Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
28-1, november-december 2015-januari 2016
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




Redactioneel
Ledenbijdrage NDN 2016
HSN 29 Tilburg 13-14 november 215
Taalleerconcept TiO Ad Bok
Totaalmethode Nederlands: PLOT 26
Poëzieweek 2016
Floris ende Blancefloer beschikbaar voor de les
Vivat Academia -
speciale editie over het Nederlands
Colloquium Hyperdiverse Neerlandistiek
16e Taalkunde Olympiade - Leiden
Toekomstig onderwijs in Nederland ook voor Nederlands
Het luchtig taalboek van de NDN-voorzitter
Van Dale, vijftiende editie
Het Groene Boekje
Interview Ingrid Glorie met Antjie Krog over 'Medewete'
Literaire non-fictie -
Jan Brokken

Amalgaam, dichtbundel Afrikaans/Nederlands
Henning Mankell +
Recent op de NDN-Facebookblog
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
 
NDN-Nieuws 27-4
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
 
 
 
Redactioneel
 

L.S.

Beste allen,


Het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) is al vele jaren aanwezig binnen het werkveld van het onderwijs Nederlands in het hele Nederlandse taalgebied . Ook dit jaar blijven we volgen en opvolgen wat er zich afspeelt op dat terrein en verstrekken we er zoveel mogelijk informatie over. Zoals de vorige jaren plant het NDN-bestuur in 2016 weer twee naar we verwachten belangrijke bijeenkomsten. Onze netwerkmiddag grijpt weer plaats aan de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Gent en dat op woensdag 27 januari 2016. We werken rond het thema Nederlands en het onderwijs. Onze lenteconferentie op de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen kreeg als datum vrijdag 22 april 2016 met als thema ‘Competentiegericht evalueren in het schoolvak Nederlands’. Het is goed de data van die bijeenkomsten van onze leden en belangstellenden al te kennen, want onze agenda’s raken vlug vol. We willen dan ook heel graag dat we opnieuw een aantal van jullie daarmee didactisch verrijkend kunnen bereiken.

Daarnaast houden wij contact met het werkveld via onze uitvoerige nieuwsbrieven. Vorige jaren zijn we er doorgaans in geslaagd per academiejaar toch vier afleveringen toe te sturen telkens naar zowat een 450 e-mailadressen. We hopen dit jaar daarin opnieuw te slagen. Alvast krijgt u hiermee al de eerste editie op uw computerscherm.

Deze nieuwsbrief bevat zowat achttien documenten en daarbij nog een verwijzing naar een twintigtal berichten op onze Facebookpagina die meer of minder direct verband houden met ons vak.

In deze nieuwsbrief komen er nogal wat stukken voor die onze belangstelling richten op literatuur. Dat daarbij de onderwijsdimensie niet ontbreekt, is binnen onze netwerking ook voor de hand liggend. Maar de vakgerichte artikels zijn niet vergeten. Diversiteit in de artikels blijft aanwezig, zodat iedereen die in de nieuwsbrief wat grasduint vooraleer hij echt gaat lezen, toch wel aan zijn trekken komt.

Opvallend is ook dat NDN-bestuursleden voor deze editie prominent aanwezig zijn. Jan Lecocq en Nora Bogaert leverden in het e-zine Vivat Academia een bijdrage rond het onderwijs Nederlands in de secundaire school. José Vandekerckhove had het over spelling in dezelfde publicatie. We voeren je via de aanzet van de artikels naar de volledige tekst ervan in het VVA-magazine zelf. Ook leiden we jullie aandacht naar een heel speciaal taalboek dat onze voorzitter een paar weken geleden publiceerde. Hij speelt op de woorden. Hij speelt op rechts en op links.

Een blik is onze lezers ook gegund in de richting van NVT, het onderwijs van het Nederlands als vreemde taal met een terugblik naar het 19e colloquium in augustus 2015 in Leiden “Hyperdiverse Neerlandistiek” van de IVN, de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek.

Naast volledige artikels in de nieuwsbrief zelf, geven we aanzetten van artikels die voluit te lezen zijn op onze NDN-site, bepaald op de pagina’s Actuele berichten en Publicaties. Met één klik op de koppeling in de nieuwsbrief zit je bij het volledige artikel op de website. Uiteraard komen er ook verwijzingen via hyperlinks voor naar andere bronnen, die het mogelijk maken voor onze lezers een heel ruim blikveld op te roepen. Zo gaat dat nu met hyperteksten. Ook onze visietekst blijft permanent beschikbaar op onze websitepagina NDN-activiteiten. Hij wordt oriënterend voor de planning van onze activiteiten of bijeenkomsten.

Tot slot vragen wij ook aan onze leden om hun contributie voor 2016 te hernieuwen. Wie tot dusver als niet-lid onze activiteiten wist te waarderen, kan die waardering ook manifesteren door zelf lid te worden van onze vereniging. Het beginartikel in deze nieuwsbrief roept daartoe op en je vindt er alle informatie over. Wij zijn aanwezig op de HSN-Conferentie in Tilburg met een presentatie van ons Netwerk Didactiek Nederlands op de stand van de Nederlandse Taalunie op zaterdagvoormiddag.

Reacties op de artikels blijven steeds welkom op ons e-mailadres info@netdidned.be
Dat adres geeft ook toegang tot direct contact met het NDN-bestuur voor mogelijke mededelingen, vragen of voor wat dan ook van belang kan zijn.

Een prettige en zinvolle lectuur gewenst.



Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter en redacteur


mede namens de NDN-bestuursleden


 


Lidmaatschap Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) 2016

 

Onze leden en onze sympathisanten die lid willen worden, vragen we vriendelijk voor het jaar 2016 hun ledenbijdrage te willen overmaken.

Die contributie voor het Netwerk Didactiek Nederlands voor 2016 blijft ongewijzigd en bedraagt
- voor een gewoon lid € 20.  
- voor een steunend lid € 25.

Wilt u die overschrijven op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB
van NDN, Wilrijk?


Donaties zijn ook bijzonder welkom.

Het lidmaatschap is voorbehouden aan docenten uit de lerarenopleidingen van universiteiten en hogescholen, pedagogische begeleiders, aan mentoren Nederlands, aan schoolboekenauteurs, aan onderzoekers binnen de domeinen van het leervak Nederlands ...
Zowel Vlaamse als Nederlandse didactici NEDERLANDS zijn heel welkom.

Heel graag verwelkomen wij nieuwe leden.

Schrijft u dan uw contributie over en bezorg ons uw naam en adres, uw  e-mailadres met de vermelding van uw werkplek en uw beroepsactiviteit.

Contact: info@netdidned.be

Informatie over het lidmaatschap: http://www.netdidned.be/lidmaatschap.html



HSN-conferentie nr. 29 - 13-14 november 2015 Hogeschool Fontys Tilburg



De HSN-conferenties zijn het resultaat van een nauwe samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse verenigingen van leraren, docenten en didactici Nederlands en aanverwante vakken. Zij vormen het onmisbaar forum voor wie zich bij de ontwikkelingen in dat vak betrokken voelen. De 29ste editie beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands onderwezen wordt: van basisschool via voortgezet/secundair onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs, tot hogeschool/universiteit en lerarenopleiding. Veel presentaties zijn praktijkgericht en innoverend. Naast opleiders en onderzoekers krijgen zo veel mogelijk leerkrachten het woord.

Praktisch is het een conferentie met parallelle programmakolommen: er vinden 10 tot 12 presentaties tegelijk plaats. Een deelnemer hoeft zich niet in te schrijven voor de presentaties die hij wil bijwonen, hij kan ter plaatse vrij kiezen. Ook kan hij op beide dagen de informatiebeurs bezoeken waarop Vlaamse en Nederlandse (educatieve) uitgevers en vakverenigingen hun publicaties voorstellen. Zo is er de NDN-posterpresentatie.

Op de website http://www.hsn.ugent.be/ vindt u in het horizontaal menu:
het programma, de abstracts van de presentaties, de wijze van elektronisch inschrijven, informatie over reizen en slapen, het adres en informatiecontacten. 

Naast de inhoud van de presentaties is er ook gelegenheid om vele bekende didactici en docenten weer te zien of kennis te maken en aan netwerking te doen.

Vlug inschrijven is nu wel aanbevolen.


Posterpresentatie HSN

Op suggestie van de Nederlandse Taalunie en binnen het perspectief van de netwerking van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) brengen Carl Brüsewitz en Ghislain Duchâteau tijdens de HSN-Conferentie in Tilburg van 13 en 14 november e.k. een posterpresentatie over de werking van ons Netwerk. Een aantal exemplaren van onze recente visietekst zullen ter beschikking worden gesteld van de belangstellenden.

Zaterdag 14 november 2015 -11.50 – 12.20 uur in de stand van de Nederlandse Taalunie.


 
Omhoog ^


Het taalleerconcept van Ad Bok


 

Conferentie

Op uitnodiging van pedagogisch begeleider Peter Vandamme en in samenspraak met lector Nederlands Marianne Vonck gaf dr. Ad Bok op 19 oktober 2015 een conferentie op de Campus Waes van de Hogeschool Odisee in Sint-Niklaas. Aanwezig waren leraren Nederlands van middelbare scholen, studenten van mevrouw Vonck. Waren ook uitgenodigd An De Moor, taalbeleidcoördinator van Odisee en ikzelf.

Ad Bok is de initiatiefnemer en hoofdontwikkelaar van TiO, Taalonderwijs in Ontwikkeling, behorend tot het Bureau van Educatieve Ontwerpen in Rosmalen. Twee heel bijzondere leerprogramma’s heeft hij ontwikkeld. Enerzijds TiO-Schrijven, een methode online schrijfvaardigheid die in Nederland in korte tijd tot een flink succes is uitgegroeid (meer dan honderd scholen werken ermee). Anderzijds TiO-Spel’t, een online spellingprogramma gebaseerd op meervoudige leerstrategieën en ook uitdrukkelijk gefocust op bestendig (duurzaam!) leereffect.  

Tijdens de conferentie concentreerde hij zijn uiteenzetting op het TiO-schrijfprogramma. Hij liet twee leraren uit Nederland, die met zijn schrijfprogramma op school werken, hun praktijkbevindingen met het programma meedelen. In het eerste deel van zijn presentatie schetste hij de achtergronden van Tio met daarbij de klemtoon op zijn taalleerconcept. In het tweede deel besprak hij het schrijfprogramma zelf in woord en in beeld.

Uit zijn ondersteunende tekst lichten we enkele representatieve passages die voor de lezers-lerarenopleiders en onderwijskundigen relevant kunnen zijn.

In zijn rationale stelt hij o.m.

-  Leren schrijven is lastig te didactiseren, doordat schrijven geen afgebakende, op zichzelf staande entiteit is, maar een versmelting van taalkennis, taalbeheersing, woordenschat en het vermogen om te reflecteren, logisch te redeneren en structureren, kritisch-onderzoekend te oordelen, creatief op te lossen, te relativeren, in perspectief te plaatsen, de consistentie te bewaken etc., etc. Voorwaar geen sinecure.

-In het gedrang van de inadequate doelen (van het vroegere schrijfonderwijs) is een andere, uitermate belangwekkende functie van schrijven in de knel gekomen: het conceptualiseren van nieuwe gedachten, inzichten en oplossingen tijdens het schrijven. Menige schrijver heeft ervaren hoe het verwoorden van een probleem bijdraagt aan de verheldering en oplossing ervan.

Zijn taalleerconcept

Het centrale leerconcept achter TiO is gegrondvest in het proefschrift van Ad Bok, Taalonderwijs in Ontwikkeling (TiO), 1998. Kort verwoord:

1. Wie intensief interageert (productief en reflectief) in een rijke taalomgeving, ontkomt niet aan veelzijdige taalontwikkeling.

2. Het taalleervermogen van het menselijke brein beschikt over een regelgenererende kracht, die uit een veelheid van exempels van een taalregel, automatisch de regel zélf destilleert.

Kleuters die duizend maal hebben gehoord dat een opeenvolgende reeks bijvoeglijke naamwoorden zich schikt op volgorde van concreetheid, zeggen spontaan een mooie, ronde, leren bal, in plaats van een leren, ronde, mooie bal. Ze hebben de regel geleerd, zonder die te kennen.

Kinderen die thuis opgroeien in een rijk taalmilieu, komen met een grote taalvoorsprong op school. Nederlandse pubers die regelmatig op een Franse camping vertoeven, verbazen hun ouders in het Frans. Ongeschoolde voetballers staan in korte tijd de Spaanse of Italiaanse pers te woord. Het leerproces is universeel, impliciet, onweerstaanbaar en niet-schools tot stand gekomen.

Dit taalleerconcept is de basis voor de uitwerking van het schrijfvaardigheidheidsprogramma van TiO.

Het programma wordt gepersonaliseerd toegepast op de computer onder sterke begeleiding van de leraar.

In hoofdzaak is het toegesneden op de schrijfvaardigheidsontwikkeling van leerlingen van de middelbare scholen in Vlaanderen of scholen voor voortgezet onderwijs in Nederland.

Het curriculum vitae van TiO

Als TiO solliciteerde naar een vacature op een school, zouden in het meegeleverde CV onder andere de volgende punten staan:
- Voor mij (TiO) is schrijfvaardigheid geen eiland, maar een exponent van een veel bredere cognitieve ontwikkeling, waaronder óók competenties op het gebied van reflectie, onderzoek, creativiteit, logisch redeneren en het ontwikkelen van een constructief-kritische houding. Die componenten zijn aanwijsbaar in mij opgenomen.
- Ik beschouw beter leren schrijven als een zeer complex leerproces, dat jaren van intensieve training vereist. Wie nog steeds inzet op kortlopende bijspijkercursussen, heeft niet goed waargenomen hoe weinig leereffect die korte inspanningen de afgelopen decennia hebben gegenereerd. Mijn leerlingen schrijven drie jaar lang ongeveer 35 teksten per jaar; ze leren door en tijdens het schrijven.
- Professionele schrijfvaardigheid is een essentieel onderdeel van de gehele ontwikkeling van jonge mensen en verdient als zodanig credits van alle vakgenoten. Als de school mij slechts beschouwt als een incidentele, digitale gadget, zullen leerlingen die laconieke houding spoedig overnemen.
- Dr. Theo Pullens toonde in zijn dissertatie ‘Bij wijze van schrijven’ (2012) aan, dat het leereffect van mijn werk significant beter en bestendiger is dan van vergelijkbare methodieken.

We ontleenden dit gedachtegoed aan de ondersteunende tekst t.b.v. de hierboven genoemde conferentie Beter leren schrijven met TiO. –

G.D.

Informatie:
web: www.tioschrijven.nl -   e-mail: adbok@bveo.nl  



Een nieuwe totaalmethode Nederlands: PLOT26


 

“Ik draag als auteur bij aan  Plot26.

In de leergang Plot26 werken leerlingen actief aan het verbeteren van hun taalvaardigheden. De lessen zijn spannend en uitdagend. En... de leerling is zo veel mogelijk zelf in actie. Op dit moment is Plot26 in leerjaar 1 van het VO begonnen op 20 scholen.
Plot26 is (wordt) voor alle leerjaren, is een complete leergang. Leerlingen worden m.b.v. Plot26 betere taalgebruikers en worden ook volledig voorbereid op het maken van een goed examen.”

Bert de Vos

Nog meer over de nieuwe totaalmethode Nederlands –
ontworpen voor de lessen Nederlands VO in Nederland.

 NDN-website p. Actuele berichten:
http://www.netdidned.be/actua.html#PLOT26




POËZIEWEEK 2016

 

Kijk even hoe kleurrijk en overtuigend de poëzieweek wordt aangekondigd.
Zij loopt van 28 januari tot 3 februari volgend jaar. Vergeet ook niet op enkele van de vierkantjes te klikken om te zien wat er allemaal achter verborgen staat. Het wordt wel een heel gebeuren voor de liefhebbers.

http://poezieweek.com/


 


Floris ende Blancefloer, voluit opnieuw beschikbaar voor de les

 

 

Jozef Janssens, Adrie de Kraker, Jan Uyttendaele en Veerle Uyttersprot, Floris ende Blancefloer. Liefde in het graafschap Vlaanderen van de dertiende eeuw. Uitgeverij Davidsfonds,  Leuven, 2015. ISBN: 978-90-5908-679-1. Prijs: € 49,99.


Deze boekpublicatie omvat drie delen met de zoektocht in het Midden-Oosten naar de plaats van handeling, het landschap en het bestuur van Diederik van Assenede, die het verhaal in het Middelnederlands verdichtte en een deel met lesvoorbereidingen en een verantwoording waarom Floris ende Blancefloer zowel in het middelbaar als in het hoger onderwijs volstrekt legitiem kan worden behandeld.

Ine Kiekens besluit haar recensie in deze bewoordingen:
“De uiteenzettingen door Jan Uyttendaele en Veerle Uyttersprot illustreren dan weer hoe goed Floris ende Blancefloer en historische teksten in het algemeen in het onderwijs (zouden) kunnen functioneren. Het is dan ook te hopen dat hun pleidooi niet in dovemansoren valt en dat hun lesvoorbereidingen daadwerkelijk in de praktijk zullen worden gebruikt.”


Ruime informatie leest u op de pagina Publicaties van onze website
.

 


Vivat Academia – speciale editie over het Nederlands

 

Vivat academia, digitaal magazine over het Nederlands met twee bijdragen van drie NDN-bestuursleden en een toemaatje van illustrator Ides Callebaut, dat speciaal voor deze editie van onze nieuwsbrief werd gereserveerd.

Het magazine kreeg deze speciale uitgave n.a.v. de Week van het Nederlands, georganiseerd door de Nederlandse Taalunie van 10 tot 17 oktober 2015. Het bevat vijftien documenten over onze taal met bijdragen over de taal in het algemeen en met ook bijdragen over het onderwijs in onze taal. Juist daarover schreven bestuursleden Jan Lecock en Nora Bogaert een stuk rond taalonderwijs in de middelbare school. NDN-voorzitter José Vandekerckhove deed dat over het spellingonderwijs. Maar in het perspectief van de doelgroepen van het NDN moeten we zeker de substantiële bijdrage van An De Moor in het licht stellen, die het heeft over het taalbeleid in hogescholen en universiteiten. En Ides Callebaut, voegt er zijn eigen visie aan toe en pleit voor coherentie in het taalonderwijs dat gericht zou moeten zijn op reële levenssituaties.

We nemen hier de inleiding tot de artikels over en dan kunt u doorklikken naar de volledige tekst. Het artikel van Ides Callebaut nemen we hier in extenso op.


Taal om te leren ... leven
Doelbewust en doelgericht onderwijs in de vakken Nederlands en Project Algemene Vakken (PAV) - Nora Bogaert en Jan Lecocq

 

http://www.vvacademici.org/Edities/Editie5/NoraBogaert28-9-15.jpg

Nora Bogaert was jarenlang verbonden aan het Centrum Taal en Onderwijs van de KU Leuven. Zij heeft als onderzoeker en taaldidactica talloze publicaties op haar actief, als zelfstandige auteur of in samenwerking met anderen.
In dat verband vermelden we zeker het ’Handboek taalbeleid secundair onderwijs’ dat ze samen met Kris Van den Branden publiceerde in 2011 (Uitg. Acco). Zij is bestuurslid van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN). Zij redigeerde de recente
visietekst van het NDN.

 

 

http://www.vvacademici.org/Edities/Editie5/JanLecocq28-9-15.jpg

Jan Lecocq is pedagogisch begeleider SO van het GO, lid van de Werkgroep Nederlands van het Centrum Nascholing Onderwijs (CNO) UA en bestuurslid van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN)

De vakken Nederlands en Project Algemene Vakken (PAV) zijn een belangrijke hefboom voor het realiseren van gelijke onderwijskansen voor alle leerlingen, ongeacht hun socio-economische status en ter bevordering van hun kansen op de arbeidsmarkt en in de samenleving. De essentie van het vak Nederlands is niet zozeer dat de leerlingen dingen weten over het Nederlands, maar wel en in de allereerste plaats dat zij het Nederlands efficiënt kunnen gebruiken om voor hen relevante doelen te realiseren in voor hen relevante communicatieve situaties, op school en (nu en later) in de samenleving.


http://www.vvacademici.org/Edities/Editie5/Afblerenleven29-9-15.jpg


Om ervoor te zorgen dat deze vakken effectief bijdragen tot de realisatie van gelijke kansen voor alle leerlingen hebben de leerkrachten nood aan een diepgaand inzicht in de betekenis van elk doel dat moet worden bereikt (wat een doel inhoudt en met welke doelen het samenhangt) én vooral ook in de relevantie ervan (waarom het doel belangrijk is met het oog op gelijkheid van kansen). Daarnaast zouden leerkrachten meer ondersteund moeten worden in de vertaling van doelen in motiverende leeractiviteiten die naar die doelen leiden en hun samenhang weerspiegelen.

Ik herinner mij nog erg goed mijn verbazing toen ik het las. Heel wat leerlingen uit de derde graad hebben het moeilijk om de bedoelingen van een tekst correct in te schatten, zo bleek uit de peiling Nederlands van mei 2010. Ik neem de brochure er nog eens bij en zet hieronder op een rij welke conclusies mij het meest troffen:

  • Bij reclameteksten en opiniestukken denken veel leerlingen nog te weinig na over het tekstdoel en de tekstsoort. Er is nog te weinig sprake van een kritische basishouding bij deze activerende en persuasieve teksten. Een te groot deel van de leerlingen doorziet de bedoeling van de auteurs van deze teksten niet (p. 54).
  • Nog te veel leerlingen beschouwen een wervende tekst als een zuiver informatieve tekst (p. 55).
  • Voor een aantal leerlingen is het moeilijk om bij ontspannende programma’s op radio en televisie een onderscheid te maken tussen amusement en informatie. Een te grote groep gaat ervan uit dat radio- en televisieprogramma’s een (louter) informatief doel hebben (p. 55).
  • Anderzijds blijken de meeste leerlingen er wel goed in te slagen om informatie letterlijk uit een tekst te halen.
  • Deze resultaten worden bevestigd door de conclusies die werden geformuleerd bij de peiling functionele taalvaardigheid en functionele informatieverwerving en -verwerking in Project Algemene Vakken: leerlingen hebben het erg moeilijk om uit gelezen of beluisterde informatie de essentie te halen en de bruikbaarheid en betrouwbaarheid ervan in te schatten.

Dat is bijzonder pijnlijk, want uit deze vaststellingen blijkt dat beide vakken te kort schieten in de realisatie van hun basisdoelen en zo onvoldoende beantwoorden aan de verwachtingen die de maatschappij stelt om de leerlingen kritisch en creatief te laten participeren aan het maatschappelijk leven en een essentiële bijdrage te leveren aan de realisatie van gelijke onderwijskansen en van de kansen tot sociale emancipatie van leerlingen met lagere socio-economische status.

Lees het hele artikel


Spelling en onderwijs
- José Vandekerckhove

 

http://www.vvacademici.org/Edities/Editie5/JoseVdkerckhovemetCoverRechts28-9-15.jpg

José Vandekerckhove is licentiaat Germaanse Filologie, docent aan de KULeuven. Hij was pedagogisch begeleider voor het schoolvak Nederlands. Hij schreef diverse leerboeken Nederlands en is voorzitter van het Netwerk Didactiek Nederlands (NDN). Net verscheen zijn laatste taalboek 'Rechts is waar de duim links staat - 33 tinten taal' (Uitg. Pelckmans). Zie verder.


Leraren in de eerste graad secundair onderwijs:
‘Leerlingen leren niet meer spellen in het basisonderwijs.’
Leraren in de tweede graad secundair onderwijs:
‘Leerlingen leren niet meer spellen in de eerste graad.’
Leraren in de derde graad secundair onderwijs:
‘Leerlingen leren niet meer spellen in de tweede graad.’
Docenten in het hoger onderwijs:
‘Leerlingen leren niet meer spellen in het secundair onderwijs.’


En zo schuiven leraren en docenten de zwartepiet naar elkaar toe in de volle overtuiging dat leerlingen slechte spellers zijn, dat zij als leraar of docent alles doen wat in hun macht ligt om dit euvel te verhelpen, maar dat de voorkennis van de leerlingen of studenten eens ze bij hen op cursus komen gewoonweg niet voldoet. En daar kunnen zij behalve remediëren niets aan doen. Wat gebeurd is, is gebeurd. Als men in een eerdere onderwijsfase zijn gat verbrandt, moet men in een volgende op de blaren zitten.

En er is meer! Met de regelmaat van een klok verschijnen in kranten en tijdschriften artikels over het achteruitgaan (het verval?) van de spellingvaardigheden bij jonge mensen. Deze perceptie is bovendien veel minder recent dan we plegen te denken. In 1646 al schreef PC Hooft in een brief aan zijn zoon Aernout: ‘Ghy doolt dikwijls in ’t spellen van uw Neederduytsch. Let op het mijne; en volght ‘t.’

Er is dus blijkbaar in een tijdspanne van 369 jaar heel weinig veranderd. Ik vermoed in alle bescheidenheid dat er in de ‘Leydse  Courant’  van toen ook geregeld steen en been geklaagd werd over het bedroevende spellingniveau van jonge mensen in pofbroek en pofmouwen.


In zijn beknopt artikel gaat de auteur nog op twee vragen in:
  • Voldoet de didactiek van het spellingonderwijs?
  • Hoe groot is het belang van spelling bij effectieve en efficiënte communicatie?

http://www.vvacademici.org/Edities/Editie5/AfbLansJose29-9-15.jpg

Lees de hele tekst


Taal telt. Ook in het hoger onderwijs! - An De Moor

 

http://www.vvacademici.org/Edities/Editie5/AnDeMoor28-9-15.jpg

An De Moor is Master in de Taal en Letteren en talenbeleidcoördinator van alle professionele en academische opleidingen in Odisee (voormalig HUB-KAHO) en KULeuven, campus Aalst, Gent, Sint-Niklaas en Brussel. Zij maakt deel uit van de ‘Werkgroep Nederlands in het hoger onderwijs’ van de Raad voor Nederlandse Taal en Letteren NTU en werkte mee aan het adviesrapport ‘Vaart met taal. Taalbeleid in het hoger onderwijs’. Zij begon haar loopbaan als onderzoeker onderwijsvernieuwing en docente Bedrijfscommunicatie in HUB-KAHO. Zij heeft ook ervaring als raadgever communicatie en buitenlands beleid op een ministerieel kabinet. In een vroeger leven was zij onder meer lerares Nederlands-Engels. Zij leidde de stuurgroep voor de organisatie van het Congres "Samenwerken in het Nederlands schept kansen" van 10 oktober 2015 in het Vlaams Parlement.


In dit actueel en ruim gestoffeerd en geïllustreerd artikel behandelt de auteur de prangende thematiek van taalbeleid en taalondersteuning in het hoger onderwijs.

Zij heeft het achtereenvolgens over de recente steun voor het taalbeleid in het hoger onderwijs van de Nederlandse en Vlaamse onderwijsministers, het significant verband tussen taalbeleid en studiesucces, professionalisering als oplossing, van een taalbeleid naar een talenbeleid in Odisee en de lange weg die nog af te leggen is ... vanaf het secundair onderwijs.


Hier volgt de aanhef van haar artikel.



“De Vlaamse onderwijsraad heeft voor het beroek Ergotherapie een beroesprofiel opgestelt waarbij beide taken aan bod komen.”


“Indien het een publieke persoon betreft kan stellen dat men een afbeelding gebruikt omwille van het algemeen belang (om te informeren).Ze geven als het ware een stilzwijgende toestemming.”

Dit zijn twee letterlijk geciteerde fragmenten uit respectievelijk een bachelor- en een masterproef. Hoe ga je hiermee om als lector en als hogeronderwijsinstelling? Het is een vraag waar een grote groep actoren in alle hogeronderwijsinstellingen in Vlaanderen en Nederland vandaag mee worstelt.


Aandacht voor taal is allerminst ouderwets


Vanaf de jaren zestig verwaterde de aandacht voor taal. Overheid, bedrijven en onderwijsinstellingen in Vlaanderen én Nederland investeren er intussen gelukkig weer in want ‘alles is taal’. De meeste mensen vinden spelfouten heel irritant en nemen de maker ervan minder serieus. Ook al ben je deskundig, het staat niet professioneel. Spel- en taalfouten kunnen nog steeds het verschil maken tussen wel of niet een opdracht krijgen of uitgenodigd worden voor een sollicitatiegesprek. Taal is bovendien een cruciale factor bij alle studies. Als advocaat moet je een goed pleidooi kunnen houden en als apotheker moeten de recepten helder opgeschreven zijn. Uit een onderzoek van dr. Jeroen Lievens blijkt bijvoorbeeld dat ook ingenieurs een zeer groot deel  van hun werkuren aan actieve communicatie moeten besteden, ...

Verschillende onderzoeken verwijzen naar vooral schrijfproblemen bij studenten: een tekst degelijk opbouwen, blijkt moeilijk voor een stijgend aantal onder hen. Daarnaast signaleren docenten knelpunten over stijl, register en woordgebruik naast problemen met spelling en grammatica.

Hogeronderwijsinstellingen zijn dringend op zoek naar oplossingen, niet evident in deze budgettair zware tijden. Het verklaart meteen het succes van het ‘Nederlands/Vlaams Platform Taalbeleid Hoger Onderwijs’ en het ‘Vlaams Forum Taalbeleid en Taalondersteuning’.


Lees het hele artikel
(in pdf-formaat)

http://www.vvacademici.org/Edities/Editie5/AfbTransfer29-9-15.jpg




Ook in het taalonderwijs kan men dus taal als een communicatiemiddel zien


Ides Callebaut

We kennen allemaal de gewoonte van oudere, gepensioneerde mensen zoals ik om in de jongste evolutie van hun domein vooral verloedering te zien. Maar toen ik niet lang geleden van mijn vroegere collega Ghislain Duchâteau de vraag kreeg om voor het digitaal e-zine VVA Vivat Academia enkele cartoons te maken bij artikels over taalonderwijs, las ik ze alle drie met intense vreugde. Het taalonderwijs leek in de goede richting te evolueren in plaats van te verloederen.

Al in de titel van het artikel van Nora Bogaert en Jan Lecocq vond ik wat voor mij altijd de essentie van goed taalonderwijs was, maar wat ik zelden in de praktijk zag: Taal om te leren … leven. Heerlijk! Bogaert en Lecocq stellen dat “een leeractiviteit best vertrekt vanuit een uit het leven gegrepen en voor de leerlingen herkenbare situatie”. Logisch natuurlijk. Ze menen dan ook dat zo’n leeractiviteit “krachtig” is.

Ook dat lijkt me evident. Maar ze stellen vast “hoe sterk luisteren, lezen en kijken in de klas afwijkt van dezelfde activiteiten in het werkelijke leven”. Volgens Bogaert en Lecocq is dat te verklaren door de gefragmenteerde kijk op de doelen. Ook in de laatste eindtermen en leerplannen is men er inderdaad niet in geslaagd dat te vermijden. Daardoor “zien leerkrachten de verbanden niet tussen de doelen die in de werkelijkheid samen horen”. Ik heb het vroeger ook altijd zo ervaren. Vandaar dat ik al zo lang de volgende tekening gebruik:
2003 Grabbelton VVKBaO 2
Ik denk dat we het schoolvak Nederlands van dat gebrek kunnen verlossen door taal te behandelen zoals ze is, als een communicatiemiddel, en niet als iets wat op zichzelf bestaat en wat nog in verschillende aparte onderdelen bekeken wordt. Onze voorouders hebben taal immers ongetwijfeld ontwikkeld om beter te leven, om allerlei situaties beter te kunnen aanpakken en beheersen. Ze dachten daarbij zeker niet aan iets wat lijkt op taalactiviteiten in het schoolvak Nederlands.

Maar wat denken Vlamingen die lang naar school geweest zijn en dus veel Nederlands gehad hebben? Dat het Nederlands iets is wat beschermd moet worden tegen onzuiverheden, fouten, afwijkingen, vreemde invloeden. Sommigen gebruiken het zelfs graag als een discriminatiemiddel tegenover anderstaligen. (Al gaan ze daarin gelukkig niet zo ver als onze voorouders met hun ‘Scilt ende Vrient’). Ondertussen lijken ze te vergeten dat Nederlands een fantastisch communicatiemiddel is dat verschillende variaties en registers kent en dat, net als alle talen, evolueert en beperkt is, want in het grootste deel van de wereld verstaat niemand het.

Taal goed gebruiken kun je niet leren door luisteren, spreken, lezen en schrijven als aparte vaardigheden zonder een complexe context te zien. In het echte leven, buiten de Nederlandse lessen dus, luistert, spreekt, leest of schrijft iedereen altijd in een complexe situatie om die situatie goed aan te pakken en te beheersen. “Taal leren om te leren … leven” zou dus de norm van goed taalonderwijs moeten zijn, zoals Bogaert en Lecocq dat zo mooi zeggen. Ze maakten me heel blij.

Het tweede artikel dat ik moest illustreren was van An De Moor en het had als titel Taal telt. Ook in het hoger onderwijs!

Taal is volgens haar “een cruciale factor bij alle studies”. Niet alleen advocaten of apothekers moeten immers goed kunnen communiceren, maar “ook ingenieurs moeten een zeer groot deel van hun werkuren aan actieve communicatie besteden”. An De Moor ziet taal dus ook als een heel belangrijk communicatiemiddel dat ons helpt om allerlei situaties goed aan te pakken en te beheersen. Dat gold natuurlijk nog meer voor de studenten in de lerarenopleiding aan wie ik les gaf. An De Moor stelt dat studenten in het hoger onderwijs taal ook moeten “beheersen om beter te studeren en effectiever te schrijven, spreken, luisteren en lezen in functie van hun latere beroep”. Ook dat lijkt me evident.

Haar artikel besluit ze met de stelling dat er “nog een lange weg te gaan is vanaf het secundair onderwijs”. Daar ben ik het ook volledig mee eens. Maar de weg die ze voorstelt en die volgens haar “door alle actoren daarbij aangegeven wordt”, is dat “het secundair onderwijs opnieuw meer aandacht zou besteden aan schrijfvaardigheid en grammaticaal onderwijs”. Het is me niet duidelijk wat ze daarmee bedoelt, maar als alle actoren het daarover eens zijn, vrees ik dat het niet gaat om allerlei situaties met hun taal te leren aanpakken en beheersen, maar vooral om minder taal- en spelfouten te leren maken en om een betere kennis van de schoolgrammatica. En dan zijn we weer even ver als voordien. Maar ik ga ervan uit dat An De Moor dat niet bedoelt.

Ik mocht ook een tekening maken bij een artikel van José Vandekerckhove, Spelling en onderwijs. Ik ben altijd bang als iemand erg bezorgd is over de spelling. Maar Vandekerckhove is bezorgd om een zinvolle spellingdidactiek. Dat maakte me alweer blij. Ik las dan ook met plezier dat “spelling voor leerlingen voornamelijk functioneel is als een onderdeel van schrijfvaardigheid. Wie teksten schrijft, heeft meestal de bedoeling te communiceren”. Dat denk ik ook. Net als ik beklaagt Vandekerckhove “leerlingen en studenten die een leraar of docent hebben met een rodebalpenverslaving” en ook hij heeft vaak gezien hoe die rodebalpenverslaafden “een tekst die meer dan voldoende duidelijk, gepast, aantrekkelijk en inhoudelijk correct was, als onvoldoende quoteerden omdat er een vijftal dt-fouten in stonden”. Zijn artikel eindigt met: “Voor wie taal als een communicatiemiddel beschouwt, is taal namelijk veel meer dan spelling. En dat lijkt velen, zowel mensen binnen het vak als in de buitenwereld, te gemakkelijk (of te bereidwillig) te vergeten.” Ook daar ben ik het helemaal mee eens.

Kortom, meer onderwijsmensen, op zijn minst de auteurs van die drie artikels, lijken het nu belangrijk te vinden dat leerlingen en studenten taal leren gebruiken om allerlei situaties aan te pakken en te beheersen. Leuk voor iemand die wel van zijn rust geniet, maar toch nog bekommerd is om leerlingen en studenten die het vak Nederlands krijgen. Het traditionele schoolvak Nederlands past in de autoritaire samenleving van vroeger en bij een fragmenterend denken. Maar willen we nu geen emancipatorische samenleving waarin we op een hoffelijke manier met elkaar communiceren en weten we niet dat we problemen beter oplossen door ze in heel de context te bekijken?

______________________________

Ook de andere artikels verdienen een aandachtige lectuur.
Klik daarom door naar het volledige magazine

Vivat Academia editie 5 van oktober 2015



Colloquium Hyperdiverse Neerlandistiek – een terugblik
Internationale Vereniging Neerlandistiek (IVN)

Website: http://www.ivnnl.com/colloquium

Leiden 17-22 augustus 2015 -


 

Opzet 19e IVN colloquium, augustus 2015: Hyperdiverse neerlandistiek

In de afgelopen decennia is de internationale neerlandistiek uitgegroeid tot een dynamische, veelzijdige gemeenschap onderzoekers, docenten en vertalers. Het driejaarlijks colloquium neerlandicum is voor de leden dé gelegenheid om resultaten, ideeën, ervaringen en 'best practices' uit te wisselen. Daarnaast biedt het colloquium bij uitstek de mogelijkheid om het netwerk van de internationale neerlandistiek te verstevigen en uit te breiden. In 2015 waren wederom met zo'n 300 docenten en onderzoekers bij elkaar. Dit keer ontmoetten ze elkaar van 17 t/m 21 augustus 2015 in Leiden, waar ze gastvrij onthaald werden door de Universiteit Leiden.

Het thema van het colloquium was Hyperdiverse neerlandistiek. We wilden op dit colloquium onderzoeken, bediscussiëren en in kaart brengen wat ons samenbindt en wat ons onderscheidt in de aanpassingen die we op specifieke locaties maken in ons onderzoek, in ons onderwijs en in onze vertaalpraktijk. Het begrip ‘hyperdiversiteit’ voegt aan deze verkenning een dimensie toe: met dit begrip wordt uitgedrukt dat vele talen en culturen niet alleen naast elkaar, maar ook door en met elkaar bestaan.
In een hyperdiverse constellatie is het begrip ‘norm’ relatief. Het wijst op het ontstaan van steeds nieuwe vormen die zich op verschillende manieren tot elkaar en tot de geschiedenis van de Nederlandse taal en cultuur verhouden. Die dimensie speelt in de internationale maar ook nationale contexten een rol.

Op het colloquium wilden we recente en historische veranderingen in de culturele en talige samenstelling van de Nederlandse en Vlaamse samenlevingen ter discussie stellen. Er ontstaat in Nederland en Vlaanderen de laatste decennia een situatie waar men in bijvoorbeeld Suriname al veel langer vertrouwd mee is: de Nederlandse taal en cultuur bestaan in een meertalige en meer culturele context. Tot welke verschuivingen en onderlinge verhoudingen leidt dat? En wat is het effect van deze verscheidenheid en fluïditeit op de neerlandistiek in nationale en vooral internationale context?

In ruim 40 landen buiten Vlaanderen en Nederland wordt nu Nederlandse taal en cultuur onderwezen aan zo'n 15.000 studenten. Vanuit al die andere werelden kwamen wij van 17 tot en met 21 augustus 2015 in Leiden bij elkaar om bruggen te slaan vanuit de eigen wereld op basis van ons onderwijs en onderzoek in literatuur, taal en cultuur. De ideeën, de dialoog, de discussie en het debat dat in deze veelheid ontstaat, maakt de internationale neerlandistiek tot een dynamisch en spannend hyperdivers gebied
.
De lezingen, themabijeenkomsten en posters van het Negentiende Colloquium Neerlandicum vielen in de aandachtsgebieden: taalkunde, taalbeheersing, letterkunde, vreemde taalverwerving, cultuur, didactiek, interculturele communicatie en vertalen. Alle niet-plenaire programmaonderdelen vonden parallel aan elkaar in thematische stromen plaats. Gedurende het colloquium werd ook nagedacht en van gedachten gewisseld over de toekomst van de IVN en de internationale neerlandistiek.

Een aantal van de presentaties wordt later gepubliceerd in het tijdschrift van de IVN ‘Internationale Neerlandistiek” (IN).

De organisatie van het colloquium werd mede mogelijk gemaakt door aanzienlijke financiële steun van de Nederlandse Taalunie. 

Ons Erfdeel stelt in het vooruitzicht ook van dit colloquium een verslag toegankelijk te maken voor geïnteresseerden.

Jan Renkema, colloquiumvoorzitter,
uittredend voorzitter IVN
De programmabrochure - 85 pagina's

Terugblik

Zelf blik ik terug op het colloquium met herinnering aan de bijgewoonde sessies met daarbij wat foto’s. Los van de vergaderingen en de extramurale activiteiten heb ik van dinsdag 18 tot vrijdag 21 augustus in totaal 24 sessies meegemaakt.

Elke deelnemer kon een keuze maken uit de vijf stromen: taalkunde (groen), letterkunde (blauw), cultuur (oranje), didactiek (paars), vertalen (rood).

Om een beeld te geven som ik de achtereenvolgende presentaties op, die ik uitgekozen had.
Ze staan netjes geboekstaafd in de keurige conferentiebrochure, die elke aanwezige kreeg.

Om dat beeld nog te verlevendigen staan er een aantal foto's van wie de lezing gaf tussen de opsomming van de presentaties.

Op de pagina Actuele berichten van de NDN-website vindt u de volledige documentaire.

Omhoog ^

Zestiende Taalkunde Olympiade Leiden -
inschrijving geopend



 

Op zaterdag 6 februari 2016 vindt voor de zestiende keer de Taalkunde Olympiade plaats.

De Taalkunde Olympiade wordt georganiseerd door de Universiteit Leiden. Deze olympiade is bedoeld voor leerlingen uit 4, 5 en 6 vwo die geïnteresseerd zijn in taal én logica. De kandidaten krijgen opgaven over de meest uiteenlopende oude en moderne talen en schriftsoorten. Kennis van de taal is niet nodig; als een leerling het leuk vindt om met talen bezig te zijn en hij houdt ook van wiskunde, dan zien de organisatoren zijn inschrijving graag tegemoet. Hij/zij maakt kans op mooie prijzen en de vier beste deelnemers mogen meedoen met de Internationale Taalkunde Olympiade.

De opgaven worden gemaakt door taalwetenschappers en docenten van allerlei andere taal- en cultuurstudies in samenwerking met hun studenten. De vragen kunnen dus gaan over alle denkbare talen en schriften. Als een belangstellende leerling niet bang is voor spijkerschrift, oud-Duits of modern Hebreeuws en hij het een uitdaging vindt om de wiskunde achter een taal te ontdekken, dan mag hij/zij de Taalkunde Olympiade niet missen!

Aanmelden

Kandidaten kunnen zich tot en met 9 december 2015 via het digitale aanmeldingsformulier inschrijven. Er is sprake van een voorronde, iedereen die zich heeft ingeschreven ontvangt op 10 of 11 december de opgaven hiervoor, het antwoordformulier moet voor 14 december worden terug gemaild. Na de kerstvakantie hoort de kandidaat of hij/zij inderdaad mee mag doen met de olympiade op 6 februari.

Voor meer informatie en vragen kunt u contact opnemen met de organisatie van de Taalkunde Olympiade.

Inschrijven


Reflectie en discussie over het toekomstig onderwijs in Nederland – ook voor het vak Nederlands

 

In Vlaanderen worden binnen het onderwijsbeleid allerlei aspecten van de onderwijsproblematiek aan de orde gesteld: schoolgebouwen, loopbaanpact, herziening eindtermen en nog wel meer. Buiten de discussie over de eindtermen in het lager en middelbaar onderwijs gaat het evenwel niet over de algemene toekomstige ontwikkeling van inhouden en vakinhouden zelf in het onderwijs van de nabije toekomst. Dat is ook zo voor ons eigen schoolvak Nederlands. Het beleid houdt er zich grotendeels afzijdig van.

In Nederland is er wél voor het basisonderwijs en het voortgezet sinds 2014 en nu vooral in de maand oktober 2015 voluit een gedachtewisseling en een discussie daarover tot ontwikkeling gekomen. Het is goed dat wij ook in Vlaanderen daar kennis van nemen. Speciaal lerarenopleiders kunnen er hun visies en hun horizonten mogelijk door verruimen. Res tua agitur.

Twee documenten vragen in dat verband onze intensieve aandacht:

1. Platform Onderwijs 2032 geeft zijn in Hoofdlijn Advies: een Voorstel

2. Het vak Nederlands in het (voortgezet) onderwijs van 2032
Reactie op het voorstel van het Platform Onderwijs 2032, gevolgd door de visie van het sectiebestuur Nederlands van de Vereniging van Leraren in de Levende Talen

Bij 1

‘Op dit moment ligt de nadruk in het onderwijs op kennisoverdracht en worden voornamelijk cognitieve prestaties gewaardeerd. In de toekomst blijft kennisoverdracht belangrijk, maar zal die meer in balans moeten worden gebracht met de twee andere hoofddoelen van het onderwijs: persoonlijke ontwikkeling en voorbereiding op deelname aan de maatschappij. Het Platform heeft de uitdrukkelijke opdracht gekregen zich over de balans tussen de drie hoofddoelen uit te spreken.’

‘Het Platform stelt onderwijs voor waarin leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs:
• werken aan hun persoonlijke ontwikkeling,
• een vaste kern van basiskennis en -vaardigheden leren,
• die kennis en vaardigheden verdiepen of verbreden op basis van eigen mogelijkheden en interesses,
• vakoverstijgend leren, denken en werken.’

‘Na die (heel brede) consultatieronde werkt het Platform zijn advies verder uit. Het beoogde eindresultaat is een doordachte en gedragen visie op een toekomstgerichte en inspirerende inhoud van het primair en het voortgezet onderwijs, die het Platform eind dit jaar aan de staatssecretaris zal aanbieden.’.

Bij 2

Conclusie

Het sectiebestuur Nederlands van Levende Talen is continu in gesprek – in levenden lijve en via social media – met andere betrokkenen die nadenken over de toekomst van het schoolvak Nederlands en de inrichting van de examens, het Schoolexamen (SE) en het Centraal Examen
(CSE). Juist in een maatschappij die steeds pluriformer wordt en waarin polarisatie het debat beheerst, is het van essentieel belang dat leerlingen een toereikende taalbeheersing ontwikkelen en oog krijgen voor de rol die taal speelt in communicatie, politiek én kunst. Daarvoor zijn goed gekwalificeerde docenten nodig die voldoende tijd hebben voor de voorbereiding van hun lessen en het begeleiden van leerlingen in hun talige ontwikkeling en culturele vorming.

Paula Bosch - Voorzitter van het Sectiebestuur Nederlands van de Vereniging van leraren in de Levende Talen 28-10-2015.’

Het is uitermate boeiend om na te lezen hoe het SBN van Levende Talen op basis van het Advies Platform Onderwijs 2032 via de behandeling van de verschillende onderdelen Nederlands tot die conclusie komt.

 


Een luchtige recensie bij een luchtig taalboek van … onze NDN-voorzitter José Vandekerckhove

‘Als vliegen achter vliegen vliegen’ daarbij Taaltint 27 als voorbeeld.

Astrid Houthuys – 22 oktober 2015


 

Op onze webpagina Actuele berichten stelden wij het al voor ‘Rechts is waar de duim links staat – 33 tinten taal’. Nu gaan we er dieper op in via de recensie van journaliste Astrid Houthuys en de volledige opname van één van de drieëndertig tinten taal (met de uitdrukkelijke toestemming van de auteur en de uitgever).

Vakdidacticus José Vandekerckhove heeft een caleidoscopisch boekje uit over taal. Hij schreef het voor u en mij, en u beleeft er wellicht evenveel plezier aan als een konijn aan een emmer wortels.
http://s4.standaardcdn.be/Assets/Images_Upload/2015/10/21/78bf72fc-7803-11e5-a9c8-2845f64c18c6_original_tablet.jpg?maxheight=416&maxwidth=568&format=jpg
Wist u dat het voor een Nederlander helemaal niet zo makkelijk is om uit de boeken van Jeroen Meus te koken? ‘Een vermakelijk boek’, zo verwees De Volkskrant naar Meus’ Dagelijkse kost-reeks, maar ‘zo goed als onbruikbaar in Nederland.’ Want al vinden Nederlanders woorden als zwarte pens of scampi best amusant, in de eigen keuken gebruiken ze liever bloedworst en gamba.
En wist u waarom we uitweiden met ei en niet met ij schrijven? Dat zit zo: wie lang geleden zijn koeien en paarden ging uytweyden, die bracht ze van de wei waar ze gewoonlijk graasden, naar een andere wei, waar nog vers gras stond. In de zeventiende eeuw volgde de betekenisuitbreiding ‘breedvoerig vertellen’. Ons uitweiden heeft dus niets te zien met ‘wijder maken’.
En wist u dat ladyshave en hometrainer, nochtans opgebouwd uit Engelse woorden, geen Engelse leenwoorden zijn, maar dat wij Nederlandstaligen ze zelf hebben uitgevonden? Net zoals out of the box, dat in het Engels outside the box is?

33 tinten taal

Als u zulke weetjes wel lust, dan is Rechts is waar de duim links staat. 33 tinten taal van José Vandekerckhove, vakdidacticus Nederlands aan de KU Leuven, een boekje naar uw bek. Verwacht geen baanbrekend wetenschappelijk werk, wel een verzameling van 33 puntige stukjes (‘taaltinten’) die je alle hoeken van de taal laten zien. Van spelling, rijm en uitspraakverschillen over taalvariatie, ambtenarees en Afrikaans tot valse vrienden en de liefde van Nederlandstaligen voor verkleinwoorden: Vandekerckhove heeft zijn onderwerpen breed gekozen. Net als zijn publiek: ‘Dit boek is voor de behanger, de charmezanger, de slager en zijn zwager, kortom iedereen van De Panne tot Heerenveen.’
‘Taalkundige faction’, zo noemt Vandekerckhove zijn boek, en dat is het ook: elk stukje heeft iets columnachtigs, maar zit telkens vol interessante of leuke of geheimzinnige taalkundige weetjes. Vandekerckhove schrijft bovendien zo toegankelijk, dat hij soms een volledig onderzoeksveld heeft samengevat, voor je dat goed en wel beseft. Prettig is ook dat de lezer na elke ‘taaltint’ een didactisch round-upje én een lijstje met gerelateerde taalkundige begrippen krijgt, zoals na het stuk over uitweiden: ‘etymologie’, ‘volksetymologie’.
Even duizelen is het wel als je het – door Lectrr geïllustreerde – boekje wilt beginnen bij de inhoudstafel: daar heeft de vormgever alle tinten van de regenboog op losgelaten. Kleuren die je doorheen het hele boekje achtervolgen, maar die verder geen betekenis blijken te hebben – je had kunnen verwachten dat groen bijvoorbeeld voor ‘grammatica’ stond enzovoort.
Hoe dan ook verdient Rechts is waar de duim links staat een plekje in elke zelfhulpkit. Brengt het lot u plots op een romantisch diner met een taalliefheb(st)er, trekt u zich dan even terug op het toilet, samen met het boekje. De klik die u nadien maakt met uw gesprekspartner, is waarschijnlijk te horen tot in Vladivostok.
En doe ons daarna een plezier. Laat u ons weten of u indruk maakte met deze alliteratie? ‘Als vliegen achter vliegen vliegen, vliegen vliegen vliegen achterna.’ Bedankt!

José Vandekerckhove, ‘Rechts is waar de duim links staat’ is uit bij Pelckmans.

Geschikt voor de klas – een voorbeeld

Tint 27: combinatie van fonologie, taalvariatie en historische taalkunde en als dusdanig van taalgebruik en taalsysteem. (José Vandekerckhove)

SLIMME PLEINEN – over uitspraakverschillen

‘Ik kom graag in Utrecht. Weliswaar word ik er elke keer bijna van mijn sokkel gefietst door studenten die blijkbaar geen studietijd wensen te verliezen, maar dat kan voor mij de charme van de grachten niet aantasten. Ook de Utrechtenaar vind ik best te pruimen … alhoewel. Vele jaren geleden kwam ik voor het eerst in Utrecht. Ik moest op het Domplein zijn voor een vergadering. Ik had geen stadsplannetje en vroeg aan een vriendelijk uitziende man – ik was er vrijwel zeker van dat hij een ‘local’ was – de weg naar het DOMplein. Ik legde de klemtoon op ‘Dom’. De man keek me aan en zei: ‘In Utrecht hebben we geen domme pleinen. Hier zijn alleen slimme pleinen.’ Vervolgens beschreef hij hoe ik bij het DomPLEIN kwam.

Deze confrontatie drukte me nog maar eens met mijn neus op de feiten. Vlaanderen en Nederland kunnen heel erg verschillen in de manier waarop ze op elkaar gelijken. Het verschil in klemtoon bij sommige woorden is een van die rariteiten (bijvoorbeeld dynamo, tabak in Vlaanderen en dynamo, tabak in Nederland). En er zijn er nog een pak andere uitspraakverschillen. Heb je stramme spieren, dan ga je in Nederland naar een fysiotherapeut en in Vlaanderen naar een kinesitherapeut. Het gaat me hier niet om fysio- of kinesi-, wel om ‘therapeut’. In Vlaanderen zeg je ‘therapeut, zoals je het schrijft, met de ‘eu’ van ‘deur’. In Nederland hoor je ‘therapuit’, of eigenlijk zelfs dat nog niet. Het klinkt eerder als ‘tere puit’ (wat we in Vlaanderen dan weer een ‘kwetsbare kikker’ noemen). En bij je eerste afspraak daar heb je het adres misschien op een ‘pepiertje’ genoteerd. Vlamingen vinden die verdoffing van de ‘a’ heel merkwaardig, terwijl ze eigenlijk heel normaal is. Het in Nederland en Vlaanderen wereldbekende zogezegd alleroudste Nederlandse zinnetje ‘Hebban olla vogala nestas bigunnan, hinase hic enda thu’, toont aan dat de verdoffingstendens helemaal niet nieuw is. Alle vogels hebben hun nesten begonnen …’. De heldere ‘a’ in een niet-beklemtoonde lettergreep (bijvoorbeeld bij ‘nestas’ ligt de klemtoon op de eerste lettergreep: NEStas) veranderde in een ‘sjwa’ of doffe ‘e’ (zoals in het woordje ‘de’).

Weer iets anders gebeurt er bij de volgende zin: ‘Geef deze rozen aan de vriend van je zus’. Daar is zodanig veel aan de hand dat de oren van een Vlaming er soms van gaan tuiten. De zin klinkt in het Nederlands-Nederlands ongeveer zo:: ‘Gggeejf deejze wroowze aan de friend fan je sus’. We gaan er even bij zitten, want dit hoeft ‘eejnige fewklaring’. Er is in het Nederlands-Nederlands iets aan de hand met een aantal klinkers. Sommige eenklanken (bijvoorbeeld ee, oo) zijn er zowat tweeklanken geworden. Ze klinken ‘Engelser’ (geefj, tweej, zeej/ roows, doows, groowt). Maar ook dat ligt in de lijn van de verwachtingen als je het over taalevolutie hebt. Hetzelfde is vroeger al eens gebeurd in het Nederlands (ook in het Engels en het Duits trouwens). Een aantal Middelnederlandse eenklanken evolueerde tot hedendaagse tweeklanken.

De proloog van het middeleeuwse riddertoneel
Lanseloet van Denemerken eindigt als volgt:
Nu biddic u allen, arme ende rike,
Dat ghi wilt swighen over al,
Ende merct, hoet beghinnen sal.


De proloogzegger vraagt het lawaaierige publiek, arm en rijk dooreen, stil te zijn want het toneelstuk zal beginnen.
Ons interesseert hier ‘rike, ghi en swighen’. Er zijn nog steeds dialecten, onder andere mijn eigen dialect, het West-Vlaams, waarin je nog altijd ‘rike, gi en zwigen’ zegt in plaats van ‘rijk, gij en zwijgen’. Met klinkers is er in Nederland momenteel trouwens nog veel meer aan de hand. In het zogenoemde Poldernederlands wordt ‘beet’ als ‘beit’, ‘tijd’ als ‘taaid’, ‘leuk’ als ‘luik’ en ‘koud’ als ‘kaaud’ uitgesproken; een evolutie waar Vlaanderen totaal buiten staat.

Op het medeklinkerfront is het evenmin stil. ‘Vriend’ en ‘zus’ klinken in Nederland meer en meer als ‘friend’ en ‘sus’. Ook die evolutie is weer normaler dan ze op het eerste gezicht lijkt. Vergelijk eens met de corresponderende woorden in het Duits en Engels: Freund en friend/Schwester en sister.

De uitspraak van de ‘r’ is een ander fenomeen. Naast de tongpunt –r en de huig –r is in Nederland de Gooise  -r zeer sterk opgekomen.

Net zoals je meteen het verschil detecteert tussen het Engels van een Amerikaan en een Engelsman, hoor je in een fractie van een seconde of je met een Nederlander of een Vlaming te maken hebt. Je hoort het aan de woordenschat, maar in eerste instantie hoor je het aan de uitspraak, inclusief zinsintonatie en ritmiek.

Een en ander heeft tot gevolg dat we op tv, ondertussen eigenlijk bijna standaard, ondertiteling nodig hebben om elkaar te begrijpen. Ik hoorde onlangs nog een radioreportage uit jaren vijftig van de vorige eeuw. Daar traden de meeste van die verschijnselen niet op. Ik heb de indruk dat ‘uitspraak 2.0’ zich in een versneld tempo doorzet, maar dan alleen in het Nederlands-Nederlands en niet in het Belgisch-Nederlands. Ik houd hier geen rekening met de zogenaamde tussentaal in Vlaanderen. De VRT-uitspraak van de standaardtaal wordt in Vlaanderen als ‘de norm’ of liever ‘het voorbeeld’ beschouwd en daar hoor je nog altijd ‘vriend en zus met een ‘v’ en een ‘z’. Misschien kun je stellen dat Vlaanderen conservatiever, behoudsgezinder is en dat in Nederland dingen gebeuren die als je ze in een taalhistorisch perspectief plaatst onvermijdelijk zijn.

TINT PLUS

Een levende taal evolueert o.a. op het gebied van woordenschat, spelling, spraakkunst en uitspraak. Nederlands-Nederlands en Belgisch-Nederlands divergeren de laatste decennia sterk wat uitspraak betreft. Opvallend in het Nederlands-Nederlands zijn o.a.: verdoffing, diftongering en het stemloos maken van bepaalde stemhebbende medeklinkers.




BEGRIPPEN

  • diftongering
  • Poldernederlands
  • verdoffing

Lees ook TINT 20, 31.



Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse taal

Vijftiende, herziene editie


         
 

De nieuwe dikke Van Dale is er ... met plaatjes

in de boekenrubriek van Knack.be

Hoe Van Dale gemaakt werd:

* Redactie
* Vormgeving 2'05"
* Promotiefilmpje 5'52"

-Een kritische lezersbrief

28 oktober 2015

Van Dale valt tegen

Ik had alle recensies gelezen over de nieuwe Van Dale, en de dithyrambische lof was niet van de lucht. Wat was ons weer een nieuw lexicografisch wonder ten deel gevallen! Ik kon amper wachten op mijn 80ste verjaardag, vorige zaterdag, omdat ik vermoedde dat ik de Dikke cadeau zou krijgen.

En jawel, ik was ontzettend blij toen ik hem kreeg van mijn vrouw, zoals ik ook blij was met de iPad die ik als groepscadeau van mijn kinderen en aanhang heb gekregen. Wat blijkt? De nieuwe VD blijkt het woord ‘iPad’ niet te kennen. In de jongste VD-vertaalwoordenboeken (N-F en F-N, 2012) die ik bij die gelegenheid ook heb gekregen, komt het woord ook niet voor, maar ‘iPod’ wel, wat de Dikke dan weer niet kent.

De nieuwe witte VD staat nu naast de vorige grijze, die ik bij mijn 70ste cadeau had gekregen. Van de rug af gezien oogt de oude een stuk beter. Bij de nieuwe is een graficus zich tomeloos te buiten gegaan. De naam ‘groot – woordenboek’ ‘van – de’ ‘Nederlandse – taal’ staat in een klein lettertype verspreid over de drie ruggen. De drie delen zijn verdeeld over a-h, i-q en r-z, maar als je een ervan uit het rek wil nemen, moet je al heel dichtbij komen, want die vermeldingen staan nog kleiner aangegeven.

Bij de vorige editie staat alles duidelijk zichtbaar op elk rugdeel vermeld. Daar was toen ook een ‘Grote Spellinggids’ aan toegevoegd. Ik lees nu dat ik voor de spelling van nieuwe woorden apart een Groen boekje zal moeten kopen. Heb ik geen zin in.

Waar zijn de inkepingen per letter gebleven? Of mag het de lezer niet te gemakkelijk worden gemaakt? Ook de argumentatie dat leeslinten in een woordenboek geen functie zouden hebben, houdt geen steek. Als een lemma verwijst naar een ander woord, was het wel zo handig om dankzij het leeslint het eerste lemma niet los te laten voor je er de verwijzing op na zocht.

Het komt mij nu, na amper een paar dagen gebruik, niet toe inhoudelijk een oordeel te vormen over de nieuwe VD, maar qua presentatie is hij een miskleun. Waarom heb ik dat nergens gelezen?


K.A.

- Van Dale geknuffeld

‘Ik ga voortaan meer woordknuffelen, niet ten koste van, maar wel naast fysiek knuffelen. Ik heb de nieuwe Van Dale gekocht.  Ik heb hem geknuffeld. Hij ziet er zo liefelijk uit. Wit is altijd schoon. Ik zal er gegarandeerd plezier aan beleven.’

José Vandekerckhove op zijn blog Stinken of Blinken


Omhoog ^


Het nieuwe gedrukte Groene Boekje

 

 

In het kort

- De officiële spellinggids van het Nederlands
- Voor iedereen die correct moet schrijven
- Verplichte richtlijn voor overheid en onderwijs
- Bevat spellingregels en -adviezen
- Ongeveer 134.000 woordvormen, waarvan circa 52.000 ingangen
- Actueel: met ca. 10.000 nieuwe woorden
- Relevant: vaak opgezochte twijfelwoorden
- Veel aanvullende informatie bij woorden
- Mooi vanbuiten, overzichtelijk vanbinnen

Spelling onveranderd
De spelling zelf verandert niet. De regels blijven onveranderd en ook aan bestaande woorden wordt niet gesleuteld. Gebruikers kunnen de Nederlandse woorden blijven schrijven zoals ze gewend zijn.

***

Als gezegd en geschreven wordt dat het nieuwe Groene Boekje dunner is dan de vorige editie, kopt dat niet. Zelf heb ik ze op elkaar gelegd en dan is duidelijk te zien dat het nieuwe dikker is dan het oude. Met de centimeter gemeten blijkt onomstotelijk dat het nieuwe net één centimeter dikker is.

Er staan niet minder woorden in, maar het zou toch dunner zijn. Hoe komt het nu, dat het één centimeter dikker is?

Het Boekje derde editie 2015 is niet uitgegeven door Sdu Uitgevers en Lannoo, maar door van Dale Uitgevers en dat scheelt wat. Dat betekent dat het een groenachtige kaft heeft waarvan het groen doet denken aan de kleur van de schilden van de kevers van Jan Fabre. De vorige editie had een driekleurig groene omslag. Als je het nieuwe Boekje, dat naast zijn naam in lichter groen in wit ‘Woordenlijst Nederlandse Taal' en ook in het wit 'van Dale' en 'taal: unie' op het voorplat heeft, even doorbladert, zie je meteen dat het ook een heel andere lay-out heeft meegekregen. Naast het bladwit en het zwart van de letters heeft het Boekje op elke bladzijde ook weer iets van het groen als om zijn naam toch bestendig waar te maken: hier een lijntje, daar een indelingswoord in het groen of een pijltje en zeker op elk blad een duimblokje, een aanwijzende hoofdletter wit op groen in alfabetische volgorde zoals dat hoort. En ook de grote indeling in twee wordt gemarkeerd met een groot groen tussenblad waarop in witte blokletters vooraan INHOUDSOPGAVE met de LEIDRAAD wat kleiner maar in groene letters, een tweede groen tussenblad op bladzijde 13 met in het wit enkel LEIDRAAD nu wat groter en na 142 bladzijden een derde groen tussenblad met WOORDENLIJST. Drie is hier in feite twee. Op bladzijde 145 begint de lijst zelf met een relatief grote groene asterisk.

Het Groene Boekje – Woordenlijst Nederlandse Taal is samengesteld op basis van de Woordenlijst Nederlands Taal online (woordenlijst.org) in opdracht van de Nederlandse Taalunie door de Commissie Spelling met vier beslagen taalkundigen twee uit Nederland en twee Vlaanderen in samenwerking met het Instituut voor Nederlandse Lexicologie. De Leidraad werd geschreven door Ludo Permentier. Dat alles staat te lezen vooraan in het Boekje op de titelpagina.

De Leidraad bevat naast een inleiding met redactionele opmerkingen, de inrichting van de woordenlijst met niet minder dan achttien kleine hoofdstukjes of onderdelen waarin overzichtelijk telkens de regels rond de struikelblokken van de woordspelling aan de orde worden gesteld.

De grote brok van het Boekje is natuurlijk de Woordenlijst zelf. De lemmata zijn duidelijk vetjes gedrukt. De lettergrepen binnen elk woord zijn keurig door puntjes gescheiden.  Bij de substantieven staat weer in kleine groene letter of het de- of het-woorden zijn. Achter elk substantief staat zoals voorheen voor het genus of het mannelijk (m) of vrouwelijk (v) is en de meervoudsvorm staat er ook voluit achter. Bij de werkwoorden staan de hoofdvormen telkens keurig op een rijtje na het trefwoord zelf. Bij afgekorte woorden zoals bhv wordt in cursief het volledige woord toegevoegd bhv (bedrijfshulpverlening). De raadpleegbaarheid en het gebruiksgemak is duidelijk beter dan in de vorige uitgave, doordat de woorden groter zijn gedrukt. Ik houd de tweede editie van Het Groene Boekje bij de hand, maar zeker in negen op de tien gevallen zal ik de nieuwe editie gebruiken.

Het voorlaatste woord staat in de tweede kolom op bladzijde 1152 en is zzp (zorgzwaartepakket) met zijn meervoud zzp's. Het laatste woord is het substantief zzp'er [zzp.er] (m), zzp'ers [zzp.ers] volgens Van Dale
in NL zelfstandige zonder personeel.

En dan verrassend weer een groen tussenblad met daarop LIJSTEN TAALADVIEZEN INDEX als een soort appendix. Vooral de lijstjes kunnen zowel voor de raapleging van een gewone gebruiker als voor het onderwijs heel nuttig zijn. Er is de Lijst van woorden zonder tussen-n, de Lijst van woorden met een dubbel meervoud, de Lijst van uitdrukkingen met een oude naamvalsvorm, de Lijst van woorden die zijn afgeleid van eigennamen en de Lijst van vaktermen.  

En zo komen we in totaal tot 1207 bladzijden de witte schutbladen niet meegerekend.  
Nu is het wel duidelijk, geïnteresseerde lezer, dat deze derde editie van Het Groene Boekje, één centimeter dikker is dan zijn voorganger. Laat mij maar het nieuwe gedrukte Groene Boekje.

Ghislain Duchâteau

***

Relevante websites

- Leidraad in het Groene Boekje
- Woordenlijst.org - officiële spelling
- Leren.nl - Wat is het Groene Boekje?
- Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL)


Omhoog ^


Interview Ingrid Glorie met Antjie Krog over “Medewete”


Deze tekst is verschenen in Maandblad Zuid-Afrika, jrg. 92 (2015), nr. 5 (mei), pag. 115-117” en we publiceren hem met de uitdrukkelijk instemming van de interviewster.


 

Dichteres Antjie Krog:

‘Laat je meevoeren naar een plek die je niet begrijpt’

Acht jaar na Verweerskrif (2006) is Antjie Krog terug met een lijvige nieuwe dichtbundel, Mede-wete. Dat het zo lang geduurd heeft, heeft deels met het ouder worden te maken, zegt ze, en daarnaast was ze met andere projecten bezig. Maar ze had ook tijd nodig om zichzelf opnieuw uit te vinden, in een nieuwe taal. Krogs dichtersloopbaan omspant inmiddels 45 jaar. Maar Mede-weten is opnieuw een ijzersterke bundel, die bewijst dat Krog nog niets aan lef en genadeloze eerlijkheid heeft ingeboet.

In januari was Antjie Krog even in Nederland voor de presentatie van de Nederlandse uitgave van Mede-wete: Mede-weten, een tweetalige bundel met aan de ene kant de oorspronkelijke Afrikaanse tekst en daarnaast de Nederlandse vertaling van de hand van Robert Dorsman, Jan van der Haar en Alfred Schaffer. Ik zag Antjie toen tijdens een openbaar interview met Stephan Sanders in De Nieuwe Liefde in Amsterdam, waar ze niet alleen indruk maakte met haar karakteristieke, gevoelvolle voordracht, maar ook met de integriteit en diepgang waarmee ze vragen beantwoordde. Ruim een maand later zag ik haar weer, tijdens het Woordfees in Stellenbosch, waar ze in een afgeladen Boektent drie kwartier lang voordroeg uit haar eigen werk. Ook hier hing het publiek aan haar lippen, en bij beide gelegenheden hield de staande ovatie uitzonderlijk lang aan.  Als ik Krog een paar dagen later ontmoet, beginnen we ons gesprek dan ook met een bespiegeling over de verhouding tussen het schrijverschap en haar publieke persona.

Hoe moeilijk is het om een publieke figuur  te zijn?

Als ik zou mogen kiezen, zou ik alleen maar willen voorlezen. Maar naarmate ik ouder word, denk ik steeds vaker dat ik dát ook niet meer wil. Misschien heeft mijn carrière als schrijver al te lang geduurd. Toen ik begon, had je geen boekpresentaties en interviews, maar alleen recensies. Dat is geleidelijk veranderd. De aandacht van uitgevers is verschoven naar het in de markt zetten van de schrijver. Een schrijver moet bemarkbaar zijn en beschikbaar zijn om zijn boek te helpen verkopen. De verantwoordelijkheid voor de verkoop rust nu op jóúw schouders. Ik zie dat jongere schrijvers, vooral in het buitenland, allemaal een Facebook-pagina hebben, en een agent, en een netwerk waarmee je voortdurend in contact moet blijven. Ik vind dat in vele opzichten een problematische ontwikkeling.

Omdat het niet meer over de tekst gaat, maar over jou als persoon?

Niet zozeer. Ik vind het leuk om gedichten voor te lezen. En ik ben ervan overtuigd dat we ons binnen een orale traditie bevinden. Het publiek kan ook geraakt worden door te luisteren naar gedichten. Waar ik een probleem mee heb, is dat er niet langer in de eerste plaats wordt gekeken of een boek goed is, maar of de schrijver bemarkbaar is. Wat betekent dat je jong moet zijn, dat je moet kunnen omgaan met nieuwe technologie, enzovoort. Opeens is ook het beeld ontstaan alsof een schrijver uit zou zijn op geld, roem en de liefde van vrouwen, terwijl we weten dat dat niet zo is. Ik ben geen celebrity, en toch word ik soms in die rol geduwd. Er is een verschil tussen een schrijver en een celebrity.

Wanneer je een openbaar interview geeft, lijk je veel van jezelf te geven. Wat je zegt, klinkt heel persoonlijk, intiem en ernstig. Maar in hoeverre is zo’n interview een performance?

Het woord ‘performance’ suggereert iets machinaals, alsof ik bepaalde antwoorden uit mijn hoofd zou hebben geleerd en die elke keer weer afdraai. En alsof ik zou dóén alsof ik openhartig ben, terwijl dat eigenlijk niet zo is. Als ik elke keer dezelfde performance zou geven, zou ik me al heel snel gaan vervelen. Ik kan niet doen alsof. Ik moet verbinding maken met iets diep van binnen. Op een gegeven moment is dat op; na drie of vier keer kun je die emotie niet meer terugvinden. Ik probeer voor zover dat mogelijk is, altijd zo eerlijk mogelijk antwoord te geven. Wat je het gevoel geeft dat je zo wilt antwoorden, is als je merkt dat iemand de moeite heeft genomen om je boek te lezen. De paniek slaat toe als je merkt dat de persoon tegenover je het boek niet gelezen heeft, of slechts een deel ervan. Als je merkt dat die persoon over alles in de wereld wil praten, van aids tot Afrika, behalve over jouw boek. Dat is om moedeloos van te worden. Gelukkig zijn Nederlandse journalisten meestal goed voorbereid.

Laten we het dan nu over je nieuwe dichtbundel hebben, Mede-wete (2014), je eerste bundel sinds Verweerskrif (2006). In eerdere interviews heb je gezegd dat het zo lang heeft geduurd omdat je het gevoel had dat je in herhaling begon te vallen en dat je eerst een nieuwe taal moest vinden...

Niet alleen vanwege dat gevaar dat ik mezelf zou gaan herhalen. In mijn academische werk heb ik me de laatste jaren veelvuldig beziggehouden met het begrip ‘interconnectedness’, onderlinge verbondenheid. Maar er is een verschil tussen wetenschappelijk taalgebruik en poëzie. Daarom moest ik op zoek naar een taal die interconnectedness poëtisch zou kunnen verwoorden, zonder in new age-jargon te vervallen. Interconnectedness is een begrip uit de Afrikaanse filosofie. Het betekent dat iedereen met elkaar verbonden is. En niet alleen met elkaar, maar ook met het universum. En dat alles iedereen raakt, of in ieder geval zou moeten raken. Je kunt je natuurlijk niet alles altijd maar aantrekken, maar ik vind dat we ons, zoals we nu leven, door te weinig dingen laten raken. We leiden allemaal aparte levens.

De titel Mede-wete heeft volgens mij twee betekenissen: het bewustzijn van elkaar (interconnectedness), en dan ook nog steeds het vraagstuk van medeplichtigheid en schuld, dat we kennen uit Country of My Skull (1998) en Kleur kom nooit alleen nie (2000).

Nee, als ik in één van de gedichten uit de bundel schrijf dat ‘apartwees’ doodverklaard moet worden, dan heb ik het niet over de apartheid, maar over het geweldige individualisme van de westerse samenleving. Dit nieuwe boek gaat niet over schuld, maar over het afscheid nemen van zekere aparte vormen van bestaan. De openingscyclus, ‘die werf’, gaat over het leven op een boerenerf. Het begint als een typisch product van de apartheid, maar geleidelijk merk je dat er op dat erf ook nog allerlei andere zaken spelen. Sterren, antilopes, water, bedienden, armoede... Het beeld van het boerenerf stelde me in staat om de veelsamigheid van het bestaan concreet te beschrijven. Daarnaast moest ik een taal vinden om die veelsamigheid in uit te drukken.

Vandaar dat we acht jaar hebben moeten wachten…

In de tussentijd heb ik natuurlijk wel het non-fictiewerk Begging To Be Black (2010)geschreven, het derde deel uit de trilogie die begon met Country of My Skull, plus een academische studie, Conditional Tense: Memory and Vocabulary after the South African Truth and Reconciliation Commission (2013), en een reeks academische artikelen over de rol van taal tijdens de zittingen van de Waarheidscommissie. Mijn wetenschappelijke werk heeft me geholpen om bepaalde thema’s te doorgronden. Maar het heeft even geduurd voor ik wist hoe ik ze in poëzie moest vertalen.
Daarnaast wilde ik afstand nemen van mijn eigen geluid, en van het thema ‘schuld’. Ik merkte ook dat al dat voorlezen een probleem ging vormen, omdat je voor het oor gaat schrijven. Als je dat doet, ben je sneller tevreden. Ik verander vaak iets aan het gedicht als ik het moet voorlezen, want een publiek dat luistert, heeft iets anders nodig dan een lezer die het boek voor zich heeft. Maar je moet de volgorde niet omdraaien en een gedicht op een bepaalde manier schrijven omdat het zo beter klinkt.

Tussen 2013 en 2014 woonde je een jaar in Berlijn, op uitnodiging van DAAD, de Deutscher Akademischer Austauschdienst. Daar heb je aan dit boek gewerkt. Hoe was het om van een afstand naar Zuid-Afrika te kijken?

Vóór ik ging, was ik me er sterk van bewust dat je in Zuid-Afrika eigenlijk niet meer zou moeten schrijven. Niet als je blank bent, en vooral niet als je oud bent, zoals ik. Er zijn te veel ruimtes die je niet begrijpt, er zijn te veel plaatsen waar je niets van afweet, er zijn te veel talen die je niet beheerst. Ook als je dicht bij je eigen ervaring blijft, ben je alleen maar bezig met het herformuleren van een deel van de werkelijkheid dat al tot zat wordens toe geformuleerd is, door jouzelf en anderen. Die gedachte ligt ten grondslag aan het gedicht ‘inventaris van my bankrotskap as digter’, en het is een gedachte waar ik nog steeds achter sta.
Maar het was alsof ik in Berlijn beter zicht kreeg op mijn eigen onmagtigheid, mijn eigen beperkte blik. Voor het eerst kon ik zien waar die onmagtigheid uit bestond, en ik realiseerde me dat het goed was om dat te verwoorden. Een belangrijk uitgangspunt voor Mede-wete is dat je allerlei dingen gewoon niet weet. Dat geldt met name voor de afdelingen ‘Bediende-praatjies’ [waarin de woorden van de ‘merrim’, een isiXhosa-monoloog van de bediende en een ruwe Afrikaanse vertaling onder elkaar worden afgedrukt, IG] en ‘vier pogings in linguistiese sinaps-opsporing’ [waarin het vormexperiment en het gebruik van neologismen ver worden doorgevoerd, IG]. Al driehonderd jaar zijn we bezig om een klein deel van de Zuid-Afrikaanse werkelijkheid te beschrijven, in het Afrikaans én in het Engels. Maar daarbuiten heb je allerlei andere ruimtes waar óók mensen leven, streven en liefhebben, en waar ik niets van afweet. Ik wil niet beweren dat alles al gezegd is, maar wel dat die ene ruimte inmiddels redelijk uitputtend aan de orde is geweest, en dat in een land waar zoveel nog ongezegd is, mensen die slechts dat ene stukje kunnen zien, er nu maar even het zwijgen toe moeten doen.

Je hebt in Berlijn ook een studie gemaakt van leven en werk van Paul Celan, een Duitstalige dichter die in zijn poëzie rekenschap probeerde te geven van de verschrikkingen van de Shoah. Die zoektocht naar een juiste manier van uitdrukken leidde tot steeds hermetischere poëzie, vol neologismen. Critici beweerden dat hij de Duitse taal eerst wilde afbreken om hem daarna weer van onderaf op te bouwen. Voel je je verwant aan Celan?

Wat ik probeer te doen, is de oude woorden afschrapen, afschuren en er lagen van afhakken, zodat er iets nieuws tevoorschijn komt. Een woord als ‘medemenslikheid’, bijvoorbeeld, heeft in het Afrikaans geen betekenis meer. In het Nederlands trouwens ook niet. De vraag is hoe je zo’n woord nieuw leven kunt inblazen, zodat het weer betekenis krijgt, binnen een samenleving.

Medemenselijkheid zoals op het boerenerf dat jij beschrijft, waar interconnectedness nog echt bestaat.

Ja, en zoals bij de Boesmans. Interconnectedness is overigens meer dan medemenselijkheid. Het betekent ook dat er een band bestaat van jou met die boom daar, bijvoorbeeld, en met de sterren, en tussen de sterren en het heelal. Volgens de Zuid-Afrikaanse filosoof Marthinus Versfeld gaat het op aarde niet alleen om survival of the fittest. Je hebt ook schoonheid nodig, nutteloze schoonheid. Juist die stelt ons in staat om bij te dragen aan een beter saambestaan.

Je hebt in Met woorde soos met kerse (2002) en Die sterre sê ‘tsau’ (2004) gedichten van de Boesmans vertaald.  In hoeverre heb je hun wereldbeschouwing geïnternaliseerd, en kán een westerling dat eigenlijk wel?

Begging to be Black is uit een vergelijkbare vraag ontstaan. Je merkt dat je niet alleen een heel mensenleven nodig hebt om je zo’n levensbeschouwing eigen te maken, maar dat er misschien zelfs meerdere generaties overheen moeten gaan, en dan nog zonder de afleiding dat je ook ánders kunt zijn.

Met bepaalde gedichten uit Mede-wete maak je het de lezer wel erg lastig.

Het idee hierachter is dat je moet toelaten dat je wordt meegenomen naar een plek die je niet begrijpt. Toen ik de cyclus ‘Bediendepraatjies’ in het boek wilde opnemen, realiseerde ik me dat ik niet zou weten hoe ik die gedichten moest voorlezen. Maar dat geeft niet, ik moet ook iets kunnen schrijven waarvan ik níet weet hoe ik het moet voorlezen. Met de laatste cyclus, ‘vier pogings in linguistiese sinaps-opsporing’ heb ik natuurlijk hetzelfde probleem. Ikzelf dobber rond wanneer ik een van die gedichten probeer voor te lezen. Neem een woord als ‘heelhei(l)dswordende’, waar verschillende grondwoorden in doorklinken. Ik heb maar één kans om het uit te spreken, dus ik moet kiezen. Zo experimenteel schrijven is een risico dat ik toen ik jonger was niet genomen zou hebben.

Maar nu kun je je dat permitteren.

Ja, ik ben oud. Het interesseert me niet meer wanneer een recensent denkt dat het laatste deel niet werkt, want voor mijzelf was dit een belangrijke doorbraak, een verlossing.

Je bent voortdurend op zoek naar het juiste woord, je formuleert op het scherpst van de snede. Stuiten al die botte commentaren op Zuid-Afrikaanse nieuwssites je niet tegen de borst?

Dat is wereldwijd een probleem. Als je die haastige, conservatieve reacties leest, vraag je je af waarom je nog moeite zou doen om een antwoord te formuleren, om naar taal te zoeken, en dan ook nog eens naar een taal die niet bestaat. Dat lijkt allemaal zo ouderwets. Maar ten eerste is na ‘nine-eleven’ de verkoop van poëziebundels geweldig gestegen, en het lijkt alsof mensen in bange tijden hun toevlucht nemen tot de poëzie, omdat ze het gevoel hebben dat poëzie een medium is dat je zou kunnen vertrouwen. Ten tweede heeft poëzie mij geleerd om te leven, om moeder te zijn (dankzij Elisabeth Eybers) en om te beminnen (Van Wyk Louw); en de dichters van vandaag leren mij over de natuur, en over armoede (Ronelda Kamfer en Nathan Trantraal). Dus ik heb een diep geloof dat poëzie je leven intensifieert en je in staat stelt om het korte tijdje dat je hier op aarde bent, met een veel groter bewustzijn en een veel grotere ontvankelijkheid te ondergaan. Daarom zal ik altijd blijven geloven dat een taalgroep en een samenleving hun dichters moeten lezen en koesteren.

De poëzie als plaats waar dingen onderzocht of bewaard kunnen worden?
Als een plaats waar je huid afgestroopt kan worden. Poëzie ruk jou vel af, en dat is belangrijk.

***

Antjie Krog, Mede-wete. Kaapstad: Human & Rousseau, 2014. 124 p., R200.
Antjie Krog, Medeweten. Vertaald door Robert Dorsman, Jan van der Haar en Alfred Schaffer. Amsterdam: Podium, 2015. 258 p., € 25,-.

In september 2012 werd Ingrid Glorie aangesteld als hoofdredacteur van Maandblad Zuid-Afrika
(
www.maandbladzuidafrika.nl) . In 2014 nam zij het initiatief tot het organiseren van de Week van de Afrikaanse roman. Zij verbleef enkele jaren in Zuid-Afrika, spreekt vlot Afrikaans en schrijft enthousiast over de literatuur en cultuur van dat land.

 

Omhoog ^


Literaire non-fictie – Jan Brokken

 

In de Standaard Letteren van vrijdag 30 oktober 2015 publiceert Pascal Verbeken een interviewartikel onder de titel ‘Rusland verandert nooit – Jan Brokken over Dostojevski en onze gevaarlijke tijden’. In de lead karakteriseert hij Jan Brokken als de godfather van de Nederlandse literaire-non-fictie. In het interview gaat het over De Kozakkentuin, een nieuw boek van Jan Brokken en nog wat meer. In het boek zelf reconstrueert de auteur op meesterlijke wijze de cruciale vriendschap van Dostojevki met Baron Alexander von Wrangel, die zelf een groot bewonderaar werd van de Russische klassieke auteur.

Substantieel voor Dostojevski  is het volgende.

“De grote thema’s van Dostojevski zitten ook prominent in De Kozakkentuin. Boete, loutering en straf.” Schrijft Verbeken. En Brokken:

‘Dostojevski was gefascineerd door geweld en de drijfveren van moordenaars. Daarover discussieerde hij vaak met Alexander, die als officier van justitie in gevangenissen geregeld seriemoordenaars ontmoette. In hun gesprekken kondigt Misdaad en straf zich al aan, het meesterwerk waarin voor het eerst de psychologie van de misdadiger bestudeerd wordt. Geen criminoloog kon nog om Dostojevski heen na dit boek. Hij doorzag alles omdat hij het zelf had meegemaakt en ondergaan. In het strafkamp van Omsk zat hij als politiek gevangene tussen de zwaarste criminelen.’

‘Er loopt een rechte lijn van Dostojevski naar Reis naar het einde van de nacht van Louis Ferdinand Céline, naar Ulysses van James Joyce, naar De Kapellekensbaan van Louis-Paul Boon. Zij schreven niet over, maar vanuit hun personages. Hoe denken en voelen de mensen? Die grote stroom in de literatuur heeft Dostojevski in gang gezet.’

En daarmee zitten we op het spoor van de literaire non-fictieliteratuur. Inspiratie vond Brokken zelf in Gabriel Garcia Márquez. In het interview van Verbeken met Brokken lezen we in dat verband nog meer.

‘Ik had altijd gedacht dat Macondo een verzonnen naam was. Maar nee, Márquez was bij de feiten gebleven. Daar hou ik van. Ook in De Kozakkentuin is alles gebeurd zoals ik het opgeschreven heb. Het journalistieke werk van Márquez is wellicht mijn grootste inspiratiebron. Ook Dostojevski staat als schrijver dicht bij me. Hij doet als een journalist research voor zijn romans, en vermengt literatuur met documentaire, reisverhaal en persoonlijke geschriften.’

Jan Brokken geldt zelf als de spoortrekker van de literaire non-fictie, waarin onder anderen Frank Westerman, Annejet van der Zijl en Geert Mak hem volgden. Ondanks die klinkende namen en hun bestsellers blijft het genre een ondergeschoven kindje van zowel de journalistiek als de literatuur (P.Verbeken).

‘De literaire critici en prijzenjury’s richten zich erg op de traditionele roman zoals die al geschreven werd in de negentiende eeuw. Het lijkt hen volledig te ontgaan dat er sindsdien romans verschijnen die gebaseerd zijn op feiten of interviews, zoals bij Svetlana Aleksijevitsj. Het einde van de rode mens is in de documentaire literatuur het allerbeste wat ik ooit heb gelezen. Haar Nobelprijs is ook een mooie erkenning voor het genre. Voor mij belichaamt Aleksijevitsj het Rusland dat altijd weer briljante schrijvers, kunstenaars en wetenschappers voortbrengt. Ondanks alle destructieve, duistere krachten in de Russische samenleving. Of misschien wel juist dankzij. Niet iedereen loopt er te lanterfanten of wodka te zuipen.’ (Brokken)

Het hele interview kunt u hier erop nalezen.


De Kozakkentuin van Jan Brokken krijgt van DS Letteren vier sterren. Het is uitgegeven bij Atlas Contact,
telt 320 blz. en kost € 21,99 en als e-book € 14,99.

Omhoog ^

Amalgaam

dichtbundel in het Afrikaans en het Nederlands van Carina van der Walt en Willy Martin

 

 

Willy Martin & Carina van der Walt, Amalgaam. Utrecht: Uitgeverij IJzer 2015, 95 pp., ISBN 978-90-8684-117-2, pb., € 15,00.

www.uitgeverij-ijzer.nl

In Amalgaam worden twee talen, Afrikaans en Nederlands, in elkaar geschoven, versmolten, geamalgameerd als ging het om een scheikundig proces.

In Amalgaam worden de Afrikaanse en Nederlandse gedichten niet gescheiden per taal gepresenteerd. De gedichten staan samen en alfabetisch op titel gerangschikt als waren zij van een en dezelfde taal.

Alle gedichten in het Afrikaans (op één uitzondering na) zijn van Van der Walt, alle gedichten in het Nederlands van Martin.

Amalgamatie heeft voor de auteurs het voordeel dat zowel taalkundig als letterkundig grenzen kunnen worden afgetast en overschreden. De talen krijgen hun natuurlijke plaats in een vlechtwerk van verschuivende betekenissen. De nevenschikking van de talen zorgt ervoor dat latente krachten in beide talen helder in zicht komen. Niet alleen de verklarende kracht van woorden, maar ook de poëtische glans kan erdoor uitgelicht worden.

'Met die eerste oogopslag is die digbundel ’n verrassing. Hier word uit twee monde gepraat. Carina van der Walt en Willy Martin se eie stemme resoneer in ’n heg gekonstrueerde bundel. Die vernuftige visuele aanbod van elke afdeling laat die leser ’n tweegesprek vermoed. Nuuskieriges word uitgenooi om saam met die twee digters op reis te gaan. Op die reis word daar gedig, ver-taal en ontdek. Mense en plekke is kernmomente in die bundel. Ithaka is die tuiskoms van Griek en Jood. Daar is ook die uitsig in die treinreis op NIEMANDSLAND. Hierdie gedigte is padkos en soos soetvye op die tong. Onderstrominge in die bundel verskyn soms soos ligte rimpelings, ontroer en ontglip dan weer die aandag. Die twee digters soek soos hande na mekaar op die voetspoor van die Franse digter Yves Bonnefoy. Soms vind hulle mekaar rakelings. Die digters wissel nie net gedagtes nie, maar skep ook gedigte in andersmanstaal. Die Kaap is in die bundel weer Hollands! Selfs Griekwa en Fries kry plek in die reissak. Dit is ’n ryk geskakeerde bundel wat oor taalgrense heenreis.' – Cas Vos

Twee recensies:

Amalgaam van Afrikaans en Nederlands Lauran Toorians

Recensie gedichtenbundel Amalgaam Joris Vanhulle

Op zondag 13 september om 11 uur werd in de abdij Roosendael te Sint-Katelijne-Waver de Afrikaans-Nederlandse dichtbundel AMALGAAM gepresenteerd.

Op dinsdag 8 december vindt ook voor Nederland in het Vlaams Cultuurhuis De Brakke Grond (Amsterdam, Nes 43) om 19.30 uur de officiële voorstelling van de Afrikaans-Nederlandse dichtbundel AMALGAAM plaats.

Als illustratie bij wat de bundel o.m. biedt en in aansluiting bij de lexicografische geaardheid van auteur Willy Martin voegen we hier de beide “VOOR-Woorde / VOOR-woorden graag toe, links het gedichtje van Carina van der Walt en rechts dat van Willy Martin



as jy my uitvra


oor die lekkerste sêwoorde
in hierdie land van bier & kaas
dan sê ek jakobsladder judaspenning
monnikskap
blare vermolmd bome geknot
in donker wintersdae
uitslapen nestgevoel rijtjeshuisje
pepernoten speculaas pakjesavond
sinter Klaas

met nie lank daarna nie
ramen lappen
vloere boenen
krokusvakantie
& ‘n grijze golf
op pad na die suide toe








12


HET MOOISTE WOORD IN HET AFRIKAANS

zelf hield hij veel
van gramadoelas
en van kokerbome
van appelliefies
en van uiegras
van wag-‘n-bietjie
gaatjieslepel
skilpaddraffie
kuiergas
maar geen van deze
was te horen
toen ze hem vroegen
wat voor hem het mooiste was

als hij hen zachtjes
rooikop
mooiloop rooikop
zei
leek het opeens
alsof hij
tot een ander sprak


13


Omhoog ^


Henning Mankell, een auteur van wereldformaat,
ging heen

 

Henning Mankell was een van de grote Zweedse schrijvers van dit tijdperk, geliefd door Zweedse lezers en door lezers in de hele wereld. Zijn werk omvat veertig romans en vele toneelstukken. Meer dan 40 miljoen boeken van hem werden verkocht en zijn boeken werden in meer dan 40 talen vertaald. Solidariteit van wie in nood verkeerde was de leidraad in zijn hele werk en kwam tot uiting in alles wat hij deed tot het echte einde.

In 2001 stichtte hij samen met Dan Israel de uitgeverij Leopard Förlag waar zijn boeken werden gepubliceerd. Henning Mankell verdeelde zijn tijd tussen Zweden en Mozambique waar hij artistiek leider was van het Teatro Avenida in Maputo.

Alle boeken van Mankell die in het Nederlands werden vertaald, zijn uitgegeven bij De Geus.

In een document op de pagina Actuele berichten van de NDN-site brengen wij heel wat informatie over Henning Mankell bij elkaar.

 

Omhoog ^

De recente berichten op de Facebookblog van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik links op >
BERICHTEN AAN PAGINA

 
 


NDN-Facebookblog


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookblog van het NDN. Het gaat om 21 nieuwe berichten vanaf 27 september 2015. Het nieuwste bericht staat eerst, het oudste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Geef Netwerk Didactiek Nederlands of NDN in op het invulvak bovenaan. Open in de linker kolom dan
BERICHTEN AAN PAGINA.



- LEZING JAN STROOP IN LEIDEN OP ZONDAG 22 NOVEMBER 2015 TE 17.30 U 3-11-2015

Thema : taalverloedering die volgens de prof niet bestaat.
...
Lees meer

- SKRYWER VAN DIE WEEK: INGRID JONKER 29-10-2015

Een bijzondere pagina in LitNet van vandaag 29 oktober 2015 wordt gewijd aan Ingrid Jonker, de dichteres die uiteindelijk de zee inwandelde en die daarna een icoon is geworden in de literatuur in het Afrikaans van Zuid-Afrika.
“Wees jy die pad waarlangs ek weer...

Lees meer

- BOEKENBEURS ANTWERP EXPO 29-10-2015

zaterdag 31/10 tot woe 11/11
Goed gevoel
...

Lees meer

- DURF 27-10-2015

Dichter der Nederlanden Joke van Leeuwen heeft een gedicht voor de Week van het Nederlands gemaakt. Tijdens haar deelname aan het colloquium van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek in augustus in Leiden deed zij inspiratie op voor haar gedicht "Durf", een ode aan de studenten en docenten Nederlands als vreemde taal op vele plaatsen ter wereld.
Het gedicht is verschenen op een ansichtkaart, die docenten gratis kunnen bestellen bij het Algemeen-Nederlands verbond via info@anv.nl.

- GESPREKKEN OVER LOOPBAANPACT VAN LERAREN BEGONNEN 27-10-2015

Waarover gaat het bij voorrang?
- betere begeleiding en werkzekerheid van beginnende leerkrachten
- meer flexibiliteit en differentiatie in de loopbaan...

Lees meer

- DISCUSSIE OVER DE NIEUWE WERKWIJZE BIJ DE ONDERWIJSINSPECTIE IN NEDERLAND 27-10-2015

‘De inspectie is al een tijdje bezig de werkwijze te veranderen. Minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker van Onderwijs drongen daar in 2014 op aan, omdat ze scholen wilden aansporen te blijven streven naar verbetering, ook als ze de basis op orde hebben.’
De hoofdinspecteur en een onderwijskundige prof zijn het evenwel niet eens met de gang van zaken.
...
Lees meer

- 50.000 MENSEN LEREN NEDERLANDS 26-10-2015

Introduction to Dutch begint op 2 november en duurt drie weken
Sinds maart dit jaar wordt er op FutureLearn een gratis online cursus Nederlands aangeboden. Inmiddels hebben meer dan 50.000 mensen op deze manier kennisgemaakt met het Nederlands. Op 2 november wordt de cursus voor de derde keer aangeboden.
...
Lees meer

- ZO MAAK JE NOOIT MEER EEN DT-FOUT 26-10-2015

Het programma Generation M, van de Vlaamse radiozender MNM, heeft een website met tips voor jongeren. Allerlei prangende vragen krijgen er een antwoord. En zo komt het dat er eindelijk een belangrijk wereldprobleem opgelost wordt: 'Zo maak je nooit meer een dt-fout.' In één pagina wordt alles klinkklaar.
En dan maar toepassen bij het schrijven. Of er nooit meer een dt-fout op papier komt, hangt wel af van je attitude om de regels toe te pass...

Lees meer

- PRIJSUITREIKINGEN EN BESPREKING VAN DE LITERAIRE CANON IN DE KONINKLIJKE ACADEMIE VOOR NEDERLANDSE TAAL EN LETTERKUNDE OP WOENSDAG 21 OKTOBER 2015 – 22-10-2015

Niet alleen de prijsuitreikingen maakten er een mooie namiddag van. Ook de bijdragen van Frits van Oostrom en Laurens Ham over de literatuurcanon vanuit Vlaams perspectief droegen flink bij tot het welslagen voor de talrijke aanwezigen.

- INGRID JONKER WÊRELDWYD 15-10-2015

Hulde aan Ingrid Jonker, de legendarische jonge schrijfster uit Zuid-Afrika.
Johannesburg se eerste Afrikaanse kunstefees – die kykNET Foxwood Kunstefees – ontplof in Oktober met spesiale aanbiedings ter ere van Ingrid Jonker, wat vyftig jaar gelede in die Kaapse see verdrink het.
...

Lees meer

- GEERT JORIS VAN DE NEDERLANDSE TAALUNIE IS TEVREDEN MET DE WEEK VAN HET NEDERLANDS 15-10-2015

In het digitale Taaluniebericht van oktober spreekt hij dat duidelijk uit en nuanceert nog eens de ruimere betekenis van de eerste Week van het Nederlands. We verheugen ons met hem.
Zeker de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren aan Remco Campert kreeg een heel prettig programma met o.m. Kees van Kooten. Ook het taalcongres op zaterdag 10 oktober in het Vlaamse Parlement oogstte veel...
Lees meer

- WOORDEN LEER JE HET BEST IN EEN VERHAALTJE 13-10-2015

‘De slechtste manier om iemand woorden aan te leren, is hem een lijstje te geven van allerlei aan elkaar verwante dingen. Dat is alleen goed om een groep te ordenen in functie van intelligentie: hoe snel kun jij verwarrende informatie opslaan?’
Neem bijvoorbeeld de klassieke lijst met onregelmatige werkwoorden in het Engels. Of een lijst met kruiden: herderstasje, ridderspoor, zuring, weegbree… Zulke woorden proberen elkaar te verdri...

Lees meer


- FONS, NIEUW TIJDSCHRIFT DIDACTIEK NEDERLANDS BASIS- EN SECUNDAIR ONDERWIJS IN VLAANDEREN 12-10-2015

Binnenkort, in november, duikt in alle Vlaamse lerarenkamers voor het eerst Fons op, een nieuw tijdschrift voor onderwijs Nederlands.
De redacteurs zijn echter zo enthousiast over hun boreling dat ze hem nu al aan u willen voorstellen.

Lees meer

- NEDBOX – LEER JE NEDERLANDS ONLINE 9-10-2015

Om anderstaligen de taal te helpen ontwikkelen buiten de klas, lanceert de KU Leuven samen met een aantal partners een nieuw digitaal platform waar taalleerders altijd en overal naartoe kunnen surfen: http://www.nedbox.be/ . Via beeldfragmenten uit o.a. 'Thuis', 'Iedereen beroemd' en 'Het Journaal' kunnen ze op een leuke en praktische manier hun Nederlands oefenen.
Op 8 oktober 2015 presenteerde Radio 1 in het programma Hautekiet dit nieuwe ...

Lees meer

- WEST-VLAAMS VOOR DUMMIES: DIT MOET JE WETEN VOOR JE NAAR BEVERGEM KIJKT 9-10-2015

Een korte inleiding in het dialect van West-Vlaanderen

- LEVEND PORTRET VAN DE ZESENTACHTIGJARIGE BEKROONDE REMCO CAMPERT 9-10-2015

In 7’14” en in 3’15” brengt de NOS in NIeuwsuur en nog een programma een treffend levendig beeld van Remco Campert n.a.v. de uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren.
"Deze prijs is de kers op de taart van zijn oeuvre," vertelt Mirjam van Hengel, de kersverse biograaf van Remco Campert. "Hij heeft een heel eigen geluid, je herkent zijn gedichten meteen. Het knappe is, zowel de kwaliteit als de toegankel...

Lees meer

- GROTE PRIJS DER NEDERLANDSE LETTEREN 9-10-2015

8 oktober 2015
Remco Campert kreeg op het Paleis in Brussel de grote Prijs der Nederlandse Letteren 2015 toegekend....

Lees meer

- CHRIS YPERMAN, DICHTERES, ROMAN- EN TONEELAUTEUR OVERLEDEN 7-10-2015

Uit een interview van Willem Roggeman met haar in oktober 1987
De relatie man-vrouw is eigenlijk het hoofdthema in alles wat je geschreven hebt. Daarbij wordt dan de nadruk gelegd op de liefde als...
...
Lees meer

- NIEUWE SPELLINGSITE 7-10-2015

100.000 WOORDEN. De spelling van een woord opzoeken, de spellingregels doorploegen en het laatste spellingnieuws volgen: het kan vanaf vandaag op Spellingsite.nu, een onafhankelijke spellingsite die de juiste spelling van zo'n honderdduizend woorden bevat. De site is gemaakt door de Taaladviesdienst van het Genootschap Onze Taal in samenwerking met Prisma.

- HET ULTIEME INTERVIEW MET JOS VANDELOO (+ 5-10-2015)

‘Oude schrijvers gaan niet dood. Ze vervagen’ – zo begint het interview van Margot Vanderstraeten met Jos Vandeloo, die vandaag op maandagochtend 5 oktober 2015 is overleden.
De auteur verzorgde toen permanent zijn bedlegerige vrouw Lisette. Enkele maanden na het interview is ze gestorven. De schrijver werd intussen 90 jaar oud.
...

- GUST GILS VOLUIT OPNIEUW IN DE BELANGSTELLING 2-10-2015

Meer dan dertien jaar na zijn overlijden duikt de persoonlijkheid van Gust Gils opnieuw op door twee publicaties. Eén bevat nagelaten gedichten. De andere bevat essays over hem en een paar toespraken van hem.
Het is goed dat deze auteur deze late (h) erkenning te beurt valt.
...

- REFERENTIEKADER ONDERWIJSKWALITEIT - UITNODIGING MINISTER 27-9-2015

"Op 5 februari 2015 gaf Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits aan de onderwijsinspectie de opdracht een coördinerende rol op te nemen om een Referentiekader voor OnderwijsKwaliteit (ROK) uit te werken.
Het referentiekader moet klaar zijn tegen het einde van het schooljaar 2015-2016 en beoogt de kwaliteitsverwachtingen duidelijker te maken. Hierbij zal de kwaliteitszorg van de school een meer centrale rol krijgen ...

Lees meer


 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Wie nu stort is lid voor het hele jaar 2016.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be