Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
27-1, september-oktober-november 2014
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




Redactioneel
NDN-Netwerkmiddag
onlineteksbegrip

HSN-2014
Luisteren kun je leren
Taalunie-Bericht
Nieuwsberichten - Taalunie
Nieuwe graad voor leraren in Nederland
Hyperdiverse neerlandistiek
Erepenning Riet de Jong-Goossens
Visietekst onderwijs Nederlands
NDN-Lenteconferentie 2015
Adviesnota - Taalvaardig voor hoger onderwijs
Brede visie op taalbeleid in het hoger onderwijs
Dialectcompetentie en functionaliteit dialect
Van Dale 150 jaar
Obiit Gerrit Kouwenaar
Recent op de NDN-Facebookblog
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief -NDN-site pagina Nieuwsbrief
 
NDN-Nieuws 26-4
 
• NDN-Nieuws 26-3
 
• NDN-Nieuws 26-2
 
• NDN-Nieuws 26-1
 
• NDN-Nieuws 25-5
 
• NDN-Nieuws 25-4
 
• NDN-Nieuws 25-3
 
• NDN-Nieuws 25-2
 
• NDN-Nieuws 25-1
 
• NDN-Nieuws 24-4
 
• NDN-Nieuws 24-3
 
• NDN-Nieuws 24-2
 
• NDN-Nieuws 24-1
 
• NDN-Nieuws 23-4
 
• NDN-Nieuws 23-3
 
• NDN-Nieuws 23-2
 
• NDN-Nieuws 23-1
 
• NDN-Nieuws 22-4
 
• NDN-Nieuws 22-3
 
• NDN-Nieuws 22-2
 
• NDN-Nieuws 21-3
 
• NDN-Nieuws 21-2
 
• NDN-Nieuws 21-1
 
 
 
 
Redactioneel
 

L.S.



Met het komende academiejaar in het verschiet beseft het NDN dat het naar het onderwijsveld toe weer wat van zich moet laten horen of zien. Collega’s, u leest hier de eerste regels van onze eerste publicatie van het Academiejaar 2014-2015.

Zoals steeds vergadert het bestuur eind augustus en smeedt nieuwe plannen. Voor de komende maanden voorzien wij twee bijeenkomsten: onze netwerkmiddag over Onlinetekstbegrip op 15 oktober in de PXL in Hasselt en onze lenteconferentie in de UAntwerpen volgend jaar - wat vroeger - begin maart. De uitnodiging met het inschrijvingsstrookje voor onze netwerkbijeenkomst staat vooraan in deze nieuwsbrief. Wacht niet met inschrijven, want we hebben maar ruimte voor 50 deelnemers ook van middelbare scholen.

Tussen beide NDN-studiedagen in komt in november in Brugge de Conferentie Onderwijs Nederlands, ons nog bekend als de HSN-Conferentie, waarvoor we hier ook informatie geven.

Voor didactiek vestigen wij uw aandacht op luistervaardigheid, waarover niet zo vaak geschreven wordt in het Nederlandse taalgebied en waarvan we de huidige situatie in het Vlaamse onderwijs in beeld brengen. Basisconcepten over het onderwijs luistervaardigheid en een leerlijn vindt u aansluitend op de NDN-website op de pagina Taalvaardigheid van onze sectie Bint.

Dat het taalbeleid onze bijzondere aandacht krijgt, is vanzelfsprekend nu we voor een nieuwe politieke beleidsperiode staan: er is de adviesnota van het Vlaams Forum Taalbeleid en Taalondersteuning in het Hoger Onderwijs en er is een goed geformuleerde omschrijving van twee collega’s uit West-Vlaanderen van de ‘brede visie op taalbeleid in het hoger onderwijs’. Dat we binnen het bestuur van NDN werken aan een eigen actuele visietekst voor het onderwijs Nederlands vermelden we terloops.

We vinden het ook opportuun in een voor ons vlot toegankelijke vorm een transcriptie voor te stellen van een wetenschappelijk artikel van twee Gentse taalkundigen over de huidige competentie van het dialect en de functionaliteit van het dialect in Vlaanderen. Dat kan van invloed zijn op de attitudes van de leraren in het veld tegenover het taalgebruik op school.

En dat is niet alles, er is nog meer te lezen in ons e-zine.


Uw eigen inbreng voor onze volgende edities is heel welkom. Ook respons op deze editie krijgen we graag toegestuurd. Ons e-postadres is info@netdidned.be .

Maar nu verwachten we uw rustige en bedachtzame lectuur van het belangrijkste uit deze nieuwsbrief. Ontdekking en herkenning van ideeën wensen we u toe en ook leesgenoegen.


Heel vriendelijke groeten


mede namens de NDN-bestuursleden


Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter en redacteur




 


Uitnodiging netwerkmiddag over "onlinetekstbegrip - woensdag 15 oktober 2014 in Hasselt


 





Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) en Hogeschool PXL organiseren op woensdagmiddag 15 oktober 2014 in de Hogeschool Departement Lerarenopleiding (Education), Campus Vildersstraat – Vildersstraat 5 – 3500 Hasselt de netwerkmiddag

Onlinetekstbegrip voor leerlingen

Spreker: Drs. Jeroen Clemens

Doelpubliek: leraren secundair onderwijs Nederlands en andere vakken, pedagogische begeleiders en lerarenopleiders

Tijdsperiode: 14 uur – 16.30 u.

Programma:

- Ontvangst en aanmelding
- Presentatie ‘Onlinetekstbegrip’ – deel 1
- Koffiepauze – netwerking
- Presentatie ‘Onlinetekstbegrip’ – deel 2 met interactie
- Afsluiting - netwerking

Onlinetekstbegrip voor leerlingen

Beide organisatoren van deze netwerkmiddag zijn bekommerd om de vaardigheden die leerlingen moeten hebben om te kunnen functioneren in onze digitale kennismaatschappij. Een belangrijke vaardigheid is het begrijpen van teksten online, onlinetekstbegrip. Het onderwijs behoort daar aandacht aan te besteden, te beginnen bij het vak Nederlands. Natuurlijk is het van groot belang dat
onlinetekstbegrip bij alle vakken geïntegreerd aandacht zou krijgen.

Een van de oorzaken van de problemen met online tekstbegrip is dat onlineteksten heel andere karakteristieken hebben dan offlineteksten. Er is dus sprake van nieuwe tekstsoorten.

Onlineteksten zijn
(1) niet lineair opgebouwd,
(2) vaak niet één tekst, maar een cluster van teksten of tekstdelen, verbonden via hyperlinks,
(3) teksten die vaak online en in samenwerking worden geschreven,
(4) meestal multimediaal en multimodaal  
(5) teksten die snel veranderen (OECD, 2011).

Onlineteksten genereren nieuwe tekstsoorten met hun eigen kenmerken: websites, blogs, tweets…

De Nederlandse onderzoeker en leraar Jeroen Clemens kan ons opheldering geven over deze thematiek. Hij heeft er ruim onderzoek naar gedaan en doctoreert op dit thema.

Inschrijven



Vul deze inschrijvingsstrook zorgvuldig in, kopieer ze en stuur ze per mail naar
info@netdidned.be

  • Ten laatste inschrijven op woensdag 8 oktober 2014
  • Maximum 50 deelnemers

Hierbij schrijft in voor de Netwerkmiddag over ‘Online tekstbegrip’ op woensdag 15 oktober 2014 in de Hogeschool PXL, Campus Vildersstraat – Vildersstraat 5 – 3500 Hasselt

- Voornaam:
- Familienaam:

- Functie:
- Onderwijsinstelling:

- E-mailadres:
- Telefoonnummer:

Zij/hij schrijft € 15 over op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB
van NDN, Wilrijk.  Enkel de betaling geldt als definitieve inschrijving.



Contact: Ghislain Duchâteau
E-post: info@netdidned.be - Tel: 011 22 86 25

 




HSN-conferentie 2014 – achtentwintigste conferentie




De HSN 2014 zal plaatsvinden op vrijdag 14 en zaterdag 15 november 2014 in Brugge. De Conferentie Het Onderwijs Nederlands wordt jaarlijks met steun van de Taalunie georganiseerd door de Stichting Conferenties Het Schoolvak Nederlands.

Locatie: Katholieke Hogeschool VIVES - Xaverianenstraat 10 B-8200 Brugge

Programma

Conferentie Onderwijs Nederlands is een conferentie met parallelle programmakolommen: er zijn tien tot twaalf presentaties tegelijk. U hoeft zich niet in te schrijven voor de presentaties die u wenst bij te wonen, u kunt ter plaatse vrij kiezen. Ook kunt u op beide dagen de informatiebeurs bezoeken waarop Vlaamse en Nederlandse (educatieve) uitgevers en vakverenigingen hun publicaties voorstellen.

De conferenties zijn uitgegroeid tot een onmisbaar forum voor al wie zich bij de ontwikkelingen in het onderwijs Nederlands betrokken voelen.

HSN-28 beoogt alle leeromgevingen aan bod te laten komen waarin Nederlands geleerd wordt:

  • basisschool;
  • secundair onderwijs/voortgezet onderwijs: alle niveaus (aso, bso, kso, tso, /vwo, havo, mbo);
  • hogeschool/universiteit;
  • lerarenopleidingen.

Er staan weer een tachtigtal presentaties/workshops en andere activiteiten op het programma.
Het overzicht van het programma en het voorlopig uurrooster vindt u op
http://www.hsn.ugent.be/programma.html

Er zijn twaalf stromen waaronder de presentaties zijn ondergebracht. De titels van de presentaties en al heel wat abstracts geven een idee van wat er inhoudelijk te verwachten is. U vindt ze op
http://www.hsn.ugent.be/abstracts.html

NDN beveelt HSN-28 ten volle aan.

Alle nuttige informatie: http://www.hetschoolvaknederlands.org/

 
Omhoog ^

Luisteren kun je leren

Huidige stand van het luistervaardigheidsonderwijs in Vlaanderen

 

Luistervaardigheidsonderwijs is niet zo vanzelfsprekend. Leraren beoefenen dat niet zo graag.
Die terughoudendheid is wellicht gedeeltelijk toe te schrijven aan het ontbreken van de nodige houvasten.

Omstreeks 1975 kregen we in de didactiek de aandacht voor de vier vaardigheidsdomeinen: spreken, schrijven, luisteren, lezen. Toen was de aanpak voor luisteronderwijs bij leraren helemaal zoek. Ze moesten het wel doen, maar hoe? Vlug ontstond de praktijk om in de klas een tekst voor te lezen. Heel vaak waren dat geen echte luisterteksten, maar geschreven teksten die werden voorgelezen. Vlug werden her er der verzamelingen aangelegd met teksten die zogenaamd voor die vorm van onderwijs gebruikt konden worden. Vragen werden daarbij gesteld en het gebeurde meermaals dat dat meerkeuzevragen waren. Over de efficiëntie van deze primaire aanpak hoeven we het niet verder te hebben.

Van bij de aanvang zaten we meteen in de eenrichtingssituatie van het luisteren: iemand leest een tekst voor, wie luistert kan de inhoud verwerken, maar kan er niet op reageren.

Heel veel literatuur rond luistervaardigheid en het onderwijs daarvan zijn sinds die tijd in ons taalgebied niet gepubliceerd. Wél ontstonden eindtermen luistervaardigheid die werden opgenomen of uitgewerkt in de leerplanen. Sinds enkele jaren wordt luistervaardigheid samen met de andere vaardigheden ook opgenomen in de officiële peilingen.

Uit de literatuur in het Nederlands onthouden we toch wel de publicatie van het DCN-cahier 5 “Luisteren” uit 1977, dat onder de verantwoordelijkheid van de toenmalige Didactiekcommissie Nederlands van de Sectie Nederlands van de Vereniging van Leraren in Levende Talen werd uitgegeven.  Auteurs van het cahier zijn Ad de Geus, Jan Griffioen, Henk Lammers en Aart Pouw. Wat lang geleden werd gepubliceerd hoeft daarom nog niet waardeloos te zijn. In dit cahier zijn theoretische inzichten over het luisteren beslist van blijvende betekenis en de moeite waard om ernaar terug te grijpen binnen het huidige theoretiseren rond het onderwijs in luistervaardigheid. Om luisteronderwijs te kunnen geven, moet je zeker eerst weten wat luisteren in feite inhoudt en hoe een luisteraar zijn eigen houding bepaalt tegenover wat hij te horen krijgt. Vandaar dat we twee theoretische concepten hier in de eerste plaats in het licht willen stellen: het transactiemodel dat Henk Lammers in het cahier voorstelt en daarbij de luistermodus van de luisteraar.

Het transactiemodel

Het is wel duidelijk dat luisteren steeds een onderdeel is van communicatie. Het is verbonden met spreken, want als er geen spreker is, dan is er ook niets te beluisteren. Vaak is het gekoppeld aan kijken. Het transactiemodel is een communicatiemodel dat berust op onderzoeksresultaten uit de psychologie. Aanvankelijk kwam dat uit het behaviorisme uit de jaren ’50. Dat leidde tot de ontwikkeling van de eenrichtingsverkeermodellen. Maar dat leverde geen doeltreffende beschrijving op van de werkelijkheid. In de jaren ’60 werden transactiemodellen ontwikkeld waarbij de zender informatie aanbiedt, waarbij de ontvanger die informatie wel decodeert, maar niet noodzakelijk accepteert. Hij streeft ernaar een evenwicht tot stand te brengen tussen de ontvangen informatie en wat leeft binnen zijn eigen referentiekader. In dit geval kan hij wél reageren: de spreker wijzen op de mogelijke ‘onjuistheid’ van zijn beweringen ofwel de informatie afwijzen. Zijn reactie hangt af van zijn verhouding van luisteraar tot het onderwerp en van zijn vertrouwen in het oordeel van de spreker. Als we deze aspecten in aanmerking nemen dan zitten we duidelijk in een twee- of meerrichtingssituatie.  Dialogen zoals een telefoongesprek voeren en polylogen zoals deelnemen aan een debat komen daarbij aan de orde. Het lijkt erop dat de meerichtingssituatie in het luisteronderwijs nauwelijks echt beoefend wordt. Het leeraspect van het luisteren ontstaat dan door leerlingen te laten deelnemen aan dialoog of polyloog,  aan een telefoongesprek of een debat en daarbij te reflecteren en te analyseren hoe hun rol van luisteraar het best kan worden ingevuld. De invalshoek is uiteraard dat geluisterd wordt naar de informatie maar dat daarbij ook de reactie daarop ruim aan bod komt.

Als we het transactiemodel voor het luisterproces voor ogen nemen, dan blijkt dat luisteren een veel ingewikkelder gebeuren is dan wij ons dat doorgaans voorstellen.
Het (vereenvoudigd weergegeven) transactiemodel



A: de spreker
B: de luisteraar
X: waarover gesproken wordt
X (in het vierkant): de boodschap
X naar X (in het vierkant):slechts sommige aspecten van X komen in X (in het vierkant) terecht
A naar X (in het vierkant): formulering van de boodschap
X (in het vierkant) terug naar B: B’s interpretatie van de boodschap
B naar X: wat B van X denkt/weet
A naar(stippel) X: wat B denkt dat A van X denkt
A terug naar B: wat B van A denkt
A naar (stippel) B: wat B denkt dat A van B denkt
S: de situatie van het hele gebeuren
C: de maatschappelijk-culturele en persoonlijke context

Het is hier wel duidelijk dat in dit transactiemodel, dat de werkelijkheid tot de essentie van het gebeuren herleidt, de luisteraar centraal staat.

De luistermodus

Een luisteraar maakt gebruik van een eigen luistermodus. Hij haalt uit wat hij hoort die informatie die hij nodig heeft. Een goede luisteraar neemt die informatie op die voor hem belangrijk lijkt. Luisteraars kunnen op verschillende manieren naar informatie luisteren, maar een individuele luisteraar kiest altijd die wijze van luisteren die het best bij zijn eigen doel aansluit. Hij kan luisteren om nieuwe informatie te krijgen, om te weten te komen wat de spreker van hem wil, om te merken of de spreker te vertrouwen is, om de argumenten van de spreker te kennen.

Een luisteraar hanteert een bepaalde luistermodus, maar erg bewust doet hij dat niet. Wat speelt dan een rol bij die keuze? Zeker de beslissing om al dan niet te willen luisteren. Verder zal bij de transactie van informatie de luisteraar streven naar harmonie met zijn eigen referentiekader. Omdat hij in een meerrichtingsituatie kan reageren, kan hij de communicatie beëindigen of ze in een andere richting sturen.
Van invloed op de selectie van de luistermodus zijn het eigen referentiekader, de verwachting tegenover het sprekersstandpunt, de communicatieve rol, het belang bij het onderwerp van gesprek en het vertrouwen in de spreker.

Is het van belang dat hij zoveel mogelijk over het onderwerp te weten komt en is zijn vertrouwen in de deskundigheid en betrouwbaarheid van de gesprekspartner groot, dan kiest de luisteraar voor de modus gretig of aandachtig, gelovig (vol vertrouwen) en geduldig.

Van een goede luisteraar is communicatie bevorderend gedrag te verwachten als tegenover de bedoelingen en bijbedoelingen van de spreker zijn belang en zijn vertrouwen positief zijn.

De luistercompetentie omvat zowel inzicht (kennis), vaardigheid (kunde) maar evenzeer attitude. Dat alles betekent dat de luisteraar zich autonoom kan opstellen en bekwaam is de passende attitudes te hanteren.
     
In het licht van deze theoretische overwegingen over het transactiemodel en de luistermodus zou het wel kunnen zijn dat de praktijk van het luisteronderwijs in ons land mogelijk een andere of een gewijzigde of aangepaste oriëntering nodig heeft. 

Hoe kun je luisteren leren?

In het Bintgedeelte van de NDN-website staat op de pagina Vaardigheden onder Luistervaardigheid de tekst ‘Luisteren kun je leren’ van José Vandekerckhove,  huidig NDN-voorzitter, didacticus Nederlands aan de KU Leuven en auteur van schoolboeken Nederlands. Zijn bedoeling is: “ingaan op de leerlijn luistervaardigheid in het secundair onderwijs en pleiten voor ‘breed luisteren’, een pragmatischer vorm van luisteren die in de eindtermen/leerplannen en bijgevolg ook in de klas minder aan bod komt.”
http://www.netdidned.be/bint_vaardigheden.html#LUISTERENKUNJELEREN

Na de schematische weergave van de ijkpunten voor een leerlijn luisteren staan in het begin van de tekst koppelingen naar de eindtermen luisteren in het basisonderwijs en in de verschillende graden van het secundair onderwijs. Voor het secundair onderwijs valt het op dat er telkens bij het begin gesteld wordt: “De leerlingen kunnen luisteren naar…” en dan komen de verschillende tekstsoorten.

Wellicht geeft een dergelijke formulering doorgaans aanleiding tot het luisteren in de monologische situatie, waarbij alle verwerkingsmogelijkheden op de verschillende niveaus wel bespreekbaar worden in de klas, maar waarbij het eenrichtingsluisteren als monopolie van alles in verband met het onderwijs in de luistervaardigheid wordt ingesteld. Het zelf beleven van de transactie van de informatie in dialoog of polyloog vanuit de invalshoek van de belevende leerling-luisteraar komt daarmee niet aan de orde. Hoewel de monologische situatie in de communicatie het meeste voorkomt en dus de meeste ruimte verdient in de lessen, komt het toch als een verarming over dat de leerling-beleving van dialogen en polylogen niet als direct bekwaamheid bevorderend naar effectief luisteren wordt gehanteerd.

Luisteren in het leerboek

De meeste leraren voelen zich nog steeds het best als ze een goed leerboek in hun klassen kunnen gebruiken. Naast eindtermen en leerplannen geeft het leerboek hun houvast. Schoolboeken zijn daarom belangrijk in het onderwijs. Eén van de succesrijkste leerboeken in de derde graad van het ASO is het Basisboek Nederlands 5/6 van de methode Frappant (Pelckmans). In het B-deel Zakelijke communicatie nemen we onderdeel 6 ‘Receptieve taalvaardigheden: luisteren/kijken blz. 452-454.

Voor het verloop van het luisterproces wordt gegrepen naar de strategisch georiënteerde OVUR-systematiek. Sinds Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens die in 1992 in hun onvolprezen “Nederlands in de basisvorming een praktische didactiek” hebben voorgesteld,  heeft hij zijn ruime opgang gemaakt in de lerarenopleidingen, in de leerboeken en in de lespraktijk voor het vaardigheidsonderwijs Nederlands. Dus nu ook voor het luisterproces vanuit de methode Frappant.

Daarbij wordt een tabelletje gevoegd met zeven luisterstrategieën elk gekoppeld aan haar passend luisterdoel. Telkens worden in een korte alinea met puntjes achtereenvolgens globaal, intensief en studerend luisteren voorgesteld. Daarbij sluiten aan globaal of intensief kijken naar tv-programma’s, studerend kijken naar informatieve tv-programma’s en kritisch kijken en luisteren naar reclamespotjes. Dat alles sluit keurig aan bij de eindtermen, maar zeker voor de bestudering in functie van kijken en luisteren van TV-programma’s  blijft de leeractiviteit  toch weer gevat in de eenrichtingssituatie. Transactiemodel en luistermodus blijven wellicht goeddeels uit het gezichtsveld. De eigen ervaring van het luisteren opgezet in complete communicatieve situaties in de klas zou nochtans evenzeer en mogelijk nog effectiever verwerving van de gewenste luistervaardigheid tot stand kunnen brengen.

Luisteronderwijs in de peilingen

Talrijke resultaten van vele peilingsonderzoeken over diverse onderwerpen in opdracht van de Vlaamse overheid zijn raadpleegbaar op de website http://www.ond.vlaanderen.be/curriculum/peilingen/
Om betrouwbare en objectieve informatie te verzamelen over de mate waarin ons onderwijssysteem erin slaagt om de eindtermen daadwerkelijk bij de leerlingen te realiseren, werd het systeem van periodieke peilingen ingevoerd (P. Smet).  In 2011 werden de resultaten vrijgegeven van de peiling in de 3e graad van het secundair onderwijs voor Nederlands voor het algemeen, technisch en kunstonderwijs samen.  De toetsen werden schriftelijk afgenomen.

De gegevens voor luisteren waren:
- impact van de tekstcomplexiteit: Opgaven bij fragmenten over abstracte onderwerpen blijken vaak moeilijk te zijn. Betere prestaties zijn er bij opgaven over teksten die herkenbaar zijn voor de leerlingen of die hen onmiddellijk aanbelangen.
- tekstsoorten en teksttypes: Leerlingen hebben minder moeilijkheden met opgaven over informatieve en diverterende teksten dan met opgaven over persuasieve of activerende teksten. Veel leerlingen beschouwen een wervende tekst als een louter informatieve tekst. Bij programma’s op radio en T.V. onderscheiden ze moeilijk amusement en informatie.
- video of audio: visuele informatie in een videofragment kan extra ondersteuning bieden maar kan in andere opgaven ook afleiden of misleiden.
- vraagstelling:  Leerlingen hebben het moeilijk met meervoudige opgaven die uit meer delen bestaan of die verschillende stappen vereisen. Open vragen bij luisteren zijn voor veel leerlingen moeilijk.  Daarbij moeten leerlingen het antwoord kunnen oproepen uit het geheugen of uit hun notities.
- verwerkingsniveau: Informatie selecteren gaat goed als de gevraagde informatie expliciet in een stuk van het fragment aanwezig is of een paar keer wordt herhaald. Lagere resultaten zijn er als de opgave zich richt op het ordenen van informatie of als leerlingen verbanden moeten leggen tussen verschillende onderdelen van het fragment of op een globaal niveau het fragment moeten interpreteren.  Hierbij is een hoger reflectievermogen vereist.
- gericht of globaal luisteren: het luisterfragment werd maar één keer aangeboden. De opgaven werden niet vooraf gegeven. Wel kregen de leerlingen voor het begin van elk fragment een korte situatieschets. Bij globaal luisteren werd vooraf geen luisterdoel gegeven. Bij gericht luisteren werden enkele specifieke aandachtspunten aangegeven om zich daarop te richten. De prestaties bij globaal en gericht luisteren waren ongeveer even goed.
- omgaan met onbekende woorden: Betekenis toekennen aan woorden lukt als de betekenis duidelijk wordt uitgelegd of getoond met beelden. De betekenis afleiden uit de context of uit de kennis van andere talen lukt leerlingen slechts zelden.

Als advies werd gesteld dat het belangrijk is voldoende in te zetten op het oefenen van en het reflecteren over verschillende taalstrategieën die hulp kunnen bieden bij het verwerven en verwerken van de informatie.
(Brochure blz. 55-57).

Bewuster werken aan luistervaardigheid

Larry Vandergrift
Universiteit van Ottawa


Voor dit afsluitend onderdeel van dit overzicht komen we goed terecht bij de blog Duurzaam Onderwijs van Kris Van den Branden. N.a.v. de publicatie van de nieuwe peilingresultaten van het luistervaardigheidsonderwijs Nederlands aan het einde van het basisschool schrijft Van den Branden de tekst Het ene oor in… : Werken aan luistervaardigheid , die op 4 juni 2014 op zijn blog verschijnt.

De resultaten van de peiling van 2007 worden bevestigd: 87 % van de leerlingen behaalt de eindtermen, maar dat percentage ligt aanzienlijk lager voor leerlingen die zittenblijven en voor leerlingen die in een andere taal dan het Nederlands worden opgevoed. Luisteren naar boodschappen van de leerkracht gedurende de hele dag is blijkbaar onvoldoende om het minimum aan luistervaardigheid te verwerven. Als leerkrachten bewuster werken aan luistervaardigheid, kan dat wel degelijk het verschil maken. En dan presenteert Kris Van den Branden het stramien van een krachtige luisterles van Larry Vandergrift, emeritus professor van de universiteit van Ottawa, die belangrijke publicaties over luisteren op zijn actief heeft.  Daaraan voegt Van den Branden nog de principes toe die aan die les ten grondslag liggen: interessant onderwerp, lokt veel leerlingenactiviteit uit, actieve samenwerking tussen leerlingen, onmiddellijke, specifieke en taakgerichte feedback op de pogingen van de leerlingen om de informatie te interpreteren, luisterstrategieën in de taakuitvoering integreren,  een cultuur scheppen van “samen lossen we dit op” en “samen leren we bij”.

De lectuur van deze tekst rond de stand van het luistervaardigheidsonderwijs is volkomen onvolledig als de lezer de blogtekst van Kris van den Branden niet zou nalezen. We beklemtonen deze aanbeveling nog door de laatste zinnen van zijn blog hier ter afronding te citeren:

“Elk boeiend onderwerp – in welk ontwikkelingsdomein dan ook – leent zich dus tot het ontwikkelen van de luistervaardigheid van de leerlingen. Als dat niet tijdens het vak “taal” kan, dan maar tijdens andere activiteiten. Als onze taalmethodes daarvoor niet kunnen zorgen, dan maar zonder taalmethode….
Meer lezen?”

Ghislain Duchâteau




Geraadpleegde publicaties:

- Duurzaam Onderwijs, blog Kris Van den Branden ‘Het ene oor in… : Werken aan luistervaardigheid’,
4 juni 2014
- Eindtermen Nederlands lager / basisonderwijs
- Eindtermen Nederlands s.o. eerste graad A-stroom
- Eindtermen Nederlands s.o. tweede graad A-stroom
- Eindtermen Nederlands s.o. derde graad A-stroom
- Frappant, Basisboek Nederlands 5/6, Eindredactie José Vandekerckhove, Pelckmans, Kalmthout, 2012
- Luisteren, DCN-cahier 5, Ad de Geus, Jan Griffioen, Henk Lammers, Aart Pouw, Wolters-Noorhoff, Groningen, 1977
- Luisteren kun je leren, José Vandekerckhove, NDN-website Bint – Vaardigheden
http://www.netdidned.be/bint_vaardigheden.html#LUISTERENKUNJELEREN , 2014
- Nederlands in de basisvorming – Een praktische didactiek, Helge Bonset, Martien de Boer, Tiddo Ekens, Coutinho, Muiderberg, 1992
- Peiling Nederlands in de derde graad algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs, Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming AKOV, Brussel, 2011



Taalunie:Bericht

voor taalliefhebbers



 

Het onlinetijdschrift Taalunie:Bericht zoomt maandelijks in op taal, taalbeleid en taalnieuws. Met interviews, reportages, columns, filmpjes en taaltips.

Het online tijdschrift van de Taalunie, is vanaf 25 april 2014 te lezen op www.taaluniebericht.org.



Nieuwsberichten - Taalunie




 

Op de portaalsite Taalunieversum >


Voor de maand juli

Voor de maand augustus

Voor de maand september



Nieuwe graad voor leraren in Nederland?

De V en de W in VWO

 

Tijdens de opening van het academisch jaar 2013-2014 hield rector magnificus Bas Kortmann (van de Radboud Universiteit) een pleidooi voor meer universitair geschoolde docenten in het voortgezet onderwijs: “Het is verontrustend dat in de gemiddelde vwo-school de universitair geschoolde docent straks een witte raaf is. Kan dergelijk onderwijs worden gegeven als de docenten zelf niet universitair zijn gevormd? (....) Vwo staat voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs. Een vwo-school zonder voldoende universitair opgeleide docenten is een school met een valse noemer”.

Ook collegelid van de Radboud universiteit Wilma de Koning hield onlangs tijdens de bestuurswissel van het ISO een pleidooi voor een academische graad leraar, naast de huidige eerste en tweede graads-leraar.  “Docenten die zelf aan een universiteit hebben gestudeerd kunnen scholieren beter voorbereiden op de universiteit.  Die kunnen beter uitleggen wat een universiteit is en hoe het onderwijs daar er uitziet. Verkeerde verwachtingen van een universitaire opleiding kan betekenen dat studenten vroegtijdig met hun opleiding stoppen. Ik wil hier niet de goede docenten met een hbo-opleiding iets misgunnen, maar het feit is wel dat zij een andere opleiding hebben gehad.”

“Het is en blijft daarom ook onze verantwoordelijkheid om in de toekomst ook voor voldoende academische docenten te zorgen. En om studenten enthousiast te maken voor het leraarschap zou het nuttig zijn om een aparte titel in het leven te roepen. Er is nu geen onderscheid tussen eerste graads docenten van het HBO en WO. Misschien moeten we wel een graad aan de eerste en tweede toevoegen, een academische graad.”

Zie Science Guide > Onderwijs > Leraarschap



Hyperdiverse neerlandistiek

Colloquium Internationale Vereniging Neerlandistiek 2015 in Leiden



 

Om de drie jaar organiseert de IVN een colloquium neerlandicum om de leden dé gelegenheid te bieden resultaten, ideeën, ervaringen en ‘goede praktijken’ uit te wisselen. Het bestuur verwacht in 2015 weer een 300 docenten en onderzoekers van 17 t/m 21 augustus 2015 in de Universiteit Leiden.

Met het thema van dit colloquium Hyperdiverse neerlandistiek is het de bedoeling te onderzoeken, te bediscussiëren en in kaart te brengen wat de leden samenbindt en wat hen onderscheidt in de aanpassingen die ze op specifieke locaties maken in hun onderzoek, in hun onderwijs en in hun vertaalpraktijk. Het begrip ‘hyperdiversiteit’ voegt aan deze verkenning een dimensie toe: met dit begrip wordt uitgedrukt dat vele talen en culturen niet alleen naast elkaar, maar ook door en met elkaar bestaan.

In een hyperdiverse constellatie is het begrip ‘norm’ relatief. Het wijst op het ontstaan van steeds nieuwe vormen die zich op verschillende manieren tot elkaar en tot de geschiedenis van de Nederlandse taal en cultuur verhouden. Die dimensie speelt in de internationale maar ook nationale contexten een rol.

Op het colloquium wil de IVN recente en historische veranderingen in de culturele en talige samenstelling van de Nederlandse en Vlaamse samenlevingen ter discussie stellen. Er ontstaat in Nederland en Vlaanderen de laatste decennia een situatie waar men in bijvoorbeeld Suriname al veel langer vertrouwd mee is: de Nederlandse taal en cultuur bestaan in een meertalige en multiculturele context. Tot welke verschuivingen en onderlinge verhoudingen leidt dat? En wat is het effect van die verscheidenheid en fluïditeit op de Neerlandistiek in nationale en vooral internationale context?

In ruim 40 landen buiten Vlaanderen en Nederland wordt nu Nederlandse taal en cultuur onderwezen aan zo'n 15.000 studenten. Vanuit al die andere werelden komen de IVN-leden van 17 tot en met 21 augustus 2015 in Leiden bij elkaar om bruggen te slaan vanuit de eigen wereld op basis van hun onderwijs en onderzoek in literatuur, taal en cultuur. De ideeën, de dialoog, de discussie en het debat dat in deze veelheid ontstaat, maakt de internationale neerlandistiek tot een dynamisch en spannend hyperdivers gebied.

De lezingen, themabijeenkomsten en posters van het Negentiende Colloquium Neerlandicum kunnen vallen in de aandachtsgebieden: taalkunde, taalbeheersing, letterkunde, cultuur, didactiek, interculturele communicatie en vertalen. Alle niet-plenaire programmaonderdelen zullen parallel aan elkaar in thematische stromen plaatsvinden. Gedurende het colloquium wordt  ook nagedacht en van gedachten gewisseld over de toekomst van de IVN en de internationale neerlandistiek.

Praktisch

Aanmeldingen voor bijdragen zijn nu  bijzonder welkom

Uw bijdrage kunt u aanmelden via het conference management systeem: 
https://www.conference-service.com/colloquium19/welcome.cgi.
Verdere instructies leest u online. 

De taal van het colloquium is Nederlands. Dringend verzoek: meld uw bijdrage aan vóór 1 november 2014. Dit stelt de colloquiumcommissie in staat om tijdig besluiten te nemen over het programma en het aantal parallelsessies. De samenvattingen zullen anoniem worden beoordeeld, en voor 1 februari 2015 afgerond worden. 

Publicatie

De Colloquiumorganisatie wil graag bevorderen dat op basis van de colloquiumbijdragen wetenschappelijke artikelen geschreven worden voor het tijdschrift van de IVN: Internationale Neerlandistiek (IN). We vragen degenen die publicatie voor ogen hebben dat in het abstract aan te geven, zodat de colloquiumcommissie de redactie van IN om aanbevelingen en suggesties kan vragen. Tijdens het colloquium is er ruimte ingelast voor overleg of workshop. 

Het bestuur hoopt dat dit initiatief een extra impuls vormt voor de neerlandistiek zoals die bloeit aan de ruim 260 universiteiten over de hele wereld, en aan de neerlandistiek in de ruimste zin van het woord.

Contact

Internationale Vereniging voor Neerlandistiek p/a Universiteit Tilburg, kamer D257 Postbus 90153 5000 LE Tilburg Nederland - bureau@ivnnl.com - www.ivnnl.com

Bericht van Jan Renkema, voorzitter IVN, namens het Bestuur

UITREIKING EREPENNING AAN RIET DE JONG-GOOSSENS

op 23 september 2014 tijdens de

Week van de Afrikaanse roman

http://www.weekvandeafrikaanseroman.nl

 

De Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns heeft een Erepenning toegekend aan de Nederlandse vertaalster Riet de Jong-Goossens. De Jong-Goossens ontvangt de Erepenning vanwege haar grote verdiensten als vertaler van Afrikaanstalige literatuur in het Nederlands.
De Erepenning van de Suid-Afrikaanse Akademie zal op dinsdag 23 september 2014 aan Riet de Jong-Goossens worden overhandigd tijdens een ontmoeting tussen Zuid-Afrikaanse schrijvers en Nederlandse vertalers, die plaatsvindt in het kader van de Week van de Afrikaanse roman. Bij deze ontmoeting zullen de schrijvers Etienne van Heerden, Irma Joubert, Sonja Loots, Kirby van der Merwe en Marita van der Vyver aanwezig zijn. Daarnaast zullen ook Ton Naaijkens (Master Literair Vertalen, UU), Dorienke de Vries en Riet de Jong-Goossens als sprekers optreden; Peter Bergsma (directeur Vertalershuis Amsterdam) zit de middag voor. De Erepenning zal door dr. Dioné Prinsloo van de SA Akademie worden overhandigd.

Lees meer op: http://www.letterenfonds.nl/nl/entry/752/e-2-1-2

Heel bijzonder is het interview met Riet de Jong-Goossens toen ze in 2010 de Martinus Nijhoffprijs heeft gekregen: http://www.youtube.com/watch?v=5xpJpH3BxGg#t=204  4’39”

Wel even opletten: er bestaat nu sinds 2011 wél een “Groot Woordenboek Afrikaans en Nederlands” (Prisma). Hoofdredacteur is Willy Martin.


Netwerk Didactiek Nederlands (NDN) werkt aan een visietekst voor het onderwijs Nederlands

 


Onder impuls van ons bestuurslid Nora Bogaert ontwerpt onze vereniging een visietekst voor het onderwijs Nederlands. Het basisconcept is competentie. We denken daarbij aan taalcompetentie en aan literaire competentie. Het gedeelte over taalcompetentie komt eerst aan de beurt, daarna werken we aan het deel rond literaire competentie.

Later leest u daarover meer.




NDN-Lenteconferentie 2015

 


We kunnen nu al aankondigen dat het een literatuurconferentie wordt. Ze grijpt plaats op vrijdag 6 maart 2015 in de UAntwerpen. Theo Witte van de Universiteit Groningen heeft zijn medewerking al toegezegd. Wij rekenen ook op een bijdrage van Johan Van Iseghem van de Universiteit Leuven en van de Vlaamse hogescholen.

Omhoog ^

Adviesnota voor de Vlaamse minister van Onderwijs
Taalvaardig voor het hoger onderwijs

 

Dat de nieuwe onderwijsminister nu met haar kabinet een beleidsnota opstelt voor de
komende legislatuur brengt mee dat ze van heel wat geëngageerde instanties uit de maatschappelijke en onderwijssector adviesnota’s en memorandums ontvangt.
Het Vlaams Forum Taalbeleid en Taalondersteuning Hoger Onderwijs doet dat ook met een bijzonder zinvolle adviesnota van 25 augustus 2014.

Het gaat om het belang van de taalvaardigheid van de studenten aan universiteiten en hogescholen.

Adviesnota voor de Vlaamse minister van Onderwijs
Taalvaardig door het hoger onderwijs
25 augustus 2014

 

Het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning Hoger Onderwijs werd in 2009 opgericht op initiatief van een aantal taalbeleidcoördinatoren. Zij voelden de nood aan om informatie uit te wisselen, informeel te netwerken en expertise te delen. Het Forum organiseert elk jaar een Forumdag, waarvan de zevende editie plaatsvindt in 2015. 

Het Forum focust op taalbeleid Nederlands, de belangrijkste onderwijstaal in het hoger onderwijs in Vlaanderen. Dat taalbeleid is competentiegericht en beoogt de ontwikkeling van academische en professionele taalvaardigheid bij alle studenten. Daarnaast is het taalbeleid dynamisch en pragmatisch: het spoort met de snelle ontwikkelingen in het hoger onderwijs en het werkveld, en richt zich op de taalvaardigheid met het oog op studiesucces en kwaliteitsvolle uitstroom.  


Taalvaardigheid is noodzakelijk voor studiesucces in het hoger onderwijs 

Uit onderzoek1 blijkt dat taalvaardigheid essentieel is voor studiesucces. Studenten moeten namelijk via (steeds complexer) taalgebruik  kennis en vaardigheden m.b.t. hun toekomstig beroep verwerven en ook aantonen. De eigen taalvaardigheid kan daarbij een krachtige hefboom zijn. In vele gevallen is ze echter ontoereikend. Precies daarom moeten alle studenten tijdens hun studie de nodige kansen krijgen om op het vlak van taalvaardigheid te groeien en zelfs te excelleren. Een taalvaardigheidsbeleid dat gevoerd wordt van de instroom tot het moment van afstuderen, werpt immers vruchten af voor de student, de onderwijsinstelling en het werkveld. Voor de student nemen kansen op studie- en werksucces toe. Daarnaast bevordert krachtig taalvaardigheidsonderwijs ook de kwaliteit van de onderwijspraxis en de kwaliteit van de uitstroom. 


Het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning Hoger Onderwijs verzoekt de minister van Onderwijs om in haar beleidsnota het belang van taalvaardigheid in het hogeronderwijsbeleid op te nemen en het veld te stimuleren hierop in te zetten

  




Werken aan taalvaardigheid in het tertiair onderwijs impliceert samenwerking met het secundair onderwijs 


In het primair en secundair onderwijs wordt expliciet aandacht besteed aan taalvaardigheid en taalverwerving. Van studenten aan een hogeschool of universiteit verwacht men al gauw dat zij met de basis uit hun vooropleiding hun taalvaardigheid zelf verder ontwikkelen.  
                                                     
 
Nochtans zijn in het hoger onderwijs specifieke taken aan de orde zoals bronteksten raadplegen en verwerken, reflectie- en onderzoeksverslagen schrijven of presentaties houden. Hiervoor zijn in de eerste plaats ‘hogere-orde-taalvaardigheden’ vereist (structureren, onderbouwen, kritisch reflecteren, analyseren en synthetiseren); de vereiste taalvaardigheid omvat dus meer dan taaltechnische aspecten zoals correcte spelling of uitspraak. Zoals hierboven al besproken vereist de ontwikkeling van die academische taalvaardigheid expliciete aandacht en een doordacht taalbeleid van instroom tot het moment van afstuderen. 


De leden van het Forum delen de opvatting dat het secundair onderwijs de verantwoordelijkheid heeft voor de algemene taalvaardigheid en het hoger onderwijs voor de academische en professionele taalvaardigheid. Een naadloze aansluiting tussen de eindtermen van het  secundair en de begincompetenties van het tertiair onderwijs is essentieel om de overgang naar het hoger onderwijs voor alle studenten efficiënt te laten verlopen en op die manier de kans op studiesucces te verhogen. Door dialoog en samenwerking met het secundair onderwijs kan bijvoorbeeld gestreefd worden naar een doorlopende leerlijn taalvaardigheid. 
 


Het Forum Taalbeleid en Taalondersteuning vraagt aan de minister om de samenwerking tussen het secundair en het tertiair onderwijs te bevorderen. 


Naam bestuurslid
Forum Taalbeleid en
Taalondersteuning

Als taalbeleidcoördinator, medewerker taalbeleid academisch
Nederlands of taalexpert verbonden aan de volgende
hogeronderwijsinstelling:

 

 

Dirk Berckmoes

LINGUAPOLIS, Instituut voor Taal en Cummunicatie - UAntwerpen

Pieterjan Bonne

Arteveldehogeschool

Guido Cajot

KHLim

An De Moor

HUB-KAHO/ODISEE

Jordi Heeren

Instituut voor leven talen (ILT) – KU Leuven

Sibo Kanobana

UGent

Annemarie (Mit) Leuridan

UGent

Els Maton

Karel de Grote-Hogeschool

Ilse Mestdagh

Hogeschool West-Vlaanderen (Howest)

Hilde Rombouts

LINGUAPOLIS, Instituut voor Taal en Communicatie -UAntwerpen

Leen Schelfhout

Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen

Tine Van Houtven

Thomas More

Lieve Verheyden

KHLeuven

Joke Vrijders

Arteveldehogeschool

 

_______________________________

 1 De Wachter, L., Heeren, J., Marx, S., Huyghe, S. (2013). Taal: noodzakelijke, maar niet enige voorwaarde tot studiesucces. Correlatie tussen resultaten van een taalvaardigheidstoets en slaagcijfers bij eerstejaarsstudenten aan de KU Leuven. Levende Talen Tijdschrift, 4 (14), 28-36.
Peters, E., & Van Houtven, T. (2010). Taalbeleid in het hoger onderwijs: de hype voorbij? Leuven, Den Haag: Acco.
Peters, E., & Van Houtven, T. (2013). Schrijfvaardig in het hoger onderwijs: naar krachtig schrijfvaardigheidsonderwijs voor instromende bachelorstudenten KULeuven. Leuven, Den Haag: Acco.
  

Omhoog ^


De brede visie op taalbeleid in het hoger onderwijs

 

In de rubriek Taal & Cultuur van de editie 3 van augustus 2014 van Ons Erfdeel* publiceren hogeschooldocenten Ilse Mestdagh en Gerti Wouters voor een intellectueel lezerspubliek een belangwekkend artikel ‘Taal op maat, naar een duurzaam taalbeleid in het hoger onderwijs’. Het kerngedeelte formuleert adequaat wat de brede visie op taalbeleid in het hoger onderwijs inhoudt.

‘Een derde, brede visie gaat uit van het inzicht dat taalcompetenties nauw verweven zijn met vakinhoud en studiemethode. Op die manier worden opleidingen verplicht na te denken over waar, hoe en waarom in de opleiding taal belangrijk is voor de student. Taal en inhoud hangen onherroepelijk samen: wie als student een opdracht goed structureert, formuleert en vormgeeft, zal inhoudelijk een betere taak afleveren. Het gaat hier dus niet in eerste instantie over taalcorrectheid, maar om specifieke taalbehoeften. Dit type van taalbeleid zit verankerd in alle aspecten van een opleiding, gaat alle docenten van het opleidingsteam aan en focust op de taalontwikkeling van elke student. Niet alleen het eindproduct is belangrijk, maar ook de weg ernaartoe: de student moet een taal leren leren, moet bewust de taal verwerven die nodig is voor studie en beroep. Studenten zelfredzaam maken op het vlak van taalvaardigheid, dat is het hoofddoel.

Om dat type te realiseren, moeten alle docenten die deel uitmaken van een opleidingsteam (de visie op) het taalbeleid onderschrijven. Taal is geen afzonderlijk studieonderdeel, maar hangt samen met vakinhoud. Docenten die zich daarvan bewust zijn, spelen daarop in tijdens hun lessen door bijvoorbeeld bewuster interactief te werken (de studenten dus meer te laten verwoorden) en taalfeedback te geven. Of door de context van de les vooraf, tijdens of nadien bij de student te activeren, zodat de student verplicht wordt om met de taal van de les aan de slag te gaan.

Bij elk beroep hoort ook een specifieke taal die afgestudeerden moeten beheersen om aan de slag te kunnen gaan. Die taal is voor elke opleiding anders. Verpleegkundigen moeten bijvoorbeeld schriftelijk rapporteren, marketeers moeten hun product mondeling verkopen. Sociaal werkers moeten de meest uiteenlopende gespreksvaardigheden beheersen.

Hogescholen en universiteiten zoeken volop naar manieren om tegemoet te komen aan de taalbehoeften van hun studenten en streven naar een bedachtzaam taalbeleid. Ze brengen de behoeftes van opleidingen en hun studenten in kaart, ontwikkelen kijkwijzers met uniforme taalcriteria voor vakinhoudelijke opdrachten, organiseren vormingen voor docenten om aandacht te hebben voor taal in hun vak en workshops voor studenten om hun studiemateriaal beter te leren analyseren, ze ondersteunen studenten bij het schrijven van papers, ontwikkelen taaltoetsen die inspelen op de behoeften van opleidingen…’ (blz. 191-192)

Ilse Mestdagh en Gerti Wouters

________________

* Ilse Mestdagh en Gerti Wouters, “Taal op maat, naar een duurzaam taalbeleid in het hoger onderwijs” in: Ons Erfdeel, 57ste jaargang nummer 3 augustus 2014 blz. 190-193.


Omhoog ^

Dialectcompetentie en functionaliteit van het dialect in Vlaanderen in 2013

ANNE-SOPHIE GHYSELEN & JACQUES VAN KEYMEULEN  (Universiteit Gent)

in TNTL 130/2 (2014)

 

Met deze tekst proberen we een zo adequaat mogelijke niet-wetenschappelijke transcriptie te brengen van het wetenschappelijk onderzoeksverslag van beide auteurs. Verwijzingen en bibliografie zijn bewust achterwege gelaten. Deze synthetiserende transcriptie kan wel nuttig zijn voor de opiniëring van niet-taalkundigen die toch belangstelling hebben voor de thematiek en zeker voor geïnteresseerde leraren die in het werkveld direct met het eigen taalgebruik en dat van hun leerlingen worden geconfronteerd. Daarbij is het enkel de bedoeling objectief verslag uit te brengen van de inhoudelijke  gegevens van de taalkundigen die het onderzoek uitvoerden zonder daar normatieve of andere beschouwingen aan vast te willen knopen.

Het volledige artikel bevat de onderdelen OPZET, DIALECTVERLIES EN TUSSENTAAL, VOORUITBLIK, ONDERZOEKSGEGEVENS en CONCLUSIE. OPZET publiceren we hieronder.
Daarna geven we de digitale verwijzing naar het wetenschappelijk artikel zelf in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal en Letteren 130/2 (2014).

Ghislain Duchâteau

OPZET

Vanuit de variatielinguïstische hoek vernemen wij dat er in Vlaanderen op het gebied van taalgebruik nogal wat aan het veranderen is. Zo constateren de taalkundigen dat er tussen standaardtaal en dialect een continuüm aan tussenvormen voorkomen en dat er een situatie aan het ontstaan is waarbij de dialecten geleidelijk wegdeemsteren. Twee theorieën vigeren op dit ogenblik:

  1. Tussentaal zou kunnen evolueren naar een nieuwe standaard voor alle Vlamingen
  2. De standaardtaal houdt stand naast een al dan niet gestabiliseerde tussentaal.

Opvallend bij de studies gaat de aandacht naar het spanningsveld tussen tussentaal en standaardtaal en niet naar dat tussen tussentaal en dialect.
Voor dialectverlies kunnen nogal evidente factoren worden aangevoerd: toenemende sociale en geografische mobiliteit, toegenomen scholing en de opkomst van massamedia. Toch is het belangrijk om de veranderingen in taalgebruik goed te begrijpen dat de positie van het dialect in Vlaanderen goed in kaart wordt gebracht.

Er is functioneel en structureel dialectverlies. Bij functioneel dialectverlies gebruiken steeds minder mensen in steeds minder situaties dialect. Bij structureel dialectverlies worden typisch lokale dialectkenmerken door algemener verspreide of standaardtalige kenmerken vervangen. Het onderscheid is niet steeds goed waarneembaar en is ook niet echt relevant. Dialect en tussentaal en tussentaal en standaardtaal zijn immers niet goed af te bakenen.

De intentie van de taalgebruiker zelf kan dan bepalend zijn voor welke taalgebruiksvorm gehanteerd wordt.

In de studie van Ghyselen en Van Keymeulen wordt gefocust op het functioneel dialectverlies bij jongeren in Vlaanderen. Grootscheeps dialectonderzoek ontbreekt, maar de vergelijking van beperktere onderzoeken met een tussenperiode van 14 jaar (1979-1993) toont een sterk dialectverlies bij studenten het meest in Oost-Vlaanderen en Limburg en het minst in West-Vlaanderen. Recentere lokale onderzoeken wijzen op verder dialectverlies en soms in een opvallend vlug tempo.
De vraag is natuurlijk hoe het in de rest van Vlaanderen met het dialectverlies gesteld is en of dat verlies zich in hetzelfde of een sneller of trager tempo voortzet dan 20 jaar geleden.

- De eerste onderzoeksvraag van deze studie luidt dan ook als volgt:
1 In welke mate vinden Vlamingen van zichzelf dat ze hun lokale dialect nog beheersen? Zet het dialectverliesproces dat merkbaar was in de onderzoeken van Willemyns (1979) en Van Keymeulen (1993) zich in hetzelfde tempo voort?

- Een logische tweede vraag die uit de vorige voortvloeit, is er een naar de functionaliteit van het dialect:
2 In welke situaties menen Vlamingen nog dialect te spreken? Is dialect nog steeds hoofdzakelijk de thuistaal van Vlamingen of is er een verandering in functionaliteit merkbaar? Immers, als Vlamingen nog dialect kunnen spreken, in welke situaties doen ze dat dan?

- Tot slot gaan we ook na, als er sprake is van functioneel dialectverlies, welke taalvariëteiten dan wel gesproken worden:
3 Als een taalgebruiker geen dialect meer spreekt, welk taalgebruik hanteert hij dan wel in de respectieve situaties: tussentaal of standaardtaal?

Op de hierboven beschreven onderzoeksvragen trachten we een antwoord te vinden aan de hand van een enquête die peilt naar de perceptie ter zake bij Vlaamse studenten met een taalkundige achtergrond.
O.m. werd gevraagd  welke taalvariëteit de studenten voornamelijk spraken in specifieke situaties, namelijk in de 543 valabele enquêtes: in het huisgezin; met vrienden van de eigen streek; met een vreemde uit een andere streek die je de weg vraagt; als je voor een publiek spreekt; met een hogergeplaatste die je niet goed kent; met een onbekende aan de telefoon; met een leraar op school in de klas; met een leraar van je school buiten de klas; met medestudenten uit de eigen streek en met medestudenten uit een andere streek.
Het gaat hier wel om gerapporteerd taalgebruik wat niet noodzakelijk reëel taalgebruik is.

Gerapporteerd gedrag kan even interessant zijn als geobserveerd gedrag, omdat het ons een beeld biedt van de normen, waarden en percepties van de taalgebruiker, en dat zijn juist de factoren die het taalgedrag in belangrijke mate sturen.
De driedeling die bij dit onderzoek gehanteerd wordt, namelijk die in dialect, tussentaal en standaardtaal, lijkt ook in zekere mate in de perceptie van vele taalgebruikers te bestaan.

Lees verder



Van Dale bestaat 150 jaar


 

 

Bij deze gelegenheid publiceert de uitgeverij Van Dale als feestbundel  “Verhalen over taal – 150 jaar Van Dale”. De geschiedenis van het woordenboek komt daarin aan de orde, maar evenzeer de bijzondere rol die het woordenboek speelde of speelt in de levens van bekende en onbekende Nederlanders en Vlamingen. Bij het doornemen van het boek krijgt de lezer ook een beeld van de ontwikkelingen in het Nederlands gedurende de periode dat Van Dale de Nederlandstalige wereld werd ingestuurd. Voor elk van die jaren wordt telkens ‘het woord van het jaar’ opgenomen. Het boek is stevig ingebonden, informatief rijk gestoffeerd met korte artikels, bijzonder keurig geïllustreerd en onderhoudend. Taalkundige Wim Daniëls heeft het samengesteld. Het kost € 24,99.

De huidige hoofdredacteuren van het ‘Groot Woordenboek van de Nederlandse taal’ - voor Vlaanderen is dat Ruud Hendrickx, voor Nederland Ton den Boon - nemen de gelegenheid te baat om wat mee te delen over de huidige situatie en de toekomst van Van Dale. De voorbereiding van de volgende editie, de 15e, is zo goed als klaar. In september 2015 wordt ze gepubliceerd. Nieuwe woorden worden toegevoegd, maar ook veranderde betekenissen van woorden komen erbij. De redacteurs beschikken over een veelvoud van bronnen tegenover vroeger. Het woordenboek heeft nu een tweevoudige gestalte: de gedrukte versie en de digitale. Die laatste verschijnt in de vorm van een cd-rom, in app-vorm en online. Een stevig georganiseerde databank met 280.000 trefwoorden en daarbij zowat 410.000 betekenissen vormt de basis. Aan het digitale woordenboek worden elk half jaar een duizendtal nieuwe woorden toegevoegd.

Aan het elektronisch woordenboek zitten voor de gebruiker heel wat voordelen vast. Je krijgt meer zoekmogelijkheden, je bent vroeger bij wat je zoekt en je vindt er meer informatie in dan in de beperktere versie op papier.

In ‘Verhalen over taal’ eindigt Ruud Hendrickx zijn stukje ‘De meester van de taal’ met deze beschouwing: “Bij de 150e verjaardag van het woordenboek ben ik toch een beetje trots dat ik aan dat monument heb mogen schaven, er stukken aan heb mogen toevoegen. De 15e editie, van 2015, wordt weer anders dan de vorige. Zij weerspiegelt net als de andere edities de heersende opvatting over taal van haar tijd. Een tijd waarin de taal en het woordenboek teruggegeven is aan de taalgebruiker. Een tijd waarin niet de taalkundige, de woordenboekmaker, de taaladviseur bepaalt wat goed of slecht is, maar wel een tijd waarin meer dan ooit, ook in Vlaanderen, de taalgebruikers hun taal in handen nemen. De 15e editie is de eerste waarin het Nederlands in Vlaanderen een volwaardige plaats gekregen heeft. Ja, daar is dat jongetje dat op z’n tiende het woordenboek leerde kennen een beetje trots op.” (blz. 199).



Obiit Gerrit Kouwenaar

 




De laatste dagen van de zomer

Trager de wespen, schaarser de dazen
groenvliegen grijzer, engelen gene, niets
dat hier hemelt, alles brandt lager

dit zijn de laatste dagen, men schrijft
de laatste stilstand van de zomer, de laatste
vlammen van het jaar, van de jaren
wat er geweest is is er steeds nog even
en wat men helder ziet heeft zwarte randen

men moet zich hier uitschrijven, de tuin
in de tuin insluiten, het geopende boek
het einde besparen, men moet zich verzwijgen

verzwijg hoe de taal langs de lippen invalt
hoe de grond het gedicht overstelpt, geen mond
zal spreken wat hier overwintert -

Gerrit Kouwenaar

+ 4-9-2014

Uit de bundel 'Een geur van verbrande veren' (1992)

_______________

Gerrit Kouwenaar 1923-2014: Taal maakt geen leven

 

 

De recente berichten op de Facebookblog van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...



 
 


NDN-Facebookblog


We vestigen de aandacht op de vele interessante artikelen op de Facebookblog van het NDN. Het gaat om de nieuwe berichten vanaf 27 april 2014. Het oudste bericht staat eerst, het jongste laatst.

Klik op het Facebookicoontje of log in met je Facebookaccount. Geef Netwerk Didactiek Nederlands in op het invulvak bovenaan. Open dan de 'Volledige lijst'.


- WORKSHOP OVER DIGITALE TOEPASSINGEN IN HET TALENCURRICULUM

voor docenten (vreemde talen) op 23 september 2014 - Utrecht
Het Europese TILA-project (www.tilaproject.eu) wil taalonderwijs betekenisvoller en authentieker maken door zinvolle interacties tussen leerders in een interculturele context mogelijk te maken. Hiervoor worden verschillende digitale toepassingen gebruikt.


- INTERVIEW MET MINISTER VAN ONDERWIJS HILDE CREVITS IN KLASSE VOOR LERAREN

Ze wil
- dat leraren meer vertrouwen ervaren van de overheid.
- de regeldruk, de planlast, of reglementitis verminderen....


- OP ZOEK NAAR DE VERLOREN TIJD

A la recherche du temps perdu, de roman van Marcel Proust blijft permanent in de belangstelling. Op woensdagavond 27 augustus 2014 wijdde de culturele televisiezender Arte een uitzending aan reacties van gecultiveerde eigentijdse lezers van het boek. Die reacties waren alle zonder voorbehoud bijzonder positief en enthousiast.
Het boek steekt voor mij nog onverkend tussen vele andere boeken in mijn bibliotheek. De uitzending betekent toch een flin...


- UITNODIGING NETWERKMIDDAG OVER ‘ONLINETEKSTBEGRIP’ – WOENSDAG 15 OKTOBER 2014 IN DE HOGESCHOOL PXL IN HASSELT

De organisatie van deze netwerkmiddag is ontstaan uit onze bekommernis om de vaardigheden die leerlingen moeten hebben om te kunnen functioneren in onze digitale kennismaatschappij. Een belangrijke vaardigheid is het begrijpen van teksten online, onlinetekstbegrip. Het onderwijs moet daar aandacht aan besteden, te beginnen bij het vak Nederlands. Natuurlijk is het va...


- GEWILDSTE AFRIKAANSE GEDICHTEN – DE 100 TOPGEDICHTEN IN HET AFRIKAANS

De pagina “Gewildste Afrikaanse Gedigte” is geïntegreerd in het digitaal cultureel-literair magazine LitNet.
Ze biedt een verrassende kijk op de representatieve moderne dichtkunst in het Afrikaans.


- NIEUWE EDITIE DIKKE VAN DALE

Taalkundige Ewoud Sanders veronderstelt dat het de laatste uitgave wordt op papier. In het volgend tekstje verneemt u meer over deze uitgave.
Sinds enkele decennia worden verouderde woorden geschrapt en nieuwe worden toegevoegd. Dat toont het leven van de taal of het evolueren van het taalgebruik aan.


- MIJLPAAL VOOR HET AFRIKAANS

15 augustus 2014 was Taaldag in Zuid-Afrika.
De honderdjarige herdenking van de invoering van het Afrikaans als schooltaal werd toen gevierd.


- EENENTWINTIG ALLEDAAGSE DINGEN WAARVAN U DE NAAM NIET WEET

11 augustus 2014 - door Nick Muller
De twee verticale streepjes tussen je bovenlip en je neus, de puntjes op de i en de j, en de roze hoekjes aan neuskant van je ogen: je komt ze elke dag tegen, maar weet niet hoe ze heten. HP/De Tijd geeft verheldering.

- LUC HUYSE IN TOUCHé OP RADIO 1 VAN 1 JUNI 2014

Het programma met het interview met de Leuvense socioloog wordt in twee delen weergegeven telkens van zowat één uur.


- ‘ZIN IN TAAL’ – LANDELIJKE STUDIEDAG VAN LEVENDE TALEN – UTRECHT 7-11-2014

Op vrijdag 7 november 2014 kunt u weer deelnemen aan de Landelijke Studiedag van Levende Talen in de Jaarbeurs/Beatrix Gebouw in Utrecht. Thema dit jaar: ‘Zin in taal’.
In onze snel veranderende samenleving moet het onderwijs mee veranderen en zetten taaldocenten alle zeilen bij in het teken van ‘ Zin in taal’ . Zin in taal betekent dat leerlingen zin hebben of zin krijgen in het leren van taal


- MAAK KENNIS MET RONELDA S. KAMFER, EEN BELOFTEVOLLE ZUID-AFRIKAANSE DICHTERES

Zij werd in 1981 in Blackheath bij Kaapstad geboren. Tot nu toe heeft ze twee dichtbundels gepubliceerd die in het Afrikaans werden geschreven en die door Alfred Schaffer in het Nederlands zijn vertaald. In 2008 was dat ‘Noudat slapende honden’. Die bundel kreeg in 2009 de Eugène Maraisprijs.


- VIER AMERIKAANSE AUTEURS OP LONGLIST MAN BOOKER PRIZE

Engelstalige romans uit de hele wereld komen vanaf dit jaar in aanmerking voor de prestigieuze literatuurprijs. Op de longlist komen nu ook vier Amerikaanse auteurs voor. Het Literatuurplein bericht erover en geeft de lijst weer met de vertalingen in het Nederlands zo die er zijn.


- NADINE GORDIMER, ZUID-AFRIKAANSE SCHRIJFSTER EN NOBELPRIJSWINNAAR LITERATUUR OVERLEDEN

Springs 20 november 1923 - Johannesburg, 13 juli 2014
De Zuid-Afrikaanse auteur en Nobelprijswinnaar Nadine Gordimer is overleden. Dat heeft haar familie meegedeeld. Ze stierf na een korte ziekte in haar huis in Johannesburg.


 
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • José Vandekerchove, voorzitter
  • Ghislain Duchâteau, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Wie nu lid wordt is dat voor het hele jaar 2015.
Leden die nu hun contributie storten zijn lid tot eind 2015.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be