Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
27-4, juli-augustus-september 2015
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




Redactioneel
Taal - Frans Timmermans
Visietekst NDN
Manifest voor het Nederlands in het hoger onderwijs
Waar het misloopt in de lerarenopleidingen
Visietekst leraar en lerarenopleiding 2025
Congres en Week van het Nederlands 10-17 oktober 2015
Recensie Praktijkboek Innoverend Hoger Onderwijs
Zelfstandig leren in de klaspraktijk Nederlands
Zilveren griffels kinderboeken 2015
• 'Op spel en sprong...' Ad Bok aan het woord
Basisvaardigheden academisch schrijven
Nagedachtenis Jos Pieters
Canon Nederlandse literatuur vanuit Vlaams perspectief
Programma IVN-Colloquium Leiden
Verschil tussen voorwerp en bepaling
Recent op de NDN-Facebookblog
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
 
NDN-Nieuws 27-3
 
NDN-Nieuws 27-2
 
NDN-Nieuws 27-1
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
• NDN-Nieuws 21-3
 
• NDN-Nieuws 21-2
 
• NDN-Nieuws 21-1
 
 
 
 
Redactioneel
 

L.S.

Op uw scherm ziet u nu NDN-Nieuws 27-4. Dit is de zomereditie van ons digitaal magazine. U mag het ook de vakantie-editie noemen. De examens liggen achter ons. Alle formaliteiten van het voorbije academiejaar zijn wellicht vervuld. In de komende weken is er weer ruimte om rustig wat te lezen. De nieuwsbrief is daartoe een aanbod. U kunt hem meteen lezen of u bent al op reis en daarna kunt u hem aanklikken.

De nieuwsbrief stelt u weer een pakketje onderwerpen of onderwerpjes voor, deze keer zelfs ééntje meer dan in NDN-Nieuws 27-3. Het zijn er zeventien geworden. De variatie is wel groot: van gewone berichten met informatieve gegevens tot uitgebreide artikels, die wel meer aandacht en tijd vragen, maar die dan ook helemaal in de lijn liggen van het gedachtegoed van de didacticus of de docent Nederlands en die mogelijk aanknopingspunten opleveren voor de eigen onderwijsontwikkeling.

Het magazine is uiteraard weer digitaal. Er zitten nogal wat koppelingen in de artikels die u terugvoeren of verder leiden naar achterliggende informatie. Dat is toch wel een van de voordelen van internetcommunicatie.

Voor deze editie geven we na het zinnig-prettig tekstje van Frans Timmermans over Taal voor de eerste keer onze eigen NDN-Visietekst aan uw aandacht prijs. Wellicht wordt er op de komende bestuursvergadering van ons Netwerk nog wat aan geschaafd of bijgesteld, maar dat zal toch wel niet veel zijn. Het NDN is wel zinnens voor het komende academiejaar activiteiten voor leden en belangstellenden te organiseren waarvoor wij ons inhoudelijk baseren op onze nieuwe visietekst.

Reacties van onze lezers, het zijn er mogelijk wel 450, stellen wij bijzonder op prijs.

Deze editie is ook het afsluitend nummer van onze nieuwsbrief in het academiejaar 2014-2015. In oktober, zeker na het Congres en de Week van het Nederlands, zijn we er weer.

Intussen wensen wij u fijne zomerdagen toe.

Tot later


mede namens de NDN-bestuursleden


Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter en redacteur




 


Taal

door Frans Timmermans

 
Hij was eerder Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland. Nu fungeert hij als Eerste Vicevoorzitter van de Europese Commissie

Taal, we kunnen niet zonder. Waarom gaan we er dan zo gedachteloos mee om? Is taal te vanzelfsprekend? We kunnen ook niet zonder ademen en daar staan we evenmin bij stil. En toch. Taal verdient meer aandacht. Wat ik nu ga schrijven zal wel niet wetenschappelijk zijn, beschouw het als mijn ervaringsreis. Een reis die ik zo kort mogelijk met u wil delen. Door mijn achtergrond en levenswandel heeft taal altijd een grote rol gespeeld in mijn leven. Vanaf mijn derde levensjaar maken verhuizingen naar andere landen (en talen) vast deel uit van mijn bestaan. Je wordt dan altijd gedreven door de wens om zo snel mogelijk begrepen te worden, en zeker als kind, zo snel mogelijk opgenomen te worden, niet langs de kant te staan, niet op te vallen als een bloem in het verkeerde boeket. Dus je let op wat anderen doen, wat ze dragen, bovenal: hoe ze praten. Dat is meer dan ‘kale’ taal. Dat is ook jargon, tongval, intonatie, mimiek, context. En nog veel meer. Een taal echt goed leren, is dat allemaal leren, hiervoor een gevoeligheid ontwikkelen. Je hebt mensen die een taal perfect beheersen, maar geen bal hebben begrepen van de cultuur van diegenen voor wie het de moedertaal is. En andersom: je hebt mensen die de taal maar zo half/half leren, maar ondertussen de cultuur van de gebruikers tot in hun haarvaten weten op te nemen. Ideaal is beide, de absorptie van taal én cultuur, al is dat een kwestie van aanleg, niet alleen van toewijding.

Het belangrijkste dat ik nu met u wil delen is dit.  Alles staat of valt met een goede beheersing van de moedertaal, alles staat of valt met het talig opvoeden van kinderen, alles staat of valt met het eerste taalsjabloon dat door ouders en opvoeders aan kinderen wordt meegegeven. Begin met praten tegen uw kind nog voor het geboren is. Ga niet flauwekullen met talen die niet uw moedertaal zijn, maar spreek uit uw hart en in uw moedertaal met uw kinderen. Laat niet alleen de tv met ze praten. Leer ze goed luisteren naar ‘echte’ taal. Leer ze goed praten, daarna heel veel lezen. Ontzeg ze ook nooit de kracht en schoonheid van muziek. Als de moedertaal eenmaal met zorg en liefde is aangeleerd, wordt de rest kinderspel.

Ik ben hier zo gepassioneerd over omdat in mijn ervaring een slechte taalbeheersing leidt tot slecht kunnen denken. Wie slordig spreekt, denkt meestal ook slordig. Als dat een keuze is, prima. Als dat een gevolg is van het slecht leren van de taal, is dat tragisch, want je ontzegt mensen zo grote kansen in het leven. En nog iets. Ik durf de stelling wel aan dat mensen die hun gevoelens in taal niet goed kunnen omzetten, die gevoelens anders gaan opzetten. Want gevoelens wensen niet te worden genegeerd en maken je ziek als je het toch doet. Hoeveel agressie, hoeveel geweld is niet een rechtstreeks gevolg van het feit dat men niet talig genoeg is om verdriet, woede, onmacht in de juiste woorden om te zetten? Hoeveel kansen op dialoog, op onderling begrip, op constructieve oplossingen gaan zo niet verloren? Hoeveel mensen worden niet vreselijk verkeerd begrepen, met alle ongewenste gevolgen van dien?

Taal verdient veel meer respect en veel meer aandacht. Dat wilde ik even kwijt. Met woorden.

Frans Timmermans op zijn Facebookbladzijde – 11 juli 2015 14.57 u.



Visietekst Netwerk Didactiek Nederlands


INLEIDING

Deze tekst drukt de visie uit van het Netwerk Didactiek Nederlands met betrekking tot

(1) de opdrachten die het hedendaags onderwijs in het schoolvak Nederlands dient te vervullen, namelijk de ontwikkeling van talige en literaire competentie(s) van alle leerlingen, en

(2) de wijze waarop die opdrachten bij voorkeur worden gerealiseerd op de klasvloer.

De term ‘competentie’ staat voor het ontwikkelbare vermogen van mensen om op adequate, doelbewuste en gemotiveerde wijze proces- en resultaatgericht te handelen in voor hen relevante contexten. Competenties zijn geïntegreerde gehelen van kennis/inzicht, vaardigheden en attitudes.

Centraal in de visie van het Netwerk staat het leertheoretische principe dat leren een actief proces van exploratie en toe-eigening is, dat tot stand komt in contexten van sociale interactie, dank zij de confrontatie met leertaken die binnen de zone van nabije ontwikkeling liggen (d.i. net boven het niveau dat een leerder zelfstandig aankan*) en aanleiding geven tot accommodatie (verfijning, aanvulling, herstructurering) van het reeds opgebouwde kenniskader. Het aanbod aan leertaken dient een sequentie van stijgende complexiteit te doorlopen, zodat minder complexe taken de fundering leggen voor taken met grotere complexiteit. Cruciaal voor de ontwikkeling van competenties is het scheppen van succeservaringen.


Inhoud

INLEIDING p. 1
1. Over de doelen van taalonderwijs p. 1-2
2. Over taalontwikkelende didactiek p. 3-4
3. Over evaluatie p. 4-5
4. Over de doelen van literatuuronderwijs p. 6-7
5. Over de didactiek van literatuuronderwijs p. 7-8
6. Over het voeren van een beleid voor de ontwikkeling van talige en literaire competenties
p. 8-9
BIBLIOGRAFIE p. 9     

Klik door naar de volledige visietekst

------------------------------

*Dit in tegenstelling tot oefeningen die automatisering en controle van regelkennis beogen en dus binnen de zone van nabije ontwikkeling vallen (het gaat dan om assimilatie, niet om accommodatie).

Met veel dank aan NDN-bestuuslid Nora Bogaert, die zich heel ruim heeft ingespannen samen met de andere NDN-bestuursleden voor de ontwikkeling van deze versie van de NDN-visietekst.



 
Omhoog ^


Manifest voor het Nederlands in het hoger onderwijs


 

De wijze waarop het Engels wordt doorgevoerd in het hoger onderwijs, deugt niet,
schreef Ad Verbrugge.


Het Taalcollectief publiceert het Groot Manifest der Nederlandse taal in 10 actiepunten

De volledige tekst van het Manifest

Ad Verbrugge in De Taalstaat op Radio 1 Nederland - 10’24”

Ondertekenen doet u hier

Nog meer informatie vindt u hier

Deze actie verdient onze steun. En ze verdient verdere verspreiding.



Waar het volgens mij vaak misloopt in de lerarenopleidingen - Cuisine CéLINE

 

Via KlasCement kwam uw redacteur op het spoor van een blog van een jonge leerkracht.
Naar aanleiding van een artikel in De Standaard over de lerarenopleidingen geeft zij haar mening en er komt ook meteen veel respons op van gelijkgestemden.

Hij wil u met dit bericht deelachtig maken aan dat gebeuren, dat bij hem toch wel wat reflectie oplevert.

Een pas afgestudeerde jonge leerkracht die het eerste jaar met veel enthousiasme voor de klas staat, geeft ongezouten haar mening over de lerarenopleidingen.

Zij kaart 4 problemen aan:

- het allergrootste probleem van de lerarenopleiding is de onrealistische kijk die de opleiding heeft op de praktijk
het tweede probleem is er eentje waarbij ik zelf heel goed de gevolgen heb kunnen voelen (zegt ze)
-        het verschil tussen al de lerarenopleidingen
-        het probleem is niet op te lossen met een toelatingsproef

Zij besluit haar kritiek als volgt:

“Ik werk momenteel trouwens als full-time leerkracht. Ik doe het graag, met hart en ziel.
En als ik één ding kan besluiten is het dit: de lerarenopleiding en de praktijk: dat zijn twee totaal verschillende werelden. Beste politici, doe daar alsjeblieft iets aan.”

Niet minder dan 47 reacties kwamen er binnen de vier dagen van 2 tot 5 juni 2015.
De meeste zijn anoniem maar herkomstig van studenten uit lerarenopleidingen of van beginnende leerkrachten. Veelal stemmen de reacties in met wat Céline heeft geschreven.
De tekst reageert op een artikel in De Standaard over de lerarenopleidingen.

Lees de tekst



Visietekst Leraar en Lerarenopleiding 2025

Associatie KU Leuven - 15 juni 2015

 

Het onderwijs is in beweging. Diverse hervormingen worden uitgevoerd of staan op stapel. Tal van hervormingsideeën worden gelanceerd door politici, opiniemakers, ondernemers, onderzoekers, … Daarbij ontstaat de nood aan een coherente en comprehensieve aanpak. In deze visietekst, onderschreven door alle partners van de Associatie KU Leuven, presenteren we een geïntegreerde en coherente visie op hoe het onderwijs, de leraar en de lerarenopleiding er in 2025 zouden kunnen uitzien. Daarmee wil de Associatie een constructieve bijdrage leveren tot de discussies. In dit voorstel wordt gepleit voor een aantal hervormingen van de opleiding en loopbaan van leraren:

  • Scholen vormen een professionele leergemeenschap met een multidisciplinair onderwijsteam met verschillende kwalificatieniveaus (VKS 5, 6, 7)

  • De loopbaan van de leraar wordt aantrekkelijker en krijgt meer dynamiek door functiedifferentiatie en een indeling in drie fases: junior leraar – leraar – senior leraar

  • De lerarenopleiding wordt ingeschaald in de Vlaamse kwalificatiestructuur: lerarenopleidingen met niveau 5 en 6 worden aangeboden door hogescholen, lerarenopleidingen met niveau 7 door universiteiten en schools of arts

  • Hogescholen en universiteiten werken samen met lokaal verankerde CVO’s in het uitbouwen van regionale lerarenopleidingscentra

  • De universiteiten creëren geïntegreerde lerarenopleidingen (educatieve masters)

  • Lerarenopleidingen zijn samenwerkingsverbanden tussen docenten, onderzoekers en leraren

  • Lerarenopleidingen ontwikkelen een navormingsaanbod dat inspeelt op de onderwijsloopbaan

 

De Visietekst


 

Congres en Week van het Nederlands – oktober 2015 - activiteiten van of ondersteund door de Nederlandse Taalunie

 

Situering

Van zichzelf zegt de Nederlandse Taalunie:
“De Taalunie is de beleidsorganisatie van Nederland, Vlaanderen en Suriname voor de Nederlandse taal en werkt samen met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Samen investeren deze landen en regio’s in de toekomst van onze taal.
De Taalunie stimuleert mensen en maatschappelijke sectoren om het Nederlands optimaal te benutten en zo hun kansen te vergroten. Daartoe ontwikkelt ze proactief beleid, producten en diensten. Op die manier zorgt zij ervoor dat het Nederlands een levendige taal blijft die in alle domeinen wordt gebruikt.”

Bijzonder op het domein van het onderwijs heeft de Taalunie in de voorbije jaren en nu nog bijzondere inspanningen geleverd om het onderwijs Nederlands te ondersteunen zowel binnen als buiten ons taalgebied. Voor het onderwijs Nederlands binnen het taalgebied betekent dat zoals de Taalunie stelt:

“Of het Nederlands een effectief communicatiemiddel blijft, hangt voor een belangrijk deel af van het onderwijs. Nederland, Vlaanderen en Suriname hebben hun eigen onderwijsbeleid. Maar er zijn veel raakvlakken en gemeenschappelijke belangen als het gaat om het Nederlands als onderwijstaal en het Nederlands als schoolvak. Daarom is het goed dat beleidsmakers én leraren, lerarenopleiders, onderwijsinspecteurs en schoolbegeleiders geregeld met elkaar overleggen en samenwerken. De Taalunie bevordert dat.  Zij zorgt er ook voor dat informatie die nuttig is voor het onderwijs van en in het Nederlands wordt verzameld en ontsloten. Veel van die informatie is te vinden op de website van de Taalunie Taalunieversum.”

Op 26 november 2012 werd Geert Joris de nieuwe algemene secretaris van de Nederlandse Taalunie in opvolging van de Nederlandse Linde van den Bosch. Van bij het begin wilde hij de Taalunie een ander imago bezorgen bij de Nederlanders en de Vlamingen. Al te vaak werd de Taalunie bekeken als een weinig efficiënt functionerend administratief georiënteerd lichaam. Dat juist wilde Joris ombuigen. Dat was ook de intentie van het vierkoppig Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie. De ministers en Joris wilden dat de Taalunie actiever en dynamischer naar buiten zou komen. Daartoe deed hij heel vlug een beroep op de bestaande organisaties in Nederland, Vlaanderen en Suriname die betrokken zouden kunnen zijn bij de Nederlandse taal.

Hij vond vlug aansluiting bij de actie van de groep Nederlands Vanzelf Sprekend rond em. prof. Stijn Verrept en een aantal vrienden uit de Orde vanden Prince in Antwerpen. Vlug sloot het ANV en het VVA zich bij de actie aan. De groep lanceerde begin 2014 een Oproep en een digitale Petitie rond het Nederlands. Zij wil een versterking van het onderwijs in het Standaardnederlands – zeker voor anderstaligen die zich bij ons vestigen en zij wil dat alles in het werk wordt gesteld om de taaleenheid van Nederland en Vlaanderen te bevorderen.

Op verzoek zelf van de Taalunie overhandigde de groep op 23 mei 2014 in het Felix Pakhuis in Antwerpen de Oproep en de Petitie met toen al zowat 5.500 handtekeningen van echt betrokkenen, onder wie vooral de groep van de vele docenten aan buitenlandse hogere onderwijsinstellingen die in hun standplaats Nederlands doceren.

In die periode en later nam de Taalunie contact met heel wat representatieve organisaties die begaan zijn met de status van het Nederlands. Zij maakten hun standpunten in een aantal artikels bekend m.b.t. het taalbeleid. De Nederlandse Taalunie haakte daar gretig op in.


Taalcongres “TAAL SCHEPT KANSEN” – 10 oktober 2015 in het Vlaams Parlement

Intussen ontstond de idee vooral onder impuls van An De Moor om een nieuw taalcongres rond het Nederlands te organiseren met de ondersteuning van de Nederlandse Taalunie. Dat congres zou worden georganiseerd door de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie, dat voor het Comité van Ministers van de Taalunie het belangrijkste adviesorgaan is inzake taalbeleid.

Op 19 januari 2015 organiseerde de IPC, de afkorting voor de Interparlementaire Commissie van de Taalunie, een openbare hoorzitting in het Vlaamse Parlement rond taalgebruik in de media en de politiek. Direct aansluitend daarbij werd een organisatievergadering belegd voor het Congres rond het Nederlands in de lokettenzaal van het Vlaams Parlement. Het congres zou plaats grijpen op zaterdag 10 oktober 2015 bij de formele opening van een daarbij aansluitende Week van het Nederlands.

De stuurgroep onder de leiding van An De Moor met vertegenwoordigers uit verschillende middenveldgroepen vergaderde intussen al enkele keren en stilaan groeit de inhoud en het programma van dat congres. Het grijpt plaats onder het thema “Taal schept kansen”. De Week van het Nederlands loopt dan van 10 oktober tot 17 oktober 2015. Die Week kreeg van de Taalunie haar eigen website met de pagina over het Taalcongres.

Het voorlopig programma ziet er nu als volgt uit:

10.30 uur:  Inloop en ontvangst met koffie en thee van de 240 deelnemers
11.00 uur:
Officiële opening door Jan Peumans, voorzitter van het Vlaams Parlement, en Anouchka van Miltenburg, voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal;
formele inleiding door Wilfried Vandaele, voorzitter van de IPC van de Taalunie, in samenspraak met Martin Bosma, vicevoorzitter van de IPC van de Taalunie;
inhoudelijke inleiding door An De Moor, namens de betrokken middenveldpartijen, over samenwerkingsmogelijkheden vanuit het Nederlands;
uiteenzetting door Prinses Laurentien over het belang van Nederlandstalig onderwijs, ook in het buitenland.
12.00 uur:
Keuze tussen een overzichtssessie met 120 deelnemers of één van de eerste twee sessies met 60 deelnemers

13.00 uur:

Gezamenlijke lunch en netwerkmoment
14.00 uur:
Keuze tussen een overzichtssessie met 120 deelnemers of één van de volgende twee sessies met 60 deelnemers
15.00 uur: 
Samen aan de slag: beleidsagenda voor de toekomst: slotzitting waarin wordt teruggekoppeld over de vier sessies en waarin de leden van de IPC onder leiding van Wilfried Vandaele en Martin Bosma afstemmen over vier concrete aanbevelingen aan het Comité van Ministers van de Taalunie;
reactie van Geert Joris, algemeen secretaris van de Taalunie, die de vier concrete aanbevelingen van de IPC in ontvangst neemt namens het Comité van Ministers;
slotwoord door minister-president Geert Bourgeois;
dankwoord door An De Moor namens de betrokken middenveldpartijen en uitnodiging voor de afsluitende receptie

16.00 uur:

Afsluitende receptie en netwerkmoment

17.00 uur:

Einde van het Taalcongres.
   


De sessies

1. Het Nederlands brengt ons bij elkaar

Samenwerking binnen de Nederlandstalige samenlevingen
In onze nieuwe maatschappij, gekenmerkt door superdiversiteit, komen culturen meer dan ooit tevoren met elkaar in contact, zowel in Nederland en Vlaanderen als in een mondiale context. Migratie heeft onze wereld ingrijpend veranderd, en talige en etnisch-culturele diversiteit is een overhands uitdijende maatschappelijke realiteit. Daarin moet de cultuur der Nederlanden haar legitieme plaats blijven opeisen. Met ook aandacht voor standaardtaal en variatie in het onderwijs van het Nederlands.
Met sprekers als Piet Van Avermaet, Ahmed Aboutaleb en Peter Debrabandere.

2. Nederlands onbegrensd digitaal

Samenwerking tussen de Nederlandstaligen
Met aandacht voor het belang van taal- en spraaktechnologie (Taalinfrastructuur) in het Nederlands voor onder meer mensen met communicatieve beperkingen.
Met sprekers als Jan Odijk (over de staat van Nederlandstalige TST) en Lila Gobardhan (over het gebruik van TST in Suriname en het Caribisch gebied).

3. Laagdrempelig meertalig in Europa

Samenwerking met buurlanden/EU-regio’s
De focus in deze sessie ligt op de noodzaak van meertaligheid i.p.v. een exclusieve gerichtheid op verengelsing. We leggen daarnaast een verband tussen taal en cultuur als een stuwende kracht voor economie en werkgelegenheid, bv. voor grensarbeid en –toerisme.
We vragen aandacht voor alternatieve manieren om talenkennis te waarderen en te benutten in de samenwerking met de buurlanden en -regio’s, bijvoorbeeld via luistertaal, eerder verworven competenties (EVC’s), Europass en ERKNederlands.org
(cfr. doorontwikkelen voor de arbeidsmarkt).
Met sprekers als Luc Devoldere (over meertaligheid in Europa) en Jan ten Thije (over luistertaal).

4. De meerwaarde van het Nederlands wereldwijd

Samenwerking met landen in de hele wereld
Deze sessie legt twee klemtonen, nl. op het Nederlands onderwijs in het buitenland (Stichting NOB) en op het Nederlands als Vreemde Taal (Taalunie) waarbij het uitgangspunt moet zijn dat alle actoren ambassadeurs voor het Nederlands (moeten) zijn. De focus ligt daardoor ook op de benutting van Nederlandstalige netwerken in het buitenland (voor de publieke en economische diplomatie van de Nederlandstalige landen door samenwerking tussen het onderwijs Nederlands en het NTC-onderwijs ter plaatse met het internationale bedrijfsleven en de diplomatieke vertegenwoordigers van Nederland, Vlaanderen en Suriname.)
Met sprekers als Karen Peters, Ludo Beheydt en Marketa Štefková.


De grote betekenis van het Taalcongres lijkt te zijn dat het congres ertoe neigt om het belang van het Nederlands in verscheidene aspecten te profileren en dat in volstrekt positieve en constructieve zin zonder zich tegen om het even wat af te zetten.


Week van het Nederlands “IEDEREEN AAN HET WOORD” – 10  tot 17 oktober 2015

Van 10 tot en met 17 oktober 2015 vindt voor het eerst de Week van het Nederlands (WvhN) plaats. Met dit initiatief wil de Taalunie aandacht vragen voor de meerwaarde van het Nederlands. Taal biedt kansen op sociaal, cultureel en bedrijfseconomisch vlak.

Tijdens de Week van het Nederlands worden in Vlaanderen en Nederland heel wat activiteiten georganiseerd die het belang en de rijkdom van het Nederlands op een duidelijke en treffende manier zichtbaar maken. Het motto van de eerste editie is 'Iedereen aan het woord'.

Tijdens de Week van het Nederlands worden de krachten gebundeld van een aantal organisaties die vanuit hun eigen doelstellingen een bijdrage leveren aan het Nederlands. Met een diversiteit aan activiteiten wordt zichtbaarheid gegeven aan het belang van het Nederlands. Want het Nederlands biedt mensen en sectoren kansen. Zo kan goede taalbeheersing sociale en professionele kansen vergroten en sectoren economische en maatschappelijke meerwaarde opleveren. De Week van het Nederlands biedt hiervoor een platform.

De activiteiten aangemeld voor 21 april 2015 werden op de website van de Week van het Nederlands gepubliceerd. We sommen ze op zoals ze toen door de Taalunie werden aangekondigd:

- al op 8 oktober Dag van de Terminologie in het Nederlands Taalgebied – een symposium in Brussel
- op 10 oktober Literair Festival Het betere boek – Willemsfonds in Gent
- op 10 oktober Poëziedokter Coaching Poëzie – vzw Creatief Schrijven in Antwerpen
- op 10 oktober Uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren aan Remco Campert – Taalunie – Brussel
- op 10 oktober Publicatie van de Extra Editie van het digitaal tijdschrift Vivat Academia over het Nederlands - Verbond der Vlaamse Academici (VVA)
- op 10 oktober aanbieding eerste exemplaar van het boek “Op en top Nederlands”, een woordenlijst
overbodig Engels – Stichting Nederlands – Den Haag
- Aanbieding tijdens de Week van het Nederlands tegen verminderde prijs van de App Middelgroot Woordenboek Nederlands – Van Dale
- Idem tegen 50% korting van Ebook Grammatica Nederlands - Van Dale
- op 10 oktober Iedereen Seriewoordenaar – Schrijven op het scherpst van de snede – vzw Creatief Schrijven
- op 12 oktober Van Dale Dictee Nederlands in Nederland en België
- op 12 oktober Aftrap van de Weddenschap – leescampagne afgestemd op leerlingen uit beroepsklassen – Stichting Lezen Nederland
- op 12 oktober De Taalweek van De Standaard – elke dag publiceert DS een artikel over taal
- op 13 oktober Lancering nieuwe Groene Boekje – Van Dale
- op 14 oktober Cultuurdagen voor de lerarenopleiding – meer bepaald een symposium met lezingen, sessies en workshop voor lerarenopleidingen s.o. – Canon Cultuurcel  Antwerpen
- op 15 oktober Wordslam – Van Dale i.s.m. radiozender MNM – creatief taalspel voor jongeren in Vlaanderen
- op 15 oktober VRT-Taaldag in Antwerpen
- op 16 oktober Schrijfvaardigheid in de kijker – Taalunie – symposium over effectief schrijfonderwijs in het basis- en voortgezet / secundair onderwijs in Nederland en Vlaanderen Den Haag
- op 17 oktober Belgisch kampioenschap Poetry Slam Creatief Schrijven vzw i.s.m. Muntpunt – Podium Brussel.

Informatie over de Week van het Nederlands op de website:
http://weekvanhetnederlands.org/

 


Recensie

PRAKTIJKBOEK INNOVEREND HOGER ONDERWIJS Peter Van Petegem et al.
Lannoo Campus

 

Voor docenten en onderwijsondersteuners in het hoger onderwijs
Tevens geschikt voor studenten lerarenopleiding
www.uantwerpen.be/echo

* Toegankelijk geschreven basisboek
* Gebaseerd op het meest recente onderzoek
* Met talrijke voorbeelden uit de praktijk


Zo stelt de uitgever het boek voor.

Concept van het boek

Dit werk werd in februari 2015 gepubliceerd door het ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs (ECHO) van de Universiteit Antwerpen met de auteurs o.l.v. Peter Van Petegem en met als redactieraad daarnaast Jelle Geyskens, Ann Stes, Sara Van Waes en Christel Verdurmen.

Het is bedoeld als een basisgids voor docenten en onderwijsondersteuners, van wie verwacht wordt dat ze investeren in de kwaliteit van hun onderwijs. Ook voor lerarenopleiders en studenten in de lerarenopleiding aan de universiteit en eveneens aan de hogescholen kan het een gids zijn om innovaties door te voeren in hun onderwijspraktijk.

Naar de inhoud is het boek gericht op de docentenopleiding met vijf resultaatgebieden: onderwijsontwikkeling, toetsing van studenten, onderwijsuitvoering, evaluatie van onderwijs en participatie in de ruimere onderwijsorganisatie van de hogere onderwijsinstelling. Die vijf terreinen worden in de verschillende hoofdstukken benaderd vanuit een theoretische maar ook vanuit een praktische invalshoek. De praktische hoofdstukken zijn uitgewerkt op basis van de theoretische inzichten uit de andere hoofdstukken door een aantal deelnemers van de docentenopleiding zelf.

Inhoud

Het boek is ingedeeld in drie grote delen.
Deel 1 ‘Onderwijsontwikkeling en toetsing’ omvat zelf drie hoofdstukken. In hoofdstuk 1 wordt het concept competentiegericht onderwijzen uitgelegd in contrast met een meer traditionele leeromgeving. Handvatten worden aangereikt voor de ontwikkeling van een competentiegerichte leeromgeving zowel op het niveau van de opleiding als geheel als dat van het opleidingsonderdeel. In hoofdstuk 2 wordt competentiegericht toetsen voorgesteld ook in vergelijking met traditioneel toetsen. In hoofdstuk 3 wordt beschreven hoe die theorie wordt toegepast in de praktijk in een casus uit de politieke wetenschappen.
Deel 2 ‘Onderwijsuitvoering en evaluatie van onderwijs’ krijgt vier hoofdstukken toebedeeld. Onderwijsevaluatie wordt vanuit verschillende invalshoeken benaderd. In hoofdstuk 4 is dat zelfreflectie als een manier om het onderwijs te evalueren en te verbeteren. De reflectiecyclus van Korthagen wordt hier voorgesteld. Peerobservatie is een tweede methodiek die in hoofdstuk 5 wordt beschreven. In hoofdstuk 6 komt de functie van studentenevaluaties aan de orde. Zowel vragenlijsten als groepsgesprekken worden hierbij gehanteerd. Hoofdstuk 7 is naar de praktijk gericht waarin wordt getoond hoe de drie benaderingswijzen van evaluatie worden toegepast bij het opleidingsonderdeel ‘Urban History’.
Deel 3 heeft als thematiek ‘Participatie in de onderwijsorganisatie’. Die kan gaan van ad-hoc-betrokkenheid tot systematisch participeren in een onderwijs- of opleidingscommissie. Drie casussen worden voorgesteld waaruit duidelijk blijkt hoe ze bijgedragen hebben aan de kwaliteit van de onderwijsorganisatie. Hoofdstuk 8 geeft het proces en de resultaten weer van een analyse van het toetsbeleid van de opleiding diergeneeskunde. In hoofdstuk 9 wordt een casus voorgesteld waarin masterproeven aan een externe benchmark worden onderworpen vanuit het departement biomedische wetenschappen. Aan de orde is hoe de opleiding of de wijze van beoordelen van die eindwerken overeenkomt met die van gelijkaardige opleidingen in andere opleidingsinstituten. In hoofdstuk 10 wordt getoond hoe schriftelijke taalcompetenties opleidingsbreed worden beoordeeld binnen de farmaceutische wetenschappen.

Een praktijkboek

Terecht staat in de titel dat het hier gaat om een praktijkboek. Het is opgevat als een leerboek zoals dat voorkomt in geprogrammeerde instructie, waarbij stap voor stap de inhoud wordt voorgesteld. Die vorm is hier bijzonder passend, omdat de inhoud duidelijk in de eerste plaats bedoeld is voor de opleidingen van docenten in het hoger onderwijs. Zij vooral kunnen er ruim hun voordeel mee doen. In de inleiding wordt het belang van de professionalisering van de docenten aangetoond, die naast hun onderzoeksopdracht ook sterk kwalitatief onderwijs moeten kunnen verstrekken. Deel 1 en deel 2 worden ingeleid op een grijze bladzijde met een schematisch overzicht van de thematiek van dat deel met de titels van de hoofdstukken. Bij de inleiding tot elk hoofdstuk wordt duidelijk gesteld welke leerdoelen worden bereikt. De inhoud van elk hoofdstuk wordt telkens in kleine tekstdeeltjes ingedeeld met de titels van de onderdelen genummerd en in vet gedrukte blokletters. Op grijze achtergrond staan de voorbeelden en ook de tabellen en de grafische figuren. In de ‘Ter afronding’ wordt samengevat wat behandeld werd in het hoofdstuk en wordt de inhoud van het volgende hoofdstuk al aangekondigd. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een beperkte recente bibliografie in de vorm van ‘Aanbevolen lectuur”. Een uitgebreide bibliografie ook ingedeeld per hoofdstuk staat op het einde van het boek onder de titel ‘Referenties’.

Opvallend

Zowel bij het voorstellen van competentiegericht onderwijs als bij de toetsing daarvan wordt een vergelijking gemaakt tussen de traditionele leeromgeving en de innoverende krachtige leeromgeving die past bij competentieonderwijs. Daarbij worden de voordelen daarvan aangehaald. In het verlengde daarvan worden heel wat aanbevelingen geformuleerd om dat onderwijs zo praktisch en effectief mogelijk in te richten.

Illustratief maar nog meer verduidelijkend zijn ook de opvallende figuren en tabellen. De ontwikkeling van een krachtige leeromgeving binnen een opleidingsonderdeel of vak begint met de omzetting van de kerncompetenties naar competenties waaraan men binnen het vak of het opleidingsonderdeel wil werken.
In ‘media en politiek’ staat op bladzijde 95 Figuur 3.1 met de kerncompetenties van de master politieke communicatie. Op blz. 96 staat dan Tabel 3.1, de congruentietabel voor het opleidingsonderdeel met de specifieke competenties, de werkvorm, de evaluatievorm en de kerncompetenties (in C1 tot C16 weergegeven). Theorie en praktijk worden in nauwe relatie tot elkaar gebracht.

Nog opvallend in het hoofdstuk 7 rond de onderwijsevaluatie in de praktijd waar de drie evaluatievormen samen werden gehanteerd is één aspect voor ‘Urban History’: het gebruik van het Engels als onderwijstaal. Het gaat hier over een Nederlandstalige docent die in het Engels lesgeeft aan in meerderheid Nederlandstalige studenten. Bij 3. Peerobservatie zegt de geobserveerde docent “De gebruikte werkvormen sorteerden de gewenste effecten, de studenten ontwikkelden de beoogde leeractiviteiten en de voorziene interactie was naar behoren (al blijft het gebruik van de Engelse taal voor veel studenten een bijkomende moeilijkheid bij klassikale interactie – ook daar heeft de peerobservator op gewezen).” Hij gaat verder: “Minder opgetogen blijf ik over mijn eigen ‘vrije’ spreekvaardigheid in het Engels. Ik merk toch voor een stuk gehinderd te zijn in vrije expressie. Dat word ik vooral tijdens de discussiemomenten gewaar. Vermoedelijk speelt mijn relatieve onervarenheid wat betreft het doceren in het Engels hier een rol.” (blz. 164-165). Een eerste merkwaardige getuigenis van die aard in een onderwijskundig werk!

Relevantie

Bij de conceptvoorstelling van het boek bij het begin van deze tekst stelden we dat dit leerboek een gids kan zijn voor de lerarenopleiding en dat voor zowel de opleiders zelf als voor de studenten aan de universiteiten maar ook in de hogescholen. Het ideeëngoed in dit boek is inzetbaar in de lerarenopleidingen. Competentieonderwijs omvat een te verwerven systeem van kennis, vaardigheden en attitudes. Het boek verschaft die breed en in de diepte uitgewerkt. De principes voor ontwikkeling van competentie georiënteerd onderwijs en zijn toetsing zijn toepasbaar voor de (permanente) professionalisering van de onderwijsgevenden, maar ook de studenten kunnen ermee vertrouwd worden gemaakt in hun opleiding en praktisch in hun stagebeleving. Daar brengen ze zelf hun leerlingen binnen het eigen vakgebied de specifieke gewenste competenties bij - voor Nederlands bv. in de domeinen van spreken, luisteren, schrijven en lezen. Dit degelijk en baanbrekend werk kan aldus voor het onderwijsveld op verschillende niveaus krachtig innoverend werken. We bevelen de kennismaking en het gebruik dan ook graag aan als basisgids voor docenten en onderwijsondersteuners.

Het werk draagt het kwaliteitslabel GPRC, ‘Guaranteed Peer Reviewed Content’.

Ghislain Duchâteau

Technische info

EAN 9789401418256
Formaat: 18cm x 24cm
Verschijningsdatum: 24/02/2015
Afwerking: Paperback
Aantal pagina's: 220
NUR Omschrijving: Onderwijskunde
Uitgever: Lannoo Campus

Prijs: 24,99 euro



Hoe wordt zelfstandig leren nu toegepast in de lessen Nederlands?

 

Ontwikkeling van een instrumentarium voor zelfstandig leren in de klaspraktijk Nederlands

Onder die titel staat hoofdstuk IV uit Deel 5 ONDERWIJS en SAMENLEVING van VUBPRESS  met als titel “Zelfstandig en coöperatief leren – Kroniek van een Vlaams experiment” met als auteurs Linda Van Looy (red), Tonia Aelterman, Frans Daems, Geert Devos, Henri Eisendrath, Werner Goegebeur en gepubliceerd in 2002.

Hoofdstuk IV is wellicht gestoffeerd door Frans Daems.

Het project

‘Dit Onderwijskundig Beleids- en Praktijkgericht Wetenschappelijk Onderzoeksproject, gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, is een onderzoek naar de meerwaarde en de implementatiemogelijkheden van meer zelfstandig leren door leerlingen in het hoger secundair onderwijs in Vlaanderen’. Dat deelt het Voorwoord ons mee van de publicatie in 2002 van ‘Zelfstandig en coöperatief leren. Kroniek van een Vlaams experiment’ nummer 5 van de serie ONDERWIJS en SAMENLEVING – VUBPRESS met als auteurs Linda Van Looy (red), Tonia Aelterman, Frans Daems, Geert Devos, Henri Eisendrath, Werner Goegebeur.
Het is een lijvige publicatie geworden van 590 bladzijden. Uit dat Voorwoord vernemen we ook dat de Universiteit Antwerpen het zelfstandig leren voor het vak Nederlands uitwerkte. Eerst werkte Jella Di Perna als vorser aan het project, daarna Vincent Donche en Frans Daems nam het copromotorschap voor zijn rekening.

Eind jaren 90 kreeg Nederland zijn ‘Studiehuis’ met de ruime toepassing van zelfstandig leren. Kon die vernieuwende en aantrekkelijke onderwijsvorm ook in Vlaanderen worden geïmplementeerd? Dat zou een vlottere overgang van het secundair naar het hoger onderwijs mogelijk maken. Het project moest op die vraag een duidelijk en onderbouwd antwoord geven?

Voor het onderzoek werden 10 onderzoeksvragen opgesteld (pp. 26-27), werden de vakken Nederlands, geschiedenis en natuurkunde betrokken, onderwezen in het voorlaatste jaar secundair onderwijs, met 9 scholen uit de drie netten verspreid over Vlaanderen, aan de hand van een kwalitatieve onderzoeksmethodologie via semi-gestructureerde interviews met de verschillende actoren en verder ondernomen gedurende drie maanden in het eerste trimester van het schooljaar 1999-2000.

Voor Nederlands

Voor Nederlands werd daarover gerapporteerd in hoofdstuk IV ‘Ontwikkeling van een instrumentarium voor zelfstandig leren in de klaspraktijk Nederlands’ (pp. 79-130). Dat wordt aangevuld in hoofdstuk X ‘Algemene conclusies’ met ‘2 Eindconclusies van het project ‘Zelfstandig Leren’ voor het vak Nederlands’ (pp. 506-521). Hoofdstuk IV gaf de gelegenheid om het hele veld van het onderwijs Nederlands in functie van de mogelijkheden voor zelfstandig leren te overzien. Het bevat deze onderdelen: Literatuur over vakdidactiek Nederlands, Didactisch materiaal, Kritische beschouwingen bij de leerplannen Nederlands, Studiewijzers Nederlands, Besluit, Het verloop van de (7) nascholingsbijeenkomsten met de betrokken leraren van 30 april/mei 1999 tot 17 januari 2000.

Hoe was de situatie in de onderwijspraktijk Nederlands bij de eeuwwisseling? In welke mate is ze nu nog zo? En wat is wenselijk in de domeinen van het onderwijs Nederlands voor mondelinge taalvaardigheid, leesvaardigheid onderscheiden in leesvaardigheid in het literatuuronderwijs en die voor zakelijke teksten, schrijfvaardigheid en taalbeschouwing? Tussen toen en nu liggen vijftien jaar. Mogelijk is er in die tijd heel veel ten goede gekeerd, maar wellicht kan er nog heel wat didactische winst geboekt worden met de relevante gegevens uit het verslag van het project.  Uit twee bronnen werden de meeste gegevens gepuurd: 1. Leren leven in taal. Een moedertaaldidactiek, Fr. Daems, J. Pepermans en R. Roger (De Sikkel 1982) ; 2. Het Schoolvak Nederlands onderzocht, M. Hoogeveen, H. Bonset (Garant 1998).

Een van de vigerende sturende begrippen indertijd was normaal-functioneel onderwijs (S. Ten Brinke), waarbij het accent verlegd wordt van de lesgever naar de lerende, die écht centraal wordt gesteld en die zo meer verantwoordelijkheid krijgt voor zijn eigen leerproces. Dit verwijst al duidelijk naar zelfstandig leren, waarbij bestaande kennis geherstructureerd wordt (p. 79-80).

Onderwijs in mondelinge taalvaardigheid

Het traditioneel spreekonderwijs bestond bijna uitsluitend uit ‘welsprekendheidsonderricht’, d.i. het bijbrengen van de verzorgde uitspraak, de gepaste stijl en de logische redeneringen van de klassieke redenaar. Spreek- en luisteractiviteiten kwamen heel weinig aan de orde. Die vaardigheden worden wel niet zonder onderwijs verworven zoals men kon denken. ‘Nochtans vraagt zowel de school als het beroepsleven van leerlingen mondelinge taalvaardigheden die zij slechts heel moeizaam spontaan kunnen verwerven, waaronder een uiteenzetting kunnen houden voor een publiek, gesprekken kunnen voeren in formele situaties, efficiënt informatie kunnen vragen en geven, standpunten en argumenten kunnen formuleren in een debat of discussie, gericht kunnen luisteren naar complexe informatie. In elk van deze situaties zouden ze hun doel, hun publiek en hun strategie moeten kunnen bepalen. Kunnen luisteren is niet alleen een kwestie van informatie opnemen, maar ook van analyse en kritische evaluatie (hoe kan ik deze situatie inschatten?) Bovendien, hoe meer het onderwijs evolueert naar zelfstandig leren, hoe groter de behoefte is aan deze taalvaardigheden’ (p. 84).

Onderwijs in leesvaardigheid

‘Van alle taalvaardigheden is goed kunnen lezen wellicht de belangrijkste. Het is een noodzaak op school, in het hoger onderwijs, in zeer veel beroepen, en in het dagelijkse leven. Het is dus voor de leerlingen een kwestie van een aantal deelvaardigheden zeer goed onder de knie te krijgen. Ze moeten leren welke informatiebronnen er bestaan, hoe en wanneer ze die kunnen gebruiken, hoe ze uit de geschreven teksten zelfstandig informatie moeten opnemen, verwerken en de bruikbaarheid ervan inschatten. Naast het belang van deze functioneel-communicatieve activiteiten, speelt lezen ook nog een grote rol in de individuele ontplooiing en in de cultureel-maatschappelijke vorming van jongeren' (p. 85).

  • Leesvaardigheid in het literatuuronderwijs

‘Wat kan uit al deze onderzoeken besloten worden over de praktijk van het literatuuronderwijs? Literatuur is nog steeds een belangrijk deel van het vak Nederlands (gemiddeld wordt er ruim één uur per week aan besteed). In tegenstelling tot wat leraren denken, lezen leerlingen nog altijd redelijk veel en graag. Als leerlingen minder gemotiveerd zijn voor literatuur in de klas, ligt dat deels aan de te hoge verwachtingen van de leraren, en deels aan de manier waarop dit onderwijs opgevat wordt: leerlingen hebben te weinig inbreng. Aan de basis daarvan ligt de eenzijdige klemtoon die leraren leggen op de functie cultuuroverdracht, ten nadele van functies als esthetische vorming, individuele ontplooiing, wereldoriëntatie en leesplezier. Op grond van onderzoek wordt aanbevolen aan deze functies in het literatuuronderwijs wat evenwichtiger aandacht te schenken en de inbreng van de leerlingen in de lessen te ontlokken: vrijheid en variatie in de tekstkeuze, prikkelender vragen bij het tekstaanbod, nauwere aansluiting bij de eigen leesmotivatie, meer actieve aandacht voor de persoonlijke belevingen en ervaringen (bijvoorbeeld via het leesdossier). Er kan dus worden verwacht dat leerlingen via zelfstandig leren een grotere belangstelling voor de lessen literatuur aan de dag zullen leggen (p. 91).

  • Leesvaardigheid van zakelijke teksten

Het accent ligt zwaar op de functioneel-communicatieve doelen: welke leestaken en leesvaardigheden zijn van belang voor het alledaagse leven? Meer aandacht zou er kunnen zijn voor:
* affectieve doelen (belangstelling en attitudes);
* de niet vakmatige doelen (leren samenwerken, leren kritisch denken, leren zelfstandig werken …);
* de intermediaire doelen (doelstellingen die ten dienste staan van doelstellingen van de andere taalvaardigheidsgebieden);
* differentiële doelen (afhankelijk van het tempo, de belangstelling en het niveau van de leerlinggroepen). (p. 91)

De school legt het accent vooral op tekstbegrip in engere zin. Respondenten echter geven vooral aan nood te hebben aan leesvaardigheid van officiële brieven, ambtelijke formulieren, handleidingen, politieke dagbladartikelen en studieteksten, en dat op het gebied van zoekend lezen, vragen of voorbeelden bedenken bij de studiestof en teksten beoordelen op inhoud, conclusies of bronnengebruik (p. 92).
Casestudies beschrijven een klaspraktijk leesvaardigheid met de volgende kenmerken:
* de leerstof staat centraal en de docent domineert het leerproces. Er is geen sprake van het zelfstandig verwerven van vaardigheden;
* de setting is klassikaal-frontaal;
* bij het beantwoorden van vragen bij teksten maken de leerlingen enkel gebruik van de bottom-up aanpak;
* de belangrijkste onderwijsleeractiviteit bestaat uit tekstverklaring in de vorm van de tekst met vragen. Tekstbegrip wordt eng gedefinieerd als het kunnen reproduceren van de inhoud van de tekst en het kunnen geven van woordbetekenissen;
* de leerlingen vinden het tekstaanbod niet inspirerend, tonen weinig motivatie in de lessen en zijn vooral geïnteresseerd in de cijfers die ze krijgen;
* het leesonderwijs is sterk toetsgericht (p. 92).
‘Hoogeveen en Bonset lichten tot besluit twee opvallende gegevens uit het geheel van het leesvaardigheidsonderzoek.
Eén: in de onderwijspraktijk wordt leesvaardigheid ingeperkt tot tekstbegrip-in-engere-zin. Dit onderwijs is toetsgericht, niet ontwikkelingsgericht. Daaruit concluderen ze: ‘Het is onwaarschijnlijk dat leerlingen op deze wijze zullen leren om zelfstandig om te gaan met informatie. Daartoe moeten ze namelijk leren, zo suggereert het beschreven onderzoek, om leesdoelen en bijpassende strategieën te onderscheiden en te kiezen (oriënterend, globaal, zoekend, intensief lezen); en ze moeten leren niet alleen een bottom-up maar ook een top-down aanpak van het lezen te hanteren. Ze moeten kennis verwerven van tekstsoorten, tekststructuren en schrijversdoelen; ze moeten woorden kunnen afleiden uit de context en uit vormkenmerken van het woord zelf, en in staat zijn zelfstandig hun begrip van een tekst te controleren. Ten slotte moeten ze leren teksten te beoordelen op zaken als kwaliteit van de informatie, aanvaardbaarheid van de conclusies en verantwoord bronnengebruik. Veel van de voornoemde vaardigheden hebben een duidelijk metacognitieve component.
Twee: de meeste van de beschreven onderzoeken benaderen lezen vanuit de functioneel-communicatieve invalshoek, waarbij het beschouwd wordt als een vorm van informatieverwerving in het alledaagse leven. Hoogeveen en Bonset zien het lezen van zakelijke teksten ook als een bijdrage aan de individuele ontplooiing en de cultureel-maatschappelijke vorming van de leerlingen. Zij stellen dat er geen principieel verschil is tussen het lezen van zakelijke teksten en het lezen van literair-fictionele teksten in dat opzicht. In beide gevallen opent de lezer immers een venster op de wereld: de lezer leest ook om wijzer te worden over de wereld en over zichzelf in relatie tot die wereld.
Hoogeveen en Bonset bevelen dan ook aan om leerlingen gericht te stimuleren veel, vaak en met plezier te lezen: zowel fictionele als zakelijke teksten (p. 94-95).

Onderwijs in schrijfvaardigheid

Ook na hun schooltijd zullen leerlingen specifieke schrijfstrategieën moeten gebruiken om teksten te schrijven in alledaagse en professionele situaties. Met name officiële brieven als de klachtenbrief, bezwaarschrift, sollicitatiebrief, verslagen, handleidingen en formulieren leveren problemen op. De examens sluiten veelal in de vorm van een opstel bij die naschoolse taken niet goed aan: publiek, openbaarheid, versie en tekstlengte worden zelden aangegeven, documentatiemateriaal wordt bij de opgaven meestal niet gegeven en er zijn geen voorbereidende activiteiten (p. 95).

‘Het onderzoek naar prestatieverschillen tussen goede en zwakke schrijvers brengt aan het licht dat goede schrijvers gebruik maken van schrijfprocesactiviteiten als tekstdoelen stellen, inhoud plannen en het voortdurend evalueren en reviseren van de geschreven tekst. Dit pleit duidelijk voor een procesgerichte schrijfdidactiek’ (p. 96).
‘Samengevat zou een effectiever schrijfonderwijs de volgende kenmerken hebben:
* aan het schrijven van teksten gaan pre-writing activiteiten vooraf;
* leerlingen leren verschillende, functionele tekstsoorten schrijven;
* ze leren genre- en tekstkenmerken en stijlen kennen en toepassen;
* ze schrijven met een welbepaald doel en voor een omschreven publiek;
* in de lessen ligt het accent op het schrijfproces en schrijfstrategieën;
* er vindt reflectie plaats op de schrijfcontext, het schrijfproces, het schrijfproduct;
* teksten worden becommentarieerd door de leraar en de medeleerlingen;
* teksten worden herschreven’ (p. 98).

Taalbeschouwingsonderwijs

Het kan vanuit drie invalshoeken gebeuren:
- de formele die zich richt op kennis over de taalstructuur, over regels voor de bouw van zinnen, woorden of teksten
- de semantische die zich richt op de betekenis van woorden, zinnen of teksten
- de pragmatische die zich richt op de functies van woorden, zinnen of teksten in concrete taalgebruikssituaties.
Elk van die benaderingen kan bekeken worden vanuit twee perspectieven: het instrumentele of het culturele. Vanuit het instrumentele vervult de taalbeschouwing de functie van doel tot iets anders zoals de bevordering van taalbeheersing of het vergemakkelijken van vreemdetalenonderwijs. Vanuit het culturele perspectief is taalbeschouwing op zichzelf interessant en verrijkend en/of maakt deel uit van de algemene ontwikkeling van de leerlingen.
Bij het doelstellingenonderzoek blijkt een duidelijke voorkeur voor taalbeschouwingsonderwijs dat ondubbelzinnig bijdraagt tot de vergroting van de taalvaardigheid bij leerlingen. Dat is dan onderwijs in gesprekstechnieken, argumentatie en retorica, schrijfprocedures enz. Dat is taalbeschouwing direct gekoppeld aan het onderwijs in spreken, luisteren, lezen en schrijven. (p. 99)

In de lespraktijk constateren onderzoeken echter vrijwel enkel traditioneel grammaticaonderwijs, voornamelijk in de vorm van zinsontleding. Hoogeveen en Bonset stellen dat in de praktijk dat geen bijdrage levert tot de taalvaardigheid en tot het vreemdetalenonderwijs. Enkel taalbeschouwingsonderwijs als reflectieonderwijs zou wel daartoe bijdragen. Dat is nadenken over eigen en andermans taalgebruik om de eigen taalvaardigheid te verbeteren. (p. 100)

In het algemeen

Uit het overzicht van de literatuur over vakdidactiek Nederlands in het verslag van het project citeren we tot besluit nog de laatste alinea:
“Wij geloven dan ook dat het vernieuwingsproces (naar zelfstandig leren) binnen het project pas optimaal kan verlopen indien wij de deelnemende leraren bijstaan door vakinhoudelijke nascholingen en ervaringsuitwisselingen, leermiddelen te ontwikkelen en de leraren te begeleiden bij het zelf maken van die leermiddelen en door te proberen de tijdsdruk en de remmende barrières op te vangen en/of te erkennen.” (p. 102)

De implementatie van zelfstandig leren op school is geen makkelijke aangelegenheid omdat de hele systematiek behoorlijk complex is met tal van beïnvloedende aspecten. Wil een school of een scholengemeenschap kans op slagen hebben, dan is de hulp van didactici en onderwijskundigen onmisbaar. Uit het hele overzicht van hoofdstuk IV over zelfstandig leren in het vak Nederlands blijkt dat er wel geen echte hindernissen vanuit de didactische inzichten hoeven te worden gevreesd. Niettemin zou het interessant kunnen zijn aan de weet te komen in welke middelbare scholen in Vlaanderen intussen het “begeleid zelfstandig leren” is ingevoerd en met welke bevindingen.

Ghislain Duchâteau


Omhoog ^

ZILVEREN GRIFFELS 2015 KINDERBOEKEN

Bekroning op woensdag 24 juni 2015


 

Alle winnaars op een rij:

De goochelaar, de geit en ik, Dirk Weber (vanaf 9 jaar)
Hotel De Grote L, Sjoerd Kuyper (vanaf 9 jaar)
Hoe ik per ongeluk een boek schreef, Annet Huizing (informatief)
Lieve Stine, weet jij het?, Stine Jensen (informatief)
Doodgewoon, Bette Westra (poëzie)
Bruno wordt een superheld, Håkon Øverås (vanaf 6 jaar)
Een afspraakje in het bos, Sylvia Vanden Heede (vanaf 6 jaar)
De krijtjes staken, Drew Daywalt (tot 6 jaar)
Soms laat ik je even achter, Daan Remmerts de Vries (tot 6 jaar

Jeugdjournaal Nederland


Op 'Spel en Sprong' de toekomst in -
dr. Ad Bok aan het woord

 


We kregen Ad Bok op bezoek tijdens
NDN-Netwerkmiddag Universiteit Gent op woensdag 19 maart 2014 - TiO-Schrijven en TiO-Spelt  We hebben hem eerder, toen en later leren kennen als een uitermate bekwaam innoverend onderwijsdeskundige en didacticus voor het vak Nederlands. Met genoegen laten we hem opnieuw (op schrift) aan het woord over zijn nieuw spellingprogramma, dat in maart 2014 net in een eerste fase was uitgeschreven en nu een volwaardig instrument voor effectief spellingleren is geworden.  

Op 29 juni ontvingen we van dr. Ad Bok dit bericht hieronder.

Zeer gewaardeerde collega,

Na vier pilots in het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs in Nederland
blijken docenten en leerlingen zéér te spreken over TiO-Spelt.

Tot mijn vreugde zal het programma per 1 sept 2015 ook in België op enkele scholen worden ingezet. Dat heeft me het vertrouwen gegeven om ook u te informeren over de bijzondere aanpak van de spellingdidactiek.

TiO-Spelt opent niet alleen de deur naar bestendig leereffect voor uw leerlingen, maar is ook voor u van betekenis, omdat u in contact komt met de allernieuwste ontwikkelingen op het gebied van interactieve en modificeerbare software. U geraakt met een reuzenstap meteen in de derde generatie van softwareontwikkeling.

TiO-Spelt is gloednieuw (2014) en zeer geavanceerd. Het is een internetprogramma en wordt op dit moment al gebruikt op alle types van onderwijs voor leerlingen van 12 jaar tot 20+. Die brede spreiding  is mogelijk door de flexibele en modificeerbare structuur van het programma (zie Bijlage).
Het programma werkt volledig autonoom en biedt veelzijdige instructie, oefening, verwerking, toepassing van spellingregels tot op het hoogste niveau. 

Leertraject:  
Het leertraject van twee jaar is instelbaar van 20-40 weken per jaar met een weekbelasting van circa 30-45 minuten (afhankelijk van het leervermogen). De instaptoets geeft een eerste indicatie van de benodigde leertijd.  

Details:

  • Monitor
  • gedetailleerd inzicht in de inspanningen en vorderingen van de leerling;
  • alarm als de leerling  >2 weken achterloopt op zijn takenpakket (zie Bijlage; dubbelklik).
  • Modificatie
  • niveau aanpasbaar aan schooltype, afdeling, jaargroep, klas en zelfs de individuele leerling;
  • aanpasbaar Toetsplan.
  • Evaluatie
  • naar keuze 2-5 grote toetsen, klassikaal en individueel, thuis en op school;
  • toetsen thuis mogelijk (spieken is praktisch onmogelijk door tijdlimiet en at random items).
  • Dyslexie
  • gemakkelijke aan- en afmelding van dyslectische leerlingen;
  • geautomatiseerde aanpassing van de werk- en toetstijden (+ 20%).
  • Jaarplan
  • instelbaar aantal werkweken van 20 - 40 (zie Bijlage);
  • helder overzicht van ‘gedaan’ en ‘nog te doen’.
  • Bestendig leereffect
  • intensieve, frequente, langdurige en veelzijdige training;
  • toepassing van meervoudige leerstrategieën.
  • Performance
  • TiO-Spelt werkt onder alle bekende browsers en op alle computers (o.a. i-Pads);
  • geen installatie; de leerling voert op internet zijn individuele wachtwoord in: klaar.
  • Frequentie

  • het programma biedt 2 leercycli van een jaar; leerlingen werken élke week (kort) aan spelling;
  • na twee jaar betaling krijgen de leerlingen een gratis licentie, totdat ze de school verlaten.

TiO-Spelt is door de modificeerbaarheid geschikt gebleken voor alle types van voortgezet en hoger onderwijs.
Het kost slechts € 8,00 per ll., per jaar (€ 4,50 voor scholen die al met TiO-Schrijft werken).

Mocht u geïnteresseerd zijn, dan zijn wij u graag van dienst, bijvoorbeeld met de toezending van een digitale brochure, of anderszins. U kunt uw wensen kenbaar maken via  tio@bveo.nl

Met vriendelijke groet,

Ad Bok

------------------------------------------------

Dr. Ad Bok
     (oud-docent, initiatiefnemer en hoofdontwikkelaar TiO)
     Bureau voor Educatieve Ontwerpen
     Burg. Siepkenslaan 9
     5242 BA  Rosmalen (NL)

  Web: www.tioschrijven.nl
  E-mail: adbok@bveo.nl                        
  Tel. kantoor 073 - 52 199 29



Basisvaardigheden academisch schrijven

 

Het boek Basisvaardigheden academisch schrijven is van de hand van Maartje Goosen en Francien Schoordijk en heeft als doelgroep eerstejaarsstudenten in Nederland en België die een universitaire opleiding volgen. Het is dus niet in de eerste plaats bedoeld voor anderstalige leerders, al wordt er bij het aanspreken van de leerder een enkele keer op gewezen dat ‘Nederlands […] misschien niet je moedertaal [is]’ (p. 19). Ook hebben beide auteurs ervaring met NT2-leerders; zo is Schoordijk mede-auteur van het in 2013 verschenen Schrijven op B2.

Volgens de auteurs blijkt uit de praktijk dat veel studenten lacunes in hun taal- en schrijfvaardigheid vertonen, zodat ‘de veronderstelling dat alle studenten schrijven op B2-niveau niet helemaal opgaat’ (p.11). Het doel van het boek is dan ook het onderkennen van zwakke punten, het wegwerken ervan, en ten slotte het oefenen van de vaardigheid academisch schrijven. Dit boek, dat voorziet in een blijkbaar stijgende behoefte, kan gebruikt worden in cursussen academisch schrijven, maar is in de eerste plaats bedoeld voor de individuele leerder – al lijkt me het van voordeel als een docent over diens schouders meekijkt, vooral vanwege feedback op de schrijfproducten. Het boek richt zich rechtstreeks tot de leerder en steekt deze meteen een hart onder de riem: ‘Wetenschappelijk schrijven kun je leren’ (p. 13).

Hoe is nu de opzet van het boek? De lezer wordt bij de hand genomen en door de fases van het schrijfproces geleid. Het boek telt tien hoofdstukken, waarvan de eerste twee (Het niveau van je schrijfvaardigheid; Je schrijfproces) gewijd zijn aan zelfreflectie en bedoeld om het niveau te bepalen. De leerder kan aan de hand van een diagnostische toets op de methodesite inzicht krijgen in zijn kennis van grammatica, spelling en woordenschat. Verder denkt de leerder aan de hand van vragen na over zijn werkhouding (bijvoorbeeld ‘In hoeveel rondes schrijf je?’,  p. 19) en zijn visie op schrijven (bijvoorbeeld het becommentariëren van uitspraken als ‘Schrijven is wachten tot je de juiste inval krijgt’, p. 20) en de eigen manier van schrijven (‘Ben je meer een conceptueel of meer associatief denker/schrijver?’, p. 25). Tevens krijgt hij/zij tal van tips over het structureren en plannen van het schrijfproces, bijvoorbeeld ‘Werk in verschillende schrijfrondes’ (p. 28) of ‘Werk het lege scherm zo snel mogelijk weg’ (p. 31).
De rest van het boek is gewijd aan verschillende aspecten van het schrijfproces. Achtereenvolgens komen aan bod: De voorbereiding; Tekststructuur; Bronnen verwerken; Een wetenschappelijke stijl; Stijltips; Reviseren; Correct formuleren; Spelling en interpunctie; De eindredactie. Elk hoofdstukje is onderverdeeld in deeltaken, horend bij het betreffende thema, bijvoorbeeld bij De Voorbereiding: Analyse van de schrijfopdracht; Onderwerp bedenken en afbakenen.

Elke deeltaak begint met input. Deze bestaat vaak uit wat theorie (bijvoorbeeld bij Doel van de opdracht: Het onderscheid tussen beschrijven, verklaren en betogen) maar vooral worden er praktische vragen beantwoord (bijvoorbeeld ‘Hoe bepaal je of je bronnen academisch zijn of niet?’, p. 45) en voorbeelden gegeven (bijvoorbeeld een afbeelding van een tekstplan of een mindmap). Deze teksten zijn doorspekt met tips (‘Gebruik als je op zoek gaat naar bronnen nooit Google, [maar] Google Scholar’, p. 46) en met opdrachten. De opdrachten zijn heel gevarieerd: vaak moet de leerder vragen beantwoorden, stukjes tekst corrigeren of tekstfragmenten, geschreven door eerstejaarsstudenten, beoordelen. Enkele voorbeelden: ‘Geef bij de volgende twee tekstfragmenten aan welk doel de schrijver heeft’ (p. 40); ‘Welke vijf fouten kun je vinden in de volgende APA-referentie?’ (p. 77). De antwoorden op de vragen zijn te vinden op de website; daar vinden we overigens ook extra oefeningen. Elk hoofdstuk eindigt met een verwijzing naar de website, waar de leerder nog meer studiemateriaal vindt (vooral materiaal dat veel plaats in beslag neemt: vragenlijsten ter reflectie, overzichten, schema’s) en tal van links naar taaaladvieswebsites: in de eerste plaats naar Taalwinkel (de gemeenschappelijke site van de UvA en HvA, waar Schoordrijk voor schrijft) maar ook naar de sites van andere universiteiten (Groningen, Rotterdam, Tilburg), de website van Onze Taal, Taaladvies enzovoort.       

Op de achterflap wordt Basisvaardigheden academisch schrijven bestempeld als een echt ‘doe-boek’ en dat is het inderdaad. Het barst van het materiaal en de oefenmogelijkheden. Bovendien is het een erg leuk boek. Het leest als een trein, en door de afwisselende en speelse vorm verveelt het geen moment. Dat het ook voor extramurale studenten Nederlands nuttig kan zijn staat buiten kijf: de conventies van academisch schrijven verschillen immers van taal tot taal. Het talige doelniveau is inderdaad hoog (voor mijn gevoel eerder richting C1), maar zeker haalbaar voor (sterke) hoofdvakstudenten die zich aan het eind van de bachelorfase of in de masterfase bevinden.

Nele Rampart

Uitgeverij Coutinho
2014, 1e druk, 192 pp.
ISBN: 9789046903926

€ 27.50

Bron: Deze boekbespreking is een onderdeel van Nele Ramparts ‘Schipperen tussen NT2, NVT en NT1 Kroniek van het Nederlands als vreemde taal’ verschenen in het tijdschrift Internationale Neerlandistiek – volume 53 no. 2, 2015 p. 159-168. Ze omvat de bladzijden 165-167 en ze werd overgenomen met de uitdrukkelijke toestemming van de auteur.

Over de auteur

Nele Rampart studeerde Germaanse Talen (Nederlands-Duits) in Antwerpen. Momenteel is ze werkzaam als docente taalverwerving aan de afdeling Nederlands van de Universität Wien. Van 1999-2006 leidde ze de vakgroep Nederlands in Brno (Tsjechië) waar ze, naast haar werk als docente, betrokken was bij de ontwikkeling van curricula en leermiddelen.

Ook de Taalprof heeft dit boek besproken: http://www.detaalprof.nl/blog/bas/


Ter nagedachtenis Jos Pieters (1925-2014)
een verdienstelijk en gedreven lerarenopleider

 
Een jaar geleden overleed Jos Pieters.
Hij was docent en lerarenopleider van 1955 tot 1983 aan de Rijksnormaalschool te Hasselt.
Daar had hij als basisopdracht aankomende jonge leraren Nederlands op te leiden tot regenten, die nu professionele bachelors zijn. Zij mochten lesgeven in de eerste cyclus en soms ook in de tweede cyclus van de middelbare school aan kinderen van 12 tot 16 jaar.

De Rijksnormaalschool in Hasselt werd in 1955 opgericht en recruteerde een eerste lichting docenten vanuit het Koninklijk Atheneum in Genk. Onder hen was Jos Pieters. Hij was de eerste docent Nederlands. Later kwam Rik Retsin erbij die in de verdere jaren vooral de lerarenopleiding voor onderwijzers verzorgde voor het vak Nederlands. Zelf sloot ik bij dat groepje docenten aan na mijn studies aan de Rijksuniversiteit Gent in 1959, maar pas in 1971 kreeg ik een opdracht in het regentaat om beide eerst genoemde lerarenopleiders bij te staan. Toen Jos Pieters om gezondheidsredenen met pensioen ging heb ik hem opgevolgd in zijn functie. Later toen ikzelf op 60-jarige leeftijd in 1997 mijn pensioen verwierf, werd ik opgevolgd voor de regentaatsopleiding Nederlands door Marijke Hendrickx, die dit jaar in september 2015 ook vervroegd met pensioen gaat. Wie na haar komt in de functie is mij op dit ogenblik niet bekend.

Zoals blijkt uit de bovenstaande opvolgingen zijn er aan de hogere onderwijsinstelling die eerst Rijksnormaalschool heette evenzeer in de loop van de jaren veranderingen ontstaan. De Rijksnormaalschool die als zelfstandige onderwijsinstelling een autonome lerarenopleiding verzorgde op het niveau van kleuteronderwijs, het niveau van basisschoolonderwijs en op dat van de regentaatsopleiding werd later het Hoger Pedagogisch Instituut eveneens een zelfstandige lerarenopleiding. Later nog werd de lerarenopleiding geïntegreerd als een apart departement in de Hogeschool Limburg, die sindsdien ook al twee keren van naam veranderde. Eerst heette ze gedurende een aantal jaren Xioshogeschool en toen verleden jaar de fusie van hogescholen werd voltrokken, werd het departement lerarenopleiding een departement van de Hogeschool PXL in Hasselt.

Ook de didactiek Nederlands kende in de loop van die 60 jaar een opmerkelijke evolutie.
Om Jos Pieters te situeren in de didactiek van de tijd zouden we kunnen stellen dat hij nog lesgaf aan de Rijksnormaalschool te Hasselt voor de periode waarin Nederlands onderwijs geheroriënteerd werd naar communicatieonderwijs. 'Moedertaaldidactiek' van de Leidse Werkgroep, die de inzet van die nieuwe onderwijsvorm voor Nederlands betekende, werd in oktober 1973 voor het eerst gepubliceerd. Jos Pieters heeft zich in de laatste tien jaar van zijn carrière als lerarenopleider Nederlands niet zo betrokken gevoeld bij dat communicatieonderwijs. Hijzelf behoort nog hoofdzakelijk tot de tijd dat het onderwijs Nederlands om het zo te noemen taaltechnisch was met nadruk op grammatica, woordenschat, spelling e.d., nog voor er sprake was van de competentiedoelen zoals die in “Dertien doelen in een dozijn” werden vervat. Dat zogenaamde taaltechnisch onderwijs Nederlands stoelde wel op pedagogische en algemeen didactisch-methodologische inzichten die weldoordacht werden toegepast in de onderwijspraxis.  En op dat gebied heeft Jos Pieters opmerkelijke prestaties geleverd én voor zijn aankomende jonge leraren in hun studietijd én voor de ontwikkeling van het middelbaar onderwijs als dusdanig. Niet alleen werden zijn inzichten toegepast in de scholen waar zijn stagiairs aan het werk waren, maar door de publicatie van een hele reeks kleine handboeken voor het onderwijs zelf, die hoofdzakelijk in de scholen van het gemeenschapsonderwijs werden geïntroduceerd, werd het onderwijs Nederlands opvallend meer geoperationaliseerd en geconcretiseerd, zodat er binnen die onderwijsvisie efficiënter Nederlands werd onderwezen en ook de resultaten naar verwachting beter konden worden. 
  
Nu één jaar na het overlijden van Jos Pieters blijkt er een grote belangstelling te ontstaan voor zijn persoonlijkheid en voor zijn prestaties. Hij muntte uit als lerarenopleider, maar ook als volks- en heemkundige vooral toen hij vrijuit kon gaan na zijn pensionering. En als musicus met een buitengewoon gevoel voor muzikaliteit was hij actief als uitvoerder, dirigent, koorleider en componist. Al die facetten van zijn persoonlijkheid en de activiteiten die daaraan verbonden waren, worden nu vanuit de heemkundige hoek in een paar herdenkingsteksten gepubliceerd. Na een In Memoriam in het plaatselijke heemkundig blad van Diepenbeek waar Jos Pieters thuis hoorde, publiceerde nu de Limburgse heemkundige Jan Gerits in ‘Heemkunde Limburg – tijdschrift voor lokale geschiedenis en erfgoed’ jg. 2015, nr. 2 juni 2015 een Ter nagedachtenis van Jos Pieters (1925-2014), een verdienstelijke volkskundige en geschiedschrijver van Diepenbeek (blz. 32-37). Daarin wordt ook ruime aandacht besteed aan het ‘Baanbrekend werk in het onderwijs van de Nederlandse taal’, dat Jos Pieters op zijn actief heeft gebracht. De heemkundige auteur werd voor dat gedeelte goeddeels geïnspireerd door de gegevens van de oudste zoon Michel Pieters, die naast muzikant ook een lerarenfunctie vervult.

Wij blijven ons Jos Pieters herinneren als een gedegen en gedreven collega Nederlands in de lerarenopleiding, maar evenzeer als een trouwe vriend ook in al de jaren na zijn pensionering. Het is goed dat zijn verdiensten en zijn prestaties nu worden neergeschreven. Ze verdienen het op hun waarde te worden geschat. Ook voor later kunnen de gegevens uit die teksten nog een flinke documentaire betekenis krijgen. Beschouw deze nagedachtenis als een blijvend eerbetoon voor een uitermate verdienstelijk man, voor wie we het respect opbrengen dat de herinnering aan ons gezamenlijk streven en onze vriendschap voor altijd hebben geëvoceerd.

Klik door naar de tekst van Jan Gerits

Ghislain Duchâteau


Omhoog ^


Canon Nederlandse literatuur vanuit Vlaams perspectief

 

Een literaire canon omvat alle teksten die kwalitatief hoog worden aangeslagen. Al wie met literatuur begaan is, is er maar beter van op de hoogte en heeft ze bij voorkeur ook gelezen. Want dat zijn de referentiewerken, dat is de mainstream, daarover gaat het gesprek. Tegelijk is de canon een genealogie: hij illustreert met welke teksten een literatuur evolueerde. Of toch wat ervan bewaard bleef. Daar zitten per definitie nooit veel verrassingen tussen, toch niet voor wie wat op de hoogte is van de literatuurgeschiedenis.”

Marc Reynebeau in De Standaard (6-7-2015)


Duidelijke informatie over de canon en de presentatie op 1 juli in Kasteel Beauvoorde (Veurne) geeft de Redactie.be in 'Vlaamse Canon is voorgesteld'

Nog een citaat van literair vertaler Els Snick in haar column in De Standaard (2-7-2015) over de voorstelling van de Canon in Beauvoorde

‘De literatuur leefde gisteren zoals ik het lang niet heb meegemaakt, in dat zonovergoten park bij het prachtige zeventiende-eeuwse kasteel van Beauvoorde. De professoren waren zo slim geweest de organisatie van het evenement over te laten aan jonge KANTL-medewerkers met kennis van zaken en veel lef en genoten zwetend onder hun hemd-met-das zichtbaar van het resultaat. Muzikanten en schrijvers van alle slag kwamen de canon hun steun betuigen met indrukwekkende, ontroerende, prachtige performances. Cartoonist Daniël erbij halen om de gecanoniseerde werken te illustreren is een geweldig idee en maakt de canon-website nu al spectaculair. De KANTL toont wat literatuur moet doen: jong en oud verbinden, aanzetten tot discussie over kunst en haar vermogen om actuele problemen te begrijpen, om hoop en troost te bieden in barre tijden. Chokri Ben Chikha die met Vlaanderen de leeuw aan de haal gaat of Tom Lanoye zijn interpretatie laten geven van de liefdesgedichten van Guido Gezelle – hoe eenvoudig kan het zijn om onze klassiekers op te frissen.’


Zo stellen de initiatiefnemers de nieuwe literaire canon voor:

Het canonproject past binnen het geïntegreerde letterenbeleid van de Vlaamse overheid en kadert in een ruimere visie rond leesbevordering en erfgoedbeleid.

De canon maakt duidelijk welke teksten door het literaire veld in Vlaanderen als essentiële Nederlandstalige literatuur worden beschouwd. Hij is een instrument voor het onderwijs, de overheid, de uitgeverijen en het brede lezerspubliek.

bekijk de canon - over de canon

Website: http://literairecanon.be/

Waarom enkel een Canon vanuit Vlaams perspectief? Een geen Canon van Nederland en Vlaanderen samen?

Vanaf het begin en ook tijdens de voorstelling op 1 juli in Beauvoorde hebben de organisatoren gesteld dat deze canon werd samengesteld in een dynamisch perspectief. Die Vlaamse invalshoek zal worden verruimd door overleg met de Nederlanders in het vooruitzicht van een gezamenlijke Nederlandse literaire canon in functie van de Buchmesse Frankfurt 2016 waar Nederland en Vlaanderen samen gastland zijn. We verwachten dat die er tegen dan komt.

De KANTL en uitgeverij Vrijdag stellen op maandag 12 oktober te 19.30 u. hun prachtig vormgegeven canonboek voor met de presentatie van alle werken uit de canonlijst. Dat gebeurt in het gebouw van de Academie in Gent, Koningsstraat 18 – 9000 Gent.


Omhoog ^


IVN-Colloquium Leiden

Leiden 17-22 augustus 2015 -

Hyperdiverse neerlandistiek

Programma

 

Over het Colloquium Neerlandicum van de Internationale Vereniging Neerlandistiek met als thema Hyperdiverse neerlandistiek berichtten we al in onze vorige Nieuwsbrief NDN-Nieuws 27-03.

Colloquium Neerlandicum IVN - Leiden 17-22 aug. 2015

Vanaf nu is de colloquiumagenda met alle bijdragen online te bekijken
via de volgende pagina: klik hier

De inschrijving is gesloten. Als u wilt weten of u nog kunt deelnemen, stuur dan een e-mail naar bureau@ivnnl.com.

 

Omhoog ^

Het verschil tussen een voorwerp en een bepaling

 

De Taalprof komt nu ook met een verrassend en eigenaardig filmpje van 4’53” over dat verschil.

Het basisverschil voor Peter Arno Coppen is:

Een voorwerp hoort erbij.
Een bepaling staat erbij.

Wat weet je nu meer? Bekijk het filmpje

 

Omhoog ^

 

De recente berichten op de Facebookblog van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...


Klik links op >
BERICHTEN AAN PAGINA

 
 


NDN-Facebookblog


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookblog van het NDN. Het gaat om 34 nieuwe berichten vanaf 7 mei 2015. Het oudste bericht staat eerst, het jongste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Geef Netwerk Didactiek Nederlands of NDN in op het invulvak bovenaan. Open in de linker kolom dan
BERICHTEN AAN PAGINA.



- NAAR DE KLAS VAN JUF LINDA 7-5-2015
TIEN DINGEN DIE IK GRAAG HAD GEWETEN VOOR IK LERAAR WERD

- ONVERWOESTBARE KLASSIEKER UIT DE JEUGDLITERATUUR NOG EENS ONDER DE AANDACHT:
DE KONING VAN KATOREN VAN JAN TERLOUW HERLEZEN 7-5-2012

- NEDERLANDS NAAR PERFECTIE 9-5-2015

Heel nieuwe totaalmethode Nederlands voor midden- en hoogopgeleide anderstaligen
Emily Palmer, Miranda van ’t Wout zijn de auteurs.
...
Lees meer

- TWEE VLAMINGEN KUNNEN ‘BESTE LERAAR NEDERLANDS 2015’ WORDEN 9-5-2015

Jan de Jong, docent Nederlands op het Mater Salvatoris in Kapellen (provincie Antwerpen) en Bert Zurings, leraar Nederlands op het Onze-Lieve-Vrouwecollege in Vilvoorde (provincie Vlaams-Brabant) zijn genomineerd voor de verkiezing van de “Beste leraar Nederlands van 2015”. Naast hen is ook een leraar van boven de Moerdijk genomineerd.
Dat heeft de vereniging Onze Taal via Twitter bekendgemaakt.
...
Lees meer

- DE NEDERLANDSE TAALUNIE ZET HAAR BELEID VOOR HET NEDERLANDS CONSTRUCTIEF VERDER EN VERANTWOORDT HAAR BEZUINIGINGSMAATREGELEN 13-5-2015

We hebben enkele dagen gewacht om te reageren om de storm rond de bezuinigingen van de Nederlandse Taalunie wat te laten bedaren. We begrijpen de ontsteltenis van de hoogleraren die tegen de bezuinigingen hebben geprotesteerd met artikelen in de NRC in Nederland en De Standaard in Vlaanderen. Dat er bezuinigd wordt en moet worden is een niet te miskenne...

Lees meer

- MEESLEPEND ALS GEEN ANDER ‘IK KOM TERUG’, BEZORGT ADRIAAN VAN DIS DE LIBRIS LITERATUURPRIJS 2015. 14-5-2015

‘Daarmee is Ik kom terug een verhaal geworden over een moeder en een zoon. Ze zijn aan elkaar gewaagd, maar tegelijkertijd brengt de bloedband ze heel dicht bij elkaar. Het verhaal pakt je beet en neemt je mee naar een stuk geschiedenis van Nederland.
Een eeuw trekt aan je voorbij, waarop het persoonlijke verhaal van een bijzondere vrouw drijft. Op deze stroom van het verhaal do...

Lees meer

- JEF GEERAERTS HERDACHT IN ARTIKELS 17-5-2015

Op 11 mei 2015 overleed Jef Geeraerts op 85-jarige leeftijd.
Meteen kwam er in de media een golf van reacties los.
Die wilden de persoonlijke en literaire verdiensten van de net overleden schrijver voluit in het daglicht stellen....

Lees meer

- ALLES WAT JE MOET WETEN OVER LASZLO KRASZNHORKAI, DE HONGAARSE AUTEUR DIE DE MAN INTERNATIONAL BOOKER PRIZE 2015 WON 20-5-2015

Hij kreeg de prijs voor het geheel van zijn oeuvre.
De tweejaarlijkse toegekende onderscheiding bedraagt 60.000 `£ zowat 81.000 euro. Ook de twee vertalers naar het Engels toe delen de vertalersprijs van 15.000 £.
...
Lees meer

- DANKWOORDJE VAN FRITS RITMEESTER VAN RADIO 1 NEDERLAND 20-5-2015

n.a.v. de zoektocht naar
DE BESTE LERAAR NEDERLANDS 2015.

Beste allemaal,
...
Lees meer

- DE LERAAR VAN HET JAAR 2015 … IS EEN DAME-DIRECTEUR 20-5-2015

Mireille Van Craenenbroeck (45), directeur van het Sint-Ursulalyceum in Lier, is de leraar van het jaar 2015. Klasse zette in editie 2015 directeurs centraal. Mireille is een directeur die zich niet laat leiden door de waan van de dag, maar het hele plaatje ziet. "Zij is een motivator, een intelligent communicator en een leider met visie," schrijft haar lerarenteam. TV.Klasse ging op bezoek op de school van Mireille en zag een straffe directeur.

https://youtu.be/PETYVZ7wbaU 2’59”

- REGIONALE ACCENTEN OP DE RADIO? 22-5-2015

De luisteraar verwacht van radiopresentatoren altijd dat ze een neutrale standaardtalige uitspraak hebben. Dus ook voor de presentatoren bij lokale en regionale radiostations is er geen excuus meer. Oefen op die uitspraak, uw luisteraar waardeert het!
Dat is de conclusie van een onderzoekje dat RITS-student Radio Thomas Rottier uitvoerde voor zijn afstudeerscriptie.
...
Lees meer

- HET NEDERLANDS IN HET JAAR 2500 27-5-2015

VOORSPELLINGEN. Hoe klinkt het Nederlands in het jaar 2500? De wetenschapsjournalist Steven Hagers vroeg het een aantal deskundigen. Sommigen rekenen hem uitvoerig voor waar de klinkers zullen liggen, anderen grijpen terug op het verleden en weer anderen denken dat er tegen die tijd geen Nederlands meer zal bestaan.
Samen geven ze misschien eerder een aardig inzicht in de taalwetenschap van nu dan in de taal van over 500 jaar.
...
Lees meer

- 20+1 TIPS OM LEREN TE STIMULEREN 31-5-2015

Toegevoegd door Leren.Hoe?Zo! op 14.11.2014
Binnenkort staan opnieuw heel wat leerlingen en leerkrachten voor de uitdaging om een examenperiode tot een goed einde te brengen. Daarom leek het me interessant om in een overzicht enkele nuttige links en tips te verzamelen die ik de afgelopen maanden bij elkaar heb gesprokkeld op mijn blog en die je als leerkracht kunt delen met jouw leerlingen en collega's.
...
Lees meer

- DIALECTWOORDEN IN EEN NIEUW DIGITAAL JASJE 5-6-2015

Op 16 juni lanceert het Meertens Instituut een nieuwe databank: de electronische Woordenbank van de Nederlandse Dialecten (eWND). Het doel van de eWND is om zoveel mogelijk dialectwoordenboeken digitaal beschikbaar en doorzoekbaar te maken. Zowel taalkundigen als taalliefhebbers kunnen straks alle belangrijke Nederlandse dialectwoordenboeken op één centraal punt raadplegen.
Mathilde Jansen geeft er ruime en heel boeiende informatie o...
Lees meer

- NIEUWSBRIEF MEI 2015 VAN DE COMMUNITY NEDERLANDS 6-6-2015

In deze nieuwsbrief lezen jullie onder meer over:
- Literatuurconferentie op 8 juni
...
Lees meer

- SLEUTELCOMPETENTIES 6-6-2015

Met digitale technologie leren werken, leren samenwerken, probleemoplossend denken, creatief denken, levenslang leren, eigen keuzes maken en je leven aansturen, leven in een geglobaliseerde wereld… Deze sleutelcompetenties worden blijkbaar door erg veel mensen essentieel geacht voor het functioneren van mensen in de 21e- eeuwse samenleving, op de arbeidsmarkt, en voor ieders persoonlijke, levenslange ontwikkeling.
Lees wat Kris Van den Branden meedeelt da...
Lees meer

- BOEKPRESENTATIE GRUUTHUSE HANDSCHRIFT – 6-6-2015

KB Den Haag 12 juni 2015

Het befaamde Gruuthuse-handschrift is een unieke schatkamer van Nederlandstalige middeleeuwse poëzie en liedkunst, tot stand gekomen in Brugge omstreeks 1400. Met deze uitgave verschijnt het complete handschrift voor het eerst in een moderne wetenschappelijke editie. Een uitvoerige inleiding situeert de codex in de culturele omgeving waarin hij is ontstaan, woordverklaringen brengen de teksten en de liederen nu...
Lees meer

- ESTHER GERRITSEN SCHRIJFT HET BOEKENWEEKGESCHENK 2016 11-6-215

Maar wat schreef de ‘chroniqueur van de gekte’ allemaal? Een greep uit een abnormaal oeuvre dat gaandeweg normaler wordt.
De Lijstjeslawine: Esther Gerritsen in 5 boeken
...
Lees meer

- WELKE WOORDEN ZIJN CORRECT NEDERLANDS? 13-6-2015

OVER DE GESCHIEDENIS VAN DE TAALZORG EN TAALADVISERING IN VLAANDEREN
Presentatie met powerpoint over de geschiedenis van de taalzorg en taaladvisering van het Nederlands in Vlaanderen door Peter Debrabandere.
...
Lees meer

- NODIG LECTOREN VAN DE LERARENOPLEIDING UIT OM TE KOMEN LESGEVEN IN JOUW SCHOOL 15-6-2015

Toegevoegd op KlasCement (Leermiddelennetwerk Vl. Min. Onderwijs) door Bram Bruggeman op 03.06.2015
In dit artikel roept Bram Bruggeman op om lectoren van de lerarenopleiding uit te nodigen om enkele lessen te geven in jouw school.
...
Lees meer

- IN MEMORIAM DRS. P (1919-2015) 15-6-2015

Drs. P in Onze Taal - EERBETOON.

"Dzjop is Algemeen Onbeschaafd Nederlands, een voordien nog onbenoemde taal die ik niet vloeiend spreek maar wel versta, aangezien ik haar sinds mijn vestiging in dit land om mij heen hoor." Zo luidt de eerste zin in de rubriek 'Het Rijmschap' van het februari-maartnummer van het tijdschrift Onze Taal uit 1981. De auteur was H.H. Polzer.
...
Lees meer

- TEVREDENHEID OVER VRT NEEMT AF BIJ KIJKERS 16-6-2015

Zes op de tien Vlamingen is tevreden over het aanbod op de openbare omroep VRT. Dat zijn er bijna tien procent minder dan in 2010.
Dat blijkt uit een publieksbevraging van de Universiteit Antwerpen bij 1.710 Vlamingen die werd voorgesteld in het Vlaams parlement, waar wordt gewerkt aan een nieuwe beheersovereenkomst voor de openbare omroep.

Lees meer

- SEM ERKENS VRAAGT NDN HULP 18-6-2015

Aan alle leden van NDN: hulp gevraagd!
In het kader van de master Opleidings- en Onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen voer ik een onderzoek naar de leerlingenevaluatie in Vlaanderen. Hieronder kan u een link terugvinden naar de vragenlijst die met het oog op mijn onderzoek wordt afgenomen. De vragenlijst is bestemd voor leerkrachten Nederlands uit de derde graad ASO. Het invullen van de vragenlijst duurt ongeveer 15 minuten en is volledig anoniem.
Het zou mij...
Lees meer

- JAMES SALTER, AMERIKAANS VERHALEN- EN ROMANSCHRIJVER, OVERLEDEN 20-6-2015

Hij is de auteur van de roman Lichtjaren uit 1975. Dat boek wordt beschouwd als Salters meesterwerk. Pas een paar jaren geleden werd hij ruim bekend met de publicatie van Alles wat is. Tot dan had hij dertig jaar lang geen roman meer gepubliceerd. Wel had hij intussen nog kortverhalen geschreven.
Salter is 90 jaar geworden.
...
Lees meer

- FILOSOFEREN MET JONGEREN EN ANDERE VAKOVERSCHRIJDENDE NASCHOLINGEN 24-6-2015

Nieuwsbrief Centrum Nascholing Onderwijs (CNO) Universiteit Antwerpen

Zelfstandig denken en oordelen, een onderzoekende en een open houding ontwikkelen, het kunnen voeren van een gesprek en het respectvol omgaan met opvattingen van anderen... zijn belangrijke vaardigheden die mensen in een democratische samenleving nu en in de toekomst nodig hebben. Door te filosoferen leer je basisvaardigheden als goed luisteren, je geda...

Lees meer

- NEDERLANDS IN HET HOGER ONDERWIJS EN GEEN … GLOBISH! 24-6-2015

In de NRC van afgelopen weekend stond een opiniestuk van de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge, getiteld: ‘Nederlands in het hoger onderwijs – en geen globish’ (via Blendle, via NRC). Hij houdt hier een pleidooi voor het behoud van het Nederlands als de voornaamste voertaal in het hoger onderwijs. Dat lijkt roeien tegen de stroom in, want de meeste universiteiten – inclusief de UT (Universiteit Twente) – stevenen af op invoe...

Lees meer

- RIET JEURISSEN 25-6-2015

blijft actief na haar opdracht als senior lector Nederlands in de Hogeschool PXL
Samenvatting
...
Lees meer

- HOE ZIT DAT NU MET DAT MEERTALIG OPVOEDEN? 25-6-2015

Het wetenschappelijk onderzoek geeft de laatste tijd veel nieuwe, vaak verrassende inzichten in meertalig opvoeden. Hoe breng je die inzichten aan de man? Een staaltje wetenschapspopularisering van Marinella Orioni, Jan Hautekiet, Wouter Duyck en Code.

- VAN INL NAAR INT 25-6-2015

Van Nederlands-Vlaams Instituut voor Nederlandse lexicografie naar Instituut voor Nederlandse Taal

Eind 2014 heeft het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie beslist vanaf dit jaar € 400.000 te bezuinigen op het Nederlands-Vlaamse Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL). Tegelijkertijd werd besloten te onderzoeken of het instituut op termijn omgevormd kan worden tot een breder Instituut voor Nederlandse Taal (INT). Op dit moment wordt aan de be...

Lees meer

- THé LAU IN HET ENGELS? NEVER! 27-6-2015

‘Het is om die reden dat ik me geregeld haast de haren uit het hoofd trek als ik naar Engelse songteksten luister die door Nederlandstaligen zijn gemaakt. (De beleefdheid gebiedt dat ik geen namen noem. De lijst zou helaas ook erg lang zijn.) Ad Verbrugge schat in zijn essay hiernaast dat er in dat Nederengels zo’n 1.500 woorden omgaan. Zou het? De helft lijkt me bij sommige makers van die songs al veel. De woordkeuze is zo treurig stemmend pove...

Lees meer

- HET GROOT MANIFEST DER NEDERLANDSE TAAL 28-6-2015

MANIFEST VAN HET TAALCOLLECTIEF
Een pleidooi voor een taalrenaissance in het hoger onderwijs van de 21e eeuw – te beginnen met Nederlands
...
Lees meer

- LIEVE JORIS SCHRIJFT HET 26STE GROOT DICTEE VAN DE NEDERLANDSE TAAL 29-6-2015

Ze geeft nog mee dat ze aan de tekst voor haar dictee zo vlug mogelijk wil beginnen omdat ze in het najaar op reis moet voor research voor haar volgende boek. Verleden jaar won Joris nog de Bob den Uyl Prijs voor beste Nederlandstalige reisboek voor 'Op de vleugels van de draak', haar confronterende kijk op de Afrikaans-Chinese cultuurclash. Wellicht dat de tekst van het Dictee ook in die interculturele richting gaat?

- ZES VERTAALDE BOEKEN NAAR HET NEDERLANDS MAKEN KANS OP DE EUROPESE LITERATUURPRIJS 7-7-2015

Dat zijn:
1. Aan de oever van Rafael Chirbes uit het Spaans vertaald door Eugenie Schoolderman en Arie van der Wal (Meridiaan)
2. Een hand vol sneeuw van Jenny Erpenbeck uit het Duits vertaald door Elly Schippers (Van Gennep)...

Lees meer

- POSTUUM DICHTER ROGI WIEG (52) 16-7-2015

"De dood aasde al lang op de kleine dichter met de tedere taal. Vanavond gaf die zich uiteindelijk gewonnen", schrijft Arjan Peters over het leven en de dood van Rogi Wieg (+).

In zijn woonplaats Amsterdam is woensdagavond 15 juli 2015 de dichter en schrijver Rogi Wieg overleden. Dat heeft zijn vrouw laten weten via Wiegs uitgeverij In de Knipscheer.
...
Lees meer



 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe +, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Wie nu stort is lid voor het hele jaar 2016.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be