Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
29-2, januari, februari, maart 2017
     
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




 
Redactioneel
Lidmaatschap en contributie 2017
NDN-Lenteconferentie: thuistaal 21-4-2017
Recensie: Geschiedenis talenonderwijs Nederland
30ste Conferentie Onderwijs Nederlands in Gent 18/19 nov. 2016
NDN-Netwerkmiddag 12-10-2016 Binnenklasdifferentiatie -
verslag

Adviesnota n.a.v. hertekening eindtermen en antwoord van de minister
Laatste tekst van Joris Gerits
Antwoordenboek vergeten
Tussentaalkronkels
Taalunieraad pleit voor sterke positie Nederlands in wetenschap en hoger onderwijs
DE NEDERLANDSE LITERATUUR - Speciale editie van het e-zine nr. 8 van het VVA
UGent brengt taalvariatie naar de klas met Dialectloket
Handboek Literatuuronderwijs 2017-2018
Uitdagend gedifferentieerd vakonderwijs
Hendrik van Veldekes minnepoëzie vertaald en vertolkt
'Tanende taalcultuur in Vlaanderen' J. Deleu
De Talengroep
LitLab
Wegwijs in OKAN - CTO-KULeuven
Recent op de NDN-Facebookpagina
 
 
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
NDN-Nieuws 29-1
 
• NDN-Nieuws 28-4
 
NDN-Nieuws 28-3
 
NDN-Nieuws 28-2
 
NDN-Nieuws 28-1
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
 
 
 
Redactioneel
 

Lectori salutem


Collega’s,

De overstap naar 2017 is gemaakt. Ook het NDN laat zich niet onbetuigd om aan alle leden en alle lezers van onze Nieuwsbrief zijn beste wensen voor een deugddoend nieuw jaar over te maken. We doen dat met een gedicht van de Vlaamse dichter Jos Stroobants die voor de jaarwisseling een heel toepasselijk gedicht heeft geschreven waarin ook onze wensen vervat zitten.


PERSPECTIEF

  •  aan Utopia voorbij

En als het landschap nu eens plooibaar was –
en wonen warmer en meervoudig samen
in de glooiing van een nieuw begrijpen,
in een eindelijk gastvrij verband?

(Er zouden wegen zijn naar waar we nimmer
kwamen, nooit luidop van durfden dromen.)

    ≈ ≈ ≈

En als de woorden nu eens eetbaar waren –
spraken we dan ánders tot elkaar,
in nauwer luisteren, in vromer zingen,
hongerend naar nieuw bejegenen?

(Er zouden feesten zijn van plots begrijpen,
tafels van vermenigvuldiging.)

    ≈ ≈ ≈

En als de tijd nu eens bewoonbaar was –
een mantel veiligheid, een open raam,
een oefenplaats voor telkens nieuwer tijd
in nieuwer mensen, en aan ons voorbij?

(We woonden vrijer dan, we spraken helder,
en we vloeiden in elkander over.)

Jos Stroobants
een nieuwjaarsgedicht voor 2017

In deze editie vragen wij eerst uw contributie voor 2017 aan ons over te maken. Enkele leden hebben dat al gedaan, andere nog niet en voor wie nog geen lid is hopen wij dat zij de ijver en de werking van het NDN zodanig kunnen waarderen dat zij als lid willen toetreden en metterdaad zullen doen wat wij in ons eerste documentje hieronder voorstellen: de bijdrage overschrijven en de nodige gegevens doorsturen voor de afronding van hun lidmaatschap.

Daarna hebben wij het genoegen aan onze lezers met een introductietekstje onze lenteconferentie aan te kondigen die handelt over thuistaal op school. In de volgende editie krijgt u de uitnodiging en de mogelijkheid om in te schrijven.

De publicatie van de Geschiedenis van het talenonderwijs met de parallelle behandeling van het Nederlands en de moderne talen krijgt onze toegespitste aandacht met verwijzing naar de drie belangrijkste eerder gepubliceerde recensies. Een rechtgeaard didacticus Nederlands moet dit knap geschreven boek echt in zijn bibliotheek bij de hand kunnen hebben. Voor uw redacteur betekende het boek een confrontatie met zijn eigen lespraktijk gedurende vele jaren in de lerarenopleiding.

Voor de opvolging van de 30ste Conferentie van het Onderwijs Nederlands in Gent in november 2016 verwijzen we naar ons document daarover op de eigen website. Die verwijzing is er ook voor nog andere belangwekkende documenten over NDN-activiteiten in de voorbije maanden. Opiniërende stukken en documenten in verband met taal of didactiek met documenten over literatuur wisselen elkaar af. Er is weer genoeg om er een genoeglijke leesactiviteit aan te besteden.

Ook op de sociale media laat het NDN zich niet onbetuigd. Geregeld plaatst uw redacteur nieuwsjes rond taal, cultuur, didactiek op de NDN-Facebookpagina. Daarvan laten we u, lezers, onderaan op de Nieuwsbrief proeven met een doorklikmogelijkheid naar die pagina en met het overzicht van de laatste 20 berichten die wij postten.

Ten slotte moogt u weten dat de edities van de NDN-Nieuwsbrief ook te lezen zijn op de pagina NDN-Nieuwsbrief van onze website.

Respons is steeds welkom. Veel leesgenoegen aan u allen toegewenst.

Ghislain Duchâteau

namens het hele NDN-bestuur



 

Lidmaatschap en contributie 2017

 

Beste Collega’s,

In het voorbije jaar was u lid van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN). Zo hebt u ons geholpen de doelstellingen van onze vereniging in functie van de bevordering van het onderwijs Nederlands verder te helpen verwezenlijken. Uitdrukkelijk willen wij u hiervoor onze erkentelijkheid betuigen en we hopen stellig dat u ook in 2017 onze vereniging trouw wilt blijven.

Daarom verzoeken wij u vriendelijk uw contributie voor 2017 op onze rekening over te maken.

Die contributie voor het Netwerk Didactiek Nederlands is ongewijzigd en bedraagt vanaf 1 januari 2017
- voor een gewoon lid   € 20
- voor een steunend lid € 25.

Wilt u die overschrijven op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk?

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Ook nieuwe leden zijn heel welkom.

We rekenen op de getrouwheid van onze leden. We hopen ook dat nog meer lerarenopleiders Nederlands van universiteiten en hogescholen, begeleiders, onderzoekers en schoolboekenauteurs binnen het werkveld Nederlands en anderen met belangstelling voor de didactiek Nederlands tot ons netwerk willen toetreden.

De scholencultuur in Nederland en Vlaanderen verschilt enigszins, maar de didactiek van ons vak bestrijkt het territorium van Nederland en Vlaanderen samen. Daarom menen wij dat ook nieuwe leden-didactici Nederlands uit Nederland zinvol kunnen aansluiten bij ons netwerk.

Buiten onze studiebijeenkomsten werken wij bijna volledig digitaal. Grenzen zijn er dan niet. Het internet biedt ons alle contactmogelijkheden. Geregeld bezorgen we u via de digitale weg naast de uitvoerige Nieuwsbrief ook Nieuwsflitsen over relevante gebeurtenissen rond het onderwijs van het Nederlands en rond taal. Ook rijk gestoffeerd is onze website www.netdidned.be .

Het lidmaatschap is voorbehouden aan docenten uit de lerarenopleidingen van universiteiten en hogescholen, pedagogische begeleiders, aan mentoren Nederlands, aan schoolboekenauteurs, aan onderzoekers binnen de domeinen van het leervak Nederlands ...
Zowel Vlaamse als Nederlandse didactici NEDERLANDS zijn heel welkom.

U weet nu hoe u lid kan worden. Schrijft u uw contributie over en bezorg ons uw naam en adres, uw  e-mailadres met de vermelding van uw werkplek en uw beroepsactiviteit. Wij zorgen er dan voor dat u er ook bij hoort.


José Vandekerckhove, voorzitter
Ghislain Duchâteau, vice-voorzitter en penningmeester

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 1 januari - maar u kunt steeds toetreden
tot het Netwerk Didactiek Nederlands door de bovenstaande bijdrage over te maken.

E-post NDN = info@netdidned.be


De komende lenteconferentie van het Netwerk Didactiek Nederlands

Thuistaal: hinderpaal of hefboom?


't Brantijser - Stadscampus UAntwerpen - vrijdag 21 april 2017

Introductietekst

 


Acht op de tien leerlingen riskeren een sanctie wanneer ze hun thuistaal gebruiken binnen de muren van een Vlaamse school. Dat werd vastgesteld naar aanleiding van een gezamenlijk onderzoek van UGent, KULeuven en VUBrussel. De opvatting dat de thuistaal van leerlingen een schadelijke factor is voor het leren van en in het Nederlands is ook vandaag de dag nog steeds zeer wijd verspreid, net als het fundamentele geloof dat het ‘taalbadmodel’ de enig denkbare methode is om de taalvaardigheid van allochtone leerlingen naar behoren te ontwikkelen. Nochtans blijkt dit model onvoldoende effectief voor heel wat anderstalige kinderen (vooral uit gezinnen met lage socio-economische status), wat zich manifesteert in zwakkere schoolresultaten, grotere schoolachterstand, beperkte doorstroom naar hoger onderwijs, oververtegenwoordiging in buitengewoon onderwijs, snellere doorverwijzing naar beroepssecundair onderwijs, voortijdig schoolverlaten.

Taalverwervingsspecialisten in binnen- en buitenland leggen een verband tussen het gebrek aan schoolsucces en het verbod op gebruik van de thuistaal. Een afwijzende houding ten aanzien van de thuistaal, essentieel onderdeel van de identiteit, blijkt nefast voor welbevinden en betrokkenheid en tast daardoor ook de kwaliteit van het leren aan.

De steeds toenemende instroom van anderstalige leerlingen in het Vlaamse onderwijs maakt een omslag naar een effectvollere aanpak des te dringender en confronteert (toekomstige) taalleraren met de noodzaak om, onder meer, positief met de meertalige realiteit om te gaan. De uitdaging is echter niet min. Bereidheid om ruimte te scheppen voor de thuistaal groeit gaandeweg, maar onzekerheid over de vertaling ervan in goede praktijk(en), bezorgdheid voor verlies van controle op het klasgebeuren en vrees voor negatieve effecten op welbevinden en betrokkenheid van de Nederlandstalige leerlingen weerhouden scholen/leerkrachten om de stap te zetten.   

De NDN-Lenteconferentie van 2017 stelt zich tot doel lerarenopleiders de nodige informatie aan te bieden om bestaande onzekerheden en twijfels bij hun studenten weg te nemen en hen ervan te overtuigen dat positieve omgang met de thuistalen in de klas succesvolle verwerving van het Nederlands niet in de weg staat, niet door anderstalige en al evenmin door Nederlandstalige leerlingen, ook niet in klassen met allochtone leerlingen van verschillende origines.


GESCHIEDENIS VAN HET TALENONDERWIJS IN NEDERLAND – ONDERWIJS IN DE MODERNE TALEN VAN 1500 TOT HEDEN


 

Hulshof, H., Kwakernaak, E. & Wilhelm, F. (2015). Geschiedenis van het talenonderwijs in Nederland; Onderwijs in de moderne talen van 1500 tot heden. Groningen: Uitgeverij Passage - € 19,90.

ISBN 9789054523154


Opbouw

​Dit boek beschrijft de geschiedenis van het onderwijs in moderne talen (eerst Frans en Nederduits) in Nederland vanaf ongeveer 1500 tot heden. Zowel de maatschappelijke context als de educatieve context wordt belicht voor Nederlands en moderne vreemde talen afzonderlijk.

De auteurs-taaldidactici hebben de uitvoerige beschrijving (468 pagina's) opgedeeld in vijf hoofdstukken, waarin de volgende periodes worden beschreven: 1500 - 1800; 1800 - 1860; 1860 - 1930; 1920 - 1970; 1970 - heden. Elk hoofdstuk kent een paragraaf Maatschappelijke context, waarin aandacht wordt besteed aan de economische, politieke, sociale en culturele context en aan het onderwijsstelsel in die periode, en een paragraaf Educatieve context, waarin ingegaan wordt op de pedagogisch-didactische context, het taalonderwijsaanbod, de taalleraren, het moedertaalonderwijs en het vreemdetalenonderwijs.

In het zesde en laatste hoofdstuk Hoofdlijnen, beschouwen de auteurs de ontwikkelingen in opvattingen en dilemma's, visies en trends en patronen. Het boek sluit af met een bibliografie en namenregister.

De tekst geeft antwoord op vragen als: Wat werd door de jaren heen binnen die vakken onderwezen? Hoe werd er onderwezen? Met wat voor leermiddelen en met welke didactische aanpak? Door wat voor onderwijzers en leraren? Wie waren de toonaangevers? (1)

Best voegen we hier nog aan toe dat deze ontwikkeling van de moderne talen als vakken is toegespitst op het onderwijs Nederlands in het voortgezet onderwijs in Nederland en dat de geschiedenis van het moedertaalonderwijs en van het vreemdetalenonderwijs elk apart en parallel met elkaar worden behandeld.

Met deze informatie heeft de belangstellende lezer reeds alle fundamentele gegevens over het boek die hij nodig heeft om te weten welke inhoud het boek hem voorschotelt als hij het zelf wil gaan lezen.

Doorgaans is een echt geïnteresseerde kandidaat-lezer op zoek naar nog meer en indringender benadering van de boekpublicatie. Die kan hij dan vinden in de recensies die er zijn verschenen.


Recensies en auteurs

Voor deze Geschiedenis van het talenonderwijs in Nederland zijn er dat tot dusver drie.
Het boek is al uitgegeven in 2015. In augustus 2016 publiceert Ludo Beheydt zijn recensie in het tijdschrift Ons Erfdeel, jaargang 59 nr. 3 op de bladzijden 172-174 (2). In het decembernummer van het tijdschrift Levende Talen, jaargang 17, nr. 4, december 2016 onder de rubriek GESIGNALEERD verschijnt de tweede recensie van Peter Arno Coppen over het boek op de bladzijden 47-51(3). De intellectuele persoonlijkheden van beide recensenten zijn richtinggevend voor wat zij over het werk te zeggen hebben. Ludo Beheydt verstrekte onderwijs Nederlandse taalkunde en Nederlandse cultuur aan de Franstalige universiteit Louvain-la-Neuve en als bijzonder hoogleraar Nederlandse cultuur achtereenvolgens aan de universiteit van Amsterdam en de universiteit van Leiden. De aandacht van Ludo Beheydt gaat voor zijn recensie eerder uit naar het onderwijs in de andere moderne talen dan het             Nederlands en hij overziet ook meer de algemeen culturele dimensie van het talenonderwijs. Peter Arno Coppen is hoogleraar aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, waar hij Vakdidactiek en schoolvakontwikkeling op de wetenschapsgebieden taal, cultuur en geschiedenis tot zijn leeropdracht mag rekenen. Hij is ook bekend om zijn cognitieve benadering in het grammaticaonderwijs. Zijn benadering van het boek gaat duidelijk de vakdidactische kant uit en lijkt relevanter voor de appreciatie van het boek voor lerarenopleiders en praktijkmensen in het onderwijs. De derde recensie is van de hand van Hilda T.A. Amsing van de  Rijksuniversiteit Groningen (4). Zij geeft beknopt de opbouw aan van het boek met een aanduiding van de belangrijkste inhoudelijke ontwikkelingen zowel voor het vak Nederlands als voor dat van de moderne talen Frans, Duits en Engels.

Het komt mij voor dat ook de persoonlijkheden van de auteurs indicaties kunnen geven over hun aandeel in de ontwikkeling van de inhoud van deze geschiedenis. Hans Hulshof doceerde Vakdidactiek en schoolvakontwikkeling op de wetenschapsgebieden taal, cultuur en geschiedenis. Lange tijd heeft hij gestreefd naar een volwaardige plaats van de taalkunde in het curriculum van de middelbare school. Erik Kwakernaak is een Nederlandse expert op het gebied van de didactiek van de moderne vreemde talen. Als vakdidacticus Duits was hij verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. Al een aantal jaren publiceerde hij over de geschiedenis van het onderwijs in de vreemde talen. Co-auteur Frans Wilhelm was universitaire lerarenopleider Engels en was dat ook aan een hogeschool. Als specialist van de geschiedenis van het talenonderwijs was hij initieel betrokken bij het project voor het boek en hij heeft ook de eerste hoofdstukken geschreven. Zonder dat er merkbaar onderscheid in stijl en aanpak te onderscheiden is, mag gerust verondersteld worden dat Hans Hulshof de delen voor wat in het boek nog “moedertaalonderwijs” wordt genoemd, voor zijn rekening heeft genomen en voor de moderne talen waren dat Erik Kwakernaak en Frans Wilhelm. Het hele boek is het gezamenlijk werk van de drie auteurs.

 
Confrontatie

Voor mij persoonlijk was het boek bijzonder boeiende lectuur vooral vanaf de hoofdstukken 4 over de periode 1920-1970 en 5 over de periode 1970 tot heden en uiteraard ook het slothoofdstuk 6 met een synthese van de ‘Hoofdlijnen’. Met het risico dat ik te persoonlijk ga worden, betekent dit boek een heel positieve confrontatie met mijn eigen beleving als lerarenopleider aan een hogeschool. Vanaf 1959 heb ik les gegeven aan een pedagogische instelling waar aanvankelijk ook een middelbare afdeling aan verbonden was, later gecombineerd met een onderwijzersopleiding. Vanaf 1972 werd ikzelf lerarenopleider voor leraren die nu ‘professionele bachelors’ worden genoemd. Aanvankelijk omstreeks 1970 onderwees ikzelf Nederlands nog goeddeels volgens de formeel-grammaticale methode met zins- en woordontleding, woordenschat (al ruim binnen contexten) en ook literatuuronderwijs (literatuurgeschiedenis en tekstbestudering). Steeds heb ik evenwel het gedachtegoed rond het onderwijs Nederlands in het hele taalgebied zo goed als mogelijk proberen te volgen. Dat gedachtegoed kwam voor het belangrijkste deel vanuit Nederland over de Vlaamse onderwijscontreien aangewaaid. Steeds had ik een abonnement op het tijdschrift Levende Talen en op Moer, maar ook op het Vlaamse Vonk. Met veel ijver las ik de belangrijkste handboeken rond het onderwijs Nederlands die vooral in Nederland verschenen en in het moedertaaldiscours de toon aangaven. De ‘Didactische handleiding voor de leraar in de moedertaal’ (derde druk uit 1964) van Van Dis kwam eerst. Later volgden ‘Zeggen-schap. Grondslagen en een uitwerking van een didactiek van het Nederlands in het voortgezet onderwijs’ van Jan Griffioen uit 1975, ‘Moedertaaldidactiek – een handleiding voor het voortgezet onderwijs’ van de Leidse Werkgroep Moedertaaldidactiek’ uit 1980 en ‘Taaldidactiek aan de basis’ van de Nijmeegse Werkgroep Taaldidactiek’ (tweede druk uit 1978). Ook waren er rond die tijd een paar Vlaamse handleidingen verschenen, waarvan ik enkel vernoem ‘Leren leven in taal – een moedertaaldidactiek’ van Frans Daems, Jef Pepermans en Roger Roger uit 1982, die toen al enigszins schatplichtig waren aan de hier net genoemde Nederlandse handleidingen. Zelf had ik in die overgangstijd voor mijn onderwijs ook heel wat aan ‘Instrumentaal – fundamenten en modellen voor moedertaalonderwijs’ uit 1984 van Willie van Peer, toen nog in zijn Tilburgse tijd. Bepalend voor de evolutie van het onderwijs Nederlands was ‘Moedertaaldidactiek’ van de Leidse Werkgroep die manifest aanstuurde op een communicatieve houding, op vaardigheidsonderwijs in spreken, luisteren, schrijven en lezen en op strategieën, maar ook aandacht besteedde aan eigentijds literatuuronderwijs en taalbeschouwing. Rechtstreeks sluit daarbij aan ‘Nederlands in de basisvorming – een praktische didactiek’ van Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens (1992 en 1995). Dat werd het handboek voor de didactiek van het Nederlands in vele hogeschoolopleidingen in Vlaanderen. Het was direct gericht op de leeftijdscategorie van leerlingen van 12 tot 15 jaar waarvoor de hogescholen opleiden. Het vervolgwerk ‘Nederlands in de tweede fase – Een praktische didactiek’ van de Projectgroep Nederlands V.O. met ook Martien de Boer, Helge Bonset en Tiddo Ekens en verder met Jan Boland, Theun Meestringa en Marleen Miedema, gericht op het onderwijs aan 15- tot 18-jarigen kreeg in Vlaanderen beduidend minder weerklank, omdat de universitaire lerarenopleidingen in Vlaanderen nogal zelfstandig hun eigen onderwijs op autonome basis organiseerden. Zelf heb ik voor mijn onderwijs met veel voldoening gebruik kunnen blijven maken van ‘Nederlands in de basisvorming’ tot het einde van mijn carrière als lerarenopleider in 1997 en ik heb het gebruik van het handboek aanbevolen aan mijn opvolgster.

In die hele periode heb ik zowel in Nederland als in Vlaanderen ook de totaalmethodes Nederlands als handboeken voor het voortgezet of het secundair onderwijs zien ontstaan met de (theoretisch gerichte) basisboeken, de werkboeken of werkschriften en de handleidingen voor de leerkracht. Het was aardig om te zien hoe het vigerend gedachtegoed van de didactici Nederlands daarin zijn neerslag vond. Die totaalmethodes zijn nog sterk determinerend voor het onderwijs Nederlands. Intussen heeft de uitgesproken regelgeving van hogerhand met eindtermen, kerndoelen, leerplannen de leerinhouden en de didactische aanpak ook ruim bepaald.


Impact

Hierbij aansluitend kunnen we volmondig begrijpen wat de auteurs van de Geschiedenis van het talenonderwijs in Nederland duidelijk laten blijken. Alle vernieuwingsbewegingen die voortspruiten uit de reflectie van de didactici Nederlands hebben slechts gedeeltelijk veranderingen in de onderwijspraxis gebracht in heel die naoorlogse periode tot nu, hebben slechts in beperkte mate succes gekend bij de leraren zelf. Heel het onderwijs in de klassen kan tot op zekere hoogte gekarakteriseerd worden door een zekere behoudsgezindheid. Enkel de regelgeving, het onderwijsbeleid van hogerhand, heeft duidelijk impact op de leraren in de klas. Als het systeem het vereist met veranderde exameneisen zijn leraren bereid om hun onderwijs aan te passen. We kunnen het niet beter karakteriseren dan met het slot in de recensie van Hilda Amsing: ‘Bovendien laat de studie zich lezen als een pleidooi voor bescheidenheid bij curriculumontwikkelaars. Leraren waaien niet met alle winden mee en geven onderwijs inhoud vanuit een eigen, aan plaats en tijd gebonden, overtuiging.’
 
De confrontatie met deze geschiedenis van het onderwijs Nederlands dat ik zovele jaren lang zelf heb meegemaakt, betekende voor mij een prettige herkenning, een herontdekken van zovele aspecten die op een heldere, systematische wijze in een vaste ordening in het recente boek werden aangebracht. Dat gebeurde op een beknopte, overzichtelijke manier en in een schrijfstijl die vlot is en aangenaam om lezen. De inhoud getuigt van een grondige kennis en doorgronding van de materie bij de auteurs, die zelf zoveel verdiensten hebben door hun eigen aandeel in de ontwikkeling van het ‘moedertaalonderwijs’ en het onderwijs in de moderne talen.
Bekendheid met de evolutie van het talenonderwijs, analyse en reflectie daarover zijn voor wie betrokken is bij dat onderwijsgebied belangrijk. Docenten in de lerarenopleidingen, leraren in het werkveld zelf, auteurs van leergangen, educatieve uitgevers, verantwoordelijken voor de nascholingen, begeleiders, onderwijsonderzoekers in het domein van de talen, onderwijsbeleidsmakers en ook schoolleiders kunnen er kennelijk hun voordeel aan hebben. Met overtuiging kan ik hun deze Geschiedenis van het talenonderwijs aanbevelen.

Ghislain Duchâteau

_________________________

Referenties:

(1) Bron: http://nederlands.slo.nl/geschiedenis-van-het-talenonderwijs-in-nederland
Zie ook de Pagina Publicaties van de NDN-website
http://www.netdidned.be/publicaties.html#GESCHTALENONDNED

(2) Recensie Ludo Beheydt in Ons Erfdeel aug. 2016 nr. 3 pp. 172-174
http://www.onserfdeel.be/nl/publicaties/artikels/geschiedenis-van-het-talenonderwijs-in-nederland . De tekst van de recensie is in pdf-vorm bij Ons Erfdeel verkrijgbaar.
 
(3) http://www.lt-tijdschriften.nl/ojs/index.php/ltt/article/view/1633/1241

* http://www.talenexpo.nl/

(4) Bmgn-The low countries historical review, 131(4), [review 64].
http://www.rug.nl/research/portal/files/37335356/10277_22162_1_PB.pdf


 
Omhoog ^


OPVOLGING 30ste CONFERENTIE ONDERWIJS NEDERLANDS – GENT 18-19 NOVEMBER 2016

 

Dit rapport met de acht presentaties die ik persoonlijk heb bijgewoond, geïllustreerd met telkens twee of vier foto’s, roept de conferentie opnieuw voor de geest, laat toe de voorgestelde uiteenzettingen verder uit te diepen, geeft soms bijkomende informatie om er verder over na te denken of er wat mee te doen in de lessen. De bedoeling is alleszins nuttige informatie voor te schotelen over vernieuwingstendensen in het onderwijs Nederlands, zoals die dit jaar weer in de zo relevante conferentie van het schoolvak Nederlands aangereikt werden. Lerarenopleiders, leraren, studenten en anderen kunnen er hun voordeel aan hebben.

De presentaties waren:

- Een leesplezierbeleid op de basisschool
- Ned Box, online oefenkansen voor nieuwkomers
- Turks is niet om te leren, juf! Thuistaal in groepswerk
- Wij doen aan fictie, een nieuw handboek Jeugdliteratuur, voor 2e graads gebied
- Feed up, feedback en feedforward bij taaltaken in de lerarenopleiding
- Een systematische beschrijving van relevante kennis over taal
- De leraar Nederlands en zijn spagaat
- Zweten in de les Nederlands: geïntegreerd literatuur-, lees- en schrijfonderwijs
 
Het rapport in hypertekstvorm met koppelingen naar onderliggende teksten en bijkomende informatie kunt u lezen op de pagina NDN-Activiteiten van de website van het Netwerk Didactiek Nederlands

Respons is heel welkom.


NDN-Netwerkmiddag - 12 oktober 2016

Kun je nog buiten binnenklasdifferentiatie in het vak Nederlands?

Verslag

 
Tal van werkvormen en methodieken, gericht op differentiatie naar inhouden, processen en/of producten (contract-, hoeken- en projectwerk, onderzoeksgericht en probleemgestuurde opdrachten, casusanalyse, ...) kennen een steeds grotere verspreiding in het onderwijs. Recente onderzoeksliteratuur leert ons echter dat die op zich geen maximalisering van het leerrendement van álle leerlingen garanderen, zelfs niet bij heterogene groepsvorming binnen de klas. Binnenklasdifferentiatie moet namelijk in de eerste plaats voortvloeien en gestalte krijgen vanuit een differentiërende grondhouding bij de leerkracht. Tijdens de Netwerkmiddag poogden we samen greep te krijgen op de verschillende aspecten van deze grondhouding en naar toepassing in het vak Nederlands te vertalen ...

Lees het verslag op de NDN-website - Pagina NDN-Activiteiten


Adviesnota Forum Taalbeleid en Taalondersteuning in het Hoger Onderwijs n.a.v. hertekening Eindtermen én het antwoord van de minister

 

Op 6 december 2016 stuurde An De Moor aan de Vlaamse Vicepresident en Onderwijsminister Hilde Crevits en haar kabinet namens het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning in het Hoger Onderwijs een adviesnota naar aanleiding van de hertekening van de Eindtermen voor de basisscholen en middelbare scholen in Vlaanderen.


Het Forum focust op taalbeleid Nederlands, de belangrijkste onderwijstaal in het hoger onderwijs in Vlaanderen. Dat taalbeleid is competentiegericht en beoogt de ontwikkeling van academische en professionele taalvaardigheid bij alle studenten. Daarnaast is het taalbeleid dynamisch en pragmatisch: het spoort met de snelle ontwikkelingen in het hoger onderwijs en het werkveld, en richt zich op de taalvaardigheid met het oog op studiesucces en een kwaliteitsvolle uitstroom.

Het Forum verzoekt de minister van Onderwijs in zijn adviesnota om in haar beleidsnota het belang van taalvaardigheid in het hogeronderwijsbeleid op te nemen en het veld te stimuleren hierop in te zetten.

Het Forum vraagt aan de minister ook om de samenwerking tussen het secundair en het tertiair onderwijs te bevorderen.

De adviesnota omvat twee bladzijden. Daarin verzoekt het Forum de Minister om meer samenwerking tussen het hoger en het secundair onderwijs, zodat de eindtermen nauwer aansluiten bij de taalvereisten in het hoger onderwijs. De leden van het Forum constateren dat de eerstejaarsstudenten in het tertiair onderwijs vaak te weinig schrijfervaring hebben waardoor hun slaagkansen kleiner zijn. Meer aandacht voor schrijfvaardigheid in het secundair onderwijs kunnen zij daarom alleen maar toejuichen.
Zij durven hopen dat de minister met die adviezen rekening zal  houden bij het hertekenen van de eindtermen.

Vanuit het Kabinet van de Onderwijsminister kreeg het Forum op 23 december 2016 een antwoord. De minister wijst erop dat zij tussen februari en mei 2016 een breed publiek debat organiseerde over de eindtermen, waarin iedereen de gelegenheid kreeg aan te geven wat elke leerling op school moet leren met het oog op persoonlijke ontwikkeling, levenslang leren, deelname aan de maatschappij en het professionele leven. Zij verwijst naar het rapport dat daarover is gepubliceerd. Daarin blijkt dat vele deelnemers aan het debat overtuigd zijn van het grote belang van taalvaardigheid in het onderwijs. Een goede beheersing van het Nederlands én van moderne vreemde talen kwam opvallend vaak aan bod.

Het Vlaams Parlement bekijkt nu ook de resultaten van het participatieve traject. Op basis van die resultaten verwacht de minister dat het Parlement aanbevelingen zal formuleren rond de inhoud van de toekomstige eindtermen.

Aansluitend bij het eindtermendebat heeft de minister samen met haar collega’s van het Comité van Ministers aan de Taalunie de opdracht gegeven om een advies uit te brengen over de toekomst van het Nederlands in het onderwijs. Zij meent dat de zorg voor de aansluiting tussen leerplicht- en hoger onderwijs daarin ongetwijfeld aan bod zal komen. Dat advies verwacht zij in het voorjaar van 2017.

Verder stelt de minister dat het versterken van de taalvaardigheid Nederlands in het leerplichtonderwijs hoog op de agenda staat. Met de invoering van de verplichte taalscreening bij de instroom in lager en secundair onderwijs, het taaltraject en taalbad in het basisonderwijs en de bijkomende lesuren Nederlands in het secundair onderwijs, krijgen de scholen een aantal instrumenten aangereikt om het aanbod Nederlands zo veel mogelijk af te stemmen op de noden van de leerlingen. Ook andere maatregelen zoals de flexibele leertrajecten in het secundair onderwijs kunnen hieraan tegemoet komen.

Over de samenwerking tussen beide onderwijsniveaus geeft de Minister ten slotte het advies om het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning uit te breiden met vertegenwoordigers van de pedagogische begeleidingsdiensten. Zij nemen immers heel wat initiatieven m.b.t. de ondersteuning van scholen op het vlak van talenbeleid. Dat zou dan kunnen leiden tot een waardevolle dialoog tussen beide niveaus over de wederzijdse verwachtingen.

U kunt de Adviesnota van het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning Hoger Onderwijs hier raadplegen.


 


Wellicht de laatste gepubliceerde tekst van Joris Gerits

 

Ik wil haar strelen bezingen en behagen

My funny Valentine van

Roger de Neef

Deze titel slaat op een recensie van die dichtbundel van de hand van Joris Gerits.
Ze staat in het tijdschrift Streven, waarvan Joris een tijd redacteur is geweest en wel in het Meinummer 2016 op de bladzijden 465 tot 468.

Joris Gerits is in Bonheiden overleden op 26 juli 2016. Zijn recensie in Streven is wellicht zijn laatste tekst die in druk is verschenen. In onze editie 28-4 hebben wij het heengaan van Joris Gerits in herinnering gebracht. Wij blijven nu nog even terugdenken aan deze inspirerende en bevlogen hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, de publicist, criticus en essayist die een belangrijke rol speelde in het literaire leven van de laatste decennia.

‘My funny Valentine is een prachtig uitgegeven dichtbundel met twee maal tien liefdesgedichten en een portret voor Constance, de partner en muze van de dichter. Hij is  geïllustreerd met tekeningen en aquarellen van de Engelse kunstenaar Michael Bastow.



Als eerbetoon aan recensent Joris Gerits nemen we de laatste drie alinea’s van zijn tekst over.
‘Op de backcover van My Funny Valentaine staat volgend commentaar van Marc Ruyters dat niet alleen wervend is, maar ook relevant: ‘Dichter Roger de Neef, beeldend kunstenaar Michael Bastow en Rogers partner Constance vormen hun eigen Bermuda-driehoek. Samen trekken zij de lezer-kijker letterlijk en figuurlijk in het bad. Een bad van erotiek, gulzigheid, fijnzinnigheid, verschroeiende intensiteit.’

In haar prozadebuut, Hartsvanger (1993), schrijft Anneke Brassinga: ‘Taal kan zich meten aan het mateloze. Dat heet poëzie. Poëzie maakt de taal onbegrensd, elke dichter kan er zijn eigen rijk stichten, over zijn eigen taal heersen’ (blz. 102)

My Funny Valentine is feestelijke poëzie van een dichter die heerst over zijn eigen taal, die zijn eigen rijk van liefde gesticht heeft, wetend dat er onvermijdelijk een einde aan komt. Hij blikt erop vooruit in deze verzen, voor mij de beklijvendste uit de hele bundel:

‘Liefste eet me
Straks dient vriend Hein zich aan
Met kiemen van ziekte en verzuim

Nogmaals geliefde
Doodgaan is een daad van onsterfelijkheid
En wie van ons beiden wil onsterfelijk zijn’. (blz. 27)

En ook de slotverzen blijven hangen:

Geen wens gebed gebod
Alleen die spreuk van lijf tot lijf
Blijft bij mij.   Reste avec moi.   Stay with me.’ (blz. 468)

De bundel is uitgegeven door het Poëziecentrum, Gent, 2015, 91 blz.

 


Juf had haar antwoordenboek vergeten

 

Ik ben boos en verdrietig. Ik help een jongen uit groep 8, met een licht autistische stoornis, met het hele d-t-gebeuren. Ik trof hem net verslagen aan.

"Ik had 5 fout in de bladzij". ( soort Struikelblokken; tt, vt, volt.t., bijv. gebr. volt.dw). "Ik snap het toch, zei je?"

Ik keek het met hem na; juf had 4! goede antwoorden fout gerekend. Allemaal in de ge-, be- en ver-ww; waar de zin een tt vereiste had zij er een volt. dw van gemaakt (à la: ik denk morgen aan je als je verhuist, was het volgens haar ‘verhuisd’)

Zegt dat joch: ‘Juf had haar antwoordenboek vergeten. Nu heeft de hele klas het fout in het schrift’.

Wat een succeservaring had moeten zijn (1 fout in 25 zinnen) werd een desillusie omdat juf blijkbaar zelf moeite heeft met de werkwoordspelling en niet zonder antwoordenboek kan. Arm kind …

We hebben samen wél gevierd, dat hij er maar eentje fout had, gelukkig had ik zeer onverantwoorde pepernoten!!!

Facebookpagina Leraar Nederlands 10 november 2016 17:12


TUSSENTAALKRONKELS

 

Steven Delarue kon het niet laten om te reageren op het artikel Leraren mogen géén tussentaal  gebruiken van Albert Oosterhof in het september-oktobernummer van  het taaltijdschrift ‘Over Taal’. Delarues doctoraatsonderzoek leidt hem tot de overtuiging dat tussentaalgebruik door leraren in de klas niet zo erg is. Docent Nederlands Oosterhof repliceert dat het echt niet past en niet kan.

Als pendant van het artikel van Albert Oosterhof stuur ik jullie nu ook de repliek van Steven Delarue toe.

Persoonlijk heb ik veel respect voor de ernst en de toewijding van Steven Delarue, maar hij kan mij met zijn repliek hoegenaamd niet overtuigen dat Oosterhof ongelijk heeft. Ik blijf vast de mening toegedaan dat in een schoolcontext het niet past dat tussentaal gebruikt wordt noch in de lessen andere vakken dan Nederlands, noch in de lessen Nederlands zelf, noch in een ruimere schoolcontext. Ik blijf stellen dat de schooltijd de enige tijd is dat jongeren het Standaardnederlands kunnen leren, om daarmee weerbaar te zijn in zovele maatschappelijke contexten waarin ze dat later nodig krijgen. In de lessen zelf mag de gegevenheid van taalvariatie in het mondeling taalgebruik bewust gemaakt worden, maar dat betekent nog niet dat leerlingen daarin bewust of onbewust getraind worden in afwijkende taalvariëteiten van de standaardtaal. Wél moeten leraren rekening houden met de haalbaarheid van de normen die zij stellen aan leerlingen inzake correct mondeling gebruik van het Nederlands.

Zelf verwijs ik ook nog graag bij deze gelegenheid naar mijn verslag dat ik gepubliceerd heb in de Nieuwsbrief 29-1 van het Netwerk Didactiek Nederlands over de promotie maar ook over de doctoraatsscriptie van Steven Delarue zelf, die hij mij meteen na zijn verdediging digitaal ter beschikking stelde en die ik met aandacht heb gelezen.

Wie er tijd voor maakt en het de moeite waard vindt kan de teksten van Albert Oosterhof en van Steven Delarue op argumentatief vlak met elkaar vergelijken.

Ik blijf verwachten dat de lezers van dit bericht mijn standpunt van de ondersteuning van het Standaardnederlands binnen een onderwijscontext van harte blijven bijtreden en zo mogelijk ook actief mee helpen het naar buiten uit te ondersteunen.

Ghislain Duchâteau,
vicevoorzitter Netwerk Didactiek Nederlands (NDN)


Omhoog ^

TAALUNIERAAD PLEIT VOOR STERKE POSITIE VAN HET NEDERLANDS IN WETENSCHAP EN HOGER ONDERWIJS

 

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren pleit voor een sterke positie van het Nederlands in wetenschap en hoger onderwijs. Om die te kunnen garanderen, roept de Raad alle betrokkenen op om een weldoordacht talenbeleid te voeren waarin het Nederlands, naast het Engels en andere talen, een sterke rol blijft vervullen.

Op dit moment is een maatschappelijk debat gaande over de verengelsing van wetenschap en hoger onderwijs. De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren draagt graag bij aan dit debat. De Raad onderkent het belang van het Engels voor internationalisering, maar benadrukt daarbij het belang van het Nederlands voor de eigen samenleving.

De Raad hecht er veel belang aan dat iedereen, ongeacht opleiding, beroep of sociale klasse toegang heeft tot kennis en inzichten die in de wetenschap worden ontwikkeld. Daarom pleit de Raad voor het beschikbaar stellen hiervan in het Nederlands, aangezien de taal van onze maatschappij hiertoe de beste kansen biedt.

De notitie Nederlands als taal van wetenschap en hoger onderwijs verschijnt in aanloop naar de Europese Dag van de Talen (26 september) en de Taalunie Talendebatten (26 en 30 september) rond meertaligheid in het onderwijs.

Lees de volledige notitie. Ze staat op Taalunieversum de website van de Taalunie.


Over de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren

De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren adviseert het Comité van Ministers over het beleid van de Taalunie. De Raad kan adviezen uitbrengen op verzoek van het Comité of op eigen initiatief en bestaat uit deskundigen op het terrein van de Nederlandse taal, onderwijs, wetenschap, letteren en cultuur. De Raad wordt momenteel voorgezeten door Reinhild Vandekerckhove; Kete Kervezee is vicevoorzitter.




DE NEDERLANDSE LITERATUUR -

Speciale editie van het e-zine nr. 8 van het VVA

Week van het Nederlands 2016

 

De Nederlandse literatuur is het thema van de speciale editie van het e-zine Vivat Academia van het Verbond der Vlaamse Academici (VVA). Het werd speciaal samengesteld voor de Week van het Nederlands van de Taalunie van 8 tot 15 oktober 2016.

Het is ruim bemeten met artikels rond proza, poëzie, kinder- en jeugdliteratuur, essaystiek, strips en beeldromans. Referenties naar bronnen voor bestudering van de Nederlandse literatuur worden in herinnering gebracht: de DBNL, de Nationale Bibliotheek in Den Haag, het Letterenhuis in Antwerpen, de Canon van de Nederlandse literatuur vanuit Vlaams perspectief. Ook boekenpaus Wim Brands, die in april 2016 overleed kreeg zijn plek.

Er is voor elk wat wils. U kunt de verschillende teksten afzonderlijk aanklikken via het menu in de linker kolom.

Het e-zine speciale editie nr. 8 is bereikbaar op de website van het VVA-Nationaal via de Thuispagina > Wie zijn we? Wat doen we? > Vivat > E-zine - Editie nummer 8 - oktober 2016

Ghislain Duchâteau, eindredacteur

Universiteit Gent brengt taalvariatie naar de klas met Dialectloket

 

In Vlaanderen en Nederland hoor je vandaag allerlei soorten Nederlands: van “echt, authentiek” dialect tot Standaardnederlands, met daartussen verschillende vormen, die in Vlaanderen vaak met één woord tussentaal worden genoemd. Ook tussen Nederlanders en Vlamingen hoor je duidelijke verschillen, en nog anders klinken onze verre taalgenoten in onder andere Suriname, Aruba en Curaçao. Het Nederlands is rijk aan variatie en dat is, zoals elke vorm van diversiteit, op zich positief.

Om die taalvariatie in de verf te zetten, ontwikkelden de dialectologen van de Universiteit Gent het Dialectloket. Dialectloket (www.dialectloket.be) is een wetenschapspopulariserende website, waar je alles te weten komt over taalvariatie in het Nederlands in thema’s als dialecten, jongerentaal, nationale variatie, standaardtaal en tussentaal, Nederlands in de wereld, …. Onder een frisse lay-out vind je er informatieve teksten, digitale woordenboeken, honderden geluidsfragmenten, boeiende video's en prachtige taalkaarten.

Ook voor het onderwijs? Jazeker! Het nieuwe digitale platform bundelt een schat aan informatie voor de lessen Nederlands. Extra achtergrond nodig voor je les over tussentaal? Op zoek naar een filmpje over jongerentaal? Eens Afrikaans laten horen in de klas? Je vindt het er allemaal. De website is niet alleen een bron van informatie en illustratie, maar bevat daarnaast een toegespitst educatief gedeelte. Creatieve lesideeën zetten leerkrachten op weg om het thema taalvariatie op een originele manier naar de klas te brengen, inclusief materiaal en eindtermen. Ook wie aan de slag wil gaan met onderzoekscompetenties voor het vak Nederlands, doet er ongetwijfeld inspiratie op. De meeste thema’s lenen zich met wat verdere uitwerking immers perfect tot kleine taalkundige onderzoekjes op maat van laatstejaars.

Met de website wil de UGent de brug slaan tussen het wetenschappelijke veld en het brede publiek en tussen taalkundig onderzoek en de klaspraktijk. Dat lijkt overigens aardig te lukken: Dialectloket staat ondertussen één jaar online en kreeg al meer dan 60.000 bezoekers!

Pauline Van Daele
Jacques Van Keymeulen

Omhoog ^


Johan Slauerhoff opnieuw in de belangstelling door de publicatie van zijn Brieven

 

 

Dat gebeurt naar aanleiding van de recente publicatie van zijn ‘Brieven’ met als boventitel ‘Een varend eiland’. Ze werden gekozen, bezorgd en geannoteerd door Hein Aalders en bij de Arbeiderspers in Amsterdam/Antwerpen uitgegeven in de reeks Privé-domein.


De inleiding is een functionele verkorte biografie van Slauerhoff (blz. 7-49). Ze situeert de geadresseerden van de auteur in zijn avontuurlijke levensloop, zodat ze de lectuur van de brieven zelf vergemakkelijkt. Zo weet de lezer precies waarover het gaat bij Slauerhoff.   

Hier volgen de eerste vier alinea’s van die inleiding.

‘Op 5 oktober 1936 blies Slauerhoff in een Goois rusthuis zijn laatste adem uit. Zijn vroege dood – hij werd maar 38 jaar – had hij al lang voorzien. Leven en werk wekken de indruk alsof de dood hem op de hielen zat. Roland Holst zag hem op z’n sterfbed liggen en hij werd getroffen door de aanblik van aangeschoten groot wild, dat door zichzelf was opgejaagd. Hij was zijn eigen jager geweest, z’n hele, korte leven lang. En nu was de grote jager gekomen.
Slauerhoff had haast. Je ziet het aan zijn werk, dat vaak als ‘onaf’ is omschreven. In plaats van een gedicht dat nog niet helemaal af was opzij te leggen, om het later met een andere blik nog wat bij te schaven, liet hij het zo. Omdat hij vond dat het juist zo, in zijn onvolmaaktheid, het teken van verval al in zich droeg. Bovendien waren er alweer tien nieuwe ideeën die om uitwerking vroegen, een verhaal, een gedicht, de opzet voor een nieuwe roman over de Russisch-Japanse oorlog, een dichtbundel die Al dwalend moest heten. De nalatenschap van Slauerhoff telt zoveel materiaal in statu nascendi dat op zijn werk wel het credo van Leopold, ‘o rijkdom van het onvoltooide’, geplakt kan worden.

Van eenzelfde haast getuigen de talloze brieven die hij in zijn leven heeft geschreven. Omdat hij niet stil kon zitten, een reizend beroep had en dus vaak onderweg was, bleef hij zoveel mogelijk per brief in contact met het thuisfront. Trouw onderhield hij het contact met familie, vrienden, vriendinnen, collega-schrijvers, uitgevers en tijdschriftredacteuren. Uit verre havens verstuurde hij steeds bericht van hoe het hem verging. Zijn opgejaagde aard geeft deze brieven de aanblik van een vaak moeilijk leesbaar handschrift – soms kon hij het zelf niet meer lezen. Ze hebben ook iets eentonigs in de terugkerende dilemma’s van werk en gezondheid. Arthur Lehning merkte op: ‘Het zijn variaties op hetzelfde grondthema, maar het zijn herhalingen die nooit tot routine worden omdat ze telkens opnieuw zijn doorleefd. Wat de grootheid van Slauerhoff als dichter uitmaakt en wat iedereen voelt die een affiniteit heeft met zijn poëzie, geldt ook voor zijn brieven: ook hier is hij tot in alle onbelangrijke details steeds met zijn gehele persoonlijkheid aanwezig. Elementair en echt, niet gepolijst en geen “literatuur”, hebben zijn brieven in iedere regel en ieder woord een onvervalst en authentiek slauerhoviaans accent.’

Ook hebben de brieven iets rafeligs. Ze springen vaak snel van het ene onderwerp op het andere. Een gedachte wordt meestal voortijdig afgebroken. Het is alsof er steeds iets ontbreekt. Daarover schreef Kees Fens: ‘Zelden wordt iets geheel uitgeschreven; plannen komen in flarden ter sprake; bij de eerste schets moet de schrijver al alle tegendelen gezien hebben. Beweging tussen alle mogelijkheden lijkt zijn enige reële kans tot leven. Men ontkomt niet aan de indruk, dat het schip-onderweg zijn enig mogelijke verblijfplaats is, het altijd onderweg moeten blijven, een varend eiland.’ (blz. 7-8)

Ook het einde van de inleiding is treffend.

‘Nu de dood nog maar een kwestie van dagen was werd Darja bij hem geroepen. Het was een bruuske en dramatische ontmoeting waarin hij haar confronteerde met zijn verval. De laatste dag waren broer Feije en zijn moeder nog aan zijn bed. Tot het eind toe was zijn geest helder, herinnerde de laatste zich. En Roland Holst kwam ook nog even langs. Hij sliep. Vlak nadat die vertrokken was, overleed Slauerhoff, op 5 oktober 1936. Hij was net 38.

Terug in de trein naar huis dichtte Roland Holst:

Soms kon de zachtheid die hij steeds verbeet
nog schuw een uitweg naar zijn ogen vinden:
een mild licht door die scherven, waarin leed
door wrok was stukgebroken tot ellenden.

[…]

Maar naar het lichter hart, dat niet genas,
zie ik die kamer weer, en buiten dwerelt

herfst in de welverzorgde tuin al. Stil
komt nu de zuster van het rusthuis binnen
omdat hij belde, en vraagt hem wat hij wil,
en schikt de dekens en het koele linnen.

En dank’bre zachtheid, die hij steeds verbeet,
komt nog een uitweg door zijn ogen vinden,
en heelt de ellendes even weer tot leed,
het goede leed van wie vergeefs beminden.’

(blz. 46-47)

De neo-romantische persoonlijkheid van de schrijver Johan Slauerhoff blijft ook nu en altijd fascineren.

G.D.


HANDBOEK LITERATUURONDERWIJS 2017-2018

Nieuw elan in literatuuronderwijs

 

Dat handboek moet u zeker eens doornemen op uw computerscherm.
Er staat zoveel actueels in over literatuur en literatuuronderwijs.

Klik door naar Handboek Literatuuronderwijs 2017-2018



Omhoog ^

Uitdagend gedifferentieerd vakonderwijs -
Praktisch gereedschap om je onderwijsrepertoire te blijven uitbreiden


Fred Janssen, Hans Hulshof, Klaas van Veen
Universiteit Leiden – Rijksuniversiteit Groningen

Maart 2016

 

In het boek ‘Uitdagend gedifferentieerd vakonderwijs’ van Janssen, Hulshof en Van Veen wordt een ‘generatieve toolkit’, een handige en nuttige gereedschapskist, beschreven voor het aanpassen van het onderwijs door leraren.

Deze praktische gereedschapskist voor leraren is gebaseerd op bestaande onderwijskundige kennis. Dit nieuwe perspectief op bestaande kennis zorgt ervoor dat het onderwijs praktisch herontwikkeld kan worden en op een gedifferentieerde manier aangeboden kan worden, zodat alle leerlingen uitgedaagd worden.

Ook voor het vak Nederlands zitten er praktische voorbeelden in.

We stellen deze publicatie van de Universiteit Leiden en de Rijksuniversiteit Groningen ruimer voor op de website van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) – pagina Publicaties - met het voorwoord door de auteurs, met de vakspecifieke uitwerking voor Nederlands, met de vigerende visie op het schoolvak Nederlands nu en in de nabije toekomst, met een slotbeschouwing van de auteurs over het langlopend ontwerponderzoek over onderwijsrepertoireontwikkeling van docenten.

Het werk is verkrijgbaar in boekvorm en is beschikbaar online.

Klik door naar de NDN-website 'Uitdagend gedifferentieerd vakonderwijs'.

Omhoog ^


HENDRIK VAN VELDEKES MINNEPOËZIE SCHITTEREND VERTAALD EN VERTOLKT

 

‘Wat Dante is voor de Italianen en Homeros voor de Grieken, dat is Henric Van Veldeke voor de Lage Landen.’ Beng! Als u vóór u deze zin las, durfde te geeuwen als u de naam Veldeke zag, dan heeft schrijver en zanger Elvis Peeters nu teruggeslagen. In naam van de door te velen vergeten Veldeke, pionier van onze Nederlandstalige literatuur, die het absoluut waard is een plek in uw geheugen en boekenkast te veroveren.

Al jaren is Peeters gebeten door de twaalfde-eeuwse ‘Nick Cave of Stromae’ uit het Hasseltse. En al jaren blaast hij als een trouwe ventilator het stof van Veldekes werk. Deze keer doet hij dat door een sublieme vertaling uit te brengen van Veldekes beroemdste pennenvruchtjes: zijn minneliederen. Van de 33 gedichten in de – mooi vormgegeven – bundel Ik bid de liefde geeft Peeters telkens eerst de originele tekst. Het Middelhoogduits kan afschrikken:

‘Diu schoene, diu mich singen tuot,
si sol mich sprechen lêren,
dar abe, daz ich mînen muot
niht wol kan gekêren.’

Maar Elvis Peeters heeft lied per lied – als oude, geoxideerde juwelen – in een zilverbadje ondergedompeld en ze er fris en stralend weer uitgehaald:

‘De schone die mij zingen doet,
zij zal mij leren praten
over dat waar ik niet goed
het denken van kan laten.’

Wat tevoorschijn komt vanonder de laag van 850 jaar schemer, is een wolk van woorden die zich, universeel en troostend, recht in je hart nestelt. De liefde, liefdesverdriet, het steeds sneller komen en gaan van de seizoenen, Veldeke heeft er net als u en ik van genoten, en van afgezien. ‘Ik voel een grote verbondenheid met mijn oude vakgenoot’, zegt Peeters daarover. ‘Zijn gedichten zijn alsof je een bundel uit een ver verleden krijgt, die pas gisteren op de post is gedaan. De fascinatie die van de liefde uitgaat en de drang om die te verwoorden, is in die vele eeuwen nauwelijks veranderd.’

In ‘Ik bid de liefde’ worden voor het eerst alle overgeleverde minnedichten van Veldeke voor de hedendaagse literatuurliefhebber ontsloten. Elvis Peeters’ legt Veldekes werk neer in 33 hedendaagse, fijnzinnige boetseerwerkjes die de ziel verlichten. Een heerlijk boekje. (Astrid Houthuys) 

Bron: StLett 9/12/2016 p. 13

Omhoog


Tanende taalcultuur in Vlaanderen

Extract uit
De pleinvrees der kanunniken, redevoering van Jozef Deleu – Museum Plantin-Moretus Antwerpen, 5 november 1985.


 




“Zeer ben ik bedroefd om de tanende woordcultuur in Vlaanderen. Ongetwijfeld hebben wij ten aanzien van onze Noord-Nederlandse taalgenoten in de loop van de jongste decennia een serieuze achterstand ingelopen en kan men vandaag de dag niet meer zeggen dat wij onderontwikkelde boertjes zijn. Toch hebben wij in Vlaanderen te vroeg victorie gekraaid en gedacht dat de kennis van onze taal voldoening begon te schenken en dat wij derhalve luchthartiger, dat is vaak slordiger, over deze aangelegenheid heen kunnen stappen. Niets is echter minder waar. Nog voordat de Vlaamse Beweging volop aan het denken toe is, wordt de mening gemeengoed dat de aandacht voor de algemene cultuurtaal, minder veeleisend hoeft te zijn, en dat we dus weer rustig van de Westhoek tot aan de Maas dialect kunnen propageren. Hoewel van liefde vervuld voor de Noord-Nederlandse broeders, merk ik op dat hun kennis van onze gemeenschappelijke taal ook tanende is en dat zij lang niet meer hét nastrevenswaardige voorbeeld zijn van moedertaalbeheersing. Het is dus vermetel kritiekloos de blik op het Noorden te richten.

Onze Zuiderburen lijden overigens aan dezelfde kwaal. Niemand minder dan de Franse minister van onderwijs heeft er zich over beklaagd dat de toestand van de moedertaalkennis in Frankrijk bedroevend is geworden. En wij weten toch hoe mooi onze Franse buren kunnen praten! Ook daar slaat de taalverloedering toe en daar wordt, precies omwille van de democratie, ingegrepen. Want taal is essentieel in het denkproces. Mensen die hun taal steeds stunteliger spreken, zijn mensen die steeds rijper worden voor de meest idiote vormen van massacultuur, waaraan denken niet meer te pas komt.

Het bekend worden van het groot aantal analfabeten in Vlaanderen – en ook elders in West-Europa – heeft opschudding verwekt. En terecht. Wie enigszins vertrouwd was met het peil van de moedertaalkennis heeft bij het horen van het getal tweehonderdduizend een zucht van opluchting geslaakt. Er werd zoveel erger gevreesd!

Omdat taalcultuur ook denkcultuur is en het enige serieuze tegengif van massacultuur, moet er zeer veel aandacht aan worden besteed. Wij moeten er ons opnieuw op bezinnen. Taalcultuur is het meest doeltreffende offensieve wapen tegen de intellectuele vervlakking die zich rondom ons voltrekt.”

Jozef Deleu

(dichter en prozaschrijver, taalpoliticus, stichter van Ons Erfdeel)

Omhoog

De talengroep vervangt het vroegere APS-Talen.

 

De experts blijven studiedagen, cursussen en conferenties over het vak Nederlands, moderne vreemde talen en taalbeleid organiseren. Begeleiding op maat van docenten, vaksecties en werkgroepen kunnen op school worden voorzien. De Talengroep (voorheen APS-Talen) werkt met je aan motiverend taalonderwijs in VO en MBO.

Zij nemen zich voor dat te doen vanuit de nieuwste didactische inzichten en met de vertrouwde kwaliteit die zij als trainers/adviseurs van APS-Talen altijd hebben geboden.
De experts voor Nederlands en taalbeleid blijven hun werkzaamheden verder zetten:
Geppie Bootsma, Hella Kroon, Bert de Vos en Marieken Pronk.

Activiteiten Nederlands Voortgezet Onderwijs

VO – ‘Versterken van leesvaardigheid in het vmbo’ 22-11-16
VO – ‘Spelling en grammatica: het kan anders en het moet anders’ 14-02-17
VO – ‘Webtools en apps bij Nederlands: met laptop, iPad of reguliere lessen’ 09-03-17
VO – ‘Begrijpend lezen en woordenschat bij Nederlands’ 14-03-17
VO – ‘Mondelinge taalvaardigheid van 1F naar 4F’ 11-04-17
VO – ‘Examentraining Nederlands vmbo’ 08-12-16
VO – ‘Mooie lessen begrijpend lezen’ (Nederlands) 07-12-16
VO – ‘Differentiëren bij Nederlands’ 07-12-16

Film: Leerlingen aan het denken zetten bij lezen (30’06”)
https://youtu.be/h9SI_XjpcQc

Voorbeeld van taalgericht vakonderwijs in het VMBO

Aanbod van De Talengroep 2016-2017 – brochure in pdf

De website van De Talengroep

Contact:

BEL 0031 (0)6 2505 1905 of MAIL info@detalengroep.nl


Omhoog

LITLAB – DIGITAAL LABORATORIUM VOOR LITERATUURONDERZOEK OP DE MIDDELBARE SCHOOL

 

BOEM Paukeslag

Namens het Vakmeesterteam Nederlands attendeer ik jullie op de website LitLab, een prachtig initiatief van de hoogleraar Nederlandse Letterkunde Els Stronks (Universiteit Utrecht).

LitLab is een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek op de middelbare school. Door middel van digitale experimenten kunnen bovenbouwleerlingen proeven van academisch onderzoek naar de Nederlandse literatuur in brede zin: van Middeleeuwse verhalen tot hedendaagse popmuziek.

De lessen sluiten aan bij recent academisch onderzoek en richten zich voor nu op digitale methoden en collecties die voor iedereen toegankelijk zijn. Zo vormt LitLab een schakel tussen leerlingen, docenten en onderzoekers. LitLab werd ontwikkeld aan de Universiteit van Utrecht, maar is het resultaat van samenwerkende onderzoekers van verschillende universiteiten.

Theo Witte

(Bericht van Theo Witte op Facebook Leraar Nederlands 15-9-2016)

Zo kondigt het zich op de website aan:

LitLab is een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek op de middelbare school

Naar het lab


http://litlab.nl/

Omhoog


WEGWIJS IN OKAN - PRAKTISCHE INFORMATIE OVER DE OKAN-KLAS VAN CTO KU LEUVEN

 

Het Centrum voor Taal en Onderwijs (CTO) van de KU Leuven publiceert een lijvige brochure vol praktische informatie over de OKAN-klas: Wegwijs in OKAN – Brochure voor het secundair onderwijs. OKAN staat voor onthaalklas voor anderstalige nieuwkomers. De brochure is bedoeld voor OKAN-leerkrachten, vervolgschoolcoaches, zorgcoördinatoren en directies in het secundair onderwijs.

De brochure (62 blz.) over de OKAN-klas biedt naast achtergrondinformatie over taalverwerving karrenvrachten vol tips om de nieuwkomers te helpen zich welkom te voelen op school en om hun taalvaardigheid te helpen ontwikkelen zodat ze meekunnen op school. De brochure bulkt van de didactische tips en de links naar bruikbare materialen, publicaties en adressen.

De brochure zelf kunt u hier downloaden.

Meer informatie over deze hoogst waardevolle publicatie.



Omhoog

De recente berichten op de Facebookpagina van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik links op >
BERICHTEN AAN PAGINA

 
 


NDN-Facebookpagina


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookpagina van het NDN. Het gaat hier om 20 nieuwe berichten vanaf 20 december 2016 tot 16 januari 2017. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Geef Netwerk Didactiek Nederlands of NDN in op het invulvak bovenaan. Open dan in de kolom rechts
BERICHTEN AAN PAGINA



  • TOCH 1 LICHTPUNT IN DE ONDERWIJSHERVORMING: HET DOMEIN ‘TAAL EN CULTUUR’ IS TERUG
    16-1-17

    De tekst geeft een uitstekend overzicht over het discours rond de hervorming van het secundair onderwijs in Vlaanderen. Vooral de argumentatie rond de noodzaak van het domein ‘Taal en cultuur’ is beklijvend. Ook is de kritische attitude van de auteur van de tekst zinvol en niet te opvallend geïntegreerd in zijn uiteenzetting. Een taaldidacticus zal zich goed herkennen in de blogtekst van Steven Delarue.
    ...

  • IJSPISTE OF EISPISTE?
    14-1-17

    Geplukt uit de blog van onze NDN-voorzitter José Vandekerckhove
    Over het Groot Dictee, de spelling en Pallieter van Felix Timmermans

    ...

  • ‘IN ’T FRISCH GELISPEL VAN DE RITSLENDE IEPEN’
    14-1-17

    Sonnet van Hélène Swarth
    De gelukkigste periode in het leven van Hélène Swarth was waarschijnlijk toen ze op 35-jarige leeftijd trouwde met de journalist Frits Lapidoth. Ze schreef in die tijd dweperige sonnetten over haar prins op het (witte) paard, zoals Voorboden: het eindeloze zich verdiepen in ’t eigen leed was voorbij, vanaf nu alleen engle-extase en gejuich.
    ...
    Doorklikken om de mooie vormelijke interpretatie van het sonnet te lezen.

  • PAUL VAN OSTAYEN IN DE KIJKER, OOK IN HET ARCHIEF VOOR ONDERWIJS
    13-1-17

    2016 was een bijzonder jaar voor van Ostaijen-liefhebbers: precies 100 jaar geleden verscheen zijn debuutbundel ‘Music-hall’. Begin december 2016 ontdekte boekhandel De Slegte dan weer een onbekende theatertekst van de Antwerpse dichter. En ook op Het Archief voor Onderwijs liep Van Ostaijen in de kijker. Zijn 'Nagelaten gedichten’ werden immers verrijkt met een collectie audiovisueel materiaal.

  • ONS ONDERWIJS MOET JONGEREN VEEL BETER WAPENEN VOOR DIGITALE MEDIA
    13-1-17

    Laten we niet vergeten dat het internet een prachtige plek is, een manier voor kinderen en jongeren om fan-tas-ti-sche dingen te maken en zichzelf uit te drukken. Rammelende bronnen, slechte journalistiek en het manipuleren van nieuws zijn van alle tijden: er is geen reden om te vrezen dat we onze digital natives niet kunnen leren die door te prikken. Inzet vanwege het onderwijs op dat laatste is wel nodig, zoals blijkt uit het artikel.

  • DE WARTAAL IS GANS HET VOLK
    11-1-17

    Excuseer, maar ik vloek niet in het West-Vlaams
    Gaston Durnez, nu weer zo herkenbaar!

  • BIOGRAFIE VAN EEN TOTAAL ONBEKENDE NEDERLANDSE SCHRIJFSTER, NIETTEMIN NIET DE EERSTE DE BESTE ! (1853-1927)
    11-1-17

    Marie Sloot heette ze. Ze gebruikte naast Melati ook nog het pseudoniem Mathilde voor haar katholieke, en ook zeer populaire, damesromans. Tegen het eind van haar leven kwam daar Max van Ravestein bij, voor haar wat modernere werk.

  • GOEDE REDENEN VOOR FOUTE TAAL. EEN OPEN SYMPOSIUM OVER TAALREGELS IN HET BREIN EN IN DE MAATSCHAPPIJ
    – LEIDEN - VRIJDAG 24 FEBRUARI 2017 – 13 – 17 UUR
    11-1-17

    Thema
    ...
    Waarom maken we taalfouten? Alleen uit slordigheid? Taalkundig onderzoek laat zien dat er achter taalfouten soms verrassend veel logica schuilgaat. Immers: taal leeft en kent zelforganisatie. Maar wat als deze zelforganisatie in strijd is met de geldende taalnormen?

    In dit publiekssymposium presenteren vier taalkundigen uit Nederland en België hun goede redenen voor foute taal. Zij gaan in gesprek met het hoofd taalbeleid van de Nederlandse Taalunie. Een jonge leraar Nederlands debatteert mee vanuit het onderwijs.

  • UITNODIGING PRESENTATIE ‘ONGEZIENE BLIKKEN’, LAATSTE DEEL VAN DE NEDERLANDSE LITERATUURGESCHIEDENIS
    9-1-17

    Graag maakt het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) deze uitnodiging aan u over.
    Als u er belangstelling voor hebt en u kunt zich op dat ogenblik vrij maken, dan zult u er zeker welkom zijn.

  • PRESENTATIE NIEUWE DICHTBUNDEL HERMAN ROHAERT ‘LUST LAST LIEFDE’
    8-1-17

    Beste Poëzieliefhebber,
    Ik zou heel vereerd zijn, het zou me heel blij maken mocht je op zaterdag 28 januari 2017 om 20 uur aanwezig kunnen zijn op de presentatie van mijn nieuwe poëziebundel 'Lust Last Liefde', gedichtenbundel met slechts één onderwerp: de liefde.

  • DE AFSCHEIDSTOESPRAAK VAN MICHELLE OBAMA
    7-1-17

    Emotioneel maar zo betekenisvol: ze brengt een uitermate bemoedigende boodschap naar de schoolgaande jeugd toe.
    De volledige video duurt 21’24” en is een wisseling van ernstige ideeën met verrassende en humorrijke wendingen.

  • WIE WORDT DE BESTE LERAAR NEDERLANDS VAN 2017?
    6-1-17

    Voor de vierde keer op rij gaan radioprogramma De Taalstaat Radio 1 Nederland en het Genootschap Onze Taal op zoek naar de beste leraar Nederlands van het jaar. De verkiezing is deze week van start gegaan: docenten uit Nederland en België kunnen zichzelf aanmelden, of aangemeld worden door bijvoorbeeld leerlingen of collega’s (via taalstaat@kro-ncrv.nl).
    Uit de inzendingen kiest een vakjury (Trudy Coenen, Peter-Arno Coppen en Fra...ns Daems) een aantal kanshebbers, die zich vervolgens in De Taalstaat mogen presenteren. Hierna selecteert de jury de finalisten, op wie gestemd kan worden door het publiek. De winnaar wordt op 20 mei bekendgemaakt.

  • DE SPRAAKACROBATIEK VAN KRAANTJE PAPPIE
    5-1-17

    “Volgens mij heb jij elektroden in je hersens”, reageert tafelgenoot en cabaretier Vincent Bijlo als hij Kraantje Pappie hoort rappen. Ook de mond van presentator Humberto Tan valt open van verbazing. Een poging om zelf ook zo snel te rappen strandt na enkele woorden in onverstaanbaar gebrabbel: “Het is niet te doen!”

  • TOP 16 VAN DE NEDERLANDSTALIGE MUZIEK IN HET JAAR 2016
    5-1-17

    Terugblikkend op deze markante gebeurtenis (de toekenning van de Nobelprijs voor literatuur aan Bob Dylan) vroegen we ons bij Nederlandse Taal & Cultuur af hoe het vandaag de dag eigenlijk met deze kwesties zit in de Nederlandstalige muziek? Resoneren in de liedjes van afgelopen jaar, net als in de teksten van Dylan, actuele politieke kwesties mee? Wat zeggen hedendaagse liedteksten over de leefomstandigheden van mensen? ...Hoe wordt de liefde bezongen? Welke talige vondsten deden Nederlandse liedschrijvers dit jaar?

    Geheel in de geest van de Top 2000 kwamen we via een stemming uit op een lijst van 16 Nederlandstalige nummers uit 2016. Van klassiek liefdesverdriet tot scherpe politieke analyses, van wetenschapsopvattingen tot biografieën van dammers, van existentiële twijfel tot nationale identiteitsvorming, van verwijzingen naar de Grote Drie tot experimentele kerstliedjes – samen laten deze 16 verfrissende, verrassende, intelligente of simpelweg mooie liedjes de diversiteit en levendigheid van de hedendaagse Nederlandse liedtekst zien.

  • PRESENTATIE “ONGEZIENE BLIKKEN” 17 JANUARI 2017 IN DEN HAAG
    2-1-17

    Tijdens deze presentatie vieren we de voltooiing van de reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur.
    Op deze feestelijke middag zullen onder anderen spreken: Frits van Oostrom, Niña Weijers, Koen Van Bockstal en Greetje van den Bergh en uiteraard zal er muziek zijn


  • HET MOMENT VAN NEDERLANDSE SCHRIJFSTER VAN JONGVOLWASSENEN BOEKEN MARIEKE NIJKAMP
    24-12-16

    Sinds haar tienertijd is ze verslingerd aan young adult- en fantasyboeken, Tolkiens In de ban van de ring natuurlijk, en gaandeweg heeft ze het idee opgevat zelf zulke verhalen te schrijven. Daarom heeft ze altijd een notitieboekje bij zich, waarin ze goede ideeën en mooie zinnen opschrijft die ze, terug in Hengelo, uitwerkt. Als haar Engelse vrienden, die haar de hele tijd met het notitieblokje in de weer zien, haar vragen zo’n verhaal te vertalen, is het hek van de dam. „Het ging me makkelijk af, in het Engels schrijven.”

  • “EEN KLEIN LEVEN” (“A LITTLE LIFE”) LANGLOPENDE BESTSELLER VAN HANYA YANAGIHARA - RECENSIE
    22-12-16

    Een van de grondwaarden van de Amerikaanse cultuur, van de Amerikaanse psychologie, is dat je altijd opnieuw kunt beginnen. De pursuit of happiness is er voor iedereen. Niet waar, zegt deze roman. Er is verdriet dat je nooit meer te boven komt.

  • UNIVERSITAIRE GRAAD NEDERLANDS HALEN VIA AFSTANDSONDERWIJS IN LEIDEN
    22-12-16

    Bezig een eerstegraads te halen?
    Aan de Universiteit Leiden wordt voor Nederlands vanaf januari onderwijs aangeboden in de MA, dat op afstand gevolgd kan worden.
    Dit blended onderwijs betekent dat je thuis het grootste deel van het werk doet, en slechts 1x in de drie weken naar de universiteit komt voor face-to-face contact met je docent. ...
    De inhoud van deze cursus is toegesneden op leraren Nederlands of op leraren-in-opleiding.
    Meer cursussen volgen in 2018, zodat het hele MA-programma Nederlands vanuit huis gevolgd kan worden.
    ‘Maak mij niets wijs’ is de eerste cursus.
    Intro "Mij maak je niets wijs!" (MA Nederlands, Universiteit Leiden) door Bram Ieven.

  • OVER DE MISVATTINGEN VAN ONSTUIMIGE TIENERS
    21-12-16

    De lerares denkt na over wat die tieners in hun examenopstellen schrijven.
    ‘Als beleidsmakers het taalonderwijs weigeren au sérieux te nemen en het curriculum haast herleiden tot functionele taalvaardigheid - want als ze een sollicitatiebrief kunnen schrijven is het allang goed -; als de globale insteek is: 'weg met literatuuronderwijs' en bij uitbreiding nuancering - alles moet meer afgestemd op de bedrijfswereld nietwaar - dan doe... je onrecht aan de jonge generatie, dan tref je ze in hun achilleshiel, hun elastische open geest.’ Zo verzucht ze op het einde van haar reflectie.

  • PLEIDOOI VOOR RESPECT VAN DE GESCHREVEN TAAL
    20-12-16

    In een opiniestuk in De Morgen ‘Taal is alles wat we hebben, alles wat we zijn’ neemt auteur Christoph Vekeman het op tegen wie de spelling niet belangrijk vindt en zich daar in het openbaar over uitlaat.
    Spelling mag zeker niet geïdentificeerd worden met de taal zelf, zoals nogal eens gebeurt. Overdreven aandacht voor de spelling is beslist niet verantwoord. Spelling is immers enkel een vormelijk aspect van de geschreven taal. Maa...


 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Pieterjan Bonne, bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Voor (onderwijs)instellingen en vakgroepen is een groepslidmaatschap mogelijk.
Dat houdt in:
- Om van een groepslidmaatschap te genieten moeten minimum drie (3) leden van een instelling toetreden.
- Per lid wordt binnen het groepslidmaatschap 2,5 euro korting gegeven, dus per lid wordt het dan 17,5 euro.
- Voor drie leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat de storting van 17,5 euro x 3 = 52,5 euro
- Voor vijf leden binnen het groepslidmaatschap betekent dat 17,5 euro x 5 = 87,5 euro.

Het lidmaatschap loopt van 1 januari tot 31 december 2016.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be