Contact: info@netdidned.be
Correspondentieadres: Netwerk Didactiek Nederlands (NDN): Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
Verantwoordelijke uitgever: G. Duchâteau, Eendrachtlaan 3 - 3500 Hasselt
25-3, februari-maart-april 2013
In deze nieuwsbrief:

NDN-Facebookpagina




Intro
Netwerkmiddag UGent
13 maart 2013
Nieuwsbegrip
John Hattie
Over lit.onderwijs in Vlaanderen
Genredidactiek in het verschiet?
Implementatie-
conferentie NTU 2012
Taalcanon
Manifest grammatica-
onderwijs - Column
Luceberts dichtkunst
Om schrijven succesrijk te maken
Promotie Mariëtte Hoogeveen
Literatuurjournaliste
Jelle Van Riet
Jeugdauteur Jan Simoen
Inventarisatie technisch lezen in basisonderwijs
Lit.gesch. Wereld in woorden - 14e eeuw
Adolescentenboeken -
Majo De Saedeleer
Proefproject taalsensibilisering
Verkenningen KANTL
Facebookblog NDN -
Recente berichten
 
 
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief:
 
NDN-Nieuws 25-2
 
NDN-Nieuws 25-1
 
NDN-Nieuws 24-4
 
NDN-Nieuws 24-3
 
NDN-Nieuws 24-2
 
NDN-Nieuws 24-1
 
NDN-Nieuws 23-4
 
NDN-Nieuws 23-3
 
NDN-Nieuws 23-2
 
NDN-Nieuws 23-1
 
NDN-Nieuws 22-4
 
NDN-Nieuws 22-3
 
NDN-Nieuws 22-2
 
NDN-Nieuws 21-3
 
NDN-Nieuws 21-2
 
NDN-Nieuws 21-1
 
 
 
Intro
 

L.S.

Editie 25-3 is weer een rijk gevulde digitale nieuwsbrief. Lees niet alles ineens. Neem uw tijd en keer meermaals naar de brief terug om sommige artikels toch wat grondiger door te nemen. Vooral de louter didactische artikels soms met vooral een theoretische grondslag sommige ook met didactische betekenis voor de praktijk kunnen boeien en voor verder explorerend denkwerk zorgen. De voorliggende nieuwsbrief is gesteld in documenten waarin nogal wat hyperlinks voorkomen. Hij is meer dan de vorige edities een hypertekst. Dat laat voor wie de belangstelling heeft en de tijd ervoor wil uittrekken juist dat explorend verdere denkwerk toe. De omvang van de brief met zijn twintig documentjes levert ook een grote verscheidenheid op in het leesmateriaal dat ter beschikking wordt gesteld. Die diversiteit kan de brief ook aantrekkelijk maken voor het ruime lezersbestand van zowat 450 collega's, die met hun e-postadressen in onze verzendlijst zitten.

Maar alle 450 geadresseerden zijn geen leden. De brief is gericht naar een veel ruimer bereik van didactici in het hele Nederlandse taalgebied. Maar dit edito geeft nu toch ook weer de gelegenheid om wie echt geïnteresseerd is in de activiteiten van het Netwerk Didactiek Nederlands voor een 20 of 25 euro lid te worden. Uw lidmaatschap zou beslist een blijk van waardering en belangstelling betekenen voor het NDN-bestuur, dat zich ruim inzet om aan aller aspiraties tegemoet te komen. Wij hebben verder geconstateerd dat heel wat leden hun contributie voor 2013 al hebben gestort op de NDN-rekening, maar dat er ook nog velen vergeten hebben dat te doen. Mag dit woordje er u toe aanzetten om daarmee nu toch niet meer te wachten?

- Gewoon lid zijn/worden van het Netwerk Didactiek Nederlands voor 2013 kunt u
door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk

Onze eerstvolgende activiteit is de Netwerkmiddag op 13 maart 2013 in Gent met Gert Rijlaarsdam over schrijfdidactiek in het hoger onderwijs. Informatie vindt u hieronder in het eerste artikel.

Ook onze jaarlijkse lenteconferentie wordt voorbereid. Ze is gepland op vrijdag 24 mei 2013 in de Stadscampus van de Universiteit Antwerpen. Het thema is taalbeschouwing in relatie tot haar functionaliteit voor taalgebruik. Houd ook deze datum al vrij in de agenda.

Veel leesnut maar ook veel leesgenoegen wensen wij u vanuit het NDN.


Van harte

Ghislain Duchâteau,

voorzitter en redacteur NDN


 

Netwerkmiddag NDN UGent – woensdag 13 maart 2013
 

Uitnodiging en inschrijving Netwerkmiddag NDN UGent over Schrijfvaardigheidsdidactiek Hoger Onderwijs met Gert Rijlaarsdam - woensdag 13 maart 2013 vanaf 13.30 u.


U i t n o d i g i n g


Beste collega’s,

Hebben wij als collega’s voldoende binding?
Is er voldoende onderlinge informering?
Wat zijn onze gemeenschappelijke noden?
Wat kan een effectiever netwerk ons opleveren?

NETWERK DIDACTIEK NEDERLANDS (NDN) biedt op woensdag 13 maart 2013 zijn derde netwerkmiddag aan.

De Universiteit Gent stelt voor ons opnieuw haar deuren open. We treffen elkaar vanaf 13.30 u. in de Faculteit Psychologie en Pedagogische Wetenschappen, H. Dunantlaan 2 – 9000 Gent. – in de leszaal 1C.

Netwerkprogramma

13.30 u.


Ontvangst, netwerkmoment


14.15 u.


Presentatie van de werking van het NDN door vice-voorzitter José Vandekerckhove


14.30 u.


‘Probatio pennae… Schrijfvaardigheidsdidactiek in het hoger onderwijs’ **
door gastspreker Gert Rijlaarsdam, didacticus Nederlands aan de Universiteit Amsterdam


15.30 u.


Gespreksronde over het thema van de gastspreker


16.00 u.

Borrel en netwerkmoment


André Mottart, Universiteit Gent, is gastheer en zaalvoorzitter.


Praktisch

Het Netwerk Didactiek Nederlands biedt deze middag gratis aan de collega’s aan.
Zowel de collega’s met Nederlands als werkveld als de collega’s die in andere vakken met schrijfvaardigheid te maken hebben, zijn welkom.

Aanmelding voor deelname is verplicht.
Uiterste datum daarvoor is zaterdag 9 maart 2013.

Vul het inschrijvingsformuliertje in, kopieer het en stuur het aan NDN - info@netdidned.be


INSCHRIJVINGSFORMULIER

- Voornaam, familienaam
- Functie
- Adres
- E-mailadres
- Telefoon (vast of mobiel)

schrijft in voor de NDN-Netwerkmiddag van woensdag 13 maart 2013 Universiteit Gent

info@netdidned.be



Aanbeveling: Kom tijdig naar de locatie. Parkeren in de omgeving is niet zo makkelijk.

Van harte welkom

Het NDN-bestuur


Ghislain Duchâteau, José Vandekerckhove, Carl Brüsewitz, André Mottart, Nora Bogaert,
Jan Lecocq, Hugo de Jonghe, Frans Daems

***

** Toelichting bij het thema van de netwerkmiddag

ten behoeve van de deelnemers

Ons doelpubliek bestaat hoofdzakelijk uit lerarenopleiders Nederlands.
Hun studenten beginnen, wat schrijfvaardigheid betreft, aan hun hogeschoolloopbaan/universitaire loopbaan met de startcompetenties schrijfvaardigheid die ze meenemen uit het secundair onderwijs. Die startcompetenties waarover ze (zouden moeten) beschikken zijn af te lezen uit de Eindtermen en Leerplannen.

Hieruit distilleren wij een eerste mogelijke reeks vragen aan onze gastspreker.
- Vind je die eindtermen schrijfvaardigheid ontoereikend/voldoende/goed/zeer goed?
- Hoe scoren ze bij een vergelijking met de referentieniveaus schrijfvaardigheid in Nederland (1F tot 4F)
- Wat kunnen Vlaanderen en Nederland eventueel van elkaar leren?
- Ziet u aanpassingen, verbeteringen ...?

De studenten moeten op het einde van hun opleiding over 'uitstroomcompetenties schrijfvaardigheid' beschikken. Er bestaan hiervoor geen eindtermen zoals in het secundair onderwijs. Studenten moeten wel beantwoorden aan de basiscompetenties en voldoen aan de Dertien Doelen in een dozijn. Daarnaast moeten ze uiteraard ook bedreven zijn in de schrijfdidactiek, daar ze zelf voor de klas zullen staan.

Hieruit genereerden wij weer enkele mogelijke vragen.
- Welke competenties schrijfvaardigheid acht u noodzakelijk voor professionele bachelors en voor masters?
- Hoe kunnen die bereikt worden?
- Kan er zoiets als een doorlopende leerlijn getekend worden voor de opleiding van die studenten?
- Wat zijn de implicaties voor de docenten?
- Hoe kunnen studenten didactisch meer onderlegd worden op het vlak van schijfvaardigheidsdidactiek?
- Hoe kunnen docenten hun studenten beter laten schrijven en leraren hun leerlingen?
- In hoever kan digitale schrijfdidactiek winst betekenen?
- In hoever kan autonome reflectie winst opleveren en hoe kan die reflectie verbeterd en gestimuleerd worden?
- Is er een praktische oplossing voor de grote taakbelasting die schrijfoefeningen voor docenten en leraren meebrengen?
- Hoe kan een schrijfportfolio renderend ingezet worden?

Mogelijk kunnen we daarmee aan de slag.

Informatie over de gastspreker Gert Rijlaarsdam leest u op de NDN-website. Klik hier



Nieuwsbegrip – Begrijpend lezen met het nieuws van de dag


 

Tijdens de HSN-Conferentie 26 in Brugge in november 2012 bezochten we de laatste workshop, die van Jan T'Sas over Nieuwsbegrip, een elektronische methode voor begrijpend lezen. "Actualiteit doet leerlingen beter lezen". 3500 scholen in Nederland en zowat 150 scholen in Vlaanderen gebruiken die methode, die didactisch ook uitstekend is onderbouwd.

Nieuwsbegrip in vogelvlucht

Nieuwsbegrip is een aanpak waarbij waarbij leerlingen een tekst lezen over een actueel onderwerp.

Waarvoor staat Nieuwsbegrip?
- wekelijks teksten en opdrachten over een actueel onderwerp
- twee niveaus (lager onderwijs, eerste graad secundair onderwijs)
- vijf leesstrategieën die op hun waarde getest zijn
aanvullend te gebruiken óf als methode om de eindtermen/ontwikkelingsdoelen voor begrijpend lezen te realiseren
- gebruikers mailen suggesties voor het onderwerp van de week
- meer plezier in begrijpend lezen!

http://www.nieuwsbegrip.be/nieuwsbegrip.htm

 

Jan T'Sas prijst aan...
...én werkt mee

Met Nieuwsbegrip werkt een leraar in het Vlaamse onderwijs met zijn klas op een aantrekkelijke manier aan de eindtermen/ontwikkelingsdoelen voor begrijpend lezen van het basisonderwijs en van de eerste graad van het secundair onderwijs (focus: B-stroom). Ook eindtermen voor wereldorïentatie, ICT, maatschappelijke vorming en leren leren worden door Nieuwsbegrip bediend.
In Taalschrift – tijdschrift over taal en taalbeleid - publiceerde Jan T’Sas op 12 april 2012 daarover een omvattende tekst: Lezen wij straks beter dank zij het nieuws?

Zo begint zijn tekst:

De laatste jaren gebruiken Nederlandse en Vlaamse scholen steeds meer nieuwsteksten om kinderen te leren lezen.  En begrijpend lezen is plots meer dan vraagjes beantwoorden over een tekst uit een boek. Gaan we straks beter lezen dankzij het nieuws?
Hebt u al gehoord van Kidsweek, Klap en Kids? Of van Lezen in Beeld, Nieuwsbegrip en Overal tekst!? De eerste drie zijn kinder- en jongerenkranten. De volgende drie zijn leesmethodes die nadrukkelijk met nieuwsteksten werken. Al deze initiatieven bestaan nog maar enkele jaren, maar ze hebben bijzonder veel succes in scholen. Waar komt deze actualiteitsboost vandaan? En hoe komt het dat scholen er zo gretig mee aan de slag gaan?

Lees verder…

We hebben toen op 16 april 2012 de volgende reactie toegevoegd

Begrijpend lezen

Met zijn tekst "Lezen we straks beter dankzij het nieuws?" heeft Jan T'Sas een hoofdvogel afgeschoten…
Didacticus Jan T'Sas geeft hier een ruime en volwaardige inkijk in de aanpak van efficiënt begrijpend lezen zowel in Nederlandse als in Vlaamse basisscholen. De traditionele aanpak moet wijken voor doeltreffender didactische werkvormen, die meer leerrendement garanderen. Vooral het bijbrengen van leesstrategieën en het modelen, het hardop vertellen wat er bij de activiteit in je omgaat, vallen hier op.
Kinderen- en jongerenkranten en eigentijdse leesmethodes die gebruik maken van teksten uit de actualiteit waarborgen motivatie en prettig werken, dat de effectiviteit van het leesonderwijs ten goede komt. …

Ghislain Duchâteau,
vz. Netwerk Didactiek Nederlands (NDN)


Nieuwsbegrip is ontstaan in Nederland. Het is uitgewerkt door de CED-Groep, Educatieve Diensten, Rotterdam. Voor Nederland is er Nieuwsbegrip Basis voor het basisonderwijs (bao) en Nieuwsbegrip XL voor het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs (vo en mbo). Een videofilmpje van 4’ presenteert Nieuwsbegrip concreet.
Nieuwsbegrip is er bedoeld voor groep 4 t/m 8 van het basisonderwijs, leerjaar 1 t/m 4 van vmbo en havo/vwo en voor het mbo. In totaal zijn er vijf niveaus. Nieuwsbegrip kan als complete aanpak voor begrijpend lezen worden ingezet, maar ook als aanvulling op de eigen methode. Nieuwsbegrip functioneert met een abonnement van de scholen.

De CED-Groep richt rond Nieuwsbegrip cursussen en trainingen in.

In Vlaanderen is de systematiek nog niet zo ruim verbreid. De aansluiting bij het Vlaamse onderwijs wordt zorgvuldig bewaakt door ervaren lerarenopleiders. Riet Jeurissen, Hilde Van den Bossche, Tinneke van Bergen volgen het project op de voet en hun bevindingen zijn heel positief. Ook Jan T’Sas draagt concreet een ruim aandeel bij.

Leerkrachten wisselen van gedachten over Nieuwsbegrip in een heel aantal berichten op sociale media
- http://www.facebook.com/Nieuwsbegrip
- http://www.linkedin.com/groups/Nieuwsbegrip-4252738

Ook is Nieuwsbegrip verbonden met het Nederlandse jeugdjournaal. Op YouTube vind je diverse filmpjes daarover:
www.youtube.be/watch?v=th_2yysECgo
www.youtube.com/watch?v=IPuzbQv-AAI
www.youtube.com/watch?v=cVS4qHKzIRU
Daarbij sluit Leraar 24 aan:
http://www.leraar24.nl/video/3248

De didactiek van Nieuwsbegrip

- Lezen met een stappenplan

Om de leerlingen te helpen bij het lezen van de teksten, is er een stappenplan lezen ontwikkeld. Dat geeft aanwijzingen voor ‘voor het lezen’, ‘tijdens het lezen’ en ‘na het lezen’. In het stappenplan zijn de leesstrategieën verwerkt. Op die manier leren de leerlingen stap voor stap de tekst doorgronden. Het is de bedoeling dat zij na verloop van tijd de strategieën automatisch toepassen.

- Leesstrategieën

Vijf leesstrategieën worden gehanteerd om teksten te begrijpen:voorspellen, ophelderen van onduidelijkheden, relaties en verwijswoorden, samenvatten. Elke week staat één strategie centraal

- Evaluatie

Nieuwsbegrip biedt voor beide leesniveaus begin- en eindtoetsen aan. Daarbij zijn er per jaar zes bloklessen bruikbaar als toets.

- Een voorbeeld van uitwerking

Roep de handleiding Nieuwsbegrip voor samsam nr. 6, oktober 2012 op uw scherm

Meer weten?

- http://www.nieuwsbegrip.be
- http://www.nieuwsbegrip.nl    

Nieuwsbegrip met de uitgekiende methodiek en de permanente inzet van de medewerkers levert ongetwijfeld een beduidend hoog rendement van begrijpend lezen op.

G.D.



Kent u John Hattie? Door hem is meer effectiviteit in leerprocessen bereikbaar

Algemene didactiek


 




John Hattie, onderwijsdeskundige uit Nieuw-Zeeland, professor aan de universiteit van Melbourne, heeft sinds een paar jaren wereldaanzien verworven met zijn visie op het onderwijsproces. Hij verzamelde harde feiten over schoolsucces in twee boeken die van enorme invloed zijn op veranderingsprocessen in scholen voor hun onderwijsaanpak.

Het zijn ‘Visible learning’ uit 2009 en ‘Visible learning for teachers’ uit 2012. We vertalen ‘visible learning’ door zichtbare leerprocessen.

Lees over zijn visie op de NDN-website - Actuele berichten

 



Over literatuuronderwijs in Vlaanderen

MOET ER NOG KAAS ZIJN?



Dat is de titel van een bijzonder lezenswaardig artikel van Paul De Loore, sinds 1978 leraar Nederlands, Engels en esthetica. Het is te lezen in Ons Erfdeel |1| FEB 2013 blz. 14 tot 22.

Kaas

Einde schooljaar. Hij leest zijn leerlingen voor uit Kaas van Elsschot. Hij gelooft dat zijn leerlingen veel geleerd hebben door enkel te luisteren. ‘Laarmans houdt ons een ontluisterende spiegel voor’ (blz. 15). Hij meent dat de lectuur van Kaas hen niet voorbereid heeft op hogere studies of een job, maar op het leven. Dat is zinvolle tijdsbesteding en zal op lange termijn renderen (blz. 16). En dan volgt de prachtige apologie voor lezen van literatuur.

Apologie

‘Kunnen we in de lessen Nederlands iets zinvollers doen? Via het beste wat onze taal heeft voortgebracht jonge mensen doen inzien dat er een wereld bestaat buiten Facebook en MTV, hen boven hun eigen leefwereld laten uitstijgen. Hen laten ontdekken dat de wereld waarin wij leven er compleet anders uitziet dan die van honderd jaar geleden, maar dat de mens in alle tijden fundamenteel gelijk blijft.

Literatuur lezen geeft inzicht in het lot van de mens en zijn diepste zielenroerselen, doet hen genuanceerd en kritisch nadenken over de wereld waarin zij leven en reflecteren over hun eigen emoties en draagt dus bij tot hun persoonlijkheidsontwikkeling. Lezen cultiveert de verbeelding en breidt onze ervaring uit. In een verhaal of toneelstuk kunnen we ons verplaatsen in de denk- en gevoelswereld van andere mensen, uit andere tijden en andere plaatsen. Wat Martha Nussbaum “empathetic imagining” noemt, “the ability to imagine the experience of another”. Voor Nussbaum is de ontwikkeling van die empathische verbeelding bij jongeren noodzakelijk om de ander te leren begrijpen en om op te kunnen groeien tot verantwoordelijke, kritische, verdraagzame en democratische burgers. Literatuur scherpt het oordeels- en onderscheidingsvermogen aan, waarop volgens Roger Scruton alle cultuur gebaseerd is, stelt zekerheden ter discussie, roept vragen op, verontrust, kan pakken en ontroeren, biedt troost en genoegen.’

Verdringing van literatuur

Hier zou mijn tekst kunnen stoppen. Het voorgaande zegt zowat alles over literatuuronderwijs in de hogere klassen van de middelbare school. Toch lezen we verder in de tekst van leraar De Loore. Hij meent dat dit literatuuronderwijs in het huidige bestel van de lessen Nederlands ernstig in de verdrukking kan komen door de ‘verhouding literatuur-taalbeschouwing-vaardigheden in eindtermen en leerplannen’ (blz. 18). Immers twee derde van de lestijd moeten de leraren Nederlands met vaardigheden bezig zijn. Slechts één zesde met literatuur. Daarvoor stelt hij het onderwijsbeleid verantwoordelijk dat jongeren moeten worden klaargestoomd om te kunnen functioneren in een steeds sneller evoluerende wereld. (blz. 19) Leraren weten dat ze het leerplan moeten afwerken, dat de doorlichting daarop afrekent. Daaruit spruit bij leraren heel wat frustratie voort. Zij voelen zich gewrongen tussen het onderwijs waarin zij geloven en de eisen van het leerplan. Zowat op alle scholen wordt gemord over de planlast, de kafkaiaanse bureaucratische eisen en de papiermolen. Vraagtekens worden geplaatst bij de te enge visie op taal als communicatie en de zin van het competentieleren. (blz. 20). Paul De Loore stelt zelf het vaardigheidsonderwijs in twijfel: het leidt volgens hem niet tot grotere taalvaardigheid. (blz. 21).

Cultuuroverdracht door de bezielde leraar

Hij betwijfelt niet dat jongeren vlot en correct moeten leren schrijven en lezen, spreken en luisteren. Wellicht verwerven ze die vaardigheden eerder op een indirecte manier en op lange termijn. Hij ziet het onderwijs als cultuuroverdracht van de ene generatie op de andere, via het persoonlijke contact tussen een gecultiveerde én bezielde volwassene en ontvankelijke jongeren (blz. 21). Ook in dit perspectief komt de grote betekenis van de leraar voor effectief onderwijs manifest naar voren, zoals de Nieuw-Zeelandse professor John Hattie uitdraagt in zijn boeken rond ‘Visible Learning’. 

Ghislain Duchâteau


 


Genredidactiek in het verschiet?


 

Het begrip genre duikt de laatste tijd herhaaldelijk op in de didactiek. Genredidactiek kan beslist een dimensie meer worden in het taalontwikkelend lesgeven of in taalgericht vakonderwijs. Dat kan een verrijking betekenen in het lesgeven in het algemeen, de effectiviteit ervan opvoeren.

Wat is er al?

Genredidactiek is het voorwerp van onderwijskundig onderzoek, heeft geleid tot een heel stuk soms niet al te eenvoudige theorie, maar krijgt nu hand over hand verspreiding tijdens lezingen, naschoolse opleidingen en ook toepassing in de praxis.

Genredidactiek kwam voor in de gesprekken tijdens de laatste Conferentie van het Schoolvak Nederlands in november 2012 in Brugge. Twee presentaties behandelden het thema: “Genre als uitgangspunt voor lezen en schrijven in de onderbouw” van José van der Hoeven, Amos van Gelderen en Kris Verbeeck (Van der Hoeven, J & Van Gelderen, A. & Verbeeck, K. (2012) conferentieboek pp. 250-254) en “Samenhang in het curriculum met behulp van ‘genre’ van Theun Meestringa en Bart van der Leeuw (ibidem pp. 254-259). Ook Mariëtte Hoogeveen (2013) in haar recent proefschrift (promotie op 18 januari 2013) ‘Schrijven met peer response en instructie in genrekennis; een interventiestudie in de basisschool’ vestigt haar onderzoek op het effect van een lessenserie voor het schrijven van de genres ‘verhalen’ en ‘instructies’ met peer response en genrekennis op de schrijfvaardigheid van leerlingen uit groep 8 in het primair onderwijs (p. 149). Al in 1992 introduceerden Helge Bonset, Martien de Boer en Tiddo Ekens in “Nederlands in de basisvorming, een praktische didactiek” de notie ‘tekstsoort’ en vervult de behandeling van tekstsoorten in de didactiek een relevante rol. Tekstsoort en genre zijn heel erg verwante begrippen, maar kunnen in functie van hun rol in de didactiek ook wel onderscheiden worden, hoewel zowel genre als tekstsoort in de reflectie en in de praktijk gehanteerd kunnen worden. Genre als dusdanig is wel meer vakspecifiek, inherent aan een bepaald vak.

Op 4 januari 2012 verscheen voor het eerst op het internet het artikel van Sunny Hyon ‘Genre in Three Traditions: Implications for ESL’. Het artikel heeft de bedoeling een staalkaart te geven van de courante genretheorieën en onderwijstoepassingen in drie onderzoeksgebieden waar genrestudies beduidend verschillende richtingen zijn ingegaan: 1. Engels voor specifieke doelen (ESP), 2. Noord-Amerikaanse nieuw retorische studies en 3. Australische systematisch functionele linguïstiek. Het onderzoek onthult dat de eerste en de laatste richting onderwijsverstrekkers voorzien van inzichten in de taalkenmerken van geschreven teksten en ook richtlijnen om die taalkenmerken in de klas aan te reiken. De tweede richting geeft echter aan taalleraren ruimere perspectieven op institutionele contexten rond academische en professionele genres.  

In juni 2011 schreef Gerald van Dijk t.b.v. de Onderwijs Research Dagen in Maastricht het artikel ‘Een verkenning van toepassingen van genredidactiek binnen nask en techniek’. Nask staat dan voor natuurkunde en scheikunde. Voor nask en techniek zijn volgens Van Dijk analyses uitgevoerd voor teksttypen als „verslag bij een proef" , „procedure", „uitleg" of voor een onderwerp als „het milieu" . Voor de genres “verslag bij een proef” en “technisch verslag”, die vaak voorkomen in de lerarenopleiding van studenten die later die wetenschapsvakken zullen onderwijzen, werd naast het literatuuronderzoek ook een actieonderzoek uitgevoerd. De resultaten bleken positief maar waren ontoereikend om al vaste conclusies te trekken. In een volgend studiejaar wordt op die twee genres het onderzoek verder gezet. Toch waren er al indicaties. De studenten lieten zich positief uit over het toepassen van genredidactiek. De studenten werden overtuigd dat gestructureerd en helder spreken en schrijven voor elke leraar van waarde is. Daarom vonden ze de nadruk op taal gerechtvaardigd en niet omwille van de vakinhoudelijke aard. Er bleek uit het actieonderzoek immers geen noemenswaardige evidentie dat de genredidactiek het bereiken van vakdoelen zou ondersteunen (p.12). In zijn overkoepelende conclusies uit het gehele onderzoek meent Gerald van Dijk toch te kunnen stellen dat genredidactiek voor de wetenschapsvakken en techniek als ondersteuning van talige leerprocessen kan worden ingezet. Er komen middelen naar voren om vakspecifieke kenmerken in beeld te brengen om studenten in de vakspecifieke genres te onderwijzen. Taalgericht vakonderwijs lokt mondelinge en schriftelijke vaktaal bij leerlingen uit. Genredidactiek in de wetenschapsvakken en techniek brengt waardevolle aanvullingen aan om de vaktaal nauwkeuriger in beeld te krijgen en te onderwijzen (p. 13).

De belangstelling voor genredidactiek blijkt nog meer uit het symposium van het Platform Taalgericht Vakonderwijs in 2010 in Den Dolder net over genredidactiek.  Maaike Hajer, die al langer genredidactiek bestudeert, leidde de symposiumbijeenkomsten. Uit het voorwoord van het verslag blijkt al duidelijke welke bedoelingen er aan de orde waren.
“Wat zijn specifieke kenmerken van de verschillende vaktalen die de leerlingen in het voortgezet
onderwijs krijgen voorgeschoteld? Hoe krijgen we daar beter zicht op en hoe kunnen docenten
leerlingen beter helpen met die vaktalen om te gaan? Op zoek naar antwoorden op deze
vragen en naar nieuwe perspectieven voor taalgericht vakonderwijs is binnen het Platform
Taalgericht Vakonderwijs op 31 augustus en 1 september 2010 een symposium gehouden om
te leren van onderzoek en ervaringen uit Australië en Zweden (Van der Leeuw, B., Meestringa, T. & Pennewaard, L. (SLO 2011)).
Vanuit een functionele linguïstiek is op basis van onderzoek naar vakteksten (hoe de
taalregisters van de vakken gerealiseerd worden in vakspecifieke genres) ervaring opgedaan met een in Australië ontwikkelde „Onderwijsleercirkel". Daarmee krijgen leerlingen en
leerkrachten van primair tot hoger onderwijs meer greep op kenmerken van de teksten.” (p.5).

Er waren bijdragen van Pauline Gibbons, University of Technology, Sydney, Mariana Sellgren, Stockholm University en Mikael Olafsson, National Centre of Swedish as a Second language.

Het begrip ‘genre’ en de genredidactiek

Uit het voorgaande blijkt niet enkel de belangstelling voor genredidactiek maar ook voor de denkrichtingen waarin deze didactiek gevat wordt. Dat voert ons naar een benadering van het begrip zelf. In het Engels wordt gesproken over ‘genre pedagogy’.  Volgens Gerald van Dijk is het een taaldidactiek, ‘waarbij leerlingen de kenmerken van vakteksten leren begrijpen teneinde zulke teksten zelf te leren produceren'. Om tot karakterisering van vakteksten te komen maakt genredidactiek gebruik van SFL, “systemic functional linguistics” of functionele grammatica. Die gaat volgens Mariana Sellgren terug op het belangrijk theoretisch raamwerk gebaseerd op de benadering van Michael Hallidays werk over taalontwikkeling en taalleren. SFL focust op de relatie tussen taalgebruik en de context waarin dat taalgebruik voorkomt. Taal, context en cultuur zijn onderling verbonden. Wij gebruiken taal met een bedoeling en dat verschilt naargelang van de context  (p. 9). Teun Meestringa en Bart van der Leeuw (2012) sluiten daarbij aan: ‘Genre’ staat hier voor de manier waarop teksten binnen een context/een cultuur worden gestructureerd om sociale doelen te bereiken. Het is doelgericht, je wilt een verhaal vertellen, uitleggen hoe iets werkt of een standpunt onderbouwen. … De functionele benadering van het begrip ‘genre’ maakt het mogelijk te bespreken welke linguïstische middelen (tekststructuur, zinsdelen, woorden) gekozen worden om dat doel te bereiken. (p. 256). Van Dijk (2011) definieert genre als een manier om de stabiliteit en dynamische variatie te analyseren van teksten die door de leraar worden geïntroduceerd en die door de leerling worden geproduceerd (p. 3).

Hierbij wordt een stappenplan in vier fasen doorlopen waarin modelleren centraal staat. Het wordt aangeduid als de teaching-learning cycle, de onderwijsleercirkel. 

Fase 1: Ontwikkelen van inhoud, verdieping van inzichten, opbouwen woordenschat.
Fase 2: Oefenen met een tekst over het betreffende thema, met aandacht voor structuur van gehele tekst, zinsniveau en woordniveau.
Fase 3: Samen schrijven met de leerlingen, geleide inoefening van formuleervaardigheid en tekstopbouw, met nadruk op het voordoen en nadoen.
Fase 4: Zelfstandig schrijven.

Daarbij loopt Fase 1 door in de drie volgende fases (p. 3)

Figuur: the teaching-learning cycle (Burns & Joyce 1991).

Meestringa en Van der Leeuw (2012) presenteren de volgende genres als belangrijk voor het onderwijs en ze geven daarbij de stappen aan die moeten worden doorlopen.

Het zijn: de vertelling, het verhaal, het verslag, de procedure, de uiteenzetting/ verklaring, het betoog en de beschouwing.

Zij besluiten hun abstract met het volgende:

‘Als we een eenvoudig, eenduidig en beproefd taalkundig concept zoeken om helderheid te scheppen, hebben we met het begrip ‘genre’ uit de functionele grammatica (SFL) een dergelijk concept in handen.’ (pp. 257-258).
In welke mate genredidactiek doordringt tot in het werkveld van de verschillende onderwijsniveaus moeten we nu afwachten. Nederland heeft een eindje voor, Vlaanderen kijkt nog uit.

Ghislain Duchâteau



Referenties

Bonset, H., De Boer M. & Ekens, T. (1992). Nederlands in de basisvorming, een praktische didactiek. Muiderberg: Dick Coutinho.

Halliday, M.A.K. & Matthiesen C.M.I.M (2004). An introduction to functional grammar. London: Arnold.

Hoogeveen, M.C.E.J. (2013). Schrijven met peer response en instructie in genrekennis; een interventiestudie in de basisschool – Writing with peer response using genre knowledge; a classroom intervention study Doctoraatsscriptie Universiteit Twente.

Hyon, S. (2012). Genre in Three Traditions: Implications for ESL. In: Tesol Quarterly Volume 30, Issue 4 blz. 693-722 - Abstract online.

Van der Hoeven, J & Van Gelderen, A. & Verbeeck, K. (2012). Genres als uitgangspunt voor lezen en schrijven in de onderbouw. In: Zesentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands, A. Mottart & S. Vanhooren (red.) blz. 250-254.

Van der Leeuw, B., Meestringa, T. & Pennewaard, L. (SLO 2011). Symposium Genredidactiek / Genre Pedagogy – Verslag / Report Den Dolder 31 augustus-1september 2010 – Platform Taalgericht Vakonderwijs – Website

Van der Leeuw, B & Meestringa, T. (2012). Lezen om te schrijven en schrijven om te lezen; samenhang met behulp van de onderwijsleercyclus. In: Zesentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands, A. Mottart & S. Vanhooren (red.) blz. 368-372.

Van der Leeuw, B & Meestringa T. (2012). Samenhang in het curriculum met behulp van ‘genre’.
In: Zesentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands, A. Mottart & S. Vanhooren (red.) blz. 254-259.

Van Dijk, G. (2011) Een verkenning van toepassingen van genredidactiek binnen nask en techniek. – Platform Taalgericht Vakonderwijs - Website



Implementatieconferentie NTU 2012


 

Op 13 en 14 december 2012 organiseerde de Nederlandse Taalunie een tweedaagse werkconferentie over vernieuwingen in het onderwijs Nederlands. Ze was
bedoeld voor iedereen die zich op professionele wijze bezighoudt met het invoeren en begeleiden van vernieuwingen in het onderwijs Nederlands in het basis- en voortgezet/secundair onderwijs in Nederland en Vlaanderen.

Vragen die aan bod kwamen, zijn:

- Hoe begeleid je een school zodanig dat de gewenste vernieuwing tot stand komt?
- Welke strategieën zijn er om vernieuwing vorm te geven in de praktijk?
- Waar loop je tegenaan? Wat werkt en wat niet?
De conferentie wordt opgebouwd aan de hand van voorbeelden uit de praktijk.


Het programma vindt u hier

Er waren workshops en posterpresentaties.


Workshops

Bevorderen van functionele geletterdheid in het vo
Roos Scharten, Expertisecentrum Nederlands »

Taal leren door taalvaardigheden: op zoek naar implementatiestrategieën
Frie Kimpe & Lutgard Neels, VSKO »

Structuur voor het implementeren van vernieuwend taalonderwijs in Den Bosch: Kader of keurslijf?
Mieke Smits, SLO »

Hands-on: coach de taalcoach!
Saskia Versloot & Renske Dijksma, Marant »

Expert in taalbeleid?! Een blik op de opleiding en de implementatieverhalen van het Centrum voor Taal en Onderwijs
Jozefien Loman & Greet Goossens, CTO »

Duurzame integratie van taalgericht vakonderwijs in vo-scholen
Hella Kroon, APS »

Concretisering en opschaling van het Referentiekader Taal in de Nederlandse onderwijspraktijk
Bart van der Leeuw & Harry Paus, SLO »

Project Nieuwsbegrip Vlaanderen: actualiteit doet leerlingen beter lezen
Jan T’Sas & Marianne Molendijk, Nieuwsbegrip Vlaanderen/CED-groep »

Werken met tussendoelen in het voortgezet onderwijs: instrumenten voor implementatie
Hedwig de Krosse, Expertisecentrum Nederlands »


Posterpresentaties

Taalvaardiger worden door verhalen te vertellen, te verzinnen
Ietje Pauw, Katholieke Pabo, Zwolle

Taalontwikkelend lesgeven: hoe doe je dat?
Tinneke van Bergen, Artevelde Hogeschool, Gent

LEONED: ervaringen rond implementatie van het Kennisplatform Taalontwikkelende Leraar in lerarenopleidingen
Heleen Strating & Rosa Hessing, Expertisecentrum Nederlands / KPC Groep

Hoe maak je alle leerkrachten eigenaar van de talige doelen die nodig zijn om hun vakdoelen te bereiken?
Jan Lecocq, GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap

Werk maken van een taalkrachtige lerarenopleiding: de implementatie van taalbeleid in Instituut Archimedes
José Beijer & Annelies Riteco, Faculteit Educatie/Hogeschool Utrecht

Aan de slag met taal in je vak!
Celestine Weidum, Instituut voor de Opleiding van Leraren, Paramaribo

Opbrengstgericht aan taalstimulering werken met jonge kinderen
Olga Abell & Heleen Versteegen, Sardes

Een beschrijving van de inhoud van de workshops vindt u hier



Taalcanon
- alles wat je altijd al had willen weten over taal


 



Het doel van de taalcanon is inzichten uit de taalwetenschap over taal onder de aandacht te brengen van een breed publiek aan de hand van vijftig vragen. Op de website zijn lemma’s te vinden uit allerlei deelgebieden van de taalwetenschap, geschreven door experts. De website biedt een platform voor discussie tussen taalwetenschappers en het lezerspubliek. Daarnaast streeft zij naar een vruchtbare kruisbestuiving tussen verschillende disciplines van de taalwetenschap.

 



De eerste knappe prestatie van de Taalcanon is dat hij daadwerkelijk antwoord geeft op vragen waar mensen mee rondlopen:

Nog veel leuker dan de gebruikelijke kwesties zijn de vragen die je nog níet had, maar waar je bij het lezen denkt “hè ja, hoe zit dat eigenlijk?”:


De site is sinds 12 november 2012 op het internet bereikbaar.
De taalcanon is ook in boekvorm verschenen. J.M. Meulenhoff, november 2012.

Voor artikels over de Taalcanon in de media: klik hier

Column

Manifest

over grammaticaonderwijs
 




Ik ben tegen het grammaticaonderwijs. Je leert er niks van. Je gaat er niet beter van spellen – dat is nog het voornaamste -, je gaat er niet beter van formuleren, je woordenschat wordt niet groter, kortom: er is geen enkele aanwijzing dat je taalvaardigheid toeneemt als gevolg van het grammaticaonderwijs. De leerlingen hebben er een hekel aan, veel docenten zien het ook niet zitten, maar omdat iedereen het zo belangrijk vindt, wordt er enorm veel tijd aan besteed.

Ook het wetenschappelijk onderzoek van de laatste decennia heeft nooit het nut van het grammaticaonderwijs kunnen aantonen. Sterker nog, er zijn aanwijzingen dat de tijd besteed aan het grammaticaonderwijs een nadelig effect heeft op de taalvaardigheid van de leerlingen: ze verliezen kostbare tijd waarin ze communicatief bezig kunnen zijn, en ze raken door al dat geontleed nog in verwarring ook. Wat zou je anders kunnen zijn dan tegen het grammaticaonderwijs?

Ik ben er natuurlijk wel voor dat leerlingen op een correcte wijze hun taal leren gebruiken. Ze moeten goed leren spellen – dat is nog het voornaamste – en fatsoenlijke volzinnen kunnen produceren die netjes in elkaar zitten. Uiteindelijk moeten de leerlingen de redacteuren van hun eigen teksten kunnen zijn. Daartoe dienen ze uiteraard over basisvaardigheden te beschikken om de structuur van de taalvorm te analyseren. Want correct formuleren, dat doe je niet vanzelf.

Correct taalgebruik, dat is taalgebruik volgens de standaardtaal. En de standaardtaal, die spreekt niemand van nature, anders hadden ze hem niet hoeven uitvinden. Het idee achter de standaardtaal (althans, de democratische opvatting daarover) is dat je allemaal een beetje afwijkt van je eigen taalgevoel, zodat iedereen toch zo’n beetje dezelfde taal gebruikt. Want als iedereen zijn eigen taalgevoel zou volgen, werd het al gauw chaos in onze taalgemeenschap. Gelukkig is de standaardtaal in regels vastgelegd zodat het nog enigszins onderwijsbaar is. Die regels behelzen dan de spellingregels – dat is nog het voornaamste – en regels voor een correcte grammatica en goede stijl.

Het hanteren van dergelijke regels leer je niet vanzelf. Daar is een schoolcontext voor nodig. Je moet over een analytische vaardigheid beschikken en de terminologie beheersen die daarbij hoort. Probeer maar eens aan iemand uit te leggen waarom je het niet mag hebben over het team wie de bal heeft of het team wat de bal heeft. Daar heb je toch behoorlijk ingewikkelde grammaticale begrippen voor nodig: het voornaamwoord dat een bijzin verbindt met een zelfstandig naamwoord, het begrip geslacht en getal, congruentie, een onbepaalde betekenis, en nou probeer ik het nog makkelijk te houden.

Daar moet je natuurlijk wel onderwijstijd voor reserveren, en daar kun je eigenlijk beter niet al te knijperig mee omspringen. Leerlingen zouden inzicht moeten verwerven in de relevante eigenschappen van de taalvorm, die ten grondslag liggen aan de verschillen tussen standaardtaal en de taal die ze van nature spreken. Ik ben geen moderne-vreemdetalenonderwijsspecialist, maar je zou denken dat hetzelfde geldt voor de verschillen tussen moedertaal en vreemde taal.

Ik ben dus eigenlijk wel heel erg voor grammaticaonderwijs. Ik ben alleen tegen het grammaticaonderwijs.

Peter-Arno Coppen

In Levende Talen Magazine – jaargang 99/8 – december 2012 blz. 28

(Met instemming van LTM en van de auteur overgenomen)



Hans Groenewegen commentator van Luceberts dichtkunst


 


Zijn essay “Lucebert – Een ongelijktijdige dubbelkunstenaar”


in ‘Verkenningen nr. 1’ december 2012 Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde (KANTL) blz. 17-31

Over het beginnend dichterschap van de Vijftiger Lucebert

Een versregel uit Luceberts laatste bundel uit het gedicht
‘Verlaat protest’

‘het leven en de mond van deze zanger is maar mompelgat’

 


Groenewegens subtiteltje om het beginnend dichterschap te karakteriseren is

‘Analphabetische naam’ blz. 27-28

Toen de mond van de zanger Lucebert nog geen ‘mompelgat’ was, toen de muze nog levenbrengend was, toen hij ontdekte dat de verstarde taal in beweging kwam als hij waardehiërarchieën losliet, betekenis verveelvoudigde, zich liet sturen door de toevallen van de taalmelodie, door de vermenging van de beelden die hij bij het schrijven voor zich zag; kortom toen hij zich bevrijdde uit het keurslijf van de traditionele poëzie formuleerde hij een bevrijdingsformule voor de poëzie die zijn dichterlijk/maatschappelijk ideaal tot uitdrukking bracht. Hij wilde zich in een taal uitdrukken die zich aan het failliet van de bestaande taal zou onttrekken, een van ‘analphabetische’ namen.

Lees het hele verslag op de website van het NDN - Archief - Literatuur



Om vernieuwing bij (o.m.) schrijven succesrijk te maken
 

Het mag niet te vaak en te luid worden gezegd, want dat zou weerstanden oproepen en veronachtzaming van wat wordt voorgesteld, maar het onderwijs in de praktijk verloopt toch veelal nog erg traditioneel. Voor het vak Nederlands constateren wij nog manifest dat bijvoorbeeld bij het leren schrijven van zakelijke teksten de leraren bij de instructie zich beperken tot het minimum en de leerlingen met een titelthema en enige algemene aanwijzingen het veld worden ingestuurd. Het schrijfproces is evenwel te ingewikkeld en te veelomvattend om het daarmee tot een succes te laten verlopen.

Wat geeft feitelijk daartoe meer kansen?

Formulering van de opdracht

In de eerste plaats is van groot belang dat de leerlingen goed weten wat voor het schrijven van hen verwacht wordt. Daartoe is een heldere formulering van de opdracht nodig. Welke soort tekst moeten we schrijven? Naar wie is die gericht? Waartoe dient de tekst? Welk effect proberen we met de tekst te bereiken?

Het wat en het hoe van de tekstsoort

Zeker dient er bij de instructie aandacht te worden besteed aan de tekstsoort of het genre dat de leerlingen moeten verwerven. Elke tekstsoort kan worden gekarakteriseerd aan de hand van een aantal specifieke kenmerken. Die specifieke kennis moet de leerlingen voorafgaand aan de schrijfpraktijk worden bijgebracht. Maar de docent moet alvast op de hoogte zijn van de noodzakelijke kennis om de leerlingen die steun te kunnen bieden. Aansluitend daarbij geldt hetzelfde voor de vaardigheidsaspecten die bij het schrijven aan de orde moeten komen.

Gerichtheid op de vakkennis vergt functionele scholing van de leerkrachten

Als we dat op de keper beschouwen en de vakinhoud bij het geven en begeleiden van de opdrachten centraal stellen mag bij de leraar toch heel wat aanwezig geacht worden: verschillende domeinen van kennis van de vakinhoud, specifieke vakkennis, vakkennis  op de leerlingen afgestemd en vakkennis georiënteerd op hoe kennis en vaardigheden kunnen worden onderwezen. Daaruit spruit onomstotelijk voort dat bij innovatieprojecten bijkomende functionele scholing van de leerkrachten noodzakelijk moet worden geacht. In de eerste plaats kan die opdracht worden toegedacht aan de initiërende onderwijsinstantie maar normaal mag dat voor belangrijke vernieuwingsthematieken worden toebedeeld aan de reguliere lerarenopleidingen van universiteiten en hogescholen en bij de nascholingsinstituten. Dat laatste geldt zeker voor waardevolle vernieuwingsprojecten waarvan men geredelijk kan verwachten dat ze op ruimere schaal in de onderwijspraktijk ingang zouden vinden.

Begeleidend lesmateriaal, voldoende frequente oefening en transfergerichtheid

Om de leerlingen optimale kansen te bieden vaardigheid te verwerven in het schrijven van een bepaalde tekstsoort en het daarbij de bedoeling is de leerlingen zoveel mogelijk steun te bieden om dat tot een succes te laten uitgroeien is ook de aanbieding van aangepast lesmateriaal van belang. Dat kan de leerlingen bij het uivoeren van de opdrachten houvast geven. Ontwikkeling van dat lesmateriaal is dan ook bijzonder aangeraden. Daarbij is het goed te overdenken dat een eenmalige oefening in een bepaalde tekstsoort ontoereikend is om er vaardigheid in te verwerven. Een zekere frequentie van de oefening in die tekstsoort moet worden bedacht om er zich echt thuis in te voelen. Dat is daarbij ook een kwestie van de noodzakelijke planning in tijdsinvestering binnen het gegeven curriculumbestek. Aansluitend bij deze gedachte durven we poneren dat er ook kan worden gedacht aan de toepassing van een aantal aspecten van de beoefening van een bepaalde tekstsoort naar een andere of meer andere tekstsoorten, waarbij een vergelijking kan worden gemaakt die dan als aanzet tot het nieuwe kan worden beschouwd. Kennis en vaardigheidsaspecten zouden hier inzichtelijk als transferabel kunnen worden (h)erkend.

Conclusie

Uit onderzoek van de laatste jaren naar schrijfonderwijs leren we dat het transparant maken van het schrijfproces, met enerzijds inhoudsvinding, reflectie op de tekstsoort, publiek- en doelgerichtheid, met anderzijds peer response en tekstrevisie van de lerenden, met discrete maar doeltreffende coaching van de docenten, de gerichtheid op het schrijfproces in plaats van op het schrijfproduct, het inbedden van leren schrijven in een schrijfleerlijn, de efficiëntie van het schrijfleerproces in belangrijke mate positief kunnen beïnvloeden. We beklemtonen hier nogmaals daarbij dat de beschikbaarheid van passend lesmateriaal voor de leerlingen en een gedegen grondige scholing van de leraren van doorslaggevend belang zijn om het leren schrijven op school succesrijker te maken met meer voldoening voor alle betrokkenen, innovatoren, docenten en leerlingen samen.

Ghislain Duchâteau

28-12-2012

Beknopte bibliografie

Hoogeveen, M.C.E.J. (2013) Schrijven met peer response en instructie in genrekennis; een interventiestudie in de basisschool – Writing with peer response using genre knowledge; a classroom intervention study Doctoraatsscriptie Universiteit Twente.

De Vos, B. (2012) Beter worden in schrijven gaat niet vanzelf. In: Zesentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands, A. Mottart & S. Vanhooren (red.) blz. 62-66.

Van der Leeuw, B & Meestringa T. (2012) Lezen om te schrijven en schrijven om te lezen; samenhang met behulp van de onderwijsleercyclus. In: Zesentwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands, A. Mottart & S. Vanhooren (red.) blz. 368-372.

Een belangrijke promotie: Mariëtte Hoogeveen werd doctor
aan de Universiteit van Twente met een studie over schrijfvaardigheidsonderwijs

 

De promotie

Vrijdag 18 januari 2013 was de grote dag van de plechtige promotie van de Neerlandica Mariëtte Hoogeveen in zaal 4 van het Waaiergebouw van de Twentse universiteit in Enschede.

Het auditorium was goed gevuld toen de promovenda stipt te 14.30 u. haar voorpraatje hield met de samenvatting van haar doctoraatsscriptie. Die was in het Engels gesteld met de titel “Writing with peer response using genre knowledge – A Classroom intervention study.” De Engelse tekst omvatte 149 bladzijden. In het Nederlands voegde de doctoranda de samenvatting toe “Schrijven met peer response en instructie in genrekennis; een interventiestudie in de basisschool” (blz. 149-160). In het geheel met de bijlagen bedraagt de publicatie 178 pagina’s.

Stipt te 14.45 u. betrad de beoordelende commissie de zaal en nam in de corona vooraan plaats. Voorzitter was prof. dr. K.I. van Oudenhoven-Van der Zee, rector van de Universiteit Twente. Promotor was prof. dr. J.J.H. van den Akker van de Universiteit Twente. Co-promotor was dr. A.J.S. van Gelderen van het Kohnstamm-instituut in Amsterdam. Maakten deel uit van de corona prof. dr. J. M. Pieters van de Universiteit van Enschede, prof. dr. J.F.M. Letschert van dezelfde universiteit, prof. dr. K. van den Branden van de Katholieke Universiteit van Leuven, prof. dr. C.M. de Glopper van de Universiteit Groningen en dr. M.A.H. Braaksma van de Universiteit van Amsterdam.

Op de passende plechtige toon maar toch gemoedelijk nodigde de voorzitter de promovenda uit om de vragen van de opponenten uit de corona te beantwoorden. Nagenoeg elke vraag begon met de felicitatie voor het gedegen werk dat zij leverde met haar proefschrift. Telkens leidde de promovenda haar antwoord in met haar dank voor die lofprijzing. Er werd dan dieper ingegaan op verscheidene aspecten van het onderzoek en de neerslag daarvan in de scriptie. De meest opgemerkte interventie was die van de Leuvense opponent prof. Kris van den Branden. Maar telkens repliceerde de doctoranda met grote kennis van zaken en met opmerkelijke zelfverzekerdheid op de opmerkingen van de geleerde dame en heren. Weinig gaf ze toe, telkens antwoordde ze vlot en ter zake. Het werd een boeiend en gesmaakt vraag- en antwoordspel voor de aandachtige aanwezigen. Al te vlug kondigde de pedel het einde van het debat tussen corona en promovenda aan.

Even plechtig als de commissieleden de zaal betraden, keerden ze na de beraadslaging terug.
Uiteraard kreeg Mariëtte Hoogeveen de doctorsbul toegekend met de felicitaties van de leden van de corona. Dr. Amos van Gelderen mocht daarna de laudatio voor de kersverse doctor uitspreken. Aan de hand van een vijf- of zestal karakteristieken beschreef hij mevrouw Hoogeveen als een uitzonderlijke wetenschappelijke kracht die met grote bekwaamheid haar onderzoek heeft gevoerd en de resultaten heeft neergeschreven in een vlot lezende tekst, die zij zelf dan ook nog met het oog op internationale uitstraling in het Engels heeft geredigeerd.

Een bijzonder gezellige receptie achteraf in de Faculty Club van de Universiteit Twente sloot de namiddag af. De nieuwe doctor samen met haar man Helge Bonset en haar dochter en zoon mocht de felicitaties in ontvangst nemen van collega’s, vrienden, buren en iedereen die zich betrokken voelde bij deze promotie.

Deel van de corona
Plechtige toekenning van de doctorstitel



Het proefschrift

Aan het begin van haar Nederlandse samenvatting schrijft Mariëtte Hoogeveen over de inhoud van haar proefschrift wat volgt.

“Dit proefschrift gaat over leren schrijven met peer response en instructie van genrekennis.



Wat is specifieke genrekennis?
  • Kennis van kenmerken van teksten die helpen
    om de functie van de tekst te realiseren
  • Bijvoorbeeld aanduidingen van tijd en plaats:
    Tijdwoorden, plaatswoorden, beschrijving met
    meer woorden, werkwoorden, tijdsprong,
    verandering van kleine en grote plaats



We definiëren peer response als een vorm van samenwerking tussen leerlingen (in tweetallen of groepjes) tijdens de verschillende fasen van het schrijfproces. In een interventiestudie is het effect onderzocht van een lessenserie voor het schrijven van verhalen en instructies met peer response en genrekennis op de schrijfvaardigheid van leerlingen uit groep 8 in het primair onderwijs. In hoofdstuk 1, de inleiding op dit onderzoek, worden de achtergronden van deze studie geschetst. In hoofdstuk 2 wordt verslag gedaan van de literatuurstudie naar empirisch onderzoek naar leren schrijven met peer response, die aan het effectonderzoek voorafging. In hoofdstuk 3 en 4 rapporteren we twee deelstudies naar effecten van de lessenserie. In hoofdstuk 5 vatten we de resultaten van de studie samen, reflecteren we op de onderzoeksmethode en beschouwen we de resultaten vanuit het perspectief van leerplanontwikkeling. We besluiten met enkele aanbevelingen voor vervolgonderzoek en voor de praktijk van het schrijfonderwijs. Doel van deze studie is het leveren van een bijdrage aan de ontwikkeling en implementatie van de didactiek van schrijven met peer response.” (blz. 149)



Onderzoeksvragen

Is schrijven met peer response en instructie in
specifieke genrekennis effectief?

  • Schrijven leerlingen betere teksten?
  • Praten ze over aanduidingen van tijd en
    plaats tijdens tekstbesprekingen?
  • Gebruiken ze tijd en plaats functioneel?
  • Reviseren ze hun teksten ermee?


Uit de experimentele studie blijkt dat de vooronderstelling bewaarheid werd dat instructie in het gebruik van specifieke genrekennis zoals kennis van linguïstische middelen om bepaalde effecten te bereiken leerlingen concrete handvatten verleent om hun aandacht tijdens het plannen, schrijven, bespreken en reviseren van teksten op te richten. Het gebruik van specifieke talige middelen verschaft concrete criteria voor het reflecteren op teksten tijdens het schrijven en tijdens de tekstbesprekingen, en voor het reviseren van teksten op basis van het commentaar van lezers (blz. 154.).

Een belangrijke aanbeveling voor vervolgonderzoek betreft het uitvoeren van onderzoek naar de implementatie van het lesmateriaal door leerkrachten, waarbij implementatie samen gaat met scholing van leerkrachten (blz. 159-160).

Voor de onderwijspraktijk zelf zijn een aantal didactische maatregelen van belang om het schrijven met peer response doeltreffender te maken. Ze omvatten:
- aanvullende instructie in specifieke genrekennis,
- inzet van peer response met specifieke genrekennis tijdens besprekingen van eerste tekstversies, maar ook bij het plannen en tijdens het schrijven zelf,
- heldere formulering van de schrijfopdracht: publiek, tekstsoort, tekstkenmerken, linguïstische kenmerken bv. indicatoren van tijd en plaats, moeten genoemd worden (blz. 160).

De aanpak zoals beschreven in het proefschrift lijkt veelbelovend voor de verbetering van het schrijfonderwijs. Daarvoor is wel een grootschalige implementatie in de onderwijspraktijk noodzakelijk. En dat is volgens de succesvolle gepromoveerde doctor de uitdaging.

G.D.



Literatuurjournaliste bij uitstek – Jelle Van Riet –
De interviewster geïnterviewd
 




Het toeval speelt soms een rol in de beleving van het een of het ander.
Zo las ik in DSL (De Standaard der Letteren) het uitstekend interview van Jelle Van Riet met de pas overleden jeugdschrijver Jan Simoen (11-1-2013). Het inspireerde mij om mij dieper in het werk van de kranige Simoen te verdiepen en er ook wat over te schrijven in deze nieuwsbrief. Toevallig is Jelle Van Riet ook prominent aanwezig in het interview dat over haar echtgenoot Helmut Lotti werd gepubliceerd in DS Weekblad van 13 januari. Dat spoort mij aan om wat meer te weten over die Jelle. Over literatuurjournalistiek zelf wordt weinig geschreven en die is toch belangwekkend genoeg om er ons even over te bezinnen. Jelle Van Riet is dan ook de prominentste journaliste om daar meer over te verklappen in het interview dat zij aan studenten toestond, die in opdracht bij haar kwamen om dat uit te diepen.





En al meteen stoot zij door naar de essentie bij het begin van het vraaggesprek. Wij laten haar dan ook meteen aan het woord.

‘Eigenlijk ben ik vooral een leesbevorderaar’, legt ze uit. ‘De onderzoeksjournalistiek pur sang dat is niet aan mij besteed. Ik wil een soort van doorgeefluik zijn tussen de schrijver, zijn boek en de potentiële lezer. Als mensen zeggen dat ze door mij een boek zijn beginnen lezen, vind ik dat een enorm compliment.’
‘Schrijvers vind ik vaak heel intrigerende wezens. Ingewikkelde karakters, dat wel, maar ik heb veel respect voor iemand die een mooi boek kan schrijven, voor die trage kunstvorm die de literatuur bij uitstek is. Een nieuw boek geeft mij een prachtig excuus om schrijvers te interviewen, om hen te vragen hoe zij denken en hoe ze in de wereld staan. Ik vraag niet met wie ze getrouwd zijn maar ik wil wel weten hoe ze tegen de liefde aankijken, tegen de dood en het leven. De grote thema’s, zeg maar, die interesseren mij mateloos. In theoretische zin, het hoeft allemaal niet concreet te worden.’

‘Ik leer daar zelf onwaarschijnlijk veel van. Daarom is mijn job ook zo fantastisch. Ik blijf in evolutie. Ik word constant gevoed, eerst door het boek en dan door met de schrijver over het boek te praten. Dat is zo boeiend. Maar het kan ook heel uitputtend zijn omdat het boek en de schrijver vaak slimmer zijn dan ik..’

Het hele interview lees je op Splinternet.be – Studenten journalistiek interviewen journalisten over hun vak.

G.D.

Jeugdauteur Jan Simoen – om niet te vergeten (1953-2013)


Zijn website: http://www.jansimoen.com/news/news.php
 

Jeugdschrijver Jan Simoen is op 5 januari 2013 in Leuven overleden. Hij was 59 jaar.
Op zijn website is hij er nog. In dialoog. Zijn project Kanker4Life is er prominent aanwezig en alle getuigenissen daarbij eveneens. Ook hij heeft het niet gehaald. Zijn strijd is lang geweest en vol zingeving. In zijn jeugdboeken leeft hij voort. Zij blijven de moeite waard. Om de prestatie die hij ermee geleverd heeft. Om hun intrinsieke waarde. Om hun blijvende leesbaarheid. De man kan je best eerst leren kennen uit het uitstekende interview dat literatuurjournaliste Jelle Van Riet in DSL (De Standaard der Letteren) publiceerde op 11 januari 2013. Ook Jan Simoen als jeugdauteur komt er duidelijk in naar voren. Treffend daarbij is dat in zijn boek Met mij gaat alles goed een jongen te horen krijgt dat hij gaat sterven. Hoe ga je om met die gedachte? Die idee bleek achteraf “een oefening op een grimmige generale repetitie voor zijn eigen leven” (Jelle Van Riet).

Hij schreef zowat een zevental werken voor toneel die met succes werden opgevoerd.
Wij beperken ons hier tot wat meer over zijn kinder- en jeugdboeken.

Dat zijn:

  • Duizend stenen ogen - ill. Klaas Storme - Bakermat, 1993, +8
  • De vierde stad - ill. Klaas Verplancke - Bakermat, 1995, +10
  • Met mij gaat alles goed - omslag Dooreman & Hendrycks - Querido, 1996, +15
  • Aan de rand van het strand - ill. Thé Tjong-King - Averbode, 1997, +8
  • En met Anna - omslag Dooreman & Hendrycks - Querido, 1999, + 15
  • Sigi - ill. Patrick Storms – Averbode, 2003, + 11
  • Sigi² - ill. Patrick Storms – Averbode, 2004, + 11
  • Veel liefs van Michaël – omslag Pauline Hoogweg – Querido, 2005, + 15
  • Slecht – omslag Pauline Hoogweg – Querido 2007, + 14
  • Goed bezig, Sigi! – illustraties Patrick Storms – Querido, 2008, 11+
  • Sigi & Julia – illustraties Patrick Storms – Querido, 2009, 11+
  • Ik ben Alice – samen met Alice Dupont – Querido, 2010 – Slashboek, 15+
  • De nacht van 2 april – ill. Peter Simoen – Queriodo, 2012

Zijn echt eerste jeugdboek is “Met mij gaat alles goed”, het eerste deel van een trilogie met als tweede werk “En met Anna” en als derde “Veel liefs van Michaël”. Daarover meer.

Met mij gaat alles goed

Jonas en Michaël zijn twee halfbroers. Ze leven in twee totaal verschillende levens. Jonas woont in New York en doet waar hij lekker zin in heeft. Michaël woont in Italië en is bezig met kunst, politiek en het leven. Na een bezoek aan de dokter, wordt bij Jonas het HIV-virus ontdekt. Jonas weet niet wat hij moet doen en durft het aan niemand te vertellen. Ondertussen heeft Michaël ook zijn eigen problemen. Het schijnt dat er oorlog is uitgebroken in het land van zijn afkomst: Joegoslavië. Voor Michaël is er wel een klein voordeel. Hij heeft een heel leuk meisje ontmoet, Martha. Zij leeft ook mee met de oorlog in het land van haar afkomst, want ze is ook van Joegoslavische afkomst.

Lees verder

In levende talen...

Jeugdboeken...


Met mij gaat alles goed. En met Anna?

Beide boeken in één band.

Daarover schrijft Luce Rutten...


Veel liefs van Michaël

15.35 uur. Een jongetje wordt door een onbekende man opgehaald van de speelplaats van een kleuterschool in Oostende. De verdwijning van Misja wordt omstreeks 15.45 uur opgemerkt door Marta Ugresic, de moeder van het kind, en door de kleuterjuf. Om 16.25 uur bellen zij de poltie. Commissaris Storms is zeker van zijn zaak: het gaat om een zorgwekkende ontvoering. Maar hoe komt het dat uitgerekend de moeder van Misja de enige is die niet dodelijk ongerust lijkt? En waarom ontwijkt ze zijn vragen over haar overleden man Michaël? Veel liefs van Michaël is het bijzonder spannende derde deel van een trilogie. Het is echter ook los te lezen van de andere delen: Met mij gaat alles goed en En met Anna?

http://www.bol.com/nl/

http://www.pluizer.be/kinderboeken-jeugdboeken/

http://www.sevendays.nl/


Ook over ‘Slecht’ en zijn laatste ‘De nacht van 2 april’ willen we wat meer aanreiken.

Slecht

Op het politiebureau zit een jongen van zestien nagelbijtend te wachten op de inspecteur die hem komt ondervragen. Hij heeft niets gedaan. Niets ergs in elk geval. Dat voorval met Elke? Daar heeft ze zelf om gevraagd. Of niet? Oké, toegegeven, misschien is Nathan wel een etter. Af en toe. Maar slecht? Nee, écht slecht is hij niet.

Ik ben Alice

Slashboeken zijn boeken die geschreven zijn op basis van het waargebeurde levensverhaal van een bijzondere jongere.

Alice zit in het laatste jaar van de middelbare school. Voor iedereen lonkt het echte leven, maar niet voor Alice. Ze is er zeker van dat ze te dom is om te gaan studeren en ze heeft helemaal geen zin om volwassen te worden. Alice valt steeds meer af, maar een eetprobleem ziet ze niet aankomen. En wat anorexia betekent weet ze al helemaal niet, ze weet niet eens hoe je dat woord spelt! Haar leven dreigt te ontsporen wanneer ze dons op haar armen krijgt en niet meer menstrueert. Als het zo doorgaat zal ze opgenomen moeten worden, maar ze vindt haar dunne benen eigenlijk wel mooi. Ze bindt de strijd aan met de diëtiste, met de weegschaal, met de hele wereld eigenlijk.

De nacht van 2 april

In de zomervakantie vindt Joris tussen de spullen van zijn vader een oude foto uit de oorlog. Van een man die hij nog nooit heeft gezien. Waarom verstopt vader die foto? Zou het iets te maken hebben met de nacht van 2 april 1943? In die onheilspellende nacht werd het torentje van het gemeentehuis kapot geschoten. Joris gaat met zijn vrienden op onderzoek uit, in de duinen, in bunkers en op andere verboden plekken. Hij ontdekt meer dan hij ooit had kunnen denken. Het wordt een zomer om nooit meer te vergeten...

De nacht van 2 april is een spannend, aangrijpend én grappig avontuur. Jan Simoen groeide zelf op aan de kust en kent de duinen als zijn broekzak. Dit verhaal is dus bijna echt gebeurd…

of ook: Dit is het laatste boek van jeugdschrijver Jan Simoen die op 4 januari overleed. Het is het verhaal van het jaar waarin hij tien was over een blije jeugd, maar met weemoed tussen de regels.
Recensie van An Stessens

Lees ook



Middelkerke, ergens in het begin van de jaren 1960. Het is zomer, Joris is tien en speelt met zijn vrienden in de duinen. Ze hebben zelfgemaakte geweren (die behoorlijk raak kunnen schieten), er is een bunker uit de oorlog van 20 jaar geleden, en er is het mysterieuze kistje van Joris’ vader. Al is niet alles zo zorgeloos als het lijkt. Oorlogje spelen krijgt namelijk venijnige randjes als de herinnering aan de echte oorlog nog leeft.
Dit is het laatste boek van Jan Simoen, die op 4 januari overleed. Hij vertelt over het jaar waarin hij tien was, over het kleine avontuur van een blije jeugd. “Wie tien is, is almachtig. In zijn hoofd tenminste. Je kunt alles zijn wat je maar wilt: een Duitse officier, een Engelse bommenwerper of Old Shatterhand,” zei hij erover. En ja, er zit weemoed tussen de regels. Maar het soort weemoed dat zich nog het liefst hult in humor en zachte spot. Dat maakt van 'De nacht van 2 april' (Querido, 2012) een warme roman voor kinderen van een jaar of 11, 12 – én voor volwassenen.

Over het algemeen zijn de recensenten het er volkomen over eens dat “Met mij gaat alles goed” de knapste jeugdroman is die Jan Simoen ons heeft nagelaten.

Jan Simoens op de Boekenbeurs 2008

Een overzichtelijke synthese over Jan Simoen en zijn werk.


Technisch lezen in het basisonderwijs. Een inventarisatie van het empirisch onderzoek door Helge Bonset en Mariëtte Hoogeveen - SLO - nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling - december 2012

 

In deze publicatie ligt weer de bedoeling voor om de kloof tussen onderzoeksresultaten en de onderwijspraktijk te dichten. Ook hier worden de onderzoeken ter beschikking gesteld voor het onderwijsveld. De auteurs rapporteren over de resultaten van hun zevende literatuurstudie binnen het project HTNO: over het domein technisch lezen. Het gaat hierbij om het aanvankelijk technisch lezen in groep 3 en het voorgezet technisch lezen in groep 4 en daarna.

Deze publicatie is een vervolg op Schrijven in het basisonderwijs (Bonset & Hoogeveen, 2007), Lezen in het basisonderwijs (Bonset & Hoogeveen, 2009a), Spelling in het basisonderwijs (Bonset & Hoogeveen, 2009b), Woordenschatontwikkeling in het basisonderwijs (Bonset & Hoogeveen, 2010a), Taalbeschouwing (Bonset & Hoogeveen, 2010b) en Mondelinge taalvaardigheid in het basisonderwijs (Bonset & Hoogeveen, 2011). Deze publicaties zijn te downloaden via http://www.slo.nl/htno, http://www.slo.nl/primair/publicaties/ en via http://taalunieversum.org/onderwijs/onderzoek/publicaties.php

Lees hier het pdf-document



Geschiedenis van de Nederlandse literatuur - deel 1 (II) Wereld in woorden - Frits Oostrom verscheen op 5 februari 2013

 

Onder leiding van de Nederlandse Taalunie wordt gewerkt aan een breed en overkoepelend overzicht van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur in zeven delen. Delen 1 (I) en (II), 2, 3, 5 en 7 zijn inmiddels verschenen, het laatste deel zal, naar verwachting, in 2014 worden afgerond.

Lees meer op de website van de Nederlandse Taalunie

Wereld in woorden. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1300-1400 (deel 1 II)

door Frits van Oostrom


Wereld in woorden
opent een compleet nieuw venster op de roemruchte veertiende eeuw: de eeuw van de pest en ander onheil maar ook een eeuw van grote creativiteit zoals blijkt uit de Nederlandse literatuur in deze periode, door Frits van Oostrom meesterlijk en meeslepend opnieuw tot leven gebracht. Zowel grote klassiekers als obscure teksten komen aan de orde, verrijkt met tal van nieuwe vondsten uit recent onderzoek.

Over de presentatie in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde op 5 februari 2013 en met daarbij nog veel meer informatie kunt u lezen op de website van het NDN - Actuele berichten.






Majo De Saedeleer over adolescentenboeken
 



In een viertal minuten geeft de directrice van Stichting Lezen een inleiding in de literatuur of beter in de goede lectuur voor adolescenten of jongvolwassenen. Wij verkiezen de term van oudsher bekend 'jongvolwassenen' boven de modieuze Engelse term 'young adults' voor de literatuur voor 15- 16-jarigen die de overstap aan het maken zijn van jeugd- naar volwassenenliteratuur. Het is een gevoelige periode voor deze jongeren die de neiging hebben weg te evolueren van het lezen. Het is daarom van des te groter belang dat ze goede leesbare en aantrekkelijke boeken aangeboden krijgen, die hun kunnen vervullen met veel leesplezier en die ook zinvolle thema's behandelen.




Zo stelt Majo De Saedeleer in haar interview drie uitzonderlijk goede boeken voor ten behoeve van die leescategorie: Kelderkind van Kristien Dieltiens, Het wondere voorval met de hond in de nacht van Mark Haddon, Een weeffout in onze sterren van John Green. Lees, bekijk en beluister over dat alles op de website van het NDN - Actuele berichten.



Proefproject taalsensibilisering CTO/SDL in zes Vlaamse basisscholen

Video op Klascement.be nr. 39345


 

Wil je weten wat talensensibilisering precies inhoudt? Hoe je er in je lessen aan kunt werken? Wat leerkrachten en leerlingen die er ervaring mee opdeden, ervan vinden? Bekijk dan deze video. Iris Philips, één van de coaches in een proefproject, vertelt hoe de introductie van talensensibilisering op zes Vlaamse basisscholen verliep.

Dit filmpje werd gemaakt in het kader van een proefproject implementatie talensensibilisering, dat werd uitgevoerd door het Centrum voor Taal en Onderwijs (KU Leuven) en het Steunpunt Diversiteit en Leren (UGent) in opdracht van het Vlaams Ministerie voor Onderwijs en Vorming.

http://www.klascement.be/video/39345 - 9'12"



Verkenningen
- een nieuwe publicatiereeks van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL)
 
    Op woensdag 19 december 2012 in de namiddag installeerde KANTL twee nieuwe leden:
Geert Buelens en Stefan Hertmans, beiden actief als letterkundigen. Geert Buelens bracht hulde aan zijn voorganger Jean Weisgerber, die de laudatio voor hem aandachtig volgde.
Stefan Hermans huldigde zijn voorganger Gwy Mandelinck, die ook present was. Frank Willaert, toen voorzitter van de Academie, stelde Geert Buelens voor en Anne Marie Musschoot deed dat voor Stefan Hertmans.

De installatie van de nieuwe academieleden werd echter voorafgegaan door een lezing van de Nederlandse letterkundige Hans Groenewegen met als thema “Dubbelkunstenaars vermenigvuldigen levensvragen”.  De eminente genodigde uit Nederland werd ingeleid door academielid Anne Marie Musschoot en zij stelde gelijktijdig de eerste aflevering van de nieuwe KANTL-reeks ‘Verkenningen’ voor. Die eerste publicatie draagt als titel “Dubbelkunstenaars”. Het zijn kunstenaars die enerzijds de literatuur beoefenden, anderzijds werkzaam waren in schilderkunst of plastische kunsten.

Lees het verslag daarover op de website van het NDN - Publicaties.


   
Omhoog ^
   

De laatste berichten op de Facebookblog van het NDN

De onderwijskundige actualiteit Nederlands in informatieve berichten
taal, didactiek, literatuur...

   
   



NDN-Facebookblog



     
    - Themanummer Taal tijdschrift VVL-Ideeën van de Vereniging Vlaamse Leerkrachten (VVL) -
maart-april 2013 – 44-3
- Internationale Moedertaaldag, een ondergeschoven kindje van de Unesco
- ‘Concentratiescholen’ krijgen onderwijscoach
- US Woordfees 1-10 maart 2013 in Stellenbosch - Stef Bos gesels in "AfriKaas"
- Heeft grammatica op school zin?
In de Taalcanon vind je onder de rubriek Leren een afdoende uitleg -
"Wat is de zin van schoolgrammatica? Over zinsontleding en woordsoorten" door Peter Arno Coppen
- OOK VOOR LERARENOPLEIDERS GOED OM TE WETEN - Een forumconversatie vanuit leerkrachten in het werkveld - KENNIS NEDERLANDS VAN VLAAMSE LEERLINGEN
- Lezen in het beroepsonderwijs (Nl. vmbo), thema van een expertmeeting
- Vergroten tekstbegrip in VMBO en VWO
- WOORDENSCHAT – gedicht van Gerrit Komrij
- We moeten af van het idee dat onderwijs enkel 'leuk' moet zijn
- TPRS = TAAL LEREN MET VERHALEN
- Gedichtendag op de thuispagina van de NDN-website - Je ziét de PIANO staan
- Tweehonderd jaar sprookjes van Grimm - Symposium in de Efteling op 14 maart 2013
- Meer lezen – beter in taal (VMBO)
- Flitsverhaal breekt door
- Nicole van der Sijs hoogleraar Historische taalkunde van het Nederlands in de digitale wereld
- De heilloze onderschatting van taalonderwijs
- School tv heeft 38 korte animatiefilmpjes laten maken als introductie bij jeugdboeken
- Jeugdauteur Jan Terlouw pleit krachtig voor voorlezen
- Slauerhoffs laatste briefwisseling gepubliceerd in 'Het heele leven is toch verloren'
- Omgaan met thuistaal op school
- Acties van leerkrachten die het verschil maken... Kris Van den Branden zet leerkrachten aan het denken
- Stefan Hertmans over het recht op onderwijs van het Standaardnederlands
- Voorleestips
   
Omhoog ^
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • Ghislain Duchâteau, voorzitter
  • José Vandekerchove, vicevoorzitter
  • Carl Brüsewitz, secretaris a.i.
  • Nora Bogaert , bestuurslid
  • Jan Lecocq , bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

Wie actief wil meewerken kan zich aanmelden voor een plek in het NDN-bestuur
Stuur ons een e-postberichtje op info@netdidned.be.
We nemen dan meteen contact op.


Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk -

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be
 
Afmelding
Wie deze nieuwsbrief liever niet ontvangt, kan zich afmelden met een berichtje naar info@netdidned.be