Secretariaat:
p/a UA - Centrum Nascholing Onderwijs (CNO), Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk
Verantwoordelijke uitgever: M. Smolenaers, Galgenbergstraat 73A – 3511 Kuringen
23- 3, april, mei, juni 2011
     
In deze nieuwsbrief:
Intro
Uitnodiging lenteconferentie UA 13 mei
Verslag netwerkmiddag NDN UGent 23 maart
Schooltv - NTR Eigenwijzer
Herdenking Guillaume van der Graft
Taalbeschouwing - inventaris empirisch onderzoek
Symposium genredidactiek HUtrecht
Woordgebruik en onderwijs
Taalkundig manifest meertaligheid
LANGUAGE RICH EUROPE - Meertaligheid als instrument...
Boeken n.a.v. een lezersbrief
Poëzieworkshops
Nakomertjes, rept u!
 
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief:
 
De oudere nieuwsbrieven in e-zinevorm kunt u opvragen bij de redactie.
Zie Colofon
NDN-Nieuws 23-2
 
NDN-Nieuws 23-1
 
NDN-Nieuws 22-4
 
NDN-Nieuws 22-3
 
NDN-Nieuws 22-2
 
NDN-Nieuws 21-3
 
NDN-Nieuws 21-2
 
NDN-Nieuws 21-1
 
 

Intro
 

L.S.

Dit is de derde aflevering van Jaargang 23 van onze Nieuwsbrief.

Op het ogenblik schijnt de zon heel aangenaam, alles wordt weer groen, jonge konijntjes huppelen op het opschietend gras en knabbelen naar hartenlust. De klok is alweer een uurtje vooruit gezet en we kijken al uit naar de paasvakantie.

Het Netwerk Didactiek Nederlands heeft in de voorbije weken ook niet stil gezeten. We hebben net een bijzonder aangename en leerrijke netwerkmiddag georganiseerd in de Universiteit Gent op woensdag 23 maart met een uitstekende presentatie van didacticus Helge Bonset over “Perspectieven op de Didactiek Nederlands – Stilstand of vernieuwing?”

Met deze Nieuwsbrief worden al onze leden en belangstellenden vooral van harte uitgenodigd om deel te nemen aan onze jaarlijkse Lenteconferentie die we in 2011 organiseren samen met onze collega’s van LOPON². En we vliegen er duchtig in dit jaar met een goed gevuld programma rond “Taalbeleid in de lerarenopleiding: mag het iets meer zijn?”  Omwille van het belang van dit thema in onze hogescholen en universiteiten verwachten we een flinke opkomst. Wacht dus niet om in te schrijven. U kunt dat meteen door het inschrijvingsformuliertje te kopïeren, in te vullen en digitaal door te sturen naar ons e-postadres info@netdidned.be en de bijdrage over te maken.

Nog een negental artikels over didactische, literaire en andere thema’s vullen deze Nieuwsbrief. Ze zijn over het algemeen niet zo lang, maar door de achterliggende koppelingen aan te klikken, bent u er toch wel een tijdje mee bezig.  Uw redacteur heeft deze keer geen recensie geschreven over een of ander nieuw didactisch werk, maar wel even zijn digitale pen gescherpt om het Nederlandse woordgebruik op school didactisch in uw reflectieve aandacht te spelen.

Reacties van onze lezers zijn bijzonder welkom.

Met de collegiale groeten van

Ghislain Duchâteau,

namens het Netwerk Didactiek Nederlands

 

Uitnodiging voor de Lenteconferentie “Taalbeleid in de lerarenopleiding, mag het iets meer zijn…?” UA vrijdag 13 mei 2011

 

Taalbeleid in de lerarenopleiding: mag het iets meer zijn?

 
 


De lenteconferentie vindt plaats op vrijdag 13 mei van 9 tot 17 uur op de campus Drie Eiken van de Universiteit Antwerpen- Gebouw Q, lokaal V2
(Parking 3 en 4)
Universiteitsplein 1 – 2610 Wilrijk.

De beroepsverenigingen van opleiders Nederlands vinden de tijd rijp om een stand van zaken op te maken. Wat is het resultaat van de vele inspanningen van de afgelopen jaren? 

We bieden onze leden dan ook de kans om kennis te nemen van de resultaten van de verschillende taalbeleidsprojecten opgezet door de Vlaamse expertisenetwerken voor lerarenopleidingen en het regionaal platform. Vier projecten komen zich voorstellen, drie referenten reageren en ook de deelnemers formuleren adviezen voor vervolgprojecten.

Tijdens het tweede deel van de conferentie willen we nieuwe impulsen geven aan taalbeleid met bijdragen over meervoudige geletterdheid en taalontwikkelend lesgeven in de lerarenopleiding.

Doelstellingen

  1. Deelnemers evalueren globaal de bestaande taalbeleidsprojecten in Vlaanderen
    1. ze krijgen informatie over: doelstellingen, betrokkenen, werkwijze en resultaten;
    2. ze maken een globale sterkte/zwakte-analyse van het geleverde werk:

      1. een lijst van sterke punten/bruikbare resultaten;
      2. een lijst aanbevelingen voor toekomstige projecten.
  1. Deelnemers exploreren nieuwe impulsen voor taalbeleid in de lerarenopleidingen

Programma

09.00 u. inloop
09.30 u. verwelkoming en situering van de dag

09.45 u. start ochtendprogramma

09.45 u. voorstelling taalbeleidsproject School of Education
10.00 u. voorstelling taalbeleidsproject NOvELLe
10.15 u. reacties referenten: Frans Daems, Dorothea Van Hoyweghen en Wilma van der Westen
10.30 u. voorstelling taalbeleidsproject ELAnt
10.45 u. voorstelling taalbeleidsproject BEO
11.00 u. reacties referenten
11.15 u. koffiepauze
11.45 u. conclusies referenten
12.00 u. in kleinere groepen (4 tot 6 personen): sterkte/zwakte-analyse projecten

  1. lijst met sterke punten/bruikbare resultaten voor de eigen opleiding
  2. lijst met aanbevelingen voor toekomstige taalbeleidsprojecten
  3. posterbeurs: resultaten op flappen + reactieflappen
    (via verslag teruggeven aan projecten)

12.30 u. lunch: gezamenlijke broodjeslunch in de Foyer van gebouw Q

13.30 u. start middagprogramma

13.30 u. bijdrage Jeroen Lievens over meervoudige geletterdheid
14.30 u. bijdrage Elke Peters en Goele Kerkhofs over taalontwikkelend lesgeven in de lerarenopleidingen
15.30 u. theepauze
15.45 u. verwerkingsopdracht

16.30 u. borrel

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

INSCHRIJVING

Voornaam en Familienaam: …………………………………………………………………………………………
Adres …………………………………………………………………………………………………………………………….
………………………………………………………………………………………………………………………………………
E-postadres ………………………………………………………………………………………………………………….
Telefoon  …………………………………………………………………..
Werkplek (onderwijsinstelling) …………………………………………………………………………………..
Functie …………………………………………………………………………………………………………………………
Die bijdrage voor de conferentie is  € 40.

Betaling door overschrijving op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB
van NDN, Wilrijk met vermelding LENTECONFERENTIE UA 13-5-2011

De betaling geldt als definitieve inschrijving.
Inschrijving ten laatste op maandag 9 mei 2011.

Wilt u deze strook kopiëren en mailen naar info@netdidned.be ?

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Jo Van den Hauwe,
vicevoorzitter LOPON²
Ghislain Duchâteau,
voorzitter NDN

_________________________________________________________________________________________________

Verslag Netwerkmiddag NDN - woensdag 23 maart 2011 Universiteit Gent

 

We mochten 46 deelnemers tellen aan de netwerkmiddag. Het waren lerarenopleiders, vertegenwoordigers van educatieve uitgeverijen, pedagogische begeleiders en niet te vergeten tussen de 15 en 20 jonge masters, die nog een jaar studie maken in de lerarenopleiding, de lio’s.

Een aantal uitgeverijen hadden in het ruime leslokaal al vroeg in de middag een goed voorziene boekentafel uitgestald met daarop een keure van aantrekkelijke recente boeken en andere publicaties die gericht waren op het doelpubliek dat voornamelijk uit onderwijsverstrekkers bestond uit het hoger onderwijs, de universiteiten en de hogescholen samen.

De deelnemers kregen allen een mapje in de hand gestopt met informatie over de werking van het NDN, een formulier om lid te worden, een heel blad met wat er allemaal aan belangwekkende en nuttig informatie voorhanden is op de website van het NDN. Net was ook het programma volledig klaar gekomen voor de lenteconferentie van het NDN, die het samen met LOPON² en met medewerking van het CNO van de Universiteit Antwerpen organiseert op vrijdag 13 mei op de Campus Drie Eiken van de Universiteit Antwerpen (zie hoger). Ook daarover zat een documentje in het groenkleurig mapje. Mogelijk handig voor onderlinge contacten is daarin ook de lijst van de deelnemers. Nuttig voor de presentatie van didacticus Helge Bonset waren de blaadjes met de ‘handouts’ over lezen van zakelijke teksten met de niveaus van 1F tot 4F, hetzelfde voor lezen van fictionele, narratieve en literaire teksten. Ook de begrippenlijst van de Werkgroep Leerlijnen Taal was bijgevoegd, maar werd tijdens zijn presentatie door de gastspreker als erg onvolwaardig gekarakteriseerd.

De middag omvatte een presentatie van de netwerking van het NDN en de uiteenzetting van Helge Bonset rond Perspectieven op de Didactiek Nederlands.

Voorzitter Ghislain Duchâteau van het NDN riep in zijn inleiding krachtig op voor participatie van de didactici Nederlands aan de NDN-werking. Niet alleen belangstelling is een noodzakelijk draagvlak voor het netwerk, maar ook een actieve inzet als leden en zo mogelijk nog actiever als bestuurslid om mee te denken en te ageren rond de didactiek van het Nederlands. De activiteiten van het NDN werden daarbij op een rijtje gezet: de 4 nieuwsbrieven per jaar, de nieuwsflitsen, bijeenkomsten als deze netwerkmiddag en zeker niet te vergeten de jaarlijkse lenteconferentie rond een actueel en belangrijk thema. Dit jaar is dat: ‘Taalbeleid, mag het iets meer zijn?’ op 13 mei 2011.

Vicevoorzitter José Vandekerckhove riep de website van het NDN op het projectiescherm, wees op de veelheid en de verscheidenheid van de informatie in een aantal rubrieken en belichtte kort de didactische bruikbaarheid van sommige rubrieken.

Het kerngedeelte van de middag bracht Helge Bonset, de eminente alleskenner van de didactiek Nederlands uit Nederland. Hij gaf een heel goed gestructureerde uiteenzetting over ‘Perspectieven op de Didactiek Nederlands – Stilstand of vernieuwing?' Eerst bracht hij een overzicht van de didactiekboeken voor het v.o./s.o. die vanaf 1969 werden gepubliceerd met de didactische vernieuwingstendensen die daarin aan de orde kwamen. Daarbij verstrekte hij een duidelijk overzicht van de herzieningspunten die in het standaardwerk ‘Nederlands in de basisvorming/onderbouw’ Bonset, De Boer en Ekens in de vijf opeenvolgende uitgaven naar voren komen. Daartegenover leeft het literair-grammaticaal paradigma in de aanpak van het onderwijs Nederlands pertinent voort. Boeiende thema’s als het referentiekader taal, het analytisch en synthetisch  taalonderwijs dat in 1996 door Koen Jaspaert werd gekarakteriseerd, de oratie van Hans Hulshof rond grammaticale termen die voor de taalbeheersing niet relevant zijn, een kritische benadering van de hantering van de zes niveaus van literair lezen zoals die door Theo Witte in ‘Het oog van de meester’ werden beschreven en daarbij de uitdagingen voor de literatuurdidactiek Nederlands. In het interactiegedeelte van de deelnemers met de presentator kwamen vragen over de zinvolheid of zinloosheid van grammatica-onderwijs naar voren. De spreker blijft duidelijk bij zijn mening, die gestoeld is op veel analyse van empirisch onderzoek, dat het traditionele grammatica-onderwijs erg onnuttig is. Hij betwijfelt sterk dat de leraren dat willen zien en horen. Dat  blijkt uit de tekening van de slotdia van zijn presentatie.





De powerpointpresentatie kunt u hier bekijken.

De netwerkmiddag in foto's:

De boekentafels
Vicevoorzitter NDN José Vandekerckhove stelt onze website voor
Helge Bonset over 'Nederlands in de onderbouw'
Helge Bonset aan het woord
De zaal met gastheer André Mottart vooraan
De lio's bij de borrel


Uit de naklanken bij de ‘borrel’ bleek én bij de lio’s én bij de lerarenopleiders een sterke waardering voor de presentatie van Helge Bonset. Het NDN was bijzonder gelukkig met de komst van deze uitzonderlijk knappe spreker.

G.D.



Schooltv - NTR Eigenwijzer

Eigenwijzer – Alles wat je zoekt voor je werkstuk, spreekbeurt en andere opdrachten

 

In het menu: Home, Test jezelf, Spellen, Uitzending gemist en Vakken (van Aardrijkskunde tot Wiskunde en zeker niet te missen Nederlands).

Vak Nederlands

Eerst twee blokjes naast elkaar met
1. Spellingsquiz
2. Voor of tegen? Rond debatteren

Daaronder:  de vier infoblokken: Literatuur,  Mondelinge taalvaardigheid, Schriftelijke taalvaardigheid, Taalbeschouwing

Daaronder:  dossiers met
Debatteren, Digitaal vertellen, Het geheime boek van… (4 auteurs: Van Dis,  Abdelkader Benali, Enquist en Van Beijnum), Jeugdliteratuur, Literatuurgeschiedenis, Onsterfelijke schrijvers, Schooltv Actueel, Spelling, Vrienden zonder grenzen, Vrije radicalen (rond jongeren met dilemma’s die keuzes moeten maken).

Nog een dossier: Kijk- en luistervaardigheid
(http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/project/3088509/kijk-en-luistervaardigheid/3088515/home/)

Bij elke dossierpresentatie staat  voor welke schoolvorm en klassen het dossier bedoeld is.

Die Schooltv Eigenwijzer biedt voor leerlingen een hoorn des overvloeds aan informatie waarmee ze zelfstandig kunnen omgaan, maar hij kan ook enorm inspirerend zijn voor docenten en lerarenopleiders.

Warm aanbevolen.

http://www.schooltv.nl/eigenwijzer/

Contact met de redactie: eigenwijzer@ntr.nl


Herdenking van Guillaume van der Graft, pseudoniem voor Willem Barnard  † 21-11-2010
 

De schrijver overleed op 21 november 2010. Zijn zoon Benno Barnard en zijn vriend
Ingmar Heytze denken terug respectievelijk aan hun vriend en vader.

Het winkelcentrum de Hoghe Catherijne in Utrecht is daarvoor van betekenis.
Katinka was de moeder van Benno en de echtgenote van Willem. O.K. heeft in dit verhaal een heel bijzondere betekenis.

Bij het opruimen van  krantenknipsels vond uw redacteur een vergeeld blad uit het Cultureel Supplement van het NRC Handelsblad van 19 juni 1998. Journalist Kester Freriks geeft een gesprek weer met de dichter en dominee. Net de week voordien werd zijn gedichtenverzameling Mythologisch. Gedichten, oud, nieuw, herzien (Uitgeverij De Prom) bekroond met een literaire prijs. Merkwaardig hoe in de persoon van Guillaume van der Graft de dichter en de dominee met elkaar in strijd en toch verbonden leefden. Die tweevoudigheid veruitwendigde zich in knappe dichtbundels en in een hele reeks kerkliederen die tijdens de diensten worden gezongen.

Minder dan drie maanden voor zijn overlijden rond zijn 90ste verjaardag schetste Kees Wennekendonk het portret van de gedenkwaardige literator.

Herdenking van Guillaume van der Graft, pseudoniem voor Willem Barnard † 21-11-2010

[NDN-website: Archief > Literatuur]

 

Taalbeschouwing - Een inverntarisatie van empirisch onderzoek in basis- en voortgezet onderwijs door Helge Bonset en Mariette Hoogeveen - SLO - nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling - december 2010

 

In deze publicatie geven Helge Bonset en Mariëtte Hoogeveen een overzicht van het empirisch onderzoek in de afgelopen veertig jaar, in het Nederlandse en Vlaamse primair en secundair onderwijs.

Ze omschrijven het domein Taalbeschouwing en beschrijven vervolgens het onderzoek naar traditioneel grammaticaonderwijs (zinsontleding en woordbenoeming), alternatief grammaticaonderwijs (bijvoorbeeld zinsopbouwonderwijs), geïntegreerd taalbeschouwings- en taalvaardigheidsonderwijs, en taalkundeonderwijs.

Daarbij komen vragen aan de orde als: heeft grammaticaonderwijs effect op de taalvaardigheid van leerlingen? Heeft het onderwijs in de moderne vreemde talen baat bij grammaticaonderwijs binnen het eerstetaalonderwijs? Is taalkundeonderwijs in de bovenbouw haalbaar en wenselijk?

Ook wordt beschreven wat leerkrachten in de praktijk doen aan taalbeschouwingsonderwijs, en wat leerlingen op dit gebied presteren aan het einde van het basisonderwijs.

De inventarisatie is uitgevoerd binnen het kader van Het Taalonderwijs Nederlands Onderzocht en Het Schoolvak Nederlands Onderzocht: projecten van SLO, SCO-Kohnstamminstituut, Instituut voor de Lerarenopleiding van de UvA en Nederlandse Taalunie. Zie www.slo.nl/htno

Download Taalbeschouwing


Het symposium over genredidactiek Hogeschool Utrecht 31-8-2010: maak het mee via de presentaties op het internet

 

Weblectures Symposium genredidactiek

Verkenning van nieuwe perspectieven voor taalgericht vakonderwijs
   
Op 31 augustus 2010 organiseerde het Kenniscentrum Educatie Hogeschool Utrecht met zijn Lectoraat Lesgeven in de Multiculturele School samen met de SLO in het kader van het Platform Taalgericht Vakonderwijs een symposium over ‘genredidactiek’, of in het Engels ‘genre pedagogy’. Deze benadering van functionele taalvaardigheid en taaldidactiek heeft in Australië, maar ook bijvoorbeeld in Zweden veel invloed in het taalonderwijs. 

Voor ons zijn de “weblectures” in een lijzig verstaanbaar Engels gegeven een echte revelatie om onze kennis van het taalgericht vakonderwijs en op het niveau van het hoger onderwijs van het taalontwikkelend leren te verdiepen.

Maaike Hajer geeft de inleiding 13’39”
Verder de drie presentaties:
- Mariana Sellgren, Stockholm University (Sweden), Presentatie 1
(Introduction to the basics of Genre Pedagogy, 47:13 minuten)
- Pauline Gibbons, University of Technology, Sidney (Australia), Presentatie 2
(Scaffolding language and subject learning through interaction, 44:38 minuten)
- Mikael Olofsson, Stockholm University (Sweden), Presentatie 3
(Strategies for implementing genre pedagogy in a new national context: Swedish experiences, 44:42 minuten)

http://www.educatie.onderzoek.hu.nl/Data/News/Weblectures%20genredidactiek.aspx

Neem de tijd om de presentaties op je computerscherm te volgen. Zij worden prachtig weergegeven met de presentator op het scherm, met de slides in wisselende formaten eveneens in beeld.
U zult er beslist geen spijt van hebben en er heelwat van kunnen meedragen.

Wie zich verder op de hoogte wil stellen kan ook grijpen naar de twee bijdragen rond genredidactiek in de conferentiebundel van de HSN-conferentie 24 in Gent op 19 en 20 november 2010:
- “Genredidactiek”: nieuwe perspectieven voor vakspecifiek taalonderwijs, Maaike Hajer blz. 324-327 met een omschrijving van het begrip en basisbibliografie.
- Taallessen in economielessen: hoe werkt dat? Bart van der Leeuw en Theun Meestringa blz. 328-335

Mogelijk wordt de genredidactiek, aangepast aan de specifieke situatie van ons taalgebied, op korte of langere termijn in ons onderwijs geïmplementeerd.

 

Woordgebruik en onderwijs

 

Verschillende woorden

Een naarstige Vlaamse taalliefhebber Fons Wuyts voert al enkele jaren een campagne voor het woord ‘plezant’. Hij vindt dat de Vlamingen moeten ijveren voor de erkenning van het gerechtvaardigd gebruik van dat woord in het Nederlands. Hij meent dat de school de leerlingen verplicht het woord ‘leuk’ te gebruiken in plaats van zijn voorkeurwoord.
Om zijn doel te bereiken wil hij de Nederlandse Taalunie ertoe aanzetten zijn mening bij te treden. Die heeft vrij vlug gereageerd met te stellen dat ze niets heeft tegen het gebruik van het woord, maar dat het minder bruikbaar is als je de grens oversteekt naar Nederland. Hetzelfde zal ook wel weer zo zijn voor woorden die in Nederland veelvuldig voorkomen en die in het Vlaamse landsgedeelte minder goed verstaan worden. Denk aan pisang voor banaan, dreutelen voor treuzelen, vutter voor gepensioneerde.

Op 14 maart 2011 schreef de taalman van De Standaard Ludo Permentier in zijn rubriek “Woorden weten alles” een stukje met als titel ‘Plezant’ en gebruikte in zijn tekstje niet minder dan 27 woorden die in Vlaanderen mondgemeen zijn en die in Nederland niet of nauwelijks voorkomen. Een ‘leuk’ tekstje zouden we het kunnen noemen, maar daartegen zou Fons Wuyts wel bezwaar hebben. Voor de ‘aardigheid’ schotelen  we u, beste lezers, het eerste alineaatje voor: “Wat ben ik blij met de pagadder, de karottentrekker, de zagevent, de smoelentrekker en de pezewever. Ik zou me mijn leven niet kunnen voorstellen zonder goesting, zonder frietkot, appelspijs en pateekes. En hoe plezant is het als je bomma of bompa ziet fikfakken met de klein gasten tot ze pompaf zijn. Amai nie!


Hier verzeilen we in de problematiek van het duocentrisme in het woordgebruik. Sinds een paar jaren menen de woordenboekschrijvers en de VRT al heel wat langer, dat woorden die enkel in Nederland gebruikelijk zijn of die enkel in Vlaanderen veelvuldig voorkomen volwaardig hun plaats verdienen in het woordenboek of gerust gebruikt mogen worden in het mondeling taalgebruik op de televisie. Zo constateren we een toegenomen gebruik van het woord “goesting” op de TV-zenders Eén en Canvas. In de woordenboeken worden ze gemerkt met het label Nederlands-Nederlands of Belgisch-Nederlands. Prof. Willy Martin publiceerde een tijdje geleden in het blad van het Algemeen-Nederlands Verbond Neerlandia/Nederlands van Nu een artikel met zijn onderzoeksbevindingen over het verschillend woordgebruik in Noord en Zuid. Dat ligt zowel voor het ene gebied als voor het andere op zowat een 4.000 woorden die telkens in elk van die gebieden gebruiksmoeilijkheden opleveren omdat ze in het andere gebied weinig of niet voorkomen. In het geheel van de voorradige woordenschat van het Nederlands met zowat een paar honderdduizend woorden vormt dit maar een heel klein percentage.

Op school in gesproken of geschreven taalgebruik

Op school staat de woordenschatdidactiek sinds enkele jaren opnieuw voluit in de belangstelling. Leraren Nederlands vooral worden geconfronteerd met de dubbele gerichtheid naar Belgisch-Nederlands en Nederlands-Nederlands zoals de woordenboekmakers die voorstaan. Wat moeten ze nu aan met die Nederlandse woorden die in Vlaanderen niet vaak of niet worden gehanteerd en wat moeten ze met de Belgisch-Nederlandse woorden tegenover hun leerlingen? Voorheen was de gerichtheid naar het Noord-Nederlandse woordgebruik de norm en werden woorden als ‘fiets’, ‘magnetron’, ‘krant’ als de correcte woorden aangewezen. Hoe stellen Nederlandse leraren zich daartegenover op? En hoe doen de Vlaamse docenten het? Als de verschillende woorden dan toch gelijkwaardig zijn, zou het de voorkeur verdienen dat leraren uit Nederland en leraren uit Vlaanderen zich naar hun leerlingen toe ook gelijkwaardig tegenover die wat ‘vreemde’ woorden zouden opstellen. Dat impliceert dat Nederlandse leraren ook die Belgisch-Nederlandse termen aan de orde stellen en omgekeerd dat Vlaamse leraren ook Nederlands-Nederlandse woorden in de klas behandelen.

Jawel, maar hoe? Een uitstekend houvast voor alle leraren zou kunnen zijn wat de Nederlandse Taalunie stelt in haar reactie op de actie van de Vlaming Fons Wuyts:

Een woord is dus niet minder Nederlands als het alleen maar in een van deze drie landen (Suriname inbegrepen) voorkomt. Het is wel minder bruikbaar als je er de grens mee oversteekt.
Het is wel nuttig als mensen dat op school leren.
” 

Woorden in teksten, woorden in gesprekssituaties die leerlingen b.v. via schermprojectie zien en horen, kunnen behoren tot de Nederlands-Nederlandse of Belgisch-Nederlandse taalschat. Die horen door de leraren te worden opgevangen en die mogen dan even de aandacht krijgen met de passende labeling. Of de leraren in de beide landen dat zullen doen, moeten we afwachten. Het is alleszins erg aanbevelenswaard dat leraren hun leerlingen zoveel mogelijk vertrouwd maken met de betekenis van alle woorden en dus ook naargelang van de voorkomende teksten in de klas de betekenis duidelijk stellen en aanwijzen dat dit of dat woord, die of gene uitdrukking in Nederland dan wel in Vlaanderen meestendeels of exclusief voorkomt. Voor het mondelinge taalgebruik is er geen bezwaar dat al die woorden gewoon gebruikt kunnen worden.

Moeilijker wordt het wel wat als we het hebben over woordgebruik in geschreven teksten.
Daar wordt een striktere norm gehanteerd. Vele woorden uit het ander land worden door heel wat schrijvers en ook lezers niet als correct aangevoeld. Daarom zullen de leerlingen het best zoveel mogelijk in hun geschriften woorden gebruiken die voor zoveel mogelijk mensen normaal overkomen en die tot de standaardtaal gerekend kunnen worden. Het is dan ook niet altijd duidelijk of ze wel of niet tot het Algemeen Nederlands behoren en dan is het echt aan te bevelen een goede adviserende bron te raadplegen. Men kan dan het woord opzoeken in een degelijk woordenboek (Prisma Handwoordenboek, binnenkort ook in Van Dale). De beste raadgevende instantie die met nog meer gezag dan de woordenboekschrijvers hier kan adviseren is inderdaad de Taaladviesdienst ook verbonden met de Nederlandse Taalunie met een treffelijk te raadplegen website Taaladvies.net. Daar kun je naast antwoorden op vragen over spelling ook zelf vragen stellen over woordgebruik. Is dat of dit woord Standaardnederlands of niet? Deskundigen zullen je binnen de kortste tijd uitsluitsel geven over je vraag over woordgebruik.  
Het kan van belang zijn de Toelichting op de totstandkoming van de taaladviezen er even op na te lezen. Zie: http://taaladvies.net/taal/advies/verantwoording/

In de klas – in de handboeken

Met deze tekst bedoelen we toch wat ruimer inzicht te geven over de aanpak op school van het verschillend woordgebruik in Zuid en Noord. Dat kan dan ook wat meer houvast opleveren voor leraren die het ernstig menen met het taalgebruik en meer speciaal met het woordgebruik in gesproken en in geschreven taal. Voor de geschreven taal streven we hierbij toch best naar een eenheid in woordgebruik, voor de gesproken taal kunnen leraren zich permissiever en breder opstellen. In geen geval mag het woordgebruik in de leerboeken zowel van Nederlandse als van Vlaamse schoolboekenuitgevers een belemmering vormen om ze te raadplegen of ook te gebruiken in scholen in beide landen. Het algemeen woordgebruik kan bevorderlijk zijn voor een vlot hanteren van die educatieve uitgaven in de twee landen.

Ghislain Duchâteau

14 maart 2011


Taalkundig manifest. Het Multiculturele Voordeel: Meertaligheid als Uitgangspunt

 

Nu de idee voor 'meertalig onderwijs' heel levendig aanwezig is bij de Vlaamse onderwijsminister Pascal Smet, is het goed daarover eens grondig na te denken. Dat kan hier op basis van het Taalkundig Manifest dat terug te vinden is van in augustus 2008 op de website van de Rijksuniversiteit Groningen en dat opgesteld werd door vier eminente taalkundigen
- Hans Bennis, directeur Meertens Instituut, Amsterdam;
- Guus Extra, hoogleraar Taal en Minderheden, directeur van Babylon, Centrum voor Studies van Meertaligheid in de Multiculturele Samenleving, KUB, Tilburg;
- Pieter Muysken, hoogleraar Talen en Culturen van Latijns Amerika, Universiteit Leiden, en winnaar van de Spinozaprijs 1999;
- Jacomine Nortier, Universiteit Utrecht; coördinator van het NWO-onderzoekprogramma Talen en Culturen in het Utrechtse Lombok en Transvaal.

Een kritische benadering van de tekst is wel gewenst.

We lichten vooraf een kernfragment uit de tekst waarin een uitgesproken andere taaldidactiek wordt bepleit in functie van de multiculturele klassen op school.
"Dit alles neemt niet weg dat er op dit moment sprake is van een te geringe beheersing van het Nederlands bij veel allochtone leerlingen. Daar moet iets aan gedaan worden. In het onderwijs moet er structurele aandacht zijn voor het feit dat grote groepen leerlingen niet het standaard Nederlands als eerste taal hebben. Er moet allereerst doelgericht onderwijs zijn voor allochtone leerlingen in de vorm van Nederlands als tweede taal. Dit is een expertise die specifieke scholing vereist. Op het gebied van de didactiek van het vak Nederlands als tweede taal in het basisonderwijs valt nog veel te verbeteren. Het onderwijs zou daarnaast in brede zin moeten uitgaan van een meertalige situatie. Het onderwijs in zaakvakken als aardrijkskunde en biologie zou zo georganiseerd moeten zijn dat het aansluit bij meertalige en multiculturele klassen, en niet alleen bij leerlingen die een (standaard-) Nederlandstalige achtergrond hebben. Dit vereist een interculturele didactiek voor de zaakvakken; leraren zullen moeten worden bijgeschoold om zich deze nieuwe benadering eigen te maken; de opleiding van docenten moet worden veranderd; nieuwe leermethoden zullen beter moeten worden geïmplementeerd of nog moeten worden ontwikkeld; de toetsing zal moeten worden aangepast. Al deze elementen vragen om een nationaal werkprogramma van de overheid."

De volledige tekst van het Taalkundig manifest kunt u hier lezen.


LANGUAGE RICH EUROPE
Meertaligheid als instrument voor een welvarende en stabiele maatschappij

 

Wat houdt Language Rich Europe in?

De British Council heeft als organisatie jarenlange ervaring in de ondersteuning van het Engels onderwijs en leren van het Engels. Daarnaast heeft zij veel ervaring in de ontwikkeling van het taalonderwijsbeleid over de gehele wereld.
Het doel als organisatie is om de culturele betrekkingen tussen landen te bevorderen en zij zijn van mening dat kennis van meer talen een essentieel hulpmiddel is om meer inzicht in de samenhang tussen en binnen samenlevingen te krijgen.
Bekend is dat inzetbaarheid en arbeidsmobiliteit van een werknemer verbetert wanneer hij of zij meer talen (goed) beheerst en de kansen op de arbeidsmarkt worden hierdoor voor hem of haar aanzienlijk vergroot.
Language Rich Europe creëert een platform voor dialoog tussen regeringsleiders, onderwijsinstellingen, openbare diensten, het bedrijfsleven en de media in heel Europa en legt hierbij de nadruk op het belang van meertaligheid in het bereiken van een welvarende en stabiele samenleving. Het doel is de regeringsleiders aan te moedigen een meer strategische aanpak te hanteren ten behoeve van het taalonderwijs door meer investeringen te bewerkstelligen met als doel het gebruik van talen in de samenleving te bevorderen.

Hoe gaat Language Rich Europe te werk?

Language Rich Europe wordt mede gefinancierd door de Europese Commissie en werkt met een breed netwerk van partners en specialisten in alle 18 deelnemende landen, waaronder EUNIC: European Union’s Network of National Institutes of Culture.
Language Rich Europe zal professioneel onderzoek verrichten waaruit een innovatief en interactief meetinstrument zal voortkomen: de "Index of Multilingual Policies and Practices in Europe". Deze index tracht een beeld te schetsen van de rol die elk deelnemend land speelt in de ondersteuning van meertaligheid en taalonderwijs waarbij de positieve uitkomsten van effectief taalbeleid uitgelicht zullen worden.
De index zal nagaan hoe de deelnemende landen presteren door de resultaten van de metingen te vergelijken met de Europese normen in de volgende 7 beleidsgebieden:

•Databanken met gegevens betreffende meertaligheid
•Gesproken talen in het basisonderwijs
•Gesproken talen in lager en hoger voortgezet onderwijs
•Gesproken talen in het volwassenenonderwijs, beroepsonderwijs en universitair onderwijs
•Gesproken talen in openbare diensten en openbare ruimten
•Gesproken talen in het bedrijfsleven
•Gesproken talen in de media

Talen die onder de index vallen zijn:
•(Officiële) nationale talen
•Vreemde talen
•Minderheidstalen gesproken in de regio's
•Minderheidstalen gesproken door immigranten

Hoe zullen de resultaten gebruikt worden?

De resultaten worden in een boek gepubliceerd dat vervolgens in 18 talen wordt vertaald en zij zullen ook op de website gepubliceerd worden. Tevens zullen professionals worden uitgenodigd uit verschillende sectoren van elk deelnemend land om de resultaten te bespreken en actieplannen en ontwikkelingspunten te ontwerpen voor de betreffende werkgebieden.

Language Rich Europe zal daarnaast richtlijnen voor het taalonderwijs ontwikkelen die zullen worden overgemaakt aan de 8.000 EUNIC leraren en 2.000.000 studenten over de hele wereld.

Tot slot beheert Language Rich Europe een online forum via onze Language Rich Blog. U wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de discussie en uw mening over de rol van talen of persoonlijke ervaringen met ons te delen.

Welke landen doen hieraan mee?

De deelnemende landen zijn België, Bosnië & Herzegovina, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Litouwen, Nederland, Polen, Portugal, Roemenië, Spanje, Oekraïne, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk.

(Medegedeeld)


   

Boeken - n.a.v. een lezersbrief

     
   

In hun opiniestuk “Lezer zkt. Boek’ ((DS 7 maart 2005) benaderen de uitgevers Harold Polis en Johan de Koning op een realistische wijze de problemen van het boekenvak en het gebrek aan belangstelling voor boeken in Vlaanderen. Hun verhaal is niet optimistisch.

Uitgeven wordt meer en meer een riskante onderneming. Goede boeken op de markt brengen is een zaak; er ook de nodige lezers voor vinden een andere.

Toch mis ik een standpunt ten opzichte van het boek in het onderwijs. Hoewel ‘de lezer’ niet bestaat, weten we dat hij gevormd moet worden en dat die vorming in het beste geval thuis begint en daarna systematisch wordt voortgezet in het onderwijs. Aandacht voor het boek moet zowel in de kleuterschool als in het lager onderwijs worden bijgebracht. De liefde voor de literatuur moet echter worden opgewekt in het middelbaar onderwijs. En daar gebeurt het onvoldoende.

Als we de toekomst van het boek veilig willen stellen, dan moeten we meer kritische aandacht besteden aan de plaats van het boek in ons onderwijs.

Jozef Deleu (Rekkem)


Deze lezersbrief van de vroegere hoofdredacteur van Ons Erfdeel verscheen in het dagblad De Standaard van dinsdag 8 maart 2005. Zes jaar later willen wij over zijn schrijven even laten nadenken. Is die situatie in 2011 nog dezelfde? De belangstelling voor het lezen van onze jongeren? De inbreng van het thuismilieu voor het lezen? De aanbreng van de school op elk niveau? In welke mate brengen onze leerkrachten ‘liefde voor literatuur’ bij? Veel of weinig? Nu meer dan in 2005?

Deze lezersbrief – hoe kort hij ook is - van de eminente Jozef Deleu, alleszins een bijzonder gezaghebbende stem, roept reflectie op. Ook bij de lezers van deze NDN-Nieuwsbrief? Wij zijn heel toegankelijk voor uw reacties. Schrijf uw eigen reflectie even op en stuur uw tekstje naar de redactie info@netdidned.be We zullen ze met belangstelling lezen en ze mogelijk opnemen in onze volgende Nieuwsbrief.


   
   

Poëzieworkshops augustus 2011 - februari 2012 Kasteel Mariagaarden Hoepertingen

     
   

In het heerlijke kader van het kasteel Mariagaarden (Hoepertingen / Sint-Truiden, hartje Haspengouw en Kataraktland) vindt voor de tweede en derde keer een poëzieworkshop plaats van

A 10 t/m 13 augustus 2011
B 24 feb t/m 26 feb 2012

OMSCHRIJVING CURSUS:

De uitdaging is telkens dezelfde: binnen de minimale ruimte van één, twee of een handvol regels iets volledig proberen te vatten en/of er een hele nieuwe en verrassende kijk op bieden, dat zal het onderwerp van de cursus zijn. De bedoeling is ons verstand, onze zintuigen, onze blik te ontregelen door samen poëzie te proeven, te lezen en te bespreken. En het zal telkens als aanloop dienen om daarna zelf met woord en taal aan de slag te gaan en versregels, haikoes, gedichten, … te schrijven.
We gaan ook op zoek naar originele manieren hoe je werk op een verrassende en beklijvende manier aan een breder publiek aan te bieden.
Voor deze cursus is geen voorkennis vereist, wel de bereidheid gebaande wegen en platgetreden paden te verlaten en nieuwe vergezichten te ontdekken.

Begeleiding: Herman Rohaert, dichter, Germanist, redacteur van de literaire tijdschriften Appel en Verba en nog veel meer.

Voor meer info kijk op zijn website én op de website van Kasteel Mariagaarden, Hoepertingen:
http://hermanrohaert.wordpress.com

Kasteel Mariagaarde

Kasteelstraat 10
3840 Hoepertingen  (Borgloon)
 
Telefoon 012/74 11 31
Fax 012/74 67 37

info@kasteel-mariagaarde.be
www.kasteel-mariagaarde.be
 
Het secretariaat is elke weekdag open van 8.30 u. tot 17 u.
Bezoek kan steeds na telefonische afspraak

 

   
    Nakomertjes, rept u
     
   


Enkele leden hebben hun contributie voor 2011 nog niet overgemaakt aan ons Netwerk Didactiek Nederlands.
Mogen wij u daaraan nog eens herinneren?

- Gewoon lid zijn of worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25

Rekening: IBAN = BE05 0011 4997 1675 ; BIC = GEBABEBB van NDN Wilrijk


   
     
Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • Ghislain Duchâteau, voorzitter
  • José Vandekerchove, vicevoorzitter
  • Marc Smolenaers, secretaris
  • An De Moor, bestuurslid
  • André Mottart, bestuurslid
  • Dorothea Van Hoyweghen, bestuurslid
  • Frans Zwitserlood, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

De functie van penningmeester is vacant.
Wie meldt zich aan voor een plek in ons bestuur?


Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 20
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB van NDN, Wilrijk -

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be