Secretariaat:
p/a UA - Centrum Nascholing Onderwijs (CNO), Universiteitsplein 1, B-2610 Wilrijk
Verantwoordelijke uitgever: M. Smolenaers, Galgenbergstraat 73A – 3511 Kuringen
22- 2, januari-februari-maart 2010
     
In deze nieuwsbrief:
Intro
Contributie 2010
Lenteconferentie 7 mei 2010
Leerlijnwijzer
Ontwikkeling literaire competentie: bijzondere leeservaring
Status standaardtaal in onderwijs e.a. doc. rond taalgebruik
Woordenboek familienamen
HSN23 in Den Haag zindert na
Daniel Hugo vertaalt Herman De Conick in het Afrikaans
 
 
 
 
 
 
Beschikbaar in ons NDN-archief:
 
De oudere nieuwsbrieven in e-zinevorm kunt u opvragen bij de redactie.
Zie Colofon
NDN-Nieuws 22-1
 
NDN-Nieuws 21-3
 
NDN-Nieuws 21-2
 
NDN-Nieuws 21-1
 
NDN-Nieuws 20-3
 
VVM-Nieuws 20-2
febr.-april-mei- 2008
 
VVM-Nieuws 20-1
okt.-nov.-dec. 2007 - jan. 2008
 
•VVM-Nieuws 19-3
juli-augustus-september 2007
 
•VVM-Nieuws 19-2
april-mei-juni 2007
 
VVM-Nieuws 19-1 februari - maart 2007
 

Intro
 

L.S.


Dit is dan de tweede editie van onze Nieuwsbrief, de eerste in het jaar 2010 en in het nieuwe decennium.

De jaargrens betekent geen echte onderbreking, slechts een pauze waarin we tot onszelf komen en wat ruimte bezitten om vrij te zijn, na te denken, samen te zijn met anderen. Het is de tijd van de veelvuldige wensen voor een voorspoedig nieuw jaar. Het Netwerk Didactiek Nederlands sluit zich van harte daarbij aan. Dat 2010 een mooi en vervullend jaar mag wezen.

Met deze nieuwe editie van onze nieuwsbrief zetten wij op het vlak van het onderwijs en de didactiek Nederlands weer een stap voorwaarts.
Hij brengt ons opnieuw een verscheidenheid van onderwerpen, maar enkele thema’s zijn toch dominant en ruimer uitgewerkt. Doorlopende leerlijnen is het thema van onze lenteconferentie. We sluiten bij Nederland aan met belangstelling voor dit verstrekkend onderwijskundig onderwerp. U kunt nu al digitaal inschrijven.

In een aantal bijdragen laten we deskundigen aan het woord over de Standaardtaal en over taalvariatie, waarbij wij toch een boontje te weken hebben gelegd voor het Standaardnederlands. De 23ste Conferentie van Het Schoolvak Nederlands in Den Haag heeft ons nu ook na de conferentiedagen wat te bieden. We proberen enkele merkpunten wat ruimer maar toch beknopt aan de lezers voor te stellen. Naast de conferentie en de thematiek van de discussie rond de spreektaal stellen  we nog enkele onderwerpen met een beperktere informatieve waarde aan de orde.  U ziet maar.

Mogen wij hieraan nog toevoegen dat onze penningmeester het bijzonder op prijs zou stellen, dat u zoveel mogelijk en heel vlug uw contributie voor 2010 zou willen overmaken op onze rekening? Met velen staan we sterker.

Namens het NDN-bestuur

Ghislain Duchâteau, voorzitter


Uitnodiging tot betaling van de contributie NDN 2010

 

Vanaf 1 januari 2010 verwachten we de vernieuwing van uw lidmaatschap van het Netwerk Didactiek Nederlands. Zonder leden geen vereniging. Zonder financiële bijdragen is een werking van een vereniging zonder enige subsidiëring als het NDN niet realiseerbaar. Daarom zijn we zo vrij u heel dringend te verzoeken uw jaarbijdrage voor 2010 aan onze penningmeester over te maken.

Die contributie voor het Netwerk Didactiek Nederlands voor 2010 bedraagt
- voor een gewoon lid € 18
- voor een steunend lid € 25.

Wilt u die overschrijven op rekening nr. 001-1499716-75 van NDN, Wilrijk?
Voor overschrijvingen uit het buitenland IBAN = BE05 0011 4997 1675;
BIC = GEBABEBB.


Donaties zijn ook bijzonder welkom.


We rekenen op de getrouwheid van onze leden. We verwachten ook dat zowel uit Vlaanderen als uit Nederland nog meer lerarenopleiders Nederlands van universiteiten en hogescholen, begeleiders, onderzoekers en schoolboekenauteurs binnen het werkveld Nederlands en anderen met belangstelling voor de didactiek Nederlands tot ons netwerk willen toetreden.

Buiten onze studiebijeenkomsten werken wij bijna volledig digitaal. Grenzen zijn er dan niet. Het internet biedt ons alle contactmogelijkheden. Geregeld bezorgen we u via de digitale weg naast de uitvoerige Nieuwsbrief ook Nieuwsflitsen over relevante gebeurtenissen rond het onderwijs van het Nederlands en rond taal. Ook rijk gestoffeerd is onze website www.netdidned.be.


Let wel: de nieuwsbrief en de nieuwsflitsen zijn niet gekoppeld aan het lidmaatschap.

U weet nu hoe u lid kan worden. Stel niet uit en schrijf nu uw contributie voor 2010 over. Nieuwe leden bezorgen ons hun naam en adres, hun e-mailadres met de vermelding van hun werkplek en hun beroepsactiviteit. Wij zorgen er dan voor dat u er ook bij hoort.

Noteer ook al de datum van de lenteconferentie van ons netwerk op vrijdag 7 mei 2010 op de Campus Drie Eiken van de Universiteit Antwerpen. Het thema is "Doorlopende leerlijnen". Meer daarover verder in deze Nieuwsbrief en op de website.

Met onze oprechte dank bij voorbaat.


Ghislain Duchâteau, voorzitter
Rudi Wuyts, penningmeester

Contact: info@netdidned.be


Doorlopende leerlijnen, het thema van de NDN-lenteconferentie op vrijdag 7 mei 2010 U.A


NDN-lenteconferentie 2010 - aankondiging en mogelijkheid tot inschrijving


Op vrijdag 7 mei 2010 organiseert het Netwerk Didactiek Nederlands in samenwerking met het Centrum Nascholing van de Universiteit Antwerpen (CNO) zijn jaarlijkse lenteconferentie. Dit jaar is het thema geïnspireerd door de Conferentie van Het Schoolvak Nederlands in november 2009 in Den Haag, die doorheen heel het tweedaags didactisch gebeuren het thema “doorlopende leerlijnen” had geprogrammeerd.

Dat het thema van Nederlandse inspiratie is hoeft niemand te verwonderen als je bedenkt dat “leerlijnen” voor taal en rekenen over de klassieke drempels heen in de hele onderwijswereld in Nederland blijvend aan de orde zijn. Ze zijn geïnspireerd door het Eindrapport Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen: “Over de drempels met taal en rekenen (Hoofdrapport)”  opgesteld door de commissie Heim Meyerink.  Het rapport werd gepubliceerd in de lente van 2008.

De Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) bericht erover:

Een speciaal ingestelde Expertgroep pleit voor voorgeschreven tussenniveaus voor taal en rekenen tijdens de hele schoolcarrière van leerlingen in het Nederlandse onderwijs. De Expertgroep overhandigde zijn rapport aan minister Plasterk en aan de beide staatssecretarissen Van Bijsterveldt en Dijksma van het ministerie van OCW tijdens de Panamaconferentie over rekenen en wiskunde in Noordwijkerhout. 

‘Kwaliteitsimpuls onderwijs door verplichte niveaus taal en rekenen in alle schooltypen’

Consequenties voor de lerarenopleiding

De Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen is door de bewindslieden van OCW ingesteld met de opdracht te adviseren over de vraag wat leerlingen van taal en rekenen moeten kennen en kunnen op een aantal overgangen tussen de verschillende schooltypen van primair onderwijs tot hoger beroepsonderwijs en van onderwijs naar arbeidsmarkt. ‘Wat is van belang voor alle leerlingen en wat zijn de consequenties daarvan voor de lerarenopleiding’, waren daarbij vragen van het ministerie. De opdracht is zo uitgevoerd dat er nu ‘
doorlopende leerlijnen’ zijn die ervoor zorgen dat het onderwijsresultaat van de ene sector naadloos aansluit op dat van de andere. Voor de lerarenopleidingen moeten niveaus voor taal en rekenen worden gehanteerd, zowel bij de aanvang van de studie als bij de afsluiting ervan.
De Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) biedt van op haar website de gelegenheid het eindrapport en de bijhorende deelrapporten te downloaden: http://www.slo.nl/nieuws/dll/

Ook de Vlaamse didactici werken voluit aan leerlijnen en we vinden die uitwerking in de toepassing in de onderwijspraxis in onze diverse onderwijsinstellingen. Denken zij ook aan de drempels tussen de verschillende onderwijsniveaus?

Vanuit het perspectief van de lerarenopleidingen voor het primair en voor het voortgezet of het secundair onderwijs heeft het NDN  een concept voor zijn studiedag op 7 mei 2010 opgezet.

In een inleiding vragen we ons af “Wat is een doorlopende leerlijn voor Nederlands?” (Nederland) of “Wat is een leerlijn voor Nederlands? (Vlaanderen). Een Nederlandse en een Vlaamse didacticus zullen het begrip fundamenteel belichten. Beide inleiders zullen reageren op elkaars uiteenzetting en ook de conferentiedeelnemers kunnen daarop inhaken.

Op het einde van de voormiddag en in het begin van de namiddag komen er vanuit de lerarenopleidingen primair onderwijs en voortgezet of secundair onderwijs twee casussen over concrete of minder concrete leerlijnen in  de lerarenopleiding aan de orde.  De bedoeling is in verband met een bepaald aspect (spelling, vaardigheden, taalbeschouwing, literatuur….) een voorbeeld te tonen dat al helemaal rond is in de betreffende lerarenopleiding of nog in opbouw is. Hoe probeert men een leerlijn rond bepaalde aspecten van Nederlands te maken in de driejarige opleiding?   

Een behoorlijk toegemeten ruimte wordt voorzien voor werksessies. We hebben daarbij groepswerk in drie sessies voor ogen, waarbij de groepjes werken aan opdrachten rond (doorlopende) leerlijnen en waarover rapportering wordt uitgebracht.

De inleiders zorgen met hun commentaar op het conferentiegebeuren ook voor een zinvolle afronding.

Het uitgewerkte programma wordt later meegedeeld.

Wij nodigen alle lerarenopleiders Nederlands e.a. in onze hogescholen van harte uit om aan de NDN-lenteconferentie op 7 mei 2010 deel te nemen.

Praktisch

Inschrijvingen kunnen nu al elektronisch op het volgende e-mailadres miet.oost@ua.ac.be

Bijdrage:
- leden NDN : € 5
- niet-leden: € 25
- wie lid wenst te worden: € 5 + € 18
Rekening nr. 735-0081291-90 - CNO UA Antwerpen met vermelding
NDN 7-5-2010 Inschrijvingscode 09/NED/899
en zéker ook je eigen voornaam en familienaam erbij schrijven

Locatie: UA Campus Drie Eiken - Universiteitsplein 1 - Aulagebouw Vergaderzaal V1 (gebouw Q) - Parking P3 of P4

De lunch kan ter plaatse worden gebruikt in het restaurant van de universiteit.

Uiterste datum van inschrijving: maandag 5 mei 2010




INSCHRIJVINGSSTROOKJE
________________________________________________________

Voornaam - Familienaam .........................................................................
Adres .......................................................................................................
Woonplaats .............................................................................................
Functie......................................................................................................
Werkplek .................................................................................................
E-mailadres..............................................................................................
Lid NDN | Geen lid NDN | Wil NDN-lid worden (schrappen of weglaten wat niet past)
schrijft in voor de NDN-lenteconferentie op 7-5-2010
en stort.....................euro op rekening nr. 735-0081291-90 met vermelding
NDN 7-5-2010 Inschrijvingscode 09/NED/899
Dit inschrijvingsstrookje alsjeblieft kopiëren en plakken in het e-mailvenster
van je inschrijvingsbericht, invullen en versturen naar
miet.oost@ua.ac.be.



Ken je de leerlijnwijzer voor scholen van de Stichting Leerplanontwikkeling (SLO) ?

 



De rubrieken van de site zijn: Quickscan, Diagnose, Aan de slag, Instrument zoeken en Help.

De SLO stelt haar webstek als volgt voor:

Werken aan een doorlopende vaardighedenlijn? Optimaliseren van de aansluiting van 3 naar 4? Vereenvoudigen van de overstap van po naar vo? ....... ? Loopt u al een tijdje met het idee rond om aan de slag te gaan met doorlopende leerlijnen? Deze site helpt u daarmee op weg.
De Leerlijnwijzer heeft betrekking op vijf hoofdgebieden: schoolorganisatie, leerinhoud, vaardigheden, sociaal-emotionele ontwikkeling en loopbaanoriëntatie. 

Leerlijnwijzer.nl start met een Quickscan. Deze korte vragenlijst geeft u snel een eerste indruk, hoe u per hoofdgebied scoort t.a.v de doorlopende leerlijn.

Bij Diagnose gaat u vervolgens dieper in op elk hoofdgebied. U bent vrij om te bepalen voor hoeveel hoofdgebieden u de Diagnose vragenlijsten invult.

Op basis van uw score biedt de website specifieke producten en diensten om direct aan de slag te gaan in uw schoolpraktijk.
TIP: Indien u in teamverband met de Leerlijnwijzer wilt starten, raden wij u aan om vooraf de handleiding te lezen. Die vindt u op de helppagina, vraag 6.

Naast de Quickscan en Diagnose biedt de Leerlijnwijzer een zoekfunctie waarmee uzelf gericht kunt zoeken naar producten en diensten van Leerlijnwijzer.nl

SLO hoopt met de Leerlijnwijzer scholen te stimuleren de doorlopende leerlijnen binnen de school te optimaliseren.

Neem een kijkje op de Leerlijnwijzer


Ontwikkeling literaire competentie: bijzondere leeservaring
 

Docent gaat leerlingen stimuleren in plaats van controleren

Boeken openen een venster op de wereld. Elke docent Nederlands wil bij leerlingen dan ook interesse wekken voor jeugdliteratuur. Niet voor populaire boekjes waarin het alleen gaat om vermaak. Maar wel voor ‘moeilijke’ boeken, die een beroep doen op inlevingsvermogen en uitnodigen tot nadenken over morele problemen. De vraag is alleen: hoe doe je dat? Die vraag stond centraal in het onderzoek dat ik (Mies Pols) in 2008 heb uitgevoerd.

Sturend voor het onderzoek was het gegeven dat 43% van de leerlingen in vwo 4 niet op het gewenste leesniveau (niveau 3) binnenkomt. Dat roept een vraag op: wat moet je in de onderbouw doen om leerlingen ‘op te tillen’? Vier of meer boekverslagen per jaar laten inleveren, is volgens mij niet de oplossing. Als leraar ben je dan alleen een controleur die de ‘echte’ verslagen van de plagiaatverslagen moet onderscheiden. De tijd en energie die dat vraagt, kan een docent veel beter besteden door leerlingen voor te doen hoe je van een boek kan genieten.

Genieten van een boek is een kunst die aangeleerd moet worden. Anders gezegd: je brengt leerlingen ‘literaire competentie’ bij.

Lees verder


De status van de Standaardtaal in het onderwijs e.a. tekstdocumenten rond taalgebruik

 

Ghislain Duchâteau

De status van de Standaardtaal in het onderwijs

TAAL, ONDERWIJS EN DE SAMENLEVING: DE KLOOF TUSSEN BELEID EN REALITEIT, een boek of een academisch pamflet van de sociolinguïsten Jan Blommaert en Piet Van Avermaet verscheen in het voorjaar van 2008. Het is begin 2010 nagenoeg vergeten, nu de huidige minister van onderwijs Pascal Smet tot nu toe nog weinig belangstelling heeft getoond voor de talenbeleidsnota van zijn voorganger Frank Vandenbroucke 'De lat hoog voor talen in iedere school'. In mei 2008 heb ik in de NDN-nieuwsbrief en op de NDN-website ook een kritische recensie gepubliceerd over het werk van Blommaert en Van Avermaet. In de eerste plaats heb ik daarin aangeklaagd dat zij de huidige status van het Standaardnederlands wilden discrediteren.

Heel actueel is niettemin dat door veelvuldige publicaties in boek- of artikelvorm en in gesprekken bij academici die status van het Standaardnederlands opnieuw onder vuur komt te liggen. Laat mij toe hier het meest recente voorbeeld daarvan te citeren in de publicatie van het artikel van Ides Callebaut “Als er geen standaardtaal meer is, wat doen we dan met ons taalonderwijs?” in het vaktijdschrift Vonk 32ste jg. Nr. 2 – december 2009 blz. 33-45. De suggestieve titel spreekt al voor zichzelf.

We moeten er wel voor opletten dat we niet verzeilen in de situatie dat we de discussie laten verzanden in een pro- en contra-debat van twee kampen waarbij we uiteindelijk niet bijdragen aan een oriëntering van het dispuut in de richting van een degelijke en gefundeerde attitude in het belang van het taalonderwijs Nederlands. Het zou integendeel goed zijn dat we een ruim en doelgericht overleg opzetten, dat wél kan uitmonden in een weloverwogen geschreven advies voor de beleidsinstanties van het Vlaamse onderwijs.

Mijn persoonlijke overtuiging blijft in dat verband dat voor het Standaardnederlands onomstotelijk een prioritaire status gehandhaafd moet blijven tegenover de andere taalvariëteiten waarmee wij als professionelen die met taal bezig zijn, geconfronteerd worden. Vandaar dat ik mij persoonlijk de vrijheid veroorloof hier opnieuw te citeren wat ik in mei 2008 in mijn recensie van het genoemde boek heb geschreven over de betekenis van het Standaardnederlands voor de Vlaamse taalgebruiker in het algemeen en in het onderwijs in het bijzonder.

“Standaardnederlands

Cruciaal en ook fundamenteel is een correcte opvatting van het gebruik van het Standaardnederlands zowel op school als buiten de school. De auteurs van het boekje hebben zich bijzonder beijverd om die standaardtaal te discrediteren in haar huidige status. Zij schakelen die variëteit van de taal gelijk met een hoeveelheid andere taalvariëteiten die in het maatschappelijk taalgebruik voorkomen.  Standaardnederlands is een taalvariëteit die een andere status moet hebben, omdat hij andere functies heeft, de regionale verschillen overstijgt, geschikt is voor volwaardig algemeen schriftelijk taalgebruik en kwaliteiten en potentialiteiten in zich vervat die een hoge gebruikswaarde in vele maatschappelijke taalgebruiksituaties waarborgt.  Dat geldt voor het gebruik in schoolsituaties, dat geldt voor communicatieve situaties buiten het onderwijs. Denk even aan de contacten van vreemden met elkaar, denk even aan situaties van hiërarchische rangorde b.v. in het werkverkeer en bij het solliciteren, denk even aan discussies op niveaus van diepgang en abstractie over maatschappelijke of onderwijsbetrokken thema’s. De standaardtaal is en blijft een hoogwaardig instrument van algemene en ruime maatschappelijke weerbaarheid en is daarom de bruikbare taalvorm bij uitstek in ons schoolsysteem. Lezen en schrijven doe je zo al in het Standaardnederlands, luistergelegenheden zijn legio als je inderdaad denkt aan spreekprogramma’s op radio en televisie. Standaardnederlands is bij uitstek de taalcommunicatievorm die stilaan maar zeker met  individuele en regionale en sociale niet relevante deviaties toch veld wint en bijvoorbeeld in het winkelverkeer in de steden de meest gebruikelijke en ook (sociolinguïstisch) de meest passende taalgebruiksvorm is.  Regionaal gezien zijn er aanzienlijke verschillen in het  al dan niet hanteren van dat Standaardnederlands, maar we constateren bijvoorbeeld in de Belgische provincie Limburg dat het nagenoeg de enige algemeen gebruikte taalvorm is voor het ruimst mogelijke taalverkeer buiten de kleine lokaal bepaalde groepen dialectsprekers in steden en dorpen. Het is er de algemene normale spontane taalgebruiksvorm voor algemeen intermenselijk taalverkeer. Ook dat is een sociolinguïstische realiteit.” (http://users.telenet.be/ndn//publicaties.html#PAMFLET)

Zelf blijf ik ervan overtuigd, dat bewustmaking van het fenomeen van de taalvariatie in het taalgebruik in diverse communicatieve situaties voor lerenden bijzonder nuttig kan zijn voor hun eigen taalbenadering. Bij die bewustmaking is het echter nodig afdoende te verwijzen naar de bijzondere prioritaire status van het Standaardnederlands voor het taalgebruik in de Nederlandse taalgemeenschap in Vlaanderen en Nederland.

4 januari 2010. 

***

Joop van der Horst

De hele drukte rond de standaardtaal werd aangezet door de publicatie van prof. J. van der Horst van de K.U. Leuven “Het einde van de standaardtaal”.
Daarover publiceerde hij een artikel in de krant De Standaard van 17 juni 2008:
Een tijdperk loopt ten einde – Waarom de standaardtaal verdwijnt

De aanhef:

De standaardtaal staat onder druk. Niet alleen in Vlaanderen en Nederland, maar in heel Europa. In Duitsland zijn er problemen met het Duits, in Frankrijk met het Frans, in Engeland met het Engels. Overal gaat het om hetzelfde: slechte beheersing van de spelling, ontlezing, afnemende taalvaardigheid, sms-taal, veel woorden uit andere talen, dalende schoolprestaties, tussentaal. Niet iedereen is overigens somber. Maar zelfs degenen die niet klagen, erkennen dat er op taalgebied onthutsend veel verandert: we lezen en schrijven anders dan tien of twintig jaar geleden, de didactiek van het talenonderwijs is in de laatste decennia meer veranderd dan in de 500 jaar ervoor; en het boek, vijf eeuwen lang onbetwiste marktleider voor opslag en verspreiding van kennis, heeft door het internet voor het eerst in zijn geschiedenis serieuze concurrentie gekregen.

Lees verder op de NDN-website.

***

Ludo Beheydt

Op 20 juni 2008 geeft in dezelfde krant prof. Ludo Beheydt, Louvain-La-Neuve en Leiden een repliek op het artikel van Van der Horst, dat de titel draagt  ‘Zijn alle varianten van het Nederlands goed?’

De aanhef:

Natuurlijk zijn alle varianten van het Nederlands goed. Maar niet op elk moment. En niet in alle omstandigheden. Anders dan het stuk van collega Joop van der Horst (DS 17 juni) suggereert, is het wel degelijk van belang dat het Nederlands een standaardvariant koestert.

En zelfs al staat de standaardtaal onder druk, dit betekent niet dat de behoefte aan een standaardtaal verdwenen is. Integendeel, juist in tijden van toenemende variatie, die ik als taalkundige vooral constateer, eerder dan ze toe te juichen of te betreuren, blijkt hoe belangrijk een standaardtaal is.

Lees verder op de NDN-website.

In zijn argumentatie voor de standaardtaal, vooral voor het Standaardnederlands in het onderwijs, herkennen wij onze eigen overtuiging. Ze bestaat wel degelijk en er is grote behoefte aan.

Op 10 september 2008 gaan de professoren Joop van der Horst (KU Leuven) en Frans Daems (UAntwerpen)  in Taalschrift met elkaar in discussie rond het thema “Moeten we verder leven zonder standaardtaal?”

Van der Horst: We zullen moeten leren leven zonder standaardtaal.
Daems: Het Nederlands is niet ten dode opgeschreven.

Zie: http://taalschrift.org/discussie/001943.html

***

De Taalunie

Op 29 september 2003 overhandigt prof. Annick Schramme, voorzitter van de Nederlandse Raad voor Taal en Letteren, aan Mevrouw mr. M.C. van der Laan, toenmalig Staatssecretaris van Cultuur en Media, in haar functie van voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie het adviesrapport inzake taalvariatie.
 
De uitgangspunten zijn:

- Het onderkennen en accepteren van taalvariatie dient een belangrijk uitgangspunt te zijn voor overheidsorganen die zich met taalbeleid bezighouden.
- Ten aanzien van variatie binnen de Standaardtaal verdient het de voorkeur het accent te leggen op normvorming en niet op normgeving opdat het beleid aansluit bij de talige werkelijkheid, waar sprake is van diversiteit.
- Uit de aard der zaak richt taalbeleid zich vooral op de standaardvariëteiten, maar vanwege hun maatschappelijke functie dient ook aandacht besteed te worden aan niet-standaardvariëteiten.

De adviezen hebben betrekking op statusplanning, corpusplanning (voor codificering) en op acquisitieplanning.

De overhandigingstoespraak van prof. Schramme vindt u op  Taalunieversum van de Nederlandse Taalunie met daarbij een koppeling naar het rapport zelf:  Rapport Variatie in het Nederlands: eenheid in verscheidenheid
Taalvariatiebeleid in Taalunieverband

De toespraak bevat al de essentie van het rapport.

Het rapport dateert van 2003. De Werkgroep en de Raad hebben toen geen rekening gehouden met de sindsdien ruime profilering van meer algemene taalvariëteiten – tussentaal – als ‘Poldernederlands’ en ‘Verkavelingsvlaams’.

***

Taaladvies.net

Deze site ressorteert onder de portaalsite van de Nederlandse Taalunie “Taalunieversum”.  Ze kondigt zich aan met de titel Wat is standaardtaal?

Daaronder zitten bijzonder belangwekkende kopjes:
Taal en variatie
Standaardtaal
De taal als een ui
Wie bepaalt wat standaardtaal is?
De beschrijving van taalvariatie in Taaladvies.net
Hoe kunt u Taaladvies.net gebruiken?
Standaardtaal in Suriname

***

Jürgen Jaspers in Streven januari 2010

We verwijzen naar het artikel van de Antwerpse sociolinguïst Jürgen Jaspers op blz. 36
‘Weg met de taalkundigen?’ (blz. 36-47).

Het wordt als volgt ingeleid:

Taalzorg staat de laatste tijd opnieuw sterk in de publieke belangstelling. Maar hoe meer men over taalzorg en taalnormen in debat gaat, hoe dieper het water lijkt te worden tussen vakmensen en belangstellenden. ‘Sluit ze op in een zonnige kliniek!’, riep Benno Barnard over taalkundigen. Ondanks de wederzijdse ergernis verliezen beide partijen het verband tussen taalnormen en hun eigen overtuigingen uit het oog. Het debat over taalnormen lijkt daarom andere inhoudelijke paden te moeten bewandelen.

Kernideeën

-Omwille van de sociale praktijk komt de taalcultuur niet op de planken na de taalnatuur, maar de taalcultuur is een bestendig onderdeel van die taalnatuur.
- Dat leidt ertoe dat er ten overstaan van taalgebruik een of meer autoriteiten moeten zijn, die hun verantwoordelijkheid als dusdanig expliciet kunnen en moeten opnemen.
- Dat houdt ook duidelijk in dat normvorming niet exclusief zaligmakend is, maar dat normgeving de volle ruimte mag krijgen vanuit die verantwoordelijkheidsbewuste autoriteiten (m.n. o.m. de VRT en de Nederlandse Taalunie). Het verbergen van die autoriteit moet beschouwd worden als een manier om die autoriteit uit te blijven oefenen zonder kritiek
- De beschrijving van de taalvariëteiten met hun functionaliteit houdt het advies in van de naleving van die functieverdeling.
- Het staat vast dat er een taakverdeling bestaat tussen standaardtaal en niet-standaardtalig taalgebruik. Maar niet alle taakverdelingen beschouwt men als aanvaardbaar (p. 43).
- Geen van de huidige taalnormen of taalfuncties in wat we ‘het Nederlands’ noemen is natuurlijk of spontaan tot stand gekomen, maar is het resultaat van voortdurende menselijke taalzorg en taalpolitiek.
- Dwang en autoriteit zijn niet verwerpelijk zolang ze bespreekbaar zijn. Als de spontane normen en functionaliteit uit normgeving geboren worden, dan valt normgeving niet te ontlopen. (p. 44). Welke autoriteiten en welke normen?
- Niet alle waardeoordelen en meningen zijn even valabel. Hun kwaliteit neemt toe naarmate ze door feiten zijn geïnspireerd en taalkundigen kunnen heel wat informatie aandragen.
- De feiten van de taalkundigen zijn wel slechts feiten.  Een accurate beschrijving van taalvariatie, taalnormen of functionaliteit is verschillend van het innemen van een standpunt.
- Een debat over taalnormen moet ingaan op de redenen waarom men de huidige normen wil behouden. Kritische vragen zijn nodig waarom de feiten of de regels zijn zoals ze zijn. Het bestaan van een norm is bovendien geen teken van aanvaardbaarheid.
- Misschien is het onmogelijk een taalbeleid te voeren dat enkel verspreidt maar niet bepaalt.

De keuzes zijn beargumenteerbaar.

- Aanvaardbaar zijn de beweegredenen van taalkundigen wanneer ze normen willen aanpassen op basis van hoe wijdverspreid nieuwe taalvormen zijn.
- Ook aandacht voor interactiepatronen (b.v. we mogen anderen niet onderbreken) zijn vaak een vorm van taalzorg. Zo moeten politieke interviews op radio en televisie afdoende spreektijd hebben om bij complexe en genuanceerde inhoud desinformatie te vermijden.

Dat zijn abstracte extracties die het gevaar inhouden te zeer uit hun verband gehaald te zijn om nog communicatief heel duidelijk over te komen, maar met dat risico zijn  ze toch wel het overwegen waard.

Een conclusie die daaruit kan worden gepuurd is zeker dat taalnormvorming zeker niet exclusief zaligmakend is, maar taalnormgeving in functie van taalzorg op basis van reële en zichtbare autoriteit op het taalgebruik van de Nederlandssprekenden mits weldoordacht en overwogen voor de spraakmakende gemeente heilzaam kan zijn.

***

Frans Daems

Ons erebestuurslid Frans Daems was zo vriendelijk ter publicatie ons zijn huidige visie (16-1-2010) op de problematiek over te maken.

De variatiebreedte van het Standaardnederlands is veranderd

Sinds een aantal jaren is er een bewustzijn gegroeid van grotere variatie in de norm. De variatiebreedte van de standaardtaal, van wat men dus acht binnen de norm te vallen, is aanzienlijk verbreed. We zien dat in heel het Nederlandse taalgebied. Er bestaat nu duidelijk een tendens om binnen de norm, binnen de ST, te accepteren dat er Nederlands-Nederlandse, Belgisch-Nederlandse en Surinaams-Nederlandse varianten bestaan.

De jongste generatie van woordenboeken, bv. Van Dale, Prisma, is bezig die varianten – met markering – op te nemen die binnen een verbrede normopvatting vallen. Er zal wel heel wat discussie blijven over wat wel of niet binnen de standaardnorm valt: bijvoorbeeld Poldernederlands, tussentaal.

Sinds enkele jaren stellen sommigen zelfs dat de standaardtaal helemaal aan haar eind is gekomen (Joop van der Horst, Het einde van de standaardtaal, 2008). Anderen, onder wie bijvoorbeeld Jurgen Jaspers (UA) in diverse publicaties (zie http://anet.ua.ac.be/acadbib/uae/05582), menen dat men van taalgebruikers nergens mag vragen hun taalgebruik aan de normen van een standaardtaal aan te passen. Dat zou asociaal of antimulticultureel zijn.

In beide gevallen liggen een paar conclusies voor de hand. De eerste is dat het onderwijs dan maar geen inspanningen meer hoeft te doen om jongeren Standaardnederlands aan te leren. En ten tweede, dan moet de school maar álle taalvormen van leerlingen accepteren, ook als ze buiten de verbrede marges van het SN vallen.

Ik vrees dat die simpele conclusies een slechte zaak zouden zijn voor een grote groep leerlingen die geen kansen hebben om buiten de school de standaardtaal te verwerven, en dat juist zoiets asociaal zou zijn. Ik vrees ook dat daarmee de taalontwikkeling van alle leerlingen geschaad zou worden omdat ze de onderscheiden functies van sociale, situationele of stilistische taalvariatie onvoldoende dreigen te leren beheersen, kortom dat een belangrijk aspect van taalvaardigheidsontwikkeling zo de mist ingaat.

Ten slotte, ik betwijfel sterk of we snel in het 'poststandaardtaaltijdperk' zullen belanden zoals Ides Callebaut lijkt te verwachten in zijn artikel 'Als er geen standaardtaal meer is, wat doen we dan met ons taalonderwijs?' (Vonk 39/2, december 2009).



***

Ook in het NDN is de discussie open. Reacties bij het bovenstaand ideeëngoed zijn welkom.

Op behoorlijk korte termijn hopen we een oriënterende synthesetekst te kunnen redigeren met heldere adviezen over de spreektaal in het onderwijs. We stellen die tekst ter beschikking van beleidsverantwoordelijken ter invulling van de behoefte van zovele onderwijsverstrekkers op de verschillende onderwijsniveaus aan duidelijke richtlijnen en normering voor het spreektaalonderwijs Nederlands.

 

Woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk

 



Het WOORDENBOEK VAN DE FAMILIENAMEN van de bekende naamkundige dr. Frans Debrabandere telt meer dan 150.000 familienamen. Het verklaart niet alleen Nederlandse en Vlaamse namen, maar ook Waalse, Picardische, Duitse. De historische contacten en migratiebewegingen uit en naar deze landen en streken brengen met zich mee dat vele namen achter hun Nederlandse of Romaanse voorkomen een heel andere herkomst verbergen.

Door zo veel mogelijk terug te gaan tot de middeleeuwse vorm van de namen, heeft de auteur het geheim van talrijke misleidende of raadselachtige geslachtsnamen kunnen ontsluieren.




In het woordenboek wordt elke familienaam bondig verklaard en waar mogelijk met oude, historische bewijsplaatsen geïllustreerd, waaruit vaak de verklaring en meestal de bakermat afgelezen kan worden. Ten slotte wordt naar publicaties over de bedoelde naam verwezen.

Ten behoeve van anderstaligen zijn alle afkortingen en vaktermen ook in het Frans, Duits en Engels vertaald en verklaard, zodat dit monumentale standaardwerk ook voor hen bruikbaar is.

In 1993 verscheen dit WOORDENBOEK VAN DE FAMILIENAMEN voor het eerst in twee luxebanden. Deze nieuwe editie is geactualiseerd en uitgebreid en verschijnt in één handzame band.

Uitgave van L.J. Veen Amsterdam / Antwerpen 2003 – gebonden – 1472 blz. ISBN 90 204 0207 2

Dit standaardwerk is in de winkels van De Slegte in januari 2010 te verkrijgen tegen de prijs van € 27,50 i.p.v. € 69,50.



De HSN-conferentie 23 Den Haag 13-14 november 2009 zindert na

 

De HSN-conferentie galmt nog na. Lerarenopleiders uit Nederland en Vlaanderen hebben er zoveel mogelijk van opgestoken. Leraren proberen bepaalde nieuwigheden die zij van de conferentie hebben meegebracht uit in hun lessen. Deelnemers richten zich na de conferentie heel vlug weer op de gewone werkzaamheden en vergeten veel van wat ze in Den Haag hebben gehoord. Een systematische follow-up van de conferentie is tot dusver nog niet aan de orde geweest.

Na ruim twee maanden is het toch wel goed nog eens naar het conferentieboek te grijpen en terug te blikken op de sessies die jezelf hebt bijgewoond. Mogelijk is er toch nog wat zinnigs en nuttigs uit te rapen.

***

Frans Schouwenburg

Hij had het in de subplenaire sessie op vrijdagvoormiddag over

Nederlands als mediawijzer

Hij reikte een veelheid van vernieuwingsideeën over de nieuwe media aan die nu stilaan bekend worden en hun weg vinden in de onderwijspraktijk. Misschien nog niet genoeg.
Het vak Nederlands zou daarbij een leidende rol kunnen spelen in de school om de school “mediawijzer” te maken.

Hij leidt ons naar Kennisnet.nl  waar hij Sectormanager Voortgezet Onderwijs is.  Op de bladzijde Algemeen gaat er een digitale wereld open  Er is de Kids – site, er zijn de sites met Actuele thema’s en die met Veelgebruikte Diensten. Kijk even op http://www.kennisnet.nl/  Alleen het verkennen doet je wel een uurtje wegdwalen van deze nieuwsbrief. Maar die verkenning kan wel heel wat opleveren voor de eigen onderwijspraktijk. En er is nog zo’n blad op het internet om te maken, te leren en te publiceren http://webmaker.kennisnet.nl/  Laat ook niet na http://medialessen.nl/  te exploreren. En dat is nog maar een greep waar Frans Schouwenburg ons naartoe wil leiden.

De powerpointpresentatie van Frans Schouwenburg vindt u hier

***

Matthias Lefebre

Jongeren warm maken voor taalvariatie

De presentator behoort tot de vakgroep Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent.
Volgens hem is taalvariatie zoals elke vorm van diversiteit, op zichzelf een positief gegeven. Leerkrachten moeten hun leerlingen vertrouwd maken met de belangrijkste componenten van die variatie in het taallandschap – dialect, tussentaal, standaardtaal – die elk kun plaats hebben in de communicatie en in onderlinge wisselwerking de taalevolutie in Vlaanderen bepalen.

Hij reikt de bestaande middelen aan om de leerlingen tot ruim inzicht te brengen in het fenomeen. Didactische tips voor een les- en leeractieve aanpak ontbreken ook niet in zijn uiteenzetting.

Als gereedschappen voor de benadering van de dialecten noemt en roemt hij enkele websites:
- de website van het museum Huis van Alijn in Gent: http://www.huisvanalijn.be/nl/collectie/taalkamer.html
- over de dialectwoordenboeken van de Vlaamse, Brabantse en Limburgse dialecten:
http://fuzzy.arts.kuleuven.be/rewo  
- de site van de Stichting Nederalndse Dialecten:
http://www.nederlandsedialecten.be

Daarnaast is er het Corpus Gesproken Nederlands (CGN), een digitale databank van hedendaags gesproken Nederlands van Vlaamse en Nederlandse volwassenen. Het is bereikbaar via http://www.tst.inl.nl/producten .

De inleider gaf ook staaltjes van “matched guise-onderzoek", een methode om onderzoek te doen naar taalattitudes. Zo brengt hij inzicht bij in de functionaliteit van de taalvariëteiten. Daartoe komt een leraar met zijn leerlingen ook door gebruik te maken van radiospots.

Jongerentaal is een sociolect waarmee jongeren hun eigenheid uitdrukken en waarmee ze zich willen onderscheiden van de rest van de gemeenschap. Zij hanteren daartoe eigen woorden en uitdrukkingen. Die zijn te vinden in jongerentijdschriften (Joepie…).

Veel is ook te doen met het boek Variatie(s) op je bord! Dialect en jongerentaal voor eten en drinken. Het boek is verkrijgbaar via http://www.variaties.be

Matthias Lefebvre beperkt zich tot de middelen die op school dienstig zijn voor de bewustmaking van taalvariatie in Vlaanderen. Oordelen over taalvariëteiten en de problematiek van de normering b.v. van de woordenschat voor het onderwijs komen niet aan de orde.

***

Joke Vrijens

Screening, remediëring en professionalisering. Een blik op het taalbeleid van de Arteveldehogeschool Gent

De hogeschool streeft vanaf november 2006 een instellingsbreed taalbeleid na voor een goede taalbeheersing van elke (eerstejaars)student. Een werkgroep vanuit alle bacheloropleidingen, versterkt met de verantwoordelijke voor taalondersteuning van de dienst studieadvies, ontwierp sinds 2007-2008 voor alle instromende studenten een eigen digitaal screeningsinstrument Test je taal met 5 grote onderdelen: spelling, grammatica, leesvaardigheid, zakelijk schrijven en academische woordenschat. De test is gebaseerd op de eindtermen Nederlands s.o. en het Profiel Taalvaardigheid Hoger Onderwijs (PTHO). De vragen komen zoveel mogelijk uit relevante contexten uit het hoger onderwijs: stageverslagen, hoorcolleges, wetenschappelijke artikels. De student krijgt feedback op elke vraag en hij ontvangt ook een rapport.  In dat rapport zit een indicatieve code voor het geheel en voor de 5 onderdelen. Het rapport wordt besproken met een leertrajectbegeleider. Op basis van de resultaten stippelt de student zijn taaltraject uit.

Drievoudig is het aanbod taalondersteuning: hogeschoolbrede taalworkshops, taalcoaching voor anderstalige studenten en opleidingsspecifieke initiatieven.

De dienst studieadvies organiseert elk semester taalworkshops rond spreek- schrijf- en leesvaardigheid, waarbij de studenten werken met eigen materiaal en aan hun persoonlijke leerpunten. Ze werken in groepjes van 10 tot 15 studenten. Studenten uit de lerarenopleiding Nederlands van de hogeschool en van de Universiteit Gent begeleiden. Die begeleiding telt mee voor hun stage.

Bij de anderstalige studenten worden in een intakegesprek de taalomgeving, de noden en de taalvaardigheid van de student in kaart gebracht. Een Nt2-coach begeleidt in individuele sessies.

Verschillende opleidingen nemen initiatieven om de taalvaardigheid van hun studenten te bevorderen. Die zijn gericht op preventie of op remediëring. Medewerkers van een Centrum voor Volwassenenonderwijs verzorgen die begeleidingssessies. Soms is die taalondersteuning geïntegreerd in het curriculum.

De hogeschool investeert ook in professionalisering van de lesgevers. Niet-taallesgevers kunnen een vorming volgen over hoe ze taalfeedback kunnen geven op schrijftaken van studenten. Ze ontvangen ook tips hoe ze studenten kunnen stimuleren om de professionele taalvaardigheden te verwerven die van groot belang zijn voor een vlot studeertraject naar hun diploma toe.

Vanaf het begin waren de discussiepunten:
- Is een taalscreening bij de instroom nuttig?
- Moet het taalbeleid doelgroepengericht zijn?
- Rendeert het om studenten in te schakelen als taalcoach?

Taalscreening is verantwoord om alle studenten optimaal gebruik te laten maken van taalondersteuning op grond van hun inzicht in de eigen beheersing van het academisch Nederlands.

Uit de ervaring bleek dat doelgoepgerichte ondersteuning voor autochtone studenten succesvol is, maar niet voor anderstalige studenten. Die kampen met grammaticale en lexicale moeilijkheden. Daarom werd het project met de Nt2-coach ingesteld.

Voor de inschakeling van studenten als taalcoach kunnen bezwaren worden ingeroepen, maar de aanpak van de tutors wordt gemiddeld uitermate hoog gewaardeerd. Die tutoring werkt daarbij drempelverlagend: ze worden liever begeleid door een medestudent dan door een lesgever uit hun opleiding.

Drie jaar ervaring van een instellingsbreed taalbeleid met taalondersteuning evolueert duidelijk naar integratie daarvan in het curriculum. De studentenbegeleiding wordt in het curriculum geïntegreerd en de lesgevers gaan bewuster om met hun eigen taalvaardigheid.

***

Niels Bakker

Help, de woorden bewegen!  Over het lezen van literatuur in een digitaal tijdperk

Niels Bakker is medewerker aan de VU Amsterdam en spreekt ook namens de Stichting Lezen. Het is door onderzoek aangetoond dat het lezen van het blad opvallend vermindert tegenover het lezen van het scherm. Het lezen vanaf de computermonitor verloopt wellicht erg verschillend van het lezen op papier.

Hoe zit dat nu met het leesproces van hyperfictie, van bewegende poëzie en van digitale kinderboeken?  De lezers blijken niet goed raad te weten met de conventies – een eigen route door de hypertekst bepalen, bewegende woorden en zinnen. Dat leidt tot een lees- en interpretatieproces met desoriënteringsproblemen en een hogere cognitieve belasting. Het schermlezen verloopt blijkbaar veel minder succesvol. Dat is niet zo voor het lezen van digitale kinderboeken waar de onderzoekers elkaar tegenspreken, maar waar toch tot op zekere hoogte duidelijk wordt dat moeilijk lezende kinderen baat hebben bij de integratie van multimedia. Vooral de gedeelten waar een voorleesfunctie is geïntegreerd levert positieve resultaten op. Scholen zouden digitale kinderboeken in hun onderwijspakket kunnen opnemen, zeker voor de zwakkere leerlingen.

Verder onderzoek naar b.v. het beheersen van de speciale conventies moet meer evidentie opleveren. Waarom er zichzelf niet eens in verdiepen? Zo kan je de bewegende poëzie van Tonnus Oosterhoff zelf eens proberen te lezen vanaf het computerscherm: http://www.tonnusoosterhoff.nl/  

Het is ook bijzonder boeiend over het lezen van digitale literatuur meer aan de weet te komen. Dat kan beslist aan de hand van “Help, de woorden en zinnen ontglippen me! EEN LITERATUURONDERZOEK NAAR HET LEZEN VAN LITERAIRE TEKSTEN IN EEN DIGITAAL TIJDPERK" van Niels Bakker in opdracht van de Stichting Lezen. Bij die Stichting is de tekst op papier te krijgen in brochurevorm, maar je kan hem ook in een pdf-document op het scherm van je computer oproepen:
http://www.lezen.nl/files.php?file_id=528

***

Michel Couzijn

Voorbereidend wetenschappelijk? Onderzoekend leren in het schoolvak Nederlands op vwo-niveau

Michel Couzijn was tussen 2006 en 2010 uitvoerder van het project Schrijven en onderzoekend leren bij het schoolvak Nederlands in het VWO . Over inhoud en opzet kunt u lezen via deze koppeling: klik hier

Het is vreemd dat er in de schoolboeken voor het vak Nederlands zo weinig maatschappelijke en ‘human interest’-onderwerpen voorkomen over ons eigenlijke vak, de taal- en letterkunde. Dat zou wel eens nuttig kunnen zijn als ‘voorbereidend wetenschappelijk onderwijs’ als de leerlingen een beeld kregen van de eigen vakstudie, de neerlandistiek. Vakwetenschappers en teams van bovenbouwdocenten hebben dan maar een aantal (korte) lessenreeksen samengesteld met onderwerpen uit de neerlandistiek. Ze zijn bedoeld voor 4- en 5-vwo, behandelen een taalkundig of literair onderwerp dat door recent onderzoek belangstelling heeft gekregen. In de lessenreeksen maken leerlingen kennis met onderzoek doen in de neerlandistiek.

Hier volgt een kleine opsomming van thema’s van  die lessenreeksen:

  • Het effect meten van jip-en-janneketaal op tekstbegrip van scholieren
  • Historische bronnen betrekken bij de interpretatie van het Egidiuslied
  • Verschillen bepalen tussen allerhande moderne Reinaert-edities
  • Protocollen bestuderen van peuters die ‘en toen… en toen’ inruilen voor ‘want’ en ‘daarna’
  • Enquêtegegevens analyseren van scholieren over het ‘lezen voor de boekenlijst’
  • Appeltaartrecepten uit de Middeleeuwen met die van later en deze tijd vergelijken.

Daarbij kunnen leerlingen ook leren schrijven op basis van de onderzoeksgegevens.

Uitdrukkelijk nodigt Michel Couzijn belangstellenden uit met hem contact op te nemen, want het materiaal staat ter beschikking. Ook zijn docenten welkom die willen meewerken aan onderzoek naar wat vwo-leerlingen feitelijk leren van dit onderwijs.

Contact: m.j.couzijn@uva.nl   

***

Peter-Arno Coppen

de taalprof, Radboud Universiteit, Nijmegen

Actief Grammaticaal denken

Presentatie op vrijdagnamiddag 13 nov. 2009 in de stroom Taal- en letterkunde Zaal OV 1-51 in Den Haag.

Naar de talrijke reacties te horen tijdens en na de HSN-conferentie in Den Haag is de presentatie van Peter-Arno Koppen bij de aanwezigen op vrijdagnamiddag te 17 uur erg in de smaak gevallen en ze werd getaxeerd als bijzonder betekenisvol voor taalbeschouwingsonderwijs, meer bepaald grammaticaonderwijs.

De taalprof rekent hier af met de chaotische en weinig productieve traditie van het klassieke grammaticaonderwijs. Hij doet dat door heel constructief een nieuwe aanpak voor te stellen: het actief grammaticaal denken.

De synopsis van zijn inzichten is te lezen in het Conferentieboek van HSN 23 pp. 236-239. Op een heldere en indringende wijze schetst hij hoe de huidige praktijk van het grammaticaonderwijs doorheen de jaren gegroeid is en wat eraan schort. Ontbreken in de discussie: een duidelijk idee over wat nu feitelijk de sleutelbegrippen uit de grammatica zijn en de vraag naar de denkvaardigheden die nodig zijn om die begrippen te hanteren.

Grammaticaal denken omvat ten minste een bewustzijn van de structuur van de taalvorm. De ontwikkeling van dat bewustzijn zou een doorlopende leerlijn moeten vormen.

Grammaticaal denken omvat ook het aanspreken van je eigen creativiteit op de verschillende niveaus van de klankvorm.

Een derde aspect is het evalueren van de taalvorm. Je moet in staat zijn de verschillende taalvormen te beoordelen. Dat kan op verschillende manieren.

Als vierde aspect van grammaticaal denken noemt de taalprof de vaardigheid tot manipulatie van de taalvorm: verplaatsen, weglaten of toevoegen van delen van die vorm.

De meest complexe deelvaardigheid van het actief grammaticaal denken is die van het afwegen. Dat is kiezen tussen de verschillende mogelijkheden.

Een mooie illustratie van zijn ideeën over actief grammaticaal denken is het laatste plaatje uit zijn powerpointpresentatie bij de syntactische benadering van het onderwerp in het zinnetje: “Dat is taal!”

Peter-Arno Coppen
Actief Grammaticaal Denken


Wat is het onderwerp in de zin
Dat is taal!


1. Het onderwerp staat meestal op de eerste zinsplaats.



2. In het meervoud krijg je Dat zijn talen.



3. Je kunt ervoor zetten Dat gedicht daar, dat is taal!



4. Met het woordje dat verwijs je naar iets in de context.



5. De zin Dat ben ik is een variant van deze zin.



6. Je kunt ervoor zetten Geweldig interessant, dat is taal!



7. Je kunt het woordje ook toevoegen als in Dat is ook taal!



8. De zin *Dat is mij is geen goede zin.



9. Je kunt het woordje ook toevoegen als in Dat is taal ook!



10. Er staat geen lidwoord voor het woord taal.


Ben je echt geïnteresseerd, laat dan zeker niet na de powerpointpresentatie erop na te lezen.


***

Over de inhouden van de HSN-conferentie 23 in Den Haag kunt u nog veel meer lezen - in de Conferentiebundel (Academia Press) - of op de website van Het Schoolvak Nederlandshttp://www.hsn.ugent.be/abstracts.html  

Info:
hetschoolvaknederlands@gmail.com

***

HSN 23 - Den Haag

Lees nog enkele indrukken en het verslag van Willy Weijdema, communitymanager Nederlands, op de NDN-website erop na.
Ze staan in de rubriek Agenda
U vindt er ook een fotoreportage met o.m. foto's van de hier besproken presentatoren

Klik hier



Daniel Hugo ontmoet Herman de Coninck

Een Zuid-Afrikaanse dichter vertaalt de Vlaamse poëet
 

Voorbeeld van een fraaie vertaling


Poëzie

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:
mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt verdrietje,
en het helpt niet;
zoals je een hand op haar hete voorhoofdje
legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,
en het helpt niet:

zo helpt poëzie



Poësie

Soos wat jy vir ’n siek dogtertjie sê:
my miniatuurmensie, my selfgemaakte verdrietjie,
en dit help nie;
soos wat jy ’n hand op haar warm voorhofie
lê, so dun as sneeu gaan lê,
en dit help nie:


so help poësie



Herman de Coninck, Die lenige liefde.
Uit het Nederlands vertaald door Daniel Hugo.
Tweetalige uitgave: Nederlands/Afrikaans,
Protea Boekhuis, Pretoria, 2009, 129 blz.,
ISBN 9781869193027.


Colofon
Bestuur van het Netwerk Didactiek Nederlands:
  • Ghislain Duchâteau, voorzitter
  • José Vandekerchove, vicevoorzitter
  • Marc Smolenaers, secretaris
  • Rudi Wuyts, penningmeester
  • André Mottart, bestuurslid
  • Tom Venstermans, bestuurslid
  • Frans Zwitserlood, bestuurslid

  • Hugo de Jonghe, erevoorzitter
  • Frans Daems, erebestuurslid

 

Contributie

- Gewoon lid worden van het Netwerk Didactiek Nederlands kunt u door storting van 18
- Steunend lid zijn kunt u door storting van € 25
op rekening nr. 001-1499716-75 van NDN, Wilrijk -
Voor overschrijvingen uit het buitenland IBAN = BE05 0011 4997 1675; BIC = GEBABEBB.

Donaties zijn heel welkom

 
Redactie van de Nieuwsbrief van het NDN :
Ghislain Duchâteau
Tel. : 0032(0)11/22 86 25
E-post : info@netdidned.be