrijvers. Belgisch-Nederlandse eigenaardigheden vinden ze sindsdien niet meer zo erg.

Intussen heeft de toegenomen mobiliteit het pad geëffend voor een eigen Vlaamse spreektaal.

Factoren zoals de groeiende politieke autonomie van Vlaanderen, de commercialisering van de omroep en het verminderde contact met Nederlandse media hebben Vlamingen meer vertrouwen gegeven in hun eigen taalvariëteit. Ze zijn minder bereid hun zelfbeeld op te hangen aan een dominante identiteit, en al helemaal geen waar ze weinig contact mee hebben. Woordenboeken hebben zich daaraan aangepast: ze nemen woorden op die algemeen zijn in België, zonder die als foutief te bestempelen. Die behoren dus tot het Nederlands, net zoals woorden die alleen in Nederland of in Suriname in gebruik zijn.

De standaarduitspraak van Nederlanders en Vlamingen is intussen de hele tijd langzaam uit elkaar gegroeid. Dat heeft meer te maken met uitspraakveranderingen in Nederland dan in Vlaanderen. Intussen heeft de toegenomen mobiliteit het pad geëffend voor een eigen Vlaamse spreektaal: een vooral door Brabantse kenmerken getekende Vlaamse tussentaal (tussen dialect en standaard). Een aparte taal is het niet en het is lang niet zeker of het ooit zover komt. Ook wie de tussentaal spreekt heeft immers de standaardtaal nodig om te schrijven.

4. Martine Tanghe is de norm

In het laatste hoofdstuk van het boek kijken drie auteurs naar de gevolgen van dat alles voor het taalonderwijs. Haast een halve eeuw heeft men geprobeerd de Vlaming formeel Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) aan te leren als enige vorm van het Nederlands. Dat heeft niet geleid tot een enthousiast gebruik van die variëteit. De norm laten bepalen door Nederland, is onhoudbaar gebleken. En nu blijkt het journaal-Nederlands van Martine Tanghe ook niet haalbaar te zijn voor de meeste leerlingen en studenten. Veel hoogopgeleide jonge Vlamingen willen het gewoonweg niet meer spreken omdat ze beseffen dat ze hun Nederlands gebruiken in een heel andere context dan het tv-journaal.

Er bestaan geen ‘slechte’ soorten Nederlands, al spreekt het vanzelf dat niet elke soort in elke situatie gepast is.

Volgens de auteurs moet het onderwijs niet langer proberen een onhaalbaar ideaal na te streven, maar vertrekken vanuit de taalrealiteit. Ze volgen de Taalunie daarin, die al in 2003 waarschuwde voor taalnormen die louter van boven werden opgelegd en pleitte voor verdraagzaamheid tegenover niet-standaardtalige varianten en variëteiten.

Er bestaan geen ‘slechte’ soorten Nederlands, al spreekt het vanzelf dat niet elke soort in elke situatie gepast is. Het belangrijkste is dat leerlingen zich daarvan bewust zijn en variatie weten in te zetten om kleur en persoonlijkheid aan te brengen in hun taalgebruik. En misschien nog het interessantste op de lange termijn: dat ze trots zijn op hun taal.

Gert De Sutter (red.): De vele gezichten van het Nederlands in Vlaanderen. Een inleiding tot de variatietaalkunde. Uitgever: Acco Leuven/Den Haag, 360 blz., € 32,-. Bekijk website.

Bron: Taalunie: Bericht

Omhoog ^


Handboek Digitale Geletterdheid van Kennisnet

 

Beste lezers ,

Hebben jullie nog een levendige belangstelling voor wat er op school zoal gebeurt?
Als dat zo is, dan is het jullie zeker opgevallen dat de laatste jaren de computer en aanverwante apparaten op school een bijzonder belangrijke rol zijn gaan vervullen. Niet alleen wordt er van alles opgezocht, maar tablets en smartphones worden hoe langer hoe meer ingeschakeld in de klas voor sommige leerprocessen. Het elektronisch leerplatform kennen jullie ook al een tijd. Ook daarvan wordt veel gebruik gemaakt.

Dat alles vraagt heel wat kennis en kunde van leerkrachten en leerlingen. Vandaar dat digitale geletterdheid een hoge vlucht aan het nemen is in het onderwijs. In dat verband mogen we verwachten dat in Nederland over enkele jaren die digitale geletterdheid een van de negen onderwijsdomeinen zal worden in de scholen in Nederland.

Zo is er nu al heel wat werk verzet aan het voorbereidend materiaal daarvoor. Een tijdje geleden werd in dat opzicht in Nederland het ‘Handboek Digitale Geletterdheid’ gepubliceerd. Dat is in een digitale versie op het computerscherm op te vragen en je kunt het gratis op die manier volledig verkennen en doorbladeren.

Mag ik aannemen dat jullie of zeker een aantal onder jullie daarvoor belangstelling hebben.
Daarom ben ik zo vrij jullie te verwijzen naar de hypertekst die ik op de website heb geplaatst van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN). Is er de tijd en de interesse daarvoor, dan kunnen jullie dat eens vluchtig of grondiger zoals je dat zelf wenst, doorbladeren.

G.D.

Scholen maken werk van digitale geletterdheid


Het Handboek Digitale geletterdheid is op 24 november 2017 uitgekomen. Het is een boek van 170 pagina's en geeft een mooi overzicht over de visievorming  (Deel 1) en van visie naar praktijk (Deel 2) op het gebied van digitale geletterdheid. Het derde deel zijn bijlagen met leerlijnen, tips, gesprekken met leerlingen en meer.

Een mooie prestatie van Remco Pijpers c.s. en van Kennisnet. … Er is geen gedrukte versie (spreekt dit boekdelen?), maar de digitale versie is gratis te downloaden. Een aanrader.

(Jeroen Clemens – in zijn Nieuwsbrief Onlinegeletterdheid 2017/4)

Lees ook: Kennisnet publiceert Handboek Digitale Geletterdheid  van de VO-raad

Werken aan digitale geletterdheid: van visie naar praktijk

Publicatie door Remco Pijpers

Gepubliceerd op
24 november 2017


Digitale geletterdheid is belangrijk. Maar wat is dit precies en wanneer ben je digitaal geletterd? Hoe zorg je ervoor dat leerlingen digitaal geletterd worden? In deze publicatie lees je meer over digitale geletterdheid en over de inhoud van het 'Handboek Digitale Geletterdheid'.

Inhoudsopgave

  1. Inleiding
  2. Waarom digitale geletterdheid?
  3. Wat is digitale geletterdheid?
  4. Hoe kom je tot een visie?
  5. De noodzaak van een integrale aanpak
  6. Kennis en vaardigheden: integratie in het curriculum
  7. Samenleven: digitale geletterdheid vanuit een sociaal perspectief
  8. Leren 'zijn' in de digitale wereld
  9. Digitale pioniers en schoolvoorbeelden
  10. Tot slot
  11. Downloads


Ga direct naar het Handboek Digitale Geletterdheid


Het Openbaar Onderwijs Groningen maakt werk van digitale geletterdheid


Omhoog


Een nieuw curriculum taal/Nederlands voor v.o.? Geen nieuw breukvlak! Over de aansluiting van vo en mbo met hoger onderwijs -

Rotterdam - donderdag 15 februari 2018

 

Het Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs &
het Sectiebestuur Nederlands van Levende Talen organiseren i.s.m. Hogeschool Rotterdam:

Een bijeenkomst over de aansluiting van vo en mbo met hoger onderwijs

Welke talige competenties hebben leerlingen nodig om succesvol te zijn in het hoger onderwijs en welke daarvan zouden in het nieuwe curriculum aan bod kunnen komen?

Datum: donderdag 15 februari 2018

Aanvang met lunch: 12.00 uur        |          Bijeenkomst: 13.00 tot 17.00 uur

Locatie: Hogeschool Rotterdam, locatie Museumpark

Doelgroep: taalbeleid is een zaak van alle docenten, daarom zijn naast taal- en communicatiedocenten nadrukkelijk ook vakdocenten vo, mbo en hoger onderwijs uitgenodigd

In Nederland is de curriculumvernieuwing van p.o. en v.o. van start gegaan. In 2018 buigt het docentontwikkelteam van het leergebied taal/Nederlands zich over de vraag wat leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs moeten kennen en kunnen. Met de opbrengst van dit ontwikkelproces zullen kerndoelen en eindtermen worden geactualiseerd.

Het voortgezet onderwijs leidt toe naar het hoger onderwijs. Voor de vernieuwing van het curriculum is dus van belang te weten welke talige competenties in het hoger onderwijs nodig zijn voor studiesucces, welke tot de taak van het hoger onderwijs horen en welke al in het vo of mbo aan bod kunnen komen. Deze bijeenkomst heeft als doel daar helderheid over te krijgen en het ontwikkelteam van Curriculum.nu te voeden vanuit het hoger onderwijs. De bijeenkomst is gekaderd in de Nederlandse curriculumvernieuwing, maar ook voor Vlaamse platformdeelnemers is het onderwerp aansluiting aso/bso (kso/tso) en hoger onderwijs en daarmee de inhoud van de werksessie van belang.

Vertegenwoordigers van Curriculum.nu, het College van Toetsen en Examens, en Cito zijn bij de bijeenkomst aanwezig.

Gast: Gerdineke van Silfhout (secretaris vakgebied taal/Nederlands van Curriculum.nu)
Ook aanwezig: Uriël Schuurs (Cito), Freya Martin (CvTE)

Programma

12.00 – 13.00
Inlooplunch, kennismaking en uitwisseling

13.00 – 13.05
Openingswoord

13.05 – 13.25 
Jordi Casteleyn, Universiteit Antwerpen: “Don’t mind the future.
Try not to understand it. Naar een duidelijk voortgezet onderwijs voor een veranderlijk hoger onderwijs.”

13.25 – 13.45
Sylvia Lansbergen (sg Spieringshoek), aangesloten bij het samenwerkingsverband “Samen werken aan een betere aansluiting vo en ho”

13.45 – 14.05 
Corrie de Vries (ROC Zadkine) Over de aansluiting mbo en hbo

14.05 – 14.20 
Gerdineke van Silfhout, secretaris leergebied taal/Nederlands van Curriculum.nu en taalexpert/leerplanontwikkelaar tweede fase vo bij SLO licht Curriculum.nu toe

14.20 – 16.00
Werksessies: in groepen wordt een antwoord geformuleerd op de vraag
:
Welke talige competenties hebben leerlingen nodig om succesvol te zijn in het hoger onderwijs en welke daarvan zouden in het nieuwe curriculum aan bod kunnen komen?

 
Tussendoor een pauze

16.00 – 16.15 
Bijeenharken van de uitkomsten en conclusie(s) trekken

16.15 – 16.30 
Aanbieding uitkomsten en conclusie(s) aan Gerdineke van Silfhout & afsluiting

Organisatoren:

Roel Huysmans    (secretaris Platform en Hogeschool Rotterdam)
Evelyne van der Neut (Docent Nederlands Hogeschool Rotterdam)
Wilma van der Westen (bestuurslid Platform en voorzitter Sectie Nederlands van Levende Talen)

Actuele informatie en aanmelden: www.taalbeleidhogeronderwijs.org

Meer weten?

Visiedocument taal/Nederlands

Aansluiting vo/ho

Aansluiting mbo/hbo

Praktisch

Inschrijvingsprijs: € 40

Aanmelden studiedag - Inschrijvingsformulier (onderaan)

Omhoog


COLLOQUIUM NEERLANDICUM ‘NEDERLANDS IN BEWEGING’

20e Colloquium Neerlandicum
van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN)
27 t/m 31 augustus 2018 - K.U. Leuven


 

Concept van het komende colloquium

Zelden is er zo publiekelijk nagedacht over de toekomst van de geesteswetenschappen in het algemeen en de toekomst van de neerlandistiek in het bijzonder. De vragen die we ons stellen, komen vooral voort uit een drang tot bewegen, of het gevoel te moeten bewegen om te overleven. Hoe bedrijf je neerlandistiek in een geglobaliseerde wereld die tegelijkertijd hangt aan vertrouwde nationale verhalen en symbolen? Hoe manoeuvreren we tussen de roep om herkenbaarheid en het besef dat de culturele en talige neerlandistiek hoe langer hoe meer divers is en daardoor een herkenbare vorm lijkt te verliezen? En hoe houden we de idee van Bildung die de neerlandistiek kenmerkt overeind in een academisch klimaat dat steeds meer door het marktprincipe wordt gedicteerd? En wat is onze positie in een digitaliserende wereld waarin vertaling en meertaligheid een steeds grotere rol spelen en het Nederlands bij uitstek in beweging lijkt, ook al omdat zich tal van nieuwe tekstgenres en multimediale tekstvormen ontwikkelen?

Lees verder


Omhoog


VLAAMDERLANDS – E-BOOK OVER HOLLANDS EN VLAAMS – GRATIS TE DOWNLOADEN

Schrijf.be

Vlaamderlands
Vlaams & Hollands: latrelatie of nieuw samengesteld gezin?
 

Het Nederlands van Nederland en dat van Vlaanderen hebben een haat-liefde-verhouding. Maar is dat een symptoom van een lat-relatie die op springen staat, of van een nieuw samengesteld gezin dat de plooien nog moet gladstrijken? Zeventien ervaringsdeskundigen uit de Lage Landen geven u stof tot nadenken.

Kan ik in onze standaardtaal​ precies uitdrukken wat ik voel? Of scheur ik die dwangbuis van me af, en hul ik me in 'Belgische' woorden voor Nederlanders en 'Hollandse' voor Vlamingen? Gehoorzaam ik slaafs aan een regelgever die noodgedwongen achter de taalfeiten aanholt?

Het leven van een Nederlandstalig tekstbureau in de Lage Landen gaat niet over rozen.
In elk geval niet, als het àl zijn lezers tot vriend wil houden – in Vlaanderen en in Nederland.
Een pragmatische keuze dringt zich op. En die is voor ons: standaardtaal als het maar enigszins kan, zuidelijk of noordelijk gekruide varianten als het moet of mag. …

Wij gingen bij onze copywriters op de koffie en stelden ze deze vragen:

- Krimpt Standaardnederlands in tot een steriele boekentaal? Of komt het net sterker uit de straatgevechten?
- Wat bindt Nederland en Vlaanderen nog, en wat drijft hen uit elkaar?
- Zullen Nederlanders en Vlamingen elkaar vroeg of  laat niet meer begrijpen?
- Wat kunnen zij intussen van elkaar leren?

Geven hun mening: Stef Bos, Jan Hautekiet, Miet Ooms, Wim Vanseveren, Sofie Mulders, Sofie Begine, Saskia Maarse, Joke van Leeuwen, Cath Luyten, Freddy Michiels, Herman Boel, Evert van Wijk, Gaston Dorren, Mark Uytterhoeven, Wim Van Rompuy, Albert Oosterhoff, Johan De Caluwe.

http://beacon.by/schrijfbe/vlaamderlands

Omhoog

VERENIGING VOOR NEDERLANDSTALIGE TERMINOLOGIE – NL-Term
VIERDE HAAR 20-JARIG BESTAAN – 10 NOVEMBER 2017

 

De vereniging werd op 7 november 1997 opgericht met steun van de Nederlandse Taalunie. NL-Term is een platform en aanspreekpunt voor iedereen die betrokken is bij de Nederlandstalige terminologie.

Drie doelstellingen worden gesteld:
1. Bevorderen van de samenwerking in het vakgebied;
2. Vertegenwoordigen van de belangen van Nederlandstaligen inzake terminologie;
3. Bevorderen van de bekendheid van het vakgebied en het belang ervan binnen het Nederlandse taalgebied.

10 november 2017 was een hoogdag voor de vereniging. In Antwerpen vierde ze haar jubileum met een heerlijke feestzitting. Vicevoorzitter NL-Term Marcel Thelen was dagvoorzitter en verwelkomde de sprekers. Eerst kwam em. prof. dr. Willy Martin, de voorzitter van de vereniging zelf aan het woord, waarin hij o.m. kort en geestig de geschiedenis van de vereniging in herinnering riep. Hij reikte aan Sven Gatz, Vlaams minister van Cultuur, Media, Jeugd en Brussel het eerste exemplaar uit van het boek dat naar aanleiding van dit jubileum het licht zag Vak-Taal. Van Achterhand tot Zwavelgeel elfenbankje.

Lees meer:

http://www.netdidned.be/actua.html#TERMNL

Omhoog

De biografie van Jan Wolkers HET LITTEKEN VAN DE DOOD – Onno Blom
 

 

"Ik denk dat ik een stuk naïever was dan hij toen we afspraken dat ik zijn biografie zou schrijven. Hij wist wat me jarenlang te wachten zou staan. Ik kreeg de vrije toegang tot zijn archief vol dagboeken, correspondenties en ook bandjes met de weerslag van gesprekken met zijn naasten die hij stiekem had opgenomen. Ik kon niet anders dan concluderen dat hij zijn eigen biograaf was geweest en dat ik eigenlijk in zijn voetsporen liep."

Onno Blom

  • Onno Blom heeft nu een biografie klaar over Jan Wolkers, de auteur van onder meer "Turks fruit". "Het is mijn overtuiging dat hij als kunstenaar uit de dood is geboren", verklaart hij de titel "Het litteken van de dood" in "De wereld vandaag".

    VRT-Nieuws 25-10-2017

  • Presentatie door De Bezige Bij van Het litteken van de dood.


  • Interview met Onno Blom in DWDD 2’11”

  • Promotie van Onno Blom met zijn biografie van Wolkers 3’49”

  • Uit de Proloog van het boek (blz. 15-31)

    - De biograaf heeft Wolkers’ leven stevig in de verf gezet.

    “De omgeving waarin hij opgroeide en leefde komt uitgebreid aan de orde, net als tijdsverschijnselen die zijn leven en kunst bepaalden: de economische crisis van de jaren dertig van de vorige eeuw, het gereformeerde geloof dat zijn ouders vormde en zijn jeugd domineerde, de Tweede Wereldoorlog die Wolkers diepgaand beïnvloedde, de gruwelen van de dekolonisatie, de politieke verwarring van de jaren zestig en de ontbolstering van het decennium dat erop volgde. Ze passeren allemaal de revue, maar alleen voor zover ze Wolkers’ persoonlijk leven of zijn ontwikkeling als kunstenaar verhelderen. Niet als decors van bordkarton.” (blz. 29)

  • Wolkers’ persoonlijk archief in Pomona

    is een veelkoppig monster. Het grootste gedeelte staat in een tuinkamer, waar van vloer tot plafond tekeningenkasten, planken, dozen, en kasten met tientallen laatjes tegen de wanden staan. Ze dragen op het eerste gezicht raadselachtige opschriften als ‘Voske’, ‘De veelvraat’ en ‘De hittegolf’.

    In de laatjes zaten brieven van en aan zijn eerste vrouw Maria de Roo, en die aan zijn tweede vrouw Annemarie Nauta. Sommige van zijn brieven had Wolkers geschreven in Parijs in 1957. De eerste was uitgetikt op een aquarel van de Eiffeltoren. Bij een andere zat een tekening van Wolkers van wat hij allemaal met Annemarie ging doen als hij terug was uit Parijs. Typoscripten, aantekenboekjes, zwarte mappen met recensies en interviews.
    Boven op een plank stonden dozen met dia’s. Op de zijkant van de dozen stond: ‘Indonesië’, ‘de tuin’, ‘Rottumerplaat’. Ik vond een stapeltje genummerde brieven in een meisjeshandschrift, de enveloppen verlucht met vlindertjes. In een grauwe envelop zat een verweerde foto, met in jongenshandschrift erop geschreven: Anneliese.

    In het atelier was de tijd stilgezet. Het leek of Wolkers elk moment kon terugkeren. Op tafel had hij een stilleven achtergelaten: potten met penselen, een stapel half uitgeknepen tubes Scheveningenverf, een bakje met kopspijkertjes, een palet vol dotten verf, een rol plasticfolie om het palet mee af te dekken, twee bussen Talens-fixeerspray, een mintgroen doosje Nobel-sigaartjes, twee pakjes Zwaluw-lucifers, een geblutste stalen asbak met peuken en een dagpauwoog met gevouwen vleugels op een kraakwit schoteltje. De rekken stonden vol bontgekleurde schilderijen, er waren beelden in glas en brons, reliëfs in hout, linnen, lood en stront.

    Ook in de rest van het huis op Texel, boven in de torenkamer en in het schrijvershuisje in de tuin, bevonden zich archiefkasten vol waardevol oud papier. Rekeningen, belastingaangiften. In een grote, diepe lade in de studio lagen alle dagboeken. En in de grijze stalen boekenkast stond niet alleen zijn eigen literaire werk keurig naast elkaar, in de tijdloze omslagen van Jan Vermeulen, maar waren de planken ook gevuld met boeken waarin Wolkers bij belangrijke passages een wc-papiertje tussen de pagina’s had gestoken. Omdat die papiertjes vergingen, was er onder de boekenkasten een fijn stof neergedwarreld van toiletpapier. De sneeuw van zijn geheugen.

    Bijna tien jaar geleden, een paar weken na de dood van Wolkers, stond ik voor het eerst alleen oog in oog met de eindeloos gestapelde laatjes van het archief. Ik drukte op het knopje naast de deur van de tuinkamer, het peertje aan de draad aan het plafond begon langraam te gloeien. Er was licht. Ik kon beginnen. (blz. 30-31)

 


Persoonlijkheden die onze aandacht verdienen

 
Omhoog

Schatplichtig aan een grote en belangrijke neerlandicus Maarten van den Toorn - januari 1929 – november 2017

 

Hij was verbonden aan het De Vooys Instituut voor Neerlandistiek in Utrecht en werd later hoogleraar in Nijmegen. Maar ver vandaan van waar ik woon in Vlaanderen. Toch heeft zijn overlijden enkele dagen geleden mij oprecht getroffen. Persoonlijk heb ik de overleden taalkundige wellicht nooit ontmoet. Maar ik heb hem via zijn publicaties wel gekend. Zijn “Nederlandse Grammatica” bij H.D. Tjeenk Willink in Groningen uitgegeven heeft indertijd veel succes gekend vooral in onderwijskringen. Ik heb die grammatica gedurende een aantal jaren zelf gebruikt in de toenmalige regentaatsopleiding Nederlands om de studenten elementaire grammaticale begrippen bij te brengen en ze te introduceren in een wat verdiepende studie van de zinsontleding. Na enig zoeken in mijn bibliotheek heb ik opnieuw de hand kunnen leggen op dat leerboek dat toch enkele generaties kandidaat-leraren Nederlands op weg heeft kunnen helpen. Het is een vierde, herziene druk, gepubliceerd in 1976. De eerste zin van het ‘Voorbericht’ op pagina V is deze: ‘Dit boek is bestemd voor taalleraren en allen die dat willen worden.’ Nog steeds blijf ik ervan overtuigd, dat die Nederlandse grammatica indertijd de beste keuze was op dat terrein als begeleidend handboek voor mijn studenten.

En nu op 23 november 2017 is Dr. M.C. van den Toorn, zoals hij vernoemd wordt op de voor- en titelpagina van zijn Nederlandse grammatica overleden. In kringen van taalkundigen is zijn definitief heengaan beslist niet onopgemerkt voorbij gegaan. Maar ook in lerarenopleidingen en op scholen waar opleiders en leraren in het veld zo’n nuttig gebruik hebben kunnen maken van zijn standaardwerk willen wij Van den Toorn met veel respect gedenken.

In het digitale ‘dagblad’ Neerlandistiek verschenen twee bijdragen n.a.v. het overlijden van de hoogleraar.
Op 26 november publiceerde Marc van Oostendorp een eerste korte tekst ‘Overleden: M.C. van den Toorn (4 januari 1929 – 23 november 2017)’. Op 29 november publiceerde Maarten Klein, oud-student en assistent van Maarten van den Toorn zijn tekst die hij uitsprak tijdens de uitvaartdienst op diezelfde 29 november 2017 in Nijmegen. In de tekst van Marc van Oostendorp wordt verwezen naar een bijzonder boeiende tekst van negen bladzijden van Van den Toorn zelf in Neerlandica Extra Muros van oktober 1992: ‘Veertig jaar neerlandistiek. Een terugblik’. Die tekst is terug te vinden in de DBNL 

Nog meer concreta over Maarten van den Toorn met ook de lijst van zijn publicaties
Wikipedia https://nl.wikipedia.org/wiki/Maarten_van_den_Toorn


Ghislain Duchâteau

Omhoog
DE FIGUUR VAN P.J. MEERTENS
 
   

P.J. Meertens
Middelburg 6 september 1899
Amsterstam 28 oktober 1985

Hij is oprichter en directeur van de Bureaus voor Dialectologie, Naamkunde en Volkskunde van de KNAW (tegenwoordig Meertens Instituut). Gepromoveerd als Neerlandicus, maar vooral actief op het terrein van de volkskunde. Daarnaast publiceerde hij onder andere over dialectologie en naamkunde.

Over P.J Meertens in de dbnl


 


Omhoog


GARMT STUIVELING, EEN ONOVERTROFFEN MEESTER IN DE LITERATUURSTUDIE EN WELSPREKENDHEID

 
Garmt Stuiveling
Stroobos, 21 december 1907
Hilversum, 11 mei 1985

Vanaf de tijd dat ik in Gent Germaanse Filologie studeerde tussen 1955 en 1959 heb ik twee persoonlijkheden leren kennen die in mijn geheugen blijven leven als grandioze beheersers van de Nederlandse welsprekendheid. Dat waren Frank Baur, hoogleraar Nederlandse literatuur aan de Universiteit Gent en Garmt Stuiveling, indertijd hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam.
Het was een onvergelijkbaar genoegen om te horen hoe zij het Nederlands in al zijn schoonheid en elegantie wisten te hanteren.

Het is mij vandaag dan ook een voorrecht om de Nederlandse hoogleraar in de welsprekendheid en in de literatuurgeschiedenis Garmt Stuiveling onder uw aandacht te brengen.

In de digitale Bibliotheek van de Nederlandse Letteren (dbnl) staat een uitvoerige beschrijving van de academische bedrijvigheid van Stuiveling van de hand van M.C.A. van der Heijden.

Van harte beveel ik u, lezers, aan er kennis van te nemen. Wellicht ervaart uzelf ook een stukje van de bewondering die ik nog steeds voor Garmt Stuiveling koester.


G.D.

Omhoog


SIMON CARMIGGELT .. JA, AL DERTIG WEG – HIJ BLIJFT WEL DE GROOTSTE MELANCHOLISCHE HUMORIST DIE NEDERLAND OOIT KENDE

 

Simon Carmiggelt
Den Haag, 7 oktober 1913
Amsterdam, 30 november 1987

'Als ik een glas wijn drink, word ik een ander mens, en die ander heeft altijd geweldige dorst.'

De jeugd leest hem niet meer. Zou ze dat wél moeten doen? Zeker, het verhaal hieronder is meer dan overtuigend genoeg om Carmiggelt te eren als de verfijnde humoristische uitvinder van het cursiefje.
De net overleden Vlaamse Louis Verbeeck heeft wel wat van hem.

In een uitvoerig tekststuk wordt Carmiggelt weer op een voetstuk geplaatst. Zeker terecht!
 
Omhoog

De recente berichten op de Facebookpagina van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik links in het menu op >
BERICHTEN

 
 


NDN-Facebookpagina


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookpagina van het NDN. Het gaat hier om 20 nieuwe berichten vanaf 27 december 2017. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Vanaf 9 februari 2018 hebben we een nieuwe pagina gecreëerd 'Netwerk Didactiek Nederlands-2'
.
U bereikt ze ook via @netdidned.be.



HET LAND DAT ONS WACHT. NEDERLANDSE LITERATUUR IN EUROPEES PERSPECTIEF

24-1-2018

Oratie dhr. prof.dr. M.P.J. Sanders
Dinsdag 30-1-2018 16.15 u - Aula Academiegebouw, Broerstraat 5, Groningen

In zijn rede Het land dat ons wacht vraagt hoogleraar Mathijs Sanders aandacht voor onderzoek naar de commercialisering en internationalisering van de literatuur en van het literaire bedrijf in Nederland in de twintigste eeuw. Dat gebeurt aan de hand van een onderzoek naar de weerklank van de grote historische romancyclus Joseph und seine Brüder van de Duitse schrijver Thomas Mann tijdens de jaren dertig. De ontvangst van dit boek in de Nederlandse literaire kritiek was onlosmakelijk verknoopt met actuele debatten over onder andere de opkomst van totalitaire ideologieën, het oplevend antisemitisme, de levensbeschouwelijke verzuiling, het belang van een nationale literaire cultuur en van transnationale culturele mobiliteit. Wat kunnen de Geesteswetenschappen leren van deze verleden werkelijkheid?

https://www.rug.nl/about-us/news-and-events/events/inauguration/2018/0130sanders


EEN BEZIELDE SCHAVUIT – HET LEVEN VAN JACOB VAN LENNEP ADEQUAAT BESCHREVEN

22-1-2018

Marita Mathijsen: Jacob van Lennep - Een bezielde schavuit
Balans; 592 pagina's; € 39,95.
..

WAAROM NEDERLANDSE LITERATUUR LEZEN?

21-1-2018

Emeritus hoogleraar Marita Mathijssen houdt een kort betoog over het belang van het lezen van onze eigen literatuur. Zij kan dat, zomaar voor de vuist weg. Vooraf interviewde Marc van Oostendorp haar over haar biografie van Jacob van Lennep. Bekijk en beluister haar.

GROTE BEHOEFTE AAN OPVOEREN VAN DE LEESVAARDIGHEID VAN LEERLINGEN OP SCHOOL

17-1-2018

Erik Moonen is taaldocent aan de Universiteit Hasselt en auteur van Dwaalspoor dyslexie. Hoe elk kind een vlotte lezer wordt.
Begin december raakte bekend dat Vlaamse kinderen van tien almaar slechter lezen. In de ranking van het pas gepubliceerde PIRLS-rapport viel Vlaanderen namelijk pijnlijk op als sterkste daler. Natuurlijk waren er reacties in de opiniepagina's en in de Zevende dag: vermanende vi...


ILJA LEONARD PFEIJFFER ALS KLASSIEK SCHRIJVER

17-1-2018

Vandaag – op de vijftigste verjaardag van de dichter – verschijnt Waar wordt geschreeuwd is taal vacant. De taal van Ilja Leonard Pfeijffer – van Marc van Oostendorp
Vanwaar komt Van Oostendorps grote belangstelling voor de schrijver? Vanwaar zijn hoge inschatting en verwachtingen van I.L. Pfeijffer?

DE MACHT VAN HET WOORD – PUBLIEKSDAG OVER DE VROEGMODERNE TIJD 3-2-2018

17-1-2018

Het UCEMS is Nederlands grootste onderzoekscentrum dat de taal, literatuur, geschiedenis, religie, politiek, kunst en wetenschap van de periode tussen ca. 1500 tot 1800 in internationaal perspectief bestudeert. Op de jaarlijkse publieksdag kunnen belangstellenden kennis maken met dit onderzoek.

LAUREAAT GOUDEN GANZENVEER 2018: DE ZUID-AFRIKAANSE AUTEUR ANTJIE KROG

15-1-2018

De Zuid-Afrikaanse Antjie Krog (1952) is een gelauwerd dichter, schrijver en academica. Krog debuteerde in 1970 op achttienjarige leeftijd met de dichtbundel Dogter van Jefta. Inmiddels is ze uitgegroeid tot een van de belangrijkste dichters van Zuid-Afrika.
...

WIE WORDT DE BESTE LERAAR NEDERLANDS IN 2018?

11-1-2018

Welke leraar Nederlands onderscheidt zich van anderen? Wie valt op door zijn of haar bijzondere inzet, inspirerende lesmethode en didactische kwaliteiten? Voor het vijfde jaar op rij gaan NPO Radio 1-programma De Taalstaat en het Genootschap Onze Taal op zoek naar de beste leraar Nederlands van Nederland en België. Docenten kunnen zichzelf aanmelden of kunnen aangemeld worden door bijvoorbeeld leerlingen of collega’s via taalstaat@kro-ncrv.nl.

HOE FUNCTIONEERT TAAL EN WELKE INGRIJPENDE VERANDERINGEN IN DE ONDERWIJSPRAKTIJK MOGEN WE VERWACHTEN?

11-1-2018

Visie op het vak taal/Nederlands voor Curriculum.nu
Het visiedocument brengt aan het begin de functies van taal voor het voetlicht: de persoons- en identiteitsvormende functie, de socialiserende functie: deelname als (wereld)burger aan de lerende samenleving, de kwalificerende functie: voorbereiding op beroep en/of studie en ten slotte de conceptualiserende functie: de rol va...


HERWERKING VAN HET CURRICULUM NEDERLANDS IN PRIMAIR/BASIS EN VOORGEZET/SECUNDAIR ONDERWIJS IN NEDERLAND EN IN VLAANDEREN

10-1-2018

In Nederland wordt onder de noemer curriculum.nu gedacht over vernieuwing van het curriculum voor het onderwijs Nederlands. Bijgevoegd het visiedocument van het sectiebestuur Nederlands van de Vereniging Levende Talen.
In Vlaanderen wordt op dit ogenblik (januari 2018) binnen het Agentschap Onderwijs van het Onderwijsministerie voor die onderwijsniveaus eve...

EEN RADSLAG IN HET ONDEREWIJS

9-1-2018

Hoe een rector of schooldirecteur een school kan opkrikken tot een uitstekend leerinstituut.

NEDERLANDSE LETTERKUNDE IN DE VERENIGDE STATEN

8-1-2018

‘Een van de forum sessions tijdens de jaarbijeenkomst (van het groots opgezette congres) is gewijd aan Nederlandstalige literatuur. Naar verluidt bestaat de Netherlandic Discussion Group inmiddels vijftig jaar. Bij het begin van het nieuwe jaar presenteren neerlandici werkzaam in de States, Europa en elders in de wereld hun onderzoek. Hoewel de sessie verdwijnt in een overvloed van referaten en themawerkgroepen, over de meest uiteenlopende onderwerpen en disciplines die van ver of nabij aansluiten bij het presidentiële thema “States of Insecurity”, is het toch van belang dat ook de literatuurstudie van de Lage Landen een platform heeft in de Verenigde Staten. En dat het in stand wordt gehouden.’

IN MEMORIAM AHARON APPELFELD (1932-2018)

5-1-2018

De man die niet kon vergeten
Nooit kon Aharon Appelfeld, die op 4 januari in zijn woonplaats Jeruzalem op 85-jarige leeftijd overleed, schrijven over het concentratiekamp, hoewel hij de literaire chroniqueur van de Holocaust-overlevers in Israël was. Toch is het voor de lezers van zijn romans zonneklaar dat daar waar het lijden van de mens op zijn gruwelijkst is, de kiem van Appelfelds schrijverschap ligt. ‘In de kampen werd niet gelee...

OOK IN DE TAAL ZIJN GOEDE VOORNEMENS GEDOEMD TE MISLUKKEN

5-1-2018

De Nederlandse redacteur van Van Dale benadert ‘voornemens’ vanuit zijn taalkundig blikveld.
Hij gebruikt de computer om de woordgroep ‘goede voornemens’ vanuit de spreiding in de krant te bekijken.

“HASHUMA” BETEKENT “SCHAAMTE” EN DE EMPATHIE VOOR JONGEREN IN DE KLAS

4-1-2018

‘Ik heb het niet gedaan!’ … en dan?

HET MEERVOUD VAN GELUK: WIJ – HERMAN DE CONINCK

3-1-2018

Liefde voor jouw kind, ook na een scheiding
De gedichten van Herman de Coninck (1944 – 1997) kennen een kleinere afstand tussen de dichter en de lyrische ik dan gebruikelijk is. Je mag deze ‘ikken’ nooit gelijk schakelen (leren we ook de leerlingen), maar ze komen soms zo dichtbij elkaar dat ze vanuit dezelfde blik kijken naar hun werkelijkheid. De bundel Enkelvoud verscheen in 1991 (De Coninck, 2002) en daar staan ook persoonli...


DOCTORAATSDISSERTATIE OVER DE AANDACHT VOOR TROJE IN DE MIDDELEEUWEN EN LATERE TIJDEN

1-1-2018

Wilma Keesman. De eindeloze stad. Troje en Trojaanse oorsprongsmythen in de (laat)middeleeuwse en vroegmoderne Nederlanden. Hilversum: Verloren, 2017.
In de gepubliceerde editie van haar imposante proefschrift De eindeloze stad doet Wilma Keesman het voor Troje en de midddeleeuwen en de vroegmoderne tijd in de Nederlanden: ze laat precies zijn hoe men eeuwen geleden dacht over Troje, waarom men het verhaal van de val van die stad zo fascinerend vond. En daardoor krijg je een mooi, gevarieerd beeld van de mensen die zo met Troje bezig waren.


HOE DE RUSSEN STAAN TEGENOVER DE NEDERLANDSE LITERATUUR,
GETUIGENIS VAN IRINA MICHAJLOVA, HOOGLERAAR NEDERLANDSE TAAL- EN LETTERKUNDE UNIVERSITEIT ST.-PETERSBURG


31-12-2017

In de zomer 2017 sprak Marc van Oostendorp met haar en liet haar gedurende meer dan zeven minuten aan het woord over Nederlands leren in Rusland, over de Russische en de Nederlandse literatuur en de kijk daarop. Boeiende getuigenis in perfect Nederlands van de Russische dame.


DE LAATSTE DAGEN

29-12-2017

De laatste dagen
en de laatste vragen
van het geleden jaar...

JAAROVERZICHT VAN DE LITERATUUR IN 2017

27-12-2017

Hét overzicht van de Nederlandse literatuur in 2017. Wat bracht het afgelopen jaar ons op literair gebied? Welke auteurs wonnen er literaire prijzen? Bij welke uitgeverij was een leegloop? Wie hadden er ruzie? Welke boeken zijn er afgelopen jaar verschenen? Welke literaire grootheden zijn ons afgelopen jaar ontvallen? Een jaar met een traditioneel relletje rond het boekenbal, met schrijvers die kritiek uiten op recensenten en met ophef over een vunzig verhaal, fictieve kinderporno en hervonden herinneringen. Natuurlijk was er gedoe bij uitgeverijen en er waren veel prijswinnende en nieuwe boeken.

20’48”


 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Tamara Bollaert, bestuurslid
  • Pieterjan Bonne, bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2018.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be